Lezen

Schemering

Ik ben zo bang om weer iemand kwijt te raken. Die angst is er altijd en toch word ik zo snel verliefd en geraak ik zo snel gehecht aan iemand. Ik snap het niet. Waarom leer ik mezelf niet te beschermen van al die pijn en al dat verdriet? Ik wil niemand meer missen. Ik wil vastgehouden worden en gerustgesteld. Elke keer opnieuw begin ik te piekeren over alles dat ik dacht te weten. Over liefde voornameijk, omdat ik zo twijfel aan mezelf. Hoe kan iemand mij nu graag zien? En als dat al gebeurt, hoe kan het dan voor een lange tijd zijn? Ik was er zo van overtuigd dat ik nu niet meer hoefde te piekeren, dat jij me wel graag zou kunnen zien. Nu neem je weer meer afstand en ik moet mezelf de hele tijd dwingen niet aan je te denken. Zag ik je maar eens, kon ik me nog maar eens in je schouder begraven en voelen dat het oké was. Ik smeek je, speel niet met mijn gevoelens. Geef me zekerheid en bovenal, geef me liefde. Ik hunker naar die liefde en ik kwel mezelf door er telkens beelden van op te zoeken en zo mijn visie over de realiteit helemaal te idealiseren. Ik zou gewoon blij moeten zijn met wat ik heb en wat ik krijg. Maar geef me net iets meer, alsjeblieft, maak me gelukkig. Ik zou gelukkig kunnen zijn, maar dat laat ik afhangen van andere mensen die me telkens teleurstellen. Waar ligt de grens tussen gelukkig en ongelukkig zijn? Ben ik ongelukkig of weet ik niet wat het is om ongelukkig te zijn? Ik moet het geluk in mezelf vinden, maar hoe? Help me papa, help me, want ik weet dat jij je ook zo voelde. Ik weet dat je me begrijpt. Maar ik weet niet of je zelf een oplossing hebt gevonden. Ik weet niet of je gelukkig was en dat kwelt me ook. Ik zag je zo graag, ik voelde me gelukkig, gekoesterd bij jou en dat zoek ik nu in andere armen, in andere ogen, in een ander hart. Ik wou dat ik je wat langer bij me had gehad, zodat je me kon leren wat liefde was, wat het leven was en wat ik ervan kon verwachten. Ik leef niet nu. Ik word niet wakker, maak steeds dezelfde fouten en voel me pas iemand als een jongen me vasthoudt, me kust, me toedekt met een warm deken zodat ik zou kunnen slapen. Help me om de juiste keuze te maken en breng me een jongen die me leert hoe mooi het leven kan zijn. Laat het Nick zijn, zodat ik niet nog eens door die helse pijn moet, zodat ik niet weer maanden lang in negatieve gedachten leef. Test me niet tot het uiterste, want ik weet dat ik er wel doorkom, uiteindelijk, maar geef me een kans te genieten van het leven en me te ontwikkelen tot iemand die ik wil zijn. En zie me graag, want dat is wat jij me in mijn eerste negen jaren van dit leven getoond hebt.  

