Lezen

De Rode Spiegel

Ik was net mijn vaders limousine ingestapt, het gedreun van het feest maakte plaats voor het gedreun in mijn hoofd. Miguel bestuurde de limo met de zachtheid van een tedere minnaar. Ik wilde hem daar best voor bedanken maar ik was te bezorgd dat ik zijn minnares onder zou kotsen. Ik had vanavond geen date gestrikt; uit onwilligheid, niet uit onkunde natuurlijk. Er deden genoeg kansen zich voor. Wel, ik denk dat ik meer gezien werd als de kans. Misschien hield ik me daarom in. Of misschien ging ik daarom net over de streep. De remedie lijkt zo hard op de ziekte dat ik het verschil niet altijd meer zie.Ik mediteerde op alles binnenhouden. Uiteindelijk werden de kotsweeën echter zo verschrikkelijk dat ik Miguel deed stoppen en decoreerde ik een kant van de weg met mijn uitwerpselen. Een maand geleden zou hij nog komen kijken. Dit was echter Miguels nieuwe normaal geworden. Ik veegde mijn mond met het puntje van mijn shirt. Zo, daar stond ik dan, rillend van de koude als een lekgeprikte ballon. In de verte blafte een hond, dat bracht me uit mijn dronken mijmeringen. Ik haalde mijn mobiel uit, alleen zat zijn was saai en verdrietig. Een mail dat door de mazen van de spamfilter geraakt was. Beste Prins, Ik hoop dat ik je e-mailadres goed heb onthouden. Ik blijf maar denken aan die ontmoeting in het bos. De smalle straten langs de velden die we in je oude jaguar trotseerden. Het had nooit mogen zijn, en toch. Die kus… ik wil meer, Prins. Ik moet weten wie je bent. Vreemd dat je mij je telefoonnummer niet gaf, of je naam. Ik probeer een goede reden te vinden, maar het enige dat ik bedenken kan is dat het voor jou niets betekende. Misschien doe je dat wel vaker met meisjes. Gewoon iets en dan niets meer. Er is lawaai op de flat boven me. Ik hoor mensen ruzie maken, een man roept luid keer op keer ‘waarom’. Ik haat het hier. Ik heb je toch gezegd waar ik woon? Hier moet je je gevoel uitschakelen en nergens iets van aantrekken. Dat wil ik niet. We kunnen elkaar terug in het bos ontmoeten, denk erover na. Alsjeblieft. Je prinses Wat een lang bericht, dacht ik bij mezelf maar verder dacht ik niets. De wijn beukte nog steeds aardig in op mijn hersenen. Ik had slaap nodig, geen ongemakkelijke conversaties waarin ik uitlegde dat ik niet was wie ze dacht. Ook had ik een paracetamol nodig. Grappig, bedacht ik net, hoe de zieken in de reclame nooit uitzien zoals de echte. Ik deed mijn mobiel uit en sloot mijn ogen. Bij elke bocht voelde ik me als een astronaut in de ruimte. Het gedempte licht van de straatlampen braken door mijn oogleden heen als rode vlekken van licht. Licht was een rode vlek. Katers waren een beetje mijn huisdier geworden, grapte ik wel eens. Koffie, water en douches waren mijn rituelen. Ik droogde net mijn haren toen mijn mobiel trilde. Een email, natuurlijk onze prinses. Die herinnering voelde aan als een moeilijke gitaarakkoord dat je al heel lang niet meer gebruikt hebt. Ik herlas het bericht van gisteren, toen die van vandaag. Beste Prins, Ik wacht nog steeds koppig op een antwoord. Ik accepteer niet dat je me in de kou laat staan. Ik moet iets van je horen. Ik heb je nodig. Ja, ik weet hoe dat klinkt - The needy girlfriend -. Misschien heb je bang dat ik je algauw zal stalken. Misschien ben je bang dat ik zal neuzen in je verleden. Licht zal schijnen op de donkerste bladzijdes van je dagboek. Maar probeer het te zien van mijn kant: ik ben altijd alleen. Ik heb niets anders te doen dan te dromen. Sommigen zijn bang van dromen, maar die mensen doen het verkeerd. Ze dromen niet ver genoeg weg.Gisteren zag ik een schilderij. -Op het internet natuurlijk, maar toch- Ik herkende mezelf er zo enorm in. Ik ben er niet goed van. Ik wil je nog duizend dingen zeggen, maar vooral; vergeet me niet. Ik wil niet praten tegen een spiegel, ik wil praten tegen jou. Ik wil niet luisteren naar een album, ik wil luisteren naar jou. Een droom dat terugpraat. Ik kan je alles geven.Vergeet me niet, Je prinses P.S. de schilderij is getiteld Morning Sun van Edward Hopper. Ik had er genoeg van. Mijn vingers roffelden over het scherm. Ik moest pijn doen. Als je vuur probeert aan te raken, doet dat ook pijn. Geef je de schuld aan de vlammen als je je verbrand?Ik dacht aan de roze vibrator dat op me wachtte in de onderste la. Maar eerst nog even dit. Beste prinses of wie dan ook. Je “Prins” loog tegen je. Dit adres is niet eens van hem. Je wil dromen? Wel droom dan lekker verder, je gaat nooit ergens komen op die manier. Dit kan misschien hard klinken, maar het is zo. Mannen zijn dom en kort van zicht. Je moet wakker worden. Er zijn geen prinsen en prinsessen. We hebben verdomme ministers en een regering, dat is ongeveer even romantisch als de wc aan het station gebruiken.Naïeve trut, wake the fuck up en doe verdomme iets met je leven.Ik schaam me voor je, Melissa  

