Lezen

De Grijze Zot (kortverhaal)

_ Jezus   De vaalgrijze aluminium rolluik kraste, piepte en kraakte open. De kruipolie moet al sinds de barre winter op zijn. Zoals elke morgen staat hij er weer. Hij, een man met een grijze baard en grijs lang haar. Een gevallen Jezus op pensioen. Net zoals zijn idool is hij zwakzinnig en wandelt hij op sandalen. Mét witte sokken maar zonder de 12 vrienden. (Om 4 uur aan de kerk, pak al uw vrienden mee,… ik kom ook alleen.) Ik zou er niet mee mogen lachen, maar hij is zo’n figuur waar jij jezelf van afvraagt van waar ze komen. Hij staat elke morgen, met z’n plastic zakje van de “jébé” in de hand, te wachten op de grote opening van de parfumwinkel. “What’s in the bag, I don’t know”, maar het is al 5 maanden hetzelfde zakje. Waarom hij daar is? Wel, voor de Bimbo.   _ De Bimbo van de Bondgenotenlaan.   Tiziana. Tiziana van de Paris XL. Welriekend. Lange gelakte paarse nagels. Korte volslanke benen met bovenop twee ronde billen verpakt onder de beschermende atmosfeer van een veel te strakke legging. Elke morgen opent ze plichtsgetrouw de winkel. Eerst alle lichten aan, dan de achtergrondmuziek en tot slot de ouverture. Mét publiek. Elke dag opnieuw. Ze drukt op de knop links van de rolluik die krassend en piepend omhoog draait. Eerst ziet ze zijn sandalen en witte sokken. Vervolgens tonen de versleten joggingbroek en het plastic zakje zich. Afsluiten doen we met het sjofele houthakkershemd, de lange grijze baard en de starende lege ogen. De ogen die naar haar en naar nergens kijken. Ze lijken niet te leven, maar toch op zoek te zijn naar haar.   Ze doet de verschillende sloten van de glazen deur los en trekt de deur open. Ze kijkt naar hem. Hij kijkt naar haar en blijft staan waar hij stond, wachtend op zijn kusje. Dan stapt ze naar buiten, gaat op haar tippen staan en kust hem op een stukje wang zonder baard. Soms speelt er een vage geheim-zinnige glimlach om zijn lippen. Andere keren geeft hij geen kick. Na het heilige moment gaat ze terug naar binnen, neemt ze plaats achter de toonbank en zet ze de airco op. Als een oud en vergeeld blad in de wind wordt hij verder geblazen door de lucht uit de airco en verdwijnt hij schuifelend en strompelend uit haar zicht.   _ Ik_ #1   Dit is het schouwspel dat ik elke morgen rond 8.55u opgevoerd zie. Gratis en voor niets. Twee topacteurs in de film van hun leven, hun carrière. Ze weten het zelf niet en zullen het waarschijnlijk nooit beseffen, maar elke morgen kijk ik aandachtig naar hen. Vanachter mijn krant begluur ik hen en hoop ik op een onverwachte wending. Als het regent, zal ze bijvoorbeeld een oude paraplu nemen en hem zijn kusje geven zoals de meisjes dat doen in de films uit de jaren vijftig. Haar linkerhand op zijn rechterschouder, staande op de tip van haar rechtervoet, het linkerbeen geplooid in een hoek van negentig graden. Even, voor heel even, is de Bimbo dan een gracieuze verschijning. Even straalt ze pure elegantie uit, maar de regen spoelt dat onmiddellijk weer van haar af.   Daar kan ik dus nog van genieten. Van die kleine menselijke momenten. Momenten die we vergeten, maar het eigenlijk niet waard zijn om vergeten te worden. Momenten die we soms delen, maar al te vaak voorbijgaan vooraleer we beseffen dat we ze beleven. Wie is er nu niet gelukkig, wanneer hij de eerste zonnestralen van de lente op zijn huid voelt, de droge geur van de zomer ruikt of op een zondagmorgen de eerste sneeuw van de winter ziet neerdwarrelen? Dat geluk bepalen we niet zelf, maar wordt ons in de schoot geworpen. We moeten er niets voor doen buiten al onze zintuigen gebruiken. Openzetten zoals de ramen tijdens een grote schoonmaak. Alles laten verschijnen en opnemen. Met volle teugen drinken van de bron van fenomenen die we zelf niet beheersen. Mensen en hun daden zijn zoveel kleiner dan we denken.   _ De plaatselijke don   Wie ben ik? De barista noemt me Don Cappuccino. Elke morgen terwijl ik het toneeltje aanschouw, drink ik namelijk een cappuccino. Un cappuccio, zoals ze dat zo mooi zeggen in Italië, al dan niet verwijzend naar de kap van de habijt van de orde der Kapucijnen.  Eigenlijk ben ik ook eerder een kapucijn dan een don. Een monnik die bedelt, niet een of andere jonkheer die geld schept of de kleine boeren pluimt in opdracht van zijn vader. Al vijf jaar ben ik werkloos, leef ik van de staat, van de anonieme liefdadigheid van onze sociale zekerheid. Een profiteur volgens velen. Een mens voor enkelen.   