Lezen

IRRITANTE IRRELEVANTE HARTSLAG

we eten bloemkool, schaamte?, die kans komt niet meer terug, zelf een woord verzinnen dat niemand kent, als er geen passie is, drie graden Celsius en bewolkt, het wordt niks, moeder meldt dat de verwarming wel degelijk aanstaat, I feel so far away, leeft die nog?, daarnet pipi gedaan, ikzelf honderdtwintig, veel herrie, in haar ondergoed pannenkoeken bakken, waar ken jij Henk van?, een crisis in het ongewisse, ga niet in klootzak-modus, ik wil wel nieuwe mensen ontmoeten, je kan daar mee gooien, ik eet Cheetos Chipito met kaassmaak, met Jan en alleman leuteren over ongeneeslijke kankers, hij doet het!, een witte cowboy-onderbroek ook bij vijfentwintig graden, zonsopgang om 08:42, geniet ervan!, hij wil voetballer worden, uit verveling laat ik nog een scheet, hoeveel heb ik al gespaard?, wees blijmoedig, een postkaart met een reproductie van Frits van den Berghe, ik hoef er niks voor te doen, Vital heeft vijf dagen dood in zijn zetel gezeten, mooi klassiek concert met mevrouw Faust op de viool, insect dood geklopt, dat hebben ze in de Lidl niet, een overbodige RTBF-reportage, daarna ging ze naar de hemel, Hiccup Boogie, vanzelf, ik heb liever kabeljauw, oefen!, ik stond paf, verveling, de spelende kinderen maken veel lawaai, er zit een inktvlek op het tafellaken, om drie uur ‘s nachts, wie ging er ook alweer naar de Zoo?, een IQ van vijfenzeventig, de wind waait fout, ik moet nog naar de bakker, alles gaat veel trager, hij stinkt naar zweet, waarom zegt ze niks?, Turnhout terminus, een hart is stilgevallen, geen ex-lief, het staat in brand, slechte buschauffeur, wereldleider in trapladders naar hogere sferen, hij klopt altijd, slaap genoeg of lanterfant, de Blauwe Vinvis heeft er twee, hoe pornografische boekskes weggooien?, het eten is klaar, vader is drie jaar dood, ze heeft een spitse neus, heel vrij want alles mag, ik dacht dat mijn moeder biefsteak ging bakken, begeerte troef!, de Kluger Hans-feedback-madam ontmoeten, a gentleman noemt men dat, ik slaap en masturbeer te veel, Toon hang niet de clown uit!, het regent niet, er is geen passie, recht naar huis, besturingssystemen op zelfbouw PC’s installeren is niet leuk als de verwarming niet op staat, ge wilt wel maar ge moogt niet, in vijf minuten is dat geflikt, de pistolets zijn hard, daag jezelf genoeg uit, nog drie euro te goed, irrelevante hartslag, neen, liever niet.              

Casper Hoogenboezem
14 0

Een niet-kandidaatstelling

  Ik zal eerlijk overdrijven, u heeft gelijk, mijn leven is voorbij. Ik heb mijn kansen gehad, wil geen jong volk beroven van de hunne, mijn leven is voorbij. Ik begrijp dat wel. Ik ben maar een normale jongen, niks slachtofferigs aan, geen diverse kink in de kabel, niets waarmee u het nieuws kan halen, en te oud bovendien. Ik heb geen aandacht nodig, dat komt er ook nog eens bij. Telkens ik aandacht krijg, te veel aandacht naar mijn zin, duik ik onder, weg, verschuil me achter de rokken van mijn normaliteit, mijn irrelevantie, mijn over het hoofd gezien worden is een troost moeilijk uit te leggen in een tijd waar het hoogste goed oogballen trekken is. Sommige beweren zelfs dat mijn positie onverdedigbaar is, dat je de aandacht moet trekken om de problemen in de maatschappij aan de kaak te stellen; en daar kan ik inkomen. Jammer dat die aandacht verzandt in aandacht voor persoonlijke problemen, zoals het mijne. Het gaat altijd om mijn probleem. Mijn probleem is de beste manier om die oogballen te trekken, het is een strategie geworden, eentje waarvoor ik een beetje bang ben. En die strategie is dan ook de reden dat ik niet zo gek ben op aandacht. Die lijkt van iedereen een slachtoffer te willen maken, erop uit medelijden op te wekken, want als je het maar erg genoeg hebt in het leven omwille van wie je bent, dan krijg je wat voor mekaar. Dan krijg je wat gedaan. Of dat lijkt toch zo in al die getrokken oogballen. Ik voel me dan ook hypocriet wanneer ik zeg dat ik het jammer vind dat ik niet kan deelnemen aan de kans van deBuren om een schrijfresidentie in Parijs mee te maken. Ik ben te oud. Dat is mijn probleem. Niet het uwe.

