Lezen

DONOR IN THE DARK

Oké, met het televisieprogramma “Make Belgium great again” werd het noodzakelijk doneren van organen na de dood, nog eens in de verf gezet. Onnodig blijkt, want in principe is iedere Belg donor. Alleen met het ondertekenen van een beëdigd donorpapiertje voorkom je nu, dat ma, pa, zoon of dochter zich tegen je donatie gaat verzetten en ze je na de dood toch nog met al je gezonde attributen in de grond laten zakken of in de oven willen schuiven. Straf vond ik toch de uitspraak van de religieuze Joodse -en de Moslimgemeenschappen: “Zij zullen nooit donor worden, want ze moeten zich steeds integraal, met alles erop en eraan, aan de hemelpoort bij hun gefantaseerde Goden aanmelden.” Straf, dus die ontplofventjes hebben tijdens hun leven eventjes deze definitie overgeslagen.  Ik kan me niet indenken dat als zo’n bommengordelterroristje zichzelf opblaast, zodat je zijn weinige hersens van de vloer kan bijeen schrapen en zijn ledematen er als bloederige puzzelstukjes bijliggen, nog van zijn “herder” in zijn hemel aan zijn maagden mag beginnen. Sterker nog, ik vind dat deze religieuze jandoedels, als er bij hun één of ander intern niet meer functioneert, dan ook nooit op een donorwachtlijst mogen terechtkomen. Meer nog, ik veronderstel, dat ik dan ook het recht mag hebben om in mijn donorcodicil te stipuleren dat mijn organen aan iedereen geschonken mogen worden, behalve aan prakkiserende Joden en Moslims. Ben ik dan een racist? Nee hoor, ik behoed deze mensen voor een heleboel misverstanden aan hun sprookjeshemelpoort. Als Pietje de dood dan toch langskomt, moeten ze daarboven met hun Jehova en hun Allah niet in oeverloze discussies treden omdat ze een atheïstisch hart, lever, nier of longen in zich hebben.   Soit, de laatste septembernacht was de koudste in 39 jaar. De temperaturen flirtten met het vriespunt. Overal in België zullen er mensen zijn geweest, die met hun elektrisch kacheltje eventjes de boel doorverwarmd hebben. Zitten wij nu misschien al in alarmfase 1 van het elektrische afkoppelingsplan?  Wij worden op allerlei fronten met een mogelijke black-out rond de oren geslagen. De herfst en de winter komen eraan en ik zal al heel blij zijn dat als we straks met de caravan thuiskomen, de automatische elektrische garagepoort open zal gaan en wij niet in het donker, met een kaars in de hand, door de gang moeten strompelen. Met een beetje geluk sijpelen er geen ontdooide ijsjes uit de diepvrieskast en kan ik zonder problemen de vakantiewas in de machine laten draaien. Kan de verwarming nog aangezet worden? Zelfs stoken met aardgas, moet elektrisch opgestart worden. Mogen wij van onze Vlaamse kajotsterminister vanaf nu terug hout stoken in de open haard? Wat kan je nog in je keuken bewerken zonder elektriciteit? Moeten wij onze gasbarbecue voor alle veiligheid maar uit de caravan halen? Of wordt het alle dagen gazpachosoep, koude plat of tomaat- garnaal? Geen frietjes bakken, geen expresso- koffietje laten doordruppelen, geen magnetrondiners of potten en pannen op je keramisch vuur. Geen water in de zomer, geen elektriciteit in de winter! Het doet me zo’n beetje terugdenken aan de allereerste reisjes in de jaren ’50 en ‘60 naar Italië. Daar was het water ook gerantsoeneerd en kwam soms maar één uurtje per dag iets uit de kraan. Wat is er aan de hand in België? Zijn wij een soort ontwikkelingsland