Lezen

Een koud kunstje

  “Godver!” roep ik terwijl ik mijn handen in een reflex omhoog gooi. Bijna was ik uitgegleden! De sneeuw, gisteren nog een bondgenoot in de instagramwedren, is vannacht veranderd in een verraderlijke ijsvijand. Wanneer ik weer bekomen ben, schuifel ik voetje voor voetje verder. Een visioen van hoe mijn oude dag er zal uitzien dringt zich op. Na nog enkele zenuwslopende meters, die in deze koude aanvoelen als kilometers, bereik ik eindelijk het begin van mijn oprit, waar mijn auto staat. Een zielige jammerklacht ontsnapt uit mijn keel wanneer ik merk dat het portier vast gevroren is. Deze ochtend heb ik een meeting, het is belangrijk dat ik op tijd op kantoor ben! Ik zou de ramen al ijsvrij kunnen maken, ware het niet dat de ijskrabber in de auto ligt. “Problemen?” vraagt een bekende stem achter me. Ik huiver. Wanneer ik me langzaam omdraai zie ik Cynthia staan, naast haar fiets. Mijn buurvrouw is altijd net zoals het weer vandaag; ijskoud en op geen enkel moment boven het vriespunt. Haar toon klonk had bezorgd geklonken, maar ik weet wel beter. Haar ogen fonkelen en rond haar mond zie ik een spoor van een grijns. “Tsja, mijn auto is volledig bevrozen. Ik geraak er niet in,” besluit ik haar spelletje mee te spelen. Mijn blik niet loslatend rommelt ze in haar handtas, op zoek naar haar handschoenen. “Doe zoals ik en neem de fiets. Beter voor het milieu….” haar ogen glijden spottend over mijn lichaam “En voor jezelf.” Witheet van woede probeer ik krampachtig een gevatte repliek te bedenken. Pas wanneer ik haar de hoek om zie fietsen geef ik aan mezelf toe dat zij deze slag gewonnen heeft. Het is jammer dat woede niet te meten valt met warmte. Mijn auto zou op slag ontdooid zijn. Ik kijk op mijn horloge en besef dat de tijd begint te dringen. Tegen beter weten in probeer ik de portieren van mijn wagen nog eens te openen. Zoals verwacht zitten ze nog steeds muurvast. Ik neem mijn gsm in mijn ijskoude handen en ontdek op Google dat warm water de snelste oplossing is voor mijn probleem. Wanneer ik me omdraai, om in huis water op te warmen, zie ik uit mijn ooghoek op de oprit van het ijskoude kreng iets glinsteren. Cynthia’s huissleutel! Deze moet uit haar tas gevallen zijn, toen ze op zoek was naar haar handschoenen. In eerste instantie ben ik meteen bezorgd. Wanneer ze vanavond moe thuiskomt van haar werk zal ze ontdekken dat ze in deze vrieskou buitengesloten is. Ik kan er echt niets aan doen dat ik toch een beetje begin te grinniken.   Even later manoeuvreer ik mijn niet-meer-zo-bevroren-maar-toch-nog-steeds-heel-koud-aanvoelende auto voorzichtig langs de brievenbussen, de baan op. Het zou heel makkelijk geweest zijn om Cynthia’s sleutel achter te houden, ze zou gedacht hebben dat ze hem elders verloren had. Ik ben best trots op mezelf dat ik me niet verlaagd heb tot haar niveau. Cynthia kan haar sleutel zo vinden als ze wil. Maar dan moet ze er wel aan denken om onder de reclame in haar brievenbus te kijken. Ik rijd de straat uit en glimlach.

