Lezen

De burn-out mentaliteit

Ergens had ik de ijdele hoop dat deze mentaliteit een trage dood tegemoet ging. Er is immers al heel wat gezegd en geschreven over burn-outs, alsook leef ik in de veronderstelling dat de gevoeligheid en zodus het bewustzijn collectief aan het toenemen is. Onzichtbaar traag echter, maar toch. Tot ik mij plots weer in het gezelschap bevind van mensen die met misplaatste trots hun grenzen onder spanning zetten. Mensen die onder het mom van een relativerende grap spotten met hun slaaptekort en wankele eigenliefde. Dan besef ik dat het tij nog niet aan het keren is, maar dat we er nog middenin zitten. In een wereld die een zelfdestructieve werkwijze verheft tot succesvol ondernemen. Het is een valkuil waar ik mij jaren geleden ook in liet meesleuren. Ik ging er verkeerdelijk van uit dat mijn eigenwaarde rechtstreeks gelinkt was aan wat ik presteerde. Dat hoe meer ik presteerde, des te meer ik waard was. In mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ beschrijf ik onder andere hoe ik mezelf uitsloofde bij het runnen van een kunstgalerij. En hoe ik de opening ervan niet fysiek kon bijwonen wegens ziek en overwerkt. Ik heb mezelf heel wat klappen gegeven alvorens het goed en wel was doorgedrongen dat niets, maar dan ook werkelijk niets, mijn gezondheid waard is. Geen ambitie, droombeeld of verlangen is het waard om voor te creperen. Het lijkt erop dat veel mensen zichzelf alleen iets gunnen als ze ervoor door het slijk zijn gegaan. Alsof ze mooie dingen eerst moeten verdienen alvorens ze er recht op hebben. Alsof alles een prijs heeft. Uiteraard is hard werken om daar vervolgens de vruchten van te plukken bewonderenswaardig, maar ik heb de indruk dat het harde werk vaak wordt doorgedreven tot zelfkastijding. Ik hoor mensen pochen met het feit dat ze geen tijd nemen om te eten, want het nemen van een pauze zien ze als een teken van zwakte. Dit wordt niet zo expliciet verwoord, maar hun hele houding predikt een bun-out mentaliteit. Het tekort doen van zichzelf wordt gezien als iets waarvoor men aanzien moet verwerven, als een sterkte. Ik vermoed dat het gaat over een cultureel verschijnsel en dat deze vorm van zelfdestructie typerend is voor een Westerse consumptiemaatschappij. Alles en iedereen is vervangbaar en het moet vooruit gaan. Zogenaamde welvaartsziekten zijn daar een symptoom van. Het onderliggende pijnpunt is, zoals haast altijd, een gebrek aan eigenliefde. Het gevoel niet goed genoeg te zijn, doet een mens overcompenseren. Jezelf overwerken is een statussymbool, want mensen die nergens tijd voor hebben daar deinzen we met respect voor achteruit. Iemand die het druk heeft, die willen we niet storen. En het gebeurt vaak, ik trap daar zelf ook nog geregeld in, dat de drukdoenerij van een ander ons confronteert met onszelf. Dat we ons dan gaan afvragen of we beter ook geen tandje kunnen bijsteken. Want in contrast met een razend werkritme, lijken we misschien gewoon lui. En daar schamen we ons voor. Wie zichzelf consequent voorbij loopt, botst op een gegeven moment wel ergens tegenaan. Als het geen lichamelijke aandoening is, dan duikt er wel ergens een andere problematiek op die de nodige stilstand hardhandig opdringt. Sommige mensen, zoals ikzelf, zijn hardleers. Ze zullen enkel vertragen als ze in het nauw gedreven worden, als het echt niet anders kan. Soms is er heel wat zelfsabotage nodig om uiteindelijk te kunnen inzien dat de mooiste dingen des levens gratis zijn. Dat stilstand paradoxaal genoeg meer vooruitgang oplevert dan heen en weer geloop.

