Lezen

Halve verhalen / I know him so well

Het leven is een verhaal dat we schrijven terwijl we het beleven.Niemand weet hoeveel hoofdstukken er nog komen, of wat er in cursief gezet zal worden, of wat nooit voorbij de eerste zin geraakt. Ondertussen lezen anderen mee, selectief, slordig en met hun eigen interpretaties, zoals lezers horen te doen. Ik vraag me vaak af: welke hoofdstukken zien zij eigenlijk? De hoogtepunten, vermoed ik. De triomfen. Maar ook de scènewissels — vooral als ze met wat soucy details verlopen: een scheve scheiding, een veel te dramatische ziekte, een luide ruzie op het verkeerde moment. En natuurlijk de onuitgesproken familiedrama’s, verhalen waarvan iedereen alles weet maar niemand iets zegt, behalve aan de toog, in de auto of bij de afwas. En wie met wie en waarom — of waarom net niet. Het soort informatie dat altijd zonder bron, zonder nuance en zonder voetnoten de ronde doet. Want geen beter vermaak dan leedvermaak. Dat weten ze in het land van de bestsellers: het publiek leest het liefst als iemand anders op zijn bek gaat, en het liefst in kleur, geur en tijdstip. De echte aantekeningen in de kantlijn verdwijnen vaak. Die worden niet gelezen. Die leven ergens tussen het voornemen, de planning en de vergetelheid. Dan denk ik aan mijn grootmoeder.Een dijk van een vrouw. Niet door spierballen of standpunten, maar door warmte en volume. Ze was royaal in alles. Ze schepte altijd te veel eten op, ze gaf te veel kleingeld mee, ze hield de deur te lang open voor Jan en alleman. Bij haar leek niets half.Ze maakte bouillon waar drie gezinnen van konden eten.Ze vouwde lakens alsof er een militaire inspectie op de oprit stond te wachten.Ze had geen halfvol glas: ze dronk het, schonk bij of zette het weg. Doortastend. Het zit ons in het bloed.  En op vrijdag, een traditie, maakte ze rijstpap in kleine witte potjes. Eén per kleinkind.Met een dikke laag bruine suiker bovenop, als een winterdekentje dat smolt zodra het de warmte raakte. Wij aten dat op zonder er iets van te vinden en ondertussen schreef zij de eerste hoofdstukken van onze jeugdherinneringen. En toch vraag ik me af of er bij haar ook halve verhalen lagen netjes opgevouwen in de kasten waar wij niet in mochten. Misschien gebeurt dat met halve verhalen: we zien ze van een ander niet. We denken dat het een vloeiend verhaal is, terwijl het net zo gefragmenteerd is als het onze. Misschien leert ouder worden ons vooral beter verbergen. Wat zijn halve verhalen dan? Dat zijn wilde plannen voor theatervoorstellingen die nooit in première gingen, maar waarvan de titel toch al in een notitieboekje stond, omcirkeld en met uitroepteken. Dat zijn Basic-Fit-abonnementen die vooral dienen om een licht schuldgevoel op te bouwen in de boekentas.  Dat zijn vegetarische intenties die sneuvelen zodra iemand stoofvlees-friet op tafel zet “zoals de oma’s dat kunnen”, inclusief de geur van tijm en laurier. En dat zijn amourettes die alleen echt bestaan in de verbeelding: half bedachte kussen, half uitgekristalliseerde weekenden in Parijs, half uitgesproken verwachtingen die nooit verder raakten dan een glimlach, een emoji of een blik die net te lang duurde. Verhalen die begonnen zijn, maar nergens moesten aankomen om waar te zijn.Verhalen die soms liever in de coulissen blijven, gewoon omdat ze daar mooier lijken. En eerlijk: soms ook veiliger. Daar zit sowieso muziek onder. Niet in majeur, niet in refrein, maar meer als een soundtrack die zacht meeloopt. Een jaren tachtig-ballad die je niet bewust hebt gekozen, maar die toch aanslaat als je het raam een stukje laat zakken.Geen groot drama. Geen koor. Alleen een melodie die fluistert dat het had kunnen zijn — en dat dat ook een verhaal is. Misschien is dat het mooie aan halve verhalen: ze hoeven geen einde te hebben om waar te zijn. De wereld zal nooit weten dat ik steels een hartje via WhatsApp stuur als startschot van de dag. Dat ik luidkeels meezing met foute ballads op de ring. I know him so well. Dat ik op maandag hoofdstukken vol verwachting schrijf, en ze op dinsdag herschrijf omdat het zo altijd loopt. Misschien zijn we allemaal samengesteld uit halve verhalen. Misschien is niemand een afgerond boek, zelfs mijn grootmoeder niet, met haar lakens, haar bouillon en haar rijstpap met bruine suiker. Misschien zijn we eerder een verzameling onafgewerkte scènes, losse eindjes, verlangens en stiltes met een soundtrack die niet altijd op tijd valt maar toch meespeelt. Misschien is dat het hele verhaal. It was good. It was fine. En uiteraard is het madness — he can’t be mine.Maar kom: ik ken hem absoluut zeer well.