Maar ik heb wel degelijk een ziel en denk nog steeds na bij de dingen. Elke dag lees ik plichtsgetrouw de krant. Geen enkele letter sla ik over. Ik versta niet altijd wat er geschreven staat, maar zo leer ik bij en blijf ik bij de zaak. Dertig jaar heb ik gewerkt, maar ik was te jong om op pensioen te gaan. “Te jong”. Het argument dat gebruikt wordt om een tienjarige naar bed te sturen, terwijl zijn drie jaar oudere broer wel naar de tweede helft van de Champions League-match mag kijken. Pathetisch. Belachelijk. Ridicuul. Vond ik toen en vind ik nog steeds.   Mijn ontslag was geen donderslag bij heldere hemel. Het bedrijf waar ik werkte, kende al jaren problemen. Om de 6 maanden daalden de heren en dames de glazen trap af met het heugelijke nieuws dat er opnieuw mensen zouden moeten vertrekken, omdat ‘ons’ bedrijf financiële moeilijkheden bleef kennen. Financiële moeilijkheden die het gevolg waren van stijgende loonkosten, toenemende grondstofprijzen, belastingverhogingen, onvoorziene situaties en wat nog allemaal. Het ene excuus nog minder geloofwaardig dan het andere. Zever. Gezever.   Eigenlijk kwam de neergang van het bedrijf neer op de onkunde van de heren en dames van ‘den boven’. Wat wil je ook? Met hun neus tot hun dertigste in de boeken gezeten. Met hun ogen verdwaald in een virtuele realiteit waar niets lijkt op wat het is. Met hun handen in hun zakken langs de zijlijn gestaan. Met hun mond over alles en iedereen een mening. Met hun oren veel te weinig geluisterd naar wat de gewone werkmens, de homo sapiens lavoriensis, denkt en wil. Neen, onze vrienden, die van de homo sapiens virtualytus-soort, zouden het ons eens komen uitleggen. Draaide dat even verkeerd uit, zeg. Om de haverklap stonden ze aan mijn bureau om uitleg te vragen over hoe dit of dat te werk ging. Ze dachten de firma te kunnen kennen door zijn rekeningen, contracten en ratio’s te bestuderen, maar verloren in die zwart op witte-jungle de mensen achter de cijfers uit het oog. Ook mij.   Zo kwam dus ook mijn dag om te gaan. Om de schoenen aan de haak te hangen. Niet dat ik wou stoppen met werken, maar ik had geen keuze. Of beter, heb er geen gehad. Ik werd met het oud papier meegegeven en eindigde als een plaatselijke don aan een tafeltje in een koffiebar in Leuven.   _ Ik_#2   De eerste maanden heb ik nog her en der aan werk proberen te geraken, maar een oude man in dienst nemen is voor een bedrijf geen vanzelfsprekendheid. Dat begreep en begrijp ik. De talloze afwijzingen die daarmee gepaard gingen, kon ik echter maar moeilijk verteren. Te jong voor het pensioen, te oud voor te werken. Machteloos grijpend naar de zeldzame opportuniteiten kwam ik terecht in een spiraal naar de bodem van mijn bestaan. Ik had jaren gewerkt, bijgedragen en mijn plicht vervuld, maar plots was er voor mij geen plaats meer. De virtuele mens dreef mij, de werkmens, uit mijn habitat. Ontheemd zwierf ik langs allerlei tijdelijke baantjes en eenmalige opdrachten op zoek naar een hoger doel in mijn leven. Onderweg begon ik te schrijven over mijn ervaringen op het slagveld van de ouderen-werkloosheid. Ik werd schrijver, godbetert, een echte luierik. Een nietsnut eerste klas.   Misschien moet ik toch maar intreden en echt monnik worden. Trouw zweren aan die gekruisigde dwaas op sandalen, zonder witte sokken, maar mét 12 vrienden. Dan kan ik bedelen zonder mij schuldig te voelen en leven van de liefde voor iets dat er niet is.   _ Een gedicht van mij   Langs het water waart een man Een man die lijdt Een man met spijt   In het donker doorstaat hij angsten Vreest voor niets Bang van alles   Twijfelend, wijfelend aan de rand Zoekt hij Een helpende hand   _ POV: De Barista   Wel, Peter heeft jullie zijn verhaal uit de doeken gedaan. Dat verhaal is echter niet volledig. Peter komt hier ondertussen een jaar of drie elke morgen zijn cappuccino drinken, de krant lezen en het merkwaardige theater aan de overkant van de straat in de gaten houden. Hij is inderdaad werkloos, maar zijn mislukte zoektocht naar een job was niet zozeer te wijten aan een persoonlijk falen, dan wel aan een spijtig toeval. Zijn broer Ward, de grijze zot met het zakje van de GB, kreeg vier jaar geleden immers Alzheimer. Geen ouders meer om voor hem te zorgen nam Peter die last op zich. Elke dag maken ze tussen 8.30u en 9.30u een wandeling door de binnenstad waar het tafereel voor de Paris XL inherent deel van is. Dan ontmoet de mooie Tiziana haar vader die zich haar niet meer herinnert, maar nog altijd van haar houdt.

