Lezen

(Ver)Huren, iets voor jou?

(Ver)Huren, iets voor jou?   Verschillende types huurovereenkomsten Huurovereenkomst van negen jaar: Dit is een huurovereenkomst met een bepaalde duur tot negen jaar. Wanneer er na negen jaar geen opzeg wordt aangevraagd, wordt de overeenkomst telkens verlengd voor een periode van drie jaar tegen dezelfde voorwaarden. Huurovereenkomst van korte duur: Dit kan een contract van twaalf maanden zijn, maar evengoed een contract van bijvoorbeeld zeventien maanden. Deze huurovereenkomst kan één keer verlengd worden zonder een totale huurperiode van drie jaar te verstrijken. Na de verlenging gaat deze overeenkomst over in een negenjarig contract. Het contract wordt geacht bij het begin van de overeenkomst aan te vangen.   Beide types hebben voor- en nadelen. De medewerkers van het Wooninfopunt staan klaar om je te informeren en te adviseren. Plaatsbeschrijving Hecht belang aan de opmaak van een plaatsbeschrijving. De plaatsbeschrijving is een schriftelijke vaststelling die weergeeft hoe de woning eruit ziet voordat de nieuwe huurder de woning zal betreden. Deze moet ondertekend worden door zowel de huurder als de verhuurder en wordt bijgevoegd bij de huurovereenkomst. Op die manier krijg je na afloop van het huurcontract zo weinig mogelijk discussie over welke schade er al was en welke schade nieuw is. Na het einde van de huur voer je een plaatsvergelijking uit. De plaatsvergelijking vergelijkt de woning op het einde van de huurovereenkomst met de plaatsbeschrijving die bij aanvang van de huurovereenkomst werd opgesteld. Op basis van deze vergelijking wordt vastgesteld welke schade de woning tijdens de periode van verhuur heeft opgelopen.  Is er een muur beschadigd? Werkt de kraan nog naar behoren? Sluit het raam nog goed? Eventuele nieuwe elementen of schade noteer je op de plaatsbeschrijving zodat je een duidelijk overzicht krijgt. Hoeveel bedraagt de schade? Vraag raad aan experts die je hiermee verder helpen. Indien er discussie of onenigheid ontstaat, kan er in de laatste fase naar de Vrederechter gestapt worden. Registratie van de huurovereenkomst Een huurcontract moet sinds 1 januari 2007 wettelijk geregistreerd worden door de verhuurder. De registratie is belangrijk omwille van drie redenen. Het contract: krijgt een vaste inschrijvingsdatum in het register (stempel); maakt het contract bindend voor derde partijen; de huurder is wettelijk beschermd tegen uitzetting bij verkoop.   Het is de taak van de verhuurder om dit contract binnen de twee maanden te laten registreren. Dit kan op het registratiekantoor dat bevoegd is voor de regio waar de verhuurde woning gelegen is. De registratie is kosteloos.   Wat als de woning niet in orde is? Wanneer het dak lekt, de ramen sluiten niet grondig af of de chauffage werkt niet goed, is het belangrijk dat je de huisbaas via aangetekend schrijven op de hoogte brengt. Op die manier heb je bewijs dat je de verhuurder hebt ingelicht. Je voldoet hiermee bovendien aan de meldingsplicht als huurder.    Heb je eventuele schade vastgesteld? Onderneem dan volgende stappen: Verzamel alle informatie in verband met de schade. Ga na wie de herstellingen moet uitvoeren. Verwittig de verhuurder door een aangetekende brief te verzenden. Indien de verhuurder niet reageert, kan je als laatste stap contact opnemen met het Vredegerecht. Mag de verhuurder de huur zomaar indexeren? Een indexatie is een jaarlijkse aanpassing van de huurprijs aan de kosten van het levensonderhoud. Sinds 28 februari 1991 mag de huurprijs geïndexeerd worden op de verjaardagdatum van het contract, behalve wanneer er in het contract staat dat dit niet mag gebeuren. De indexatie is niet verplicht.   Wil de verhuurder de indexatie toepassen dan moet de huurder hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht worden. De huurder moet op basis van dit document zijn goedkeuring geven. Doet hij dit niet, dan heeft de verhuurder één jaar de tijd om een rechtsvordering op te starten.   Is jouw geïndexeerde huurprijs correct berekend? Vraag het na bij de medewerkers van het Wooninfopunt.    

erikavanhelmont
0 0

Die nacht dat het gebeurde...

