Lezen

One of poem this summer 19

    Climate change  The summer of July 2019  the burning 40” C  Brussels was sultry  the dark raining to flee  the summer as fire  the forests  was silence  the wilting flowers of the the end season  the grass have withered away in the garden    Climate change  Europe had been hot like a desert the summer in Avignon had strong sunlight  in the high mountains, lavender fields are quiet The fragrance is hidden in the basement of the castle for hundreds of years wine cellars become a destination dwelling   had returned the tropical bamboo forest like the homeland hugged me Smooth green tenderness   Bamboo does not need water still sprouting bamboo shoots in a straight line between  bamboo node make efforts  haughty to live    Bamboo does not need water only needing the grounds only needing strong sunny  overcome darks  in a straight line haughty to live    Climate change  actually change people’s hearts, change people’s mind  broken hearts of humankind  transformation of matter  deprived  the reverse side of civilization and developing  humans still to live and give oneself trouble    We are believing  or are not believing  to be or not to be  bio or food chemical, fast food national identity or cultural diversity traditional values and human rights  freedom and living with human dignity    exist together, everything together  be accepted and sustainable Development history still goes forward or history change  as climate change  and we are living together  to hope for better    like the raining of July unprecedented in our home of love  Brussels   

Như Quỳnh de Prelle
3 0

de r van de ië

ik zal u de zin van alle letters die machinaal zijn ontworpen vertalen op de huid en maniakaal de zingeving duidelijk doen opstellen tot een zuivere vorm van communicatie in de nu-moment van toen van dan van de dan van toen in de dan van het woord de machinale drang die ik heb en die al het volle heeft de zingeving die inslaat als natuur op natuur van atmosferisch geweld tot vaste grond onder de voeten dezelfde voeten die de aarde aandachtig belopen en stropen ook zoals een huid op de huid Artaud die ik iets zei dat we allemaal wisten ik die dit nu vertaal ik klop lange dagen hiervoor en lang been ik de aarde over voor de nu van u en de jullie van wij ik klop late uren en meerdere mensen wakker ook tot bij-wezen; wezens die aanwezig zijn; ik klop ze aanwezig en frappant genoeg heb ik toen gezegd met luide stem jullie nu is tragisch verloren gegaan in jullie zijn jullie zijn dat er ook slechts nu is vrij genoeg was ik om te weten dat ik het mens zijn in mij droeg in alle letters die ik communiceren kon en overleveren ik was een mens-dom en leerde iedereen dat aan dat ook te zijn   zo leerde ik ze zichzelf te zijn in een ander moment en de weinige grauzone die ik nog beluisterde een wake up call voor het hogere commerciële aansprakelijk gemaakte goed we leerden zijgen in de reeds geklonken stiltes en weigerden in een reeds kortstondig abrupt woord en frappant genoeg zegt men steeds vaker nee zonder mee te zijn in deze ontkenning - of ontwenning - van het geleerde het gecreëerde geëerde mens-zijn god-hebben aarde-voelende, taal-voedende, aanwezig-zijnde wezen dat de cultus van alles blijft relativeren tot slag of stoot - de laatste die we nog zullen overleven en mijzelf heb ik toen geëerd gelezen en van binnen geleerd ik een verademing een aarde de basis jij de tegenpool: een zingeving die ik kende nu jij nog zou je mij willen kennen zonder het nu de aanwezigheid van het uwe aanwezige de vicieuze cultus de cultuur en de vormelijke structuren waarop gelopen wordt en die we hebben helpen opbouwen en vertrouwden tot omgeving? en de neo-fosfaten van de ontdekking die ik probeer te zien in mijn ademen die ik probeer te kennen op de schoolbanken ik die jong was en jong ben   ik die zichzelf schuw herkent en herdenkt en toedekt met taal zo leerde ik mezelf de kleine kieskeurige beginselen nieuwe wegen maar ook wezens startende atmosfeer maar ook woorden van toen want an sich is er niets mis met dat gekende van mij dat bekende hij mij de verleden ik de pratende vergetende ik en de vergeten her-bedachte ik en de geschuwde aandachtige ik; mijn lethargisch geneigde ik die in al zijn verkennen een klein zelf-hulp-wezen werd zo is ook een volk   alles is wel al aanwezig gelukkig ik hoef het maar te grijpen of te belopen alles ervan af te slijten de stappen te stuiten en opnieuw te bedenken een ritmische ik het ritme van het wezen zijn het lijkt op het samenkomen of toch ook die eenheidsvorming de vicieuze cultus des ritmes de r van ritme de allegorie van ieder isme geboren uit alles dan taal de r van de cynismen de r van de ië een verlengd zien en spreken en het inspreken van een klankengang de r van de i de i van de i de morse van alles en de tong van de zin die in de oui van het isme ieder voyeurisme ik was er op reis en nam er alles reeds meerder malen mee zo ook leerde ik mezelf en anderen hoefde ik niet meer te kennen dus kende ik ze van binnenuit morse in een alfabet gieten de buitenlander in hokjes om hem er weer uit te halen en in het nu te steken ik kijk naar de i en naar de r en weet dat het goed is ik kijk naar de buitenlander en kijk ook naar mezelf

