Lezen

Mens-worden

Nu heb ik echt hulp nodig. Nu kan ik het echt niet meer alleen. Nu heb ik jou nodig, papa. Nu moet je terugkomen, eventjes maar. Om me te helpen. Eventjes, maar je moet. Ik ben mezelf kwijt, al had ik mezelf eigenlijk nog nooit gevonden. Paradox. Hoe paradoxaal het klinkt dat op het moment dat je jezelf aanvaardt zoals je echt bent, dat je eigenlijk verandert. Dat las ik in een boek van Rogers deze week en het trok meteen mijn aandacht. Dat is mijn probleem. Ik aanvaard mezelf niet 100 procent zoals ik ben. Ik aanvaard me niet eens 50 procent. Dat is mijn probleem. Ik twijfel zogezegd altijd aan Nick, en of hij me wel graag genoeg ziet. Nee, dat is wat ik mezelf tot nu toe heb wijsgemaakt. Ik twijfel aan mezelf. Ik twijfel of ik het wel waard ben om zo graag gezien te worden. Want ik snap het niet. Hoe iemand zoals hij, iemand zoals mij graag kan zien en blijven zien. Drie jaar al. Ondertussen ben ik 20. Er is nog niks veranderd aan mijn onzekerheid. Die is nog steeds hetzelfde als op dag 1. Maar mijn inzicht in die onzekerheid is wel veranderd. Het ligt dus toch niet aan hem. Hem kan ik niets kwalijk nemen, niets. Only I am to blame. Ik heb als enige schuld aan die onzekerheid die al drie jaar lang in me zit te broeden. Ik wil daar zo graag van af. Ik moet leren mezelf graag te zien. Maar hoe??? Daarvoor heb ik dus je hulp nodig. Jij zou het me kunnen leren, daar ben ik zeker van. Jij zag me graag. Leer me hoe dat is. Leer me wat je dan in me zag dat ervoor zorgde dat je me graag zag. En ik zal je geloven, beloofd. Ik zal naar je luisteren. Ik zal aan mezelf werken zodat ik je trots kan maken. Geef me de kans om dat te doen, alsjeblieft. Toon me wat ik moet doen en ik zal het doen.  BELOOFD.