geworden? Onze minister van energie heeft er het handje van weg, om met een vermanend vingertje naar Electrabel te wuiven. Vinden jullie mijn zin, in het kader van haar handicap een beetje ongepast? Misschien, ik zelf vind hem grappig, zeker als je ziet wat de nieuwe minister van energie bij haar aantreden van haar CDF voorgangster als welkomstgeschenk kreeg;  een opwindbare zaklamp… Kunnen wij tijdens de wintermaanden nog met onze e-bikes rijden? Gaan we straks, als we allemaal elektrisch rijden onze auto’s wel kunnen opladen. Een oplaadbeurt gaat dan wellicht meer kosten dan een volle tank benzine! Wie er ook in de fout ging, wie wou de kerncentrales al veel eerder afschaffen zonder ook nog maar een goed alternatiefplan? Wie privatiseerde Electrabel om de put van de staatsschuld te dempen?  De Gentse rode ridder oppert nu, juist voor de verkiezingen, om het BTW tarief terug naar 6% te brengen. Geen enkele journalist vindt dit deze keer populistische praat en durft vragen “wie gaat dan die schuldenput terug dichtgooien, wie gaat dat volgens U betalen?” Weer de rijken zeker? Wie wou niet dat er ergens ten velde grote zonnepanelenvelden aangelegd werden, omdat er juist daar een bedreigde soort kikkertjes rondsprongen of een speciale soort mieren marcheerden? Wie wil er geen windmolenparken in de zee omdat het panorama dan verstoord is? Nu roept Electrabel dat de onderhoud van deze kerncentrales miljoenen gaat kosten ook omdat de elektriciteit nu van het buitenland geïmporteerd moet worden. Importeren wij nog niet genoeg onderontwikkeling uit het buitenland? Gaat er deze zomer nog wel genoeg elektriciteit zijn, als we met zijn allen onze airco in onze verplichte over- geïsoleerde huizen moeten laten draaien om wat verkoeling te hebben. Stel nu, even hypothetisch, dat bij een mogelijke black- out alle winkeletalages niet meer verlicht mogen worden. Als alle verkeerslichten en alle treinovergangen niet meer functioneren. Als alle straat- en autostradelichten gedoofd worden en dat wij met zijn allen aangespoord worden om romantisch met kaarslicht een potje scrabble of mens erger je niet te spelen. Dat gans België een donker onderontwikkeld gat wordt. Dat de duisternis de dief inspireert. Dieven sluipen door het duister en zoeken inbraakmogelijkheden in de nu alarmloze villa's. Alerte burgers verwittigen de politie. Er volgt een flitsende achtervolging en de gestolen auto met een kwartet bandieten smakt tegen een nutteloze lantaarnpaal. Brandweer en ambulances erbij en met de slachtoffers naar de spoed. Tevergeefs, te laat! Mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan, moeten zich in het midden van de donkere nacht naar de desbetreffende hospitalen haasten.  Ineens is er een overschot van donororganen, nieren, harten, longen en levers. De slachtoffers worden op brancards in de operatieruimtes binnen gereden en de transplantiechirurgen staan al met hun scalpel paraat. De burgers wordt gevraagd om nu in Alarmfase “Black out”, zeker op dit moment absoluut geen elektriciteit meer te gebruiken. Ergens in een gesloten asielcentrum steken 550 transmigranten tegelijkertijd de batterij opladers van hun smartphones in het stopcontact en pffft, kaboem…er kwam een varkentje met een lange snuit en in heel België ging overal, ook in de ziekenhuizen en bij iedereen het licht voor altijd uit.   Sim, 30 september 2018  Liverdun    

