Lezen

Een engel

Met haar kleine gestalte loopt ze een beetje verloren in de drukte.Ik hoor haar iemand vragen waar ze de metro naar Malaga kan nemen.De vrouw reageert niet, waarschijnlijk een toeriste die de taal niet begrijpt.Dan kruisen onze blikken elkaar en ik glimlach:‘Volg mij maar, ik neem de metro naar Malaga.’ Het frêle figuurtje kijkt mij met dankbare ogen aan.  ‘Ik volg als een schaduw, ik zal jullie niet lastig vallen.’   ‘Ik heb zo’n verdriet,’ hoor ik haar opeens zeggen terwijl ze dapper achter mij aan dribbelt.   ‘Hij is een vrouwenloper. Vanochtend is hij gaan vissen. Hij zal wel even schrikken als hij straks vaststelt dat ik er niet ben.’ Ik zwijg, voel dat zij haar hart wil luchten.Ik vertraag mijn pas.   ‘Hij is jaloers op mij. Gisterenavond was er een dansavond. Ik dans heel goed, alle mannen komen mij halen. Hij kan er niks van maar ik heb wel gezien dat hij ondertussen aanpapte met die blondine. Hij heeft haar zonder twijfel zijn curriculum vitae voorgelegd.’ ‘Ik heb zo’n verdriet.’ In de metro installeert ze zich op de bank naast mij alsof we ons leven lang vriendinnen geweest zijn.Ze is zo klein dat tippen van haar voeten amper de grond raken.   ‘Ik weet wel dat hij bij me blijft voor het geld. Hij heeft niks, ik betaal alles. Maar dat deert me niet. Ik heb geld genoeg.’ Wanneer we 20 minuten later Malaga centrum bereiken, ken ik het hele levensverhaal van deze intrigerende ‘poor little rich girl.’Even speel ik met de gedachte voor te stellen haar biografie te schrijven. Op de rambla van Malaga is het druk. Ik voel me bezorgd, bijna verantwoordelijk voor deze fragiele dame.  ‘Ken je hier de weg? Zullen we straks afspreken, dan gaan we samen terug?’ stel ik voor. Maar dan tovert ze een stralende, bijna ondeugende glimlach tevoorschijn, gaat op haar tenen staan en slaat haar armen om mijn nek. Ik krijg zowaar een knuffel en een dikke kus.  ‘Jij bent een engel. Ik had zo’n verdriet maar nu voel ik me beter. Ik ga een zakje noten kopen. Er is een klein winkeltje in de stad waar ze echt vers gebrand zijn, veel lekkerder dan wat ze verkopen aan die toeristische standjes. Ik ben lang voor jou terug.’ Ze maakt een pirouette en verdwijnt kwiek als een balerina tussen de menigte. Tevergeefs probeer ik nog een glimp op te vangen dan de 92-jarige mysterieuze danseuse.Een goed gevoel overspoelt mij.Misschien was het een engel.

