Lezen

Jij werd een paradoxaal dubbelwezen (B. Schierbeek (De andere namen))

En jij werd je mond die sprak en nimmer aanstaande weken at of dacht, omdat je niet dacht wat je was of was wie je dacht. Er vormde zich een kieskeurige lach op je aangezicht die danste. Weinigen twijfelden er nog aan: wij zouden wel overwinteren. En zo werd de plaats al gauw de plaats geruimd en in de kiem gesmoord zoals ze zouden zeggen als niets nog echt was alleen maar virtueel zoals tussenin mij: jij. Jij bestaat alleen maar bij mij zei hij En wij bestaan alleen maar erbij dacht hij erbij. Zo dat staat netjes: ergens waar ik me tegoed doe aan jou. Hij keerde zich de rug toe en zijn rug draaide mee en hij keerde zich de rug toe en zijn rug draaide veel meer dan hij en hij bedacht zich: niet alles is rond. Buiten regent het, de stoelen zullen niet overblijven maar zij die zitten in het café, buiten zal het waaien, zij die overblijven zullen zich het zat van de mond vegen en opnieuw worden geboren uit hun dronkenschap,   alleen omdat ik dat wil.   Jij werd een paradoxaal dubbelwezen en leidde een alter ego de hoek om jouw buurt in hier hield jij de touwtjes stevig in handen en de broekspijp omgerold sta jij wel je personage te hulp: je biedt hem een stevige hand aan en leidt hem, soms zul je blij zijn en soms zal je weigeren jezelf nog te zijn maar gelukkig werd jij een paradoxaal dubbelwezen met een dubbel geweten dat zingt en mijn geklungel werd geapprecieerd door zij die dubbel stonden van het lachen dat ze niet meer uit zich kregen dus kermend kwam mijn schaduw de hoek om, alles is oké, buiten zal het regenen en waaien maar wij zullen blijven bestaan lieve.   ------------------------------------   Zo zit dat dus de staart in de achterkant in elkaar de volgorde: van voor naar achter van links naar echt. Alles is pas virtueel als we erin geloven. Met beide benen zul je altijd in de maling genomen worden en nooit apart maar neem je jezelf nu eens bij de handen en lach? Nee nooit was er genoeg zat zijn. Klein klein wezentje, wat doe je in theorie en wat doe je in praktijk? Wat doe je in de hersenpannetjes en wat doe je in mijn maag? Wat heb ik je misdaan, is het misschien een gezwel dat ik je in nestelde en jij die dacht: wel nu ben jij aan de beurt en ik die hier zit, ik en mijn gezwel, zucht wat gaat de tijd snel. Wat gaat de ziekte snel, en redt hij mij of ik hem? Wat kunnen we zonder elkander en wat keert hij om?Wij denken de perceptie meneer.   Nee niets of niemand meer dan mezelf, noem me Aldo zei hij me, de Italiaan en vraag aan Mauro kent hij nog Aldo (hij was zijn jeugdvriend); van toen hij 8 en toen hij dacht: laat mij je helpen. En helpen deed hij maar ook Aldo is ietwat paradoxaal misnoegd en verzuurd en geen jongens enkel mooie jonge meisjes als ze mooi zijn hehe Aldo jij dus ook? Aldo Dubbelwezen kent zichzelf maar wij twijfelen nog even. Wij leerden Aldo net kennen en kneden hem al naar ons gedachtengoed en helpen hem zichzelf te kneden. Italianen in Hasselt bestaan niet meer. Alleen maar verstaan we ze en helpen we ze liefst. Dat ik in sé niet bestond voor hem maar hij kende me nu en kon wel eens op me rekenen maar ik gaf hem steeds andere namen en hij leidde een relatief paradoxaal dubbelleven dankzij mijn toedoen.   