Lezen

Brussel sterft en niemand wil het geweten hebben.

In De Volkskrant van 3 augustus publiceert Murat Isik een column over het probleem Airbnb in Amsterdam (https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/de-oplossing-voor-amsterdam-pak-airbnb-eindelijk-eens-serieus-aan~b6fbcc12/ ). De auteur van “Wees onzichtbaar” heeft zeker een punt maar het probleem gaat veel verder en we zien hetzelfde gebeuren in de meeste steden van Europa. Brussel blijft hiervan niet gespaard.   Het geval Airbnb is maar één van de gevolgen van niet alleen een verziekte wegwerpmaatschappij van ‘likes’ en ‘belevenis-on-the-spot’, evenzeer van een op hol geslagen en falend politiek beleid van politieke partijen die niet meer kunnen of willen samenwerken en waar prestige en postjes belangrijker zijn dan een leefbare ruimte waar inwoners, leefruimte en toerisme convergeren.   Ik ben geboren in hartje Brussel. In mijn leven heb ik ruim 15 jaar geflirt met Parijs. Maar een kind komt altijd terug bij zijn moeder, zo kwam ik in 2007 terug naar huis. Dat was Brussel toen : warm, gezellig, volks, menselijk en geruststellend. Ik zag de vooruitgang van haar inwoners, ik zag hoe mensen het elkaar naar de zin maakten en met elkaar praatten, in contact kwamen. Brussel was ook een rustige stad. Niet zo’n saaie stad waar na het avondmaal van 19u niets meer gebeurt, niet zo’n hectische stad waar iedereen in totale onverschilligheid over het hoofd van iedereen kijkt maar waar mensen naar buiten kwamen; mensen gingen op restaurant, op café. De bruine kroegen ten spijt, amuseerden mensen zich. Er werd geleefd in respect naar elkaar, zelfs in de rij om 2 uur ’s nachts aan het frietkot kon je gemakkelijk nog met onbekenden aan de praat gaan en nadien weer op café gaan.     Vandaag ontkomt Brussel ook niet aan het vandalisme van het massatoerisme. De collectieve verkrachting van mijn stad gebeurt niet alleen ’s nachts, in donkere steegjes, in duistere kroegen of in ongewassen lakens van een hotel de passe. Het gebeurt dag in dag uit voor mijn deur, in de voegen van haar straten, over de koppen van haar kasseien, in volle daglicht. Schaamteloos, selfievol, boertig en luidruchtig. Daar waar pendelaars Brussel discreet en met angst voor de grootstad ontvluchten, vallen toeristen van allerlei allooi uit bussen en treinen neer om zich sans retenue over te geven aan goedkoop vertier. Met als gevolg dat Brussel meer een pretpark wordt, een amusante aangelegenheid voor toeristen, eerder dan een stad met gewichtige geschiedenis en cultuur. Vandaag staan mensen liever in rijen aan te schuiven voor een industriële wafel, een prularia van een souvenirwinkel, een overdreven geprezen Gourmet Burger, een kledingstuk van schande bij Primark. Dat is het nieuwe beleven. Mensen denken dat ze een unieke belevenis meemaken maar in werkelijkheid zitten ze in hetzelfde stramien als eenieder lambda persoon. Zelfs op Instagram maken mensen dezelfde foto’s : https://www.onemorething.nl/2018/07/dezelfde-fotos-instagram/ .   Het is sign of times en Airbnb is maar één van de spelers die inzet op het dierlijke van de meeste toeristen. Toeristen met honger naar belevenis, likes en selfies. Niet meer dan dat. Instant satisfaction. Mensen komen niet meer naar Brussel voor haar geschiedenis, voor haar volkse karakter, voor de locals te ontmoeten, voor een rondleiding, voor een museum (zelfs in Antwerpen vinden jongeren de weg niet meer naar kunst : “Voor zowat de helft van de museumbezoekers is een bezoek aan een museum ongewoon : https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/08/04/antwerpse-musea-zetten-een-avond-de-deuren-open-tjidens-museumna/  ). Mensen zijn bedwelmd door de vrije markt, kopen, eten en drinken van hetzelfde en razen door de hoofdstad als op hol geslagen vee. Een gulzig monster dat de grenzen van fatsoen niet meer waardeert. Niet voor zichzelf, nog minder voor een ander. Langs de andere kant zie je dezelfde trend terugkeren in de horeca en vooral in de retail : mensen moeten kost wat kost werken, de klant boet in kwaliteit in. Men neemt kwaliteit in service en goederen niet meer zo nauw. Why should I care? Tell me, really, why should I care, care for you?   Net als in Amsterdam is het Disney Brussel 24u op 24 open. Het massatoerisme bedwelmt ons door de Ryanairs, de Flexibussen, de Izzy’s en de zoveel andere goedkopere low cost initiatieven. Onlangs nam ik de Thalys naar Parijs. Ik ging voor drie weken schrijven in de Franse lichtstad. Ik was de enige die twee koffers meehad, en ik reisde 1ste klasse. Rondom mij zag ik alleen maar een rugzakje, een handtas of een tas voor de computer. Een vreemde ervaring. Reizen was vroeger iets dat je lang vooruit plande, je spaarde ervoor, je had connecties in het buitenland. Je keek ernaar uit. Je leefde er naartoe. Vandaag ligt de hele wereld niet meer in onze achtertuin maar in onze woning.   Is ons leven dan gemakkelijker geworden? Allicht wel. We hebben aan comfort gewonnen maar we hebben onze kritische geest verloren. We hebben het fatsoen voor onze voorouders en het respect voor de natuur verloren. De meeste van die toeristen die ik iedere dag in mijn straat zie en die ik ook tegenkom in de column van Murat Isik lijken deze tendens van het tomeloze handelen en lege denken te onderschrijven.   