Layla Clarke
1 0

ZIEKENHUISBLUES

Je hebt toch al die plastiek flessen in elkaar geperst voordat je hen in die blauwe PFD- zak gestoken hebt hé? En je weet toch dat je het papier en karton al op zondagavond voor de deur moet zetten, want die vuilkar komt maandagochtend zo onmogelijk vroeg langsgereden, zodat je bijna de wekker moet laten aflopen! Ik hoor de orders van mijn ziekenhuismannetje door de kamer zweven. Ik betrap me erop dat ik gewoon antwoord op de vragen in mijn hoofd. Eventjes schrik ik als ik mezelf tegen mezelf hoor praten. Zijn dat niet de eerste tekenen van één of andere mentale ziekte? Maar met wat opzoekingen op het internet wordt ik al snel gerustgesteld. HLN krant van juli 2015 Iedereen doet het wel (meer dan) eens: luidop met jezelf praten, waardoor je tamelijk gestoord lijkt. Toch is er goed nieuws: wie tegen zichzelf praat blijkt niet gek, maar geniaal. Uit een studie die gepubliceerd werd in the Quarterly Journal of Experimental Psychology blijkt dat wie tegen zichzelf praat hoogstwaarschijnlijk niet gek is, maar geniaal/superbegaafd. Dus bij deze, als jullie een stevig rondje hardop willen discussiëren met jezelf, geen probleem. De enige vereiste is dat je nadien nog weet wie van je beide schizofrene helften de vraag stelde en wie de oplossing bood. Nog maar juist hebben we van iedereen de beste wensen voor het nieuwe jaar mogen ontvangen, met vooral een goede gezondheid, als de bacteriën en de virussen zonder rekening te houden met onze planning toesloegen. Ze hebben de tijd van hun leven en ze lachen in hun vuistje, dat ze onze vakantieplannen nog op het laatste nippertje konden dwarsbomen. In plaats dat we nu in Zaventem onze bagage incheckten richting Tenerife, zeulde ik met een handbagage gevuld met pyjama, kamerjas en toiletartikelen richting ziekenhuiskamer. Maar het is stil in huis. Eenzaam verwekkend stil. Dat zo’n klein mannetje zoveel beweging in huis brengt. Manlief ligt nu de derde dag in de kliniek met een stevige longinfectie en ik mis hem zo verschrikkelijk! Het is zo beangstigend, je soulmaatje daar zo koortsig aan allerlei draadjes te zien liggen. Zuurstof, antibiotica, paracetamol en longvocht drainagebuisjes lopen kriskras over het bed. De microbes weten het nog niet, maar de tegenaanval werd meteen al op de spoed ingezet. We zullen wel eens zien wie het laatste ziektewoord heeft! Het moet echter niet allemaal zo negatief zijn. Zo is het ziekenhuis op wandelafstand van ons huis en verbrand ik al wandelend, met mijn stappenteller in de broekzak, mijn calorieën. Samen met manlief wilde ik voordat de bacteriën en virussen toesloegen al enkele kilo’s kwijt. We zouden in Tenerife massa’s slaatjes gaan eten, aan allerlei verleidingen voorbij gaan (hm hm) en geen rosé wijn meer als water drinken. Bij manlief ging de vorige twee weken, zonder de rode wijninname en al hoestend de weegschaal hier al drastisch naar beneden. Bij mij gaat sinds de overgang die vetverbranding- regulator iets moeizamer. Wat zeg ik, iets moeizamer..geloof me, het is een niet aflatende eeuwige strijd! Genieten of chagrijnig afzien.  Maar zoals jullie al konden lezen, ik moet dus voor twee vermageren. Mijn eigen lichaam en dat van die andere, in dit lege huis, kakelende superbegaafde idioot !  Maar ik verlies de moed niet. Ik vraag geregeld aan mezelf of ik dat zoute koekje of dat stukje kaas nu wel in mijn mond zou steken en mijn alter ego antwoordt dan dat ik verdorie door Het Laatste Nieuws bestempeld wordt als geniaal, dat ik me dan ook zo zou moeten gedragen en zou moeten weten, dat elk pondje door het mondje komt. Einde discussie. Misschien een half koekje en één enkel hapje kaas dan? We moeten tenslotte op krachten blijven zodat het aanstormende griepvirus ons niet kan besmetten, niet? Raar dat een ziekenhuisbezoek werkelijk het hoogtepunt van de dag kan gaan betekenen. Ik tel de uren voordat ik mijn zieke mannetje terugzie! Sim Edegem, UZA 15 januari 2017        