Zijn nationaliteit is niets van zijn identiteit. Zijn geweten laat hem nochtans niet met rust, toen hij, ietwat nostalgisch vertelde dat hij 18 of 19 of ik was er niet bij maar hij schoof wel aan tafel bij de racistische schoonvader die hem niet mocht onder tafel maar kom nou, hij schoof wel bij en zei: ik ben niet banaal, ik ben niet Italiaan, ik ben paradoxaal genoeg een gepardonneerd scherpschutter en in mijn verheven stand zal ik nooit doden, dat heeft hij ook nooit gedaan, maar ik schuif nu bij en als het u even niet stoort, uw dochter en ik, wij zullen blijven bestaan als ik ze aan mij verteld krijg nu. Buiten zal het vanalles en nog wat maar aan tafel zitten zal ik.     Hij verschoof zijn dubbelleven   in twee stukken: zwart en wit.     Nergens nog voelde ik de voldoening naar me kruipen dus ik kroop naar hem, ik schoof hem mijn handen toe en weigerde beleefd te slapen. Ik was oververmoeid en eindelijk mooi. Mijn handen bleven schoon maar iemand zorgde voor mijn onder- gang en doopte mijn schuld in een zaterdag. Zaterdag wachtte ik op jou. We deden een gesprek. Weer werd er tweemaal een vallende ziekte gevonden en ontbond die zich tot troetelnaampje, ik noem je zo want je was toen mijn persoonlijke ziekte die ik ondervond en bewoonde. Jij werd draagbaar omdat ik je zo noemde, deze plek had geen geheimen meer voor ons. Onder elke steen streelde ik de woorden die over ons waakten want woorden zijn andere plekken die we erbij verzinnen en nodig hebben, soms, als het waait en huilt buiten dat ik geen naam heb en jij me zult blijven bestaan. _______________________   En je mond die sprak, nooit zou ik vergeten wat een plek was geworden en mezelf toesprak in de serene aandacht die je voorschotelde op de meest onnavolgbare momenten, ik luisterde aandachtig en keerde mezelf weer om en mezelf keerde zich weer om en -   We liepen onszelf bijna te pletter maar noemden het liefde. Deze stad was er ideaal voor, iedere weg ontspon zich in de naasten naast ons en wij weigerden maar de kieskeurige lippen te benoemen voor wat ze echt waren, spraakzame ambacht, die de treurnis zichzelf noemde in de plaats waar ze was en aanstalten maakte zichzelf te verzinnen want weet je nog hoe alles virtueel was hier.   De Italiaanse luchtmacht die me voor de ogen danst virtueel De weinige woorden die kermen en vormgeven dansen maar zijn ook virtueel Jouw blik op mij gericht looking at people looking at me virtueel en erbij verzonnen op de koop toe. Dit is het volk. Ze staren naar mij die zich omdraait en mijn ik die zich draait in zijn draaien ik waai en storm maar ze blijven staren dus ik weet ik zal blijven bestaan net zoals een stad zal blijven bestaan want ook hij heeft een naam die bestaan heeft, en als de stad zich keert zo ook ik. De stad is mijn rug en ik zoek hem. Ergens moet er meer zijn van dat waar ik aan de mond de lippen zet. The usual: Smalltalk, smalltown DJ play the song please bzzzzt zegt de DJ Bronski Beat in de oren en zo rap dat dat gaat dat praten op café als we het zat van onze mond vegen en geeuwen en zeggen dat dit altijd zo zal zijn en nooit zo zal blijven wegkwijnen. Ik zit en staar en zo u ook Aldo die heel de tijd geeuwt en de snelle mensen vertraagt. Ergens kermt een woord, de wind blijft en wij ook.