Iedere avond heb je op de warme kasseien van de Brusselse Grote Markt honderden mensen die elkaar onderling treffen voor enkele uurtjes lachen, praten… en drinken. Op zich niets mis mee. Ik kan betreuren dat deze mensen de Brusselse kroegen niet meer beleven en ik kon daar redelijk pissed off over zijn maar ik heb het gelaten voor wat het is. Alleen wanneer diezelfde mensen naar huis gaan, laten ze een berg afval achter, gewoon daar, op de grond. Hetzelfde zie je op bv. festivals (Werchter, Tomorrowland..) waar mensen tenten, frigoboxen en allerlei plastic achterlaten want waarom zou ik alles weer moeten opruimen? Onlangs ben ik met enkele vrienden naar de Abdij van het Ter Kamerenbos gegaan om gezellig samen iets te drinken. Er staan enkele tafels, er is een bar met basic eten en drinken en eco-toiletten. Er waren veel families met kinderen en ook veel mensen met linnen ecozakken (én met opschrift : “Moi, je suis ecolo. Je trie”). Wanneer die mensen dan weggingen, lieten die gewoon alles staan op de tafels. Met een beetje wind en alles waait over naar het park, de bomen… kortom, naar onze stad, onze gezamenlijke leefruimte. Het is zoals die mensen die het nooit kunnen laten hun voeten op de banken in de metro te zetten. Alors quoi, c’est quoi ton problème?   Moet dan achter iedere burger blauw staan? Ik ben geen voorstander van repressief blauw maar met dergelijke attitude is het alsof al die goedbedoelde en goedlachse mensen donkerblauw op straat willen. Wat is er toch met de civilisatie gebeurd…   Mensen zouden heropgevoed kunnen worden. Mensen zijn niet meer kritisch. Mensen staan niet meer stil bij het gewone van het dagelijkse leven, mensen zijn blind geworden voor zichzelf en voor elkaar. Ik kan me niet van de indruk onttrekken dat er ergens in overdracht van fatsoen en van kennis, iets wat generaties met elkaar doen, iets verkeerd is gelopen. Wat is er gebeurd? Wie zijn die toeristen die achteloos met hun vuile voeten onze steden vertrappelen? Zijn het onze jongeren? Zijn het mensen van mijn generatie? Zijn het mensen die nooit iets beleven in hun leven? Hebben ze een specifiek sociaal profiel? Wie maakt onze steden kapot door wansmakelijk gedrag? Zijn wij locals even schuldig want wij verhuren toch aan Airbnb…? Wie denkt alleen op de wereld te zijn, onoverwinnelijk en onbedwingbaar te zijn en het je m’en foutisme te prediken? Wie, wie toch?   Je ziet het ook hoe (gewone) mensen de stad beleven : niemand gaat nog naar de film, tenzij iets in de trend van Mamma Mia Here We Go Again. Iets gemakkelijks, iets wat je meteen kan consumeren. Vergeten the following week. Georges Jetter, mede-uitbater van de inmiddels gesloten Actor’s Studio Cinema, zegt zelf dat het centrum meer een aangelegenheid is geworden voor toeristen (https://www.bruzz.be/film/bioscoop-actors-studio-sluit-2018-07-29 en verdere analyses rond dit artikel in dezelfde media).   Kortom, er is iets gebeurd in de stad dat we hebben zien aankomen, iets wat we niet verhinderd hebben en dat vandaag in etter gegroeid is. Brussel heeft generaties Brusselaars gekend die het zwanzen en het goedlachse leven kenmerkte. De meeste van die Brusselaars zijn vertrokken. Een stad evolueert, een stad groeit, een stad ontvangt generaties. Maar het is vandaag dat ik met tranen in de ogen en woede in de vuisten naar zoveel leegte, zoveel debiliteit en zoveel belediging kijk en hoe een stadsmens, een Brusselaar, een burger van de wereld, het zwijgen wordt opgelegd door gemakzucht en individualiteit. Het is iets wat gebeurt, het is iets van onze tijd. We zien het, we beleven het maar we doen niets meer. Of is het monster al zo groot geworden dat het niet meer te temmen valt?   Mensen heropvoeden. De schuld treft evenzeer hoe politiek de stad en het bestuur inkleurt. Brussel wordt bestuurd door een burgemeester die de burgers niet hebben gekozen. Dat kan al tellen. De huidige en ook de vorige burgemeester ziet Brussel eerder als een pretpark, een Franstalig Disney (zie bv. het ééntalige gangsterlogo van de stad), een tempel van fast en furious vertier. Een bestuur zonder visie voor openbare ruimte (Het slaperige De Mint, de kale betonnen pleinen aan de Opera, De Brouckère en het idee alleen al voor vier ondergrondse parkings). Een bestuur zonder gevoel voor de stad. Een bestuur met koele sympathie voor de burgers. Een bestuur dat liever restaurantketens de stad laat bezetten dan lokale talenten te ondersteunen. In hartje Brussel vind je zelfs geen enkele bakker, geen enkele beenhouwer meer. Toerisme is een belangrijke bron van inkomen voor een stad, voor de kas te spijzen, de mensen aan het werk te krijgen en eigen geschiedenis voelbaar te maken. Alleen lijkt dit bestuur louter voor gadgets te gaan eerder dan voor duurzame belevenis en kwaliteitsvolle lokale investering met visie op Brussel.   Het Amsterdam van Murat Isik is onherkenbaar geworden. Voor de burgers van Venetië, Rome of pakweg Barcelona gebeurt hetzelfde. Brussel gaat dezelfde richting uit. Brussel is altijd een speelbal geweest tussen verschillende lagen bestuur, nu eens in het Nederlands maar dan zint het de Franstaligen niet en omgekeerd. Brussel sterft, of moet ik schrijven : het Brussel dat Brussel zou kunnen zijn, is aan het sterven. Tenzij onze Brusselaars opstaan et qu’on laisse à nouveau chanter et bruxeller Bruxelles.  