Bas Tuurder
60 2

WhatsApp

Maar weinig uitvindingen hebben ons leven zo radicaal veranderd en verbeterd als WhatsApp. Veel mensen herinneren het zich niet meer, maar er is een tijd geweest dat we om elkaar te bereiken, een bericht moesten sturen via sms, als barbaren. Na 160 karakters verdubbelden de kosten van zo’n sms’je zich al, waardoor we gedwongen werden om onze hersenen te pijnigen en na te denken voor we iets stuurden. Wat wil ik zeggen en hoe formuleer ik dat kort en duidelijk? Het was me wat, die dagen. Ik wil niet weten hoeveel tijd ik verspild heb aan al die onnozeliteiten, in plaats van snel snel en gratis mijn vraag te stellen in 11 aparte, met vrolijk geluidje aangekondigde berichten. Hey Çavakes? Seg Snel vraagje Heb je mijn mailtje dat ik juist gestuurd heb al gezien? ’t Gaat over dat feestje Van binnen twee maand. Je moet niet direct antwoorden, hoor. Er is toch niks, he? Anders moet je ’t laten weten he!! Ik maakte me gewoon zorgen omdat je nog niet geantwoord had… Sinds de grote doorbraak van WhatsApp hebben mijn vrouw en ik een klein traditietje in het leven geroepen. Zo vieren we het wanneer rond kwart na elf ’s avonds de 1.000ste melding van de dag binnenkomt. Dan stoppen we abrupt met passioneel de liefde te bedrijven, trekken we onze kleren aan, halen een gekoelde fles champagne in de nachtwinkel en zetten we koers naar het huis van de verzender. Rond middernacht zijn we ter plaatse en drukt een van ons twee – we wisselen af – enthousiast op de bel. Een symbolische, analoge melding van onzentwege, zeg maar. Vaak is de gelukkige winnaar wat verward en slaapdronken en worden de kindjes huilend wakker, van geluk natuurlijk, wat de ontlading alleen maar groter maakt. Voorlopig heeft nog niemand het gezegd, maar wij hebben geen woorden nodig om te weten dat mensen dit enorm appreciëren. Hoe kan het ook anders? Wij zeggen: ‘bedankt om ons het gevoel te geven dat we op elk moment van de dag onmisbaar zijn. En right back at ya, wij kunnen zelfs ’s nachts niet zonder jou.’ Meestal vertrekken we dan rond 1.30 uur. Om 6 uur ’s ochtends sturen we hem of haar nog een whatsappje of 15 om hen nog eens te bedanken en een fantastische dag toe te wensen. Je appreciatie voor elkaar tonen, meer mensen zouden het moeten doen. Soms gebeurt het dat de 1.000ste notificatie al veel vroeger op de dag binnenkomt. Dat heb je natuurlijk met die levendige groepjes. En na WhatsApp zelf, zijn die groepjes voor mij de beste uitvinding van het voorbije decennium. Ikzelf ben er van zo veel als ik kan lid, want waarom zou ik niet? Mijn motto is: voor alles is er wel een passend groepje te maken. Zo zit ik sinds kort in een WhatsApp-kliekje van mensen die áltijd te weinig geld terugkrijgen van drank- en snoepautomaten. Verder is er het groepje familieleden die al 7 jaar tevergeefs proberen af te spreken. En ten slotte zit ik ook in de WhatsApp van de fanclub van vochtig toiletpapier, regio Zuiderkempen. Ik probeer al lang een groepje samen te stellen met bewonderaars van Ruben Van Gucht die even grote fan zijn van Ruben Van Gucht als Ruben Van Gucht zelf, maar ik ben nog altijd op zoek naar een extra persoon om een groepje te kunnen maken. Mijn favoriete groepje is echter dat van de collega’s die vinden dat mekaar 40 uur per week zien en horen veel te weinig is om efficiënt te kunnen samenwerken. Tijdens het werk moet er namelijk bijgebabbeld worden over weekends en avonden en dan is WhatsApp enorm handig om ’s avonds het overige werk te kunnen regelen. Verder zorgt het er ook voor dat de grens tussen collegialiteit en vriendschap vervaagt, wat alleen maar helpt bij het vermijden van de ziekte van de tijd met de grote B: burn-out. Want zo wordt je werk eigenlijk gewoon een plek waar je rondhangt met je vrienden. En ik heb nog nooit iemand een burn-out weten krijgen van vriendschap. Dat maakt WhatsApp niet alleen de uitvinding van de eeuw, maar ook het eerste geneesmiddel van een ziekte waar we tot nu toe nog geen medicatie voor hadden. En daarvoor wil ik de uitvinders, en uiteraard de sympathieke man die WhatsApp enkele jaren geleden gekocht heeft, Mark Zuckerberg, oprecht voor bedanken. Het liefst via WhatsApp zelf uiteraard, alleen raak ik jammer genoeg niet meteen aan hun gegevens.

