Lezen

Opladen

                                                                                               Kortrijk, 08 april 2018   Emmely,   Tot zo’n zestal maanden geleden had ik er zelfs nog niet van gehoord. En toen ik na vele omzwervingen in jouw les ‘restorative’ yoga terechtkwam, was het niet direct grote liefde. Echt alles in mij ging in weerstand. Toch bleef ik vastberaden volhouden tot de ontspanning en rust hun intrede deden. En ik me, op de tonen van jouw warme stem en dankzij jouw down to earth-aanpak, steeds meer voelde thuiskomen op de yogamat. Ik vind het wel grappig hoe jij de klinkers zo anders uitspreekt. En hoe je de vorige keer verrukt uitriep: ‘een kaartje!’, toen ik er na zo’n vijftiental lessen eindelijk in geslaagd was om mij een tienbeurtenkaart aan te schaffen. Zelf blijf ik wel hardnekkig de klemtoon van ‘restorative’ anders leggen; een laatste restantje verzet hier diep vanbinnen?    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                        Kortrijk, 10 april 2018   Emmely,   Vanavond mocht ik weer. Inmiddels betekent dat feest voor mijn hoofd en lijf. Vele nieuwe gezichten keken me aan toen ik op het allerlaatste moment de zaal op kousenvoeten betrad. Waarna je ons opnieuw zacht meevoerde in de wondere wereld van de ontspanning. Ik probeer die zachtheid in mezelf ook hierbuiten aan te spreken. En steeds authentieker in het leven te staan; een gigantische uitdaging. Is dat bij jou ook het geval? Het lijkt jou zo gemakkelijk af te gaan, maar misschien zie ik dat verkeerd. Ik laat me er in ieder geval graag door inspireren, alsook door de quote waarmee je ons telkens de nacht instuurt. Al vond ik het de laatste keer wel jammer dat we ons nog in de houding aan het installeren waren; zo kon ik de woorden niet bewust in me opnemen. Ach, niet getreurd, volgende week heb ik een nieuwe kans.    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                          Kortrijk, 15 april 2018   Emmely,   Vrijdag was er een reünie van mijn opleiding en twee dagen lang heb ik er mijn hoofd over gebroken aan wie iemand van de groep mij nu toch zo hard deed denken. Tot ik eindelijk doorhad dat het jou betrof, althans qua fysieke verschijning. Eigenlijk weet ik haast niets van jou, maar je intrigeert me wel. Een babbel bij een lekker theetje - of twee - zou ik dan ook niet afslaan. Ik heb zo’n vermoeden dat we allebei honderduit zouden praten en dat de middag voorbij zou vliegen. Om het op zijn West-Vlaams te zeggen (of althans een poging): ‘ik peis da je gy wel 'n toffe zyt’. En misschien iets helemaal anders, maar ik vind het fascinerend hoe jij jouw gestaag opkomende grijsheid gewoon zijn natuurlijke gang laat gaan. Waar ik die paar glanzende grijze haren al pure horror vind. Misschien zit jouw yogapad daar wel voor iets tussen. Zou ook ik die innerlijke rust steeds meer ervaren, als ik het mijne verder blijf bewandelen?    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                        Kortrijk, 17 april 2018   Emmely,   Vandaag heb ik thuis een halfuurtje de tijd genomen om wat oefeningen te doen en wat was dat heilzaam! Jouw input vanuit de lessen kan ik daarbij goed gebruiken. Je merkt; ik ben ermee bezig. En deze woorden (of wat ik ervan onthouden heb), weerklinken hier nog steeds bij mij van binnen: ‘Rest is not self-indulgence Rest is self-preservation Slowing down is waking up’    Namasté,   Daphne

Daphne Muylle
0 0

Bagagedrager

Brief 1, 23 november 2016   Dag Florian,   Dat was toch je naam hé? Nou, dat vermoed ik me toch te herinneren. Neem het mij niet kwalijk, dit katerhoofd zit vol gaten na vannacht. Je ochtendlijke sms deed me zopas oogrollen en zenuwachtig glimlachen tegelijkertijd. Proficiat! Je scoort alvast door de belachelijke regel “wacht nu 3 dagen af om interesse in haar te tonen” over te slaan. Dat weegt nauwelijks op tegen alles in de contra kolom: een decennium lange relatie waar je net uitkomt, de vijf (!!) minuten durende tijdspanne waarin je me dat feit als eerste verteld had, de vier komma vijf maand lange reis naar Azië die je over exact één komma vijf maand plant te beginnen. Bagage heb je genoeg. Zowel in de verleden als toekomstige tijd. Ik antwoord je straks wel. De belachelijke “ze speelt hard to get” regel pas ik helaas wel toe. Sorry daarvoor alvast.     Doei! Heleen     Brief 2, 28 juni 2016   Dag Aziaat,   Je stond gisterenavond terug voor mijn deur. Na vier komma vijf maand weer terug op Gentse bodem. Rechtstreeks van de luchthaven tot op mijn stoep. Tot zover het plan het eerst weer rustig aan te doen. Ik had zoveel zenuwen om je terug te zien, Florian. Te zien. Je niet meer enkel te horen of te schrijven. Hoe het ook verder loopt tussen ons, ik vergeet gisterenavond niet. Hoe het tien minuten duurde voor je me mocht omhelzen. Hoe het dertig minuten raar en helemaal niet raar was tussen ons. Wat het dan weer net wel raar maakte. Hoe het veertig minuten duurde voor je eindelijk vroeg of je me dan weer kussen mocht. Hoe het na vier komma vijf maand alleen slapen fijn was weer naast iemand wakker te worden.   Tot morgen?   Heleen       Brief 3, 13 maart 2017   Dag lief,   Ik heb je planten zopas met veel zorg en liefde water gegeven. De verwarming staat ook op. Na tien warme dagen Hongkong kan je een kil huis wel missen. Je zal me hoogstwaarschijnlijk straks vragen of ik dat niet vergeet te doen. Jij plant immers de feiten, ik hol er meestal achteraan. Denk je even na wat je graag wil eten als je thuiskomt? Ik zorg er wel voor terwijl jij je jetlag uitslaapt.   Tot snel! xx

Heleen De Grande
4 0

wedstrijdje?

