Lezen

19u59

Verhalen van coronacruises, coronahotels, en hoe het allemaal begon: een vleermuis in de mond. Ze lijken van lang geleden. Ik ben ze haast vergeten. Nu maken ze plaats voor een eigen gefragmenteerd relaas. Duiven tellen tussen de bloesem. Vaststellen dat een woerd de twee meter afstand bewaart van zijn nieuwe vlam, zijn prinses in schutkleuren. Medelijden met de hond met drie poten. Sympathie voor zijn baasje. Blikken mogen nog kruisen, het is nog niet verboden. Een glimlach is nu meer waard dan wat centen. Het gastvrije grasveld waar iemand zijn sleutels tussen de keutels is verloren. Beloning voor de eerlijke vinder. De eerste vlinder. Waarop wacht de zwaluw? Het luchtruim al geruime tijd door buizerds ingenomen. Ze zijn hier koning te rijk. Wij zijn volkomen te rijk en vrezen wat moet komen. Ook wij bidden. Al is het in onze dromen. Het is druk wanneer niemand thuis blijft. Achter ramen zie ik enkel pluche beren en de kat. Ze wachten bang af. Om acht uur geklap. Ook witte lakens bedanken onze mondmaskerhelden. Ze symboliseren de goede afloop: ook vandaag stapt dit gezin niet in het graf. Eeuwige vraagstukken die ik mezelf voorleg:Zal ik me straks dan toch in het wassalon wagen?En de nachtwinkel?Kan een brood mij besmetten?Komen die fietsers niet te dichtbij wanneer ze me inhalen?Zal ik dierbaren verliezen aan het virus?En wat als ik zelf drager ben? Flarden van gesprekken opvangen. Of Yellow Submarine wel van The Beatles is. Zij denkt van niet. Haar vader wint het debat. Er is Google. En ik kon het niet laten in te grijpen. De eerste keer dat ik vandaag het zwijgen verbrak. In het wassalon vraagt een jonge man zich luidop af of ook senioren Tinder gebruiken. Het zou me verbazen van niet. En Tinderbereik stopt niet aan de grens. Matchen doen we op krediet. Swipen als tijdverdrijf, de tijd niet om het tinderen te minderen. We lijken wel kinderen.  Een dochter die haar moeder, na een blik op het infobordje, moet geruststellen. Dit is een salamander, mama. Geen krokodil. En ze zijn veel kleiner. Geen nood. Je bent hier veilig. Oranjebuik doet geen vlieg kwaad. En dat we ook in tijden van corona kunnen lachen. Het is al even gezond als uit uw kot komen en blijven bewegen. In de bufferzone die we lockdown light noemen, om ons eraan te herinneren dat het allemaal veel erger kan. Zodra onze eigen angsten in bedwang kunnen we nadenken over vluchtelingen, over daklozen, over kankerpatiënten, over andersvaliden in tijden van corona. Over coronapatiënten in tijden van corona. Vandaag denk ik weer: het kan allemaal veel erger. Vandaag weet ik zeker: dit komt goed. Maar vraag het mij morgen nog eens.

