Lezen

de prenten uit mijn vakantieboek

Het zijn de eerste uren van de eerste dag van de vakantie. De regen plenst neer en de lucht toont alleen maar plukjes wit tussen allemaal grijs. De troosteloosheid van de prille uren zonder doel valt loodzwaar in mijn nek en de weemoed neemt het over. De oneindigheid van een zomer maakt mij alleen maar zo moe en het gegil van opgewonden kinderen met spetterende voetjes aan de vloedgolf hoort voor mij bij een postkaart met vastgevroren beeld uit tienerjaren. Ik hoor ze gillen in de verte in mijn hoofd, maar mijn hart en mijn verstand willen ze niet omarmen. Weemoed is mijn bad. Ik neem mijn vijfde kopje koffie en staar nog maar wat verder uit het raam om toch maar niets te zien. Mijn hoofd maneuvreert ineengedoken achterwaarts zijn schuilplaats in. Niet denken. Niet voelen. Een plek waar ik niet wil zijn, maar die het begin van een zomervakantie altijd opnieuw slinks weet te bezetten. Mijn agenda raak ik niet meer aan. Ik staar naar de rode voorkaft, daar blijft het nu ook bij. Op andere dagen streel ik hem traag of soms heel vluchtig met vlakke hand, een mechanische handeling die ik elke dag wel minstens zeven keer doe, voor ik er druk pratend, lachend en vol vuur er gejaagd namen en uren en vlinderende gedachten in noteer. Mijn boekentas –elke morgen de achteloze, hyperkinetische passagier in mijn donkere autokoffer -  leunt in ongemakkelijke houding tegen de stoelpoot aan mijn bureau. Ik kijk vol afkeer weg van het lege, vormloze ding. Ik voel geen deernis voor zijn platte buik, want jawel, ik liet zoals altijd alleen een propje verfrommelde Kleenex achter met roze vegen lippen van mijn mond in het zijvakje met kapotte rits. Het propje zal de zomerdagen overleven. De pennen, de boeken, de mappen en afgedrukte planningen met weloverwogen filters haastten zich al een weg naar een koele kast. Op een schap waar wekenlang geen licht meer zal op schijnen. Het is nu enkele uren later. De regen is gestopt en de eerste priemen zon beklemtonen wat een blije vakantie zou moeten zijn. Een middagdutje deed geen deugd. Dan maar recht de stad in. De radio staat uit. Ik verkies een parkeerplaats de grootte van een autobus om mij erin te laten glijden. Ik loop robotmatig de eerste winkel binnen aan mijn rechterkant. “50% op alles in de etalage”. Ik wil alles uit de etalage: de veel te dure jurk die mij zal laten lijken op een wulpse diva op outdoor sandalen , de bloes met decolleté voorbij mijn uitgezakte navel, rafelende hotpants waar zelfs mijn dijen zich over schamen ... Ik probeer ze allemaal. De spiegel keurt het goed en probeert een haperende high five met mijn bevallig lijf. Nog enkele momenten later kom ik de winkel uit met zakken kleren waarvan ik over een paar maanden zal vergeten zijn dat ik ze ooit heb gekocht. De vakantie doet zijn werk, elk seizoen opnieuw: een instinctmatige verdwazing, van wie ik het nimmer haal. Mijn hersenen geven mij geen kans en mijn hart geeft grif de leegte toe. Het wordt nu langzaamaan weer avond en ik loop nog steeds alleen nog maar wat rond. Ik zou de handdoeken kunnen sorteren op kleur of codes bedenken voor een nieuw klasseersysteem, de lenteschoonmaak herhalen in korte short, de hangmat eindelijk kopen waarnaar ik al zo lang verlang. De eerste uren van de eerste dag van een vakantie laten mij dit allemaal niet toe. De voorbije maanden maken zich dra beetje bij beetje los. Knipogen, vertwijfelde gezichten, trotse zinnen, intens warme gesprekken, veel te slechte koffie, flauwe grappen, ontgoocheld zijn, vergeten zijn, blikken van begrip, de les die goed zat, als één langgerekte kus, 120 minuten lang, kunnen surfen op mijn woorden… Heel langzaam vloeien al mijn beelden, niet gehaast en op eigen ritme, naar dat hart en dat verstand... in de hoop het zomer te laten worden.

