Lezen

Vrijdag de dertiende

Vrijdag de dertiende blijkt voor velen een geluksdag te zijn. Gewoon een dag zoals een andere. Al die fabels zijn dikke bullshit. Jammer genoeg kloppen de fabels voor mij wel. Vandaag is de eerste dag in lange tijd dat het weer even uitzichtloos lijkt. De eerste dag in lange tijd dat ik me moedeloos, bang en alleen voel. Ik heb het mezelf aangedaan, alweer.   Om een lang verhaal kort te maken: gisteren zijn Nick en ik uitgegaan in Leuven (waar ik nu trouwens op kot zit). Ik heb veel te snel veel te veel gedronken, mijn hele avond verpest en Nick geïrriteerd. Zoveel spijt. Ik snap mezelf ook gewoon echt niet. Bon, Nick was dus wat geërgerd en onze autorit van Leuven naar huis was pijnlijk. Ik voelde dat hij alles nog even moest verwerken, hij hield me wat op afstand. Ik kan dat natuurlijk begrijpen maar morgen is er een andere grote fuif waar we samen naartoe gaan en waarvan hij in de organisatie zit. Hij gaat daar dus al de hele dag zijn en al wat gedronken hebben als ik aankom dus ik weet dat ik van hem dan echt niets moet verwachten. Hij zal me ook wel nog op afstand houden en dat gaat me kwetsen. Ik probeer er mij al de hele dag op voor te bereiden maar het lukt me niet echt. Ik ben bang dat ik me daar zo slecht ga voelen dat het opvalt en dat het een drama wordt. Help me om kalm te zijn en te wachten tot hij naar mij komt of ik hem de volgende dag zie. Help me alsjeblieft.    Alles ging al zo lang zo goed. Ik begin Nick echt heel graag te zien. We klikken echt en we amuseren ons altijd samen. Hij toont ook vaak in kleine dingen dat hij me graag ziet en ik smelt daarvan. Ik ben zo bang dat ik dat kwijt zal geraken. 

Layla Clarke
0 0

Deadline

Tien luttele dagen om een verhaal te schrijven. Terwijl het mij totaal aan inspiratie ontbreekt.Nog één keer wou ik hier komen.Op deze plek waar ik zoveel mooie zomers doorbracht, hoopte ik mijn gesprek met de muzen weer aan te binden.Op mijn bureautje ligt een wit blad geduldig te wachten in het gezelschap van mijn pen.Soms rimpelt het even bij de aanraking van de wind alsof het zeggen wil, ik wacht, ik wacht op de restanten van jouw schrijversziel.Maar na een lange afwezigheid lag mijn schrijftafel onder een dikke stoflaag en blijkbaar heb ik met mijn stofdoek de laatste restjes van het verleden door het raam uitgeschud. Ik keek ze nog even na toen ze zich bevrijd lieten meevoeren door de wind. Ik keek toe hoe ze zich één maakten met het universum.Ik heb mijn hemelsblauwe jurk aangetrokken, het zou niet eens opvallen als ik met ze meevloog.Het eindeloze zicht op de helderblauwe lucht en het zacht kabbelende water doen mij echter dromen in plaats van te schrijven.Zo vaak was de zee mijn muze maar vandaag ontneemt ze mij alle woorden. Desondanks overspoelen golfjes van geluk mijn lijf en mijn gemoed, ik voel me goed.Ik koester mij in de warmte van de zon, een zomerbries streelt mijn haar, loom geef ik me over aan mijmeringen.Ik hoor een vrolijk kinderstemmetje.‘Kijk eens wat een mooie schelpjes mama.’Onder mij klotsen de golven voorzichtig tegen de rotsen, ook zij willen deze vredige zomerdag niet verstoren.Je moet vandaag niet schrijven, fluisteren ze me toe,morgen misschien of overmorgen,er resten nog 3 dagen.Een zeilbootje verlaat de haven en ik vaar even mee terug in de tijd.Tot het stipje aan de horizon verdwijnt en mijn mijmeringen met zich mee neemt.Nog één keer wou ik hier komen.