Dries Verhaegen
0 1

Gent II

Alles kan gebeuren in één enkel geluid zo ook nu.   Alles gebeurde al wel eens maar draaide zichzelf terug de voorbije dagen in met nachten als gevolg en daarin vond ik mezelf terug, in gesprekken in andere geluiden in de dagen dat ik mezelf vond was alles als kleurrijk omschreven en ging het de dagen te buiten; wij zijn dus wel al eens omgekomen in een waanzin groter dan een wereldbeeld want slechts een beeld is het dat zich settelt in onze voeten en waarmee we de stad af stampen tot pad waarmee een oppervlak de dagen vormgeven en de structuren vormgeven en de standvastigheid vormgeeft en al het stevige vormgeeft tot een geboorte van een stedelijke kunstvorm waarin alles al eens gebeurde in één knal die een klankgedicht voor mij betekende en voorbijsuizende wegen voorbijsuizende dagen zijn monogaam hetzelfde zonder nachten die nog gevormd worden in een  groter wordend geheel de emoties in en de kleren uit I discovered a man like no other man want is het een mannelijke trek de wegen door en door te kennen, Gent massagraf van de studentenkringen waarin iedereen lesgaf en iedereen communiceerde en iedereen sprak en iedereen at en iedereen kende iedereen en bovenal zichzelf als een buitenlands toekomstbeeld.     zo heimelijk was alles er nu ook weer niet zo heimelijk dat alles al eens was zo heimelijk was het daar en niemand die erom schreeuwde buiten ik ik schreeuwde mezelf er eindelijk te buiten buiten de steegjes die ik nu kende en buiten mijn ingedoctrineerde zinnen het hoofd dus uit een toekomst in een toekomst zo heimelijk dat ik er eerst even blauw van zag you and I we had nothing left to say en dat ik er daarna van weigerde van mezelf te bekomen boven was alles al blauw in een toekomst die oogde poreuzer dan ik gedacht had maar ik had nu ideeën over de ‘of’ en de ‘en’ van de woorden die niets uitsloten ook niet de wegen waarin ik zakken kon ik deed dit uiteindelijk overtuigend en zou een figuur zijn geworden van ambivalentie die iedereen weigerde te verkennen zo heimelijk een toekomst in en ook weer uit met een lui gedachtengoed maar het was uitspreekbaar alles was doenbaar in een gekend perspectief een context die ik onder de indruk bracht   Zonder twijfels heb ik toegezegd mezelf te verkennen in een omgeving die ik natrapte.   Zo heb ik ook de andere ik vergeten. De andere ik die afkeer heeft van de stem, van de stad, van de naam want zonder dat alles zouden we gelijk kunnen zijn en daar streefde ik toen naar; terwijl er nu een boven en een onder is maar op de herkenbare manier.Mijn denken heb ik toen uitgeschakeld   uit noodzaak en al wat een automatique werd werd weer obsessief ik herleefde zo een jeugd; die ik nog niet goed kende en doch ook verkende op de bekende oude manier dus mijn zoeken was nu ook paradoxaal en fragieler dan ik had voorspeld.   Ik voorspelde een gedachtengoed doorspekt van de waarheid en van de aandacht voor het ongewone en settelde mij daarin zonder gemaar en zonder het vertwijfeld aanbrengen van vriendschap want er was alleen nog maar self consciousness die een plek betekende. Zo van die herkenbare gestes die weinig of niemand aanraken ondanks dat ik iemand raken wilde, niet pragmatisch, niet lethargisch, niet in wijzerzin maar eerder in een ver verleden waarmee ik mezelf koesterde; ik wou iemand raken zonder er gek van te worden en er een plek van te maken zoals ik al deed met het alomtegenwoordige weigeren van de spraak, die ik reeds kende.     Alles dat in een plek zichzelf al eens voorbij snelde verbaasde mij met rood en de dood op de wangen en de ‘en’ en de ‘of’ in de tong en daarom nooit overtuigend waanzinnig echt zoals ik het wel eens wou vertellen en ik kende jou als een woord.     de wij van het zij die de resistance van een taal betekenen just take my hand alles begint al met een geste die just take my hand van je roept en begrijpt Gent is in een roes die weinig betekent alles in één plek dat zichzelf voorbij liep