Nadia Lang
0 0

Rijbewijs

Het werd hoog tijd. Volgende maand, wnr de nationale feestdag weer samenvalt met mijn verjaardag... 11oktober dus, krijg ik de eer om welgeteld 29kaarsjes uit te blazen van de taart die mijn moeder niet klaar heeft staan als ik het ouderlijk huis bezoek. Zo een groot feest hoeft het trouwens ook weer niet te zijn. Ik zal het nog wel een paar keer in mijn leven deftig uithangen, maar een 29ste verjaardag is nu ook weer niet zo speciaal. Ik plan om het varken uit te hangen als ik de kaap bereik van 30jaar, dat is zo een ongeschreven regel in het leven dat je met uw 18de en 30ste verjaardag een heus feest gaat geven. En bij voorkeur zijn het dikwijls vrienden die er een heus verrassingsfeest op nahouden om u met een list ergens te kunnen droppen waar er een heel feestje voorzien wordt voor u dus, de jarige.   In elk geval, zal deze 29ste verjaardag er mij wel aan herrineren dat ik mij al 10jaar in het trotse bezit mag beschouwen van een rijbewijs type B. En dat moet zeker gevierd worden. Ik ben slecht in verrassingen geheim te houden en pas te overhandigen wnr de tijd er rijp voor is. Ik doe mezelf alle eer aan door het jubilieum te vieren met een tekst. Als dat geen shitty cadeau is?   Is 10jaar trouwens ook al geen relevante tijdspanne dat ik er nog even nostalgisch mag overdoen dat het in 2007 nog niet zo moeilijk was om een rijbewijs te halen? Ik was maar 2x gebuisd voor zowel het theoretisch als het praktisch examen. Dezer dagen is het nog moeilijker geworden, en al zeker als je mijn verstand en onzekerheid van toen zou kunnen overhandigen aan een jonge knaap van 19jaar anno 2017.   Mijn eerste wagen, was een Renault Clio. Nu een wagen kopen, dat gaat meestal gepaard met een stel goede voornemens. Deze voornemens gaan al even snel voorbij zoals de prijs die zakt van uw wagen als je er nog maar met naar buiten rijdt van de garage. Ik ging bijvoorbeeld niet roken in mijn auto, hem netjes houden, er niet onder invloed met rond rijden. Voornemens zijn naïef, ze zijn niet alleen kinderlijk en fantasierijk. Ze willen ons laten geloven dat oude gewoontes slechts oud zullen blijven. Met dat in mijn achterhoofd begon ik maar gewoon te roken in mijn autotje, kuiste hem hoogstens één keer op een jaar, werd verschrikkelijk lui door alle afstanden meer dan 25meter af te leggen met mijn Clio. Pinten pakken deed ik ook met mijn partner in crime. Belachelijke naam trouwens “Clio”.   Vanaf het grote avontuur kan beginnen dat je over al onze wegen kan gaan bollen hier in België en omstreken zijn er wel enkele zaken die je niet in de hand hebt. Het zijn zaken die teleurstellingen tot een gevolg dragen, namelijk de andere generatie die ook in het bezit zijn van een rijbewijs type B. Linksrijders, de bejaardenbond, moeders, vrouwen, homo’s... Er zijn naast files dus nog veel meer frustratie’s te bespeuren op de baan. Ik probeer mij de laatste tijd niet meer zo druk te maken in zaken waar ik geen controle over heb, maar als ik mezelf onder stress zet kan ik het niet laten om iedereen onderweg eens goed uit te schijten. Ik bereid mij mentaal al voor wnr ik eens moet uitstappen aan de volgende verkeerslichten, de action pants van Chuck Norris uit mijn koffer haal, de bandana van Rambo gecontroleerd over mijn hoofd vastmaak... En vervolgens enkele rake klappen uitdeel.   