KarolienDeman
44 2

Vormen van landen (6)

Ge zit op de tram en ge kijkt door het raampje naar buiten.De zon schijnt eindelijk helemaal doorheen het mistgezicht van de stad.De lucht heeft alle buien van gisteren uitgewist en is een heldere aanmoediging geworden om op zoek te gaan naar zoveel mogelijk innerlijke veerkracht.Laag in de lucht ziet ge een passagiersvliegtuig voorbij komen.Het toestel zit al volop in landingsmodus. De wielen zijn naar buiten geklapt, in minder dan tien minuten zal het vliegtuig in de luchthaven op de grond staan.Rond u zitten verschillende mensen met een smartphone in de handen. Ze kijken niet naar buiten, maar swipen er op hun schermpje duchtig op los.Hoewel ze met hun lichaam wel op de tram zitten, zijn ze niet aanwezig.Buiten glijden de vertrouwde beelden voorbij: kinderen die op weg zijn naar school, het verkeer dat opnieuw gestremd zit, een doorkijkkantoor dat u onbelemmerd zicht geeft op mensen die verdieping na verdieping schijnbaar onbewegelijk aan een bureau zitten en deel uitmaken van één of andere kosten baten analyse die meer resultaat zal moeten opleveren dan het jaar ervoor en op zijn beurt in de komende jaren telkens opnieuw overtroffen moet worden. De tram begint steeds harder te rijden. Hoe sneller hij rijdt, hoe moeilijker het wordt om datgene waar ge door het raampje naar kijkt écht in uw blikveld vast te houden.Hoe sneller de dingen voorbij flitsen, hoe vlugger ze aan betekenis beginnen te verliezen.Ge weet dat dit fenomeen, méér dan dat ge aan uzelf wilt toegeven, uw leven aan het bepalen is. Dan valt uw blik op een jong koppeltje vooraan in de tram. Ze zijn zonet ingestapt.Omdat alle zitplaatsen inmiddels ingenomen werden, zijn ze recht blijven staan. Hij houdt zich vast aan een lus die uit het plafond van de tram bengelt.Zij houdt zich vast aan hem, haar armen rond zijn middel, haar hoofd rust tegen zijn borst.Af en toe fluistert hij haar enkele woorden toe en dan knikt ze.Bij elke bocht die de tram neemt, wiegt het ene lichaam dat ze samen vormen zacht heen en weer. Het is zo’n zuiver en vredig beeld dat ge uw ogen onmogelijk van hen kunt afhouden.Ge laat u voeden door wat ge ziet. Als ge er voor openstaat, kunt ge dagelijks mini-taferelenvan een dergelijke onverwoordbare schoonheid observeren. Meestal gaat het om gebeurtenissen die zich afspelen tussen twee oogopslagen in: bijvoorbeeld een jonge moeder die onbeschrijfelijk liefdevol een baby uit de kinderwagen tilt. Of, gewoon, iemand die u plots met een heerlijk ontwapenende glimlach tegemoet komt. Maar zoals het wel vaker in het leven gaat: elk tafereel van schoonheid heeft zijn tegenhanger dat vroeg of laat uw pad kruist. Wat uw eigen leven betreft, laat het tegenbeeld gewoonlijk nooit erg lang op zich wachten. Het jonge koppeltje heeft intussen de tram verlaten. Op het bankje voor u is een man komen neerploffen. Onmiddellijk dringt een afschuwelijke geur tot u door: de penetrante stank van iemand die zich al héél lang niet meer gewassen heeft.Met uw hand voor uw mond balanceert ge op het punt dat ge zult moeten kokhalzen, een reflex die ge nog enigszins in bedwang kunt houden door een tijdlang niet in te ademen, maar dan moet ge dat tóch en net op het moment dat ge overweegt om op te staan en uzelf zo snel mogelijk te bevrijden uit deze afgrijselijke damp, komt de man zélf overeind en stapt hij uit.Maar boven het zitbankje is onmiskenbaar de geur van vlees in ontbinding blijven hangen.Een jonge vrouw is nu op die plaats gaan zitten. Nog vóór de tram zich opnieuw in beweging zet, draait ze zich met een verontwaardigde blik naar u om en staat ze op om een andere zitplaats te zoeken, vér uit uw buurt. ‘Ik was het niet!’, wilt ge haar naroepen, maar ge houdt u in en door de inspanning die u dat kost, begint ge luidop te lachen.Enkele kilometers verderop raken de wielen van het vliegtuig, na een eerste vluchtig contact met de landingsbaan, nu definitief de grond.