Hans Verhaegen
34 1

De Sleutelkaart

Het leven was meer en meer zoals haar jurk die knelde, vooral in de oksels. Dan maken wij de armsgaten groter, grapte haar dokter en verzocht haar het katoen uit te trekken voor zij op de weegschaal stapte. Een schavot moet niet hoog zijn om je te vernederen. Alle katoen, beval hij nog en wees naar haar ondergoed. Om de centimeters van haar bestaan te optimaliseren, wou hij de laatste gram afwegen. Zij gehoorzaamde en kneedde het textiel tot een bolletje dat zij op de stoel achterliet. Een reuzenkeutel die haar vertederd toelachte. Wit roze ruitjes waren haar ding, al van toen zij klein was. Bij sommigen gaat een babykleur, een leven mee.   Het was snikheet op de bus waarmee zij terug naar huis reed, maar toch kon zij beter ademen dan bij de arts. Gelukkig had zij in zijn praktijk geen hoestbui gekregen, anders had hij haar buiten een bloedonderzoek en een scan, een hele rits testen voorgeschreven. Hij reageerde altijd bezorgder dan zijzelf. Alsof hij betaald werd om haar toekomst in het oog te houden. Sedert zij geen maandloon meer aan een waarzegster spendeerde, was dat ook zo. En met zijn bloeddrukmeter, stetoskoop en ander fonkelend gerief, kon hij beter in haar ziel binnendringen dan de sibille die alleen oog had voor haar tarotkaarten. In zijn doktershanden, voelde zij zich zelf de sleutelkaart. Dat was ook zijn geld waard. Verdikt? had hij lachend gevraagd toen hij naar een rationele uitleg voor haar beklemmend bestaan scheen te zoeken. De digitale cijfertjes van de weegschaal gaven hem ongelijk. Hij las ze tweemaal. Luidop. Keek naar de inscripties op zijn stralend computerscherm, dan naar haar doffe ogen en werd ernstig. Er was meer aan de hand. Stil kwam hij tegenover haar staan en beroerde met zijn rechterhand voorzichtig de plooien van haar gezicht. De zere zenuw in haar kaak was een wegwijzer. Met watten vingertoppen drukte hij kuiltjes vanaf haar keel tot aan haar borst en liet zijn ogen zakken. Hij wachtte de resultaten niet af om er bedrukt uit te zien. Maar zijn serieux stelde haar gerust. Hij gaf om haar.           Door het raam van de bus liet zij haar gedachten verstrengelen met de graffiti die haar als oude bekenden toewuifden. Zij besloot niet af te stappen bij de halte waar in grote letters EASY SUN op de gevel prijkte, het reisbureau waar zij als bemiddelaar werkte. Zij had geen man, geen marmot of papegaai om voor te zorgen en haar werk was haar leven. Tot een tijdje geleden. Tegenwoordig was het eerder de hel. Alles liep mis. Voor haar en de baas van het agentschap waar zij haar dagen sleet. Beiden verstikten in een ander web. Haar chef in het wereldwijde, zij in dat van haar hersenkronkels. Soms wist zij niet meer, welke bestemming zij haar klanten best kon aanraden. Zij liep verloren.         Zij zat de rit uit tot bij haar thuis.  Vandaag wou zij alleen in haar hoofd toeren.   Twee dagen later belde de dokter in de vooravond terwijl zij een etentje klaarstoomde voor haar boezemvrienden Jo en Geoff. Voor een keer klonk hij niet dreigend, wat zij verdacht vond. Zij liet de aardappel waarvan zij de bast en ogen had afgeplukt, in het water glippen, legde het keukenmes op de krant met afval en herhaalde mechanisch: Morgen 13 uur. Is oké, ja. De krantenkop boven de restjes titelde: De ontmoeting tussen de wereldleiders draait uit op een sisser. Zij drukte haar phone uit, staarde naar de doemletters van de morsige krant en was blij dat zij maar een voetnoot in de geschiedenis was.   