Sim
20 0

Apache

Ik hou niet van telefoneren. Ik heb er geen verklaring voor, het is gewoon zo. En het wordt erger met de jaren. Behalve mijn mobiele telefoon, waarin een Belgisch nummer en een Frans nummer zit, heb ik ook een satelliettelefoon. Die was inbegrepen in mijn internetverbinding. Ik bel er zelf nooit mee. Het is een vervelend toestel want de gesprekken komen met vertraging door, zodat de beller en ik soms door elkaar praten. Telefoneren in het Frans vind ik het ergst van al. In een gewone conversatie trek ik me goed uit de slag, maar aan de telefoon gaat het meestal mis. Ik versta de beller slecht, ik begin te stotteren en ik hoor mezelf fouten maken. De weinige mensen die mijn satellietnummer hebben zijn Nederlandstalig, vandaar dat ik, toen mijn telefoon gisteren overging, hem zonder hartkloppingen opnam. Maar voor ik er erg in had, was ik in een chaotisch Franstalig gesprek verwikkeld met een zekere Gianni. Ik kon hem heel moeilijk verstaan, hij sprak snel en ongearticuleerd en hij had het over een briefje met mijn telefoonnummer dat ik ergens achtergelaten zou hebben. Ik begreep er niets van en ik zei dat het wellicht een vergissing was, maar hij hield niet af. Naast hem hoorde ik een vrouwenstem die hem leek aan te moedigen. Ik probeerde meer te weten te komen, maar het enige wat ik nog kon verstaan was dat ik ‘du boulot’ voor hem zou hebben. Ik begon iets van de vasthoudendheid te begrijpen, maar ik moest hem teleurstellen. Het was een vergissing zei ik, klaar om in te leggen.‘Maar is dit dan niet uw nummer?’ vroeg hij en hij ratelde mijn satellietnummer af.Dat moest ik natuurlijk toegeven, anders was hij niet bij mij terecht gekomen.‘Ik heb in ieder geval geen briefje achtergelaten,’ zei ik. Ik was trouwens een paar dagen de deur niet uit geweest, want het regende al achtenveertig uur aan een stuk.Ik hoorde hem stilaan opgeven en haar ook. Nu de woordenstroom wat minderde, profiteerde ik ervan om het gesprek af te ronden en in te leggen. Het was onprettig. Ik stelde mij Gianni en zijn vrouw voor met het briefje waarop mijn nummer stond dat iemand bij hen onder de deur geschoven had. Ik had er geen idee van hoe ze eruitzagen, maar ik kon de teleurstelling op hun gezichten raden. Een paar uur later belde hij terug. Zijn vrouw was er ook weer bij. Hij stak hetzelfde verhaal af, alsof we elkaar nog niet eerder gesproken hadden. Ik herinnerde hem aan het vorige gesprek. Maar hij bleef het over dat briefje met mijn nummer hebben.Toen vroeg hij of mijn man thuis was.‘Ik heb geen man’, zei ik. En ik had meteen spijt dat ik dat gezegd had. Want wie was die Gianni eigenlijk? En wat voor informatie probeerde hij mij te ontfutselen?‘Het spijt me, ik kan u niet helpen,' zei ik. En toen zei ik nog eens ‘je suis désolée’ en ik legde in. De hele avond bleef ik aan die twee gesprekken denken, aan Gianni en zijn vrouw die hun hoop op een klusje in rook zagen opgaan omdat het nummer niet klopte. Misschien dachten ze dat ik het wel was geweest met dat briefje, maar dat ik van gedacht was veranderd en het klusje niet meer aan hen wou geven. Misschien zonnen ze nu op wraak.Het hield me ook bezig of ik wel spijt mocht hebben van het feit dat ik gezegd had dat ik geen man heb. Was dat geen misplaatst wantrouwen? Ik werd er meer en meer onrustig van. Rond negen uur ging de telefoon weer over. In weerwil van mijn telefoonangst, hoopte ik dat het Gianni was. Ik zou hem vragen om traag te spreken en alles nog eens met hem doornemen. Misschien was er een twijfelachtig cijfer in het nummer. Maar het was een andere meneer. Zijn stem klonk ouder.‘Solange?’ was alles wat hij vroeg.‘Nee,’ zei ik, ‘Hier is geen Solange.’Ik zei mijn naam maar niet. Hij excuseerde zich en legde in. Had die man misschien het briefje van Gianni in handen gekregen? En dacht hij misschien dat het een streek van Solange was? In mijn hoofd ontrolde zich een Franse zwart-witfilm met een jonge Belmondo als Gianni en Jean Gabin als de laatste beller. Op één dag had ik vier mensen leren kennen: Gianni en zijn vrouw, de oudere man en Solange. Maar meer dan vier personages in dit verhaal zullen ze niet worden, want er werd niet meer gebeld via de satelliet.   *** Vanmorgen zat er een bedelaar bij de ingang van de natuurwinkel in Prades. Voor een bedelaar zag hij er netjes gekleed en weldoorvoed uit. Maar hij zat op een muurtje met een paar muntjes voor zich uitgestald en hij sprak iedereen die passeerde buitengewoon vriendelijk aan. Achter hem zat een magere vrouw naar de grond te staren. Af en toe fluisterde ze iets in zijn oor. Ik was niet van plan om hen iets te geven. Toen ik naar binnen wou gaan, kwam er net een dorpsgenote naar buiten met een volgeladen winkelwagen. Voor we met elkaar in gesprek geraakten, ging ze naar de bedelaar en gaf hem een fles vruchtensap. Uit het contact dat ze hadden, begreep ik dat ze dat hadden afgesproken: geen geld, wel iets te eten of te drinken. Ik vond dat slim van haar. Het paar deed me denken aan Gianni en zijn vrouw. Ik dacht erover om zijn naam te vragen. Als het nu eens Gianni was? Dan kon ik meteen de zaak rechtzetten.Ik raapte mijn moed bijeen en vroeg hoe hij heette.‘Apache,’ zei hij, ‘comme l’indien.’Zijn vriendin heette Geneviève.Het voorbeeld van mijn buurvrouw volgend vroeg ik wat ik voor hen kon meebrengen uit de winkel. De vrouw schudde haar hoofd: ‘Niets.’Apache bestelde melk.‘Demi-écrémé de préférence, s’il vous plait.’Ik kocht twee dozen melk en gaf ze bij het naar buiten komen aan Geneviève, want Apache was al weg. Ik overwoog nog even om te vragen of ze een Gianni kende, maar Genevieve had duidelijk geen zin in een gesprek. 

Christine Van den Hove
14 0

Frieten of kroketten?