Het kan natuurlijk nog altijd erger, want toen de wegcode werd geschreven was er van Bart Van de Peer nog geen sprake. Ik had het veel beter gedaan... Voorrang van rechts kon mijn kloten kussen, ritsen deed je maar beter op tijd, camions reden enkel maar ’s nachts, voor mij werd het nooit rood licht, geen flitsmarathons om de staatskas te spijzen,...   Maar het ergste moet nog komen, voetgangers op kop van het leger des heils der zwakke weggebruikers. Het is blijkbaar een even groot zwak om voor de minderheid, de klagers, een gans wetboek speciaal aan hen te besteden. Ik snap niet dat er nog geen zebrapaden op de autostrade worden voorzien. Ik sta tegenwoordig op de lokale wegen mee aan te schuiven tussen letterlijk 100auto’s om mss een glimp te mogen opvangen van een bejaarde kwijler, en een moeder die met haar kroost oversteekt. Tegenwoordig brandt een rood licht ongeveer 13minuten. In vergelijking met het geluk dat je mag hebben als je toch eens zo een klager kan zien oversteken is dat verdomd een zeer klein gegeven. De kans dat ik morgen Euromillions win is groter dan dat ik van het andere gegeven eens getuige mag zijn.     Maar natuurlijk, een democratie is gebouwd op de fundamenten van een bende klagers over fijn stof, rokers op café, files, de overkapping van de ring in Antwerpen, de sinksenfoor op het zuid, het klimaat, ... Zwakke weggebruikers zijn klagers. En klagers krijgen altijd gelijk.   De wet van de sterkste of die van Murphy is voor rascisten. Als ik ooit zo eens een voetganger tegenkom zal ik er eens mijn gepeperde mening aan vertellen. Den afgekapte boom in vuilen aap! Over apen gesproken, ik zag vandaag op het nieuws dat minister van migratie Theo Francken bakken kritiek kreeg omdat hij Soedanese illegalen wil laten identificeren door een compartiment van diezelfde regering. Nu luistert goed, Soedan daar is het warm. Maar nu ook weer niet zo plezant warm als in Bodrum tijdens september. Er is daar een luguber figuur aan de macht, met name Omar al-Bashir... Basshie voor de vrienden. Deze man hebben ze in Den Haag al eens willen vervolgen voor de genocide in Darfur. Ik kan snappen dat mensen, apen, vogels, en nog van die dieren die alleen maar in Afrika voorkomen naar hier willen komen ondanks de regen.   Maar hoeveel stof er daar ook mag zijn, ze hadden vast niet verwacht hoeveel stof hun komst hier zou doen opwaaien. Er zouden 60 van die Soedanesen hier in België zitten, waarvan er 1 op de 2 een asielprocedure met onderscheiding kan afwerken. Dus als je dacht dat het examen voor een rijbewijs moeilijk is moet je maar eens polsen bij die bende negers hoe moeilijk het is om hier in fort Europa te willen komen wonen... Niet zo supermoeilijk me dunkt.   In ieder geval, de regering is niet tevreden over de communicatie waar onze Theo zich onderscheid van zijn andere collega’s. Over zijn manier van aanpakken werd echter niet gemoved, het waren klagers zoals de hooligans van écolo die van zich lieten horen. Theo werd met een nazi vergeleken.   Heel het land op zijn kop omdat er uiteindelijk 30 illegalen van Soedan in Brussel wat verlopen liggen te lopen. 30man... Een bus vol... Daar klagen ze hier over. En iedereen springt mee de bus om hun mening zeker eens te laten horen. Geen nood, iedereen komt aan de beurt. Als je een klager bent tenminste.   Maar is er hier iemand die voor mijn belangen eigenlijk opkomt?   Ahja wacht, dat ben ikzelf.