 Bonk…! Met een ruk schiet Noa wakker. Ze stapt uit bed en loopt naar de trap. Shit denkt ze als ze haar moeder onder aan de trap ziet liggen. Ze gaat naar beneden. Als ze beneden komt hangt er een vreemde geur, een zure en felle geur. De geur van drank en kots… Verdomme mama denkt ze. Ze neemt haar moeder mee naar de keuken en schenkt een glas water in voor haar. “Je weet toch als je gedronken hebt je nooit met de auto mag rijden” zegt ze als ze de autosleutels in haar handtas ziet.  Haar mama brabbelt iets en valt dan als een blok in slaap. Noa besluit dan ook maar om weer naar bed te gaan. Morgen zien we wel… De volgende dag word Noa wakker en gaat ze naar beneden. In de keuken ziet ze het glas water nog staan maar haar moeder is er niet meer. “Ze zal waarschijnlijk naar boven zijn gegaan” denkt ze. Ze haalt de post uit de brievenbus en ploft op de bank. Ze neemt de krant uit het stapeltje post en begint er in te bladeren. Plots stopt ze bij een artikel die gaat over een jongen die gisteren zou omvergereden zijn door een dronken bestuurder… Noa houd haar adem in. De straat waar het is gebeurd ligt vlak bij hun huis. Noa denkt aan haar moeder die nu waarschijnlijk haar roes aan het uitslapen is. Ze trekt haar jas aan en besluit de plek van het ongeval te gaan bekijken. Ze neemt haar fiets uit de garage en vertrekt. De plek is afgezet met politielint en er lopen mannen met witte pakken rond. Ze vraagt aan een agent wat er gebeurd is. De agent zegt dat er vannacht iemand omver gereden is. Ze denkt terug aan het artikel… Zou het echt haar moeder zijn geweest of beeld ze zicht dat maar in? Ze stapt op haar fiets en rijd naar huis.