MiMa
0 0
Tip

Muze

Als ik een muze had zou jij het zijn Zou ik schrijven over Hoe jij je gedachten om geweien vouwt Hoe koperdraad je lijf dooradert Hoe je soms de werkelijkheid nadert Maar nooit raakt Horizontale asymptoot Horizontaal over elkaar Ik ben nooit goed geweest in wiskunde We bevinden ons ergens tussen nul en oneindig   Zou ik schrijven over Hoe fietszadelschedels in kudde door jouw kamers zweven Hoe je handen zich even Snel nestelen in natte klei Als in natte vrouwen die lijken op Persephone van Bernini Marmervlees Koudwatervrees Hoe jij vrouwen doet opstijgen als rooksignalen verspreid in een stad Ik ben er één van Ik roep: brand We bevinden ons ergens tussen nul en oneindig   Hoe je me in mijn imaginaire boomhut in het donker omhult Met obscure muziek onder andere Hoe je zegt kijk Alles wat we zien is op weg naar het einde Kijk kijk Maar alles wat we niet kunnen zien zal blijven de ruimte die niet tussen ons in is Kijk Passie is een spel van clair-obscur Kijk Hoe je zegt kijk En ik meer en meer een rooksignaal word Ik roep: brand   Hoe je woorden openbloeien of uit elkaar spatten Afhankelijk van hoe zwaar we ons bezatten Afhankelijk van je zinsbouw klemtoon klankkleur Of de avondgeur Of de ochtendlucht Hoe je zucht Als het te snel licht wordt Je bent nooit goed geweest in wiskunde maar wel in bed Hoe je groot en sterk bent en met je lijf een echte boomhut om me bouwt Hoe ik zeg dat ik groot en sterk genoeg ben zo en jij me bijna gelooft Of op z’n minst je best doet   Verticale asymptoot Je schiet hoog de werkelijkheid voorbij De ruimtevaarder zwaait Heeft me een bericht gestuurd en mijn hemellichaam licht op onder het scherm Of ik een muze heb   Limieten zijn voor mensen die goed zijn in wiskunde We bevinden ons ver buiten nul en oneindig            

Marieke Ornelis
83 0

De pan

De pan Men zegt dat, als drie ongelukken samen komen, er één je geluk opbrengt. Ik weet niet of dit waar is, maar tijdens mijn eerste dagen in België gold dit. Toen ik nog geen dak boven mijn hoofd had, de taal niet kende en niet wist dat je geldige papieren nodig hebt om te werken, vond ik toch een baan. Een landgenoot had mij gevraagd of ik wou werken. “Ja, maar waar?” antwoordde ik. Hij zei tegen mij: “In een keuken.” Hij bedoelde dat ik in de keuken van een restaurant kon werken. Ik zei tegen hem dat ik geen Nederlands kon. Hij vertelde dat de kok voor wie ik zou werken een man was van weinig woorden. Ik vroeg: “Voor hoelang?” “Niet zo lang.”, antwoordde hij met opgeheven handen. Hij voegde er aan toe dat bijna niemand het lang kon uithouden bij die strenge oude kok. Ik zei: ”Ja…oké.” Omdat ik geld nodig had om een intensieve taalcursus te kunnen volgen. De eerste keer dat ik naar het restaurant ging, ging ik rechtstreeks naar de keuken. Daar stond een berg vuile afwas die ik onmiddellijk begon af te wassen, tot de kok mij riep. Hij vroeg met een luide stem en een gestrekte arm: “de pan!” Uit zijn gebaren wist ik op te maken dat hij mij had gevraagd om hem iets te brengen. “Maar wat?”, vroeg ik mezelf af. Ik keek rond en zei tegen mijzelf: “Reza, geen paniek. Dit is een restaurant, je bent in de keuken, hij is de kok en hij is soep aan het maken, dus wat heeft hij nodig?”  Ik keek nog een keer rond en plots viel mijn blik op iets oranjerood in deze grijze keuken. ’ Wortelen!’ Ik ordende mijn gedachten: “Dit is een restaurant, ik ben in de keuken, de kok is soep aan het maken, dus zijn er wortelen nodig.”  Snel greep ik met volle overtuiging naar de wortelen en zette deze voor de kok neer. Maar tot mijn verbazing riep hij na een paar seconden: “Pannn!” Ik zei tegen mijzelf: “Reza, simpel houden, denk na.” Ik probeerde nog eens mijn gedachten te ordenen: “Het restaurant, de keuken, de kok, soep maken, wortelen, duuus…ze eerst spoelen natuurlijk!”  Snel en handig pakte ik de wortelen over van de kok en begon ze met water te spoelen. Nadat ik de wortelen had gespoeld, gaf ik ze hem terug. Maar nog steeds riep hij: “Pan! Pan!” Deze keer was het snel en kort, twee keer na elkaar. In mijn gedachten ging ik terug naar mijn formule: “Het restaurant, de keuken, de kok, soep, wortelen, spoelen; duuuus…   In stukjes snijden zeker.” Ik heb snel de wortelen weggehaald en begon ze met een groot mes in kleine stukjes te snijden. Maar alweer riep hij nu bijna blaffend: “Pan..pan.. pan!!” Ik ging snel naar mijn formule maar ze werd nog abstracter: “Het res…, de ko…, de keu…, soe…, wort…, spoe…, snij…, dus… tempo, tempo Reza!” Ik was volop bezig met het snijden van de wortelen in kleine stukjes en dacht: “Reza je bent goed bezig, tempo, tempo.” Dan hoorde ik plotseling een BENGGGGGGGG!!!, achter mijn hoofd. “Mijn formule… bom… Irak… Sadam… oorlog… het paradijs…waar ben ik?”  Het mes viel uit mijn hand, een paar seconden lang wist ik niet waar ik was. Toen zag ik het grote hoofd met de volle snor van de kok, onder een witte koksmuts en besefte dat ik in de keuken was. Mijn blik ging van zijn hoofd naar zijn linkerschouder en vandaar naar zijn linkerarm en draaide zich dan met 90 graden van zijn linkerarm naar zijn voorarm. Waardoor ik zijn linkerhand zag die naar zijn rechterhand wees terwijl ik hem langzaam hoorde zeggen: “Pannn.” Met een rond voorwerp in zijn rechterhand ‘een pan!’. Zo leerde ik mijn eerste Nederlandse woord. Ik keek rondom mij heen. Van hoek tot hoek waren er alle soorten pannen en potten, messen, vorken en lepels opgehangen aan de muren. Na een paar seconden rondkijken riep de kok plots luid: “De wortel!” En ik vroeg mijzelf verbaasd af: “Welke dingen is nu de wortel?”   ‘Badandjan’, wat is een badandjan? Een badandjan is een badandjan!, zoals hij eruit ziet.  