Bart Van de Peer
0 0

De wachtzaal

Een kind kan niet blijven zitten en de moeder heeft het opgegeven hem terecht te wijzen. Iedereen wordt aangesproken. Meestal vangt hij bot, ogen star vooruit blijven ze aan hun stoel gekluisterd. Meneer, heb jij ook pijn? Pijn, niet bepaald, jongen. Maar het is hier een ziekenhuis en ik denk dus wel dat er iets mis is met mij. Mijn mama heeft pijn, zegt ze. Oh, en daarom ben jij nu met je mama hier. Ja, dat denk ik. Maar ik ben niet ziek. Als enige wilde ik wel een woordje met hem praten. Die steriele bedruktheid, dat gevoel mag wel even ontlopen worden. Het lijkt hier meer op een lijkwake. Wil jij met mij spelen? Ik verveel mij! Dat zal niet gaan, hé jongen. Ook ik zit hier te wachten. Milan, laat meneer eens met rust. Mijn blik gaat naar de moeder die met een veel te strenge stem haar zoontje toeriep. Kan dat ook niet rustiger? En is het niet te begrijpen dat die jongen zich verveeld. Was het niet mogelijk voor een oppas te zorgen, of zijn ze hier voor hem, en niet voor haar? Met een sussend gebaar kijk ik haar even in de mooie groenbruine ogen. Een glimlach komt om haar lippen. De heer De Bruiker, de heer De Bruiker. Ik sta op en volg de corpulente man in witte doktersjas. Ach, moet ik bij deze man … Tweede deur rechts - klinkt het bars – alleen je slip en kousen aanhouden. Verdomd zeg, wat een hoffelijke begroeting. Moet ik deze man in volle vertrouwen mijn rugprobleem gaan beschrijven? Tweede deur rechts, een piepklein pashokje met alleen een kapstok en spiegel aan de muur. Zo kan ik straks controleren of ik het overleefd heb. De grijns om mijn lippen doen mezelf even schrikken. Zo ongerust? Mijn evenbeeld vertelt me meer dan ik zelf vermoed. Opletten of de spiegel barst. Gaat u maar liggen, mijnheer De Bruiker, het is voor uw rug zeker. Dan zullen we langs die kant beginnen. De barse stem is verdwenen en deze aanspreking is met een zekere lach in de stem. Natuurlijk wordt u helemaal doorgelicht. Legt u zich maar op de rug, in het toestel zien wij u van alle kanten. Mijn voeten schuiven het eerst naar binnen. Met mijn hoofd blijf ik buiten, voldoende zicht op het glas waarachter de dokter mij beveelt Even rustig ademen, en dan proberen stil te blijven. Dank u. Langzaam schuif ik nog iets verder in een holle koker. Veel kan ik niet zien, ook mijn hoofd moet ik stil houden. Gelukkig, en dat is toch vreemd, heeft die dokter mij bijna ongemerkt, met twee riemen vastgegespt. Stil liggen is dan de enige mogelijkheid. Alleen mijn handen zijn vrij om te bewegen. Toch houd ik die ook stil, opdracht is opdracht. Hoe sneller ik hiervan af ben, hoe beter. En als er iets misloopt door mijn schuld, dan zal terug de barse stem tot mij spreken, vermoed ik. Een gezoem weerklinkt. Verder gebeurt er schijnbaar niets. Is dat doorlichten? Er komt geen licht aan te pas. Even beweeg ik terug, verder de koker in. Een ander zoemend geluid geeft mij precies trillingen aan de onderrug. Dat zal dan het specifieke aan dit onderzoek zijn. Ik voel vreemde tintelingen in mijn rugspieren. Mijn buik heeft teveel spekvet, zouden ze daar door geraken? Mogelijk een nieuwe manier om te vermageren. Moet ik straks eens vragen of dat kan. Ik voel weer enkele snokjes en wordt terug naar mijn beginpositie geschoven. Lachend komt de dikkerd uit het glazen kantoor. Zo, mijnheer De Bruiker. U kan terug langs pashokje twee verdwijnen. De secretaresse aan de balie hierboven zal u een document geven waar u beneden de rekening mee kan betalen. Volgende week woensdag weet uw huisdokter de uitslag. Bedankt en tot een volgende keer. Ondertussen ben ik bevrijd en kan ik nog net de uitgestoken hand van mijn goedlachse dokter drukken. In het pashokje zie ik verwonderd in de spiegel. Was dat het? Zal die dokter zonder een hand naar mijn rug uit te steken, kunnen zegge wat er met dat lichaamsdeel misloopt? Dan heeft mijn huisdokter er al meer energie in gestoken. Zij heeft heel mijn rug handmatig gecontroleerd en zo vastgesteld dat ik naar deze specialist moest. Die laat dat zijn specialistendoos werken en zal op zijn computer mijn probleem kunnen vaststellen. De spiegel blijft mij aanstaren, ik knipper met de ogen. Dit wordt beantwoord, waardoor ik mij zekerder voel. Mijn kleren passen nog en angstzweet voel ik niet. Bij de balie komt de jongen naar mij toelopen. Alles goed met u, mijnheer? Met mij wel, heeft de dokter gezegd. Ik mag naar huis. Komt u bij mij spelen? Lachend geef ik de jongen een hand terwijl de moeder vriendelijk naar mij wuift.