Andreas Raven
78 1

Sh*t happens

WHEN SHIT HAPPENS Het is me nog eens gelukt. Ik heb nog eens de moed gevonden om een douche te nemen en me aan te kleden. Zeg gerust uitdossen. Kleedje aan, juweeltjes van onder het stof gehaald, vlecht in de haren. Ik heb zelfs de energie gevonden om me nog eens te schminken. Een vaardigheid die ondertussen toch wat verleerd lijkt te zijn (‘hallo panda-ogen’). Maar hé, ik voel het heel duidelijk: vandaag wordt het mijn dag. Geen zetelhangende pyjamadag, maar een fris en fruitige dag. Voor ik de deur uitga om de wereld mijn herboren ik te tonen nog snel even die baby verschonen.  Think positiveOndertussen dwalen mijn gedachten verder af in mijn positieve flow. Vandaag ben ik gewoon ‘the bomb’, ik ben sexy, ik ben mooi. Ik ben in kak getrapt. Mijn blik dwaalt naar beneden om het te verifiëren. Van tussen mijn tenen zie ik een bruine substantie prijken. Ja, ik ben echt in kak getrapt. Op de een of andere manier is mijn baby er in geslaagd om met de snelheid van het licht een drolletje de ruimte in te schieten.   #perfectlifeDit moet mij weer overkomen. Terwijl andere vrouwen op een roze wolk zitten, sta ik zowel letterlijk als figuurlijk met mijn voeten in de stront. “#lovemylife”, ik kon er niet verder van staan. Is het ok om toe te geven dat ik moeder zijn niet leuk vind? Dat ik moeite heb om een band op te bouwen met mijn baby en dat ik me niet verbonden voel met zowel die moederrol als mijn baby? Toegeven dat je verzuipt in tijden van #perfectlife is een hoge drempel om over te geraken. Maar als ik het doe, zal de maatschappij mij dan in een vergeetput gooien om die dan snel weer af te sluiten? Mogen we in onze maatschappij nog toegeven dat we niet genieten, maar dat we echt worstelen? Kan dat wel? Alleen op de achtergrond Ik heb er lang over liggen piekeren. Nachtenlang heb ik er wakker van gelegen, ook al had ik beter geslapen (gigantisch slaapgebrek enzo). Kon ik wel toegeven aan mezelf en aan mijn omgeving dat het niet was wat ik ervan verwachtte? Dat ik moeite had met de nieuwe dynamieken die gepaard gaan met het ouderschap? Plots lijk je naar de achtergrond van je eigen leven te verdwijnen. Mensen zien je schattige baby, vragen hoe het met je baby gaat en vergeten vaak dat jij achter die baby staat. Soms wil je wuiven en zeggen: ‘Joehoe, ik ben er ook nog hoor! Niet die ‘moeder-Ik’, maar die ‘echte-Ik’. Die ‘Ik’ die er eigenlijk eerst was’. En naarmate de tijd verstrijkt begin je te denken dat die ‘echte-Ik’ misschien toch niet zo belangrijk is in het grote geheel. Je past je aan en wordt naarmate de tijd verstrijkt alleen ‘Moeder’. Na een tijd begin je je af te vragen wie die ‘echte-Ik’ ook alweer was? Je begint een soort van rol te spelen hoe je denkt dat je ‘echte-Ik’ zich hoort te gedragen. Je vindt de put en valt er in. Dit was het dan, lijk je wel te denken. vaarwel vergeetput Toegeven dat het niet gaat. Ik denk dat het het moeilijkste was wat ik ooit gedaan heb. En tegelijkertijd is het ook het mooiste. Blijkt dat er geen vergeetput, maar alleen helpende handen bestaan om moeders die het gevoel hebben te falen vooruit te helpen.  Mensen veroordelen niet, maar begrijpen. We zijn uiteindelijk toch ook maar gewoon mensen – met of zonder kaka tussen de tenen.   **Meer lezen? Ga naar www.exitgrijzewolk.com