Katrien Daniels
49 1

(Jouw) jaaroverzicht

Je begon het jaarzoals je vaak begint,met aandacht voor wat niet riep.Een stilte die geen leegte wasmaar een kamer zonder meubelswaarin je eindelijk kon horenhoe je eigen stappen klonken. Je droeg zachtheidals iets breekbaars in je jaszak,en noemde het voorzichtigheid.Je noemde het respect,het zachte niets,om het niet te laten schrikken. Er waren ontmoetingendie geen naam vroegen,alleen aanwezigheid.Gesprekken die bleven hangenadem in koude lucht.Je zei: we zien wel,maar je harthad al drie keer echt gesproken. Je leerde afgelopen jaardat nabijheid niet verdwijntwanneer je haar aankijkt.Dat verlangen geen schuld isen geen claim,maar een vorm van verschijnen. Soms bleef je staanin, het idyllische tussen,dat zachte niemandslandwaar niemand verliesten niemand gekozen wordt.Het was er veilig, waarachtigmaar net niet genoeg. Je schreef om niet te verdwijnen,iemand te zijnzonder hem meteen te moeten verdedigen.In je verhalenmocht je dichterbij komendan in het leven,en vreemd genoegwas dat geen leugenmaar een oefening. Er was een moment(of meerdere, 2025 hield het niet bij)waarop je bijna sprak.Haast zei:dit doet iets met mij.ternauwernood liet bestaanwat al bestond. En toch:je bent niet hetzelfde gebleven.Je verschoof.Een halve stap.Soms is dit alleswat een leven nodig heeftom niet langer rond zichzelf te cirkelen. Je staat nu minder stilom niemand te storen.Luistert nog steeds,maar je bent hoorbaar geworden.Weet:zuiverheid ontstaat niet vóór de daad,maar erdoorheen. Het jaar eindigdeniet met een antwoordmaar met een houding:rechtop genoegom gezien te worden,zacht genoegom niet te verharden. En ergens,tussen wat je losliet,wat je eindelijk durft te houden,staat deze zin,niet luid,wel onomkeerbaar: Ik zal mezelf niet kleiner makenom nabijheid veilig te houden.

Piet V.
10 0

Instasneeuw

winters perron - de gestrande reizigers  gooien sneeuwballen  vandaag gaan ze op de slee naar school - mijn oude winter    ze lagen nu al  in de zon, dachten ze - gestrande mensen    strenge winter - haar vakantie naar de zon  wordt er één van sneeuw   nog nooit zoveel klonen gezien in de stad - sneeuwmannen    terwijl het weer het nieuws domineert sneeuwballengevecht  de straat verandert in een schaatsbaan - gladde ijzel    in Utrecht maken  ze Nijntje sneeuwpoppen - stad van Bruna       de Efteling  heeft een nieuwe attractie  sneeuwsprookjesland  Welke is de mijne? In de sneeuw lijken alle  fietsen op elkaar.   hij kijkt haar verliefd in de ogen, sneeuwbal achter de rug   sneeuwballen gooien tegen de politie - gelach      ze rollen  hun eigen artillerie; sneeuwballen    verkeersborden - in de sneeuw verworden ze   tot abstracte kunst    het stadsbeeld gehuld   in wit bont  - dagen van sneeuw fotograven  liggen al dagen wakker   sneeuwdeken    nieuwe helden in de stad - sneeuwmannen    langlaufend door de winkelstraat - paspoppen lachen    vallende sneeuw de wereld vertraagt  voor mijn ogen    nog even snel  door rood zit er niet in - hevige sneeuwval   zelfs de fatbikes vertragen  - stapvoets in de sneeuw     de sneeuwkinderen  in de wasmand  glijden maar  zombies over straat ijzel   vandaag geen huizen maar natuur in de sneeuw  vijfde dag   en toen  sneeuwde het  kerken leeg    een sneeuwpop op een fietszadel  toekomstmuziek   de kerkbeelden op de hoogste toren bergbeklimmers    Sky freestyle  à Montmartre  gedempt applaus    we zijn open  de warmste plek in de sneeuw blijft de bieb    geen zin wel doen  door haar beslagen bril ziet ze de sneeuw niet meer   winters huiswerk  dictee in de sneeuw  met een stokje     in de iglo  slapen voor het goede doel vrede op aarde   In welk schilderij stap je nu?  Oude meesters   Twee lagen, één laag of bloot? Sneeuw outfits   de sneeuwman demonstreert mee  gesloten winkel   experts waarschuwen  van bovenaf lijkt het land  op Groenland    satellietbeeld  Nederland  wit   boeren bouwen een sneeuw piramide overwinteren   voor het af is zijn portret ondergesneeuwd Montmartre    sneeuwvlokjes in de koffie  Parijs terrasje    de molen draaiend een sneeuwlandschap uitkiezend  Montmartre    winkelschappen raken leeg - volle kelders     langlaufen  op het strand  blauwe zee    vroeg in de ochtend de dauw trekt over het veld sneeuwlandschap   zitten op een stoel en kijken naar de sneeuw  Parijs park   de jongeren met de pas van oudjes - glad ijs    de poes  laat zich niet wegvegen sneeuw ruimen   sneeuw op het strand - kiekjes voor kleinkinderen  die er nog niet zijn   sneeuwkastelen bouwen op het strand  bovenop het zand    oesters eten  in de sneeuw  City of love    Instagram scroller slalommend door sneeuwfilmpjes  nu het begint  te dooien, de sneeuwman een loopneus                   

Margaretha Juta
4 0

Jurgen. Of Gunther.

