Lezen

Pure rust.

Soms was het tijd voor het nageslacht, soms tijd voor een gevecht, nu slechts het tikken -tik tik tik- op het raam. Ik sta op, bevrijd mijn oren van de slaperige doppen, hoor nu beter. Een kleine tuinvogel ziet me naderen en drijft het tikken op. Het klinkt als agressie. Het klinkt te groot voor een vogeltje van die omvang. Haastig bevestig ik het krantenpapier tegen het raam om het rode borstje tot rust te brengen. Die handeling helpt. Is het het mannetje, het vrouwtje dat me dankbaar aankijkt? Doorheen het glas dat niet is afgeplakt zie ik nergens de tweede helft van het koppeltje. Ze wonen al een tijdje samen in de tuin. Ik was getuige van de bouw van hun optrekje. Een liftje ontbrak maar hé ja dat zat al in hun vleugels vervat. Het tikkende vogeltje wil me blijkbaar iets vertellen, iets vragen. Het wil iets kwijt, iets vinden. Onlangs ging ons gesprek over bekende tuinvogels (waar iedereen de naam van kent) en ik hoorde voor het eerst over de gekte van mensen om naambekendheid belangrijk te vinden. Daar hebben wij geen last van, bekte hij. Of zij. Ben ik een koolmeesje, een blauwborstje, roodborstje, duif? Dat is toch van geen belang, als je vliegen kan.  Ooit kwamen ze als koppel bij me aankloppen na een banale ruzie. Ze wisten niet dat dat de mensen ook overkwam. En ik werd gevraagd uit te leggen waarom de geest van mensen lijkt weg te vliegen van elk lichaamseigen genot, niet gebaseerd op drank of drugs die als een helicopter boven het hoofd hangt, maar genot op basis van de eigen pure rust. Het vogeltje achter de krant leek iets te kunnen ontcijferen, misschien het antwoord waarvan ik was vervreemd, ik probeerde iets te lezen in zijn vlucht.

Ingrid Strobbe
3 0

De Nikkies, de Bo's en de Dalilla's van deze wereld.

