Lezen

Lifehack

Geachte heer, Mijn naam is Dory en ik ben gisteren bij jullie in de dierenwinkel geweest om een bokaal te kopen voor mijn goudvissen. Wellicht herinnert u zich mij nog wel want u hebt mij alle mogelijke aquariums getoond en uiteindelijk koos ik toch voor het eerste modelletje dat u me liet zien. Het is echt een prachtig ding. Mooi afgerond en van ongelooflijk helder en doorzichtig glas. Ik was uitermate tevreden met mijn aankoop en ben in mijn nopjes vertrokken. Ik kon haast niet wachten om mijn lieve schatten in hun nieuwe huisje te zien rondzwemmen. Pardon als het u grieft, maar ik had graag nog een tweede exemplaar besteld, exact hetzelfde. Ik zal u even uitleggen waarom ik dat nodig heb en hoe u er ook nog een aardig centje aan zou kunnen verdienen. Ik woon niet in de stad dus was ik met de bus gekomen en zoals iedereen weet, is het tegenwoordig verplicht om een mondmasker te dragen om te voorkomen dat we elkaar besmetten met Covid19. Ook bij jullie in de winkel droeg iedereen zijn mondmasker waarvoor ik u van harte wens te feliciteren! Mijn lange lokken draag ik meestal in een paardenstaartje, maar gisteren had ik besloten om alles los te laten hangen. Dat bleek een serieuze vergissing te zijn want er was zoveel wind dat mijn haren de hele tijd in mijn ogen waaiden en bovendien begon het toen ook nog eens te regenen. Ik kan u verzekeren: lange, natte haren die de hele tijd in je gezicht zwepen, niet leuk! Het was toen dat mijn fantastische idee ontstaan is. Uw prachtige visbokaal past perfect over mijn hoofd! Mijn haren geselden mijn gezicht niet meer en ze werden niet langer nat van de regen. Na een kwartiertje was mijn haardos helemaal terug droog. Bovendien kon ik de bus nemen zonder dat vervelende mondmasker want zowel ikzelf als iedereen rondom mij was perfect beschermd dankzij de kom die tot over mijn neus en mond reikt. Er was even een klein dampprobleem, maar dat is op te lossen door simpelweg krachtig te blazen. Het tweede exemplaar dat ik graag zou willen bestellen, is vanzelfsprekend voor mijn arme vissen. Die hebben nu nog steeds geen nieuwe bokaal en de oude vissenbak is echt versleten. Ik dacht u tevens een plezier te doen door deze lifehack met u te delen zodat u nog veel meer vissenkommen kunt verkopen aan mensen die hier ook wel graten in zien. Rest mij enkel nog een laatste vraagje: hoe krijg ik dat ding terug van mijn hoofd? Met vriendelijke groeten, Dory