‘He, Polo, doen we een wedstrijdje? Om ter eerste aan de andere kant van het voetbalveld.’ Zulu staat je stralend aan te kijken? ‘Wedstrijdje?’ ‘Ja, wedstrijdje. Je kent het wel, wie het eerste aan de overkant is, die heeft gewonnen.’ De uitdagende blik die ze je toewerpt, kan je niet negeren en je gaat al bijna even stralend op haar voorstel in. ‘Klaar om ingemaakt te worden Zulu?’ ‘Hou jij je maar klaar Polo, want winnen zal je niet van mij.’ Jullie kijken elkaar een laatste keer in de ogen en dan roepen jullie tegelijkertijd: ‘START!’. Als twee gekken komen jullie in beweging. Hink, stap. Hink, stap. Je neemt meteen de leiding en je ziet hoe Zulu je op de hielen zit. Hink, stap. Hink, stap. Je probeert sneller vooruit te komen. Je moet en zal deze wedstrijd winnen. Jij bent de jongen, en je gaat toch niet onderdoen voor je jongere zusje. Hink, stap. Hink, stap.  Sneller en sneller begin je te gaan. Hink, stap. Hink, stap. Je valt bijna over je eigen voet, maar je herpakt je en je gaat verder. Hink, stap. Hink, stap. Het stoffige zand komt in je longen en je begint te hoesten. Maar je negeert het en je gaat verder. Het hoesten heeft je jammer genoeg vertraagd en Zulu haalt je in. ‘Zwakkeling,’ roept ze naar je, terwijl ze haar tong lachend naar je uitsteekt, ‘Trage slak,’ zingend steekt ze je voorbij. Jij doet je best om haar terug in te halen, maar ze heeft de snelheid goed te pakken en ze bolt bijna over het grasveld tot aan de andere kant. Gierend van het lachen hoor je haar steeds verder voorop geraken. ‘Wacht maar zusje, ik haal je nog wel in,’ roep je en je holt haar achter na. Hink, stap. Hink, stap. Jij gaat steeds sneller en sneller. En ook Zulu gaat steeds sneller en sneller. Hink, stap. Hink, stap. De andere kant is niet meer ver en je hebt haar echt bijna ingehaald. Je voet blijft haken achter een kiezelsteentje. Je verliest je grip en stuikt in elkaar. Rollend val je op de grond en een paar meter verder kom je tot stilstand. Zulu heeft je horen vallen. Ze draait zich abrupt om, en door deze beweging blijft haar wiel steken in een putje. Samen liggen jullie op de grond. Jij helemaal onder het stof van kop tot teen, met je krukken een paar meter verderop, zij naast haar omgevallen rolstoel. ‘Polo?’ ‘Zulu?’ Even zijn jullie bang dat iemand zich pijn heeft gedaan. Niet veel later gieren jullie het uit van het lachen. ‘Ik denk dat we kunnen concluderen dat ik de snelste ben,’ zegt Zulu stralender dan ooit. ‘We doen het morgen opnieuw, dan zullen we nog wel eens zien wie de snelste is,’ is jou antwoord voor haar. Je sleept je overeind naar je krukken, je duwt jezelf recht en je hinkt verder naar Zulu. Je helpt haar terug in haar rolstoel en je geeft je krukken aan haar. Je pakt de rolstoel vast en jullie gaan samen terug naar huis. Zij al rollend, jij al hinkend op je ene been.

Lore
0 0

Heimwee

Moeke, mijn moeke,   Terwijl ik deze foto bekijk, krijg ik heimwee. Ik krijg het niet, het overvalt mij.   17 jaar geleden, jij, ons Lien en ik in jouw tuin. Genieten van de zon en van elkaar. Jij straalt met haar op je schoot, ik zwaai naar de fotograaf en zit dicht bij jou. Je tuin is prachtig verzorgd. Net als jij. Zelfs in je nachtjapon ben jij op en top dame. Jij zit mooier op je plastieken witte tuinstoel, dan koningin Paola op een troon. Je witte haren zouden een kroon meer dan waardig zijn. 84 jaar tussen jou en je eerste achterkleindochter is niet te veel en ik ben blij dat ik haar met jou kan delen.   Ons Lien kijkt ook naar haar papa, de fotograaf maar is niet zo ontspannen als wij. Heb jij ooit als 1,5- jarige op de schoot van je overgrootmoeder gezeten? Huid als perkament, beschreven met ontelbare lijnen. Het kind voelde vast wel de liefde tussen ons maar kreeg nooit de band die ik met jou had. Kan ook niet.   Ik logeerde vaak bij jou, in bed verwarmde jij mijn voeten. Je gaf snoep dat thuis zelden was. Tijd had je in overvloed, samen maakten we fotozoektochten door Arendonk, namen we de bus om in Turnhout te winkelen of er het koffiehuis van je zus te bezoeken. Zwarte drop – “zjapkes”- eet ik om jou te eren want die had jij altijd bij je of ik maak gele pudding. Dat deed jij soms nog om 22u omdat je er dan onweerstaanbare trek in had. Of je ging in kamerjas naar de frituur van “Dikke Rik” 200m verderop om er ijsjes voor ons te kopen.   Wist ik toen veel hoe magisch dat allemaal was. Ik was die verwende kabouter die jouw enige kleindochter was. We woonden 50 km uit elkaar, jij reed geen wagen, maar onze band overwon die hindernis moeiteloos. Hoedanook die ervaringen kon je je achterkleinkind niet meer geven. Ik hoop dat zij ook zo’n betoverende mensen in haar leven heeft als jij. Weet je dat ze bijna haar middelbare studies afrondt? Helemaal klaar voor een ander leven en om ons nest deels te verlaten. Weldra.   Het is nu meer dan acht jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Minder mooie omstandigheden. Pijn, afhankelijkheid en quasi blindheid tekenden je laatste levenstijd in een huis vol schimmen. Maar ook dit droeg je waardig. Bewonderenswaardig. Had ik er meer moeten zijn voor jou toen, spookt dan weer door mijn hoofd.   Zit je nu ook in een groene wei, te stralen in de zon? Hou je mij in de gaten en fluister je subtiel geluk in mijn richting? Maakt de tijdloosheid je weer jong? Ik overtuig mezelf dat je het goed hebt ginder. Dat verdien je. Bedankt dat je mijn moeke was. Inge

Joena C Bigs
0 0

Samen sterk

                                                                       Melsele, 18 april 2018 Beste Kay Lee,   Je liet lang op je wachten. Op enkele minuten na duurde de bevalling een etmaal. Dit weet ik van horen zeggen. Ik was er zelf niet bij. Deze uitputtingsslag werd moedig gedragen door je mama, mijn schoonzus. In dezelfde periode dat jij bent geboren, hadden mijn man en ik ook een kinderwens. Je weet uiteraard dat we kinderloos zijn gebleven. Jij werd mijn “ersatz-kind” en ik je “suikertante”. Hoe groter je werd, hoe meer je me om je vinger kon winden. Je lievelingswinkel was “Dreamland”, niet verwonderlijk natuurlijk een walhalla van kleuren, vormen, geluiden en grijpgrage handjes. De kloof kon niet groter zijn. Lieverdjes met omhooggetrokken mondhoeken en iets toegeknepen oogjes, minivoetjes in stevige tred naar de kassa. Speelgoed nog niet betaald, maar stevig omklemd. Enkel de kassierster mag het pakket overnemen. Stel je voor dat moeder het terug naar zijn oorspronkelijke plaats zou brengen. Jij bleef veilig bij me, want je wist maar al te goed dat ik je niets kon weigeren. Ondertussen ben je al vijftien, bijna zelfs zestien. Je plant al volop je “sweet sixteen party”, samen met je hartsvriendin Charlotte. Vroeger waren we onafscheidelijk. Vaak nam ik een dag vakantie om samen met jou uitstapjes te maken. Ik mis ons en ik weet dat jij dat ook mist. Het is vreemd, hoe meer de jaren verstreken, hoe stiller je werd, teruggetrokken, angstig zelfs. Samen weten we dat het verlies van twee bijzondere mensen die je je eerste tien levensjaren hebben gekoesterd, verzorgd en vooral hebben liefgehad, er hard heeft ingehakt. Mijn ouders, jouw bomma en bompa, zijn niet meer, maar het verlies dragen we samen nog elke dag.