Dries Verhaegen
0 0

Kamperen voor Dummies (vervolg)

Als het weer niet meezit?   We weten nu dat kamperen op verschillende manieren kan door met tent, campingcar, caravan of mobilhome te reizen. Er is ook de mogelijkheid om op een camping een gezinstent, chalet, bungalow, ja zelfs een appartement of huisje te huren. Dan denk ik bij mezelf: ‘Waar is het avontuur, vrijheid, het gezapig genoegen van ontspannen reizen naartoe? Wat als het weer op je vakantieplaats niet meezit? Je hebt gereserveerd, er voor betaald, zit vast in een kleine woonst waar de kinderen zich doodvervelen omdat ze niet kunnen buitenspelen. Weg de ontspanning van je dierbare vakantie! Ofwel zoek je vertier, dat meestal geld kost, in het plaatselijke stadje, of kijk je heel de dag televisie in de kantine, je bungalow e.d., Indien aanwezig kan je gebruik maken van de, meestal gebrekkige, wifi. Plan twee: gezelschapsspelen; allerlei spelletjes op je gsm, laptop, spelletjescomputer… wat dan ook. Of je volgt een snelcursus ‘Hoe blijf ik kalm?’ Je kijkt naar buiten vanuit je duurbetaalde schuilplaats terwijl alle mogelijke calamiteiten die de weergoden ook maar kunnen bedenken je belagen tot je besluit volgend jaar thuis te blijven. Met andere woorden: je vakantie is om zeep! De moraal van het verhaal? Laat je nergens vastkluisteren, blijf mobiel en luister naar de zoetgevooisde stem van het KMI. Vluchten kan dus nog wel maar dan liefst naar de stabiele hogedrukgebieden die niet altijd in het zuiden liggen. Bij de les blijven! Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je garanties hebt voor de hele periode: een plaatselijke windhoos en een hevige stortbui kan voor heel wat narigheid zorgen. Willen de kinderen in een eigen tent slapen zorg er dan voor dat je mobilhome, caravan of campingcar een buffer vormen tegen de heersende wind, anders kan je, meestal in het midden van de nacht, je kroost depanneren die op punt staan op te stijgen en sta je als een idioot in je onderbroek te roepen om net als andere gedupeerden aan de tent te gaat hangen omdat een ballonvaart plots wordt ingepland in je reisplannen. De keuze van je plaats op de camping is van cruciaal belang. Ga niet in een dal staan! Bij hevige regen dobberen je kinderen weg of stap je uit de caravan, mobilhome of campingcar en sta je tot je enkels in het water. Dan is het privé zwembad té dichtbij.   Volgende keer: De juiste uitrusting.

Fanny Vercammen
0 0

Stadslichaam 2

Wetende waar de steegjes uit bestaan doe ik het raam dicht. Zodat weten weten blijft, Ik weet ze wel te vinden en lik me de verwaande lippen van de zinnen, mijn handen sluiten aan en worden dingen.   De lucht oogt clandestien. In dit oord kan ik ademen. Twijfel sluipt door weinig heen; mij binnen. De huizen branden in kamers. De stad biedt een zwart gat aan waanzin en wikt de woorden.   Wat ze zeggen blijft je bij, niets is je nog onbekend en blijft in je hangen, zo bestaat de plek in jouw plaats.   En al wie nee zei wilde ik ter plekke namaken.   Hij sloot zijn ogen de bewoner en maalde er niet om, hier kon hij wel wonen en hij sloot de ogen meermaals voordat hij ze sloot, dit is wat hij nog zag, hij lag in de kou de vrouw te verdragen want die zijn er hier in overvloed in de schemering van schermen licht waarin alles ademt en gaat, en hij sloot meermaals zijn handpalmen tot ogen en zijn rug keerde hij tot bolletje en zijn lichaam, dit spreekt voor zich vroeg hij zich of hij wel deugde bij de medemens maar wat kan hij nog spreken als hij zichzelf niet ziet? Nee aan de verbreding van de gang die zijn gang gaat in stilte, dit is wat hij het liefst tegen de stroom in zegt zodat weinig nog vanzelfsprekend baat en zijn ogen laat hij hoe hij ze laat: verlaten en verder:   Nee aan de man, omdat hij alles al zal, omdat al die zal al valt bij de minste straat die schoongeveegd de kuisheid zwaarder maakt maar minder kon je niet verwachten in het gat waar de liefde al in viel.   7 keer 7 op 7 bestaat de stad opnieuw en opnieuw en   dit weten we: wat we spreken in strokende woorden met ambacht bereik je toch alles al? Herhaling in verval. Niemand die nog iemand zwaait. Herkenning die we koesteren in de woelige dag die de nacht verprutst. Licht speelt hier een rol die ademt. Ik zet de plaat op waar ik op zit en weeg de klank. De conclusie laat weinig onduidelijk:   Ik heb geen alter ego meer.   Mijn naam is een plek en mijn standplaats een vriend die angst onder de rode arm draagt, rood van het zwoegen en de inspanning toont zich in de laatste uren vrijheid, die is keurig en die is aanwezig. Meer moet er niet voor ons. Wij weten weinig en dat maakt ons in de meerderheid.   Ik ben je al lang kwijt. In de binnenkant van het lichaam dat ik al draag een resem woorden.   Wil je groter worden, dan doe je dat zo; verhuizen en ontwarren die plekken, de stad verkoopt zich niet. Waar vond je laatst jezelf waar je zelf was?

