Lezen

Hier zijn er geen gedachten of tijd. Hier is er alleen het nu.

Het heldere water zoekt een weg naar beneden. Het stroomt tussen stenen, neemt takjes en blaadjes met zich mee. Het ruisende bos strekt er zich hoog bovenuit. De pijl van de wandelroute wijst diagonaal omhoog, hoe hoog is moeilijk in te schatten. Aan de voet van de helling kus ik je en loop er dan vandoor, langs het stromende water het bos in. Jij blijft even staan en kijkt hoe ik naar boven klim. Wat verder wacht ik op jou, gehurkt aan de rand van het smalle beekje. Ik steek mijn hand in het ijskoude water. De koude stroomt tussen mijn vingers door. Ik kijk je glimlachend aan, sta recht en stap via de stenen in het water naar de overkant. Je knielt en steekt twee vingers in het water. Dan loop je naar me toe, sla je jouw armen om me heen, streel je mijn wang en druk je een kus op mijn voorhoofd. We luisteren naar de stilte rondom ons. Je laat me los en loopt voor me uit verder het steile bos in. De boomwortels en losliggende stenen vermoeilijken ons pad. Ik volg jouw voetstappen want waar jij veilig stond, zal ook ik veilig zijn. We zwijgen en zoeken elk ons eigen ritme. Soms doorbreekt een van ons de stilte, om uit te blazen of om ons aan te moedigen. Hier zijn er geen gedachten of tijd. Hier is er alleen het nu. Geen gedachten over straks of vorige week. Ik heb geen idee hoe laat het is. Tot de kerkklok in de verte luidt. Vier keer. We zijn er vast bijna, zeg je opnieuw. Telkens hoop ik dat je gelijk hebt. Mijn voeten willen niet meer, ze doen pijn. En dan, even plots als de helling begon, stopt hij. De rotsen laten we achter ons en we komen op een aangelegd pad terecht. Hier zijn er enthousiaste ouders, luide kinderen en honden die liever thuis waren gebleven. Alsof we terug in de wereld komen, zeg ik en jij slaat je arm om me heen. Je klopt zachtjes op mijn schouder. De zon straalt tussen de boomkruinen door. Het glas ijskoude limonade dat we in het boshutje drinken, is het beste dat ik ooit dronk.

Evelien Boutsen
28 0

Wat ik mis in de lockdown

Tijd voor een bekentenis. Ik was gisteren op zoek naar die mooie bloempot, toen ik mijn knalrode vaas terugvond. Die nam ik ooit als een soort trofee mee na een avondje stappen. De vaas is spuuglelijk, maar dat was op het moment van het ontvreemden wel het laatste van mijn gedachten. De vaas behoorde toe aan het interieur van een gloednieuw hotel. Het hotel opende net zijn deuren en dat moest natuurlijk feestelijk gevierd worden met mannen in maatpakken en vrouwen in avondjurken. Mijn lief en ik waren op wandel, op zoek naar een café in de stad dat ontdekt moest worden. Het was donker op straat, het tafereel binnen baadde in het licht. We zagen groepjes mensen in geanimeerde gesprekken, er waren bubbels (de goeie soort), er waren verfijnde hapjes op een lopende band en bovenal, er was niemand die zich bezighield met wie het hotel binnen of buiten ging. Mijn lief en ik wisselde een blik, grijnsden naar elkaar en glipten binnen. We dronken te veel en we aten om dat te compenseren. Ik bleef maar kirren hoe fantastisch ik het systeem van de lopende band vond, onderwijl het ene na het andere hapje van de band pakkend. We voerden gesprekken met wildvreemden ('hebben jullie de lopende band met hapjes al gezien?'). Sommigen fluisterden ons toe dat ze wel wisten dat wij niet uitgenodigd waren, anderen vroegen geïnteresseerd wat onze functie was (‘hij iets met sales, ik iets met HR’). Ik staakte mijn zoektocht naar mijn mooie bloempot en haalde de vaas van de plank. Ik kocht bloemen en zette ze op de tafel in de woonkamer. De vaas werd het symbool van al wat ik mis in deze tijden. Ik mis de spontane en onberekende plotwendingen van elke dag. Ik zou zowaar la casa de papel beginnen bingewatchen om toch maar verrassende, ja zelfs vergezochte plotwendingen mee te maken. Ik mis het aan de praat raken met iemand van buiten je cirkel. Onvoorspelbaarheid kan in de juiste dosis inspireren, scherp houden en energie geven. Ik zit gevangen in een keurslijf van voorspelbaarheid. Er is geen opening voor een toevallig gesprek en geen gesprek tijdens een toevallige opening. Tijdens het schikken van de bloemen in mijn rode vaas wist ik plots wat het is dat ik mis in deze lockdown: serendipiteit. En mocht u aan één bekentenis niet genoeg hebben, hier is er nog één. Ik voel me nog altijd schuldig over het ontvreemden van die vaas. Ik heb al een plan als deze lockdown voorbij is: ik breng de vaas terug naar het hotel en informeer intussen of die lopende band met hapjes nog in gebruik is.   Dochter: Ik las net in de krant dat een hotel in de stad failliet is. Check die foto. Hebben wij niet net zo’n vaas als in die lobby? Moeder: Ahja, inderdaad. Wat een toeval.

Lore Dewulf
34 1