Erwin Abbeloos
39 0

Spullen

Ik was 12 jaar en op daguitstapje met het gezin in Antwerpen. Naast de Kloosterstraat en Scheldekaai liepen we, zoals gewoonlijk, naar de Boerlaschouwburg voor high tea en even windowshoppen in de buurt van de Nationalestraat. Mijn fashiongehalte beperkte zich tot jeans van de Jeansshop, kleedjes van Mexx, en een occasioneel lichtblauw leren jasje van dé lokale boetiek. Dat leren jasje was iets speciaal, op school hadden maar twee meisjes dit jasje, een meisje in een jaar lager, en ik. Het jasje ging vervolgens járen mee. De potentiële liefde voor mode was wél al gewekt, door het windowshoppen, de Weekend Knack en de Glossy. Als 12-jarige ging ik ervan uit de Mode met de grote M niet weggelegd was voor meisjes uit dorpjes met jeans van de Jeansshop. En die dag maakte een uitzondering. Het was vakantie en mijn pa goedgezind, bij Longchamp kreeg ik, totaal onverwacht, een tasje. De Pliage. En zo had ik als 12-jarige een donkerblauwe plastic vouwtas van Longchamp, met leren hengsel. Uit voorzichtigheid heb ik de tas het eerste jaar niet gebruikt. Ik ben 29 nu, de Pliage heb ik nog, intact, even mooi en veelvuldig in gebruik. Door de jaren heen zijn er wel wat andere leuke spullen in de kast bijgekomen, niet overdreven. Noem het minimalisme of purisme of gewoon "ik heb mijn geld nodig om van te leven en af en toe koop ik iets waar ik héél blij van word". Deze zomer gaat de Pliage natuurlijk mee op vakantie. Het ding is al op heel wat plekken geweest, dat je het gevoel hebt een stukje familie bij te hebben maakt het extra leuk. Home is where my Pliage is. 

Evelien
8 0

Steek

Heet, broeierig heet brandt de zon aan de staalblauwe hemel, terwijl diep onder deze schier eindeloze bron van UV-stralen de niet aflatende stroom van naakte en halfnaakte lijven, dampend van het zweet, oogverblindend glimmend van de met gretige handen uit elkaar gewreven factor 30 en hoger, zich gewillig laat overladen met een overdosis zonne-energie. De overal in dit kleine landje op de daken gesmeten zonnepanelen, nochtans niet voorzien van factor 30 tot 50, kreunen en steunen onder deze loden hitte, maar de mens laat het zich welwillend gevallen. Geklaag en gezaag stijgt hier en daar op over hoe het toch eigenlijk veel te warm is en de tijden écht wel veranderd zijn - vroeger was alles veel beter - maar het is niets in vergelijking met het geklaag en gezaag dat zal opstijgen nadat deze schijnbaar eindeloze reeks van zonnedagen tot een einde gekomen zal zijn en opgevolgd is door een bijna niet afhoudende reeks regendagen. ‘Het was toch wel beter toen de zon scheen,’ ‘Dit ben je direct moe,’ ‘De tuin had er wel nood aan, maar ik kan geen regen meer zien.’ En veel meer van deze opbeurende gesprekken bij de bakker, kapper en op straat - onder een paraplu - zullen niet van de lucht zijn. Maar de zon, die trekt er zich niets van aan en deelt - muzikaal ondersteund door de nooit langer dan tien seconden zwijgende toeter van de redders in een verwoedde, doch hopeloze poging om de roekeloze zwemmers uit het opgewarmde, maar daarom niet minder verraderlijke zeewater te houden - gewillig en gretig de ene zonnesteek na de andere uit. Elke wit-huidige man of vrouw kan er eentje krijgen. Elk kind of volwassene die een plekje vergeten is of er niet aan gedacht heeft dat een overdosis zon misschien toch niet zo’n goed idee was, krijgt een gratis steek door het hoofd geboord. De ene is al wat heviger dan de andere, en de koude rillingen, hoofdpijnaanvallen en braakneigingen zijn de hele avond niet van de lucht, maar morgen is dit allemaal voorbij en gaan we lustig met z’n allen weer liggen bakken. En de zon, die zag dat het goed was.