ik
0 0

Hoe moeder stierf en dat dat eigenlijk mijn schuld was

  ‘Moeder, je zou me toch komen ophalen aan het station? Ik had gezegd om kwart voor twee. Half drie is het nu.’   ‘Moeder, het is drie uur. Waar blijf je? Bel je me?’   Maar moeder belde niet. En ook op de boerderij nam niemand op.     Om half vier kreeg ik de jongste broer aan de lijn. Ik zat op de rand van één van de grote bloembakken voor de stationsingang en keek verveeld rond. Na een weekend in Gent het dorp troostelozer dan ooit. Ik keek naar de bussen die af en aan kwam rijden. Naar de mensen die op en af stapten. De meesten beladen met zakken van de Aldi, er is een filiaal in de naburige gemeente. De Aldi is voor arme mensen, zei moeder altijd toen ik als kind vroeg waarom wij er nooit heen gingen. Arme mensen zonder auto.   De jongste broer ademde onregelmatig en probeerde zich goed te houden. ‘Ons moeder. Louiza, toch.’   Ik zocht tevergeefs houvast op de rand van de betonnen bloembak die, toen de jongste broer verderging, stroperig werd, als drijfzand. Ik dreigde weg te zinken. ‘Maarten. Met zijn tractor. En moeder, met de auto. Verblind door de zon, zeggen ze.’                                                                      *   In de keuken zaten de vier broers samen met vader aan tafel. Ze keken naar het tafelblad. Ze keken niet op toen ik ook ging zitten, maar bogen hun hoofd nog dieper. Hun neuzen raakten het tafelblad net niet. Wie niet beter wist, zou de aanblik komisch gevonden hebben.   De jongste broer richtte zich op. Hij keek me aan en ik dacht een veeg bloed op zijn T-shirt te zien. Dat hij er als eerste bij geweest was. Dat hij net het erf afgereden was, hij was de maaier komen halen, het gras op het stuk land aan de Wissel stond zo hoog. Daar, aan de Wissel, in de bocht… Moeders auto stak half in de gracht. De tractor van Maarten was er half over gegaan. Dat hij erbij was toen ze… Dat hij de deur eerst niet open kreeg. Hij had haar gordel losgemaakt, haar uit de auto gehaald. Ze had iets gezegd, maar hij begreep niet wat. Dat alles zo snel ging. Dat Maarten haar niet gezien had. Dat Maarten daar stond. Gewoon stond. Godverdomme, de klootzak.   Ik haastte me naar mijn kamer.                                                                   *   ‘Zusje, het is net zo druk nu. Kun je niet pas tegen de avond terugkeren? Ze komen materiaal leveren voor de nieuwe stal en vader is niet thuis. Ik ga me te erg moeten haasten. Kun je echt geen trein later nemen?’   ‘Nee, ma, dat kan ik niet. Ik vertrek nu naar het station. Ok?’                                                                        *     Maarten vraagt om langs te komen op de boerderij. Maar men wil Maarten niet zien. Men wijst hem met de vinger. Het is zijn schuld. De politie komt enkele keren langs en er passeert ook een verslaggever van de krant, maar niemand wil met hem praten behalve een loslippige buurvrouw.   In de krant heeft men het over een tragisch ongeval en over Maarten D. (39), een bekende van de familie, goed bevriend met de vier zonen van het slachtoffer. Dat hij mij om de twee weken de hersenen uit mijn kop neukt, heeft de verslaggever er niet bij vermeld.   Dat het niet de eerste keer is dat de jonge boer een ongeval veroorzaakt. Alleen niet eerder met zo’n tragische afloop. Het slachtoffer was een liefhebbende echtgenote en moeder van vier zonen en een dochter. Lid van de KVLV. Een hardwerkende boerin, die haar boerderij met trots bestierde.   Maar ik moet Maarten wel zien.   Ik klop op de achterdeur en vind zijn ouders in de keuken. Ze zitten aan tafel en veren op wanneer ik binnenkom. Een klamme hand, enkele woorden van medeleven en verder niets. Boeren zijn harde werkers, geen praatjesmakers. ‘Hij is bij de kalveren,’ zegt zijn vader ten slotte. Toonloos. Mijn tong plakt tegen mijn verhemelte. Ik trek de achterdeur geruisloos achter me dicht.   Hij staat werkloos naar de eerste kalverhut te staren, een emmer met melk in zijn rechterhand. Ik schuifel met mijn voeten in het stro, zodat hij wel moet omkijken. Hij ziet me, maar hij mijdt mijn blik. Hij zet de emmer neer en veegt zijn handen af aan zijn overall. ‘Louiza.’ Dan pakt hij de emmer weer op, gaat voor de tweede kalverhut staan en giet wat melk in het drinkbakje. Het kalfje begint meteen gulzig te drinken. ‘Ik heb haar niet zien komen,’ zegt hij. Hij gaat in de richting van de derde kalverhut. Het kalfje komt nieuwsgierig dichterbij, likt in afwachting aan de tralies. Ik sla mijn armen om zijn grote, logge bovenlijf. Hij houdt de emmer nog steeds in zijn hand. Zelfs wanneer zijn tranen in mijn hals beginnen te druppen.   Mannen huilen niet, wil ik zeggen.   De broers huilen niet. Vader ook niet.   Dus waar haal jij het recht?  

Valerie Tack
78 2

Gordijnen langs de ring.

De lichtblauwe gedrappeerde gordijnen (ont)sieren nog steeds de ramen van wat ooit onze slaapkamer was.   Wanneer ik toevallig voorbij rijd vallen zij het eerst op.   Dan pas het balkon met de roestige ballustrade.   Toen ik de gordijnen zo 'n 20 jaar geleden ophing had ik er al een bloedhekel aan. De combinatie van gedrappeerd lichtblauw kunstsatijn, de voile drapperiën en roze overgordijnen waren fake, nep en kitscherig. Ze hadden, zo bedenk ik me destijds het doel een soort van Holly Hobbiesfeer te creeren en zorgden voor sfeer van kuisheid en fatsoen.   Een soort van zedigheid en sereeniteit die hevig contrasteerden met mijn hitsigheid en tempramentvolle  geestdriftigheid.   De gordijnen waren in mijn ogen functioneel om vleselijke lusten te temperen.  Althans zo heb ik het altijd ervaren.  Wellicht daadoor dat ik er zo'n bloedhekel aan had. Nu nog steeds. Kutgordijnen, maar dat durfde ik toen zo niet zeggen. Het herenhuis langs de ring staat al 17 jaar leeg en lijkt een beetje een spookhuis. De gordijnen hebben de tand des tijds overleefd en hangen er nog steeds op dezelfde manier zoals op de dag dat ik er de deur achter mij dichtsloeg. Onze relatie is het anders vergaan. Daar schiet niets meer van over.   Persoonlijk wijt ik dat aan onderdrukte hitsigheid en passie en te veel Holly Hobbie maar er zullen wellicht nog wel andere redenen zijn voor het scheeflopen. Misschien lag scheef lopen zelf aan de basis van het scheeflopen of was het er een gevolg van, dat laat ik in het midden. Een ding is wel zeker de gordijnen hebben er geen goed aan gedaan.    

jan pultau
0 0

Wie heeft meneer konijn vermoord?