Luc Van Roosbroeck
0 0

Uw maatschappij? Daar zit ik ook in

“Zeg mij eens Bartje, heb je nog over andere zaken een mening die je maar al te graag wilt delen op het wereldwijde web?” vroeg ze zeer oprecht. Het leek toch zo. Dus ik probeerde een gepast antwoord te geven. “Ja hoor, ik heb een mening over mensen met witte sokken in hun sandalen zoals jij, de parochiefeesten van Oelegem, de pannekoekenbak van de scouts, het schuldgevoel dat ik heb als ik weer maar eens iets bestel bij Zalando... Maar doe mij maar eerst een halve kilo van jullie gehakt die ik zo meteen in de spaghettisaus ga draaien” Ze leek een beetje verrast door het vlotte antwoord waar ik haar met bediende toen ze nogal nerveus haar lepel in het gehakt stak, om een poging te ondernemen om in 2keer perfect af te kiepen op 500gram...   “Wendy is uw naam toch? Ik weet dat uw man de naam Koen draagt, er zijn nog al een hoop verhalen die de ronde gaan als ik hier wat verderop een pint ga scheppen in de kroeg... Naar het schijnt heeft hij eens gekust met een gehandicapt meisje van 20jaar met carnaval, ze was niet verkleed en dat was het ergste. Maar allé van horen zeggen, hoorde veel natuurlijk é Wendy?”   “Mijn naam is idd Wendy, mijn man en ik zijn uit elkaar, maar we runnen nog wel deze slagerij samen... Je zal zelf weten hoe het gaat in een dorp als Oelegem é Bartje? Het zal u wss niets verbazen dat ik uw naam ken? Moet je nog iets hebben Bart? Het is vandaag hamburgerdag, 3kopen is 1gratis.”   “Nee bedankt, ik kom eigenlijk hier maar gehakt kopen omdat ik er een autistisch trekje op nahoud dat ik voorverpakt gehakt niet leuk vind. Ik ben ooit eens toen ik klein was ziek geweest van het eten van een curryworst. Sindsdien, eet ik geen curryworsten meer. Verleiding is er eigenlijk ook niet meer geweest hoor Wendy als dat als een geruststelling mag tellen voor u. Dat jullie slagerij afrip 1ste klasse is neem ik er maar bij”   “Dat is dan €3,88 aub...”   “Ik vraag u de rekening Wendy, ik vraag u niet hoeveel het kost om deze tent over te nemen!” Al een geluk kom ik er nog vanaf met een mopje... In plaats van een kans te benutten om een vraag te stellen waarom ik een schuldgevoel heb telkens ik iets bestel bij Zalando, verstopte Wendy zich maar achter de rol van de vrolijke slagersvrouw die bedrogen werd door een man die een zwak had om onschuldige wannabe adolescente vrouwen te kussen op carnaval.   Ik voel me schuldig als ik iets bestel op Zalando omdat ik weet dat de werkomstandigheden daar allesbehalve zijn, mensen die daar werken zijn niet gelukkig. En diegene die dat wel beweren te zijn? Die zijn nog minder gelukkig dan de rest die daar hun tegen hun zin de shiften tot een eind brengen om dan thuis te komen en vrouwlief met een Tefalpan de kop in te slaan.   Ik ben met momenten nogal gewend aan het dragen van verschillende merkkledij. Nu dat kost geld, ik heb hier zo een polo liggen van Hackett. Het koste mij €90 om het ten huize Van de Peer te krijgen. Dat is veel geld voor iets dat me even gelukkig kan maken. Ik voel me één op dat moment met deze geplaagde maatschappij waarin “kopen” en “graag gezien” worden de nummer 1 delen. Het is een totale verrassing als mensen als ik er dan nog eens over gaan schrijven ook. Bart zou Bart niet zijn mocht hij daar zijn hoofd niet over breken. Ik stel mezelf constant in vraag. Waarom doe ik dat eigenlijk? Niet het in vraag stellen van mezelf maar waarom hecht ik er belang aan om verzorgd voor de dag te komen... Het feit dat ik mijn geweten probeer te sussen dat mijn aandeel niets bijdraagt, laat staan mijn standpunten halfhard probeer te maken waarom het een vergiftigd geschenk is dat ik kledij bestel op Zalando.   Zinloos.   Soms moet ik mezelf maar eens wat meer proberen bij te brengen dat sommige vragen waar ik met zit even zinloos zijn als ik ze nog maar effectief zou stellen. Niemand is er dezer dagen met gedient om een vraag te krijgen van... “Zouden er echt vrouwen wakker worden die met een tas koffie staan te dansen in lingerie en erbij vermelden dat ze een bad hair day hebben?”   Die zaken zijn een gewoonte geworden, het is normaal om ons allemaal beter voor te doen dan we eigenlijk echt zijn. Begrijp mij niet verkeerd, ik wil ook niet altijd even “eerlijk” overkomen, natuurlijk moet ik zelf ook eerst een uur liggen piekeren wnr ik een foto op facebook post, of een selfie trek om mijn instagram vol te proppen. In een maatschappij die we zelf hebben gevormd, daar moeten de stemmen van de mensen die er beklag op hebben maar gezellig meedraaien ook niet te hard uitgesproken worden.   Er zijn geen morele regels die gehanteerd moeten worden voor we onze facebook als een bende voyeurs gaan checken op zoek naar verschillende nutteloze zaken. Ik krijg het bijvoorbeeld benauwd van als mensen iets zeggen van “allé dat zet je nu toch niet op Facebook...” Het zijn net die zaken dat verdomse een referentie zijn, iets waar we onze vingers van aflikken als we dagelijks Facebook opendoen. Waarom zou ik er dan vragen over stellen? Omdat het een verslavend, geluk gevend middel is geworden dat ons allen bereikt. De dag dat je geen like meer krijgt voor een foto van uw geliefd kind, een leuk liedje, een mooie foto,... Dan stel ik niet alleen meer de vragen, maar dan is het aan jullie om de gemakkelijkste weg te kiezen en de schuld te leggen bij de wereld, de maatschappij waarin we verkeren, en met een middelvinger te wijzen vol teleurstelling dat we niet meer zo innovatief zijn als het aankomt om ons dieet, gymlessen, sportclubs te delen op sociale media.   Facebook is fake news, net zoals het echte sociale leven vanaf ik mij nog maar buiten begeef.   Maar zo fout hoeft fake niet te zijn.   Zijn er trouwens geen leuke quotes die ik kan vinden om het dragelijker te maken?   "# It cuts like a knife when I tell you to get a life." Fluisterde ik tegen mezelf toen ik genoot van het buitensporig gedrag van Koen den beenhouwer.