Dries Verhaegen
9 1
Tip

Het kappersritueel

“Doe maar hetzelfde als de vorige keer.” Het is altijd de openingszin bij de kapper. Met mijn kapsel ga ik niet te veel avonturen aan. Hij weet hoe het moet. Laat sommige zaken maar onveranderd. Het is zoals de zondagse tomatensoep van moeder. Die mocht ook altijd dezelfde voortreffelijke smaak hebben. Ons gesprek gaat vervolgens over voetbal, werk en de kinderen. Tot er twee jongemannen binnenstappen. Ze gaan een gesprek aan met de tweede kapper, waarbij de twee hun smartphone tonen. Ik zie het in de spiegel voor me. Daar zie ik ook dat mijn kapper zijn hoofd naar het duo draait. Gelukkig staat zijn schaar in de pauzestand. “Het is nooit helemaal hetzelfde”, zegt hij. Hij weet duidelijk waar het over gaat. “Elk hoofd en elk kapsel is anders.” Nu begrijp ik het. De twee heren laten een foto zien en wensen dat hun coiffure dezelfde vorm krijgt. Ze overleggen een moment en vertrekken dan naar buiten. “Sommigen komen hier zelfs met een foto van Brad Pitt”, gaat mijn kapper verder. Ik denk eraan dat ik in mijn jonge jaren ooit hetzelfde deed. Met een foto van een popster uit een jongerenblad. Toen ik thuiskwam leek ik meer op de presentator van het journaal dan op de popster. Plots komen de twee terug binnen. Ze besluiten om er toch voor te gaan. Ik ben benieuwd welke foto ze hebben getoond. Ik gok op een beroemde voetballer. De kapper verwijdert mijn kappersschort, schudt het uit en neemt het borsteltje. Het doet me altijd denken aan de borstel waarmee ik champignons schoonmaak. Hiermee verwijdert hij de resterende haartjes uit mijn nek. “Nog wat gel?”, vraagt hij. “Zeker, dat mag”, zeg ik. Ook die zinnen maken deel uit van het kappersritueel. “Is het goed zo?”, vraag hij tenslotte. “Helemaal Brad Pitt”, lach ik.  

Rudi Lavreysen
134 1