Nathalie B
7 1

Thuiswerkpa

"Ze vinden toch wat uit hè", zeg ik aan tafel waar ik de krant lees. Ik kijk boven mijn leesbril de huiskamer in. Mijn huisgenoten zwijgen als vermoord. Geen wedervraag. Geen 'wat vinden ze dan uit?'. Ze turen elk naar hun scherm. De aantrekkingskracht van de tv en de smartphone is zo sterk als de magneet die tegen de ijskast allerlei papiertjes verzamelt. "Thuiswerkmoe. Dat is een titel in de krant. Over een moe die thuis werkt wellicht. Dan ben ik soms een thuiswerkpa." Als ik alleen thuis ben, werk ik in de eetkamer. Anders trek ik naar boven, naar het torentje. Driehoog. Daar zie ik door het dakraam bijna het gebouw van mijn werkplek. Ik ga wel eens naar boven met mijn jas aan. Op mijn sokken. "Waar gaat gij naartoe met die jas?", vragen ze dan. "Naar het werk hè schat. Kus. Tot straks." De mopjes worden wellicht flauw van het lang binnen zitten. Het is zoals soep die je te lang laat koken, dan gaat de smaak van de verse groenten weg. Onze pa was geen thuiswerkpa. Zijn laatste job was die van portier in de fabriek. Dat kon hij thuis niet uitoefenen. Al bracht hij zoals iedereen zijn werk af en toe mee naar huis. Zo beantwoordde hij thuis de rinkelende telefoon ooit met 'hallo portier'. De mensen aan de andere kant van de lijn wisten het, dat hij zich soms vergiste. Er werd nog niet zo veel gebeld in die dagen. Al vanaf de eerste zinnen in het artikel over de thuiswerkmoe blijkt dat ik de titel verkeerd geïnterpreteerd heb. Het gaat over mensen die het thuiswerken moe zijn. Die de babbels bij het koffieapparaat missen. Die de gesprekken over voetbalwedstrijden missen. Mensen die thuis een jas aantrekken als ze de trap naar hun bureau opgaan.  

Rudi Lavreysen
15 0

Dat huis van mijn jeugd

Waar is dat huis waar de deur nooit opengaat Waar het wachten blijft op warmte en blijheid De vreugde altijd zoek is en altijd laat En het enige kind zwijgt en lijdt Hier waar vader met strenge hand regeert En moeder kuisziek de liefde wist Waar mijn maag zich ommekeert En iedereen gaat lopen met leugen en list Waar ik mijzelf niet eens kan zijn Mijn vader ontsnapt en de koersfiets neemt Met een strenge hand het kind de hoek indrijft En mijn moeder een tweede claimed Waar geborgenheid en een knuffel verborgen blijft En moeder mij naar de school toestuurt Met rode muts met witte pompon Waar pesten duurt en voortduurt Lachen om mijn anders, mijn dikke ton Snel met mijn fiets op de vlucht Verdwalen op grootmoeders’ boerderij Om te ademen, om vrijheid en lucht Met de dieren aan mijn zij Waar is dat huis Waar mijn moeder flikflooide in de kelder Waar is dat huis Waar spanningen vertroebelden het leven helder Daar wil ik niet langer naartoe Waar in de living het ziekenbed van moeder lag Na vier jaar behandelingen en kanker moe Waar ik stelende zussen bezig zag Met handen vol parels en juwelen En kleren en meer van dat fraais Waarvan kinderwonden niet meer helen Zoals vissersboten werkloos aan de kaai Een huis waar ik nooit mijzelf kon zijn Omdat flikkers nu eenmaal niet in hun kerk pasten Ik stelden hen zwaar teleur, echt niet fijn Omdat ik simpelweg viel op gasten Waarom kan een thuis zo moeilijk zijn Waarom kan ik niet gewoon de zoon zijn Die anders is dan iedereen Als een tomaat naast een winterpeen Het huis waar ik niet wil komen Niet wonen Waar vader nog wat wou toelichten aan haar sterfbed Een nieuw gegeven, een nieuwe aanzet Maar dat huis heeft nu afgedaan Ik woon nu elders Gelukkig voortaan   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
4 0