Luc Vos
0 0

BuikBrieven #1

Lieve Baby in mijn Binnenste,   Je hebt werkelijk geen benul. Jij weet nog van niks, jij vertoeft in een magische onderwaterwereld, één en al ervaring. Jij groeit in mijn Buik, volgens onze aardetijd een aantal maanmaanden nu. Voor de mensen rondom mij is het intussen zichtbaar geworden dat ik jou in mij draag. Ik begin op te bollen als de wassende Maan. Het is een klein wonder hoe je dit jaar nog als miraculeus menselijk wezentje quasi volledig volmaakt zal beginnen ademen na je geboorte. Jij weet daar allemaal nog niks vanaf natuurlijk, je hebt geen benul van buik of menselijk lijf of lucht. Grenzen bestaan niet in jouw beleving. Jij zwemt enkel maar terwijl je Vis en Water tegelijk bent. Je deint mee met de golven van het wiegen van mijn heupen in alle veiligheid en weldaad. In jouw Kosmos is alles één. Je bent een druppel uit de Bron, een pluisje in de Wind, een vlammetje van het Vuur, een zandkorrel op het strand, een Sterrenstofje, een vonkje Energie, een Ether-elementje. Deeltje van het Geheel zonder kleiner of groter te hebben aanschouwd. Kletskoek vertel ik jou, je hebt nog geen benul, je bent alles tesamen zonder besef. Je bent zo vrij en puur.   Je hebt geen idee dat ik deze brief aan jou schrijf, dat ik besta überhaupt. Bestaan en Taal ben je nog aan het absorberen. Het prille begin van Moedertaal. Om daarna langzaamaan je Vaderland te betreden. Laten we niet teveel op de zaken vooruitlopen. Het geschreven Woord en digitale communicatie moeten al helemaal je verste voorstellingsvermogen voorbij gaan. Of droom je toch wel eens van deze planetaire spelletjes, van de systemen die ons definiëren, van de onuitputtelijke Kunst? Ken je je Essentie zonder dat zo te benoemen? Heb je veel Plezier? In elk geval heb ik momenteel serieuze binnenpretjes, ahum.   Soms is het hier een gekkenhuis, lieverd. Echt on-ge-loof-lijk. Niet zozeer in ons huis, wel op deze wereldbol. Je zal veel kans versteld staan, zoals ik dat nog steeds doe na al die jaren. Niet van de schoonheid en pracht die de natuur biedt, op een andere manier. Ik bereid je graag al een beetje voor. Omdat ik het zelf nog niet helemaal begrijp, wat sommige zielen hier op aarde komen klooien. En om mijn waardevolle stem te boek te stellen, dat is zeker een motivatie. Echt onzin wat er hier en daar gebeurt, lieve kind. Ik heb ook mijn eigenste portie geklooi gehad, hoor, daar niet van. Gelukkig hebben wij liefde ontdekt, en ontwikkeld en gecultiveerd. Jouw vader en ik, jouw moeder. Omringd door enkele bijzondere individuen dicht bij ons en wat verder weg, is dat een heus feestje geworden. Wat zeg ik: een heerlijk paradijsje, een dagdagelijkse Hemel op Aarde zonder uit het oog te verliezen dat alles komt en gaat van de diepste pijn tot de uitzinnigste vreugde. Het Waarnemen en Beïnvloeden, dat is Toverkracht. Want als je één ding moet onthouden, lieve kind, is dat je heel veel alleen kan verwezenlijken maar dat liefde voelen en voeden enkel mogelijk is doordat er anderen bestaan naast jou. Laat je nooit iets anders wijsmaken, en uiteindelijk zal de ervaring het je leren als je ’t niet gelooft. Dat is allemaal voor later, en je hoeft eigenlijk helemaal niet naar mij te luisteren. Jij bent enkel hier en nu, ontstaan uit die smakelijke liefdessoep, vol vertrouwen.   Je bent heel rustig terwijl ik zo opschrijf wat mijn vingers verlangen. Jouw mama heeft enkele missies te volbrengen, lieve kind, net als jij en iedereen. Ze raakt taboes aan, die foetermoeder van je. Ze kan creëren en confronteren als de beste. Wat niet steeds in dank wordt afgenomen, helaas pindakaas. Intussen heeft ze wel met scha en schande geleerd het ietwat beter aan te pakken, in de verbinding te blijven gaan. Want dat is uiteindelijk de bedoeling. Ze is een kunstenares die graag goochelt met taal en betekenis, om knipogen te bewerkstelligen en bewustzijn te vergroten en zich vooral niet teveel te vervelen. Ze vindt nieuwe woorden uit zoals de Properbak, waar een heel concept achter zit. Ze heeft het ene idee na het andere. Zij is mij. Ik en jij, kind, wat zal dat allemaal worden, een zoveelste avontuur… Voorlopig is het nog een goed bewaard Geheim. Een stil verbond, jij en ik. En jouw vader, lieve kind, dat is een bijzonder architect en beeldhouwer en verzorger. En nog veel meer. En ik ben natuurlijk niet alleen schrijfster. Zoveel zijdes hebben kristallen en geslepen diamanten, met onvermijdelijke hoekjes af. En jij bent een combinatie van ons, een nieuwe samensmelting van talenten en gaven en onnozelheden. We kijken al uit naar je komst, zo bouwen wij nu voort aan ons nestje samen met de hele familie. Je bent al welkom. Je hebt zowat jezelf uitgenodigd eigenlijk, en dat mag. Kom maar helpen want het is nodig met die klojo’s hier. Kom maar jezelf zijn erbij. Je bént er al bij, jezus moeder maria, wat ben je zo verschrikkelijk aanwezig! Ik ben nu meer en meer symbiose en synchronisatie geworden. Het is straf, op zijn minst. Jij schrijft mee dit verhaal. Waar waren we gebleven?   Lieve schat, hier bestaat zoiets als dag en nacht, zomer en winter, gisteren en morgen, verleden en toekomst, tijd en ruimte. Morgen schrijf ik je weer, nu gaan we slapen in een comfortabel bed en de liefde nog even bezingen. Je vader, jij en ik.   Van harte, tot weldra, met liefs x