Op haar Youtube kanaal onthult Nikkie de Jager – alias NikkieTutorials – dat ze transgender is. Ze werd onlangs geblackmaild en wachtte op het juiste moment om ermee naar buiten te komen. Dit moment werd haar afgenomen. Het is heel knap van haar om haar belagers te slim af te zijn door zelf een video te plaatsen en als transgender uit de kast te komen. In de video spreken de emoties voor zichzelf. We kunnen hier zeker verder bij denken. Toen in 1985 naaktfoto’s van Madonna’s early years verschenen, had zij maar één antwoord en dat antwoord stond gedrukt in alle kranten : “So what?” De zangeres werd hier ook tegen haar wil, letterlijk dan nog wel, bloot aan de hele wereld gegeven. Madonna is Nikkie niet en Nikkie is Madonna niet maar ik mis ruggengraat bij Nikkie. Ik zie drama, persoonlijk drama, en dat zal het gewicht van chantage wel zijn, hoewel ze de steun van haar moeder en haar beste vriend bovenal waardeert. Ik zie vooral individueel drama en wat brengt het wie bij? Je ziet alleen maar Nikkie. De video zegt : its’ about me. Je ziet geen gemeenschap. Zij is niet de enige die de laatste jaren zo fel van leer gaat tegen vooroordelen, tegen mensen die er een andere mening op nahouden. We zien ook dat er minder naar machtssystemen zoals politiek en religie wordt uitgehaald. Waar vroeger gestreden werd om voor de eigen gemeenschap op te komen, zien we vandaag dat de individuen die tot een bepaalde gemeenschap behoren, als individu opstaan en luid schreeuwen “Not in my name’. Dat had je vroeger niet, toen mensen gezamenlijk opstonden voor hun rechten (vrouwen, holebi’s, zwarte mensen, allochtonen…). We hadden het over ‘ons’ en ‘wij’. We trokken de straat op, we bekladden administraties met fake bloed, we namen het woord in publieke debatten, we maakten minderheden mondiger. We deden dat omdat mensen stierven, omdat mensen op hun seksualiteit afgerekend werden, omdat mensen bevooroordeeld werden door hun huidskleur. Het militantisme, het strijden voor gelijkheid en gelijke rechten is niet meer. Mensen strijden niet meer voor iets gemeenschappelijks maar strijden, binnen hun gemeenschap, voor zichzelf. Er is een verschuiving. Komt dat de gemeenschap ten goede? Zien we nu niet alleen maar de Bo’s, de Nikkies, de Dalilla’s en niet meer de anderen? En wat doet een gewoon persoon op de werkvloer hiermee? Mensen strijden vandaag hun individuele strijd niet meer op straat maar eerder vanuit hun garages, hun slaapkamers, met memes, met quotes, vanuit hun luie zetel op het internet en op social media. Maar internet is etherisch, toch? Nikkie is fel geëxposeerd. Hoe had ze dat anders kunnen aanpakken? Is een - edited - video die 17 minuten “You is you - I am me” duurt relevant? Volstaat een ‘I love you all’ of wordt hier nu iets in beweging gezet? Gaat ze hier nu daadwerkelijk mee verder? Het lijkt alsof ze nu pas beseft dat er buiten de YouTube wereld inderdaad dwaze mensen zijn, mensen die haten, mensen met weinig brein vanboven. Dat is helaas de keerzijde van de medaille en we kunnen er allemaal wel over meespreken. Wat is de rol van social media hier en welk belang hechten we aan social media? Ze zegt dat ze niet graag gelabeld wordt – maar zijn we dat niet allemaal in ons leven? Is een stigma altijd negatief, zijn er niet ergens positieve kanten te vinden in ‘in een hokje te zijn’ – zelf gewild uiteraard, voor zover dat kan? Ik mis ruggengraat maar ik mis ook dieptegang. Is het outen van ‘being gay’ hetzelfde als een outen van ‘being transgender’? Is het outen van iemand die gekend is (mediafiguur, BV, nieuwsanker, zanger/zangeres, politieker, Youtube fenomeen enz) belangrijker dan iemand die pakweg in een boerendorp woont? Wie helpt het? Welke verandering in een machtssysteem brengt het bij? Waarom wordt er überhaupt geout? En wat is dat nu exact dat outen? Wie doet het en in welke context? En waarom? Hoe staat ‘coming out’ daar tegenover? Hoe belangrijk is normalisatie? Hoe belangrijk is onzichtbaarheid terwijl je toch wel gezien wil worden? Ze heeft wel een punt, nl. dat zij en zij alleen beschikt over haar leven. Maar mensen met slechte bedoelingen, wanneer je op YouTube bent, zitten er helaas bij. Waarom wist ze dat niet? En hoe kunnen we zwakkere mensen, minderheden beter beschermen hiertegen? Hebben we iets niet doorgegeven aan deze generatie van volgers en likers? Is het discours dat we ooit hadden tegen macht vandaag een ordinaire klaagzang geworden? Niemand verdient het dat zijn of haar leven afgenomen wordt door iemand met slechte bedoelingen. Wordt het daarom niet tijd dat gemeenschappen opnieuw bij elkaar gaan kijken wat hen bindt? Is het niet tijd om al die individuen van verschillende gemeenschappen en minderheden bij elkaar te brengen en een gezamenlijke strijd organiseren? Is het niet tijd voor minder IK en meer WIJ? In een ECHTE wereld?  