Stelselmatig
9 0

koken als dansen

‘Weet je waarom niet iedereen wil koken?’ Hij veegde zijn handen af aan zijn schort, en begon een kipfilet in blokken te snijden. ‘Het zijn de stakes.’ Chef Chaumond had altijd wel iets te zeggen. Ik spoelde de geschilde aardappelen. De muts zat nog altijd ongemakkelijk op mijn hoofd. Mijn schort plekte. Koken was dansen, dat was het altijd al geweest.Zand en zetmeel in een kakofonie van andere geuren. Ik snoof het allemaal op en vroeg,‘Wat bedoel je met stakes?’‘Ik bedoel, jongen.’ Hij leek zich even te concentreren zijn werk. Zijn handen waren gaaf en proper en dansten met het mes en het vlees. Alles danste, dat was altijd zo geweest. Toen sprak hij. ‘Met stakes bedoel ik de inzet. Zoals in een pokerwedstrijd. De stakes zijn je chips, dus je geld. En als je verliest, dan verlies je je geld. Dat is hetzelfde met de kookkunst.’Hij gooide de kippenblokjes in de pan en kapte er honing over. Met zijn rechterhand liet hij de kip dansen, tot elke kant goudbruin zag.‘Wat is dan je inzet, chef?’ vroeg ik automatisch terwijl een aardappel uitgleed en terug in de pot met water viel. ‘Ah, wat je kookt natuurlijk.’ Soms sprak ik sneller dan mijn hoofd. Chef Chaumond gromde,‘Inderdaad, je inzet zijn je ingrediënten, je tijd en je moeite. Als je faalt, met andere woorden, iets vies bijeen tovert, wat doe je dan?’Ik stampte de patat fijn en greep naar de peper en nootmuscaat. ‘Zeg het maar, chef.’‘Dan eet je of iets vies, of gooi je alles weg. Dat zijn dan de stakes.’Ik had een ingeving. ‘Dat is niet erg, chef. We hebben ook pannenwassers nodig.’Chef Chaumond lachte. Hij kon dansend lachen.

Stelselmatig
10 0

Dalilla Hermans is gecanceld.