Elise Legrande
0 0

En als de bom valt

Zaterdag 14 april 2018, 04.00 uur Welk middeltje gebruikt u om de slaap opnieuw te vatten? Schapen tellen? Of andere dieren? Bij mij werkt zoiets voor geen meter. Die nacht was het opnieuw zover. Meestal twijfel ik tussen een boek en mijn telefoon. Het boek was ditmaal een oudje van Gabriel Garcia Marquez: De generaal in zijn labyrint. Over de laatste maanden van generaal Bolívar, die in 1830 uit zijn Colombia moest vluchten. Een verhaal over wat oorlog doet met een mens. Prachtig, maar niet meteen luchtige kost voor het midden van de nacht.   Daarom zocht ik op de tast naar mijn telefoon. En toeval bestaat niet, zeggen ze, want ook daar las ik ook over oorlogstoestanden. Er waren net bommen gedropt op Syrische doelwitten, als vergeldingsactie voor gifgasaanvallen van het Syrische regime. Het is natuurlijk een schande dat chemische wapens nog altijd ingezet worden. Wat zijn we toch hardleers. Ook onze Amerikaanse vrienden hebben ze ooit gebruikt. Meer bepaald in de Vietnamoorlog, om de dichte wouden van dat land uit te dunnen, zodat de vijand zich niet kon verschuilen. Het toeval (het bestaat niet, ik zeg het toch) wilde dat ik de dag voordien een fotoreportage zag over deze ‘Agent Orange’, de naam van het chemische sproeimiddel. Mensonterend gewoon. Nog altijd, want de foto’s bewezen dat heel wat Vietnamezen, Amerikaanse veteranen en hun familie er zoveel jaren later de gevolgen nog van dragen. Die gruwelijke beelden spookten opnieuw door mijn hoofd. Slapen ging nu echt niet meer. De telefoon ging terug naast het bed.   Het was uiteindelijk een liedje dat me in slaap wiegde. U moet weten dat ik een kind van de jaren ’80 ben. De koude oorlog woedde volop in die jaren. De angst voor de bom en de rode telefoon zat nogal diep. Ik was dertien jaar toen ik voor het eerst ‘De bom’ van Doe Maar hoorde. Het is nooit meer uit mijn hoofd verdwenen. Vooral deze regels: "Laat maar vallen / want het komt er toch wel van / het geeft niet of je rent". Hoe noodlottig dat ook klonk, de bom is toen gelukkig nooit gevallen. Ik denk dat deze zinnen uit het liedje me die nacht enige hoop gaven: "Ik heb van alles, maar geen tijd / Ook niet voor heel even / Maar liever weet ik wie jij bent, voordat het te laat is". Poëzie, als wapen tegen de oorlog. Zou dat geen idee zijn? Ik zou zeggen: doe maar.

Rudi Lavreysen
0 0

Alternatief sprookje

(afbeelding: Lectrr)   Hans keek verdwaasd voor zich uit. Zijn Griet was met haar hebben en houden met de noorderzon verdwenen. Hoe had het zover kunnen komen ?   Toen ze nog met de vader van Grietje, de houthakker en stiefvader van Hansje samen met de moeder van Hansje en stiefmoeder van Grietje aan de rand van het woud woonden waren ze, niettegenstaande hun schrijnende armoede, toch gelukkig geweest.   Het afgeluisterde gesprek tussen hun respectievelijke stiefouders over hun achterlating in het bos had hen geen deugd gedaan en Hansje had het heel stom gevonden dat hij de truc met de kiezelsteentjes nadien met broodkruimels had geprobeerd. Hij had zich doodgeschaamd voor Grietje. Waarom ook moesten die domme bosduiven zijn kruimels oppeuzelen?   Gelukkig dat het sneeuwwit vogeltje al op het stekeldoorntje hen naar het huisje van peperkoek had geleid. Zij hadden zich tegoed gedaan aan de lekstokken die aan het dak bengelden,  de croissants en boterkoeken op de deur en het kleurrijke snoepgoed dat her en der aan de muren hing.  Echt voedzaam waren die dingen niet geweest maar hun buikjes werden eindelijk eens gevuld.   Dat het plots opgedaagde besje hen na haar 'wie knabbelt aan mijn huisje' nog chocolademelk en pannenkoeken met bruine suiker had voorgeschoteld was er teveel aan geweest. Toen dit oud scharminkeltje uiteindelijk ook nog een heks bleek te zijn was het hek van de dam.  Maar er zat niets anders op dan berusten in hun lot en dank zij de vetmesterij van Hansje kon ook Grietje af en toe een stukje hamburger en wat frietjes met mayonaise meepikken. De hongersnood was alvast verleden tijd.   Het verhaal ontplooide zich verder, eerst met de gruwel van het water dat werd gekookt om Hansje in te garen - de oven die opgestookt werd om Grietje in te duwen  en het heldhaftige optreden van Grietje die het oude vrouwtje in de oven duwde waarin deze, zoals het een heks betaamt, levend werd verbrand.    Daarna volgde het stroperige deel met de ontdekking van parels en edelstenen.  Alweer vulde Hansje zijn broekzakken met deze steentjes en Grietje, die nog haar schortje om had van het geveinsde broodbakken in de oven, propte het vol met parels.   Waarom er, later door Disney meermaals geïmiteerde, witte zwanen bij te pas kwamen om de weg naar huis te vinden blijft een raadsel . Het dekselse water waarop de zogenaamde boot ontbrak hadden ze immers nooit opgemerkt op de heenweg naar het heksenhuis .   Dat vader bij het weerzien blij was maar ook weer triest omdat zijn tweede vrouw inmiddels overleden was , niet echt van verdriet maar van pure ontbering en dat hij snel weer vrolijk werd bij het zien van zoveel rijkdom,  kon niet echt een happy end genoemd worden.   Moest er dan een nieuw einde aan het verhaal worden gebreid ? Wat er niet in het verhaal werd verteld maar logischer leek is het feit dat Griet en Hans van elkaar 'stief' en ook stapel waren en dus samen konden trouwen en nog lang en gelukkig leven.   Zo geschiedde dus, tot er haren in de boter kwamen. Hans was nooit zijn overtollige kilo's van weleer kwijt geraakt en Griet had met de vele parels die ze zich had eigen gemaakt de smaak te pakken gekregen en was een  juwelierszaakje begonnen.  Toen Hans zich ook nog in de drank gooide en Griet zich danig begon te interesseren in een knappe vertegenwoordiger van Huize Cartier gingen de poppen aan het dansen.   Het sprookjeshuwelijk waarvan in het ware leven nooit sprake was geweest, maar ook niet in het sprookje, eindigde in een banale vechtscheiding.    