Gert Vanlerberghe
30 1

Verlegen piemels

‘Bij u wilt het ook niet komen precies, hè?’ zegt de man naast me, met wie ik al drie minuten een stilte deel die ongemakkelijker wordt met de seconde. Het is bijna onmogelijk om het je nog voor te stellen, maar er was een tijd dat mannen op openbare plaatsen¹ naar het toilet gingen en zo met twee of meer op nog geen meter van elkaar urinerend de ruimte vulden. Het was in de tijd dat we nog allemaal geld verdienden op een plek die we het werk² noemden. De dagen dat we elkaar nog in de ogen in plaats van in de camera keken. Dat we aten op de plaatsen waar je eten afhaalt. En dat we geflatteerd waren door de blik van mooie mensen op café³ omdat we hen nog niet bekeken als huiveringwekkende, virusverstuivende moordmachines.  ’Insinueer je dat ik naar hier kom omdat ik geil word van naast mannen met een ontblote penis te staan, ofzo?’De man schrikt een beetje en verontschuldigt zich.‘Dat was een grapje’, zeg ik. ‘Hans. Aangenaam. Ik zou je een hand willen geven⁴, maar ja…’ Het gezicht van de man ontspant zich. Ik zie hem glimlachen vanuit m’n ooghoek.‘Marcel. Het genoegen is geheel aan mijn kant, Hans.’ zegt hij. ‘Zonder insinuaties.’Ik grinnik. Ondertussen wachten onze urinoirs nog altijd geduldig op de eerste druppel.  ‘Ik weet niet wat het pijnlijkst is, de stilte van hier naast elkaar te staan en als een vuile gluurder over te komen, of de pijn van m’n blaas die elk moment gaat exploderen van zo dringend te moeten.’ zeg ik.‘Paruresis’, zegt Marcel.‘Excuseer?’‘Paruresis,’ herhaalt hij, ‘dat is de wetenschappelijke naam voor ons probleem hier, het niet kunnen plassen wanneer er iemand in uw buurt staat.’‘Ha, dat wist ik niet,’ antwoord ik, terwijl ik naar een weetje zoek om terug te kaatsen. ‘Wist jij dat de manier waarop Elon Musk plast, naar het schijnt vergelijkbaar is met hoe water uit een brandslang spuit? Die is al aan het blussen nog voor hij z’n rits goed en wel open heeft. Time is money, zeker? Wel grappig dat iemand die uitstoot wil verminderen zelf zo’n stevige uitstoot heeft in de pisbak.’Marcel draait z’n hoofd naar mij en antwoordt dan iets waaruit blijkt dat hij maar een flard gehoord heeft van wat ik net zei. ‘Ik heb mij al eens afgetrokken op Greta Thunberg, denkt gij dat dat mij een pedofiel maakt?’ Achter de muur, waar de vrouwentoiletten zich bevinden, wordt doorgespoeld. De watertank vult zichzelf langzaam terug aan en stopt dan abrupt om weer plaats te maken voor stilte. Bij ons is doortrekken nog lang niet aan de orde. ‘Zo een gemiste kans eigenlijk,’ zeg ik. ‘Ik had altijd gedacht dat ons probleem een leukere naam zou hebben.’‘Zoals wat dan?’ vraagt m’n toiletgezel.‘Plasangst. Of pisbang, ofzo.’‘Of iets wetenschappelijker, met een Grieks woord erin,’ vult hij enthousiast aan. ‘Een contextafhankelijke zeikfobie!’We beginnen allebei te lachen.‘Wat dacht je van een verlegen piemel?’ vraag ik hem.‘Een verlegen piemel. Hmm.’ Hij denkt er even over na en zegt dan ’Sorry meneer, ik sta hier echt niet omdat ik het geil vind dat u hier uw penis ontbloot. Ik heb gewoon een verlegen piemel.’ Hij knikt. ‘Daar zit wel iets in, Hans.’‘Alles behalve druppels, duidelijk.’ antwoord ik droog. Na 30 minuten vol verhalen van hoe Marcel lang geleden met z’n metalbandje nog een act had waarin hij zonder problemen voor heel het publiek op het podium stond te pissen, hoor ik naast mij een eerst bescheiden en dan steeds sterkere straal tegen het glazuur van het pissijn kletteren. En zoals dat meestal gaat, komt nog geen paar seconden later ook bij mij alles op gang. Marcel staart naar het plafond, verlegt z’n lichaamsgewicht even naar z’n tippen, wiebelt met z’n heupen en zipt vervolgens z’n rits dicht.‘Amai, dat deed deugd.’ sluit hij af. ‘Aangenaam kennismaken, verlegen piemel. Tot de volgende!'‘Ik kijk ernaar uit!’ roep ik iets te enthousiast om geloofwaardig te zijn, voor de deur achter hem zachtjes terug in haar favoriete positie valt. Terwijl ik alles proper afgeschud terug in m’n broek stop, bedenk ik me wat er net is gebeurd. Of beter, niet gebeurd. Disgusting, mompel ik in mezelf. Er gaat echt een ramp moeten plaatsvinden vooraleer iedereen z’n handen wast na een toiletbezoek. ___ ¹ Plaatsen waar vroeger verschillende mensen in fysieke vorm samenkwamen om in gezelschap activiteiten te doen zoals sporten, drinken, naar artiesten op een podium kijken ... ² Ook wel het bureau, het kantoor, de fabriek, het magazijn, de winkel ... ³ Een plek waar mensen bij elkaar kwamen en onder gedempt licht en aangename muziek alcoholische dranken nuttigden, om vaak veel dichter dan op 1,5 meter afstand van elkaar te eindigen. ⁴ In die tijd schudden mensen elkaar de hand bij wijze van kennismaking of begroeting. Dit gebruik werd over het algemeen niet uitgevoerd wanneer men al een penis in de hand had.