Anne-Marie De Clercq
0 0

Overspel

—“Merel? Wat? Merel, dat meen je niet! Dit kun je me toch niet aandoen?”—“Uh... Johan, hallo. Ik bedoel... ben je nu al thuis? Je had toch die eh—“ —“Nee, die ging niet door. Alex is ziek. Maar verdomme, Merel!”—“Ziek? Wat heeft-ie dan?”—"Wat heeft ie dan? Jezus, Merel! Ik tref je met een andere vent in bed en jij informeert naar Alex?"—"Ja, er schijnt een heel vervelend virus rond te gaan en ik dacht als Alex—“ —"Wat? Je maakte je zorgen dat ik het ook zou hebben?"—"Ja, nou ja. En dan ik ook... en dan misschien ook eh... Wouter... Wouter, Johan. Johan, Wouter."—"Je bent niet wijs, mens! Ga je me nou heel beleefd voorstellen aan die naakte ploert in mijn bed?"—"Johan, ik snap dat je een beetje overstuur bent, maar Wouter hier is geen ploert. Wouter heeft vanmorgen, voordat we… nou ja ‘dit’, wel mooi even onze router helemaal opnieuw geïnstalleerd. Dankzij Wouter hebben we weer internet, Johan”—“Internet? Internet?? Merel, snap je dan écht niet wat dit betekent?”—“Johan, doe even rustig. Je maakt me bang. Ja, ik weet wat dit betekent. Wat wil je dat ik zeg? Dat het niet is wat het lijkt? Het is precies wat het lijkt, Johan, en daar kunnen we heel dramatisch over doen en we kunnen gaan schreeuwen en met dingen gooien, maar zulke mensen zijn wij niet, Johan. En bovendien verandert het daar niet mee. Dus laten we ons als volwassen, goed opgevoede en bovengemiddeld hoog opgeleide mensen gedragen en kijken hoe we vanaf hier verder gaan, OK?… Johan, OK?—“OK, je hebt misschien wel gelijk.”—“Goed zo, dat is beter. Doe nou eerst je jas uit — Wouter, doe jij je broek aan — en zet even koffie of zo, dan kunnen we straks, beneden, rustig bespreken hoe we vanaf hier verder gaan.”—“OK… Wouter, suiker en melk?”—“Johan, ik denk dat het beter is als Wouter naar huis gaat. Wouter, ik denk dat het beter is als wij elkaar even niet meer zien. Volgende week misschien weer, goed?”—“Merel, hebben we echt weer internet?”

Bart Snel
0 0

Volgens plan

Als alles volgens plan gaat, loopt de moordenaar zo dadelijk rustig de trap af, opent de deur van de hal van het appartementencomplex en stapt de koele schemermorgen in. Hij zal in zichzelf gekeerd lijken, maar let bij het oversteken wel op het verkeer. Hij valt niet op in zijn zwarte tenue. Hier in Shanghai zijn veel mensen in zichzelf gekeerd en velen dragen zwart. De bloedresten op het mes dat hij bij zich draagt zal DNA bevatten, maar dat kan zowel naar hem als naar het slachtoffer wijzen. Het zal daarna nog even duren voor het lijk wordt gevonden. In een stad met zo veel mensen wordt niet iedereen gelijk gemist. Nadat de stank de buren te veel is geworden, zal er een onderzoek worden gestart en dat zal al snel vast komen te zitten. De stoffelijke resten behoren immers toe aan iemand die nog leeft.Mijn naam is Shi Bin Rui, en wel hierom. Ik ben de derde zoon van een eeneiige tweeling. Dat is mij tenminste altijd verteld, maar hetzelfde werd mijn broers voorgehouden. Onze ouders konden ons vanaf het begin niet uit elkaar houden. Ze hebben ons alle drie gehouden. Dat is bijzonder, en ze namen daarbij een groot risico. We mochten ons uiteraard nooit tegelijk in het openbaar vertonen. In een land waar ouders niet meer dan twee kinderen mogen hebben, zijn drielingen niet populair.Ik denk dat wij instinctief altijd hebben geweten wie de laatste was en dus geen recht op leven had. Nu doet het er niet meer toe. De verdeling van de erfenis zal rechtmatig verlopen. Er wordt aangebeld. Voor de deur staat mijn broer. Precies op tijd.