Egbert Dasdonk-Mirador
22 1

De Keizer van de Nacht (kortverhaal)

_NIGHTINTHECITY In de oranje gloed van een straatlantaarn stond een groepje jongens te lachen met en te wijzen naar elkaars smartphone. De vier gierden het uit. In het appartement aan de overkant van de straat flitste een tv van wit en blauw naar groen en grijs achter een vaal geel gordijn. Beneden op het troittoir zag Lucas twee zwarte vrouwen waggelen, pratend over de kinderen en hun familie. Hun dikke zwarten haren en huidskleur stonden in schril contrast met hun witte kunststoffen winterjassen. ‘Des dames blanches passent dans la reu’. Al vond Lucas dat zelf maar een povere woordspeling. Wit met zwart vanboven op. Dat kon beter. Hij zag de witte dames de hoek omslaan en concentreerde zich weer op de meute uitgelaten jonge wolven. Een van hen was ondertussen vertrokken, maar de drie overgebleven jongelingen waren nog druk bezig zich te verslikken in hun eigen lach. Zittend op de vensterbank, nipte hij van zijn glas wodka-cola terwijl hij met zijn vingers tokkelde op de rechterdij. Zijn gsm trilde. Een bericht. ‘Kom af.’ Hij schudde zijn hoofd en stak het toestel terug in de rechterzak van zijn versleten jeans. Hij nam nog een slok en keek de kamer in. Een eenzame nachtlamp verspreide een zwak maar warm licht. Deborah lag uitgestrekt op de matras op de houten vloer. Het laken over haar gegooid, zoals een vod over gemorste vloeistof op de grond. Hij sloeg zijn hoofd achterover tegen de muur en keek naar het plafond. Een van de vochtvlekken leek stilaan de vorm van Groenland aan te nemen. Een andere vlek deed hem denken aan Brazilië. Hij sloot zijn ogen en concentreerde zich op alle geluiden. Deborah’s regelmatige ademhaling speelde haasje over met het tikken van de klok. In de achtergrond weerklonk het gezoem van de koelkast en het gekraak van de verwarming. Verder weg onderscheidde hij de bastonen van de ondergrondse nachtclub in hun straat, maar ook het hoge geblaas van de straalmotoren van een passerend vliegtuig. Hij vroeg zich af hoe totale stilte zou klinken. En of er iets zou klinken, want stilte die klinkt is geen stilte. En als er niets zou klinken, het dan ook echt helemaal stil zou zijn. In zijn hoofd. Achter zijn ogen. Tussen zijn oren. De jongens op straat namen afscheid en gingen elk hun weg. Naar huis, naar het lief, naar een volgende bijeenkomst? God mag het weten. Lucas keek naar onder, zag het voetgangerslicht op groen springen en een van de jongens oversteken, terwijl hij zijn koptelefoon opzette. Een oudere dame schuifelde haastig in de andere richting en botste tegen de jonge snaak op. Hij keek even op, grijnsde en liep door. Het vrouwtje draaide rond haar as, trippelde ter plaatse, vond de juiste richting en strompelde verder. Maar de stoeprand was er te veel aan. Een van haar voeten bleef hangen tegen een uitstekende straattegel. Ze viel vlak op haar gezicht, alsof een windhoos haar uit het niets tegen het voetpad blies. Lucas bleef kijken. Ze bewoog niet. Er verscheen een hoofd aan een raam vanachter een gordijn in een appartement, schuin ten aanzien van zijn raam. Lucas deed teken, wees naar de vrouw en draaide zijn duim naar boven en onder. De persoon aan de andere kant van de straat, keek naar hem en haalde de schouders op. _BETONNENBAYWATCH Lucas sloeg zijn glas achterover, trok een pull aan, nam zijn jas van de stoel en gaf een kus op de gloeiende wang van Deborah (Huh, waar ga je heen. Ik ga roken, ben direct terug. Ok, ik blijf sla…) Hij deed de deur open, controleerde of hij zijn sleutels en gsm bij had en sloot de deur. Hij daalde de trap af in galop en verliet het gebouw. Hij liep naar links en zag één van de vier tieners foto’s nemen van de gevallen vrouw. ‘Leeft ze nog?’ ‘Weet ik veel, mijn portefeuille was uit m’n broek gevallen dus was die aan het zoeken en toen lag zij hier en ja, daar moest ik toch een foto van nemen. Dit is zo cool en vreemd en….’ ‘Sodemieter toch op, aasgier, help haar liever’ ‘Neen, man, ik blijf daar vanaf’. Van mens naar ding in vijf minuten. Lucas belde het noodnummer. ‘Komaan kerel, bol het af’. Een wegvegend gebaar versterkte zijn zin en werd beantwoord door een boze blik. De jongen droop af. ‘Ja, ik sta hier op het kruispunt van de Synagogestraat en de Bankstraat. Er ligt hier een bejaarde vrouw op het voetpad en zij lijkt niet meer te leven.’ ‘Reageert ze op vragen, meneer?’ Lucas zette zich op zijn hurken. ‘Kunt u mij horen, mevrouw?’ Niets. De wind blies de blauwe sjaal rond het hoofd van de dame los en legde een ingevallen grijze wang bloot. Insta-archeologie. ‘Neen, mevrouw, de mevrouw hier op de grond is, denk ik, overleden. Ik heb haar zien struikelen en vallen, ben naar buiten gekomen om te helpen, maar het is denk ik te laat’. ‘Ok, meneer, we sturen zo snel mogelijk een ambulance.’ Lucas keek op en zag een vrouw in groene anorak de straat oversteken. ‘Is ze dood?’ ‘Ja, en wie bent u?’ ‘Chrissie, ik zag haar vallen en ik denk dat jij daarna naar mij hebt gekeken en teken hebt gedaan’ ‘Ah ok, ja, ik zag je gezicht niet goed, Chrissie. Ik heb ondertussen de ambulance gebeld. Ze zijn onderweg’ ‘Ok, dan wacht ik hier met jou’. _DEEENZIJNDOOD Na tien minuten ijsberen, klappertanden en handen wrijven kondigden blauwe lichten de komst van de ambulance aan. ‘Bent u Lucas Muster?’ ‘Ja, ik heb gebeld’. De ambulancier knielde en draaide de vrouw om. Haar magere gezicht leek elk moment te kunnen breken. Haar huid leek zo broos als bevroren perkament. Haar ogen staarden leeg voor zich uit. ‘Ze is overleden.’ Toen pas drong het door tot Lucas dat wat hij hier beleefd had niet normaal was. Dat wat hij gedaan had, niet zomaar was. Dat een persoon was komen te gaan. ‘Kende u haar?’ ‘Nee nee, ik zat zomaar te kijken achter mijn raam. Daar.’ Hij wees naar zijn appartement. Zijn knieëen en benen voelden aan als elastieken die na te hard zijn aangespannen geweest, in elkaar krompen. Hij zocht de steun van de motorkap van een geparkeerde auto en wist te blijven staan. ‘We gaan haar meenemen en vlug een korte getuigenis opnemen.’ ‘Ik wil ook getuigen’ zei Chrissie. ‘Geen probleem, mevrouw.’ Een kwartier later klapte het portier van de bestuurder dicht en vertrok de ziekenwagen. ‘Alles goed Lucas?’ ‘Ja ja, heb het koud en weet niet wat ik hiervan moet denken. Wie was ze, waarom was ze hier,…’ ‘De ambulancier zei dat ze dementerend was.’ ‘Ja ja, en als je dat niet gelooft, maken ze je iets ander wijs zeker’. ‘Wees niet zo pessimistisch’ ‘Ik kan er gewoon niet bij. Wat een pech voor die vrouw. Hoe vreemd.’ ’Stil maar, ga naar huis, probeer te slapen’. Hij kijk naar Chrissie. Haar groene ogen keken vertederd. Haar korte stijve haar in de war door de winterse bries. Haar lippen sereen op elkaar. ‘Ja doe ik, aangenaam kennis te maken. Tot later’ ‘Dag Lucas’. _GEEFTDEANDEREENKOPSTOOT Hij diepte zijn gsm uit de rechterzak van zijn versleten jeans en antwoordde op het bericht: ‘Ben daar’. Zijn hoofd draaide overuren onder de kap van zijn jas. Een ongelukkige val op betonklinkers. Was dat het dan? Het einde? Het laatste uur geslagen. Punt aan de lijn. Als een onbekende soldaat gesneuveld op straat in een miljoenenstad op een gewone winteravond. Hij had zich de eeuwige jachtvelden toch idyllischer voorgesteld. De voetpaden, die als natte wangen na een hevige huilbui lagen te glimmen in het licht van de lantaarnpalen, torsten hem, een eenzame stadsdwaler, naar zijn volgende afspraak. Zijn haastige kleine passen klotsten regelmatig in de stedelijke orkestbak. Hij kon niet snel genoeg uit het zicht zijn van de ramen waarin hij zichzelf zag. Een naderende sirene doorbrak zijn gepeins. Een politieauto schoot langs hem door en stopte verderop bij een modernistisch appartementsblok. Twee agenten sprongen uit de auto en repten zich naar binnen. Hij hield halt en bekeek de gebouwen rondom. Nergens stond een man of vrouw aan het raam zich af te vragen wat er gaande was. Hij zag achter de gordijnen mensen zich in hun zetel zetten, kinderen met hun zaklamp op het plafond schijnen en een kat op een kozijn kruipen. Als vissen in een aquarium zwommen ze rustig door, zich niet bewust van wat er zich daarbuiten afspeelde. Zolang men maar op tijd gevoederd wordt. Hij stapte verder. Na een kwartier wandelen kwam hij aan bij Bar Celona, de kroeg van zijn maat Damien. ‘Aha, hier is hij eindelijk, de keizer van de nacht. Kon je weer niet slapen?’ ‘Zwijg toch, Damien, zo lijk ik wel een psychopaat. Ik ben niet in de stemming.’ ‘Oei, oei, de nacht weegt zwaar op meneer. Hier een borrel van het huis’. Lucas goot de alcohol in zijn keel en kon het brandende gevoel volgen tot in zijn maag. ‘Geef me er nog een.’ ‘Komt eraan, het feest is hierachter nog vollen bak bezig.’ Hij sloeg het glaasje achterover. ‘Goed te weten, geef me een wodka-cola en dan ga ik eens een kijkje nemen.’ Damien bediende Lucas, hij betaalde en ging door de witte deur vanachter in de kroeg. De zaal was aangenaam gevuld met hevig dansende jongens en meisjes. Rode, paarse en witte lichten deden de ruimte baden in een buitenaardse sfeer. De luide house-muziek vulde de ruimte. Hij legde zijn jas op een zetel, begroette wat mensen en begaf zich op de dansvloer. Hier voelde hij zich thuis. Een. Volledig. Af. De lage tonen deden zijn buikvlies trillen. Zijn voeten begonnen spontaan te bewegen. Hij stapte ter plaatse van links naar rechts en terug en gaf zich geleidelijk over aan de muziek. In zijn hoofd droeg hij het nummer op aan haar. Dit was zijn requiem voor de vrouw op de stoep. Geen dodenmars, maar een dodendans. Al danste enkel hij, alleen voor haar. Hier, op dit moment, op dit beton, voelde hij zich juist. Hij had er niets aan kunnen doen, had gedaan wat hij kon. De stad had haar leven genomen en haar uitgespuugd als een rotte tand, maar hij, hij voelde zich opgenomen in het voortdurende draaien en malen van dit betonnen oerwoud. De muziek dreunde verder en duwde beat per beat de sombere gedachten uit zijn hoofd. Het werd kalm, zelfs stil in zijn hersenpan terwijl om hem heen lichamen hun armen en benen in vreemde kronkels plooiden en gooiden. Als hij mocht kiezen om ergens dood neer te vallen, zou het hier zijn.