Hans Verhaegen
181 0

Met het geld van snotterhelden

Toby is mega. Toby is mijn god en elke god heeft dat geluk, hij blijft gespaard, van leed en dodelijke snot. 50 Ipad’s, omdat de goden niets ontgaat. U leest het goed. 50! Toby Alderweireld ziet het groots. 50 ipad’s schenkt hij aan de ziekenhuizen. Er wordt nog getwijfeld, wat het model betreft, Apple Air aan pakweg 200 EUR per stuk of Apple Pro aan 900 EUR het beest. Houd het luchtig en redelijk: 50 stuks Apple Air x 200 EUR = 10.000 EUR en ik zie het zo voor me, in een ziekenhuis vol met smet, miserie, buis in de strot, infuus in de aderen en toch blijven proberen. Of de verpleegster kan komen helpen met de internetverbinding, liefst zonder het schermpje aan te raken? Omdat Toby het wilt. Omdat het zijn geld is. Zijn bruto loon bedraagt momenteel ca.175.000 EUR per week en 10.000 EUR, beste Toby, als ik goed reken, dan is dat nog geen halve dag werken. Werken is niet zonder risico in deze tijden, ik weet het, Toby, ook dat Romelu het veel beter doet. Romelo Lukaku schenkt zomaar 100.000 EUR, terwijl hij niet eens zelf wil bepalen hoe het besteed wordt. Romelo overtreft Toby. Het salaris van twee ganse dagen. Thumbs up! Een lachertje is het niet. Gewetens kunnen knagen. Je moet er iets aan doen, je wilt het betere,  beter slapen ook en dus, verzin je, maar wat, dobbelstenen kan je gooien. Twee keer vijf is tien. Daarna twee tweeën, en weet je wat ik doe: dat zijn 4 nullen voor het goede doel. Zoiets en genoeg geluld. Geld helpt zelfs de braafste monopolyspeler. Gooi niet dubbel voor een derde keer, want dan klinkt het van 'ga naar de gevangenis, ga niet langs start, je ontvangt geen 200 EUR’. 200 EUR kost dus zo’n Ipad Air. Het klinkt als een beademinsgapparaat en de lagedruktentjes zijn ook uitverkocht. Geen sporter geraakt nog in de bergen voor zijn hoogtestage. We zitten immers allen in het dal. We schuilen en we lopen. Op de muren. Sommigen, ze snotteren. Anderen, ze sterven. Al die tijd en 's nachts, als vleermuizen de vele grensposten, angts en smetvrees weer eens aan hun laars lappen, kunnen we geen schaapjes blijven tellen. Toby. Romelo. Die slapen nu een beetje beter. Oprechte dank aan hen; doneren doen ze kruimels aan de dorst, maar mijd de mussen, raak ze nooit meer aan en zing een liedje als een zieke clown met runderbrein, getooid in gouden schoentjes, wachtend op het groenste kunststofgras. Zolang en tot die tijd wordt het verzinnen, schrapen, staren in de diepte, want het aalmoesje blijft kleven, op die bodem van dat onuitlikbaar yoghurtpotje. Chot, het is een week of drie geleden, dat ik hamsterde. En nu. Het lijkt wel kwijl, bedorven snot, schimmel met allures van vergane aardbeibrokjes.