Bart Van de Peer
0 0

Hij zweeg als een graf

Het liep tegen elven toen hij thuiskwam. Muisstil, omdat hij vermoedde dat ze al sliep, sloop hij op kousenvoeten naar de in het duister gehulde woonkamer, schonk zichzelf een slaapmutsje in en plofte voldaan in zijn zetel. Vrouwlief die half ingeslapen op de sofa lag, kwam langzaam overeind. Een vaag odeur van parfum prikkelde haar neusgaten en ze was meteen klaar wakker. Ze meende die geur te herkennen. Of toch niet? Ze gebruikte al jaren geen parfum. Ze knipte de lamp aan en begroette hem met een vlammende scheldtirade.‘Weet je hoe laat het is? Dat is nu al de derde keer deze week. Maar nu is het genoeg. Ik zal je eens vertellen hoe laat het is...’Hysterisch raasde ze verder.Hij zweeg als een graf. Dat was olie op het vuur.Hoe luid ze ook schreeuwde en tierde, hoe hard ze ook huilde, de eindeloze woordenstroom gleed van hem af als een zondvloed van een marmeren grafsteen. Onverschillig aanhoorde hij haar verwijten. Hij maakte zijn glas leeg en verdween zonder ook maar één woord te zeggen naar de slaapkamer. Haar boze woorden galmden nog even door de gang. Toen werd het stil.Ze kroop in een hoekje van de sofa en huilde hartstochtelijk. Ze wou niet naar bed, kon het niet aan naast hem te liggen. Het bed in de logeerkamer was niet opgemaakt.Tranen stroomden over haar verhitte wangen terwijl ze op wraak zon. Ik kan dit niet langer aan, dacht ze. Ik vermoord hem!Ze schrok van deze onverwachte ingeving die maakte dat ze kalm werd. Allerlei scenario’s speelden zich voor haar af. Een vuurwapen had ze niet, een keukenmes zou hij haar zo afhandig maken, bovendien was ze niet zo koelbloedig. Hem verstikken met een hoofdkussen leek ook geen optie. Dan maar gif. Gif, ja, je stapt gewoon de apotheek binnen en vraagt een flesje arsenicum waarop de behulpzame apotheker de gebruikelijke vraag stelt: kent u het gebruik mevrouw?Met de huisapotheek zou het wel lukken: een cocktail van slaappillen, kalmeerpillen, bloeddrukverlagers en nog wat van die antidepressiva die ze een tijdje geslikt had. Ten stelligste af te raden in combinatie met alcohol. Morgen was het hun huwelijksverjaardag, dat vroeg om een speciaal etentje. Hij zou vast beginnen met zijn scotch on the rocks. Als ze de soep niet te vlug opdiende zou hij nog een tweede nemen.Ze zou haar specialiteit bereiden. Een pikant oosters soepje, zijn lievelingskostje.Extra pikant dit keer.Als hij nu maar thuis kwam eten...Suf gepiekerd viel ze uiteindelijk in een fleecedekentje gewikkeld in slaap. ’s Morgens was hij al vroeg weer naar kantoor vertrokken. De onderhandelingen over de fusie was na wekenlang onderhandelen eindelijk een feit. Na de eindeloze besprekingen en de saaie zakendinertjes was hij aan wat rust toe. Bovendien was het vandaag hun huwelijksverjaardag. Hij voelde zich een beetje schuldig, de voorbije weken waren heel stresserend geweest en hij begreep dat ze zich verwaarloosd voelde. Gelukkig had zijn perfecte secretaresse, die de belangrijke data in zijn agenda bijhield, hem er gisteren aan herinnerd en tijdens de middagpauze was hij een flesje parfum kopen. Hij herinnerde zich de geur nog perfect, maar de naam was hem ontsnapt. De gedienstige verkoopster had hem geholpen met enkele teststrips en hij had het onmiddellijk herkend. Tevreden had hij de strip in zijn borstzakje gestopt.Ze had zich echt uitgesloofd. Het decor was perfect; de sfeerverlichting, de zachte romantische muziek, de tafel gedekt voor een tête à tête en de glazen die fonkelden als kristal in het schijnsel van het kaarslicht lieten niets aan de verbeelding over. Ze had zelfs enkele rozenblaadjes gestrooid op de hagelwitte tafelloper. Wie zou vermoeden wat hier beraamd werd.Toen hij thuiskwam, stelde hij opgelucht vast dat ze in de keuken was. Snel moffelde hij het cadeautje onder een kussen. Dat zou hij geven als ze zich na het eten in de sofa nestelden.In de keuken werd hij verwelkomd door de geur van zijn favoriete gerecht. Ze had een sexy jurk aangetrokken en begroette hem met haar verleidelijkste glimlach. Hij kuste haar en bedacht hoe heerlijk ze straks zou ruiken, het zou weer net als vroeger zijn.Terug in de woonkamer zette hij zich met een zucht van tevredenheid in zijn zetel genietend van een scotch en soda. Terwijl Michele Torr zong, emmène moi danser ce soir, schonk hij zich nog een tweede drankje in. Hij zette de stereo iets luider en ging naar de keuken. De soep was klaar. Joue contre joue et serrés dans le noir… Fais-moi la cour comme aux premiers instants… Comme cette nuit où tu as pris mes dix-sept ans… hoorde ze Michele Torr zingen. Ze hield het potje met het dodelijke mengsel boven zijn soepkom die ze net had uitgeschept.Ze schrok zich rot toen ze plots zijn armen om haar heen voelde. Het potje viel ondersteboven in de kom.Flirtons ensemble enlacés dans le noir…“Deed ik je schrikken?” vroeg hij terwijl hij argeloos het potje uit de soep viste.Michèle Torr zong ondertussen haar volgende liedjeQuand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe l'avou je m'emflame, flame, flameEt tampis pour les larmes, larmes, larmes“Zal ik deze alvast meenemen?” vroeg hij terwijl hij aanstalten maakte om de soep mee te nemen.Met vuurrode kaken hield ze hem tegen.“Dat was een potje met zeezout, de soep is niet meer eetbaar. Zullen we maar uit eten gaan?”Hij dacht aan zijn pakje onder het kussen en wat zou volgen.“Ik heb een beter idee, we bellen de uithaalchinees en eten gezellig thuis.” Quand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe me donne corp et âme, âme, âmeEt tampis pour les drammes, drammes, drammes