Nadia Lang
0 0

Vol-au-vent

   <!-- x-tinymce/html --> 'Niet vertragen!', legt Marie zichzelf op als was ze de leider van haar lichaam. Haar benen hebben er lak aan, want ze trappen trager dan haar gedachten. Die slalommen roekeloos van links naar rechts, maken dan weer een sprongetje over een veel te hoge vluchtheuvel, maar weten nooit de rem te vinden. Uit alle macht zoekt ze naar adem terwijl haar fietshelm, die ze net schots en scheef op het hoofd had gegooid, definitief toegeeft aan de zwaartekracht. Hoe hard ze zich ook had voorgenomen goed zichtbaar te zijn - oranje hesje en gele polsbandjes incluis - zo ondraaglijk onzichtbaar voelt ze zich nu. Exact zoals vijf dagen geleden, toen ze hun kleerkast - en bijgevolg ook haar hart - halfleeg aantrof, de mannelijke helft eruit weggerukt. Exact zoals de daaropvolgende avonden, wanneer ze geen drie maar twee borden met vers gemaakte vol-au-vent vulde, nog steeds met zelf getrokken bouillon van kraakverse groenten en een biokip afkomstig uit een aan de rand van de stad gelegen pluimveeboerderij. Want voor haar gezin was alleen het beste goed genoeg, alleen klonk dat gezin nu als een fa in sol groot. Toen ze Clara die avond aan de muziekacademie afzette, had ze zich de uren die haar dag vredig zouden afsluiten, scherpzinnig geportretteerd met verbazingwekkend veel oog voor detail. Daar zag ze zichzelf zitten, weggezakt in de comfortabelste zetel van de woonkamer met een glaasje rood aan de lippen. Het klonk haar als muziek in de oren, en niet zoals die platte hits die ze tegenwoordig op de commerciële radio draaiden. Neenee, Marie's klanken zouden voortgebracht worden door melancholische Motown-platen, die het duet tussen haar en haar man in betere tijden hadden ingezet. Haar ogen fonkelden als het gelige lantaarnlicht dat ze in de schemeravond had gepasseerd, haar hart gloeide donkerrood aan. Zonder het zelf te beseffen bleef de glimlach die zich rond haar lippen had genesteld, heel even in rust. Tot het moment waarop Clara zei: 'Mama, de klarinet ligt nog op de keukentafel.' Veilig was ze altijd geweest. Gedisciplineerd, minutieus, perfectionistisch: eigenschappen die haar nu even zinloos leken als dat steeds leeg blijvende derde bord aan tafel. Telkens werd ze overmeesterd door toeval, tegenstrijdigheden en onbedachtzaamheden. Meer en meer leek haar geheugen gaten te vertonen, die de angst er ruwweg had in geboord. Haar zelden vervulde verlangen om genoeg te zijn, de zaken te laten lopen zoals zij dacht dat ze hoorden te lopen, was nu voorgoed verdwenen. 'Niet vertragen!' Ze geeft haar huissleutel een forse draai en gooit de voordeur weer open. 'Dag Marie, ik kom nog wat spullen ophalen.' Terwijl het parelende zweet op haar voorhoofd onbedwingbaar begint te dansen, zoekt ze naar zuurstof die hap na hap een trapje hoger lijkt te springen. De bas in zijn stem - haar ooit intens charmerend - knijpt haar keel nu verder dicht. Ze luistert er waakzaam naar, terwijl ze de weer teruggevonden klarinet in een stevige wurggreep houdt. De vingers van haar rechterhand knelt ze op de kleppen - als ze zou loslaten, zou ze vast in tranen uitbarsten, wist ze - terwijl ze met haar andere hand een van de blaasrietjes tot splinters verpulvert. Haar gevoelstoonaard transponeert langzaam van majeur naar mineur en brengt dramatisch duistere klanken voort. Marie kan echter maar één ding uitbrengen: 'Bordje vol-au-vent, misschien?'                