Roderick Podenco
2 0

Wie weet

Een zoveelste bespiegeling over het coronavirus. Over quarantaine en hoe de mensheid uit alle macht vecht tegen een onzichtbare vijand. Er bestaat geen eerlijke oorlog, maar deze is toch wel héél oneerlijk en wreed. Een straf van de natuur volgens sommigen. Anderen insinueren een chemische oorlog, terwijl nog anderen het een vorm van natuurlijke selectie noemen.Zoveel vragen, zoveel theorieën. Niemand weet het. De wetenschap wroet met de handen in het haar naar een remedie, terwijl we met lede ogen moeten toezien hoe honderden de verstikkingsdood sterven. Wij, beschaafd, geciviliseerd, gedistingeerd, hoffelijk, keurig, distinctief, net, urbaan, voorkomend, welgemanierd, wellevend, welopgevoed en hoog intelligente maatschappij. Middeleeuwse taferelen die doen denken aan de zwarte dood komen ons tegemoet. Wij die onoverwinnelijk waren. Wij die elke dag de files indoken om twaalf uur per dag te zwoegen om te kunnen genieten van enkele uurtjes luxe. Wij die dachten dat luchtvervuiling zich wel zou oplossen op een beschaafde manier. Wij die dachten een gesofisticeerde oplossing te vinden voor het plastic waar we zo gulzig uit eten en drinken. Wij die dachten dat we konden blijven rotzooien met de oceanen, zeeën, wouden, de biotoop van onze geliefde dieren. Wij die dachten dat de wetenschap en onze intelligentie dit wel zouden klaren. Vaak hadden we het zelfs te druk om hier bij stil te staan. Te druk met vroeg opstaan en in een rotvaart de kids aankleden voor school of de opvang, om daarna in allerijl op tijd op het werk aan te komen en na een lange stressdag hetzelfde in omgekeerde volgorde te moeten doen. Kids ophalen, boodschappen doen, eten maken, tv kijken en weer slapen gaan. En dit vijf dagen per week. Vlug tussendoor een vakantie boeken en in het weekend de file weer in richting kust, het pretpark of de dierentuin, omdat we ons verdomme niet meer kunnen amuseren in ons kot. Nu zitten we met de gebakken peren. Nu moeten we in ons kot blijven en ons daar leren amuseren. Back to the basics. Helemaal op onszelf teruggeworpen. Verplicht stilstaan. Verplicht rust vinden, terwijl buiten een virus raast dat ons angstig maakt. De domper op onze spontaniteit om zomaar even naar buiten te lopen voor een boodschapje of een koffie in de stad. Vandaag geen zin om te koken? Dan maar op restaurant. Hoe we het allemaal als vanzelfsprekend vonden. Niks meer van dat alles. Kook maar zelf en draag handschoenen en een zelfgeknutseld mondkapje als je naar buiten moet. Gedaan met shop till you drop. Ineens lijkt een kleerkast vol kleren zo nutteloos. Een Vuiton of een Zeemannetje. Wat maakt het in gods naam nog uit. Het wordt ons in het gezicht gewreven dat gezond zijn echt zo belangrijk is. Bezorgd checken we onszelf. Elk kuchje, elk niesje. Zou het de vijand zijn? Hoe namen we onze gezondheid als vanzelfsprekend. We aten en dronken of er nooit een einde aan onze overvloed zou komen. Nee ik wijs geen vinger. Naar wie wel. Naar mezelf misschien. Omdat ik meegedaan heb, net zoals iedereen. Meegedaan met doorleven zonder misschien dat tikkeltje extra bewustzijn over de echte waarden in het leven. Mag het virus van deze bewustwording rijkelijk woekeren. Wie weet verandert dit onze wereld in één van gezondheid en voorspoed… wie weet…