Nadia Lang
0 1

Marisol

Zoals gewoonlijk heerst er een gemoedelijke sfeer in het Caffè Italiano. In deze gezellige coffeeshop bekijken gehaaste mannen in costuum nog even de financiële kranten, verdiepen jonge gasten in jeans en T-shirt zich in de laatste nieuwsberichten of Facebook op hun smartphone terwijl vrouwen van verschillende leeftijden damesbladen bekijken. Allemaal slurpend van een espresso, cappuccino, ristretto of lungo. Achter de bar verkondigt een reusachtig reclamebord : “Il caffè deve essere nero come diavolo, bollente come l’inferno e dolce come l’amore.” Koffie moet zwart zijn als de duivel, heet als de hel en zo zoet als de liefde.Er staan enkele kleine tafeltjes maar vooral de grote ronde tafels waar je altijd kan aanschuiven voor een kopje koffie zonder verplichting tot enig vormelijk gesprek met andere bezoekers, nodigen uit tot verpozing. Op die manier is er altijd wel een plaatsje ook als je alleen bent. Ik vind het heerlijk hier ’s morgens even halt te houden tijdens mijn ochtendwandeling. Alleen maar toch nooit alleen.Ik vlei me neer aan één van de grote tafels waar slechts één andere gast verscholen achter een krant zit te wachten om bediend te worden. Een handtas neem ik nooit mee, in mijn jaszak heb enkel mijn huissleutels, een pakje papieren zakdoekjes en wat klein geld voor een koffie. In afwachting dat iemand mijn bestelling opneemt begin ik al vast mijn kleingeld te tellen en stel vast dat ik net iets te kort kom. Niet erg denk ik, het is redelijk druk vandaag, even een korte adempauze en dan vertrek ik weer voor mij iets gevraagd wordt. Maar ik voel dat de man aan de overkant van de tafel mij stiekem geamuseerd gadeslaat, waarschijnlijk heeft hij begrepen wat mijn probleem is. Hij legt zijn krant neer, tast in zijn zak en legt wat klein geld voor me op tafel. ‘Nee, nee, dank u’, mompel ik verlegen terwijl ik mijn centjes weer in mijn jaszak stop. Maar dan staat de dienster opeens aan onze tafel met de vraag: ‘Wat mag het zijn?’Als ik wil rechtstaan hoor ik de gulle man aan de overkant zeggen: ‘Twee espresso's graag, voor mevrouw en mij.’ Voor ik enig bezwaar kan maken is ze al weer verdwenen. Wanneer de dienster even later de koffies brengt, neemt de man met een galant gebaar het dienblad van haar over en vraagt mij met een glimlach hem te volgen. En ik volg, als een lam dat naar de slachtbank geleid word. Een beetje verderop zet hij zich een aan tafeltje voor twee. Dit kleine tafeltje in de hoek heeft een intiem karakter en creëert een soort vertrouwelijkheid waar ik me als getrouwde vrouw niet comfortabel bij voel. Ik weet mezelf geen houding te geven tegenover dit intrigerend figuur die mij nog steeds met een vriendelijke maar tegelijk geheimzinnige glimlach gadeslaat. Ik roer driftig in mijn kopje en bestudeer de kringetjes met zoveel aandacht alsof er niets interessanter te beleven valt terwijl ik tracht zijn blik te negeren met zoveel moeite als je alleen maar doet bij iemand die je meer interesseert dan een ander.Hij leunt genoegzaam achterover in zijn stoel en zegt dan: ‘ Ik ben Gino, aangenaam. Mag ik jouw naam weten in ruil voor de koffie?’Gino! Ik had het kunnen weten, een knappe zelfverzekerde Italiaan die mij het hof probeert te maken.‘Marisol’, antwoord ik zo neutraal mogelijk.‘Marisol. Wat een mooie naam! Zee en zon. Heb je altijd hier aan zee gewoond?’‘Geboren en getogen in de stad maar toen mijn man hier een baan aangeboden kreeg, kwamen we aan zee wonen.’Zo weet hij meteen dat ik getrouwd ben en niet geïnteresseerd, denk ik.‘Marisol, Marisol, herhaalt hij nog een keer met zangerige stem alsof hij een melodietje neuriet.Zijn blik, zijn houding, zijn warme stem maken dat ik me meer en meer ongemakkelijk voel. Ik drink mijn koffie en sta op. ‘Nogmaals bedankt, ik moet er weer vandoor,’ zeg ik in een poging om weg te komen, alhoewel mijn pauze in dit etablissement vanwege de aangename sfeer en de rustige muziek meestal veel uitgebreider is.‘Blijf nog even, misschien heeft het lot ons hier vandaag samengebracht,’ zegt hij zacht.‘Ik geloof niet in het lot,’ antwoord ik bijna stotterend.Het is niet het lot dat mij hier vandaag binnen deed gaan, neen ik deed dat uit vrije wil. Uit gewoonte, omdat ik dat leuk vind.Maar iets in zijn houding maakt dat ik me terug neer zet.Het timbre van zijn stem en zijn rustgevende aanblik maken me zenuwachtiger dan ik zou mogen zijn. Het gesprek dat begint met wat vormelijke informatie mondt langzaam uit in een vertrouwelijkheid die past bij ons intieme hoekje. Wanneer ik op mijn horloge kijk, merk ik dat de tijd voorbij gevlogen is. ‘Ik moet er nu echt vandoor’, zeg ik met een beetje spijt in mijn stem.Gino glimlacht, een zelfzekere maar warme glimlach. Hij heeft een scherp gehoor en dat tikkeltje spijt is hem niet ontgaan. En dan ligt plots zijn hand op de mijne. ‘Wanneer zie ik je weer? Ik wil je graag mijn huis in de duinen laten zien, je hebt er prachtig zicht op zee...’Lap, denk ik, dat heb je dan met die Casanova. Ik had het kunnen weten.Terwijl ik mijn jas aantrek zeg ik plagend: ‘Zullen we dat misschien aan het lot over laten?’