Professioneel hees hij de zwart-wit foto’s de lucht in en wees naar de puntjes die over haar longen verspreid lagen. Gelaten keek zij ernaar en zag een sterrenhemel bij valavond. Even dacht zij terug aan de tarotkaarten waarop de Grote Arcana, de Dwaas, de Magiër, de Hoge Priesteres en de Keizerin pronkten tussen de zon, de maan en de planeten. Vluchtig vroeg zij zich af waarom zij haar lot niet langer aan hen had toevertrouwd. Maar zoals altijd zorgden de Handen van haar Heler voor rust. Enge woorden waaraan zij zich verwachtte, zoals kanker en uitzaaiing, kwamen niet over zijn lippen. Het moest ook niet. De melkweg onder haar ribben sprak voor zich. De arts zei wel iets van mutatie, dat het erg was, maar onder controle wa. Dagelijks één pil en het kwam weer goed. Zij rookte niet en dat hielp. Het klonk alsof zij verantwoordelijk was voor haar aftakeling of ze toch in de hand had. Nog even haar gewicht checken en zij kon beschikken. Ging een nieuwe afweging, het akelige nieuws misschien bijsturen? Tot volgende keer dan. Hij vulde haar ziektebriefje in en zei nog iets dat zij niet verstond omdat zij net een kledingstuk over haar oren trok. Zij vroeg niet om het te herhalen. Wel dacht zij terug aan wat hij de laatste keer had gestameld en glimlachte. Opnieuw hoorde zij het woord verdict en schreef het in haar hoofd dit keer met een c in plaats van een k. Grappig, hoe één teken een wereld van verschil maakt.         Kwiek zipte zij de jurk met de wit roze ruitjes weer dicht en keek haar Heiland aan. Hij wist wat hij deed. De armgaten leken al een stuk groter. Het werd tijd dat zij bij het volgende doktersbezoek iets anders aantrok. Straks ging hij nog denken dat zij een oude vrijster was. Pillen kunnen verraderlijk zijn, zei hij nog, en straffer dan je denkt. Volgende keer schrijf ik een pruik voor. Wij zien er goed uit en wij blijven er goed uitzien.         Opgelucht snakte zij naar adem en knikte ja voor hen twee.   De krant van van de dag noemde het een hittegolf. Opnieuw reed zij naar huis in een ovenwarme autobus. De temperatuur katapulteerde haar naar een tropische regio. Wat zij niet erg vond. Zij genoot., voelde zich opgelucht. Alsof zij eindelijk de juiste reisbestemming had ontdekt. De wereldtrip waarop zij al jaren broedde en die zij vanaf nu haar klanten kon aanbevelen. Een destinatie zonder beschaving, vooringenomenheid of poespas. De aller natuurlijkste. Gewoon: kamperen. Ergens op de buiten of midden in de wildernis. Knapzak pakken en weg wezen. Wegdromen. Elke nacht. Onder het gewelf van de dierenriem. Tussen de afbeeldingen zoals die in haar eigen uitspansel gegrift stonden. Haar binnenstebuiten tatoeage.         De bus wiegde haar en zij had moeite om niet in te dommelen. Het zonlicht wedijverde met de stralen van een broedkast.         Wat vraag je, schat?  vroeg de Marokaanse vrouw neuriënd op het zitje tegenover haar. Natuurlijk mag je mevrouw een koekje geven. Zij kuste haar woorden zacht in het oor van het kind dat zij in haar groene djellaba meedroeg. De velen meters stof die haar en het meisje als de bladeren van een kool bedekten, schenen hen van de moordende hitte af te sluiten. Het duurde even en dan reikte de peuter met een fuks gebaar, een chocoladewafeltje naar de overkant. Alsjeblief moet je zeggen, pruttelde de moederkool die uit voorzorg een kleenex van tussen de nerven plukte.         Alsjeblief, lispelde de hummel. Haar ogen keken recht doorheen de schim tegenover haar. Geholpen door de straling inspecteerden het kind de inscripties onder de huid. Bruusk duwde het kind het gebak naar voor en deed bij de vonk van haar gebaar, een dikke kruimel op de schoot vallen. Een bobbel midden op een ruitje. Het zakdoekje bleek niet overbodig.         Oeps! lachte de wit roze vrouw, Heel lief. Zij viste de chocoladebrok uit het vierkantje en stak hem met de rest van de wafel in haar mond. Strak bleef de peuter door haar heen staren. Tot de vrouw alles had doorgeslikt, haar vingertoppen had proper gedopt en haar japon had glad gestreken.         De plaats waar de kruimel op de jurk was terechtgekomen was een bruine moedervlek.         Zij lachtte ernaar en het meisje deed mee, voor het zich terug in de groene kool nestelde.         De baby ruitjes hadden voor goed geen leeftijd meer.