Heidi Schoefs
54 0

De supermarktassemblee 

Een jaar geleden kreeg ik last aan mijn knieën. Ik was al een tijdje een enthousiaste start to runner toen ik steeds vaker kniepijn begon te krijgen. De pijnscheuten werden na verloop van tijd een bijna dagelijks euvel dat me fel hinderde. Uiteindelijk ging ik, laat ons zeggen, met “knikkende knieën” op afspraak bij een (toevallig) Hollandse podoloog die onverbloemd zijn oordeel velde: “Mevrouw, u hebt lakse knieligamenten. Daar valt niet zo veel aan te doen. Maar gaat u maar elke week fitnessen tot u ijzersterke dijspieren krijgt en het probleem gaat vanzelf wel over”. Om zijn betoog nog meer kracht bij te zetten, liet hij me in een weliswaar volledig neutrale context zijn harde dijspier aanraken (“voelt u even, hoe sterk die is”). Als geremde Vlaamse “betastte” ik voorzichtig de aangeboden dijspier. En hij bleef op zijn elan doorgaan: “De oplossing van het probleem ligt bij zelfdiscipline. Blijven sporten, blijven fitnessen. Nee nee, u raakt heus niet van het probleem af na een paar weken, misschien wel na een paar maanden. Maar u zult het zelf allemaal moeten realiseren”. Gelukkig kreeg mijn wilskracht wel een helpende hand. Hij adviseerde me om met een kinesitherapeut versterkende dijspieroefeningen aan te leren. En als ik me daarna nog kon beroepen op een Freudiaanse verdringing van de dijspieraanraking, kwam het vast allemaal wel goed.  Ik vond een kinesitherapeut die met veel ijver aan de slag ging met mijn dijspieren. Hij sprak graag over “adductoren” zoals elke kinesitherapeut die zichzelf au sérieux neemt en dus liever vakjargontermen gebruikt. Ik leerde mijn dijspieren trainen, kreeg ook huiswerk mee en het advies om zeker te blijven sporten.   Uiteindelijk werd de fiets mijn nieuwe roeping, niet de gesloten fitnessruimte. Ik ben een stadsmens met een sterke behoefte aan buitenlucht. Zodra ik de deur dichttrek van mijn kantoor en mijn sedentaire job achter me laat tot minstens de ochtend erop, komt de buitenmens in mij naar boven. Ik heb behoefte aan verse lucht, zoals we hier in Vlaanderen zeggen, ook al heb ik de lucht nooit in de wasmachine gedraaid. En ook aan vertoeven op het plattenland, al dan niet met de mogelijkheid om fraaie koeienmest op te snuiven. Bovendien werd ik nu een buitenmens met een missie: al minstens even harde dijspieren kweken als mijn podoloog.   Ik vond al snel een leuk fietsparcours. Een fietspad dat zich volledig ontrolt achter huizen, tussen velden, omringd door bomenrijen en geflankeerd door vele bankjes die elke wandelaar of fietser een rustpauze gunnen. Ik kwam er al fietsend vaak mensen tegen en kende al snel mijn nieuwe fietsomgeving. Midden op het parcours wist ik al dat er links van het fietspad een stuk parking met een middelgrote supermarkt op zou rijzen. Een Spar-winkel voor landelijke buren die verder wonen van het stadscentrum. Aan de andere kant van het fietspad, recht tegenover de Spar, een bankje verborgen in het groen.   Nu begon er mij iets op te vallen. Dat oudere mensen geladen met boodschappentassen op dat supermarktbankje even gingen pauzeren. Dat er wel eens iemand ging zitten om voor zich uit te staren. Dat kinderen er ongeduldig hun boodschappeninhoud kwamen verslinden. Versta hieronder: XL-formaat zakken chips en snoepzakjes die gretig werden opengescheurd en leeggegeten. Ik besefte dat het bankje een toevluchtsoord was voor iedereen die niet snel naar huis wou na boodschappentijd. Op een bankje gaan zitten tussen de bomen en heggen, dat ook had iets van weg zijn van de wereld, niet gezien worden, verdwijnen in het groen. En je kon je er ook “discreet” overgeven aan een activiteit die op een drukbezochte publieke plaats eerder bevooroordeelde blikken zou opleveren.    Zo zag ik na een paar weken fietsen dat het bankje meer hommage was aangedaan dan ik eerst vermoedde. Ik zag er af en toe een bende mannen bijeenkomen. Het waren meestal drie dezelfde mannen van middelbare leeftijd die vermoedelijk het café hadden ingeruild voor dat bankje om er samen bierblikjes uit te drinken. En de tijd te vullen met het delen van “het verhaal van mijn leven” en “mijn dagelijkse ergernissen”. Ze vertoefden daarbij in een zalige roes, vermoedde ik. Mannen die mij meewarig aankeken telkens wanneer ik in een sportieve bui voorbijfietste. Mannen die misschien ook niet liever betrapt wilden worden door hun vrouw op bier drinken thuis in een comfortabel trainingspak. Want het bankje stond garant voor “niemand kent me hier bij naam, kent mijn verhaal, weet wie ik ben”. Mannen die instant biergeluk proefden en toch de tijd namen om ervan te genieten.  Ik had de indruk dat ze elkaar al goed kenden. Waarschijnlijk spraken ze regelmatig af op dat bankje. Was het een gewoonte geworden om elkaar te zien. Gewoontes die zorgen voor verbinding, een gevoel van gedeelde smart. Ontmoetingsmomenten die je sterken in je eigenwaarde en bestaansrecht wanneer je leven niet over rozen loopt. Want het is jouw moment, met jouw bierblikje en jouw lotgenoten.  Ik begin ze ondertussen te missen, de supermarktassemblee, of zoals ik die mannenbijeenkomst graag omschrijf. Ettelijke weken heb ik op latere en onregelmatige tijdstippen gefietst, kwam het koude regenweer aanzetten en namen mijn sportieve activiteiten een geweldige duik. Tijdens mijn laatste fietstochten zag ik vaker een leeg bankje. En ik vraag me af of de assemblee nog plaatsvindt.    Ik lees nu heel toevallig op Wikipédia wat achtergrondinfo over SPAR. Het vroegere motto van SPAR (een acroniem) luidt als volgt (de keten heette aanvankelijk DE SPAR): “Door Eendrachtig Samenwerken Profiteren Allen Regelmatig”.  Ik zou het niet mooier kunnen omschrijven. SPAR heeft een missie in het leven geroepen. Eentje waarbij oudere mannen hun wedervaren en bierblikjes delen op een discreet bankje. Als symbool voor DE SPAR. Waar samen drinken of samenzijn iedereen het beste mentale profijt oplevert. 