Erwin Abbeloos
21 0

Kai-Mook

Toen ik gisteren aan het pissen was, vroeg ik me ineens af hoe het eigenlijk nog met Kai-Mook zou zijn. Ik herinner mij dat we met de hele natie zo uitkeken naar de komst van dat geslurfd mirakeltje, alsof het uit de baarmoeder zou komen met een oplossing voor het gat in de begroting, een geneesmiddel tegen kanker en het geheim van hoe je bechamelsaus zonder klonters maakt. Er hingen zelfs camera’s in de kooi van hoogzwangere moeder Phyo Phyo – olifanten geven evenveel om privacy als de gemiddelde Facebookgebruiker – zodat iedereen live kon zien wanneer het grote moment was aangebroken. En wij zaten allemaal zo dicht met onze neus op het scherm dat we de olifantenschede bijna konden ruiken. De dag dat het schattig, gerimpeld jong eindelijk haar hoofdje liet zien, was iedereen buiten zichzelf van vreugde. Alle mannelijke bezoekers van ZOO Antwerpen mochten gratis binnen als ze hun broekzakken binnenstebuiten keerden, hun rits openzipten en hun eigen kleine Kai-Mook vrolijk lieten rondbengelen, mits de belofte dat het hele zoobezoek lang te doen. Vrouwen mochten binnen zonder betalen als ze aan de entree hun panty’s uittrokken en op handen en voeten de bevallende Phyo Phyo met een maximum aan inlevingsvermogen imiteerden. Sommigen gingen zo ver om in de trein op weg naar de zoo al een olifantenknuffel in hun gleuf te proppen en die er dan tijdens het spektakel, tot grote verbazing van de toegangsbedienden, met pijnlijke olifantenkreten uit te baren. Deze dames kregen er terecht nog een bonnetje bovenop voor een gratis glas cava in Grand Café Flamingo. En zo ging het in de dagen na de geboorte en heel het land vierde feest en we zongen olifantenliederen, en we bakten baby-olifantenkoekjes met onze kinderen, die we deelden met onze buren – de koekjes, niet de kinderen – en homo’s werden in mekaar gestampt, want zelfs een hartverwarmend fenomeen als een geboorte in een bedreigde dierenfamilie kan helaas niet voorkomen dat er dagelijks homo’s in mekaar worden gestampt, ondanks het feit dat ze al lang voor de hype fan waren van harige slurven en we eindelijk allemaal even één ding meer gemeenschappelijk hadden. En dan bleek dat dat olifantje, dat om op te vreten was en waar we ons jarenlang peter en meter van voelden, zich op 7-jarige leeftijd al rijp genoeg achtte om zelf moeder te worden! En allemaal waren we gedegouteerd van die kleine kinderhoer die heel de tijd een rolletje had gespeeld en die, terwijl onze kinderen zich allemaal verkleedden in baby-olifantjes met carnaval, had liggen vogelen met elk beest in de dierentuin dat nog niet eens een beetje een slurf had! Het laatste wat ik er daarna van gehoord heb, is dat ze de sloerie van haar slagtanden hebben beroofd, dat ze twee van haar poten hebben afgezet (links voor en rechts achter), en dat Peter Goossens ze een tijdlang in Hof van Cleve geserveerd heeft als ‘verrassingsnuggets met krokantje van ivoorstamperbloesemblad.’ Daarna hebben de dierenverzorgers haar op een boot richting Afrika gezet met de woorden: ‘ik hoop voor jou dat het lang duurt voor de jagers je vinden, maar ik zou er niet te hard op rekenen, schijnheilige dinosauruskut. Als de Afrikaanse olifanten je al niet eerder weten te strikken, want naar het schijnt lusten die Aziatische olifanten rauw en hangen ze ze op in de hoogste boom of gooien ze hen dood met brandende neushoornkak.’ Sindsdien staat er in de vuilste uithoek van Planckendael een kartonnen olifant die Kai-Mook moet voorstellen. En iedereen kan zien dat het niet de echte is, maar niemand komt ernaartoe om het effectief te ontdekken, omdat iedereen in ons land het gehad heeft met die walgelijke dierenslet, die ons heel even weer liet geloven in een betere wereld waarin wonderen bestaan, waarin we ons allemaal verbonden voelen en we beseffen dat we veel meer kunnen bereiken als we ons achter hetzelfde doel scharen. En 11 miljoen Belgen bleven gedesillusioneerd achter, ons dood schamend over hoe we allemaal toch zo kinderlijk naïef hadden kunnen zijn.