Dorlan Slefficsroth
43 0

Glazen knikkers

Altijd is ze aanwezig. Ze houdt ervan zich te verkleden. Ze bezit twee prachtige gewaden die ze kriskras aantrekt. Wanneer zij  er zin in heeft. Soms draagt ze een smaragdgroen of robijnrood gewaad. Ze is dan getooid met wonderbaarlijke sieraden en draagt sprankelende make up. Haar haren glanzen dan in de zon en haar ogen fonkelen dan als sterren. Ze verleidt je om onbekende plekken te ontdekken, om de hoogste torens te beklimmen en om verre reizen te ondernemen.  Ze denkt met je mee en schrijft de wildste projecten uit. Ze zorgt ervoor dat je de wereld aankan. Ze smeedt plannen met je om met je te winkelen tot je je hele bankreking hebt geplunderd.  Maar je schittert, net als haar, met weelderige lokken, prachtige gewaden, en geurend naar de meest kostbare parfums. Ze tovert met jou de meest exotische en duurste wijnen op tafel.. 's Nachts trekt ze een zachte pyjama aan en vlijt ze zich tegen je aan in bed.  Ze vertelt je de spannendste en mooiste verhalen en kan je wel 10 nachten wakker houden. Onaangekondigd hult ze zich in een donkere cape. Waar vochtigheid en schimmel in zijn verweven. Ze sleept je mee in donkere riolen, en laat alle levensvreugde uit je stromen.  Ze schrijdt geruisloos door het huis, en maakt de wereld buiten angstaanjagend. Je kruipt onder jassen van de kapstok in de gang wanneer de deurbel bedreigend klinkt. Ze nestelt zich dan tegen je, en met handen en voeten zo koud als ijs doet ze je rillen van miserie. Ze sluit muisstil de weg af naar de badkamer en de keuken. Ze lacht je uit en hult je in een jas van stank en verrotting. Ze houdt mensen heel ver van je vandaan.  Aan het einde van de gang gebeurt het dat je een lichtje ziet. Daar wacht de Schitterende, de Stralende je weer op. De cirkel is dan rond. Ze zal je terug doen stralen. Wanneer ze echter beiden op mijn schouders zitten, zwijgen en meekijken, is er een moment van balans.  Dan voel ik me veilig. Ik voel hoe de feeën met glazen knikkers gooien. Zolang de knikkers in de lucht blijven, voel ik me rustig en hoef ik niets te vrezen. Wanneer er eentje dreigt te vallen, zoek ik welke fee me heeft verlaten en me genadeloos mee zal nemen naar het einde van de gang.    

Sophie Philips
5 1

Jeukende logica in station Zwolle

De trein naar Kampen nadert station Zwolle.Spoor 1. Ochtenddrukte. Ongeduldig dromt het forenzenvolkje samen bij de toegang naar de tunnel. Voorspelbare maneuvers. Een handdruk, een schouderklop, een schaarse glimlach, gerantsoeneerde hoffelijkheid.Max heeft zijn vaste plek op het perron. Hij kijkt naar links, staart voor zich uit, buigt het hoofd, slaat een vlieg weg. Max verstaat de officiële mededelingen niet. Ook de excuses gaan aan hem voorbij. Max wacht, ondergaat gelaten de commotie. Spoor 2. Met misplaatste fierheid arriveert de verlate trein naar Kampen. Max aarzelt, zijn brein verliest het