Fleur Pierets is gecanceld. Naomie Pieter is gecanceld. Sabrine Ingabire is gecanceld. Rachael Moore is gecanceld. Yassine Boubout is gecanceld. Madonna is gecanceld. ABBA is gecanceld. J.K. Rowling is gecanceld. Jacques Tati is gecanceld. Lucky Luke is gecanceld. Martha Nussbaum is gecanceld. Nietzsche is gecanceld. Kant is gecanceld. Assita Kanko is gecanceld. Martin Luther King is gecanceld. Eva Rovers is gecanceld. Mia Doornaert is gecanceld. Joe Harris is gecanceld. Ernest Hemingway is gecanceld. Jean Fouquet is gecanceld. De Standaard is gecanceld. Knack is gecanceld. De Morgen is gecanceld. Zizo Magazine is gecanceld. Dante's Inferno is gecanceld. Little Britain is gecanceld. Are you being served is gecanceld. Instagram is gecanceld. Facebook is gecanceld. De opiniepagina is gecanceld. De lezersbrief is gecanceld. De VUB is gecanceld. De VUB sterft. De VUB is dood. Onze universiteiten conformeren. Brussel is gecanceld (just kidding). Solidariteit is gecanceld. Universalisme is gecanceld. Elegantie is gecanceld. Sensualiteit is gecanceld. Seksualiteit is gecanceld. Galanterie is gecanceld. Een vleugje parfum is gecanceld. De man is gecanceld. De vrouw is gecanceld. Links is gecanceld. Centrum links is gecanceld. Vrije meningsuiting is gecanceld. Ik ben gecanceld. Taal is gecanceld. Een compliment is een agressie. Een blik is een agressie. Een lief woord is een agressie. Een tekst van lang vervlogen tijden is een agressie. Een deur openhouden is een agressie. Een glas betalen is een agressie. Een aanspreking is een agressie. Muntpunt is gecanceld. De Krook is gecanceld. Cultuur is gecanceld. Literatuur is gecanceld. Vlaamse literatuur is gecanceld. Carnaval is gecanceld. Cabaret is gecanceld. Black Lives Matter heeft zelfmoord gepleegd. La Boum en L'Abîme plegen zelfmoord. Lockdownfeestjes zijn collectieve zelfmoorden. Kunstcollectieven zijn progressieve sektes van zelfvoldoening en egoïsme. Consumeren is een uitlaatklep. Consumeren is leven. Eindelijk weer leven! Eindelijk op adem komen! Eindelijk het opgespaarde geld opnieuw uitgeven! Zeuren is de nieuwe universele taal. Klaag- en zaagcultuur ten top. De les spellen is het nieuwe opvoeden. Ik zeg wat jij moet zeggen, ik zeg wat jij moet denken, ik zeg wat jij moet lezen. Bij alles en iedereen komt een gebruiksaanwijzing. Googel het maar! Klik en leer. Waarom checken en dubbelchecken, het staat er toch? Wit is een kleur. Blank is een huidskleur. Wanneer een blanke man of vrouw of (zelf in te vullen) wit is, is de dood al langsgekomen. Soms ook in andere tinten zoals vaalgeel. Als een perkament. Wit van schrik. Wit van angst. Gemengde kleuren zijn verdacht. Woke verdacht. Kleur bekennen. Kleur als identiteit. Kleur als fataliteit. Ja, het zal wel zijn. Maar zo bestrijden we racisme niet. Kunst is geen kunst meer. Kunst is beleven. Kunst is Disney. Handjes in de lucht. Joelen. Juichen. Queerness is verkracht en verrot door het neoliberalisme dat kunsten gepenetreerd heeft. Ook de muziek is gestorven. We zijn de harmonieën kwijt. We zijn de melodieën kwijt. We zijn de arrangementen kwijt. We zijn de ooh's en de aah's kwijt. Tchingelinge ling, tchingelinge lang... weg. We zijn de fun kwijt. We zijn het leven leven kwijt. Het leven kleurt niet meer. Het leven is eentonig, het leven is saai. Het leven is zonder inhoud. We zijn fluïde, we zijn neutraal. Het leven is verbonden aan de oplader van de smartphone. Het leven is een lange klaagzang geworden. Instant generatie. Instant camera. Instantkoffie. Instant leven. Een druk op de knop "ik wil het nu". Verwondering: kwijt. Berusting: kwijt. Het toeval: kwijt. Moeite doen: kwijt. Kritisch zijn: kwijt. Iets onderzoeken: kwijt. We zijn het geduld kwijt. Privileges: nooit gehad. Zeg maar eens aan een gezin dat het einde van de maand financieel niet haalt dat ze in hun wit zijn geprivilegieerd zijn. Zeg het hen. Het leven is geconsumeerd. Gedisneyficeerd. Het leven is saai en vervelend wanneer het schermpje niet meer wil. Het leven is een schermpje. En als je dat schermpje niet genoeg voedt, gaat de stekker uit het leven. Een boek lezen, iemand aanspreken, op café gaan, eens naar buiten kijken, geduldig wachten in de rij aan de kassa en naar de mensen kijken. Allemaal gecanceld. Alt Right groeit. Marine Le Pen groeit. Vlaams Belang groeit. NV-A groeit. Populisme groeit. Religie groeit. Lawaai groeit. Polarisatie groeit. Ik groeit. Iedereen heeft wel een mening. Iedereen heeft wel een opinie. Iedereen heeft wel een opmerking. Iedereen gaat het wel eens zeggen. “Ik weet niet of... maar...”, “Misschien dat ...” en “Ik ken het niet maar ...”. Ik doe iets. Ik zeg iets. Ik denk niet na. Ik word op de vingers getikt. Ik moet verantwoording afleggen want ik weet niet beter. Ik excuseer me. Ik excuseer me voor mijn daden. Ik excuseer me voor mijn woorden. Ik excuseer me voor mijn huidskleur. Ik excuseer me voor mijn comfortzone. Ik excuseer me voor mezelf. Ik excuseer me voor al wat ik ooit heb durven denken. Mijn kop op tv. Mijn mea culpa in de media. Ik ben woke woke woke! Driemaal woke! Woke woke hoera!! Kneut kneut kneut. Op sociale media zeggen we dingen over de ander. Maar we zeggen het eigenlijk om onszelf in de kijker te zetten. “Zie eens hoe mooi IK over jou spreek. Like me en klik op mij!” Het gaat niet om jouw verdriet, het gaat erover hoe IK over jouw verdriet spreek, over hoe IK empathie toon. Like me, click me. Jouw verdriet doet er hier niet toe. Het is privé, neem het niet al te persoonlijk op. Wees neutraal in je fluïditeit. Click on me click on ME! We doen het niet meer in het algemeen belang. We doen het in het eigen belang. We doen het in MIJN belang. Hoe meer followers hoe meer deugd en vreugd. Zijn mijn vingers ook genderneutraal? Zijn mijn bewegingen, mijn losse handjes, mijn korte stapjes, mijn gebogen hoofd, mijn boertigheid soms, mijn lompheid soms, genderneutraal? Is mijn bloed genderneutraal, mijn botten en beenderen, mijn nagels en mijn snot, mijn darmen en mijn ingewanden genderneutraal? Kan mijn kut mannelijk zijn en kan mijn lul vrouwelijk zijn? Wat is de code? Waar is de gebruiksaanwijzing? Zeg me hoe ik kan ophouden mezelf te zijn en te zijn zoals jij wil dat ik moet zijn. Wat moet ik doen? Wat bedoel je met “gewoon jezelf zijn” wanneer je zegt hoe ik moet zijn? Vertel het me. Vertel het me. Zeg het me. Desnoods schrijf het me. Schrijven is helen en we moeten allemaal helen. Heel me. Verveel me. Vervel me. Label me. Like me or swipe me. Je mag niet meer labelen maar je moet neutraal en fluïde labelen. Woke woke hoera! Maar ik ga slapen, niet in jouw wereld waarin ik niet welkom WIL zijn. Het is een saaie wereld, jouw wereld. Er staat niets, er gebeurt niets, er is geen revolutie. Jouw wereld waar alles en iedereen neutraal, fluïde, zonder, a- en -loos is. Waar alles negativiteit uitstraalt. Waar het stinkt van zelfvoldoening, waar een vleugje parfum op de huid van mijn nek jou in genderkrampen doet steigeren. Waar schoonheid en elegantie ver te zoeken is. Waar dogma en stigma heersen. Waar geen grote verhalen geschreven worden, waar de acteurs zich in zelfbeklag rollen en het IK ten koste van het WIJ opereert. Waar geen lucht is om te ademen, waar sterren in de ogen niet meer bestaan, waar jij doet alsof je alles hebt uitgevonden terwijl je de wereld niet eens kan bewonderen. Ik wil weg van jouw wereld waar ik mezelf MOET zijn. Maar ik wil mezelf niet zijn. Mijn jezelf zijn is hoe Jij wil dat ik ben. Jouw wereld vol schermpjes en waar niemand met elkaar meer spreekt. Iedereen chat, twittert, swipet, mailt en googelt. Spreken, een praatje doen, iets zeggen... het ligt achter de gesloten deuren van bruine kroegen waar jij niet durft komen. Want je kan niet meer spreken. Je hebt niets te zeggen. Je weet niet meer wat spreken, zeggen, praten, laat staan voelen is. Kneuten wel, dat kan je goed. Je wil de hemelpoort zijn maar je bent de weg naar de hel. Blijf van mij weg. Kleef niet aan mijn huid. Vraag me niet waarom iets is. Zoek het op. Be a woke! Maar blijf de fuck off van mijn lijf. Talk to hand, lalalalala. Ik heb een kaasstolp over mij. Ik zie je - wat al afschuwelijk lelijk is, het voelt aan als een agressie op mijn netvliezen, jouw kleding als wapperende derdehands gordijnen, jouw vale kleuren, jouw gescheurde stinkende sneakers en jouw oversized jassen die je lijkt te verwarren met badjassen, jouw jogging/legging/trekking outfits die je van ’s morgens tot ’s avonds draagt en waarmee je ook gaat slapen verdienen de award voor worst dressingroom ever in history - maar ik hoor je niet. Blablablablabla. Jouw fast fashion doodt de planeet. Ik wil niet leven met jouw gebruiksaanwijzing. Ik hoef jouw instructies voor een beter leven niet. Als ik jou niet mag, omdat je me niet inspireert, omdat je me niet verwondert, omdat je me verveelt, dan ben ik in jouw woorden een racist, een homofoob, een misogyn, dan ben ik niet woke. En zo is het, ja, ik ben niet woke.