Hans Verhaegen
66 1

IJskoud

Mijn neus stond op het punt van mijn gezicht te vallen terwijl ik langzaam stappen zette in de meterhoge sneeuw. Ik kan het nog halen, blijf doorbijten. Mijn handen hingen voor mijn gezicht in een poging om de vallende sneeuw tegen te houden. Rond mij was alleen maar wit te zien. Ik wist zelfs niet of het dag of nacht was, zo lang had ik zitten rondwalen in de vergetelheid. Elke stap werd zwaarder, het zou niet lang meer duren tot ik op de grond zou vallen en zou doodvriezen. Verdomme, je kunt het. Er is nog hoop. Af en toe vloog er een sneeuwvlok tegen mijn gezicht. Ik keek voor mij en zag nog steeds de oneindige sneeuwvlakte. Ik zette nog steeds verder, de laarzen die ik aanhad voelden als stukken massief lood. Ik verwijderde mijn hand voor enkele seconden weg van mijn gezicht. Een rivier, die met een dikke laag ijs was bedekt, verscheen voor mijn ogen. Je moet door, een rivier betekent hoop. Ik zette steeds meer stappen totdat ik aan de rand van de rivier arriveerde. Onder het ijs zag ik het water idyllisch bewegen. Ik zette mijn linkervoet op de ijsvlakte. Het ijs voelde sterk aan. Ik verzamelde genoeg zelfvertrouwen om mijn rechtervoet ook op het ijs te zetten, het ijs voelde nog steeds stevig. Het gevoel in mijn handen begon te verdwijnen. Blijf… doorgaan. Het ijs die zich onder mij bevond zag er telkens waziger uit. Ik verwijderde mijn hand weer van mijn gezicht. Een gedaante stond aan de oever van de rivier. Is… het een persoon? Ik wandelde sneller over de dikke laag ijs. ‘Vreselijk weertje, niet?’ zei de gedaante toen ik dichtbij de oever stond. Ik knikte en keek de man recht in het gezicht aan. Shit nee, nee het kan niet waar zijn. De man trok een revolver uit zijn zak. ‘Blijf staan, tenzij je hier wil begraven worden natuurlijk.’ Zei hij koeltjes met een dreigende ondertoon. Ik draaide mij om, richting de andere oever en begon te rennen. Ik slierde uit over het gladde ijs. *beng* Er werd een schot gelost. De man had gemist, ik sprintte verder over de bevroren rivier. Ik hoorde hoe het ijs lichtjes kraakte toen de man mijn kant op kwam. Ik sprintte en hoorde mijn hartslag steeds sneller gaan. Het wordt mijn dood. Ik was de ijzige rivier overgerend en rende verder de dikke sneeuw in. Linkervoet, rechtervoet, linkervoet, rechtervoet… Ik rende nog steeds, ik wou stoppen maar kon niet. De man kon elk moment verschijnen, blijven rennen dus. Er is nog hoop. In de verte zag ik iets verschijnen in de dikke witte mist. Het was een hut, een schuilplek, veiligheid. Ik sprintte nu nog sneller dan voorheen. Zat de man nog achter mij aan? Ik durfde niet om te kijken maar concentreerde mij op de hut die zich voor mij bevond. Ik opende al snel de deur van de houten hut en wandelde naar binnen. Ik was uitgeput en kon eindelijk rusten. Dat dacht ik toch. De houten hut had amper meubels, apart van een zetel en een paar kasten. Het was pikdonker in het gebouw, ik kon geen licht maken. De man kon nog altijd achter mij aan zitten. Mijn ademhaling begon steeds op een langzamer ritme te komen. Ik wreef in m’n handen en ging in een zetel zitten. De hevige wind van buiten was door de volledige hut te horen. Ik hoorde het geluid van iemand die in de sneeuw ploeterde. Blijf rustig, verstop je. Ik deed een kast langzaam open om geen geluid te maken en kroop er zo snel mogelijk in. De deur kraakte terwijl het open ging. Het geluid van de wind werd sterker. Voetstappen, hij is terug, hou je adem in. De man scheen met een zaklamp door de hut. Het licht ging even langs de kast waarin ik me bevond. Hij liep richting een kast. De deuren gingen open. Blijf rustig… Hij had me nog niet gevonden, er was hoop. Verdomme, hij loopt mijn kant op. Het licht van de zaklamp scheen recht in mijn ogen door de spleten van de houten kast. De deuren kraakten terwijl hij ze opende. Hij keek me recht aan. Ik was sneller, ik liep recht op hem af en duwde zijn volledige lichaam op de grond. De zaklamp rolde over de grond terwijl het licht nog steeds door de kamer scheen. Ren verdomme, de deur uit! Ik sprintte richting de deur, terug de ijskoude buitenwereld in. Ik was weer terug bij de rivier, voetstappen achtervolgden mij in de mist. Hij had nog niet opgegeven, hij was zelfs furieus. De man stond dicht bij me, ik voelde het. Ik hoorde het geluid van het geweer, ik kon niet meer ontsnappen. Het geluid van het schot galmde door de mist. Was ik dood? De man viel op de grond.