Liesbeth Swolfs
0 0

TAALTRIVIAAL

Onlangs plaatste ik een persoonlijk artikel op het alom geprezen of vergruisde Facebook, of Smoelenboek volgens mijn echtgenoot zijn interpretatie. Meestal onthoud ik me van elk uitgebreid commentaar, want elke lezer van een detectiveverhaal weet:   ‘Wat je zegt kan, en zal tegen je worden gebruikt.’ Alle voorzichtigheid overboord, ik citeer mezelf:    ‘Niet geliefd Geregeld volg ik de discussies tussen atheïsten en gelovigen waarin één lijdend – en ik druk op lijdend - voorwerp steeds aan het bod komt: de vrouw. De christelijke geloofsleer bestaat al veel langer dan de Islam en heeft al de nodige lessen getrokken. Ben ik anti-Islam? Neen, ik ben tegen elk geloof waarin de vrouw een ondergeschikte rol speelt. Ben ik een vooruitstrevende feministe die de vrouw op de voorgrond zet? Neen. Alleen de suprematie van de man hangt me de strot uit. Zijn mannen minderwaardig of ben ik een mannenhater? Zeker niet. Ik vraag mij alleen af wat de vrouwen in hemelsnaam hebben misdaan om zo door éénder welk geloof te worden geknecht. En kom nu niet alsjeblieft aan met het verhaaltje van Eva die Adam in de appel liet bijten. Het valt me steeds op dat mannen zich aan de top zetten van het geloof en de vrouw een ondergeschikte rol speelt. Dat zit me dwars. Ik geloof dat we evenwaardig zijn, met elk onze specialiteiten; vrouwen kunnen meerdere dingen tegelijkertijd, mannen heel gefocust zijn. Nog een overblijfsel uit de voor-Neolithische periode, toen groepjes mannen en vrouwen als jagers-verzamelaars rondtrokken. Ik hoop dat we de evolutietheorie toch niet gaan aanvechten? Er zullen natuurlijk altijd uitzonderingen zijn. Het succes van de man-vrouwsamenwerking heeft dus zijn nut bewezen. Vanaf we sedentair gingen leven heeft de man zich stilaan opgeworpen als verdediger en ontfermde de vrouw zich over de kinderen. Zonder de vrouw die meewerkte in de landbouw waren we waarschijnlijk stilaan uitgestorven. Kijk naar de derdewereldlanden waar de vrouw nog steeds de kar trekt. Dus heren van het geloof: Christelijk, Islam, of wat ook, respect in beide richtingen zou van toepassing moeten zijn. Geef de vrouw dezelfde rechten als de man en het is opgelost. Een vrouw is er niet om ondergeschikt te zijn aan de man en ook niet of enkel kinderen te baren. Vrouwen studeren algemeen beter dan de mannelijke studenten en vele vrouwen hebben invloed in de politiek, wetenschap e.a. vooruit staande posities. We bezitten zelfs een hormoon voor vredige samenleving, namelijk het zorghormoon, waarvan de wetenschappelijke naam me nu ontsnapt. Het mannelijk hormoon daarentegen… een man blijft een man, zelfs als hij een pastoor, een Iman of rabbijn is. De aard van het beestje: testosteron beïnvloedt zijn manier van denken. Vrouwen zijn van nature diplomaten of dat nu in –of buitenshuis is. Behandel ze goed en rechtvaardig en ze vertroetelen hun man en kinderen vanzelf. Van de vrouw een slaaf maken of een schepsel dat niet voor zichzelf kan denken is gewoon misdadig. Of hebben mannen het geloof nodig om de vrouw onder de knoet te houden? Het spijt me heren van het christendom, Islam, Joods of wat dan ook: dat is zielig en getuigd van weinig intelligentie.’ Tot daar. Ditmaal Raymond van het Groenenwoud citerend: ‘Het ging vooruit, ja vooruit, het ging verbazend goed vooruit!’ indachtig, kreeg ik veel positieve reacties, en niet enkel van vrouwen. Ja, zelfs dagen daarna. Wat blijkt; voor de westerse beschaving weegt ‘houden van’ zwaarder door dan het geloofsdogma. Mannen in onze maatschappij zijn nu eenmaal meer geëmancipeerd... Stofzuigen, afwassen, luiers verwisselen, koken, ramen lappen, niets is hen vreemd. En als de relatie niet succesvol is kunnen onze mannen hun plan trekken. Als dat geen sterk argument is.    

Fanny Vercammen
0 1