Layla Clarke
2 1

Generatie X

Een hevige generatiestorm tussen babyboomers en millenials heerst over het internet sinds de 25-jarige Chloë Swarbrick in het Nieuw-Zeelandse parlement een oudere collega van haar aansprak met de uitspraak ‘Ok, boomer’ om met deze uitdrukking deze babyboomer het zwijgen op te leggen. Swarbrick behoort tot de generatie generatie Y en Z, geboren tussen 1980 en 2000. Babyboomers zijn mannen en vrouwen geboren na de Tweede Wereldoorlog en die deel uit maakten van de groeiende naoorlogse economie. Ik behoor tot de generatie daartussenin. De generatie X. We zijn onder de radar gebleven tijdens het torpederen van woorden en verwijten tussen bovengenoemde generaties. En hoewel het hokjes denken en verdelen niet aan mij besteed is, voel ik me nu wel aangesproken om te reageren. Iets te zeggen. Of eigenlijk niet want mijn generatie wordt ook al eens de generatie Niks genoemd. Wij, dat zijn mensen die geboren zijn, zeg maar, tussen 1965 en 1980. Niks dus. Alsof wij hier in die jaren gewoon op planeet Aarde zaten te niksen. Zelfredzaamheid zou ons ook kenmerken maar zoiets is zoals horoscopen : vaag, zweverig en niet iedereen die tot mijn generatie behoort voelt zich aangesproken. De lijst zou te lang zijn om allemaal te noemen wat op het pad van een X-er gekomen is in die jaren : ABBA, Madonna, Hollandse ‘Girl Power’ meidengroepen, Walen buiten, Fourons wallon, Touche pas à mon pote, kabeltelevisie, het antwoordapparaat, de Koude Oorlog. Afspraak maken met iemand en op tijd komen. Aids ook en het sociaal stigma errond. Homoseksualiteit. Transgenders. Goedele Liekens. Ecstasy. GSM, homecomputers en internet. En zoveel andere maatschappelijke en sociale vraagstukken die vandaag soms alweer in vraag gesteld worden. Mai ’68 is gebeurd en ik was amper 5 maanden oud. Mijn generatie hoor je klagen noch zagen. We weten vanwaar we komen en we zijn respectvol naar babyboomers toe. Ik wou persoonlijk dat ik dat ook kon zeggen naar de generatie Y en Z maar ik moet toegeven dat dat voor mij moeilijk ligt. Ik zie een hele generatie die niet meer onderling communiceert anders dan via de Smartphone. Een generatie die van alles een punt maakt, die praat en schrijft in de ik-vorm, voor wie alles altijd een belevenis moet zijn (met de Smartphone dan, en op knopjes drukken, digitaal leven) en aan wie een leven voorbijgaat. Een generatie die leeft van prikkels, conflicten en schoonheidsidealen die lelijker zijn dan mijn verrimpelde moeder zaliger. Een generatie die verwacht dat alles zomaar gegeven wordt, alles wat kritisch is in de kiem smoort met oneliners en emoticons. Een generatie die een zekere intellectuele luiheid sans précédent vertoont, waar nonchalance en arrogantie als vanzelfsprekend geacht worden. En daarvoor ben ik bang. Dat deze ego-generatie pakweg binnen 20 jaar totaal gedesoriënteerd wakker wordt. Want ik zal dan nog leven en ik zal dit verval moeten aanzien vanuit mijn oude dag. Kortom, Y en Z is een generatie die duidelijk het statement van een breuk tussen hen en mijn generatie gemaakt heeft maar daar allicht later zelf de prijs zal voor betalen. Wat maakt nu een generatie beter dan een andere? Ik vrees dat er op deze vraag geen antwoord is. Alles heeft zijn tijd, alles heeft zijn context. Het enige wat je kan doen is dankbaar blijven voor wat verworven is, geschiedenis begrijpen, de fakkel overnemen en vooral de fakkel overdragen. Iets wat de generatie X en Y moeilijk ligt en ook nooit gedaan heeft. Er is hoop. Er is de generatie A. De start van iets nieuws, een combinatie van goed politiek bestuur, respect voor de planeet Aarde, begaan met de buur en de buurt en handig in het gebruiken van digitale materie. Ik een verloren generatie? Ik dacht het niet, boomer 2. Misschien kan een media eens drie of vier mensen uit verschillende generaties samen zetten om in debat te gaan? Dan zal ook de hevige generatiestorm woeden, is alles uitgeklaard en uitgepraat en kan iedereen weer rustig ademen.