Dries Verhaegen
16 0

Zomer

De zomer is in het land. Gelukkig maar, want dat was toch niet de lente waarop we gehoopt hadden, hè? Dat de zomer hier met zijn schattig bestickerde reiskoffertje is aangekomen en tijdelijk z’n intrek heeft genomen in de kleine Airbnb die het gehucht België op planeetvlak voorstelt, brengt heel wat meer met zich mee dan je zou denken.   Zoals daar zijn: ijsverkopers die van de ene dag op de andere meer poen dan bollen stracciatella scheppen, waardoor je die gammele crème glace-karretjes plots met een spoiler ter grootte van een surfplank of met 24-inch velgen en volledig gewrapt in bladgoud voorbij ziet cruisen. Deze week meldde kwaliteitskrant Metro nog dat in Smeerebbe-Vloerzegem de eerste ijsventer is gesignaleerd die raketten en versgedraaide vanille verkoopt vanuit een spiksplinternieuwe Bentley. Wees er maar zeker van dat er nog veel van die hoorntjesvullende nouveaux riches zullen volgen.   Anderzijds zijn er ondertussen al heel wat ijsmarchanten die zelfs ’s nachts blijven rondrijden om aan de vraag te voldoen, waardoor het aantal burnoutgevallen in de bevroren goederensector nog nooit zo hoog lag als de laatste maand, aldus Metro. Zo liet de krant een ijsjesverkoopster aan het woord die elke euro van haar pas verdiende fortuin overhad om haar vroegere job en leven terug te krijgen. ’Wat zou ik graag weer grootouders achter mijn rug tegen hun kleinkindjes horen fluisteren: ‘kijk kleine Olivia, dat is wat er gebeurt als je op school niks anders doet dan met je flamoes over je stoel schuren tot het tintelt achter je oogballen.’ Nu heb ik geen tijd meer om nog te luisteren naar de mensen. Alles zou ik ervoor geven om wat minder populair te zijn en geen dagen van 26 uur meer te moeten draaien.’   Wat de zomer ook met zich meebrengt, zijn die – op het eerste zicht – flapdrollen die tien minuten nadat ze een gebouw zijn binnengewandeld nog altijd met een zonnebril op hun neus rondlopen. Ook daarover schreef het Belgisch Instituut der Onderzoeksjournalisme Metro een uitgebreid artikel. In het stuk opperen homeopaten dat ongeveer 23% van deze mensen lijdt aan een ernstige vorm van Non-Excusatoire Divaïtis, een ziekte die, desondanks de jarenlange inspanningen, nog steeds niet erkend wordt binnen de traditionele geneeskunde. Alternatieve geneespriester Samuel F., zelf ook een divaïtis-patiënt: ‘Ik ijver al jaren om deze ziekte officieel te laten registreren, zodat de kosten van de, vaak dure, merkzonnebril door het ziekenfonds terugbetaald worden, maar de huisartsen willen er niet van weten. Elke dag brand ik minstens 5 oorkaarsen en bid, maar zelfs dat heeft, raar genoeg, geen effect.’   Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden waar je niet altijd bij stilstaat. Zo kan het dat de persoon achter de getinte glazen zichzelf in die tien minuten van ogenschijnlijk onverklaarbare arrogantie heel even geen lelijke, domme, wandelende verspilling van perfect werkende organen voelt. Ga jij ‘m dat afnemen? Vergeet ook hen niet die een sponsordeal met Ray-Ban sloten en de contractuele verplichting aangingen om de zonnebril, ongeacht weer of lichtsterkte, minstens 4 uur per dag te dragen. Want ook influencers verdienen begrip en zijn veel meer dan de aandachtsgeile, leeghoofdige, frontcamera verslijtende, zuurstof misbruikende, fantastische levensstijl fakende, nog veel onzekerder dan hun volgers blijkende, zichzelf als merk verhoerende reclameborden waarvoor velen ze afschilderen. Een laatste verklaring is dat de man of vrouw in kwestie blind geworden is na de vorige keer dat je hem of haar zag. Zoek in dat geval om zeker te zijn naar de nieuwe aanwezigheid van een hond, stok of – als het een vrouw van 50 met een uitgedoofd seksleven is – een boek van Santa Montefiore in braille.   Gelieve aan dit alles te denken, de volgende keer dat je je collega met zonnebril op ziet aankomen op de negende verdieping van je werk, vóór je hem of haar uitkajoetert voor mislukt Zalando-model en met een emmer lopende kak overgiet. Ga beter zelf eens naar buiten, met of zonder zonnebril, adem in en geniet ervan nu de zomer eindelijk in het land is. Best stel je jezelf ook nog even de vraag of het niet gezonder is voor jou om ergens te gaan werken waar er niet altijd een emmer lopende kak binnen handbereik staat. Er zijn nog wel wat knelpuntberoepen waarmee je onze maatschappij uit de nood helpt, zoals verpleegkundige, seniorenpijper, mongolenrukker, regeringsarchitect en als meest recente op de lijst, ijsverkoper.