Vic de Bourg
515 1

kijken

Dag gevleugelde lezer,   Ben jij een ‘binnenkijker’ of een ‘buitenkijker’ ? Deze vraag borrelt vaak bij me op als ik iemand voor de eerste keer ontmoet. Het lijkt niet direct de meest prangende vraag om met een persoon –jong of oud- te beginnen communiceren, toch is het voor mij belangrijk om dit te gaan uitvlooien. En met de jaren is mijn drang om dit te weten nog meer gegroeid. Deze categorieën kun je trouwens niet terugvinden in één of andere vuistdikke encyclopedie of op een wikipedia-pagina, mocht je nu naarstig beginnen zoeken. En zoals vaak het geval is: echte vastomlijnde categorieën zijn het ook niet. Je kan best een buitenkijkmoment als binnenkijker hebben en vice versa. Binnenkijkers zijn mensen die een oneindige belevingswereld hebben, een soort explosie of een altijd in beweging zijnde stroom van verhalen in hun hoofd. Buitenkijkers hebben veel meer input nodig van wat er om hen heen gebeurt. Ze zoeken structuren en kunnen met een –voor mij vaak verwonderlijke- helderheid zaken benoemen. Ik vind ze soms wat strakker in hun manier van denken. Al is deze uitleg uiteraard niet evidence based en eerder gestoeld op mijn aaneenrijging van verzamelde verhalen en ervaringen. Want dat vind ik zelf het meest fascinerend:  zoeken naar verhalen en het vasthouden van zeldzame momenten van helderheid van mensen die ik ontmoet.  Ze helpen me ook om mijn mentaal ei uit te broeden. Als ik een pertinente buitenkijkmodus heb, dan zie ik veel gebeuren in mijn straat. Ook in onze straat zijn vele geheimen verstopt in ongekende kieren. Maria is onze overbuurvrouw van bijna 80 jaar. Ze bewaakt de straat met arendsogen en een ongekende helderheid. Een echte buitenkijker en pottenkijker. Met haar hart op de tong kan dat alle kanten opgaan: transparatie troef, dat waarderen mensen vaak wel. Maar soms ook genadeloze botheid. Zo komt ze ongeveer twee keer per jaar in conflict met een buurman, een zeventiger die onze straat reeds van zijn kindertijd bewoont. Kamiel is een ongeremde verzamelaar. Zijn huis staat volgestouwd met spullen allerhande, gaande van platen, servies, meubels tot zeldzame munten. Ze vinden elkaar in het afschuimen van rommelmarkten, zowel binnen de verkoop als de aankoop. Maar bijna dagdagelijkse ritten in een grote gammele auto met een overdaad aan spullen, stelt elke vriendschap danig op de proef. De beproeving krijgt nog een extra boost met de verbaal-op-het-scherp-van-de-snee-staande Maria versus de woordenzoekende-gedecideerde-en-vaak-koppige Kamiel. Nu zijn er veel meer interessante straatbewoners te bespeuren. In de zomer ontwaar je mengelingen van vaak onbekende geuren in de avondlijke uren. Ze laten je reizen naar vele uithoeken van de wereld en laten je dromen van iets dat ver buiten je blikveld ligt en tergelijkertijd je binnenkijkmodus stimuleert. Ben jij er al uit welke richting het zal uitgaan ? Laat dit een start zijn van een ontdekkingstocht, we zien wel waar we elkaar tegenkomen,   groeten     Winny     Ps dit epistel komt later dan gepland. Het heeft deels te maken met een onvoorziene aprilse sneeuwstorm op een ander continent. Maar daarover later meer.

Yuko
0 0

opdracht 2

Dag vriendin,   We kennen mekaar ondertussen meer dan 15 jaar. Mocht er een paspoort van onze vriendschap bestaan, dan stond er geschreven bij geboorteplaats: Tunesië. Het was daar dat we onze eerste week samen doorbrachten. Allebei op zoek naar wat avontuur. Sindsdien passeren we provinciegrenzen in eigen land om mekaar telkens opnieuw te ontmoeten.        Dag vriendin,   Jij bent moeder van twee kinderen. Ik ben, zoals dat dan heet, kinderloos. Het is een keuze. Zoals de vraag die ik vorige week kreeg. Ze kwam uit de mond van jouw 11-jarige dochter: "wil jij mijn moeder zijn?" Toen ze deze vraag stelde, keek ze naar jou. Ik vermoed dus dat deze vraag eerder als boodschap aan jou was bedoeld. Maar ik zit er nu wel al dagen over na te denken. Wacht zij nog op een antwoord van mij?     Dag vriendin,   Tijdens de voorbije slapeloze nacht, bekeek ik vakantiefoto's van Tunesië.  Weet je dat het al 20 jaar geleden is? Een echtpaar viert op zo'n moment hun huwelijksverjaardag. Wat denk je ervan, vieren wij onze 20-jarige vriendschapsband? Ik proost alvast op ons.     Dag vriendin,   Ik wilde dit nog even kwijt. Als jij er niet meer bent, wil ik gerust het moederschap van jouw dochter en zoon op mij nemen. Eerder niet. Wil jij deze boodschap overbrengen? Nu hoef ik er verder niet meer over na te denken.. Dat lucht op.  Ik weet het, zoals je al eerder zei, ik ben de denker, jij bent de doener. Zo houden wij de dingen in evenwicht.               

