Lezen

Het smaakt of net niet

Zaterdagochtend. Ik begin het weekend met koffie, een chocoladekoek en mijn geopende Postvak In. Antwerpen vraagt vrijwilligers. Ik open de mail, klik op de betreffende link en lees: “In Antwerpen ‘vind’ iedereen vrijwilligerswerk: denkers, doeners, praters, schrijvers, …” De officiële pagina van ’t Stad?! Blijkbaar drinkt Antwerpen nooit Tee. Van commentaren op Facebook word ik ook niet vrolijker. Spellingsfouten van allerlei aard tarten me. En toch, iemand die bij Basiseducatie leerde lezen en schrijven vind ik moediger dan de arrogante universitair die te lui is om een taal te hanteren op zijn zogenaamde niveau. Van verengelsing zwijg ik dan nog. Met andere woorden; ik voel me gekneusd. 0ngemakkelijk wordt ackward. Voor loser is er geen alternatief. Er wordt niets meer gedeeld. We doen tegenwoordig aan sharen om iets dat we cute vinden op te dringen als een absolute must read. Kan de moedige waaghals, die in de pagina VRT-Taal vraagt wanneer men ‘gebeurd’ schrijft en wanneer ‘gebeurt’, voorzien dat ze vooral uitgelachen zou worden? Ze vraagt het nog zo beleefd. Een groep anderstaligen lijden naar de wondermooie Nederlandse taal wordt nogal pijnlijk. Wie is de lijder en wie de leider? Opiniemakers van één of andere radicale strekking vinden, bijvoorbeeld, dat ‘ze Nederlands moete lere en zig aanpasse.’ Series, quizzen, praat- en andere tv-programma’s,  die het verschil tussen ‘die, dat’ en ‘als, of, wanneer, toen’ en aanverwanten niet meer hanteren. Heeft zelfs de publieke zender geen trots meer? Sinds wanneer proeft een dessert? Sinds Jeroen Meus ze bereidt. Het kan hem maar smaken. Wie hecht nog waarde aan correct en hoffelijk taalgebruik? Taalvirtuozen die prachtige dichterlijke creaties op ons afvuren, waarvan wij dan kunnen smullen als van een malse rijpe perzik. Hier en daar zal nog iemand met een grote liefde voor taal zijn pennenvruchten vooraf grondig (laten) controleren. Een tikfout is immers snel gebeurd. Maar het is zaterdagochtend. Antwerpen kan wel even zonder mij. Ik reageer niet, noch om de moedige waaghals te verdedigen, als om het taalgebruik op de publieke zender aan te klagen. Neen, ik sluit mijn mobieltje, neem de weekendkrant erbij en laat me onderdompelen in een wereld van mooie woorden, duidelijke taal en uitdagende cryptogrammen onder het genot van de nog warme chocoladekoek en de sterke koffie. Het kan maar smaken.   12 horizontaal heb ik inmiddels gevonden ;-) 