Elke Van Opstal
47 0

Oorlog in kindertaal

'Mama, waarom maken grote mensen oorlog? Ik word daar zo verdrietig van.' Hij kijkt me met grote ogen en een blik vol verwarring en verwachting aan. In zijn ogen zie ik het kleine meisje weerspiegeld dat ik ooit was; het meisje dat niets snapte van de grote mensenwereld. In de vriendenboekjes van mijn vriendinnen - ik zat op een katholieke meisjesschool - schreef ik als antwoord op de vraag 'Wat is jouw grootste wens?' steevast: 'Nooit meer oorlog.'   In mijn kinderjaren had ik nog de naïeve hoop dat er een dag zou komen waarop er overal in de wereld vrede zou heersen. Die hoop is reeds lang vervlogen. Eeuwen en eeuwen voeren mensen al oorlog, soms omdat ze hun rijk willen uitbreiden, soms omdat ze anderen hun geloof willen opleggen, soms omdat ze het niet eens zijn over een bepaalde kwestie,... Altijd vloeit oorlog voort uit haat en onbegrip.  Ik weet vrijwel zeker dat niemand daar ooit gelukkiger van is geworden. Fanatieker misschien wel, machtiger ook, rijker zeer waarschijnlijk. Maar liefdevoller, warmer, meer verbonden, hartelijker? Nee, dat zeker niet.   Ik zucht eens even diep. Ik kijk vertederd naar de gepijnigde blik in de blauwe ogen van de jongen die ik 7 jaar geleden ter wereld bracht. Ik vertel hem dat ik ook verdrietig word van oorlog, dat ik me soms machteloos voel en bang. Dat ik me soms gefrustreerd voel omdat ik er niets tegen kan beginnen. 'Grote oorlogen beginnen vaak met een kleine ruzie' vertel ik hem. 'Maar mama, als je ruzie hebt met iemand, dan kan je toch gewoon weer vriend worden?' 'Ja, maar soms kunnen mensen heel koppig zijn.' 'Wat is koppig, mama?' 'Koppig zijn, wil zeggen dat je niet wil toegeven, dat je blijft vinden dat jij gelijk hebt en de ander niet.' 'En waarom zijn grote mensen dan koppig, mama?' 'Soms zijn ze koppig omdat ze graag de baas willen zijn. Soms zijn ze koppig omdat ze vinden dat hun geloof beter is dan dat van een ander. Soms zijn ze koppig omdat de andere persoon dingen wil doen die niet goed zijn voor de mensen, die bijvoorbeeld niet goed zijn voor de gezondheid van de mensen of voor onze planeet,...' 'En hoe komt het dan dat er oorlog is als mensen koppig zijn?' 'Als belangrijke mensen, zoals de bazen van landen, koppig zijn, dan kan er oorlog van komen. Ze willen dan niet meer praten met elkaar omdat ze denken dat het toch niets uitmaakt. En dan sturen ze hun legers op elkaar af en beginnen ze te vechten.' 'Mijn juf zegt altijd dat je beter met elkaar kan praten als je ruzie hebt dan met elkaar te vechten. Waarom is dat dan bij grote mensen niet zo?' Daar sta ik dan met mijn mond vol tanden. Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat grote mensen soms verteerd worden door haat door wat ze hebben meegemaakt en daar anderen voor willen laten boeten? Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat grote mensen soms liever oordelen en veroordelen dan te luisteren naar elkaar? Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat sommige mensen echt geloven dat geweld de juiste manier is om een conflict op te lossen? En hoe leg je uit dat geweld misschien, heel misschien, wel gerechtvaardigd is als één of andere gek de planeet naar de verdoemenis wil helpen? 'Het is altijd beter om een ruzie uit te praten, zoals jouw juf vertelt. Het is beter om ervoor te zorgen dat alle mensen voelen dat ze erbij horen dan om met geweld de ander te doen luisteren of aan de kant te zetten. Sommige grote mensen denken daar spijtig genoeg anders over', zeg ik. En nog voor hij een nieuwe vraag kan stellen, ga ik verder.  'Maar weet je wat wij kunnen doen?'  'Nee', zegt hij met een nieuwsgierige blik in zijn ogen. 'Wat wij kunnen doen, is lief zijn voor elkaar en mekaar helpen en naar elkaar luisteren. En als we ruzie hebben, het ook weer proberen bijleggen door er met elkaar over te praten, door te vertellen hoe we ons voelen en waarom we ons zo voelen. Zo is er in ons klein stukje van de wereld vrede en geen oorlog.' 'Mama, ik wil ermee voor helpen zorgen dat er in ons huisje en op mijn school geen ruzie is en als ik ruzie heb, zal ik proberen om het bij te leggen', zegt mijn zoontje met een zekere ernst en kordaatheid in zijn stem. Ik glimlach naar hem en sluit hem in mijn armen. En ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij in zijn leven nooit een oorlog mee moet maken.

Aline
0 0

Roodkapje

Roodkapje is de naam van een huis van lichte zeden langs de baan die Sint-Niklaas met Lokeren verbindt. Hier geen jagers die wellustige wolven ervan weerhouden Roodkapjes te verslinden. Hier geen geloof meer in sprookjes over de liefde. Als je als man bij Roodkapje je gading niet vindt, kan je het ook eens proberen bij Het Minirokje of De Biechtstoel wat verderop waar ze trouwens al jaren beloven dat er ‘nieuwe meisjes’ zijn.   Telkens ik deze bordelen passeer, vraag ik me af wie de vrouwen zijn die daar werken en wie de mannen die er hun plezier gaan zoeken. Zou je er als man kunnen kiezen tussen een blondine, een zwartharige of een roodharige? Zou je als man daarbij dan een zelfde soort twijfel voelen als zou je moeten kiezen tussen ketchup, mayonaise of stoofvleessaus in de frituur?   Onlangs hoorde ik op de radio een interview met een Nederlandse dame die een boek had geschreven met een mening over dit soort etablissementen. Ze zei dat het tijd werd dat iemand de dingen bij naam noemde en voelde zich geroepen die rol op zich te nemen. Ze stelde dat prostitutie niet meer of niet minder is dan gelegaliseerde verkrachting. Om die stelling kracht bij te zetten verwees ze naar een studie waaruit gebleken was dat de overgrote meerderheid van de prostituees dit beroep niet zou uitoefenen moest het anders kunnen, ook in landen waar het gelegaliseerd is. De meeste van deze vrouwen voelen zich ertoe gedwongen. Het is geen vrije keuze maar vaak de enige uitweg om te overleven. Verder verwees ze ook naar een groot verband tussen seksueel misbruik op jonge leeftijd en prostitutie. Ze vertelde hoe pooiers net díe vrouwen uitzoeken die al zware ervaringen gehad hebben in hun jeugd, slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik, geestelijke problemen hebben enzovoort. Met andere woorden deze zogenaamde ‘zakenmannen’ – want zo worden ze gezien in de landen waar prostitutie legaal is - kiezen de meest kwetsbaren eruit om hen vervolgens nog dieper de put in te duwen.*   Wat ben ik blij dat er eindelijk een vrouw is die haar mond durft opendoen over deze wantoestanden. Eén keer in de zoveel tijd maak je dat eens mee, dat iemand een mening heeft die exact aansluit bij wat jij intuïtief altijd al aanvoelde terwijl je zelf nooit de moeite nam om het te verwoorden. Zij verwoordt het niet alleen, maar klaagt het ook aan. En bovendien worden haar intuïtieve vermoedens gestaafd door onderbouwde studies. Zo’n mensen verdienen een standbeeld. Al heb ik ook grote bewondering voor zij die effectief de straat opgaan om te helpen waar het kan, om liefde en troost te bieden aan de verstotenen van de maatschappij. Wat zou ik soms willen dat ik zelf zo’n held was. Maar ik ben geen held want ik word vaak door angst overmand. Ik vertel aan anderen dat moed niet de afwezigheid is van angst maar wel de angst toelaten en je er niet door laten verlammen. En ik geloof oprecht dat dat zo is. En soms ben ik moedig, maar vaak ook niet. Soms vind ik het gemakkelijker om mijn kop in het zand te steken of onzichtbaar te zijn dan een afwijkende mening te verkondigen en het risico te lopen uitgejouwd te worden, er niet meer bij te horen, voor gek verklaard te worden.   Ik heb er trouwens geen idee van hoe je dat doet, op de barricades staan. Ik zie het anderen doen en ik bewonder hen, maar vraag mij niet te begrijpen hoe zij dit kunnen doen zonder dat er een trilling in hun stem te horen is, zonder dat hun knieën onder hun lijf vandaan knikken en het vuurrood hen naar de wangen stijgt. Vraag me niet hoe zij standhouden, hoe zij daar kunnen staan als een boom terwijl er van alle kanten tegenwind komt. Vraag me niet waar zij het vertrouwen vandaan halen dat hun mening stevig genoeg geworteld is in betrouwbare aarde. Vraag me niet hoe zij de vruchten in hun boom beschermen tegen hongerige fruitmotten.   Nee, de heldhaftigheid van een Roodkapje dat het duistere bos trotseert, bezit ik niet. Mijn heldenmoed beperkt zich tot het zachtjes fluisteren van een omstreden mening om die zonder pardon weer in te trekken als anderen weerwerk bieden. Maar diep binnen in mij schuilt een echte heldin, daar ben ik zeker van. Misschien komt er ooit wel eens een jager langs om haar te bevrijden…   * gebaseerd op info uit het artikel: ‘Prostitutie, neoliberalisme en realiteit’ van Evie Embrechts (www.dewereldmorgen.be, 7-12-2011) PS Evie Embrechts is niet de Nederlandstalige dame die het boek schreef waarover ik op de radio hoorde