Trijn
0 0

Bellatrix

Zie je daar dat meisje? Daar op het strand, met die roze knuffel in haar hand?   Dat is Bellatrix.   Bellatrix houdt van kralen, schelpen, sterren en van haar knuffel Bettelgeuze. Ze woont samen met haar papa, haar mama en haar broer in een klein vissershuisje op het strand. Haar papa bouwt er boten en haar mama schildert ze. In hun huisje ruikt het altijd naar houtsnippers en verf. En naar het zout van de zee. Niet alleen Bellatrix' huis is trouwens heel bijzonder. Nog specialer is haar naam. Toch? Ze kent niemand anders die zo heet. Behalve dan haar mama en haar oma natuurlijk. En de mama van haar oma. En de mama van de mama van haar oma. En de mama van… Tja, zo kunnen we nog wel even doorgaan. In Bellatrix’ familie heten alle oudste dochters Bellatrix. Al eeuwenlang. Bellatrix weet niet waarom. Als ze haar mama naar de reden vraagt, glimlacht die alleen maar geheimzinnig. Ze streelt over Bellatrix’ haren en ze zegt: ‘Een wonderlijke naam voor een wonderlijk meisje.’ En verder niets meer.   Elke avond, als alle anderen in huis naar dromenland zijn, kruipt Bellatrix uit haar bed en sluipt ze de ladder op naar de zolder. Samen met Bettelgeuze kijkt ze door de raampjes in het dak naar de sterren. Eerst zoekt ze de Grote Beer. Als ze die gevonden heeft (hij lijkt trouwens meer op een steelpan - je weet wel, zo eentje om eitjes in te koken, dan op een beer), telt ze verder omhoog tot aan de Poolster. Dat is de piepkleine ster waarrond alle andere sterren heen lijken te draaien. Soms kijkt ze nog even naar Cassiopeia. Die sterren vormen samen de letter W. En ze hebben ook al zo'n bijzondere naam. Cassiopeia. Prachtig, toch? Maar haar aller-aller-aller favorietste sterrenbeeld is Orion. De Jager. Naar hem kijkt ze in de winter elke avond net zo lang tot haar eigen adem de raampjes doet benevelen en de sterren verdwijnen. Ze kan zich nooit herinneren hoe ze van de zolder weer naar beneden is geraakt, maar elke ochtend wordt ze wakker in haar eigen bedje.   Op een avond sluipt ze net als steeds naar de zolder. Het is putje winter en het heeft zwaar gestormd. Dikke wolken in ontelbare tinten paars, wit en blauw zijn eerder die dag vanuit de zee over de duinen het land ingerold. Onder het licht van de zon kregen de groene duingrassen een gouden schijn. Tientallen blauwe bollen, groot en klein, speelden verstoppertje in het gele zand. De kleuren en de vormen waren heel anders dan in eender welke andere storm die Bellatrix al heeft meegemaakt. En dat zijn er heel wat. Ondanks de hevige wind en de dikke wolken heeft het bovendien niet geregend. De hele dag niet. Geen druppel. Heel erg vreemd allemaal.   Bellatrix kijkt door het eerste raampje. Alles is donker. Geen ster te zien. De wolken zijn te dik. Het zou kunnen dat ze die avond met haar ogen dicht naar de sterren zal moeten kijken. Ze draait zich om naar het andere raampje. Door een gat in de wolken komt Orion tevoorschijn. Gerustgesteld glimlacht Bellatrix naar Bettelgeuze. Opgetogen kijkt ze weer naar buiten. Maar… ziet ze dat nu goed? Er klopt iets niet. De linkerschouder van Orion lijkt wel verdwenen. Is ze misschien al aan het dromen? Ze knijpt stevig in haar eigen wang. Au. Neen, ze is wakker. Ze kijkt nog een keer. En ja hoor, ze heeft het goed gezien. Orion is stuk. De ster uit zijn schouder is weg. Bellatrix opent het raam en steekt haar hoofd naar buiten. Met haar ogen tot spleetjes geknepen speurt ze de hemel af op zoek naar de verdwenen ster. Plots hoort ze iets achter zich. In een flits ziet ze een blauwe schijn achter de schouw van het huisje verdwijnen. ‘Is daar iemand?’ fluistert ze. Eerst blijft alles donker en stil. Tot plots een klein blauw handje en een klein blauw voetje vanachter de schouw komen piepen. En al snel de rest van een klein blauw wezentje volgt.   ‘Euh… Dag mevrouw. Ik ben Bellatrix.’ zegt het vreemde blauwe schepseltje een beetje aarzelend. ‘Hé, heet jij Bellatrix? Ik heet ook Bellatrix. Zo grappig. En ik ben helemaal geen mevrouw, hoor.’ antwoordt Bellatrix. ‘Waar kom jij vandaan?’ Het wezentje wijst naar boven, precies naar het zwarte gat in de schouder van Orion. Bellatrix kijkt van het blauwe wezen naar het zwarte gat en terug. ‘Je bent een ster? Een echte ster?’ Bellatrix de ster knikt. Gerustgesteld door de vriendelijke reactie van Bellatrix het meisje, begint de ster te vertellen. ‘Vanuit mijn plek aan de sterrenhemel kijk ik elke avond naar hier. Ook al ben ik hier – voor vandaag dan – nog nooit geweest, ik ken de Aarde goed. Van de verhalen van mijn mama. Heel lang geleden heeft zij - zij is ook een ster - hier op Aarde een klein meisje gered dat aan het verdrinken was. Uit dankbaarheid heeft de mama van dat meisje - ze was de dochter van een beroemde kapitein - hun schip geschonken aan mijn mama. Een echt schip! En ik zou er zo graag eens mee varen. Al duizenden jaren droom ik daarvan. Maar bij ons is er geen water. Daarom ben ik naar hier gekomen. Wil jij me misschien helpen?’   De ster wijst naar beneden, naar de zee. Aan de waterlijn ligt een houten zeilschip. Er zijn allerlei wonderlijke wezens op afgebeeld en de twee grote masten steken hoog de hemel in. Bellatrix de ster kijkt Bellatrix het meisje hoopvol aan. ‘Wat denk je, Bellatrix? Wil jij met me meevaren?’ vraagt de ster. Varen met een ster van Orion? Daar moet Bellatrix niet lang over nadenken. Ze propt Bettelgeuze onder de bloes van haar pyjama en wenkt de ster om haar te volgen. Langs de regenpijp glijden ze naar beneden. Zo snel als ze kunnen rennen ze over het strand tot aan de zee. Daar klimmen ze aan boord van het schip. De zeilen plooien vanzelf open. Al gauw zijn ze op open zee. De kabbelende golfjes van de net nog woeste maar nu weer kalme zee klotsen zachtjes tegen de buik van het schip. De wolken breken open en ontelbaar veel fonkelende sterren verschijnen aan de hemel. Vooraan doet de maan het water oplichten van aan de boeg tot aan de horizon.   Dolfijnen springen op uit het water. Ze spelen verstoppertje met het flikkerende licht van de maan op de golven van de zee. De bodem van het schip is doorzichtig. Een donkere schaduw glijdt onder het schip. Bellatrix de ster kijkt met open mond toe. Wanneer de walvis bovenkomt, spuit hij een fontein van water over hen heen. Bellatrix de ster danst door de waterval. Ze giert het uit. Na de dolfijnen en de walvis volgen nog vele andere dieren. Duizenden glinsterende vissen, kwallen en zeesterren zwemmen onder en om hen heen. Bellatrix de ster en Bellatrix het meisje kijken samen toe tot hun adem de glazen bodem doet benevelen en de dieren verdwijnen. Als Bellatrix de volgende ochtend wakker wordt, ligt ze niet in haar bed. Ze ligt nog steeds op zolder, in haar deken gewikkeld, netjes tussen de twee raampjes in. Heeft ze dan toch alles gedroomd?   Ze kijkt naar buiten, op zoek naar een sprankeltje blauw of de masten van het schip, maar ze ziet geen spoor meer van het avontuur dat ze die nacht beleefde. Het schip is weg en de zon staat al hoog aan de hemel. Versuft loopt ze naar beneden. Haar mama is aan het schilderen in de keuken en haar papa leest de krant. ‘Goedemorgen Bellatrix. Je bent zo laat. Heb je weer naar de sterren liggen staren deze nacht?’ vraagt hij. ‘Weet je trouwens dat er een ster is die net zo heet als jij? Bellatrix. In Orion. Kijk, ik lees het hier net in de krant.’ Bellatrix leest de eerste zinnen van het hoofdartikel op pagina één. ‘Bellatrix, de blauwe ster uit het sterrenbeeld Orion was vannacht enkele uren onzichtbaar. Wetenschappers staan voor een raadsel.’ ‘Een verdwenen ster. Waar halen ze het toch?’ zegt haar papa lachend. Bellatrix’ ogen worden groot. Plots voelt ze de hand van haar mama op haar arm.   ‘Bellatrix, een wonderlijke naam, voor een wonderlijk meisje.’ Haar mama knipoogt. Bellatrix, een wonderlijke naam voor een wonderlijk meisje. Ja, ze begrijpt het nu. Die avond kijkt ze samen met haar mama naar de sterren. En terwijl ze naar de machtige Orion kijken, is ze er bijna zeker van dat ze de kleine blauwe ster in de schouder van de Jager heel even kan zien knipogen.   Kijk zelf ook maar eens vanavond. Misschien, als je heel goed kijkt, zie jij het ook.