Maïté L.
4 0

De Kleine Academie in Brussel.

“I went to New York. I had a dream. I wanted to be a big star, I didn’t know anybody, I wanted to dance, I wanted to sing, I wanted to do all those things, I wanted to make people happy, I wanted to be famous, I wanted everybody to love me. I wanted to be a star. I worked really hard, and my dream came true.” (Madonna, 1985). Brussel bruist van talent maar weinig talent bruist. Ook in Brussel. Echt met kunst bezig zijn is meer dan een passie. Wie écht iets wil betekenen, moet voortdurend bezig zijn. Artiesten en kunstenaars moeten leren actief bezig zijn met hun creatie. Velen zijn wars van een opleiding, nochtans is het in een opleiding dat de gezaaide zaadjes een vruchtvolle oogst kunnen opleveren. Elk seizoen, dag na dag, jaar na jaar. Bezig zijn. Oefenen. Zweten en netwerken. Een opleiding die out the box zeg maar, opleidt, is de Kleine Academie (DKA) in Brussel. De acteur, de danser, de schrijver, de auteur, de regisseur… iedereen keert naar de basis. In een informatiebrief van DKA staat: “Beweging is het grondprincipe in de manier van werken en pedagogisch gezien is de opleiding ervaringsgericht: de student wordt geconfronteerd met allerlei situaties waar hijzelf eigen oplossingen aandraagt.” Wie creatief met lichaam, ruimte, ervaring, belevenis en beweging omgaat, klopt hier aan de juiste deur. Men gaat ervan uit dat iedereen een goed acteur[1] is en de opleiding reikt de nodige tools aan om met eigen bagage te evolueren naar bewustwording in een eigen creatie, een eigen personage, een eigen weg. Een rondvraag aan enkele medestudenten beaamt waar DKA voor staat. Frank wil acteur worden en heeft deze opleiding nodig om technieken aan te leren die gespeeld kunnen worden in allerlei dagelijkse situaties en scènes[2] die hem hopelijk ooit worden aangeboden. Werner wil dezelfde richting uit[3]. DKA geeft positieve vibes en de opleiding maakt van iedereen een volwaardige kunstenaar. Véronique vertelt dat ze nog nooit zoveel inspiratie heeft gevonden in haar werk en haar creatie. Het acteren op zich vindt ze niet voor haar weggelegd omdat ze wat schuchter is. Het is haar creatieve hoofd dat hier adem krijgt en zo haar toekomstige carrière als regisseur uittekent. Haar ideeën in de verschillende ateliers zijn altijd van topkwaliteit en haar talent om acteurs te begeleiden zal zich hopelijk laten voelen in de Belgische cinema. Mery daarentegen wil theater doen, terwijl Sabine zich eerder in komedie ziet spelen. Daarom focust zij zich tijdens de ateliers op camerawerk. Ik ben zot van beweging. De ruimte inpalmen met mijn lichaam. Dansen. Bewegen. Om mensen gelukkig te maken. Om iets te betekenen. Om iets te zeggen hebben. De lessen worden ’s morgens en ’s namiddags gegeven, gespreid over ruim drie uren. De opleiding omvat een flinke brok lichaamstraining en bewegingsanalyse. Er wordt aan ieder deel van het lichaam gewerkt om het ten volle te gebruiken op een set, een podium, een visie. Er worden veel improvisatieoefeningen gegeven waarbij twee professionele regisseurs fouten analyseren, rechtzetten en ons verder in die richting te duwen waar onze lichamen en soms ook onze woorden ons naartoe leiden. De gemeenschappelijke ateliers zijn een unieke ontmoeting van verschillende talenten en disciplines waarbij wonderlijke en magische stukjes en schrijfsels uitkomen. Er valt heel veel te schrijven over DKA maar eigenlijk zou je het zelf moeten komen beleven. We leven in rare tijden waarin iedereen denkt een talent te zijn. Tijd om eens zelfbewust met kunst om te gaan. DKA is het tijdperk zonder virtuele hoogmoed. Zo komt zeker voor jou ook die droom uit. © Erwin Abbeloos – 1988 – 2020. [1] Of artiest, componist, regisseur, danser enz…[2] Frank heeft verschillende kleine bijrollen gespeeld in series zoals Witse.[3] Werner De Smedt is een gekend Vlaams acteur.