contact met zijn lijf. Perfect getimed voert hij het foute plan uit. Hij doet een stap achteruit en werpt zich vooruit, op het spoor. Spoor 1 welteverstaan. Lang voor Max begrijpt wat er gebeurt, is de trein naar Kampen al jammerend tot stilstand gekomen. Op spoor 2.De logica van verlaat spoorverkeer lijkt zowel hard als mededogend. Door een enkele welgemikte wissel loopt Max de stroom aan herinneringen mis die uitbarst net voor een zelfgekozen levenseinde. Niemand ziet hoe tragikomisch het allemaal is. De reizigers op spoor 2 zijn danig druk met de instapprocedure die hen de optimale plek moet opleveren. Daarin is geen plaats voor een pony die een uiltje wil gaan knappen. Haast theatraal nota bene. En op spoor 1. Max krabbelt recht. Met lillende achterhand wandelt hij naar de voorkant van het stilstaande treinstel op spoor 2. Daar vlijt hij zich neer voor de locomotief. In een suïcidale rationaliteit is dat een dood spoor maar zelfs een pony begrijpt instinctief dat arrogantie in dit geval noodzakelijk is om gezichtsverlies te vermijden. Of is de frisse appel waarmee een jozef hem op het perron lokt meer dan een detail in Max’ enigmatische joie de vivre?Trouw aan het ongeschreven scenario volgt Max het perron in noordelijke richting. Bijna kegelt hij een late reiziger om die zijn frustratie wegbalkt. ‘Wat vreet die trein naar Kampen uit op spoor 2? Lopen er alweer lompe pony’s op de sporen?’ Op spoor 2 vertrekt de trein. Aan de hand van hun moeder wuiven twee hummels naar de vader van de jongste die voor onbepaalde tijd verdwijnt. Haar oudste staat al aan de snoepautomaat. De late reiziger interpelleert de jozef van de appel. Max verlaat het toneel. De natuurlijke antioxidanten uit de appel werken gunstig in op zijn dopamine. Station Zwolle blijft er onbewogen bij. Op het rangeerterrein naast het station staat wat afgedankt rollend materieel te suffen in een verlegen lentezonnetje. Naast de derde wagon in het roestende rijtje zoekt Max zijn plekje. Er resulteert esthetische spanning uit de confrontatie van de dominante horizontaliteit van het spoorrijtuig met de verticale lijnen van vervagende graffiti. Bij een artistieke pony als Max wekt dat emotioneel onbehagen op. Kauwend ontwaart hij in een kwintet hoekige maar sierlijke letters de naam van zijn geliefde. Kassy.Vele appels geleden, om 17u07, liet Kassy het leven bij een aanrijding door de trein van 17u07 naar Kampen. Spoor 1. Zij was die keer eerst gesprongen.‘Kassy’, zucht Max. Wat later hijst Max zich recht en gaat op weg, richting spoor 4.In station Zwolle brengt hij routineus zijn schijnbaar onvoltooide sterfscène terwijl de – verlate – trein naar Deventer gewillig meespeelt op spoor 3. Zolang het spoorverkeer netjes wordt ontregeld door omvallende bomen, wateroverlast of een overvloed aan reizigers, levert dat Max met de regelmaat van een stationsklok een heerlijke appel op.