Sim
0 0

MISS CAMPING LA FLORIDE

Wij lazen in de krant dat een voormalige tv omroepster een boek had geschreven waarin ze aankondigde dat ze al meer dan 25 lentes was, vooraleer ze haar eerste orgasme kreeg en sindsdien masturbeert ze dagelijks. Ze schrok van de negatieve reactie op haar ontboezemingen en reageerde geschokt met de vraag “hoe preuts we eigenlijk geworden waren”! Preuts? Wie zit er nu op zo’n informatie te wachten, wie wil weten waar en hoeveel keer Eva gevingerd heeft? Zulke verklaringen horen toch niet in de krant thuis, maar in een weekblaadje voor overgangdames en roddeltantes! Bij een Brugs firmaatje kan je kuisvrouwen en -mannen inhuren om half naakt je tapijten te komen stofzuigen. Voor enkele euro’s meer gaat er wat meer lingerie uit en komen de poetshulpen met hun gat omhoog je plinten afstoffen. Binnen een jaar of vijf gaat de #metoo beweging hier weer een vette kluif aanhebben! Nu ben ik zelf een kind van de zestiger jaren, iemand die mee als eerste haar bh over de haag zwierde en met de pil, de condoomloze seksuele revolutie inluidde,  maar ik vraag me nu meer en meer af, wanneer is de mensheid zo plat en ongegeneerd geworden. Verschieten wij dan, dat de Midden Oosten nieuwkomers in Europa, schrikken van al dat ombeschaamd etaleren van bloot vlees en onze totale ongeremde seksuele omgangstaal? Vinden wij het nog gek dat zij opteren voor hoofddoekjes, sluiers, boerka’s en Sharia- wetjes? Ook hier op het strand  ligt er zo’n overjarige pépé te zonnen terwijl hij zijn zwembroek onder zijn kont getrokken  heeft. Soms loopt hij langs de vloedlijn te paraderen, in zijn blote poepert en zijn zwembroek die als een omega letter over zijn flierefluiter hangt te bungelen. Soms voel ik de neiging hem toe te roepen: “Trek die boel nu maar naar omhoog, want niemand wordt nog heet van zo’n twee oude gerimpelde chocolade bruine platte kadetten!” Ik vraag me ook af voor wie hij dit toneeltje dagelijks opvoert. Toch niet voor zijn madame, die naast hem ligt te zonnen en die er uit ziet alsof er een airbag veel te snel in haar badpak afgegaan is. Misschien wou hij wel naar de nudistencamping, maar stelde de mevrouw haar veto, omdat ze zich niet meer zo lekker zou voelen, om met al haar vergaarde overgangsvet, tussen die zonnende naakte lijven rond te denderen. Het koppel is, volgens de nummerplaat op de camper van de regio Parijs en misschien zit er daar in één of ander arrondissement wel een snol nagelbijtend op meneer zijn  terugkeer te wachten. Wat een rentree kan hij dan maken als hij haar dan kan vragen het witte stukje vlees te zoeken! Het is eind september en op de camping zitten er alleen nog oudere seniorentypes. Soms stel ik mij de vraag, wanneer sommige spiegelloze oudere seniorendames zouden inzien, dat het voor iedereen appetijtelijker zou zijn als ze hun lichamen in een strak badpak zouden steken. Laat toch een beetje aan de verbeelding over in plaats van royaal met die blubber- cellulitis- buiken over je bikinibroek rond te zwaaien en met je pompoentoeters of muggenbeettietjes ongegeneerd topless zwierend over het strand te flaneren. Wanneer besef je dat je dit niet meer moet doen? Het is eind september en een nieuwe soort kampeerders komt de camping opgedraaid. De campergeneratie, die met hun één, twee of zelfs drie honden niet meer welkom is in de hotels. Daarom huren of kopen ze een megagrote camper en zetten daarnaast een tentje op voor de roedel keffers. Hun fietsen worden vooraan en achteraan uitgerust met een hondenmand met daarover een soort gevangenistraliewerk zodat ze de blaffers ongestoord mee kunnen nemen op hun fietstochten. Soms hangt er achteraan zo’n  kinderfietskar, waar ze zo’n twee piepende poedels in meesleuren. Vermits ze met hun gigantische campers bijna niet in en uit hun kampeerplaatsjes kunnen rijden en ze op hun fietsen geen plaats overhouden om per fiets boodschappen te doen, huren ze dan ter plaatse nog een auto om naar de supermarkt te rijden. Mensen waar zijn jullie mee bezig??Waar is de oer tentenkampeerder en de kleine caravantoerist gebleven?  Het paadje dat doorheen de camping richting strand loopt wordt stilaan de hondenwandelboulevard. Elke hond wil wel een praatje maken met Lassie, Boomer, Beethoven of Rintintin  of de tweeling platsmoelhondjes van de andere kampeerders en dat ontaard soms in een oeverloos irriterend gegrom en geblaf. Het gelukkigst zijn de baasjes, als hun schijtertje een drol kan leggen op een lege campingplaats en als ze dan toch betrapt worden door alerte kampeerders dan zie je die schijtmadammen en koude kakmeneren nadien enigszins verveeld met hun stronttrofee richting vuilbakken slenteren. Alhoewel het zo laat op het seizoen is, is er nog steeds animatie op de camping. Niet dat we er last van hebben want het is werkelijk helemaal aan de andere kant van het domein. Eenmaal geprikkeld door onze nieuwsgierigheid zijn we een kijkje gaan nemen. Staan er daar, op een scène, in een oorverdovend lawaai, voor drie man en een paardenkop, zo’n zes Folies Bergèretypetjes met pluimen op hun kop en in hun gat wat op een Moulin Rougetempo rond te draaien. Aan de wekelijkse Miss Camping La Floride verkiezing werd al eind augustus, toen het jonge geweld terug naar huis was, een einde gemaakt. Maar manlief is nog steeds in de running voor de beker van de enige ongetatoeëerde hetero op de camping. Maar misschien wordt hij met een witte penislengte geklopt door de mokkabruine Parijzenaar.   Sim, Camping Le Floride et l’Embouchure, Le Barcarès.  22/9/2018           