Aline
0 0

Die eerste glimlach

We noemden jou ons geschenk uit de hemel. Het was een lange pijnlijke bevalling geweest waarbij je koppig naar de verkeerde kant bleef kijken - en de vroedvrouw zat te draaien en te wroeten in mijn lijf om je goed te draaien. Ook ik was koppig en duidelijk overmoedig om jou zonder epidurale uit mijn lijf te persen. En toen was je daar, het schoonste en meest kwetsbare wezen op deze planeet. De werkelijkheid verdween naar de achtergrond. De sneeuw en de koude buiten stonden in schril contrast met de gloed van warmte, licht en liefde waarin wij werden opgenomen toen jij ter wereld kwam. De gynaecoloog was nooit helemaal zeker van haar stuk geweest toen ze jouw geslacht bepaald had. Ook tijdens de echo's al had je een sterke wil getoond en was je niet van plan zomaar te tonen wat wij wilden zien. Dus toen de vroedvrouw jou in mijn armen legde, werd mijn blik automatisch naar de plaats tussen jouw benen getrokken en zag ik daar dat je zonder enige twijfel een jongen was. Mijn jongen, wat heb je ons vele slapeloze nachten bezorgd. Iedereen die op kraambezoek kwam in het ziekenhuis schrok van de felheid van jouw gekrijs. In de rest van de gang was het stil, op een kreetje van een enkeling na die honger had of een vuile luier. Jouw honger kon echter op geen enkele manier gestild worden en zelfs als je een verse luier droeg en dicht bij mij of jouw papa lag, bleef je vaak schreeuwen, uren aan een stuk. De meeste verpleegsters waren erg lief en behulpzaam, maar er was ook een harde tante bij die jouw papa en ik Cruella hadden gedoopt. Zij sprak ons vermanend aan alsof het onze schuld was dat je van geen ophouden wist. Eén keer wou ik jou een badje geven, maar dat was zonder Cruella gerekend. Zij trok jou uit mijn armen omdat zìj, degene met bakken ervaring, mij eens ging tonen hoe het moest. Wat was ik je toen dankbaar dat je het op een nog harder krijsen zette en je uiteindelijk toch een beetje kalmeerde toen ik je opnieuw in mijn armen hield. We deden er alles aan om je te troosten lieve jongen en eerlijk waar, op geen enkel moment verloren wij ons geduld. We werden het gewoon dat je het gros van de dag schreeuwend doorbracht, lieten je op onze buik slapen omdat dat de enige manier was om je even naar dromenland te laten vertrekken. We droegen je in een draagdoek omdat je rechtop zittend duidelijk minder last had van jouw maag en darmen - de oorzaak van jouw gehuil. We verloren ons geduld niet want jij was ons geschenk uit de hemel. Papa verloor wel heel wat van zijn haren en mijn rug werd steeds pijnlijker, maar we hadden het allemaal over voor jou, lieve schat. En op een keer, toen je me weer midden in de nacht gewekt had, ik de uitputting nabij was en op het punt stond om uiteindelijk toch mijn geduld te verliezen, toen krulden jouw twee mondhoeken zich naar boven en keek je me doordringend aan. Een warmte welde op in mijn hart en ik glimlachte terug naar jou, vol ontroering. Veel vroeger dan de gemiddelde baby maakte jij glimlachend contact met mij. Daarom dacht ik eerst dat het toeval was, maar toen je mijn glimlach beantwoordde met een mimiek die nog duidelijker was dan voordien wist ik dat jij niet alleen een geschenk maar ook een wonder was dat ik altijd zou blijven koesteren. 