Egbert Dasdonk-Mirador
30 0

Săptămâna trecută în ziare* of VORIGE WEEK IN DE KRANTEN EN OP TV

Ermierii belgieni trebuie decât să învețe muncitori străini români sau polonezi dacă angajează! Wat zegt U? U begrijpt niet wat ik jullie schrijf? Oké ik probeer het nog een keer. Belgijskie ale rolnicy mają się uczyć zagranicznych pracowników rumuńskich i polskich, jeżeli zatrudniają one!Ja zeg, nog steeds begrijpt U niet wat ik jullie vertel! Dan bent U waarschijnlijk niet één van die Belgische boeren die recentelijk een taalbad hebben moeten nemen. Soms zit ik zo verbijsterd naar de televisie te kijken dat ik het fragment eventjes helemaal opnieuw zou willen bekijken om te zien of ik het wel degelijk goed begrepen heb. Staat daar zo’n mannetje van het Vlaams Infocentrum land- en tuinbouw heel trots te verkondigen dat Vlaamse boeren nu een cursus Pools of Roemeens kunnen volgen als ze straks seizoensarbeiders voor de fruitpluk uit Polen of Roemenië willen aannemen. Onze boeren moeten Roemeens of Pools leren als ze vreemde werkkrachten van die landen in dienst nemen!Vindt U dit niet een beetje de wereld op zijn kop? Als U straks in Spanje in de horeca aan het werk wil, zou men het dan daar niet meer dan normaal vinden, dat U een woordje meer kan zeggen en verstaan dan „Dos cervezas por favor.” Zouden de Italianen genoegen nemen met het feit dat U, in hun land als restauranthulpje, alleen in het Italiaans op de romantische toer kon gaan? Ik veronderstel dat ze waarschijnlijk ook zouden verwachten dat U buiten pronto, prego, domani, puo bacio en ti amo, zich toch ook wat kooktermen zou eigen maken. Denkt U dat een Chinees wat Nederlands zou gaan leren, als U zich daar op de arbeidsmarkt gooit? Wat is dat toch met onze halfzachte watjesboerenbondregelaars? Zou het niet verstandiger zijn om aan die Roemeense en Poolse arbeidsmigratie duidelijk te maken dat juist zij de taal van hun werkgevers een beetje onder de knie moeten hebben. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat juist zij een snelcursus landbouwtermen- en inburgeringsboerenbond Vlaams zouden moeten krijgen alvorens ze hun kop maar in één of andere serre zouden mogen steken! Klein examentje afleggen vooraleer ze bij ons ook maar een seizoensgebonden vruchtje mogen plukken?  Ik blijf het onthutsend vinden dat onze Vlaamse landbouwers les zouden moeten volgen, omdat vreemde werkkrachten hen zouden verstaan!  Nog zo iets absurd zijn de recente krantenkoppen over relatiebreuken of echtscheidingen van bekende Vlamingen. De schatten, eigenlijk zijn ze  grappig en simpel tegelijkertijd. Wie van de lezers ligt er nu werkelijk wakker van het feit dat een acteurtje plots na 8 jaar terug single is. Wie kan het schelen of een tv vedette en haar man scheiden omdat ze vinden dat na 10 het liefdesvuur geblust is of ze gemerkt hebben dat aan de overkant het gras groener groeit. Vinden wij het niet degoutant dat een juist in de steek gelaten BV-vrouw  s’ anderdaags in de gazet laat schrijven met wie ze de copulerende nacht doorbracht. En wie zit er nog te wachten op het nieuws van een zuurkous journaliste die verklaart dat zij en haar man na 40 jaar een eind aan hun huwelijk maken. Pluim voor die echtgenoot, ik zou veel sneller van die saaie programma makende heilige boon gaan lopen zijn. Miljoenen mensen lezen de papieren en internetkranten en de scheidende partijen vragen dan ook ineens bij het verschijnen van dit ‚hot item’ tussen de lijntjes door, om hun privacy te willen respecteren. Ondertussen blokletteren zij eventjes hun privéleven in de kranten. Als de splitsende echtelieden de vuile huwelijks was in de mand willen houden, dan moeten ze hun klep houden, hun problemen in hun persoonlijke levenssfeer oplossen zonder daar heel kranten lezend Vlaanderen mee lastig te vallen. Want zeker weten, eens de echtscheiding uitgesproken, gaan we weer met zijn allen in de roddelblaadjes kunnen mee genieten van de meest vulgaire uitleg. Waar ik wel van gesmuld heb, is het verhaal dat VTM stopt met het programma Royalty. U weet wel, dat programma over onze koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen. De kijkcijfers zouden desastreus teruglopen omdat de jeugd niet meer geïnteresseerd zou zijn in die ruziemakende, door ons onderhouden Plopsalandfamilie. Hebt U er al eens over nagedacht waarom zo’n prinses of koningin, nadat ze het glazen muiltje aangestoken heeft, plots zo’n kaasbolachtige of vliegende schotelhoed gaat dragen of zich gaat behangen met goud, edelstenen en diamantenkroontjes ?  Zal U het straks spijtig vinden, eens het programma afgevoerd is, dat U de megadure haut-couturejurkjes, waar U aan meebetaald hebt, niet meer zal kunnen bewonderen? Lacht U ook nog een beetje meewarig als U dat prinselijk nakomertje allerlei onzin hoort uitkramen en telkens opnieuw zonder vergelding door de regering op de vingers getikt wordt? Ik ben er alleszins van overtuigd dat, als onze jongste prins-rebel voor televisie durft vertellen dat hij zoveel meer belastingen aan België betaald heeft, dan dat hij ooit aan dotatie ontvangen heeft, hij duidelijk zuurstofgebrek bij de geboorte gehad heeft. In Antwerpen zeggen wij dan al ginnegappend dat we denken dat er ergens een koninklijk hoekje af is, of voor de Nederlanders, dat hij niet helemaal spoort. Zulke toestanden, waarbij een psychotisch koninklijk kakelnestje om zich heen slaat, laten alleen maar zien dat deze familie niet anders is dan de onze. Alleen teert deze, niet door het volk verkozen blauw bloed monarchie,  mee op onze portemonnee.  Ik denk dat alleen de royaltywatchers, na het afvoeren van dit VTM programma  in zak en as zullen zitten. Nu komen ze straks niet telkens weer in beeld als ze langs de kant van de weg, met Belgische vlaggetjes wuivend, zich weer een tenniselleboog zwaaien als die koninklijke Disneyfigurenoptocht voorbij komt.Diezelfde landgenoten klagen vervolgens steen en been, staken te pas en te onpas omdat de regering teveel zou uitgeven en dat zij te weinig in het loonzakje vinden of als pensioen  uitbetaald zouden krijgen. Vinden deze, in sprookjes gelovende, landgenoten nog steeds dat wij met ons belastinggeld het rijkeluisleventje van het ‚blauwe bloedvolkje’ moeten blijven subsidiëren? Pikken zij het nog steeds dat zo’n bekakt gepensioneerd Efteling-gezin met een zeker misprijzen naar zijn burgers wijzen, omdat hun exuberante dotatie verminderd werd?  VTM heeft het duidelijk begrepen, wij stevenen af op een koningsdrama... Ach, terwijl de wereld rondom ons explodeert, mensen door de klimaatopwarming straks gaan verzuipen, aardbevingen onze aarde hertekenen, een massamigratie gelukzoekers op gang komt, wij een schuldgevoel opgedrongen krijgen en uitgemaakt worden voor racisten, houden wij ons ondertussen bezig met taalbaden, BV- nitwits en voorbij gestreefde poppenkastsprookjesfiguren.   *Vorige week in de kranten  