Bregtje Van Bockstaele
0 0

Lieve Eliane

Lieve Eliane, Kan jij het snappen dat goede raad geven werkt als een rode lap op een stier? Je komt naar me toe met je swiffer, cif-créme, sodakristallen en een onuitputtelijke doe-modus. Maar ik zie wel dat je moe bent, dat je mijn scheiding moeilijker kan dragen dan ikzelf. Kon ik je maar ontslaan uit jouw rol van redder-in-nood. De vraag is of je dat wel wil? Iedereen wil zich nuttig voelen, zeker als je oud wordt. Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, Bingewatchen. Dat woord zegt je vast niets. Je zou het vast afkeuren als je wist dat dít mijn nieuwe hobby is. Ik hou mezelf voor dat het me inspiratie geeft voor mijn verhalen. Fantasy-series zijn mijn favorieten. In de scène die ik gisteren zag, rukt de boze koningin in één haal het hart van de stalknecht uit zijn lijf, omdat hij de ware liefde van haar dochter is. "Moeder weet best" is haar laconieke antwoord op de wanhoop van haar dochter.  Soms hebben moeders last van waanideeën. Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, Kan je een mens écht kennen? Kan je begrijpen wat belangrijk is in haar leven?En kan ik ooit met de juiste ogen naar je kijken en je zien zoals je werkelijk bent? Ogen die niet vertroebeld zijn door de rollen die het leven ons toebedeelde? Cuba, dat was de vakantie waar je al je hele leven naar uit keek. Bij je terugkeer vertelde je niet over Havana, lekkere mojito's of de Museo de la Revolución. Je haalde een fait-divers aan over je man die, heel eventjes, iets te lang oogde naar een vrouwelijke gids.  Daarna hoorde ik nooit meer iets over Cuba.   Was het eigenlijk een droomvakantie voor je? Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, We bedoelen het zo niet maar toch kwetsen we elkaar, heel vaak. Maar toon me zwart op wit de regel die zegt dat moeder en dochter voor elkaars geluk moeten zorgen? Liefs,je Vanessa

Zinderen
1 0

Mijn kuiken

“Mmm, onze juf voor ons atletiekkamp ziet er echt kei sportief uit en zo gespierd. Zou ze veel spek met eieren eten? Dat knalgele fluitje zal ze toch niet te veel gebruiken om ons rondjes te laten lopen? Aha, ze lacht naar ons en weeral en weeral. Hihi, we zullen maar mee giechelen. Toch wel mega cool; onze trainster. L-U-N-A; zo heet ze, zie ik op haar badge. Yep, ik kan al een beetje lezen en straks ook hard lopen – super duper zoals zij vast kan.”   Ik weet zeker dat al die “kiddo’s” zo over haar denken tijdens haar allereerste studentenjob. Als mama, ben ik natuurlijk trots op haar. Op een wedstrijd blijf ik verwonderd over de passie en sterkte die ze heeft om in spurt de finish te bereiken. Gelukkig gaat ze van mij figuurlijk nog niet lopen. Als ze verder gaat studeren zie ik haar niet haar vleugels uitslaan naar een kot zoals haar grote zus. Dit kuikentje houdt van nestwarmte, al moet ze deze week haantje de voorste spelen. Ze kan vliegensvlug zijn, maar zal er niet op uit vliegen en als moederkloek die niet veel kakelt, maar graag orakelt, vind ik dat prima.   Tok, tok, tok. Wie is daar? Kapoentje, kampioentje. Opzij, opzij, opzij – ze schiet voorbij.   --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Dag betw-etertje,   Over eten wil jij altijd alles weten. “Wat eet ik vandaag?” lijkt de belangrijkste vraag van de dag? Je hebt het voordeel van jouw sportieve looks, maar een hoofdmaaltijd van snoepjes (van het merk Haribo) en chips (waarbij Lays vooral wordt opgemerkt) zou jouw favoriete menu zijn. Mama’s keuken met de klassieke patatjes (ja, patat), groentjes (geef ze de groeten) en vlees (kan ik dat gehakt een hak zetten) is liever niet aan jou besteed.   Meestal smikkel en smul je met smaak. Jouw mmmmmmmmm, Maakt Maaltijden Magisch voor Mama’s die liever in hun bureau dan in de keuken lettersoepjes brouwen en met nic nac-jes spelen op het scherm.   Jij bent een zoetje, ik niet jouw zoethoudertje. Als een van ons een zuurpruim is, kunnen we er samen hartig om lachen en alles met een korreltje zout nemen. Trouwens, als ik een maantje in huis heb, krijgt mijn eigenwijze restaurant dan niet gemakkelijk een ster?   I am a sinner die van zinsnedes houdt en van sneetjes w-eten. Mange-tout? Man get out! Food. Feel good. Get in the mood.   --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Joehoe, Moeder Aarde aan Maantje!   Ja Luna, vandaag kan iedereen figuurlijk naar de maan. Je hebt vakantie en je bent op reis naar de ruimte alias die virtuele wereld van jou. Jouw I-pad zet je zonder moeite op pad met je talrijke vrienden. Je blijft maar chatten met jouw schatten en je lijkt je zelfs in twee te kunnen splitsen door tegelijkertijd op je smartphone een andere piste te verkennen.   Houston, do we have a problem? Och als mama moet ik met beide voeten op aarde staan. Ik ben opgegroeid in de zogenaamde prehistorie na de eerste landing op de maan. Ik schreef nog gewone epistels met de hand op geurend briefpapier met motiefjes en was dolblij als ik na een paar dagen al antwoord kreeg.   Luna, jij wilt en krijgt alles vliegensvlug. Och, geniet maar even. Ik weet dat je op andere dagen veel in je mars hebt, zelfs zonder op die gelijknamige planeet te vertoeven. Je bent een ster in atletiek en schittert op school. Jij als maantje bent het lichtje in de duisternis. The sky is your limit. Neen, ik ga niet vliegensvlug die Ice Tea voor jou halen want dan zou ik mezelf naar de maan wensen als ik dat slaafs deed.   Maar goed, over het algemeen ben ik in de zevende hemel met jouw bestaan. Not having the bleus op deze blauwe planeet. Jij wordt een hoogvlieger!