‘Maar jij gelooft niet in het lot’, zegt hij vriendelijk en zijn hese stem klinkt zowaar bijna smekend. Ik vermoed dat hij acteur is of zanger of misschien is hij gewoon een commediant.‘Maar jij wel. Arrivederci a presto, se il destino vuole.’ (Tot weldra als het lot het wil)Met deze woorden verlaat ik haastig het caffè voor ik me weer door die dwingende ogen laat tegenhouden. Die ogen, zwart als de duivel, die stem heet als de hel en die vleiende woorden zoet als de liefde. Wanneer ik de volgende morgen bij de bakker sta, kijkt Marie de bakkersvrouw mij veelbetekenend aan. ‘Je hebt dus kennis gemaakt met de grote baas,’ zegt ze met een knipoog.Ik trek verwonderd mijn wenkbrauwen op.‘Gino Salvatore,’ zegt ze, ‘de eigenaar van de coffeeshop.‘Oh is hij de eigenaar?’ antwoord ik stomverbaasd en tegelijk gegeneerd alsof ik me betrapt voel. Ach ja! Marie levert de croissants in de coffeeshop.‘Wel, een vriendelijk man hoor, hij bood mij een koffie aan,’ zeg ik nonchalant.‘Weet je, die man is een beetje eenzaam sinds zijn vrouw overleden is. Hij zoekt wel vaker gezelschap in zijn coffeeshop.’ Zo zo, denk ik, het had dus niets te betekenen. Misschien heb ik het me allemaal ingebeeld.‘Hij heeft een prachtig huis in de duinen maar hij zal zich daar nu wel eenzaam voelen zo afgelegen van de wereld,’ zegt ze terwijl ze mijn brood snijdt. Ik betaal het brood. Gelukkig komt er ondertussen een andere klant binnen en kan ik me uit de voeten maken. Ik hoop dat Marie mijn rode kaken niet heeft opgemerkt. Bah, aan zee als er zoveel wind is, hebben wel meer mensen rode kaken. Onderweg naar huis loop ik voorbij de coffeeshop. Neen, niet vandaag, denk ik. Alhoewel, als hij daar vaker een praatje slaat moet hij me al eerder opgemerkt hebben. Misschien zou mijn afwezigheid vandaag veelzeggender zijn dan mijn aanwezigheid en hij komt waarschijnlijk ook niet alle dagen. Tenslotte heb ik hem niet eerder opgemerkt. Ik vraag me af hoe lang hij al weduwnaar is.Ik haal diep adem en ga binnen. Ik besluit me vandaag op een hoge kruk aan de bar te zetten, kwestie van zo onopvallend mogelijk de het gezelschap te bespieden. Mijn poging om onopgemerkt te blijven, valt helemaal in duigen wanneer ik mijn jas uitdoe en hem over mijn stoel wil hangen. Plagerig glijdt hij langzaam van het te kleine leuninkje en wanneer ik hem probeer op te rapen stoot ik zo onhandig tegen de barkruk dat die met veel kabaal tegen de vlakte gaat. Zoveel lawaai blijft hier niet onopgemerkt. Twee behulpzame handen zetten hem weer overeind.‘Destino ha voluto!’ zegt een bekende stem zacht maar triomfantelijk.(het lot heeft het zo gewild)Het schaamrood vliegt nu naar mijn wangen.Even later zitten we weer in ons intieme hoekje. Het huis in de duinen is werkelijk prachtig gelegen. Vanuit de grote ramen heb je een oninneembaar zicht op duinen waar het helmgras zich gehoorzaam buigt onder de strakke westenwind. In de verte ligt het strand. De wind blaast het fijne zand als stof over een gladgestreken laken terwijl de dartele golven hun witte schuimkoppen op het strand gooien. De zee lijkt groen vandaag met slordige zwarte strepen die het spel van de blauwe lucht en de opgejaagde wolken imiteren. Een eenzame vissersboot heeft het ruime sop gekozen en trotseert de golven.Genietend sta ik voor het raam en tuur dromerig in de verte. Het is nu iets iets meer dan een jaar geleden dat ik Gino ontmoette. Die dag in het caffè begon de zon weer te schijnen. Mijn dwaze hart dat niet meer hopen kon, bloeide open als een bloem in de zomerzon. Ik durfde weer te leven. Marie die stiekeme koppelaarster, zij drong er steeds op aan dat ik weer onder de mensen moest komen en de coffeeshop vond ze een uitstekende gelegenheid. Maar ze had gelijk, we zijn nog zo jong, er ligt nog een heel leven voor ons.Een stom auto-ongeval had mij heel jong weduwe gemaakt net als Gino. Samen vonden we de moed om verder te gaan en maakten we een einde aan die lange jaren van troosteloze eenzaamheid.Vanuit de keuken komt de vertrouwde geur van versgemalen koffie mij tegemoet. Ik voel een liefdevolle arm om me heen en warme lippen die zachtjes mijn wang beroeren. ‘Buongiorno mia cara, ben je al wakker?’Elke morgen drinken wij nu samen onze koffie. Zwart als de duivel, heet als de hel en zoet als de liefde.  

Nadia Lang
0 0