Sim
0 0

OVER POKEMONJAGERS, ORANJEGEKTE EN DE RODE DUIVELSHYPE

Wanneer bedenk je ineens; ik word een Pokémonjager? Is dit een besef dat al een aantal dagen in je bovenkamer suddert, of plopt zo’n idee spontaan bij je binnen. En wanneer gebeurt zo’n openbaring dan? Lig je met je luie krent al meer dan enkele vakantieweken al zappend voor de televisie of verveel je jezelf zodanig te pletter voor je tablet alvorens je echt actie onderneemt? Word je door je ouders om de vijf minuten aangemaand om toch iets te gaan doen en je luie lijf uit je bed te hijsen of zie je zelfstandig het licht in de duisternis? Als je in een opwelling van ondernemingslust dan werkelijk tot inkeer komt en je snel uitdijende vakantiekont uit de sofa opricht,  gaat er dan plots een lichtje branden met de tekst; Pokémon, Pokémon?? Hoe begin je er dan aan? Zachtjes, solojacht, helemaal alleen, of  lijkt zo’n tandem duojacht je interessanter? Slenter je liever als een jagende Gaston en Leo, met zijn tweetjes door de straten? Of sluit je jezelf liever ineens aan bij het Pokémon- debielenclubje om met zijn duizenden tegelijk op jacht te gaan? Vind je jezelf ook niet ongewoon dwaas, als je jezelf in de winkelruiten weerspiegelt ziet? Zo’n opgeschoten tiener met een half neergeknakte hals en een tot een tenniselleboog geforceerde arm met daarin aan het einde een schermpje dat ergens ten velde virtuele cartoondiertjes signaleert. Zo’n fictieve figuurtjes, die jij, en met jou duizenden anderen, moet zien te vangen. Houden de winkeliers die de Pokémon-rage in hun straat bestelden er geen kater aan over? Een populatie van ongeveer drieduizend man, die door hun straat zwalpten, het verkeer volledig blokkeerden, terwijl ze alleen oog hadden voor hun smartphone, de virtuele fictieve wezentjes en zelfs geen blik in de winkeletalages wierpen? Je moet maar als grootouder juist die ene dag uitgekozen hebben om, tijdens de vakantie, met je kleinkinderen naar de Antwerpse dierentuin te gaan, terwijl er plots zo’n 15.000  tekenfilmfiguurjagers te horen kregen dat er Pokémons in de Zoo gesignaleerd waren… Hoe lang gaat het nog duren alvorens personen met slechte bedoelingen een groep jeugd naar één welbepaalde plaats gaan lokken en hun dan met een hele speciale en exceptionele Pokémon- boem gaan verwelkomen?  Een hele nieuwe generatie met artritisnekken en reumaduimen.. Wat een kleutertuinhype! Ach, er zijn al meer rages over ons heen gekomen die wij als zoete koek geslikt hebben..eens worden wij allemaal waarschijnlijk wel ooit volwassen zeker! Of niet? Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop traditie en hypes. Een hoop hypes komen vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten. De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel. Met driekleurige mutsen over hun buitenspiegels en wapperende Belgische vlaggentjes reden de supportersauto’s luid toeterend rond. Mannen dronken bier uit blikjes waarop de duiveltjes afgebeeld stonden, want mannen weten waarom. Kinderen verzamelden Rode Duivelsstickers en lazen meer in hun plakboeken dan in hun examenleerstof. We waren weer één voor allen en allen voor één België en morgen wordt er weer door het zelfde volk over de splitsing gediscussieerd. Ach elke rage loopt soms de spuigaten uit. Over de Franse autostrades staan er nu reeds borden met de vermelding: Rij veilig, hier vindt men geen Pokémons! En vandaag staat er in de krant dat de politie de Pokémon Go jagers, die zich niet aan de verkeersregels houden, gaat beboeten. Pokémon wordt dan Pakkeman!  