Sim
350 0

DE KOGEL IS DOOR DE KATEDRAAL

Oké, de kogel is door de kerk. Volgend jaar in mei gaan we niet meer met de caravan rondtoeren, maar gaan we eerst onze eigen “to do and to see” citytrips vervolledigen. Geen Rome, Barcelona, Lissabon of Parijs meer, maar de tocht zal nu zonder nog verder uitstel naar het onvolprezen Salisbury gaan. Op de televisie zagen wij het Russische komische zenuwgasduo Alexander Petrov en Ruslan Bosjirov deze toeristische wereldstad  aanprijzen. Volgens een googleverhaaltje en zonder blikken of blozen vertelde dit novisjokkoppel op de Russische tv hoe geïmponeerd ze wel waren toen ze de 123 m hoge toren van de in 1220 gebouwde kathedraal zagen. En dat alle langs de andere kantmannen zeker een tocht langs de bewierookte Salisbury homobars moesten houden, want dat was de reden dat deze twee testosteronbonken voor een nachtje vanuit Rusland naar Groot Brittannië overgevlogen waren. Zelfs Poetin hoorde dit wikipedia- Skripalfabeltje met een grijns op zijn gezicht aan. Denken die Russen nu werkelijk dat wij in het westen van die onderontwikkelde goedgelovige idioten zijn? Soms kan ik deze redenering wel een beetje volgen. Soms denk ik ook dat het menselijk ras volledig aan het desintegreren is als je verhalen hoort van massa-pedo-priesters, van jeugdeikeltjes die met pasgeboren katjes voetbal spelen of het grote zootje drugsverslaafden die zonder hun dagelijkse wiet, pil of shot het leven niet meer aankunnen. Je moet op een zomerse dag eens in de Efteling rondwandelen. Zelfs mijn kinderen en kleinkinderen geloofden hun ogen niet. Of in juni over de wandeldijk op Tenerife tussen de jonge Britse lillende alcohol gemarineerde vleesmassa’s met hun bête koppen, doorlaveren! Of video’s bekijken van die comazuipende neukende Britten op Mallorca, die van hun hotelterras proberen in het zwembad te duiken, ja dan kan ik er inkomen dat die Russische nep-homo-toeristen zo’n stukje televisietoneel bij elkaar fantaseren. Zelfs heel Rusland maakt nu grappen over die twee gifacteurs. Misschien moet Fabre deze pseudo homoheren onder contract nemen. Ze zouden zeker een culturele meerwaarde geven als hij ze tussen zijn naaktdansers zou laten optreden. Zijn pornoballet zou meteen een schot in de roos zijn bij alle nog rond dwarrelde exhibitionisten. Misschien dat de #metoo verhalen dan niet meer van de ballerina’s, die het choreograaf- regisseursbed moesten delen, zouden komen,  maar van de blote penisdansers, die dan meer dan ongemakkelijk hun billen stijf bij elkaar zouden moeten houden tijdens de grand écart? Dus volgend jaar met zijn allen naar Salisbury, de nummer één op de Russische citytrip-lijst en zeker de kathedraal bezoeken.   Sim, 17 september 2018  Le Barcarès Frankrijk

Sim
55 0

Trauma

Ze loopt de stad in op zoek naar sporen van Trami. Vanochtend op het nieuws zei de nieuwslezer: ‘Typhoon nr 24 woedde in de nacht van 1 oktober over Noord Japan en heeft daar  geen menselijke slachtoffers gemaakt.’ Nr 24? Zou dat uit respect zijn voor de slachtoffers? In het zuiden zijn slachtoffers gevallen. Net zoals misdadigers een balkje voor hun ogen krijgen? Jammer voor de man of vrouw die betaald heeft voor de naam Trami. Hoeveel, vraagt ze zich af? Wat kost een typhoon als Trami? Trami ging vannacht flink tekeer. Klokslag drie uur stond Trami voor haar deur. Trami klopte aan alsof ze van een knokploeg was.  ‘Trami hier. Doe de deur open. Iedereen in huis, meekomen jullie. We maken jullie af.’ Ze beefde van schrik en kroop onder haar dekbed, dunner dan haar angst. Trami ramde op de deur.  Haar laatste minuten op aarde waren geteld.  Toen werd het stil.  Sloop Trami naar het volgende huis? Ze hoopte vurig van wel. Mensen zijn egoïsten. Ze is geen haar beter dan de rest. Haar hoop vervloog toen Trami als een gek aan haar luiken trok. Die sloerie was op haar balkon gekropen! Ze had het op haar gemunt. Niet op haar buren. Trami was razend. Ze maakte de hele nacht een hels kabaal. Toen de zon opkwam, gaf Trami het op. Voordat ze zich uit de voeten maakte, rukte ze nog wat planten uit de grond,  duwde een fiets omver. Maakte uit frustratie de bel kapot. Zo is Trami! Kleinzielig in haar wraakzucht. Nu zoekt ze naar sporen van Trami. Als een soort van trauma verwerking. Voor wat ze heeft meegemaakt. Een boetedoening voor haar egoïstische gedrag van vannacht. Ze struint door de stad. Wat denkt ze eigenlijk te vinden? Een ontwortelde boom? Die als een liggend buddha’s langs de weg ligt. Zal ze bidden? Weggevlogen dakpannen? Ze retourneert ze wel per post, ‘adres onbekend’. Omvergevallen vuilnisbakken? Ze duwt hun ingewanden terug naar binnen. Als een dokter. Maar het is alsof de stad haar niet wil vergeven. Trami heeft geen spoor achtergelaten. Als ze terug naar huis loopt, komt ze de buurvrouw tegen. Ze herkent haar grappige hoedje van op afstand. Een klein detail springt in het oog.  De blauwe hoed is vastgeklipt aan de boord van haar hemd. Die hoeden clip heeft ze niet eerder gezien. Vast voor Trami. Dat is het teken. Trami heeft gesproken. De buurvrouw draait zich om.  ‘Wat een nacht, he!’ ’Inderdaad. Ik ben blij dat u nog leeft.’ ’Ha,ha,ha!’ De buurvrouw lacht. Ze heeft haar buurvrouw aan het lachen gebracht. Dat lucht op!      