Hans Verhaegen
0 0

Dalilla Hermans heeft een punt, maar...

In een video op haar Instagram deelt Dalilla Hermans haar ervaring met een Facebookgroep waarbij  ze tot voor kort was aangesloten. Die groep is een soort van alert-groep; wanneer iemand een issue had rond diversiteit in de media over beeld-, woord- en taalgebruik, kon je je bedenkingen kwijt en het probleem melden bij de media in kwestie. Althans zo heb ik het begrepen.   Dalilla struikelde over het woord “neger”; sommigen in de groep gaven blijkbaar geen aanstoot aan het woord, anderen vonden het woord ronduit beledigend. Dalilla geeft ons helaas geen dieper inzicht in de argumentatie van de voorstanders. Ze zegt zelf dat ze de groep verlaten heeft omdat het meer ging over wie nu gelijk had dan dat er serieus over het onderwerp gediscussieerd werd. Teveel wasted energy, zou ze zeggen. En terecht. Ik ken Dalilla Hermans niet persoonlijk maar op de manier waarop ze in de video reageert, begrijp ik dat ze deze discussie allicht al duizend keer is aangegaan en dat ze daar nu gewoon geen goesting meer voor heeft. Ik kan haar geen ongelijk geven. Integendeel!   In dergelijke discussiegroepen is het beter weg te blijven. Ik heb zelf mijn idee over social media, ik ben er weinig op te vinden en de enige account die ik heb is Instagram waar veelal foto’s van mijn kat Felix de Tweede te vinden zijn. Social media zoals Facebook en Instagram gebruik je beter voor professionele doeleinden, bijvoorbeeld om je bedrijf of je publicaties bekend te maken. Niet voor “des états d’âme”. Wil je de persoonlijke toer opgaan, ben je er beter bij gebaat als 14-jarige. Maar dit terzijde gelaten. Dalilla heeft een punt. Ik vind het woord “neger” evenzeer totaal ongepast woordgebruik. Maar waarom dan? Want ik vermoed dat de mensen in de groep die geen graten zien in het gebruik van het woord “neger” argumenteren dat “neger” altijd al gebruikt geweest is om mensen met een andere huidskleur te beschrijven en dat dat niets beledigend is.     “Neger” doet denken aan slavernij en kolonisatie. Een beetje research op internet of een betrouwbare encyclopedie leert ons dat de term “neger” gebruikt wordt om een zwarte slaaf aan te duiden. Kan je  anno 2019 het woord “neger” nog gebruiken wanneer we het hebben over onze medemens met een donkere huidskleur? In welke context wel? In welke context niet?   Wat leert ons uiteindelijk een belediging? Hoe gaan we ermee om? Wie spreekt een beledigend woord uit? In welke context? Wat is zijn of haar positie in de maatschappij? Wat is een beledigend woord? En is een belediging voor iedereen hetzelfde of zien we verschillende lagen wanneer een beledigend woord gebruikt wordt door verschillende mensen in verschillende contexten? Wat betekent vandaag het woord “neger” anno 2019?   