Erwin Abbeloos
755 0

Omtrent de zoektocht naar verveling.

Omtrent de zoektocht naar verveling In een moment van zielenrust kan je als mens iets treffen dat pakkend is. Iets dat je bij de keel neemt. Iets dat je doet stil staan bij het moment dat elke seconde een nieuw gebeuren schept. Een onbevlekte ontvangenis door een aangespoelde ruimte. Iets wat voorbij de kracht van serendipiteit slentert. Een vraagstuk dat vooral verlangt, de tijd uitdaagt en streelt.Die verlangens dooft en denkt. Dunkt. Of zelfs versmacht.Het is de antigod van het heden,namelijk de verveling. De onzijdige verveling. Het kan zomaar toeslaan als een oktobermaand die weinig regent of een kerkhof dat nauwelijks rouwt. Het overkomt iedereen als een onvoorwaardelijkheid. Verveling is een kans. Het is vooral een uitstekende kans om te leren een mens in opstand te zijn. Stil te staan en af te stappen van het maatschappelijk gebeuren dat een constante druk eist. Eisen moet voor de verveling niet. Het is vooral een manusje dat relativeert en nuanceert. Het is iets dat niet infecteert. Dat niet pijnigt, maar dat eerder troost.Verveling doet een mens essentialiseren. Het opent het intrapersoonlijk debat van het zijn en doet ons wandelen in ons eigen, kleine tuintje. Een tuintje vol onverwelkte ideeën, maar die door pesticiden als druk, tijd, prestaties onderdrukt worden. Verveling doet het denken ademen. Rusten en eventueel broeden. Het kan met diens wulps gedrag zich voortplanten. De toekomst is een noodkreet naar kweekprogramma’s van en voor verveling. Verveling baart optimisme. Misschien vindt Nietzsche hier wel een plaatsje, in de dode hoek, in ons kleine tuintje van Eden met de optimistische zinnen; ‘Een nieuwe morgenrood omstraald: ons hart stroomt daarbij over van dankbaarheid, verbazing, vermoedens, verwachting, -eindelijk ligt de horizon weer voor ons open, zelfs al is hij niet helder, eindelijk mogen onze schepen weer uitvaren, welk gevaar er ook dreigt, elk waagstuk van de kennis is weer toegestaan, de zee, onze zee ligt weer open, misschien is er nog nooit zo’n ‘open zee’ geweest.’

Niels Lievens
87 1