Erwin Abbeloos
30 0

Fit en fiet

Als je zoals wij, of tenminste zoals ik, wat ouder wordt, mag je bepaalde zaken aan je laten voorbijgaan. Zo moet je dan geen gekke dingen meer doen. Dingen waarvan de mensen denken: “Wat staat hij daar te doen?” Het overkwam me toen we met onze neefjes bij de fit-o-meter halt hielden. Maar laat me eerst iets over het woord fit-o-meter zeggen. Ik ben geen streepjesfan en zeker niet als een woord er twee heeft. En wat staat die ‘o’ daar in het midden te doen? Wie heeft dat woord uitgevonden? Wat is er mis met een trimbaan? Het wordt veelal uitgesproken als 'fietometer', terwijl het een 'fittometer' is. Dat is wellicht de reden dat die 'o' er tussen twee streepjes staat, zodat we het correct uitspreken, maar het tegendeel gebeurt. "Het gaat erover om fit te blijven, niet om fiet te worden”, legde ik als een schoolmeester uit. Wellicht heeft er iemand begin jaren '70, toen elke gemeente een trimbaan wilde aanleggen, op het kabinet van sport in Brussel voorgesteld om een nieuw woord te verzinnen. Want 'trimmen', dat zeggen we hier toch niet. Nu zitten we ermee, met die 'fietometer'. Maar terug naar de gekke dingen die ik niet moest doen. Onze twee neefjes daagden me uit om met hen aan de toestellen enkele oefeningen te doen. De evenwichtsbalk ging vlot, maar de sit-ups, het pompen en het bokspringen had ik moeten laten passeren. Ik had al voorbijkomende fietsers mijn richting zien uitkijken. "Zie hem daar," leken ze te zeggen. Toen ik me op het einde van het parcours wat afzonderde, wist de jongste van onze twee neefjes, die op jonge leeftijd al een alleraardigst gevoel voor humor heeft, deze nu al legendarische zin uit te spreken: "Nou Ruud, je ziet er precies toch niet meer zo fiet uit."  