Erwin Abbeloos
14 0

Een berg die opstaat - episodes I-VIII

I     een weinig voor de hand liggend landschap ademt ook. ik adem mee zonder wroeging of onschuld en heilig zijn. wanneer de proza-industrie nee zegt stop ik ermee. bomen, wind, alles. kreten, woorden, alles doet mee. een passant fluistert me een belediging in het goede Oor. ik ken het landschap maar al te goed, hier panikeren de objecten, de dingen die zich aanpassen.de essentie: mee weigeren tot de dood die we kunnen sterven. brood eten en hongerspelen in een ver verleden dat zich een weg baant naar het vrome heden. kanjers van bazen praten enkel en alleen met iedereen en wees eerlijk: je ademt je diep ingedoken bibliothecaris -isme tot een archivaris aan flora.de plantentuin van Gent in je hoofd goochelt witte rook.Oor hoort alles dus ook de associatieve gestiek. een berg doemt op, waarom zou je niet omarmen wat je aanraken kon: een weinig voor de hand liggend landschap dat ademt en daarom dat je mee-ademt.         II     je verdenkt je zelf van eigendom. een kleine god leeft zo in je voort en je bepaalt je lot andersom.jij die jij kijkt in mij. leef zo in me voort aub. een nieuwe passant die meewarig aandacht schenkt aan de benen. opwaartse vloeiende bewegingen die aarde zijn. Oor en hand en tand en mens zijn.zodoende je hulp biedt aan de mechanismes die messcherp waarheid propaganderen en deze inbedden.anekdote: ik kende mezelf toen nog niet, enkel in de anderen zag ik de lichaamsdelen verdrinken. alles participeert in de handelingen des dood, jezelf verdenken, passeren doe je passief, communicatie post propaganda en nee, nee aan de adem, terwijl op de hoek van de straat de hoek van de straat opstaat en zich manifesteert tot blokkade, nee aan deze mensen die de zeg zeggen zonder meer, terwijl op kantoorgebouwen het bloed de handen van directeur abc zuivert; nee. ik ontdoe mezelf van een god. water de woorden, ken de beginselen en een religie begint.                     III     jezelf in fauna gekleurde aangrijpende fauna veranderen om je aders te doen vernauwen en dichter bij een mythologie te staan.de adem van de daken roepen, doe je het hiervoor of aanschouw je andere wezens in ingewikkelde dromen over alles en niets dat nog onzeker zonder mening blijkt. jezelf groen kleden dan maar, de oase lijkt wel onuitputtelijk als jij je in zijn schoenen zet. adem jezelf tot mens; dan ben je te weinig voor mij. op straathoeken verzamelen met te weinig om de schreeuw der ambivalentie op te wekken uit een slaap die smaragdgroen een bezit lijkt.hoor: de vergevorderde dood van de winter die nadert. als je elk spel als wrange nasmaak ontziet valt er namelijk niet meer te spelen.wij leven om de botten heen, klauteren de berg op, het erfgoed, bivakkeren om de stroom die alles omgeeft en drijven mee in een toekomst met écht geluid. tot je jezelf in zijn schoenen ziet. je verliest een haar daarbij.         IV     kijk nu, een pre-sekte die anders is. kijk: gewaarwording. dan de ontreddering en dan de toekomst, landschap. op meerdere plaatsen ontstaan stromingen zonder geheel gevrijwaarde setting. ik leg me erbij neer, hier is niets dat veel is, en mensen zijn van een bepaald begrip dat ik terloops naast me neer kan leggen.ik leeg de rivier in een hand die ik had.wij kijken naar de verduistering die altijd weer optreedt.kwaliteit een verdubbeld begrip. een pre-sekte leeft in tropen en exotisch genoeg verspreid hij zich niet. daar: de toon is gezet.         V     in een ogenblik ontbreekt de afstand die we met zijn allen vergooien in de aanval. zo’n ogenblik: het waait en de huizen staan nog krom, wezens werpen schaduw op de klimaatheersers en ik tik op een Tourette-patiënt. de ziekenkas is leeg, de boeien worden geworpen, je woorden zijn hol, de kaviaar is op. het stormt, wij met zijn allen. kun je jezelf aan me geven. daaromtrent een contract dat ik zal opstellen met enkele waarachtigheden die aan stroom ontbreken. geluid dat je uitkraamt versta ik nog niet. VI     zonder je geloof in jezelf te verliezen, zonder meer: het zwembad is geleegd, net zoals het huis. verplaatsingen binnenin. een maag die niet meer wil of kan. zo verloor je de akte van wellust.ik verdrink je niet langer, er is niet genoeg H2O voor ieder kwaad dat in mij broedt. zolang je er nog in gelooft heb je me maar op te bellen via de moordlijn. quasi onberekenbaar sluipen mijn woorden zo verder. ik die de wil wil. een verknipt krantenartikel zegt me dat ik meer zou mogen willen. dat is een understatement en ik.         VII     panikeren doe ik in je achterhoofd.er heeft zich een landschap gevormd, dat weinigen zullen beklimmen. van punt A naar B: een gang door het Oor en weer terug.       VIII     goederen op een treinvaart naar de overkant. op en ook weer af de berg langs beide kanten en de weerszijden mijn hoofd hebben hoornen. import: een gebalanceerd gedoe zonder gevrijwaarde hel. export: de andere kant van de munt die vrijwel onmiddellijk op zijn staart trapte. goederen op een hoog tempo de berg af dansen en kilte oproepen. dan de kans grijpen om erin op te gaan; jij die je haar goedlegt, ik kijk keurend toe: een 6. mensen en alles daarbuiten: een goed. onderhandelen, veranderen: metamorfose. amfibie die sceptisch is over zijn soortgenoten. de trein die halt houdt in het gladde verwantschap en zo ook ik die de benen influistert met film. vastleggen. passief de gebergtes passeren en kantelen, we zijn op het hoogtepunt ook dat alweer voorbij de sissende klanken van de waanzin in en wij keren de kar naar mijn rug. wij leerden de volharding passeren in een vingerknip en praten luider tegen elkaar. de spraak des leegtes vult de tongen met een hartkwaaltje. paniek pro habitat; hier wil je wonen en blijven.

Dries Verhaegen
4 0