2017 is nog maar pas met knallende vuurwerk en confettibommen op gang geschoten.  Dat nieuwe overtollig kilootje, netjes bij elkaar gehamsterd door 1, 2 en meergangen menu's, plakt storend aan je lijf.  Het nestelde zich net op die plaats waar je het liever niet had gehad. Dat nieuwe kussentje confronteert je pijnlijk met de laatste voornemens, zorgvuldig bij elkaar gewenst in de nieuwjaarsbrief aan jezelf. De ogenschijnlijk realistische voornemens,  in euforie en overmoed uitgesproken,  wankelen en vertonen scheurtjes die vergelijkbaar zijn met die van de Brusselse tunnels.   De servetten en het hagelwitte feesttafelkleed liggen fris gewassen  klaar in de wasmand om gesteven en gestreken te worden.  Maar dat stel je nog even uit.  Omdat de nieuwe rodewijnvlekken erop je zeker opnieuw zouden terugbrengen naar die laatste discussie.  Vol kwaad bloed zette je toen met brusk geweld je glas op tafel, rode wijn opspattend omdat die zekere slag niet moest gekocht worden omdat jou harten dame de hoogste kaart in het spel was. Op leste hand. Binnen was het warm.   Kaarsen en theelichtjes branden nog steeds nostalgisch omdat je hoopt zo dat einde-en nieuwjaarssfeertje nog even vast te kunnen houden. Je staart besluiteloos naar de kerstboom. Aftuigen? Ballen en slingers zorgvuldig opbergen in de plastieken  verpakkingen en alles opnieuw naar de zolder in de grote kartonnen doos "nieuwjaar". Of nog een week laten staan?    Frieten of kroketten?  Die vraag haalt me bruusk uit mijn dagdromerij en brengen me tot de orde van de dag.  Want ook in 2017 moet de innerlijke mens gesterkt en moet biefstuk gebakken worden op een heet vuur in een kleefpan. Witloof. grof gesneden met een halve Granny Smith, tuifje versgehakte dragon en een klad versgedraaide mayonaise.   De kerstboom staat er nog en de servetten en het tafelkleed wachten nog op stijfsel en een heet strijkijzer.  Maar dat doe ik morgen wel zodat ik dan ook nog heel even kan wegmijmeren bij de nieuwe rode wijnvlek en die harten dame die zonder enige twijfel een zekere slag was.   En ik staar naar buiten.  Uit de grijze wolken dwarrelen dikke witte vlokken. Ik nip van mij hete koffie.  Binnen is het warm. Ik zag dat het goed was. Ook in 2017 met of zonder afgekochte harte dame op de laatste hand. <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object>

jan pultau
60 0

Nooit meer dromen

“Ik droom eigenlijk nooit,” zegt hij. “Dan moet jij wel heel zen in het leven staan, als je ’s nachts niets te verwerken hebt.”   In mijn hoofd zie ik een oertriest dromen-coördinatie-lokaal, waarin één dof mannetje werkt met een knoert van een bore-out. Elke avond zet hij zich met een zucht achter zijn bureau, duwt hij zijn bril wat hoger op zijn bleke neus en legt zijn magere hand op een lege A4. Alweer niks. Geen angsten, geen frustraties. Traag neemt hij de rode stempel, drukt die zorgvuldig en gelijkmatig neer en zet bedachtzaam een krabbel met een glanzende, zilveren pen. Het lege blad komt in het uit-bakje, hij trekt zijn grijze regenjas aan en doet de deur stilletjes toe. De rest van zijn uren doodt hij dan maar in het stationsbuffet.   Bij mij krijgt de dromencoördinator – afgekloven nagels, rood aangelopen wangen, een wijde blouse waar ze om de 9 seconden aan pulkt – het amper gebolwerkt. Elke shift opnieuw stoot ze op een uitpuilende inbox, een verse stapel dossiers vol post-its en uitroeptekens en een genadeloos tikkende klok. Ze vloekt aan één stuk door omdat ze alweer een fucking nachtmerrie over “het is de avond van onze première en ik ben al mijn tekst vergeten” moet combineren met “vastzitten op een hoog platform dat steeds kleiner wordt”, terwijl er nog drie onzinnige dialogen liggen te wachten, een woeste kus, een fictief huisdier dat plots zoek is en, want dat kan er ook nog wel bij, een verse guts schuldgevoel, voor half zes. En dat is alleen de originele planning, he, dus daar komt sowieso nog iets tussen – je zal het godverdomme elke keer zien. Wanneer er een telefoontje binnenkomt met de vraag of die ene futiliteit die 11 jaar geleden fout liep niet nog eens aan bod kan komen, smijt ze de hoorn neer. Het bruistabletje plopt het glas koud water in. Het wordt een lange nacht.  

Sofie Rycken
27 0