Aline
0 0

Spiegeling

Voor mij hangt er een spiegel aan de muur. Doodgewoon zoals alle andere spiegels in de wereld. Als je ernaar kijkt vanop een afstandje merk je niks bijzonders op. Een simpele rechthoek van glas. Meer is het niet. Maar toch... Ik knipper met mijn ogen en opeens ben ik weg. Het meisje met de groene ogen is verdwenen. Voor me staat een meisje met lang blond haar en blauwe ogen. Ik knipper opnieuw terwijl ik een beetje in de war ben. Het blondje meisje is weg en heeft plaats gemaakt voor een meisje met bruine krullen en bruine ogen. Aandachtig bekijk ik het meisje in de spiegel. Voor de derde keer knipper ik met mijn ogen. Nu is er een meisje met rood haar en grijsachtige ogen te zien.   Voorzichtig plaats ik mijn hand op de spiegel. Het meisje doet het zelfde, maar dan knipper ik en ook zij verdwijnt. Eén voor één passeren ze in mijn gedachten. Waarom heb ik niet zo'n lang blond haar als zij? Waarom heb ik die mooie bruine ogen niet? En waarom ben ik niet zo mooi als dat meisje met haar rode haar? Het is zo oneerlijk. Het leven is oneerlijk. Waarom moet ik het maar doen met mijn saaie bruine haren? Elke volwassene zegt tegen mij: waarom ben je zo onzeker? Dat hoeft toch helemaal niet? Je bent een prachtig meisje en daar moet je trots op zijn.   Maar...waarom ben ik dan zo twijfelachtig? Ik wil ze wel geloven maar toch gaat het niet. Het is moeilijk om ze te geloven als mensen van je eigen leeftijd iets heel anders zeggen. Ik zou er zou graag anders uitzien. Met bijvoorbeeld prachtige bruine krullen of van die diepblauwe ogen. Ik wil zo graag iemand anders zijn. Mag dat niet?

Caitlin Verlinden
6 0

falen is balen

                                  Elke dag weer een mooie faal.                         Mijn geheugen staat niet zo meer op paal.                                Ik verlies weer eens wat moois.                                          Het is stom daarom.                              Ik wil niet dat doen we me mij vraagt,                                   Want anders zijn ze  kwaad.                                        Ik wil wat meer recpect.                                        Iets meer van dit en dat.                                      Ik wil een vocemail hebben.                                 'Gij zult niet boeten gij zult niet stelen.'                                   Luid het spreekwoord van de hel.                                     Gij gaat sterven op u benen.'                                            Mooi, zo zie je wel.                                         Ik wou dat ik hier was.                                                Juist op tijd.                          Ik heb gemist,Ik ben lekker mijn bus kwijt.                                     Ik sta te branden in de hel.                             Terwijl mensen mij aankijken en vragen:                                        'Meneer, gaat het wel?'                                       Ik ging zitten ik ging staan.                                      Ik wil dit moment vergeten.                                        O, toch wat een leven.                               En dan nog rijd er plots een auto voorbij.                           En rijd mij nat.Hallo!?, Ik ben toch geen geit?!                                    Ik staar naar buiten.Wat een pech,                                              Mijn auto is lek.                              Ik vraag aan de ober waar blijft mijn kreeft?                                             En hij zegt:                        ' Maar meneer toch. u bent hier verkeerd.'                                      En dan nog zit ik me te vragen,                                            Zijn er zo driehonderdvijvenzestig dagen?  

ixix pret met een website
6 0

Ode aan

Bij het ontwaken denk ik meteen aan jou. Ook op de weg naar het werk laat je me niet los. Tijdens de koffiepauze zoek ik je op en aan mijn bureau breng je me momenten van ontspannend genot.Zelfs in mijn dromen speel je zelden een bijrol. Als je er niet bent, denk ik aan jou. Als je er wél bent, denk ik eigenlijk ook aan jou. Aan jouw nooit kleurloos te noemen smaak. Je geur en je smeltende textuur. Zo tastbaar, zo aanwezig en toch ook zo snel weer weg.Je bestaan is er één van duizend variaties. Je bent de uitvinder van bitterzoet, van indringende subtiliteit en ruwe zachtheid. Combineerbaar met alles, maar ook in je eentje een niet te onderschatten plezier. Een sensatie die moeilijk niet te beschrijven valt. Je intensiteit is onevenaarbaar en altijd veel te kort van duur. Ik ontdoe je voorzichtig met wijsvinger en duim van je flinterdunne emballage, frivool als ogenschijnlijk onschuldige lingerie. Daarna aanschouw ik jouw unieke structuur. Je gave ebbenhouten naaktheid.Je bent puur, je vaak Afrikaanse herkomst nooit verloochenend. Je bezit een fractie van koppigheid en een overvloed aan liefde.Iedereen verklaart me gek, maar ik blijf erbij: ‘Zwart is wél een kleur!’ Met jou verwerk ik. Met jou vergeet ik.Een drug in moeilijke tijden Een drug in makkelijke tijden.Mijn eerste hulp bij stress, mijn grote troost bij verdriet. Voor de gelegenheid en nog vaker zonder gelegenheid.Met jou deel ik, maar zelden of nooit deel ik jou.Van te veel van jou word ik ziek, van te weinig van jou word ik nog zieker.Ik zoek je overal, zie je overal en neem je het liefst altijd mee voor het geval dat.Ik klamp ik me vast aan jou, aanbid jou.Ik ben verslaafd aan jou.