Het woord “neger” is een belediging. Punt aan de lijn. Het wordt door sommigen vandaag nog gebruikt als een normale en gebruikelijke manier om iemand te beschrijven die een donkere – donkerdere? – huidskleur heeft. Wat mensen met een andere huidskleur veelal niet beseffen is dat door een beledigende taal te gebruiken, deze belediging een leven lang gegraveerd blijft in de persoon die men beledigt. Zo blijft de belediging als gangbaar in een maatschappij gehanteerd en blijft de beledigde in die rol die hem wordt opgelegd. De identiteit van de beledigde persoon is bijgevolg minderwaardig en bespot; op die manier wordt een identiteit door de beledigende partij als een levensconditie     opgelegd : jij bent een neger (of een vuile homo, of een allochtoon of een vrouw…) en door jou zo te benoemen, voldoe jij aan de normen die ik je opleg. Ergo : ik ben zwart van huid (of ik ben een vuile homo, allochtoon, vrouw…) en ik zal me zus of zo in de maatschappij moeten gedragen om aanvaard (of onzichtbaar) te worden.   Anders dan bijvoorbeeld seksuele geaardheid die je nog enigszins kan verbergen, kan je je eigen huidskleur niet verbergen. En dat is maar goed ook.   Een belediging door bepaald woordgebruik (neger, vuile homo, je bent maar een vrouw..) van iemand die niet zwart of niet homo… is, is gewelddadig. Ook onze hele sociale wereld die ons omringt - en nog meer in ons beeldtijdperk – houdt minderheden onderdrukt. Uiteraard krijg je een reactie van die minderheden zelf; je kan moeilijk iemand met een donkere huidskleur verwijten dat hij of zij teveel ophef maakt wanneer je woorden als “neger” blijft gebruiken.   Het gevaar van het banaliseren van scheldend of beledigend woordgebruik, de trumpificatie van de taal en wanneer politiek zoals het Vlaams Belang het heeft over de waarden van de traditionele familie wetende dat deze partij haar bestaan op migratie issues bouwt, bestaat erin een scheldwoord of een belediging als iets acceptabel te doen uitschijnen terwijl de belediging of het scheldwoord beladen is met het ergste van racisme, homofobie enz. en wordt zo, vaak ongemerkt, geprofileerd als normaal en iets gangbaar.   Dit gemaskeerd ostracisme raakt mensen in hun identiteit. Giftig taalgebruik sluipt snel onze maatschappelijke cohesie binnen en verdeelt onze maatschappij. De strakke blauwe pakjes waarin Tom Van Grieken en Dries Van Langehove zich hullen, het afgeborsteld kopje en het misprijzend en arrogant grijnzen, staan symbool voor white supremacy. Ook de uitspraak van Dominiek Sneppe legt een totalitaire agenda bloot waar alleen de blanke (Vlaamse) heteroman bestaansrecht heeft. Daarom kunnen er nooit genoeg Dalilla’s zijn. Maar... Dalilla Hermans moet ook kleur bekennen, nl. dat racisme naar blanke mensen toe ook bestaat en evenzeer kwetsend en stigmatiserend werkt. Dat jammer genoeg extremen misbruik maken van dit zwart racisme. Er kunnen maar niet genoeg Dalilla's zijn om extremen (Vlaams Belang, het geflirt van de N-VA met diezelfde partij, de Alt-Right beweging, de impact van sociale media...) te bestrijden maar dan graag Dalilla's die kritisch kunnen omgaan met racisme, niet aan zelfverheerlijking doen en die niet navelstaren. Dalilla's die van zichzelf afstand kunnen nemen en een wij-verhaal de wereld in kunnen sturen. Dalilla's die weten waarmee zwarte mensen écht mee bezig zijn en niet waarmee Dalilla Hermans dénkt waarmee zwarte mensen bezig zijn. Dalilla's die systemen aanvallen, niet mensen. Columns lezen van Dalilla Hermans is lezen over Dalilla Hermans. Dat is niet lezen over racisme.  