Margaretha Juta
0 0

Een vriendin en haar keuken.

Ze slurpte met veel lawaai van haar warme chocomelk. Ze verbrandde haar lippen en vloekte. De twee mensen aan de tafel naast ons gooiden op een hautaine manier de hoofden in de nek. Hun blikken spuwden venijn naar ons. Wat denkt die tafel niet. Ik negeerde hen en vroeg haar verder over haar nieuw appartement. We waren in de keuken beland.   “Er valt niet veel te vertellen over de keuken. Het is een beetje een tegenvaller. De ruimte is hoog en het geheel is ongeveer 3 op 7 meter. Als je er met twee instaat, is het overvol. Toch is er alles wat je nodig hebt; ja, dat durf ik wel zeggen”. Ze zette de warme kop chocolade opzij en stak een sigaret op. Tot grote ergernis van de tafel naast ons. “Ik heb een zelfgemaakte keukentafel met vier barkrukken erbij. Dit idee komt van de vorige eigenaar, een Kristel Vermeylen uit Hoogstraten. Ik heb die nooit gekend maar ze had wel oog voor architectuur, design en ruimte. Aan de witte muren heb ik enkele kruidenposters uit de Flair gehangen. Die hebben hun nut wanneer mensen komen eten. Mensen denken daardoor al snel dat ik mijn gerechten besprenkel en bewerk met al wat op die foto’s staat. Zo laat ik een goede indruk achter, nietwaar”. Ze blies de rook van haar dunne sigaret in mijn ogen. Waarom doe je dat?   “Er hangen ook drie posters van de drie grootste hamburgers die je bij Quick kan verkrijgen : de Giant, de Big Bacon en de Chicken Filet. Un goût plus fort que tout! Het gasfornuis is klein en neemt amper plaats in. Het was een cadeau van Erik T., ken je die nog?” Ze kuchte. Voor ik kon antwoorden, zette ze haar verhaal verder. “Ik heb het nu al een maand of vier en het kookt als geen enkel andere huismoeder. Af en toe kook ik voor mezelf of als ik wil afwassen, ‘zet ik warm water op’. Ik heb helaas geen stromend warm water in de keuken”. Ik knikte.   “Ik heb een open keukenkast. Dat is jong, modern en blits. Maar eigenlijk vind ik dat niet zo praktisch. Ik moet de keukenkast voortdurend uitkuisen, afstoffen of ontvetten en dan is mijn wonderkeuken een mijnenveld van glazen, kommen, borden, kruidenpotjes, potten en pannen. Tof is anders hoor”. Ze vraagt of ik haar wil vergezellen in een Gin Tonic. “Eentje van die dure, komaan, we laten ons eens gaan”. Ze vertelde verder. “Op de vensterbank staan, naast het meest doeltreffende wasmiddel en het meest citroenfrisse afwasmiddel, twee planten die één keer per week een slokje water krijgen met een vitamineproduct erbij. Voor de venster hangt een geel rolgordijn. Dat was ook een idee van die Kristel. Ik doe het alleen naar beneden wanneer het echt warm is. Het gele rolgordijn geeft karakter aan mijn keuken. Geel en grijs zijn de hoofdkleuren in mijn keukenpaleis”. Ze lachte, bestelde twee Gin Tonic, “van die dure” en vertelde verder.   “Om het allemaal wat meer allure te geven, heb ik een blauwe keukenlamp gekocht maar daar heb ik me wat in misrekend; ze hangt nu zo hoog dat je de blauwe kleur van het kapje niet ziet. Jammer want ik heb ze echt gewild maar het mocht niet zijn”. “De grond bestaat uit wit vinyl en ik ben verplicht om elke twee dagen te dweilen zoals een non dat in het klooster doet : op haar knieën! Daar is veel discipline en doorzettingsvermogen voor nodig. Ik heb mijn hoofd al veel tegen de tafel gestoten. In de badkamer ligt hetzelfde vinyl dus dan poets ik de badkamer ook snel”. De Gin Tonics werden geserveerd, we toastten op haar nieuwe woning. “Je moet eens komen eten. Wat doe ik daar veel? Kuisen, dat wel ja, maar ook koken voor vrienden. En afwassen. Ik schrijf er ook aan. Ik heb mijn bureau verplaatst en ik voel me beter hier in de keuken. Het is een kwestie van feeling. Het bureau staat nu in de slaapkamer. Wanneer ik hier schrijf, staat meestal de muziek aan. Ik luister veel naar Madonna. Wat vind jij van Madonna?”   Ze slurpt een dosis gin binnen. “Ik heb het niet zo voor Madonna” antwoord ik. Ze kijkt verschrikt op. “Maar ik al zeker eens komen kijken,” herpak ik me. Ze verslikt zich. “Niet komen kijken, kom eens eten”. Ik zuchtte en beloofde haar binnenkort eens af te spreken.