Rudi Lavreysen
26 2

De dag dat de tijd voor altijd zou stoppen in Oostwinkel

“Wat herinner jij je nog van je middelbare schooltijd?”, vraagt ze me terwijl ik haar gebaar dat haar thee nog te heet was om te drinken.  “Ik herinner me het als een tijd die nooit leek te eindigen”, zeg ik na lang aarzelen.  “Ik ging vaak hardlopen, kilometers aan een stuk langs de vaart. Begroef mezelf in dikke boeken aangezien die makkelijker te begrijpen waren dan mijn leeftijdsgenoten. Ik haalde mooie cijfers en hield ervan om met mijn beste vriendin onze microkosmos te observeren.” “Sommige mensen zeggen dat dit hun beste tijd was”, mompelt ze terwijl ze een kussen herschikt. “De jouwe lijkt ook wel heel idyllisch”, voegt ze eraan toe. “Wel ik weet het zo niet”, zeg ik snel. “Het was een vrij monotone wereldvreemde tijd voor me. Frivool, maar ook angstaanjagend”. Ze kijkt me met pretlichtjes aan, vol  verwachting. Uiteraard dient het angstaanjagende besproken te worden. Tienerdrama op een vrijdagavond, het werkt op de lachspieren. Ik duik even in de tijd. De staalblauwe hemel. Iets met luchtballonnen. Hoe ik toen dagelijks een jeans en een sweater droeg zodat ik niet opviel tussen de rest. Eenheidsworst was mijn plat préféré terwijl ik toen al besefte dat ik vegetariër ben en zal blijven. De tijd zou gaan stilstaan onder het blauw. Mijn tienerhart zou daar, in een dorp dat maar één straat had, platgereden worden door een grote truck. Een truck zoals deze van de maffiaboerenfamilie die het dorp terroriseerde. De zoon reed vaak in zo’n monster met een rotvaart door de dorpskern. De kasseien en huizen daverden als hij passeerde. De dorpelingen zuchtten dat hij nog de dood zou vinden. En dat deed hij, vele jaren later. Sindsdien vechten de kasseistenen niet meer. Maar goed, het was niet deze boerenjongen, maar de jongen uit mijn klas die het object vormde van mijn tienerhart. Ik vond hem intelligent en zacht van hart. Mijn dromerige en met vlagen asociale persoonlijkheid merkte hem op. De tranen die hij huilde toen hij dacht het niet te trekken in die zware wiskundeklas. Ik begreep toen al dat fijne mensen zichzelf tot in het belachelijke in twijfel durven trekken. In de L.O-les liepen we in hetzelfde ritme. Ik deed niet mee aan de valentijnsactie op school. Die leek er enkel op gericht te zijn analfabeten met amourezue intenties te kijk te zetten. En zo besloot ik mijn verliefde gevoelens te gaan opbiechten in het hol van pluto. Ik stond klaar op mijn fiets te springen toen de doodsangst het van me over nam. Ik zou er afgewezen worden. Mijn hart als een pompelmoes platgereden door een pickdorser. En de hele school zou het weten. Wat een onoverkomelijke schandalige daad! Een ander graag zien, getver. “Ik ben dus uiteraard nooit vertrokken”, lachte ik. Ze proestte het uit en morste thee op de zetel. Ik heb sindsdien talloze risico’s genomen. Sprong. Belandde op mijn pootjes, belandde op mijn gezicht. Reisde rond, beleefde koortsachtige nachten met deadlines, gierde het uit in de armen van vriendinnen. Nam afscheid en dronk pompelmoessap. En Oostwinkel bleef Oostwinkel.