bart e. g. vinck
18 0

Glas

Op een stukje aangrenzend landgoed leg ik de benen en strek mijn lichaam willekeurig uit over de ondergrond; zonder toeval zal ik deze keuze aan landschap overleven. Mijn lichaam mag niet groter zijn dan mij.   Mijn lichaam is een grijs menselijk wijkje binnenin deze aan - en afvoer aan  'dingen', 'dingen' die leven en ademen en pulseren en mij atmosferisch liefdevol omgeven en ik strek me willekeurig erover uit in tweeën, voor of  na de val is er altijd de verbazing waaruit het beeld voortkomt en dan komt de splitsing: benen eerst en je lichaam zal altijd volgen.    Mijn lichaam is een aandenken aan beweging en motoriek zonder mechanisch vergaan en het werkt, dat kan ik bewijzen door spastisch te overleven.  Je herinnert je je wegen maar vergeet de afgelegde paden die in  rotsvaste tonen rotsvast blijven: ze bewegen zich niet en staan herinnerd in je geheugen gegrift, zo geblust ben je van  een vuur vol beeld.    Een tempo dat omhoog gegooide weg is.  Een bloedslijn die je kan terugvinden in België. Je dwaalt en daalt terug de tijd in op zoek naar je verwante zinnen.    Een grijs menselijk ademen dat mee beweegt in de geschiedenis.    Philip zegt me dat het te laat is, en als ik de tv aansluit is er slechts ruis, zoals er in mijn spraak die ook is, en in mijn per toeval gedachte gedachten ook is. Glas verwijdert zich door er door te kijken. Even maar. Een lucht vliegt op maar je zal hem niet zien.Omdat je niet kijkt.  Je verwijdert je door ernaar te kijken. In deze vlucht naar terug raak je jezelf aan.(Dit keer ben je alleen aangekomen). Zonder jezelf heb je geen wijd verlangen meer naar een andere ik.  Bovenaan: alleen maar lucht.  Onder je uit strekt zich een lichaam, de benen wijken uit, je werpt je ... Ik lig op een vaste ondergrond en weg ben ik. De benen onderaan, waar ze overigens horen, het lichaam een kameo zonder kleur en ik kijk er transparant tegenaan om je terug te zien. 

Dries Verhaegen
8 0