Erwin Abbeloos
0 0

Waar is Agnetha Fältskog?

Ik voel het aankomen. Het is één van die nachten die op oneindigheid staat. Het is half twee ’s ochtends en ik weet nog steeds niet wat te doen. Na het werk thuiskomen, iets eten, iets drinken en gewoon wat in de zetel zitten werkt niet inspirerend. Ik ben niet moe. Van slapen is geen sprake. Ik zou een boek kunnen lezen om toch maar slaap te vinden maar als ik eerlijk ben, weet ik dat ik niet veel zin heb om te gaan slapen. Nu nog niet. Ik wil nog wat naar muziek luisteren. Ik kan natuurlijk ook naar muziek luisteren terwijl ik in bed lig en dan komt er geen boek bij van pas. Twee activiteiten tegelijkertijd om me te ontspannen is me wat te veel. Naar de radio luisteren in bed is te riskant; ik ben bang dat het toestel oververhit geraakt terwijl ik lig te slapen en ik heb nog geen brandverzekering.   Ik heb liggen zoeken naar “Maybe it was magic” van Agnetha Fältskog maar ik vind het liedje nergens terug. Ik weet wel dat ze op bijna elke cassette staat en dat ik geen enkel bandje mag afspelen of ze duikt op met het nummer, maar nu vind ik haar niet terug. Wat zou het praktisch zijn om gewoon op een knop te drukken om ze te horen waar en vooral wanneer ik dat wil. Dan maar Kate Bush, die zingt iets over “A little light” (of zoiets). De exacte titel ken ik niet; ik ben af en toe te lui om titelnummers op de kartonnetjes van de cassette bandjes te schrijven. Wat zou het praktisch zijn om gewoon songteksten en titelnummers waar en wanneer te vinden. Er heerst geen Kate Bush sfeer vannacht. Allicht omdat ik met “Maybe it was magic” in mijn hoofd zit. Het is één van haar beste solonummers. Vooral inhoudelijk omdat ze hier de ABBA-jaren bewierookt. Het mag geschreven worden dat ze ook slechte nummers heeft. Verder valt er over Agnetha Fältskog niet veel te schrijven.   Morgen is het vrijdag en dat betekent een verlofdag. Ik breek me het hoofd over wat ik zou doen. Eventueel. Ik kan toch proberen vroeg op te staan en naar de wasserij te gaan omdat ze me thuis laten weten hebben dat ik niet moet afkomen met kilo’s vuile was. De wasmachine daar doet het niet meer en ze wachten al een week op iemand van Bauknecht. In de wasserette kan ik rustig de Flair lezen. Zo’n wasbeurt neemt al snel anderhalf uur in beslag. Er werkt een oudere dame die voor iedereen de was insteekt, plooit en netjes teruggeeft. Je mag de winkel niet verlaten. Strijken moet je zelf doen.   Wanneer ik strijk, kan ik naar Radio Contact luisteren. Ze draaien daar een dag voor publicatie de nieuwe single van Madonna.   Maar ik zal uitslapen; ik voel me de laatste dagen niet zo erg fit. Zo staat er een afwas van twee dagen. Nochtans heb de laatste dagen geen al te overdreven lichamelijke inspanningen gedaan, tenzij de bewegingsoefeningen op De Kleine Academie. Ik heb ook niet overdreven gesext, vraag het maar aan Kurt, een gast uit Vlaanderen die hier wat blijft rondhangen. Mijn bioritme is wat in de war gebracht, misschien ligt het aan de lente die in de lucht hangt (witte bloemen, geuren en vrolijke mensen; krolse katten en wulpse teefjes). Ik ben toe aan orde, rust en stilte. Een beetje magie. Een beetje vakantie. En vitaminen. En zon. En geld.   Terwijl ik me ziek zoek naar die onnozele Agnetha, denk ik wat na. Over wat ik nog van het leven verwacht. Ik zou iets werelds kunnen doen, iets waar veel mensen baat bij zouden hebben. Mezelf een imago aanmaken. Een beetje verandering. Met durf. Met lef. Iets anders. Wat zou ik bijvoorbeeld kunnen doen? Voor een tijdschrift werken. Ik heb altijd al voor een tijdschrift willen werken. De Flair, want ik lees dat graag, ik voel me betrokken bij hun visie en hun reportages en ik ben ervan overtuigd dat ik goede artikels zou schrijven. An Brouckmans werkt daar en daar heb ik al eens me gegeten. Een toffe madame. Ze heeft me een tijdje wekelijks de Flair opgestuurd maar nu doet ze dat niet meer. Misschien schrijf ik ooit wel voor Flair. Misschien ook niet.   