svm
22 1

Bibliotheekbus

Gggod verr domme! Zijn vloek klonk als aanrollende donder alleen was het voor schuilen al te laat. Zit je nu weer met je kop in een boek, brulde hij terwijl hij haar paardenstaart vastgreep, het rond zijn pols draaide en haar  eraan uit de zetel omhoogtrok tot enkel nog de tippen van haar tenen de grond raakten. Wat hebben we  afgesproken? siste hij in haar oor, Zeg het mij ,wat? De pijn deed haar naar adem happen. Ik wacht, wat hebben wij afgesproken? en hij verstevigde zijn greep nog Ze probeerde de pijn te verbijten.  Ik hoor niets? Kom zeg het dan, wat zijn we overeengekomen? Examens voorbij, …boeken toe, lukte het haar om te zeggen Wat, ik heb het niet goed verstaan, zeg het nog eens? Examens voorbij, boeken toe, perste ze eruit Hij liet haar paardenstaart los. Ze  wankelde  en moest zich vasthouden aan de zetelleuning om niet te vallen. Inderdaad, examens voorbij, boeken toe en wat is dit dan?, zei  hij en hij pikte met twee vingers het boek op dat uit haar handen gegleden was, hief het ter hoogte van zijn linkerknie en schopte het dan met zijn rechtervoet de lucht in.  Als een vogel met kartonnen vleugels vloog het de kamer door om dan met een smak op de koude assen van de haard te vallen. Zo, grijnsde hij tevreden, daar maken we een lekker vuurtje mee. Waag het niet om het eruit te halen! Maar Vake, dat boek is niet van mij! protesteerde ze Ah neen? Van wie is het dan? Wie heeft jou een boek gegeven? Wie? Hij sloeg met zijn vlakke hand op tafel. Het is van de bibliotheek, zei ze met een klein stemmetje en ze ging automatisch aan de andere kant van de zetel staan. Wanneer ben jij naar de bibliotheek geweest? He? Wanneer?  Heeft die van hiernaast je weer meegenomen? Ze schudde haar hoofd. Neen? Dan heeft dat wijf van Tavernier het voor jou meegebracht? Ze schudde opnieuw haar hoofd. Hij zuchtte ostentatief, ga je het  mij nu nog zeggen Lisette of… Hij hief zijn hand dreigend de lucht in. De bibliotheek heeft een bus waarmee ze één keer per week een ronde doet en die stopt aan het erf van Eggers. Die informatie leek hij  even te moeten verwerken. Waarom? Om iedereen de kans te geven om boeken uit te lenen, ook zij die ver weg wonen zoals wij. En die van Eggers die lezen boeken zeker? Ja, allemaal.  Maar Prosper Eggers toch niet. Jawel, Prosper leest graag verhalen over oorlog en spionage, zegt hij en Maria leest graag kasteelromans en de kleinkinderen lezen vooral stripverhalen Mannekesbladeren! Voor kinderen die nog moeten leren lezen? Die kinderen kunnen allemaal allang lezen en heel goed zelfs. Lisette besefte meteen dat ze dit laatste niet had mogen zeggen.  Ze sloot de ogen en kromp ineen, klaar om de eerste slag te incasseren. Maanden, zelfs jaren nadien was de schietpartij terugkerend onderwerp van gesprek aan de toog van café Het Zwarte Schaap. Dat Firmin Spapens op een dag de kleine Lisette zou doodslagen hadden ze allemaal allang gevreesd maar dat hij zijn buren  als loslopend wild zou afschieten dat had niemand zich ooit kunnen indenken. Het was ook nooit helemaal duidelijk geworden wat de aanleiding hiervoor geweest was. Er werd gezegd dat toen de politie bij hem binnenviel hij rustig bij het haardvuur zat een boek te lezen, maar voor wie hem kende was dat flauwekul want Firmin kon amper lezen of schrijven.  Toch moest het iets met boeken te maken hebben wist de waard van het café want de man van de bibliotheekbus had hem verteld dat de boeken die ontleend waren door de Eggers, de Taverniers en de kleine Lisette zelf, nooit zijn teruggevonden.          

Paula Dumont
18 0

Over berg en dal

Vorige dinsdag zijn we gaan wandelen. Niet zomaar wat kuieren, nee, echt wandelen, met wandelschoenen aan en een rugzak mee. Urenlang liepen mijn man en ik van het ene beekdal in het land van Herve naar het andere. We stapten over bospaadjes en geasfalteerde wegen, soms naast elkaar, soms achter elkaar. We doorkruisten weiden met klaphekjes en kwamen stevige klimmetjes tegen. Ondertussen genoten we van de vele vergezichten.     De heuvelachtige streek waar ik woon, kan me nog niet zo heel lang bekoren. Geboren en getogen in de Limburgse Kempen bemin ik nog altijd de droge, zwarte grond, de geur van de naaldbossen en vooral het vlakke landschap daar. Alles is er zo overzichtelijk en behapbaar. En een plat landschap opent de geest. Daarom ga ik ook graag naar zee. Liever dan naar de bergen, die ik pas als tiener leerde kennen, toen ik met een oom en tante mee op skivakantie mocht. De sneeuw was fijn, vooral als je van binnen naar buiten keek, maar die bergen… er waren er te veel en ze waren te hoog. Ze beklemden me. In de bergen voel ik me nog steeds niet op mijn gemak. Ik vind ze bedreigend. Sommigen beweren dat bergen sprookjesachtig zijn, en mysterieus. Nou, ik geloof niet meer in sprookjes en van mysteries houd ik niet.     Het moeten wel heel speciale mensen zijn, mensen die van wandelen in de bergen houden en een top beklimmen, gewoon om die top te halen en te kijken wat erachter ligt. Je ziet toch alleen maar nóg meer bergen die je moet overwinnen? Waarschijnlijk zien ze het leven als iets waar ieder obstakel moet en kan overwonnen worden, denk ik dan, en weten ze nog niet dat dat niet gaat, dat je sommige dingen in een hoekje moet laten staan. Al die hoogteverschillen en vooral de zon nog niet gewend, kreeg ik het af en toe moeilijk. Met een kop die er volgens mijn man uitzag als een tomaatrode pompoen moest ik dan ook af en toe vragen een kleine rustpauze in te lassen. Gelukkig had hij daar alle begrip voor. Misschien is dat waarom ons huwelijk al zo lang standhoudt: we sleuren elkaar door de heuvels en valleien, door de bergen en dalen van het leven, houden af en toe halt om elkaar weer moed in te spreken en daarna weer samen verder gaan. Soms naast elkaar, soms achter elkaar, maar altijd weer komen we bijeen.