Inge78
0 0

SLAAPZACHT

Liefste M.,   Het begint al meteen zoals het altijd begon: vanaf dit allereerste woord doe je me twijfelen… Hoe spreek ik je het beste aan: kan ik je liefste noemen? Of schrijf ik je beter aan met ‘beste’? Of misschien ‘heer’? Mijn-heer is geen optie. Je bent al lang niet meer van mij. Ik vraag me zelfs af of je ooit de mijne bent geweest. Liefste… Kan je ‘liefste’ gebruiken voor iemand die je ooit liefhad, ook al is dat heel lang geleden?En wat als die iemand op zijn beurt jou nooit echt lief had?   We kennen elkaar ondertussen niet meer. Hoewel ik jou nooit volledig heb gekend. We zouden elkaar nog wel her-kennen. Dat weet ik zeker. Beiden enkele kilo’s zwaarder, wat grijze haren rijker. Met hier en daar een rimpel die zich begint te nestelen in de plooien van ons gezicht. Wanneer we in elkaars ogen kunnen kijken, zullen we elkaar eeuwig herkennen. Zelfs al zijn we zo oud en versleten, dat we niet meer kunnen rechtstaan. Denk je ook niet? Mocht je me nu op straat tegen komen, zou je vriendelijk naar me knikken? Zou je zelfs een ‘Hallo’ voorzichtig over je lippen laten strompelen? Of zou je die lippen stijf op elkaar houden, blik op de grond, alsof je me niet zag? Me proberen te negeren, volledig te schrappen uit je verleden en doen alsof wij nooit zijn gebeurd? Ik geef eerlijk toe dat ik niet zou weten wat ik zou moeten zeggen. Er is in het verleden al zoveel gezegd…  Maar je praatte meestal langs me heen. Zonder echt te luisteren. Wanneer wist jij dat het definitieve einde was aangebroken? We hadden al veel breekmomenten gehad maar leken nooit volledig uit elkaars leven te verdwijnen. Er leek altijd iets voor te zorgen dat we elkaar opnieuw tegenkwamen of terug contact zochten. Of was het vooral ik, die telkens weer contact zocht met jou? Ik wist het die ene avond, in dat drukke café met die ene vriend van je.  “Wie is dat?” vroeg hij op mij neer kijkend. En ik zag dat je met je mond vol tanden stond. Toen was het duidelijk, dat je nooit hebt geweten wie ik voor je was en dat je ook nooit ging weten wie ik voor je kon zijn. Ik heb me omgedraaid, ben weggelopen en heb nooit meer omgekeken. Je vraagt je misschien af, waarom ik je dan nu plots na al die jaren schrijf? Ik sta er zelf van te kijken… Maar ik zat 3 weken geleden op de bus. Weet je nog, hoe leuk ik dat vond? Rustig rijdend. Altijd exact dezelfde route. Dag na dag, jaar na jaar. Een van de weinige zekerheden in het leven. Zachtjes rollen tussen de landschappen door. Gewoon op weg. Mijn hoofd de ruimte geven om volledig af te dwalen naar waar het ook wil, de buschauffeur die me brengt naar waar ik hoor te zijn. Ik keek naar buiten en zag hoe een blauwe reiger beheerst over het water met ons mee vloog. En uit het niks, stond je daar. Te likken van een ijsje met een meisje aan je zij. Compleet onverwacht. Ik was van het ene moment op het andere het noorden kwijt, letterlijk en figuurlijk. Ik wist niet meer naar waar ik onderweg was. Waar ik naartoe ging. Waar ik hoorde te zijn. En sindsdien ben ik de weg nog steeds kwijt. Ik had je jarenlang op het achterste bankje in mijn hoofd gezet. Je was nog altijd aanwezig maar meestal vergat ik dat je daar zat. Alsof je was ingedommeld en besloten had gewoon eeuwig te blijven slapen. Ik heb je nooit met opzet willen wekken. Ik vond het prima, jij verzonken in een diepe slaap. Maar door je daar te zien, schoot je ineens terug wakker. En nu loop je elke dag, elk uur, elke minuut rondjes in mijn hoofd. Ik heb al slaapliedjes voor je gezongen, je uren voor de tv gezet, je kilometers doen lopen tot je moest kotsen, je in tientallen warme baden ondergedompeld, ik heb je zelfs meermaals zat gevoerd. Maar je weigert consequent en persistent terug in slaap te vallen. En nu zit je daar, op de eerste rij met die belachelijke grijns op je gezicht. Die grijns waar ik ooit zo van hield die me nu doet walgen. Vakkundig als een chirurg ben je met een scalpel al mijn oude wonden weer aan het open snijden. Door al het littekenweefsel doet het zoveel meer pijn dan de eerste keer. Ik had ons hoofdstuk al lang afgesloten en weet ook dat er geen nieuw te schrijven valt. En toch… Toch zit je terug in mijn levensverhaal. Je hield van een paar van mijn kleine dingen. Hoe ik mijn haar in een dot draaide met een potlood. Hoe ik elke vogel die we zagen bij naam kon noemen. Hoe ik altijd felle kleuren droeg. Ik hield van al jouw kleine dingen maar het meeste van al, hield ik van je optelsom. Ik heb er tot nu toe nog nooit bij stil gestaan, maar sinds jij uit mijn leven bent draag ik geen felle kleuren meer. Misschien omdat ik permanent een beetje aan het rouwen ben. Wat heb je eigenlijk geantwoord aan die ene vriend? Wie was ik voor je? Wat waren ‘wij’ voor je? Het was zo vaak tasten in het donker. Al jouw muren onderzoeken in het duister, hopend om een lichtknop te vinden zodat ik je eindelijk helder kon zien en kon begrijpen hoe je echt in elkaar zat. Maar het meeste wat ik ooit heb gekregen, is schemerdonker. En in schemerdonker kan niets groeien. Zelfs geen onkruid.   Je weet net zo goed als ik dat deze brief voor altijd onverzonden zal blijven. Maar ik moest hem schrijven. Als laatste poging om je terug in slaap te krijgen.   Sluit nu alsjeblieft je ogen en dommel terug in. Want ik kan niet goed zonder, maar nog veel minder mét je leven.   Slaapzacht, liefste.   E.