Rudy was allergisch. Niet in die mate dat hij rode ogen of een loopneus kreeg. Het was erger. Papa had gezegd dat het kalfsragout was in chocoladesaus. Het was zo lekker dat Rudy hem had geloofd en twee keer van het malse vlees had opgeschept. Pas tijdens het dessert niesde hij voor het eerst.   Zoals iedere ochtend liep Rudy naar het konijnenhok achterin de tuin. Gewoonlijk zat meneer konijn braaf te wachten op het lekkers dat hij voor hem had fijngesneden. Wortel, appel, venkel en wat broccoli. Maar vandaag was het hok leeg. Rudy schrok, liep als een gek over het gras, zocht achter de schutting, keek in elke struik, maar vond niets. De pluizige vlek die hij vanuit zijn ooghoek zag bewegen deed hem even twijfelen, maar het was de kat van de buren. Ze liep langs zijn benen tot aan het tuinhuis. Daar stond een vuilniszak. De kat kromde haar rug en krabde er een gat in. Er vielen restjes op de grond. Rudy niesde een tweede keer. Toen hij dichter kwam zag hij tussen het afval een witte vacht.   Eerst was het nog onschuldig. In het grootwarenhuis, nam hij af en toe een reep chocolade uit het rek. Maar na een tijd waren het ook pralines en truffels uit krantenkiosken of plaatselijke superettes. Wanneer hij zich echt slecht voelde, was alles goed. De meeste chocolade verstopte hij op een plaats waar hij zijn allergie onder controle had.   Het liep pas fout tegen het einde van het schooljaar. Rudy had een muffin uit de handen van een meisje gerukt. Ze stond rustig op de bus te wachten. Hij had gezien hoe ze ervan had gegeten, hoe er stukjes chocolade aan haar tanden kleefden en toen was er iets in zijn hoofd geknapt. Hij had het op een lopen gezet, maar een man die ook aan de bushalte stond was achter hem aan gegaan.   Toen de politiewagen voor de deur stopte, zat Rudy op zijn kamer. Mama stond in de keuken. Zijn papa liet nietsvermoedend de twee agenten binnen. Hij vroeg zelfs of ze iets wilden drinken. Ze bedankten vriendelijk, zeiden dat er aangifte was gedaan, dat er een getuige was. Rudy’s ogen waren rood. Hij hield een zakdoek voor zijn neus. ‘Het ligt daar,’ zei hij en wees naar boven. De agenten gingen hem voor, gevolgd door zijn ouders. Aan het einde, links van de trap, was de zolder. De vloer lag bezaaid met chocolade. In het midden, als een soort orakel, lagen op elkaar gestapelde botten, de vacht van een dier en een muffin. Mama sloeg haar handen voor haar ogen: ‘WIE HEEFT MENEER KONIJN VERMOORD?’   Rudy was allergisch maar erg was het niet. Mama had voor hem kalfsragout klaargemaakt. Het was zo lekker dat hij nog een bord opschepte. Als dessert at hij een reep chocolade. Daarna nam hij een blad papier en schreef een brief die begon met: ‘Sinds vorige week ben ik niet meer allergisch’. Zijn papa schreef niet terug.