Ik noem hem Jurgen.Of Gunther.Eerlijk: ik weet het niet helemaal zeker. Ik vraag me al langer af waarom die twee namen zo vaak door elkaar gehaald worden.Gunther en Jurgen.Beiden Duits.Beiden met een u en een n.Beiden klinken degelijk.Dat soort degelijk dat niet vraagt hoe het met u gaatmaar wel weet hoe je een WC ontstopt en een hallogeenschijner vervangt. Maar dus Jurgen. Dat is zachter. En dus beter passend bij hem. Jurgen draagt een werkmanspak.Oranje fluo. Niet om gezien te worden maar omdat hij anders niet gezien wordt. Op zijn hoofd een muts met een ingebouwd fietslicht.Of een wandellicht. Iets praktisch. Jurgen en ik hebben een gelijkaardige interne klok. We ontmoeten elkaar elke ochtendwanneer ik naar het werk vertrek. Altijd hetzelfde uur. Altijd dezelfde stoep. We zeggen goedemorgen. Niet groots. Niet enthousiast. Gewoon juist genoeg. Vandaag sneeuwt het. Veel. Ik wil op tijd vertrekken en net wanneer ik licht onelegant uitglijd bij het wegleggen van de PMD-zak die gisteren niet werd opgehaald, hoor ik het vertrouwde: ‘Goedemorgen’. Het is Jurgen. Vandaag praat hij wat meer dan anders. Of hij  zich afvraagt of ze vandaag wél gaan uitrijden."Gisteren niet, hé", hij schudde zijn hoofd en keek vol overtuiging naar de besneeuwde straat. Nu pas kan ik de link leggen tussen mijn PMD-zak en Jurgen zijn werkplunje. Ik zeg 'Ah nee' en wijs naar mijn PMD-zak. Dat is een kort gesprek. Maar wel eentje met inhoud. Ik zeg: “Dat zal moeten lukken vandaag, want het gaat meer sneeuwen dan gisteren." Ik vraag of ze ook meenemen zonder compensatiestickers. Want de zakken zijn duurder geworden. Er moeten stickers op. Die stickers zijn niet beschikbaar. En Dendermonde is collectief in paniek. Online lees ik meningen. Veel meningen. “Dat ze het expres doen.”“Dat het schandalig is.”“Dat iemand “zijn job niet kan”.”“Dat het vroeger beter was.”Altijd vroeger. Iemand roept dat hij zijn afval nu “in Brussel gaat dumpen”.Iemand anders zweert bij verbranding in de tuin“zoals mijn grootvader dat deed”.Er wordt gegoogeld naar wie verantwoordelijk isen meteen ook naar wie ontslagen mag worden. Ik lees dat en denk: “Amai, wat een luxe, zoveel verontwaardiging over een zak." Ik heb ook een mening. Maar ik hou die klein. Ik probeer dat toch, met wisselend succes. En ik schrijf ze niet zo snel. Liever het gesproken woord.  Jurgen geeft me een de gelijke uitleg.“Op de blauwe zakken niet. Op de gele wel. Aan de GFT-bak: ofwel drie stickers ofwel een nieuwe. PMD blijft hetzelfde." Het is duidelijke taal, zonder hashtags. Ik ben er, ondanks de sneeuw, vlot geraakt deze morgen. De banen lagen er goed bij. Terwijl ik mijn mailbox open en mezelf verder in de dag sleur, sneeuwt het onophoudelijk.  Ik denk aan Gunther. Nee... Jurgen. Ik zie hem voor me, bij hem thuis, waar dat ook moge zijn. Warme chocomelk.Een sciencefictionfilm met een te ingewikkelde titel en een einde waarbij een onbekende planeet net niet gered wordt. Ik denk aan mensen met meningen.En aan mezelf, die daar weer iets van vindt. Maar vooral denk ik: dit is hoe een jaar mag beginnen. Met iemand die gewoon elke dag zijn ronde doet speciaal voor ons (behalve als het echt te fel sneeuwt), lichtje op de muts, uitleg op zak. En dat ik hem stiekem mijn nieuwe vriend mag noemen. En dat ik voor hem maar al te graag een extra compensatiesticker plak Jurgen.Of Gunther. Ik denk Jurgen.

Katrien Daniels
32 3