LiBre (Wabliefjes)
22 0

van mama voor Lotte

Lotte   Als alles goed gaat word ik nu verteerd en hebben de wormen flink hun werk aan me. Ik laat me niet zomaar doen, weet je wel? Ze moeten eerst langs mij passeren voor ze jou te pakken krijgen. Ik ben een vechter, dat heb je me zelf verteld. Mijn woorden kleven niet meer vast in proppen in mijn hoofd, zoals de dokter ons vertelde. Iedere minuut vliegt er nu wel een voorbij. Sommige klitten nog wat samen, maar de tocht hier doet flink zijn werk. Het lucht op om de antwoorden op jouw vragen van de voorbije jaren hier voor me te zien hangen. Ik schik hun woorden met punaises links en rechts van me. Zie je wel dat ze er waren? Weet je nog dat papa je belde? Nu ja, die ene keer toen hij me met rode punaises elk blaadje van de scheurkalender op de verjaardagskalender zag prikken? Hoe luid ik ook riep, ik moest ermee stoppen. Papa kon niet weten dat ik de dagen wou bewaren en net als verjaardagen wou laten terugkeren. Ik wou ze vastzetten, bijhouden. Ik probeerde tevergeefs de stapels in mijn hoofd in te tomen, maar het had geen zin. Woorden die zich de laatste jaren steeds hoger opstapelden geven zich niet snel over. Ze dansen nu om me heen. Enkele onder hen weten te ontsnappen, landen als houtduiven in een tuin en pikken hun snavels tussen de zoete geur van vers gemaaid gras. Dat droom ik toch. Hoe gaat het met papa? Vindt hij de afstandsbediening van de televisie nog steeds terug? Vergist hij zich al over welke dag de markt is? Hij doet zijn best, Lotte. Net als jij je best deed en naar me toe bleef komen, ook nadat ik je afblafte toen je me mijn geldbeugel afsnoepte bij de bakker en in mijn plaats betaalde. Bedankt dat ik de tafel niet meer moest dekken voor het Kerstfeest, bedankt om me een mes te geven wanneer ik met twee vorken at, bedankt voor je talloze pogingen om in de binnenkant van mijn hoofd te klauteren en me proberen te begrijpen. Bedankt. Geef liefde, Lotte, aan wie het je waard is. Verstil op het terras van je dromen en kijk rond je. Ooit vertel ik je stapels en stapels verhalen.   Liefs mama