Erwin Abbeloos
164 0

Over "De Schaduw van het Feest" - Michaël Maerten.

            De meeste fictie die ik lees, vervoert en bedwelmt me. Sommige boeken verblinden me door hun begeestering en enthousiasmeren me. Non-fictie wekt mijn nieuwsgierigheid op, geeft me nieuwe inzichten en schaaft mijn vastgeroeste ideeën bij. Die boeken lees ik allemaal uit.             Eén boek heb ik niet uitgelezen. Bij het lezen van “De Schaduw van het Feest”, een anti-Pride-en-zoveel-meer-anti betoog van Michaël Maerten, vroeg ik me bij iedere pagina af : meent die gast dat nu? Ik bedoel maar : echt, meent die dat nu? Ik moet toegeven  ik ben niet verder geraakt dan pagina 48. Niet omdat het saaie of ontoegankelijke lectuur zou zijn – Maerten kan wel schrijven -,  niet omdat zijn sociologisch taalgebruik verweven met woordkunst voor mij als Chinees zou zijn (ik ben zelf socioloog van opleiding), maar omdat ik op iedere bladzijde terug in de tijd werd gekatapulteerd, naar de jaren ’90 toen ik in Parijs meewerkte aan campagnes over samenlevingscontracten[1], naar het jaar 2002 toen ik op 1 mei in de straten van Parijs tegen het Front National van Le Pen mee stapte[2], naar 1972 toen ik als 4-jarige aan mijn moeder zei dat mannen met snorren me opwonden (dat doen ze nog steeds!), naar 1981 toen mijn eerste kus gedeeld met de stoere buurjongen zo goed en zo juist voelde, naar juni 2019 toen ik mijn standpunt over het gevaar van extreem rechts in onze maatschappij en onze politiek in De Standaard deelde[3].             Ik reken mensen niet af op hun persoonlijkheid en ik zal dat ook niet in mijn column doen. Maerten is een jonge socioloog die via opiniestukken in de pers zijn mening ventileert over alles wat LGBTQ+ thema’s aangaat; dat uit zich in een storm van frustratie, niet-constructieve kritiek en weinig positieve zelfbelevenis – of kennis – van homoseksualiteit en homoaffiniteit. Een wederwoord op feiten moet altijd kunnen, een recht op antwoord of een rechtzetting van iets dat misschien over het hoofd is gezien ook. Alleen neemt Maerten vrij snel een loopje met de begingeschiedenis van holebi-bewegingen waarbij hij de context  waarin bewegingen en strijden zich voordeden filtert naar zijn hand en de feiten zoals ze gebeurd en beleefd zijn, verdraait.             Onze jonge socioloog – van wie we, mag ik hopen, niet veel meer zullen horen – ontkent de kracht van seksualiteit die in iedere maatschappij een weg zoekt naar belevenis, uiting, erkentenis en zichtbaarheid. ‘Terug in de kast’ zijn woorden die te zacht de visie van deze socioloog uitdrukt maar het gaat wel die richting uit. Zijn schrijven, zou ik denken, is een beetje uitlachschrijven maar Maerten weet heel goed wat hij schrijft. Een snel-op-de-tenen-getrapt-zijn mentaliteit ligt in iedere zin, haast in ieder woord. Maerten is die niet zo neutrale socioloog die zijn verhaaltje schrijft al goochelend met beleerde woorden. Maar het brengt ons niets bij. Bovendien is zijn analyse niet kritisch onderbouwd wat een fundamenteel probleem is voor wie aan onderzoek doet.             Ik kan voor iedere pagina een kanttekening maken maar ik ga het niet doen. Het zou een commentaar van 250 bladzijden worden. Je kan voor of tegen de organisatie van een Gay Pride zijn. Toch is een Pride geen modeverschijnsel, wat men ook beweert. Ik heb op mijn blog ook mijn bedenkingen neergeschreven maar je mag verschillende factoren niet uit het oog verliezen : de vorm, de inhoud, de opzet, het doel, wie organiseert de manifestatie en uiteindelijk moet je de Pride schetsen binnenin een historische context. Je kan een Pride niet loskoppelen van een veel groter historisch geheel.             Wat de auteur van het boek ook ontgaat, is de strijd tegen aids en de strijd tegen al de heteronormatieve vooroordelen die wij (hebben) ondergaan. Geen enkel woord hierover in dat boekje! Verder vind ik nergens referenties van andere grote LGBTQ+ denkers en doeners die via teksten en acties de holebibeweging mee adem en leven hebben gegeven, iets wat zijn boekje daarmee uiteindelijk van enige waarde ontdoet. Maerten is nergens positief geïnspireerd. Ik heb vanaf mijn 17de tot de laatste letter van deze column en nog veel verder gestreden omdat de Dries Van Langehoves en de Maertens mij verplichten om alert te blijven. Ik blijf op die eerste rij staan. Die enkele rotte appels in de mand zullen de hele oogst nooit kunnen verloren doen gaan. Ik blijf, met zoveel anderen, in de Schittering van ons Feest staan.   [1] http://obspacs.chez.com/rapport_observatoire_du_pacs_1999.htm [2] https://fresques.ina.fr/jalons/fiche-media/InaEdu01101/manifestation-a-paris-le-1er-mai-2002-contre-jean-marie-le-pen.html [3] https://www.standaard.be/cnt/dmf20190705_04495985