Ik zou morgen mijn appartement kunnen poetsen. Opruimen en poetsen. Het ligt er nogal vuil bij. En wanneer ik schrijf vuil, dan bedoel ik écht vuil. Voel jij (de lezer) je geroepen om hier af en toe alles eens aan de kant te zetten? Tegen een zeer kleine vergoeding? En de ruiten moeten ook eens gelapt worden.   Ik schreef het al, ik zal weer uitslapen. Hoeveel tijd heb ik niet in bed verloren, gewoon door daar te liggen, terwijl ik na dit leven een leven lang zal kunnen slapen. Mijn vroegere flatgenoot, Erik, met wie ik hier ooit woonde en die nog steeds de sleutel heeft, zal me uit bed bellen en me luiheid verwijten. Ik kan morgen aan Peter vragen wanneer we nog eens gaan autorijden. Ik wil echt mijn rijbewijs halen. En deze keer gaan we niet seksen! Anders geraak ik nooit aan mijn rijbewijs. Morgennamiddag komt Geert over zijn problemen praten. En ik verwacht in de vroege avond Erik en Bart. Ik moet dus van alles in huis hebben. Die mensen moeten iets kunnen eten en drinken. Morgen ligt de nieuwe singel van Madonna in de winkel. “Like a prayer”. Het nummer klinkt alvast goed en de zangeres neemt alweer een andere muzikale richting.   Ik heb hoofdpijn. Ik ben op het werk op een gladde vloer uitgegleden en ik heb mijn hoofd tegen een tafel gestoot. De pijn was niet om te lachen, terwijl mijn collega’s dat wel deden. Ik denk af en toe aan Kurt, die gast uit Vlaanderen. Ik denk aan hem wanneer hij hier niet is. Wat me logisch lijkt. De domste plaat van ABBA was ooit “You owe me on”. “Chiquitita” gaat eigenlijk nog wel.   Blijkbaar wil Agnetha “Maybe it was magic” niet meer zingen. De cassette waarop ik dacht ze te vinden, is af. Misschien kan ik morgen een ticket voor Las Palmas kopen om mijn ex Steven te bespioneren. Ik kan ook in mijn eentje naar Amsterdam gaan. Voor wat avontuur. Die Hollanders en hun seks. Het is me wat!   Wat zou er gebeuren als ik ongemerkt en onaangekondigd uit de running, uit het circuit verdwijnen? Wie zou me niet zoeken! Erik die de sleutel van mijn appartement heeft, zou al luttele briefjes achter gelaten hebben. Bart zou misschien met mijn ouders langs geweest zijn. En dan sta ik daar plotseling terug! Iedereen tussen woede en opluchting. Ik zou die avond mijn hele avontuur moeten vertellen en de volgende dag zou de routine mijn leven alweer domineren. Et j’en ai un peu marre. Ik sta al jaren in het rood en iedere drie maanden moet ik 2000 frank lenen van Erik om een dag op de rekening boven de nul te staan. Wanneer houdt dat op, zeg! Zeg mij, God, wanneer houdt dat op? Ik kan morgen misschien een bijverdienste zoeken, iets waar ik op een niet al te moeilijke en vermoeide manier 3000 frank kan bijverdienen. Tappen. Schrijven. Seksen. Neen, dat laatste niet. Daar ben ik veel te preuts voor. Dan liever een proefreportage voor een tijdschrift. I need the money. En wat ga ik morgenavond doen, wanneer de Peters, de Erikken, de Barten en de Geerten weg zijn? Kurt wil niet uitgaan (hij is niet zo’n café type), en ik wil wel uitgaan (ik ben zo’n café type). Weer alleen in het trieste Rijk der Zinnen.   Ik ga morgen gewoon de nieuwe single van Madonna kopen. Ik kan misschien morgenavond naar Agnetha luisteren. Misschien dat ze toch door magie opduikt. Gewoon thuisblijven. Nog nooit gedaan op een vrijdagavond. En hopend dat er ooit een dag komt waarop ik “Maybe it was magic” meteen vind waar en wanneer ik dat wil.