Leona
0 0

Rootless Queen

‘Mijn roots heb ik nog steeds, hoor. Ik ben ze nooit verloren.’   Ze laat de wijsvinger van haar rechterhand over de cassettebandjes in het rek glijden. Met haar linkerhand knijpt ze zachtjes in de mijne. Ik hou mijn adem in en tel de seconden voor ze ontdekt dat er een cassette ontbreekt in de rij.   Nog voor hij zijn intrek nam in het bejaardentehuis, waren we er samen al eens heengegaan, zij, haar grootvader en ik. Op de metro erheen zat hij steeds uit het raam te wijzen en vertelde hij honderduit tegen me, in een taal waar ik geen woord van begreep. ‘Hij wijst de plekken aan waar hij heeft gewerkt,’ leerde zij me achteraf. Ik wou eindeloos doorvragen, waar hij vandaan kwam, hoe hij hierheen was gekomen, waar hij hier eerst had gewoond, hoe het voelde om aan te komen in een land waar hij niemand kende.   Ik steek de cassette in de speler op de vloer en ga ernaast op mijn buik liggen. Voor ik de afspeelknop indruk, aarzel ik even. Zou ze nog wel werken? Zou ik zo alle stemmen horen die destijds haar grootvader bereikten, zoveel duizenden kilometers overbruggend, als antwoord op de stemmen die hij hen telkens zond?   Even hoor ik enkel ruis, dan weer die taal waarvan geen woord me bekend voorkomt. Minutenlang luister ik naar de melodieën van de stemmen - mannen en vrouwen, kinderen en ouderen. Dan blijft er één stem over. Haar gezangen komen van ver, maar tegelijk zijn ze ongelooflijk dichtbij. Zijn vrouw, flitst door mijn hoofd, voor ze hem achterna reisde. Haar oma.   Een auto die voorbijraast op straat haalt mij uit mijn trance. Op het bandje weerklinkt enkel nog ruis. Door het geopende raam hoor ik een flard van een liedje opstijgen uit de auto. Ruthless Queen, heet ‘t. Mama zong het altijd, als ze het eenmaal op de radio hoorde, verdween het voor de rest van de dag niet uit haar hoofd. Vroeger dacht ik altijd dat de titel Rootless Queen was. Koningin zonder roots.   ‘Betekent je naam eigenlijk koningin?’ De kuiltjes in haar wangen zijn weer daar. ‘Iedereen denkt dat altijd. Maar eigenlijk betekent mijn naam schitterend, of gelukkig.’ Haar wijsvinger heeft de plek bereikt waar het cassettebandje ontbreekt.   ‘Voor wie supporter je straks tijdens de finale van het WK,’ vraag ik, ‘België of Marokko?’

Felix Sandon
22 1

Vier hoog

Vier hoog   Antwerpen, 15 april. Waarde onbekende,Vandaag is het 15 april, een zondag met zon en verjaardag. Precies vandaag immers zou een schilder, architect, uitvinder, ingenieur, filosoof, anatomist, beeldhouwer, schrijver en wat al niet meer, 566 jaar zijn geworden. Leonardo di ser Piero da Vinci (Leonardo, zoon van heer Piero uit Vinci) was zowel bastaard als homo universalis. Hij was genie en wie zal het zeggen, zelfs gewoon homo, zonder universalis. Ondanks een onhebbelijk karakter en de gewoonte, aan veel te beginnen en nog meer niet af te werken, zou da Vinci de wereld kleuren. Hij leefde in tijden, waarin mannen aan zet waren. Vrouwen bedekten het hoofd en roerden thuis in de potten. Ondertussen zijn de tijden veranderd. Vrouwen kruipen uit de krochten van de geschiedenis en bouwen mee aan het gezicht van de wereld rond ons. Soms mag je dat zelfs heel letterlijk nemen, beste lezer. Vier hoog wonen wij. Daar kijk ik uit het kamerbrede raam en ik zie het. Elke dag, met regen, of wind, sneeuw of zon, zie ik het. Ik zie hoe het de kleur pakt van het weer. Ik zie hoe het schittert in al zijn vlakken. Soms is het dof en triest, alsof het iets mist. ’s Avonds is het een baken naar thuis. Wat ik zie is een huis, bedacht door een vrouw; haar naam Zaha Hadid, haar geboortestad Bagdad. Niet enkel de sluier voor deze vrouw uit Bagdad, maar ook wiskunde en de tekentafel. Deze Irakese wijkt uit naar Beiroet en Londen en tekent zich naar eeuwige roem. Een staaltje van haar bouwkundig vernuft, torent hier hoog boven de dokken. Een tuimeling van hoekige meetkundige facetten van een gigantische diamant maakt ons decor. Onder de betonnen poten van het havenhuis schuilt de oude brandweerkazerne. Boven in al dat glas werken de mensen die de haven maken. Deze reus van glas en beton: ‘You love it, or you hate it’ … wij koesteren het. Links en rechts van ‘ons havenhuis’ vangen molens de wind en laten elders lichten branden. Oude graansilo’s, hangars, pakhuizen en een verdwaald kerkschip vormen de geordende chaos van wat alom bekend is, als ‘Het Eilandje’. Maar ons eiland heeft bruggen naar de rest van stad en haven. Zo’n juweeltje van een brug prijkt iets meer links in ons beeld. Dit monument van staal ligt over de verbindingsgeul tussen het Kattendijkdok en het Houtdok. Deze Mexicobrug doet aan verre oorden denken, net als alle straten in onze buurt. Wij wonen in de Indiëstraat en zijn altijd op reis. Via de Napels- en de Cadixstraat lopen we over het Schengenplein tot bij de Delhaize. De Londenbrug over, daar woont in de Braziliëstraat de kapper. De wereld ligt altijd net over onze dorpel. Wie op het Eilandje woont heet rijk te zijn. Met een duur woord, spreekt men over gentrificatie. Simpel betekent dit dat rijke nieuwelingen, de arme autochtonen zouden verdrijven… Ook wij zijn maar gewone mensen, met bescheiden inkomens en dito spaarboek. We zochten en vonden een plek met ruimte en we betalen daar graag ons deel voor…Maar keren we, beste lezer, terug naar mijn raam en ontmoet de oudste dame van onze straat. Onze overbuurvrouw - 140 jaar oud nu - voorzag ooit alle havenwerktuigen van stroom. Haar leidingen reikten van de Noorderdokken tot veel verder. U maakt kennis met het Noorderpershuis. Het lijkt een sombere, ingedommelde oude matrone, maar schijn bedriegt. Op haar ommuurde binnenplein doken een tijd geleden plots glimmende koperen ketels op. Onder grote kleurige parasols staan nu simpele tafels. Glazen met schuimende kragen blinken in een flauwe lentezon. Onze overbuurvrouw heeft namelijk een onderhuurder, de Seefbrouwerij. Onder haar dak huizen nu gistings- en rijpingstanks en een heus café. Maak kennis met de jonge brouwer Johan, bezieler van dit alles. Hij doet wonderen met gerst en ademt bier en dit zeker niet omdat hij er teveel van drinkt. De man heeft zelf niet eens de obligate bierbuik van de bierliefhebber. Energiek zien we hem talloze keren per dag over ‘zijn’ binnenplein naar de brouwzaal benen. Johan was ooit directeur bij de brouwerij waar de Duvel gemaakt wordt. Maar zijn hart klopt in Antwerpen en hij wist van het bestaan van het fameuze, maar verdwenen Seefbier. Hij zocht verbeten wel drie jaar in familie- en andere archieven en op zolders bij oude brouwersfamilies. Zo wist hij dat de eerste vermelding van Seefbier teruggaat tot in 1677. Bij de toneelkring van de Antwerpse Sint Lucasgilde dronken ze het al. Het bier was eeuwenlang bijzonder populair in en rond Antwerpen en gaf in de negentiende eeuw zelfs zijn naam aan de toen nieuwe wijk de 'Seefhoek'. In deze volkse wijk, berucht om de vele cafés en danszalen, werd volop Seef gedronken.Hoe populair ook, rond de receptuur van Seefbier heeft altijd een waas van geheimzinnigheid gehangen. Niemand die nog wist hoe het troebele bier te brouwen. Iedereen was ervan overtuigd dat de Seef voor altijd geschiedenis zou blijven. Maar Johan is koppig en zocht verder. Als er ergens nog maar een vodje papier te vinden was, met daarop de details van het recept, dan zou hij het vinden. En zo gebeurde in 2012. In een document, uit het einde van de negentiende eeuw, blonken plots de details van het recept. Johan kon brouwen en intussen drinkt Antwerpen naast een ‘bolleke Konink’ voluit een ‘Seefbierke’. Koppigheid is tot veel moois en lekkers in staat! En zo steken wij met de regelmaat van de goesting in een goed glas, de straat over. We nemen onder het waakzame oog van de oude dame, plaats aan een tafeltje en we drinken een pint. Misschien beste lezer, nodig ik je wel eens uit. Misschien klinken we op een zomerse avond ooit wel op onze schrijfsels.                            