Erwin Abbeloos
142 0

Kamperen voor Dummies

  Inleiding   Haaa zon, zee, tussen bossen en weilanden of in de nabijheid van een pittoresk stadje.                    Kamperen… vrijheid, blijheid, nieuwe mensen leren kennen, geen moeten. Word je dronken geen boeten. Ik meen het, er gaat niets boven kamperen! De kinderen kunnen heel de tijd ravotten met leeftijdgenootjes, worden sociaal, leren al spelend andere talen. Het is goedkoper, milieuvriendelijker dan het vliegtuig, gemakkelijk als je geen zin hebt om in de file te blijven staan en alles bij je hebt. Besluit je een dutje te doen dan kan je gebruik maken van de vele rustpunten onderweg. Kamperen met de tent, te voet of met de fiets, campingcar, caravan, mobilhome… De keuze is legio en veel betaalbaarder. In alle landen kan je in het voor- of naseizoen goedkoper kamperen. Geen centje pijn. Onze Noorderburen hebben het al lang begrepen. Buiten het seizoen in een acsi-camping, meestal door Nederlanders zelf beheerd, overheerst… sorry, ik haal de woorden soms door elkaar. Je vindt en hoort ze overal. Geen gezeik met de taal: ze spreken Nederlands en wij ook. Zo worden misverstanden vermeden behalve als je, in mijn geval, Aaaaantwaaarps praat. Niet erg, onze Noorderburen worden er door gecharmeerd, al verstaan ze er geen moer van! En raar, maar waar, als Vlaming praat ik dan… plots Nederlands met een accent. Ik geloof dat ze het ‘Hollands’ noemen. ‘Wat leuk… ach wat sneu… als daar maar geen gesoddemieter van komt… Doei!’ Geen kwaad woord over onze Noorderburen! Nederlanders praten vlot Engels, wij Belgen een mengelmoes aan talen, daarvan geen enkele correct. Talen zijn voor ons Belgen een overlevingsstrategie. Al onze buurtstaten zijn in ons land op bezoek geweest voor een korte of langere tijd. Wat doe je dan? Je wilt toch niet ongastvrij zijn of het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Je past je aan. Survival! Was het niet Darwin die zei: Survival of the fittest? Ze hebben daarna zijn uitspraak een beetje veranderd: Het zijn niet de sterkste soorten die overleven en ook niet de meest intelligente. ‘Maar de soort die het beste reageert op veranderingen. Charles Darwin Engels medicus en bioloog 1809-1882 Wel daar ben ik volkomen met eens.  Arabisch gaat ons niet zo goed af… maar dat is een kwestie van tijd. Kamperen breekt alle taalbarrières, maakt je geliefd én intelligent. In de volgende afleveringen wordt hier dieper op ingegaan. Maar laat mij u toe met uw keuze te feliciteren.   De volgende episode: Als het weer niet meezit?

Fanny Vercammen
0 0