Ans DB
0 0

Deel 1 De zandstorm

  Sven zit op een bankje.En kijkt in de lucht.Hij ziet de zon hoog boven zich staan.Zijn broer komt naast hem zitten.Hij zag er wel een beetje haastig uit.Hij zweete en had een tulband aan.Met een geel randje.Een donker-donker blauw hemd met een leren riem over zijn schouders geslagen.Met een lange licht-grijze broek droeg hij.Grappig,vond hij.Dat de mode niets veranderd.     'Is er iets?' Vroeg Sven. 'Ja,zeker! Er is zotezien een zandstorm opkomst.We moeten zorgen dat we wegwezen!' Zij hij wijzend naar de rode horizon. Sven zij niks.En zette zijn ogen voor zijn ogen.Inderdaad,verderop,heel ver-kon je duidelijk een lichte zwarte lijn zien.En die bedekte heel het zuiden. En die lijn,kwam dichter en dichterbij.Sven stond op en gebaarde Ev om weg te wezen.Snel ging Sven nog naar binnen.Het zou niet lang duren of de storm zou uitbreken.Hij grabbelde snel nog naar een deken,een fles water,en een houte geluksbrenger beeldje.Dat had hij namelijk eens van zijn opa gekregen.En hou zou het voor geen geld ter wereld verkopen.Gelukkig stonden zijn spullen altijd op z'n plaats.Sven rende naar buiten met Ev achternagevolgd.De groep mensen, een kleine groep,was al vaak testen gedaan wat ze zouden doen als er een zandstorm aankwam.   De mensen verzmelden zich op een lange rij midden op de weg.Sven en zijn broer Ev waren niet als laatste aan gekomen.Raar,legde Ev snel zijn spullen op die van zijn broer.Waardoor Sven bijna vloekte.'Wat doe je toch?!' Zei Sven.Maar Ev was al ver weg.En kon hem niet meer horen.Hij ging in de richting van het huis.Maar waarom toch?! 'Haast je dan!' Schreeuwde hij nog.De groep begon langsaan te wandelen. Daar kwam Ev aangelopen met een ezel.En om de ezel bengelde een paar zakken.   Sven hoorde iets.Wat was dat? Hij luisterde nog eens goed.Oei! Hij hoorde iets verschrikkeljks als hij dat arme ding achter zou laten dan.... Hij gooide snel zijn spullen aan zijn kameraad en snelde met een bezorde blik  richting de huizen.Snel ging hij één van de huizen binnen.En onder een tafel,zag hij een baby.Wat kwam dat daar doen? Snel pakte hij de baby op en maakte dat hij weg kwam.Hij kon hun nog net bijhouden. hij wegkwam.Hij snelde vooruit want de groep was al een hele sprong vooruit. Hij versnelde en versnelde en stopte de baby in zijn jas.Het zand onder zijn zolen waren zwaar.Omdat hij over los zand liep.Nu was hij al achteraan de rij.Maar waar was zijn vriend? Hij had een ezel   Daar stond zijn vriend te zwaaien.Hij glicmlachte  en ging tussen zijn vriend staan.'Wat heb je daar?' Vroeg hij. Hij had vanaf de verte al gezien hoe zijn vriend iets had in zijn jas gestopt. Maar wat, had hij niet gezien.   Sven opende een klein stukje van zijn jas.Ev stond met open ogen te staren. 'Waarvan heb je dat?!' Zij hij snel. ''Gevonden.' 'Waar?' 'Bij het huis van Utmiss Middelsteen.' 'Breng haar of hij terug!' Snel liep hij roepend naar Utmiss Middelsteen. 'Ja?' Zei iemand in de groep. 'Ik heb dit onder jouw tafel gevonden.' Hij toonde het kleintje. 'Maar dat is niet van mij!' Zei ze snel. Dus Sven liep zonder antwoord naar Ev. 'En?' Vroeg hij. 'Het is niet van haar.' Zij hij zuchtend. 'Dan is het van jouw.' Zij Ev plagend. 'Wat?!' Nee helemaal niet.' 'Wie iets gevonden hebt mag het bijhouden.' Luid het spreekwoord. 'Maar..Maar..' 'Nee, wie moet er dan andrs voor zorgen? De zandstorm messchien? Nee, we nemen het mee.Anders zijn wij moordennaars!' Bij de zin ''Moordennaars'' Begon Sven een lelijk gezicht te trekken.Bij die gedachte wou hij niets tegen doen. 'ok dan.' Zij hij en keek naar de baby die in slaap was gevallen. 'Maar we moeten hem wel een naam geven.' Darr had hij wel gelijk.Een baby zonder naam was geen baby meer.Maar niemand. Sven wachte totdat hij een antwoorde zou krijgen.Maar Ev zweeg. Sven zuchte en zei toen, 'We noemen hem    Arne     .' Zei Sven twijfelend in één zin. 'Dat is een mooie naam.' Glicmlachte Ev.      Er steeg geroep op.kreten,en mensen die begonnen te lopen. Hij keek naar voren.Wat was da...Hé er botste iemand op Sven.Ze waren aan het lopen! Hij keek om.De zandstorm was niet ver weer. Ze begonnen te lopen en te lopen. Al snel zagen ze niets meer voor ogen.Maar gelukkig had Sven de hand snel beet gepakt van Ev.Hij kreeg het warm.En al snel begon hij tranen te krijgen in zijn ogen. Het zand waaide van alle kanten op.Snel deed hij de ritssluiting van zijn jas nog extra dicht.De baby begon te huilen.Het zand waaide tegen zijn blote onderbenen. Met zo'n druk.Het deed hem pijn tot in zijn tenen. Maar hij wist dat hij de baby moest beschermen. één hand plakte stevig vast aan zijn kameraad.De andere bij de baby. Heel even wou Sven iets zeggen,maar het stopte in zijn keel.Weer kreeg hij een grote vloed zand binnen.En hij snakte naar adem.Gelukkig krijsde de baby nog.   Ev keek in zijn richting.Al snel kon hij alleen nog de hand zien,waarmee hij met zijn vriend vastgehouden werd.Sven kon zelfs zijn voeten niet meer zien.En de ezel was hij ook kwijt.Hij dacht dat Ev de ezel verloren had,maar hij hoorde zacht gehinik.   Omdat hij niet kon praten of kijken,gaf hij een ruk aan zijn hand.En ze vielen allebij op de grond.Ev verstond het gebaar en ze bleven liggen.Snel pakte Hij nog een paar dekens.Of het er nu twee of drie waren.Of helemaal geen,hij sloeg het toch,met veel hoop over hun beiden.   De storm leek wel uren te duren.Ze zagen niks en bewogen niet.Bang dat er dan een grote lading zand naar binnen kwam.En de ezel zat naast hun met z'n kont naar de wind toe.Na zoveel tijd verstreken Opende Sven zijn ogen. Zijn hele lijf zat met zand bedekt.Hij probeerd zich te bewegen.Het lukte een beetje. Maar hoe zou hij eruit geraken? Hij draaide zich om.Om de rand van Ev ogen,zat een rode korst. Zou hij er ook zo uit zien? Hij kon niet spreken.Met al dat zand in zijn mond. Hij knipoogde.En in één beweging ging hij opzijn hurkje zitten.Het zand ging binnen.En Ev deed hetzelfde.Daarna maakte ze zo een hoge sprong.En ze zagen het daglicht weer.Maar om zich heen .Zagen ze niemand.         '    

ixix pret met een website
137 0