de amechtige specht
0 0

Dag Sinterklaas

Dag Sinterklaas, ’t Is dringend. Meneer Alexander zei gisteren op de televisie dat alle winkels weer gaan sluiten en dat hij pas in december gaat zeggen of die terug open mogen gaan. Dat hij dat gaat proberen wel, zodat U nog pakjes kan gaan kopen. Toen was ik dus in de war, want… Wacht, ik ben Leonard, dat was ik vergeten te zeggen. Maar de pakjes, als de winkels toe zijn en U toch geen magazijn hebt, ik dacht echt dat U een magazijn had, met roetpieten en een band met pakjes erop en een stal voor Mooi Weer Vandaag, maar als U geen magazijn hebt, dan hebben we misschien een groot probleem, want als de winkels niet terug open gaan, kan ik dan wel pakjes vragen? Ik hoop van wel, ook voor mijn zusje. Die is nog maar pas geboren en die heeft nog nooit een schoen gezet. Ze heeft eigenlijk ook nog geen schoenen, maar ik heb haar een schoen van mij gegeven en ik denk dat ze daar heel graag pakjes in wil krijgen. Ik wil dus aan U vragen of dat dan wel gaat lukken, want ik heb het haar al beloofd en ik denk dat ze heel verdrietig gaat zijn als er niks in haar, of ja in mijn schoen ligt en ze weent eigenlijk al heel veel, dus ik zou het niet leuk vinden als ze nog meer moet wenen, Sinterklaas. Ik hoop dat mijn mama mooi aan het schrijven is, zodat U mijn brief zeker goed kan lezen, Sinterklaas. Mama is me aan het helpen. Ze zei dat we wel een brief naar U kunnen sturen en dat dat beter is, omdat meneer Alexander, die ik eerst een brief wilde sturen, heel veel brieven krijgt, ook op zijn computer, en waarschijnlijk geen tijd heeft om mijn brief te lezen. Gaan we dus wel pakjes krijgen en hoe gaat U dat dan doen als U niet naar de winkel kan gaan en als U ook geen magazijn heeft zoals ik dacht? Meneer Alexander zei ook dat we beter niet op reis gaan en kan U dan wel van Spanje naar België komen dit jaar? Opa en oma gingen normaal in de zomer van België naar Spanje varen dit jaar en dat mocht niet, dus mag dat dan wel andersom? Of mag dat wel als je de Sint bent? Ik ben ook een beetje bang Sinterklaas, want mama zegt altijd dat we opa en oma dit jaar niet veel mogen zien omdat ze al een beetje oud zijn en omdat het virus oude mensen heel ziek kan maken en ik had in de zomer een boeket geplukt voor oma toen we waren gaan wandelen, maar ik mocht het niet zelf geven omdat mijn armen te kort zijn en omdat ik dan heel dicht bij haar moest komen om het aan haar te kunnen geven. Ik hoop dat U me nu niet stout vindt, Sinterklaas, maar U bent toch eigenlijk ook een beetje oud? En als U dan toch pakjes gaat kunnen kopen, is het dan wel zo’n goed idee dat U naar alle huizen gaat? Wat als het virus U ook ziek maakt? Kan U dan doodgaan? Mama zegt dat U niet dood kan gaan, maar vergeet alsjeblieft niet te zeggen of mama gelijk heeft, Sinterklaas, en stuur me alsjeblieft snel een brief terug over al mijn vorige vragen, over de boot en of dat mag en vooral over de pakjes voor mij en voor mijn zus. Mijn zus heet Ophélie, maar die kan nog niet praten, dus alsjeblieft onthouden dat ik ook voor haar heb gevraagd over de cadeautjes. Mama zegt ook dat paarden geen cake mogen eten, maar ik bak sinds het virus is gekomen elke week samen met mama een cake voor oma en ik zou ook graag een stukje geven aan Mooi Weer Vandaag, een stukje wortelcake dan, als dat misschien toch mag, omdat er wortelen in zitten. Mag dat dan? Dank u wel Sinterklaas om mij te helpen met mijn in de war. Als alles goed komt dan wil ik graag die houten speelgoedauto met die pretzel op zijn dak (ik heb de foto in mijn brief gestoken) en voor mijn zus doe maar een tut.   Veel groetjes, Leonard   PS Lieve Sint, dit is Leonards mama :) Ik kaap even het postscriptum van onze dappere zoon. Blij dat je terug thuis bent, ik ben al naar bed. Ik schrijf morgen wel een geruststellend weerwoord, in de hoop dat dit zijn zorgen kan doen vervagen. Bel jij nog eens naar je moeder voor een raambezoek dit weekend? Het viel me vanavond nogmaals op hoezeer hij je ouders mist. Zoen.