Nova
3 0

Woensdag

Woensdag, dan ging het gebeuren. Het was alleen nog niet woensdag, het was voor die dag, voor D-day. Nou ja, een verhaaltje, laat ik maar beginnen… Ik herinnerde me nog dat ik een paar dagen voor die woensdag boodschappen was gaan doen. Wacht, dat interesseert je waarschijnlijk niet zo heel erg. Nou ja, even denken, wat was er zo belangrijk… Oh ja, ik herinner het me weer! Ik had me voorbereid, een geweer gekocht, een masker besteld. Ik was er helemaal klaar voor om het te doen. We hadden een paar dagen ervoor ook besloten om een laatste vergadering te houden, er was ten slotte veel planning nodig om zoiets te doen. Eigenlijk gebeurde er niet veel speciaals voor D-day. Laat ik daarom direct beginnen over woensdag. Het was geen normale woensdag, we liepen binnen in het gebouw, met onze maskers op en onze geweren in de hand. ‘IEDEREEN, OP DE GROND, NU!’. Een tiental stemmen begonnen te schreeuwen terwijl ik een M16A4 op hen richtte. Ik was alleen niet van plan om ze neer te schieten, zolang ze niets doms deden toch. Samen met een andere gemaskerde liep ik achter een balie, richting de kluis. Iemand van de groep had ervoor gezorgd dat hij de code had bemachtigd. Terwijl mijn gemaskerde collega de code invoerde, keek ik gestresseerd rond. Er was nog geen alarm geluid, de politie was nog niet onderweg, geen reden om te panikeren. De kluis ging open en honderden goudstaven blonken in het licht. Al snel begon ik mijn zak te vullen. Ik ging rijk zijn, ik zou nooit meer aan geld moeten denken. Toen brak de hel los, iemand had op het noodalarm gedrukt. Het zou niet lang meer duren voordat de politie zou arriveren. Ik besloot om nog een paar goudstaven weg te stoppen en snel te vertrekken. De andere gemaskerde overvallers volgden mij naar buiten terwijl we richting ons ontsnappingsvoertuig vluchtten. We liepen een steegje en zagen een busje wachten. Dat was onze manier van ontsnappen. Toen ik als laatste de zak met goudstaven in het busje laatste, gebeurde iets wat ik nooit zou vergeten. De andere gemaskerden stapten in het voertuig en lieten mij achter in het kleine straatje. Ik keek paniekerig om mij heen terwijl de sirenes van de politiewagens steeds dichter bij kwamen. Ik zette het op een rennen maar ontdekte al snel dat de politie mij omringde. Mij zouden ze niet in de gevangenis steken, nooit. Ik richtte mijn geweer maar de politieagenten waren sneller. Een schot werd gelost, bloed stroomde door het straatje.