Reza
1 0

Warhoofdstuk 48896A

Mijn ogen tranen nog voor ik ze openkrijg. Ik moet ze ook niet openen. Ik zie toch niet veel door een donderwolk heen. Ik blijf liggen. Geen enkele zenuw in mijn lichaam werkt nu waarschijnlijk. Mijn moeder is dood en daar kan je niets aan veranderen. Het is gek. Hoe kan een deel van iemand nu verder leven zonder zijn oorzaak? Dan denk ik aan het kalfje in de wei. Hij heeft het ook gehaald. Geen mama koe meer om hem te voeden. Hij is er ook nog. Ik wil ook het kalfje zijn. Maar dat gaat niet. Ik ben wel verloren. Mijn moeder stierf en ik keek ernaar.  Ik durf mijn ogen niet te openen. Ik durf deze dag niet instappen. Mijn bed niet uitstappen. Niet weer met het verkeerde been… Luidkeels pakt Rilo me bij mijn haar. Hij trekt mijn ogen open en lacht heel diep. “Vandaag RILODAG! We doen alles wat ik leuk vind!” Ik versteen. Ik wil niet met Rilo mee. Niet nu mijn mama me niet kan helpen. Niet meer kan helpen. “Ik ga mezelf broodroosteren ” piep ik tegen Rilo en vlucht naar beneden. Ik wil geen Rilo meer zien. Mijn hand wil de klink nemen om de deur te openen. Maar ik zie het nut er niet van in. “Gewoon openduwen” giechelt Rilo. “Niet veel moeite doen vandaag!” Ik neem mijn voet en plaats die hard tegen de deur. Ik heb geen zin om tegen te spreken, geen zin om deuren te openen, geen zin in vandaag. De bonk klink als een ontploffing in het huis. Ik denk aan mijn hoofd. Mijn hoofd is ook een beetje een huis met ontploffingen. “Kan het wat stiller!” schreeuwt moeder. Ik zie ze als een bol wol voor mijn kattenogen zweven. Ze is er. Ze staat er. Geen dode mama op deze dag. Ik had moeten weten dat ze uit de dood kon ontsnappen. “Goedemorgen?” vraagt moeder me. Ze knijpt een oog toe en kijkt me met een schuin hoofd vragend aan. Ik ga aan tafel zitten. Ik begrijp het niet. Oma is nooit uit de dood teruggekeerd. Ze zit nog altijd vast. Mama kijkt me bezorgd aan en zucht. Ze begrijpt dat het Rilodag is. Mijn mama begrijpt altijd alles. Ik heb geen zin in school. Daar zitten stoute roddelende mensen die je vriendinnen noemt. En stomme kwajongens waar je verliefd op moet worden. Ik hoop dat Rilo niet meegaat. Dat is het enige wat ik nog hoop op deze sombere dag.

Isolde Tak
0 0