Erwin Abbeloos
0 0

De duivel speelt accordeon en werkt 24 uur per dag

            Thierry, 23, student toegepaste economische wetenschappen zat in de universiteitsbibliotheek in alle rust te bekomen van z’n examenstress. Voor hem lagen een boek en een tijdschrift; ‘Notendop’ van Ian McEwan en een nummer van The Journal of the History of Ideas uit 2015. Onverwacht werd hij duizelig, kortademig en misselijk. Hij had de indruk elk moment flauw te kunnen vallen. Een licht gevoel in z’n hoofd kwam plotseling en erg hevig op. Koud zweet brak uit. Hij voelde een minieme maar niet te betwijfelen benauwdheid in z’n hele bovenlichaam. ‘Ik wil niet dood.’ mompelde hij. ‘Is dit een hartstilstand?’ De stilte in de bib was gekmakend. Het duurde vijftien minuten om te herstellen van deze kleine, emotionele, paniekaanval. Tijdens een examenperiode had hij daar last van. Vechtend tegen z’n wanhoop stond hij op, liep naar de bibliothecaresse en leverde het tijdschrift in.               Op straat leek alles zich af te spelen in dezelfde gekmakende stilte als in de bib. Te voet op weg naar z’n studentenflat zag hij in de goot eekhoorns. Of waren het ratten? Hij bleef even staan en keek rond. ‘Ik moet een mindfulness- oefeningetje doen.’ zei hij tegen zichzelf en begon te hyperventileren. Voor z’n voeten nam hij wel achttien ratten waar die zich van hem niets leken aan te trekken. Het was nog steeds volstrekt stil. Een oud vrouwtje met een klein hondje passeerde hem en keek hem aan. Hij hoopte dat het hondje de ratten zou verjagen maar het enige dat hij zag was een grote, blaffende Duitse herder met diep groene ogen en z’n tanden bloot. Hij zette het op een lopen. De ratten liepen achter hem aan.               Uitgeput liet hij zich vallen in de zetel, nat van het zweet. ‘Mijn zintuigen werken niet.’ dacht hij. In het keukentje dronk hij een kopje koffie. ‘Dit smaakt naar pittig vergif. Ik drink dit niet uit.’ Hij bleef het ontzettend warm hebben en opende de vensters. Meteen vlogen er allerlei merkwaardige vogels binnen. ‘Jaag die vogels weg!’ riep Thierry hysterisch ‘Hoe kan ik hier nu rusten met al die vogels? Ga weg!’ Zittend aan de keukentafel nam Thierry het boek dat hij de afgelopen dagen had proberen te lezen. Hij sloeg het open, bedacht zich, legde het opzij en nam het uiteindelijk opnieuw ter hand. Hij wilde de openingszin nog een keer hardop voorlezen, mocht dat lukken. ‘Hier ben ik dan, ondersteboven in een vrouw.’ Plots begon het boek te praten.   “Spring door het venster!” zei de foetus. “Spring! Nu! De vogels zullen je helpen! Spring!” In grote verwarring en overtuigd door het sprekende boek stond Thierry op van z’n stoel. Het kostte hem moeite door het raam te kruipen en zich te laten vallen. Springen kon je het niet noemen. Acht verdiepingen, een gat in de stoeptegels van vier centimeter en, uiteraard, op slag dood.    

Hubert Grimmelt
0 0