Nova
1 0

Sum 41

14 januari 2020. Hoe lang is het geleden dat ik nog heb geschreven dat ik gelukkig ben? Veel te lang. Misschien is dat omdat ik het ook niet ben, ik weet het niet. Ik weet twee dingen: ik voel me heel vaak ongelukkig EN Nick maakt me gelukkig. Dat voelt allebei juist aan. Het klopt ook maar dat is net het probleem. Ik kan alleen maar gelukkig zijn als ik bij Nick ben. Ik ben compleet afhankelijk van hem. Ik voel dat ook en dat is eng. Niet kunnen instaan voor je eigen geluk is eng want wat als hij weg gaat? Dan zal ik nooit meer gelukkig zijn? Maar nu hij er wel is, ben ik ook zo vaak niet gelukkig. Als ik niet bij hem ben, zoals nu, dan voel ik me leeg. Dan doet alles echt pijn en dan moet ik mezelf dwingen om niet aan hem te denken. Ik ben ziek he. Ziek in mijn hoofd. Ik weet het. Ik wil dat ook echt niet zijn, echt niet. Maar ik kan niet anders. Blijkbaar heb ik een trauma. Blijkbaar heeft dat trauma me ziek gemaakt, me gemaakt zoals ik nu ben. Ik kan mezelf niet eens meer verdragen zo.    Ik heb al zo vaak gedacht aan de pijn die ik nog zal voelen. Als ik zo blijf, zoals nu, dan ga ik nog heel veel pijn voelen, nog heel veel verdriet. Ik weet niet of ik dat aankan. Ik wil het niet, maar ik wil ook niet dood. Ik wil, nog veel liever dan sommige andere mensen, gelukkig zijn. Ik heb daar echt nood aan, want als ik niet gelukkig ben dan ben ik doodongelukkig, en geloof me, dat is vermoeiend. Mij zijn is heel vermoeiend. Deze tekst lezen moet vast ook vermoeiend zijn, al dat zelfmedelijden.  Ik schrijf te weinig. Daarom dat ik nu, zonder terug te lezen in wat ik al geschreven heb en eventuele foutjes te verbeteren, gewoon van me afschrijf wat er in me opkomt. Want het is allemaal gewoon te veel. Veel te veel. Zoveel dat ik er hoofdpijn van krijg. Ik zit vol angst. Ik ben zo bang om me nog eens verdrietig te voelen. Om me nog eens zo verdrietig te voelen dat ik wenste dat ik dood was. Ik wil me nooit meer zo voelen. Maar de laatste tijd komt dat gevoel sneller en sneller bij me op. 'T is te veel, ik stop ermee. Was het maar zo gemakkelijk.  Ik ben niet bang om dood te gaan. Deze pijn zal dan over zijn. En stel dat er een 'hiernamaals' is, dan is papa daar. Dan wil ik daar ook wel zijn. Hem leren kennen, want hij zou me veel kunnen leren. Maar hoe zit dat dan? Kan je kiezen wie je tegenkomt daarboven? Staat dat al vast? En bestaat daar ook zoiets als emoties? Kan ik daar ook bang en verdrietig zijn? Stopt dit nooit? Gemis. Vreet. Aan. Mij. Er mist iets. Ik voel dat letterlijk. Die wonde, die daar vanbinnen zit, die doet zoveel pijn. Enkel Nick kan die opvullen. Tijdelijk. Nooit permanent. Nick houdt mij stabiel, houdt mij bijeen. Zodat ik niet uit elkaar val. Want ik ben aan het vallen, maar hij is er nog om me recht te houden. Hij laat me niet vallen. Nog niet.  Nu ween ik. Ik wou niet wenen, want dat bevestigt nog maar eens dat ik niet alleen kan zijn. Ik alleen met mijn gedachten, dat leidt alleen maar tot tranen. Elke keer. Waarom kan ik niet onafhankelijk zijn? Zo een sterke. Een straffe madam gelijk ze zeggen. Ze zeggen dat soms tegen mij. Want ja, ik heb mijn papa verloren en ik sta hier nog. Hoe sterk. Neen he. Hoe sta ik hier? Gebroken, leeg, verdrietig, alleen? Niet sterk, gelukkig, onafhankelijk. Niet straf. Ik moet langzaam aanvaarden dat dat het zal zijn, een heel leven zoals het nu is. Tot ik 'sterk' genoeg ben om stop te zeggen, of tot ze me te snel af zijn. Maakt mij niet uit. Vanaf nu is het wachten op de dood en hopen dat er nog wat gelachen wordt onderweg.

Layla Clarke
6 1

kwestie van iets fragiels

de kamer is een koker  voor mij alleen de signalen die ik zelf uit stuurde ook zij blijven hier een ik bij mij   De kamer een klein beetje meer wezen dan mij, omdat het tactiel aangetast is  net zoals de muren die hier verspreid comfort scheppen binnenin het kleine.    Ik ben niet bang, wel duizelingwekkend goed in liegen.   It's almost by rule: the more people gathered at one place, the less smart their actions. Zei Nick Cave, overigens  heb ik de oren toe geslagen en vooral vermeerderd   met 2 zijn is iets wat je alleen doet, denk ik dan?   Ik lig in een kamer en deze stemmen vertalen zich op het ruimtelijke. Zo kan je soms uren liggen niets doen en nog steeds denken dat je aangetast bent, vanbinnen, vanbinnen ben je koude organische materie, die naar boven kruipt alsof je seksdrugs combineert met mens zijn. Zo kan je soms uren liggen. Een stem is luid en vooral intrensiek, geweldadig. Het is een actie die voortsluipt in deze 4x4 en ik neem een trek, sluit het gedachtenspelletje af, ik zie je misschien graag; ik zie je misschien wel graag, en adem uit: je bent heel even mens geweest zonder voorbode.    Candy says... whatever en waarschijnlijk nog wel iets. Wie ben ik en wat moet ik met 'het regende gisteren'?   De overgang van licht naar donker is dus niet inwisselbaar, wel plausibel.   Ik maak 'm elke dag mee en leef nog steeds.   Zo zie je, leven op een ondergrond is alleen maar zo als je je ervan bewust bent, zoals mij, en dan geraak je snel aan wal als onderwezen. Lang niet iedereen is superieur, dacht ik per toeval, en gelukkig maar ook.   je staat voor een keuze en weet: dit is afzien Ik gooi nog een laatste avond om, bladzijdes verder ben ik vergeten tellen hoeveel keer het boek me verontrustte.   Alleen maar omdat je mooi bent, geloof ik je nog niet.

Dries Verhaegen
43 1