Caroline Spaas
0 0

Moederhuid

Ik kijk naar mijn dochter in mijn schoot en besef dat ik veranderd ben. Daar waar mijn moederschap mijn therapeutisch werk doorkruist, ontstonden raakvlakken die ik niet kende voor ik moeder werd. Mijn lichaam is veranderd. Ik luister anders. Mijn nieuwe huid kent teer geworden plekken waar verhalen van cliënten in verzanden. Wanneer ik na mijn werk mijn dochter voed, ruik ik soms het zoute water doorheen mijn zoete melk. Ik hoor de kolkende twijfels van moeders aan de rand van de vloedlijn, daar waar ze hun kind over de grens van hun vaderland tillen. Ik voel dat ik niet weet hoe je opvoedt in ontworteling. Wanneer ik mijn dochter te slapen leg, verbeeld ik me hoe sprookjes klinken in een moedertaal die trauma’s in zich draagt, maar terzelfdertijd een thuis vertolkt. Ik voel dat ik niet weet hoe je slaapzacht zegt met een moederlijf dat bekend is met de angst om je kind te verliezen, in een bomaanslag, in de zwarte diepte van de Middellandse zee, aan de kogels van een gefortificeerd continent, aan een oneerlijk toekomstperspectief in een bang, vijandig gastland. Wanneer mijn dochter naar me lacht en mijn lichaam haar lach zonder aarzeling beantwoordt, proef ik de verdoving die volgt op geweld, de verdoving die moeders en kinderen in leven houdt als pijn ondraaglijk wordt. Ik voel dat ik niet weet hoe je blijft beloven dat het goed zal komen met een in het nauw gedreven hart. Ik wil mijn dochter een taal aanleren waarin ze plaats laat voor de stemmen die onze wereld probeert te dempen. Ik voel dat zij mij woorden geeft om in onrecht onbegrensde moederliefde te lezen, op mijn huid en eronder.

Caroline Spaas
2 1

ZOEKEND

Het moet hier toch ergens liggen? Verwoed graai ik verder tussen de eindeloze berg spullen op mijn bureau. De stapel schets- en notitieboekjes schuif ik op de grond: zorgen voor later. ‘Rommel’ zou mijn vriend zeggen. ‘Gecontroleerde chaos’ zeg ik. Ik ben precies altijd iets kwijt, alsof ik immer op zoek ben. Eeuwig zoekend, mezelf verliezend in de zoektocht. Ik vloek binnensmonds en loop mokkend terug de woonkamer binnen. Hij zit al klaar in de zetel, jas en schoenen aan. Hij straalt een rust uit die me enerveert. Wellicht omdat het een rust is die ik niet ken en misschien nooit zal kennen. Een rust waar ik jaloers op ben. Ik haat vertrekken. Omdat je nooit echt weet waar je gaat aankomen. Hij lacht breed als hij de donderwolk op mijn gezicht ziet. “Maar liefje, je had hier toch zin in? Het komt wel goed.” Het. Komt. Wel. Goed… Er zijn wellicht geen vier woorden die ik meer afschuw dan deze. Wat is HET? Wat is GOED? Niemand die het weet. En toch zegt iedereen het. Hij kijkt me vragend aan “Immer zo spraakzaam, nu zo stil?”. Ik knijp mijn ogen tot kleine spleetjes. Als ik zou kunnen, had ik gegromd. Ik heb altijd veel woorden in mij, maar het lukt soms niet om ze uit te spreken. Dan blijven ze in mijn hoofd tollen tot ze tegen elkaar botsen en in stof lijken op te gaan. Of net groter en groter worden. Plots zie ik iets blinken in de winterzon. Het boek! Dat moest en zou ik meenemen. Ik heb het al zo vaak gelezen, maar het vertelt telkens een ander verhaal. Zijn laatste cadeau aan mijn zussen en mezelf. Ik draai de flap open en laat mijn vingers zachtjes langs het handgeschreven tekstje glijden.  ‘Voor de Heilige Drievuldigheid.’

LiBre (Wabliefjes)
0 0