Diane De Keyzer
0 0

Ga ervoor Julie

                                                                               Melsele-Barcelona, 11 april 2018 Beste Julie,   Jouw droom werd mijn werkelijkheid. Ik geloof in het lot. Zijn we tweelingzielen ? Nee, dat denk ik niet. We inspireren elkaar. Jij geeft mij de kracht om mijn grenzen te verleggen. Wie ons samen ziet, zou kunnen denken dat we moeder en dochter zijn. Jij een tiener in de fleur van haar leven, ik een vijftiger met wijs- en vooral grijsheid. De laatste dagen was je veel in mijn gedachten. Jij was mijn katalysator die mijn motor de energie gaf om mijn vliegangst aan te pakken. Wees maar zeker, de adrelanine gonsde door al mijn bloedvaten. Mijn handen trilden zo erg, dat ik bij de check-in mijn paspoort niet uit het doorzichtige hoesje kreeg. “Beveren Verbindt” staat erop  in vermiljoenrood en azuurblauw, het nieuwe logo mijngemeente. Twee uur later, de ontlading. Een melange van opluchting, overwinging en blijheid borrelde op in mijn ooghoeken.                                                                                              Barcelona, 12 april 2018 Beste Julie,   Ik besef maar al te goed welke voorkeurspositie ik heb. Jij droomt er al zo lang van om naar Barcelona te gaan. Door jouw beperking is dat een hele onderneming. Jij bent anders. Je kan niet zoals alle andere leeftijdsgenoten onbezorgd op vakantie vertrekken.  Reizen vraagt voor jou en je familie weken van voorbereiding. Vooral het onderzoek naar rolstoeltoegankelijkheid van de vervoersmiddelen die je zal gebruiken en de plaatsen die je wil bezoeken is een ganse onderneming.  Toch weet ik dat je zal slagen in je doel. Eens samen met vriendinnen erop uit trekken, zonder je vaste begeleiders, je ouders.                                                                                              Barcelona, 14 april 2018 Beste Julie,   Gisteren schreef je me dat je al een aantal vriendinnen hebt gevonden die samen met jou op droomreis willen gaan. Het gaat je lukken. Ook al heb  je een fysieke beperking, mentaal ben je enorm sterk.  Met je positiviteit en empathie kan je elkeen ontwapenen. Wat je me vooral hebt bijgebracht is “leren relativeren”. Je maakt zelf grapjes over je gezondheid, zoals “mama, ik kan best wel op mijn eigen benen staan”, ook al zal dat wellicht in de letterlijke betekenis geen werkelijkheid worden. Laten we hopen, dat ooit deze sleutel wordt gevonden in de medische wereld.    

Elise Legrande
0 0

Brief 2 - Paprikadebacle

8 april   Voor jou blijft zondag familiedag, toch? Dat is ingebakken in het Limburgse DNA. Met z'n allen gezellig rond de vlaai een kaartje leggen. Ik maak er een karikatuur van, maar dat zal jij als stripfanaat wel kunnen plaatsen. Zelf laat ik vandaag een barbecue aan mij voorbijgaan. Mijn broer ziet zijn kans schoon om pinguïn-selfies te showen. (Hij is net terug uit Zuid-Afrika.) Daar heb ik echt geen boodschap aan.  Nee, mijn manier om het dolce far niente te bereiken: cultuur opsnuiven en dan vanop een anoniem terrasje het va et vien gadeslaan. Een gothic koppel trekt zich vestimentair niets aan van het warme weer. Verderop zeult iemand een reusachtige kamerplant over het hobbelige trottoir. Ja, ik voeg momenteel volop de daad bij het woord. Mijn cappuccinolepeltje ligt te glunderen in de zon. Hadden wij trouwens in een overmoedige bui niet afgesproken om op Romereis te gaan? Ik ben al flink aan het oefenen, zoals je ziet, en ik raad jou van harte hetzelfde aan.    Con amore,    Ingemar     10 april    Een tijdje geleden maakten we samen jouw befaamde jambalaya klaar. Onder het versnijden van de paprika liet ik me – weinig tactvol – ontvallen dat ik er als kind een half trauma aan had overgehouden (mijn broer en ik voor het slapengaan in de badkamer – de totale malaise: het zijn momenten die je niet licht vergeet), maar dat ik er intussen wel overheen was.   Ik moet op mijn woorden terugkomen. Gisteravond wokte ik paprika met garnalen: de ganse nacht tussen mijn bed en het kleine kamertje gelaveerd. Je zal begrijpen dat ik de paprika hierbij toch weer tot groente non grata verklaar. Die puntige lastpak behoort niet toevallig tot de nachtschadeplanten. Wat staat er zoal op jouw zwarte lijst?      11 april   Her en der barsten ribfluwelen blaadjes tevoorschijn. Ook de paardenkastanje brengt de lente in stelling. Nog even en overal viseren witte raketten vredig de hemel. Het kan maar helpen om mijn paprikadebacle te verwerken.     14 april   De duiven koeren alsof alles hier Provence is. Er zindert zonlicht door de gordijnen, dus wie ben ik om hen ongelijk te geven? Misschien moet ik mijn dromen wat langer voor werkelijkheid houden. Opstaan met postkaartwoorden en dan beginnen schrijven.  

Ingemar Spelmans
6 0