ingridvdk
8 1

Den bruin. a

"Waarom schrijft ge altijd over den bruin?" vroeg iemand mij onlangs."Omdat den bruin in de verdomhoek zit," zei ik."De allochtoon, bedoelt u," verbeterde hij me.Ik zuchtte om zoveel onbegrip. "Ik bedoel wel degelijk den bruin. Neem nu de witte allochtoon, de Oost-Europeaan. Buiten een laag loontje — dat vaak onze sociale zekerheid belast omdat het meestal zwart geld is — wordt die man niet bespot of dagelijks vernederd. Dit in tegenstelling tot mijn bruine vrienden, die elke dag vuile, kwade blikken moeten trotseren." Neem nu een van mijn beste vrienden: in Antwerpen geboren en getogen, maar hij is bruin. Zijn hele leven moet hij al vernederingen ondergaan, op school en op straat. Uit angst heeft hij zichzelf herschapen in een 'halve Italiaan'. Weet u hoeveel geld hij betaalt om er 'netjes' uit te zien? Het ontkroesen van zijn prachtige haar kost hem maandelijks een fortuin. En dan is er nog de druk van zijn familie; zij geloven dat wie de beste is, niet vernederd wordt. Dus staat hij dagelijks onder enorme prestatiedruk. Alcohol heeft hij afgezworen, daar wordt hij te snel agressief van. Zijn redding is zijn joint. Na een haaltje staat hij weer lachend en positief in de samenleving. Iedere pipo die hem agressief benadert, wordt onthaald op een lachsalvo. Dat werkt zo ontregelend dat de agressor uit pure verbazing zijn aanval staakt. Wanneer hij drinkt, reageert hij verbaal veel scherper. Hij kan er eigenlijk weinig aan doen; de dagelijkse druk is zo hoog dat ik het begrijp, al zeg ik hem dat hij ermee moet ophouden. Hij doet er alleen zichzelf pijn mee. Hij wordt gestraft, niet de agressor.Als ik hem dat zeg, zucht hij. Met tranen in zijn ogen zegt hij: "Ik weet het, ik weet het. Maar als er weer iemand in mijn gezicht spuwt of mijn dure jasje besmeurt terwijl ik wat gedronken heb, dan wordt het mij te machtig. Trouwens, niks doen is voor zo’n agressor een teken om door te gaan. Op de goegemeente hoef ik niet te rekenen. Ze hebben een grote bek als ik agressief uithaal, maar de blanke agressors laten ze begaan." Hij vervolgt: "Weet u, ik doe mijn uiterste best op school, ik ben een van de besten. Op een dag vierden we met de klas ons eindfeest. We hadden wat gedronken en stonden bij een bushalte toen twee oudere kerels mij begonnen uit te schelden. Eerst reageerde ik niet, maar de doodse stilte die over ons vrolijke groepje neerdaalde, sprak boekdelen. Iedereen was sprakeloos door de grofheid van die woorden. Het voelde als een koud bad. De agressors dachten waarschijnlijk dat we een gemakkelijke prooi waren en vielen ons fysiek aan. Kan ik het helpen dat ik een getrainde atleet ben? Ik sport en hoor bij de top; door het vele trainen sta ik scherp. Toen ik uithaalde, dacht ik niet aan dat onnozele jasje. Ik dacht aan de tranen van mijn moeder die dat jasje straks zou zien. Ik sloeg. Twee keer, zeer geconcentreerd. Het was nooit de bedoeling dat het zo erg zou aflopen: een gebroken pols en een gebroken been — dat laatste niet eens door mijn slag, maar doordat hij verkeerd viel. Alle omstanders kozen direct partij voor die 'brave witte jongens' die lagen te kermen. Alleen mijn schoolvrienden verdedigden mij. Daarna kwam de politie." Uiteindelijk oordeelde de rechter dat hij zich als getrainde atleet beter had moeten beheersen en dat hij een gevaar vormde. Hij werd voor een paar maanden naar een jeugdinstelling gestuurd. "Op dat moment zag ik weer het huilende gezicht van mijn moeder," vertelt hij. "Ik beet mijn lippen kapot om niet te huilen. Het lukte. In de krant stond dat ik emotieloos overkwam, maar ik heb geleerd dat mannen niet huilen. Begrijp je nu waarom ik van alcohol ben overgeschakeld op wiet? Van drank word ik te snel agressief. Het zullen de genen wel zijn.""Genen?" zei ik verontwaardigd. "Daar bestaat geen enkel bewijs voor. Zou het niet door de dagelijkse vernederingen komen?""Nee," zei hij, "het kwam door die ogen. Ik had telkens het gevoel dat ik háár teleurstelde. Weet u hoeveel pijn dat deed? En elke keer werd die pijn erger. Het enige wat hielp, was een stevige joint. Daar word ik kalm van."Ik luisterde sprakeloos. "Maar geraak je dan zo gemakkelijk aan wiet?""Dat is een probleem," gaf hij toe. "Ze hebben het al vaker in beslag genomen.""Word je dan niet kwaad?" vroeg ik."Kwaad wel, maar niet agressief. Voor ik de trein opstap, rook ik een paar flinke toeters. Wiet maakt me vrolijk, dan kan ik erom lachen. Het pijnlijke is dat als het geld op is, ik een week niks heb. Ik vrees de dag dat ik weer naar de alcohol grijp.""Heb je nu iets?" vroeg ik."Nee," zei hij bedeesd."Wel, tast toe," zei ik en ik gaf hem wat. Mijn toehoorder was even stil van mijn woordenvloed. "Wat is er verder met uw bruine vriend gebeurd? " klonk het, en hij vermeed het woord allochtoon.   Mijn bruine vriend werd opgesloten in een zaal. Mijn bruine vriend moest slapen in een bed, die naast een bed stond waar een zwaar getatoeëerde man sliep. De meeste tattoo's waren hakenkruisen. De gehele nacht moest mijn bruine vriend de racistische kreten aanhoren, van een man die al 25 jaar opgesloten zat. Een bewaker zei mijn hoog intelligente bruine vriend dat teveel boeken lezen slecht is voor de hersenen. Een patiënt die in een crisis terecht kwam werd door drie HULK'S met baseball bats kalm geslagen, met een verdovend product ingespoten en naakt vastgebonden opgesloten in een kale cel. En het gebeurt nu nog in, achterlijk conservatief België. De enige arts die voor honderden patiënten beschikbaar was, werd veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn patiënten. ___________________________________________________________ FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ _________________________________________________________________________________          