Bart Snel
0 0

Zondagmorgen, Buitenveldert

—“Goedemorgen meneer”
 —“Uh… goedemorgen. Wat kan ik voor u eh..?” 
—“Bent u bekend met het werk van de Kerk van Johannes de Koper?”
 —“Oh, Jehova’s. Sorry, ik ben niet geïnteresseerd. Goede—”
 —“Nee, geen Jehova’s meneer, alhoewel we die ook vertegenwoordigen. Nee, wij zijn veel meer dan dat.”
 —“Ja, maar weet u, ik heb niks met het geloof, dus eh… laat maar.”
 —“U hoeft niet gelovig te zijn, meneer, dat is het mooie. Ik ben hier niet om u te bekeren, ik kom u twaalfhonderd euro lichter maken.” 
—“WAT! U bent niet goed wijs!” 
—“Ja, nu heb ik uw aandacht hè? Alles draait om geld meneer, en zeker bij de Kerk van Johannes de Koper. En daarom mag ik u — alleen vandaag — een uniek aanbod doen. Mag ik u vragen meneer, wat gebeurt er als u doodgaat?”
 —“Eh… niets?” 
—“Precies. En is dat niet erg weinig? En wat betaalt u daarvoor? Alles bij elkaar? Kist, koffie, cake, en zo?”
 —“Tja, dat zou ik zo niet kunnen zeggen, maar—“
 —“Wat het ook is, het is teveel, meneer, u krijgt er immers niets voor terug, toch? De Kerk van Johannes de Koper biedt u éénmalig een leven na de dood, op maat! En dat voor maar twaalfhonderd euro.”
 —“Twaalfhonderd euro is wel heel veel geld!”
 —“Het is veel geld, maar daar krijgt u dan ook wel héél veel voor terug.”
 —“Hmmm, zoals?” 
—“Onze belangrijkste toegevoegde waarde is natuurlijk een gegarandeerde plaatsing in het hiernamaals van uw keuze, ongeacht uw zonden.”
 —“O?”
 —“Ja, de Kerk van Johannes de Koper is erkend door, en werkt samen met alle grote wereldreligies.”
 —“Oh, oké, en verder?” 
—“Afhankelijk van uw basis-levensovertuiging hebben we allerlei leuke extra's. Voor boeddhisten hebben we bijvoorbeeld een volautomatische wasstraat voor bevlekte karma’s. Neigt u naar het katholieke, dan kunt u deelnemen aan gratis weekendtrips naar weeshuizen, waar alles onder de pet blijft. Bent u joods dan kunnen we u een mooie korting aanbieden op reizen naar Jeruzalem inclusief klaagmuur én gratis rechtshulp bij elke aangifte die u doet wegens antisemitisme van mensen die een ander mening hebben dan u. Voor hindoe—“
 —“Ik ben van huis uit gereformeerd.”
 —“Ach, dat is sneu.”
 —“Niets?”
 —“Nee, onze organisatie heeft nog niets kunnen bedenken waar we gereformeerden blij mee kunnen maken. Ja, vrede op aarde, maar dat druist tegen alle andere godsdiensten in, dus dat hebben we er niet doorgekregen.”
 —“Jammer.”
 —“Wat ik wel voor u kan regelen is dat u, eenmaal de pijp uit, wordt geregistreerd als moslim. U hoeft er zelf helemaal niets voor te doen, maar u krijgt dan als het zover is, dezelfde extra's als de meest fanatieke jihadist.”
 —“U bedoelt… Ja? Meent u dat?”
 —“Geen probleem. U bent dan wel ietsje duurder uit, totaal tweeduizend euro, maar als u die nu niet heeft kunt u gebruik maken van onze aantrekkelijke financieringsregeling; twaalf maandelijkse termijnen van tweehonderd euro, met een contante aanbetaling van driehonderd.”
 —“Nou, dat lijkt me wel wat. Toch? Ik bedoel, maagden en alles? Niet?”
 —“Een uitstekende keuze, meneer! Ik raad u wel aan iets meer op uw gezondheid te letten, zodat u nog enigszins fit bent als u dood gaat. Dan heeft u er nog veel meer plezier van.”
 —“O, ja, da’s wel een goeie —“
 —“En ik moet u waarschuwen, als u ten tijde van uw overlijden een betalingsachterstand heeft, komt u uiteraard in de hel.”
 —“Ja, nee, dat snap ik. Dat is niet meer dan redelijk. Ik voel er wel wat voor hoor. Wacht, ik zal even mijn portemonnee pakken voor die aanbetaling. Hè, ik heb er echt zin in. Momentje hoor.”

Bart Snel
0 0

Countdown

Mijn einde is aanstaande. Binnen nu en pakweg twee minuten ben ik er geweest; dood. Vergeten misschien nog niet, maar dat zal snel volgen. 
Kijk ik ernaar uit? Nee. 
Is het eerlijk? Nee. 
 Maak ik me er druk om? 
 Nee.   Ik ben de protagonist in dit verhaal, en als je dat eenmaal doorhebt, weet je dat je je hebt te schikken naar de grillen van je schepper; wat in de meeste gevallen een schrijver is. Niet de meest stabiele types. Hoe dan ook: je weet waar je aan begint. Ik zou u graag willen vertellen over mijn leven. Hoe ik zonder vader, met een illegale, aan cocaïne verslaafde Cubaanse moeder opgroeide in de sloppenwijken van Miami. Hoe ik met een 'voetbalbeurs' op de universiteit van Florida terecht kwam. Geen Ivy League, maar toch; ik kwam in kringen die anders onbereikbaar waren. Ik studeerde geschiedenis en politicologie, liep stage in brandhaarden als Libanon en Pakistan. Ben gegijzeld geweest, met de dood bedreigd en erger.   Ik werd diplomaat in Jerusalem, ontmoette een prachtige joodse vrouw, we trouwden, kregen kinderen, Benjamin Fidel en Rachel Rosalita; Benji en Rosa. Ik zou u graag over hen vertellen, maar er is geen tijd. Niet mijn schuld. Shoot the messenger.   Ik was speciaal adviseur van de president, tot hij besloot dat mijn moraal niet de zijne was. Ik schreef boeken over diplomatiek leiderschap, zogenaamde *New York Times bestsellers*, maar bespaar u de moeite, u zult ze niet vinden bij Amazon; het was fictie, net als ik. Hoewel wat ik schreef over Bush sr. wel degelijk waar was.   Het is uw gemis, dat ik u er niet meer over kan vertellen. Ik zit er niet mee. Echt niet. Eén tip nog, voor lotgenoten. Er ís leven in dit leven. Tussen de regels. Neem er de tijd voor.

Bart Snel
0 0