Anemos
20 3

Gezond verstand

'We rekenen op de Belgen om hun gezond verstand te gebruiken.' Hoe vaak hebben we die zin niet gehoord de laatste tijd? Ik ben alleszins de tel kwijt. En ik begrijp het hoor. Want wij Belgen zijn geen Japanners. Wij houden niet zo van regeltjes. Dus in plaats van alleen maar met het vingertje te wijzen en te zeggen wat niet mag, wat overigens al genoeg gebeurt in deze periode, proberen onze leiders in te zetten op iets anders. Iets wat meer inspeelt op trots, dan betutteling: de Belg en zijn boerenverstand. Maar laten we niet vergeten dat de Belgen waarover we het hierboven hebben, dezelfde Belgen zijn die tegen 90 over de pechstrook sjezen als er file staat. Die gas geven wanneer de flitspaal ver genoeg in de achteruitkijkspiegel zit. En die zich, ondanks de geruststellingen van de supermarkten en depots, zo lieten opzwepen door andere Belgen, dat ze rijdende torens wc-papier naar de kassa duwden. Want blijkbaar is dat het allerbelangrijkste om de kelder mee te vullen in tijden van oorlog. Gezond verstand? Hmm. ’t Is niet dat we als volk zo subversief zijn dat we regels willen schenden gewoon om ze te schenden. Nee, wij zijn regelinterpreteerders. Wij zetten de regels naar onze hand en zijn in ons gat gebeten als iemand ons erop wijst. We zijn kantjes-aflopers. En we zijn nonchalant, vooral als het op veiligheid aankomt. Want veiligheid is niet stoer en wij zijn niet goed in het inschatten van gevolgen op lange termijn. Wij werken in den bouw tot onze rug kapot is omdat de rest dat ook zo doet. Wij leven met oorsuizingen omdat de gehoorbescherming in de andere kamer van onze renovatiewoning lag. Als het gevaar, zoals in de huidige situatie, dan ook nog eens onzichtbaar is, is het helemaal af. Het verbaast me dus niets dat een dag voor de lockdown de Meir overspoeld werd door Belgen die ervan overtuigd leken dat Het Grote Virus zich aanpast aan onze planning. Koopzondag is koopzondag en pas mórgen gaat de lockdown in. Vandaag kunnen we nog massaal op straat komen. Het verbaast me niets dat Belgen tijdens de herfstvakantie de grens oversteken naar regio’s waar er nog wel iets te beleven valt. Dat jongeren feestjes houden in hotels. En dat onze reeën en herten stress krijgen van de drukte in bossen waar mensen en masse de rust komen opzoeken. En tegelijk zijn het diezelfde Belgen die een warmte verspreiden die het gezond verstand ver overstijgt. Want de ene sector helpt de andere. Mensen die tijdelijk zonder werk zitten, vinden manieren om vreugde te brengen bij ouderen die tijdelijk zonder bezoek zitten. Nooit waren mensen zo creatief om elkaar te helpen. Er is dus nog hoop. Misschien kunnen De Croo en co het eens proberen door in te spelen op ons goed hart in plaats van ons gezond verstand. Zolang het maar niet klinkt als een regeltje.

Hans Verhaegen
87 1

Onderuithalen

Bouche bée, flabbergasted, erstaunt , in de ons omringende landen bestaan mooie woorden om uit te drukken dat iemand met open mond staat te gapen zoals Holle Bolle Gijs uit het kinderversje en in de Efteling. Van verzen, uitspraken, liedjes zegt men wel eens dat men ze afgezaagd vindt, als ware het tafel- of stoelpoten die men beter zou verwijderen omdat er de molm in zit. Neem bijvoorbeeld de crochetwedstrijd waar een Nederlandse familie nog dagelijks steenrijker van wordt.  Regelmatig  duikt  er een omhooggevallen zanger(es)  op die denkt een operastem te bezitten en een tot in den treure gezongen aria te berde brengt die, op dit vlak totaal incapabele juryleden, tot tranen toe beroert. Hoe schabouwelijk de teksten ook worden gezongen (die toch geen mens verstaat, laat staan de uitvoerder(ster) zelf),  oogvocht komt er steeds bij te pas. Zo is er de aria ‘O mio babbino caro’ die uit een kindermond op het Vrijthof in Maastricht duizenden emotioneert omdat ze denken  dat het meisje over een lieve kleine baby, bambino, zingt. Niets is minder waar, Babbino is de vader waartegen de dochter zegt dat ze zich van het leven zal beroven en zich van de brug in het water zal storten indien zij haar geliefde niet meer zal zien.  Geef toe, dat is toch geen lied dat je door een kind laat zingen, alle The Voices, Rieus en Got Talents ten spijt. En de clou van dit verhaal of de moraal? Er zijn al te veel personen die onterecht op stoelen zitten van waarop ze de touwtjes in handen houden.  De poten van die zitmeubelen moeten dringend worden afgezaagd.      

Vic de Bourg
37 2