Sim
3 0

Ouroboros

Observaties bij een leeg glas.   De receptie op het makelaarskantoor was al even gaande en de serveersters wisten ondertussen welke kant ze het snelst moesten uitgaan met schaal en fles. Het werd in mijn hoek alsmaar moeilijker om wat te pakken te krijgen. De stemmen klonken luider en de verschillen tussen de aanwezigen werden groter. Ik kronkelde mij door een jungle van zwaaiende armen en posteerde mij in de te verwachten loopgang van de diensters. Op recepties draait het om strategie en perceptie! De gezette rijkaard die veel eet is een verfijnd gourmand. De arme sloeber die hetzelfde doet is een barbaarse slokop zonder klasse. En iedereen drinkt met een reden. Maar bij de een lijkt het al verdachter dan bij de ander.    Ik stond al een tijdje droog en als een zinsbegoocheling verscheen de associatie tussen het gezelschap en de lokale fauna. Alle slangen zijn carnivoor en ze leven van hapjes die ze in één keer efficiënt doorslikken. De meeste slangen zijn opportunistisch en pakken alles wat ze aankunnen en in hun bek past. Slangen zijn koudbloedig. Daarom leven de meeste onder hen in warmere streken.   Ik zette mijn glas op de vensterbank en vertrok richting werf.   Leeggoed   Die dag hadden de buitenlandse eigenaars van het historische pand in renovatie twaalf flesjes bier geteld in de mand met proviand van de Portugese vloerder. Het was 33° in de schaduw en de gastarbeider droeg voor een aalmoes grote pakken Turkse travertijntegels naar de tweede verdieping. Ze vroegen zich af of hij misschien een drankprobleem had. Ik zei dat we in een streek leefden waar zelfs de slangen dorst hadden. Op weg naar buiten zag ik door de kier van de salondeur op de tafel van de eigenaars een rijke verzameling ontkurkte wijnflessen staan maar kreeg niets aangeboden.   In Europa komen 38 soorten slangen voor. De gladde slangen zijn het ruimst vertegenwoordigd.   Kringloop   Enkele maanden later vernam ik dat de vloerder was overleden. Ergens op z’n eentje onderweg in Spanje. Het huis waar hij gewerkt heeft staat nu te koop bij de lokale makelaars. Dat zien ze graag, zo’n snelle roulatie van verteerders.   Slangen hebben vele vijanden, zoals de voornoemde gladde slang die een geduchte slangenjager is. Maar ook zoogdieren zoals primaten en varkens eten slangen.   Niets is voor eeuwig, zo lijkt het althans, want we bijten voortdurend in onze eigen staart.

Ivan Seymus
8 0

Vervelend inlegkruisje

Deze dag voelt alsof het inlegkruisje in mijn slip omgekeerd zit. Niet dat ik ooit al een inlegkruisje in mijn slip heb gelegd, voor alle duidelijkheid. Waarschijnlijk daarom dat ik het er verkeerd heb ingelegd. Ze zouden dat beter inkleefkruisje noemen want ik ben er achter dat eens de strips verwijderd en je dat ding in je slip legt de kol aan je kloten plakt.  Gesteld dat je als ventzijnde een inlegkruis in je slip legt natuurlijk.Waar dit naar toe gaat weet niemand....Verveling doet rare dingen in mijn hoofd. Dan maar naar de nieuwjaarsdrink? Gaan mensen kijken die op volledig kosteloze manier hun alcoholpeil op niveau proberen tehouden.  Dit onder het voorwendsel om eens onder de mensen te komen en zich te omringen met mensen die worstelen met hetzelfde excuus? Mensen die hoewel ze ongeveer 2 dagen geleden plechtig beloofd hadden eens het nieuwe jaar aangevat het alcoholgebruik ernstig te beperken toch hetzelde keelgatdebiet benaderen als pakweg 2 dagen geleden. Hoewel het redelijk fris is ga ik niet naast een vuurkorf staan. Al de was en de strijk is gedaan en als ik naast een vuurkorf ga staan ruik ik straks net als een gerookte paling en kan ik opnieuw beginnen. Ik ga zeker ook geen "naar oude vrouwen ruikende oude vrouwen" kussen waarvan de bordeau lippestift die ze ophebben te lang in de schuif gelegen heeft waardoor de smurrie er met stukken en brokken ophangt. Als ik ga, misschien toch beter eerst dat virtuele inlegkruisje van mijn ballen trekken om de mij omringende medemens straks niet te shockeren met mijn opgewekt humeur. Ware het niet dat ik eens gearriveerd op de drink zo  een paar gemeentelijke opcentiemen kon recupereren ... ik ging niet. Dus schol aan de milde gever. (mezelf dus) <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" width="300" height="150" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object> <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object>

jan pultau
0 0