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
187 0

Knisperende lolly's in oorlogstijd

Het was donker en stilde golven glinsterden zonder geluidgeen mens op straatbehalve dat ene paar onder het zwakke lantaarnlichtals in een filmset. Hij 500 kilometer van huis, voor het werkzoon van een Joodse vader en Palestijnse moederglanzend lang zwart haar met pijpenkrullenamberkleurige grote ronde ogenlosse broek en lange zwarte jasspeelse tred. Zij 5000 kilometer van huis, op vakantiedochter van Gentse bourgeoisiestijl blond haargroene ogenzomers kleedjevoorzichtig volgend. Hij praatte er op losstak een kauwgum in haar mondomdat haar mond te vies rook om te kussen dacht zemaar hij kuste haar nietstak vervolgens kaaschips in haar monden praatte verderaf en toe een danspasje of theatraal gebaar.In haar mond vormden de kaaschips en kauwgum een vieze brijde walgelijke smaak eiste al haar aandachtzijn lieve woorden drongen niet meer doormaar nu kuste hij haar wel. Misschien rook haar mond nu zoals hij dat wouhaar deed het kokhalzeneen vreemde gewaarwording in combinatie met de opwindende kussenin een donker portiekin een lege vreemde badstadop een eerste datemet een vreemde man die recht van de catwalk leek te komen. De laatste date was heel anders... Op een vroege ochtendop de hoek van de straat wachtte hij haar opnam haar kin in zijn hand fluisterde Principessazette zijn zwarte hoed op haar hoofden kuste haar daarondernam haar dan bij de handen huppelde aan haar zijdeeen voet op en af het trottoirtot bij de snoepwinkelkocht haar daar een lolly met knispertjes wachtte vol verwondering en met kinderlijke ogentot de knispertjes in haar mond zouden ontploffenen een vreugdekreetje veroorzakenzij zag vuurwerk hij toverde hun leven tot een speleen feest.In zijn appartement haalden ze herinneringen ophij wou haar nog eens onder de douchewaste haar haren met bloemengeurstiftte haar lippen roodlegde haar op bed. Ze wandelden terug naar de bushaltehij opnieuw honderduit vertellend zij voorzichtig om het betoverend verhaal niet te doorbrekenhij terug naar zijn stad in oorlogzij terug naar haar huisen bij elk nieuwsbericht over een bomaanslag die hartverscheurende vraag"zat hij op die bus?"      

Fien SB
56 2

Tussenruimte

Zij en hem, in de kamer die zich vult met volle stilte, terwijl de poezen verder spinnen. De impasse groeit, met wortels die haar voeten gijzelen en takken die zelfs haar diepste verlangens overwoekeren. De ruisende zee verschuilt zich in haar schelp. De olie op haar vleugels verhindert haar eruit te vliegen.   Verloren in een tussenruimte. Te rationeel voor de emotie, te emotioneel voor de ratio.Te aards voor God, te spiritueel voor de atheïst. Te perfectionistisch voor de je-m’en-foutist, te relativerend voor de perfectionist. Te pessimistisch voor de optimist, te optimistisch voor de realist. En ergens daar tussenin, op zoek naar haar ware zelf. De spiegel reflecteert de moedeloze zwaarte die haar op dagen als deze aan de grond kluistert. Haar geest sleept al een tijdje haar lichaam mee, als een nodeloze klomp vlees. Een lichaam, allergisch geworden aan stress, beschuldigt haar geest ervan haar te lang genegeerd te hebben. Een geest die het gewoon goed wilde doen, en pijn verafschuwt, wil er niet van horen. Lichaam en geest die elkaar, zelfs met de juiste coördinaten, maar niet kunnen vinden. En dan het plotse spreken, dat er al lang zat aan te komen.Je bent de laatste tijd zo geprikkeld, hoor ik. Hoe ben jij dit niet, zeg ik dan. Knuffels zonder contact, contact zonder knuffels. Ademenen met maskers, terwijl haar longen de zuurstof, en de liefde, naar binnen willen slurpen. Het leven doodt, de kleingeestigheid vergroot. De aarde mist de hemel, de hemel weet niet wat gedaan. De zon als zoekend oog nodigt ons uit naar boven te kijken. Wees niet bang, liefste, de eenheid zal stilaan de tweestrijd verslaan. Tranen van geluk en verdriet vloeien samen in ons kloppend hart. De duisternis die ons verblindt, zal de draagbare lichtheid laten schijnen.

CasaSara
4 0