Sascha Beernaert
33 0

Als het ons overkomt: over Kapaza en de nachtwinkel

Later dan deel 1:  +++ Titel zoekertje:Jos PauperBeschrijving: (N): Slechte vader(E): Bad father(F) : Malheureuse pèrePrijs:BedragGratisRuilenPrijs overeen te komenNiet van toepassingLevering:OphalenVerzendenConditie:GebruiktNieuw Tegelijk met deel 1:  o 6 chocoladekoekjes van het huismerk, een fles rode wijn en een pakje condooms lagen op de kast van zijn hotelkamer. "Hey, heb je een vuurtje voor mij?""Nee, sorry." Waarop de tiener een aantal vloekwoorden uitsprak.Jos zat op een trein van Barcelona op weg naar zijn hotel. Zijn wagon, die gevuld was met brullende schoolkinderen, had iets weg van een bijennest gevuld met een zwerm zoemend ongedierte. De tieners aan de andere kant rookten met de raampjes dicht. Iemand sprak tegen hem."Je krijgt dat er nooit meer uit," Zei de vrouw die tegenover hem zat."Uhm," stamelde Jos."Die aardbeienvlek op je hemd.""Oh.""Ik kan het er misschien uit krijgen, maar ik kan niets beloven.""Dan kan ik je in de plaats trakteren op een etentje."Er verscheen bij beiden een opgewonden glimlach.De trein arriveerde waarna alle passagiers uit de trein ontsnapten zoals lucht uit een doorgeprikte ballon.Jos en de vrouw waren de twee laatste luchtdeeltjes die de ballon verlieten en zich nu op het lege perron bevonden.Het hotel waar Jos verbleef was een honderdtal meter verderop te zien door een groot bord met de lichtgevende letters: RO A DA IMA.Het verbaasde Jos dat de mensen die op de snelweg ernaast reden nog nooit verblind waren door het felle licht.Met een zwierige pas liep de dame van de trein voorop naar binnen en nam plaats aan een van de vijf tafels in het restaurantje dat meer leek op een inkomhal. Het keukenpersoneel zat een tafeltje verderop iets te roken dat op wiet leek.Eén iemand moffelde zijn rolletje snel maar voorzichtig in een asbak, om er straks nog een paar trekjes van te kunnen nemen. Met losse veters beende hij naar Jos en de vrouw. Jos had intussen ook plaats genomen tegenover de vrouw.Na hun bestelling zaten Jos en de vrouw af en toe speels naar elkaar te staren."Hoe heet je?" vroeg Jos.Een korte stilte."Ik heb geen honger," zei ze afwezig. Haar ravenzwarte haar kwam even voor haar glanzende groene ogen."Wat?""Ik heb geen honger," herhaalde ze."Ik ook."Langzaam haastten ze zich uit het inkomrestaurant naar Jos' kamertje, zonder te betalen. Het potje rattenvergif in de hoek van de hotelkamer moest weer opgevuld worden."Je kunt hier een nachtje blijven als je wil?""Kan niet, ik wil morgen naar Madrid."Ze nam een lichte aanloop naar het bed, nam een halve draai en sprong met armen gespreid als een bungeejumper erop. Jos legde zich naast haar.Toen hadden ze seks, met ingehouden adem en gesmoorde kreunen; ze gingen ervan uit dat de muren zo geluidsdicht waren als karton. Jos' hemd met de vlek lag op de grond. Na de seks nestelden ze zich naast elkaar. "Mijn naam is Anita," fluisterde ze en ze legde haar hoofd naast zijn borst (niet erop, dat lag niet goed).Het geruis van voorbijrazende auto's wiegde hen in slaap. Later dan deel 1:  ++ 6 chocoladekoekjes van het huismerk, een fles rode wijn en een leeg pakje condooms lagen op de kast van de hotelkamer. Zondag dood, maandag begrafenis! Wel dat was niet de eigenlijke slogan van Ruyts rouwcentrum, maar daar kwam het wel op neer. Zijn Spaanse vakantieliefde, verloofde, grauw hoopje as zat nu in een urne. Iedereen die haar ooit heeft gekend, familie, vriend of klasgenoot, zat te huilen. Een uur later zat iedereen buiten de nieuwste modetrends te bespreken terwijl Anita's overblijfselen via de achterdeur in een camionette werden gekieperd. Tot zover zijn maandagnamiddag. Eenmaal thuis, toen de straatlantaarns aansprongen, plofte hij in de zetel. Hij realiseerde zich dat hij zijn dochter was vergeten op te halen van school.Hij schuifelde, alsof hij in een wachtrij voor een attractie was, naar zijn auto. De grijze verf begon af te bladeren net als zijn geluk de voorbije jaren dag na dag begon te eroderen. De groeven als resultaat waren duidelijk te zien op zijn asgrauwe gezicht. Op het tempo van een schildpad kraakte de Volkswagen door de bebouwde kom.Hij kwam piepend tot stilstand voor de gezonde voedingswaren-winkel die alcohol, sigaretten en nog meer alcohol verkocht. De winkelier die van een ander afkomst leek, lachte hem vriendelijk toe met een snuifje argwaan."Ik ga niets stelen," zei Jos droog. De man keek hem heel bevreemdend aan met zo een 'oh, dacht je soms dat ik dat dacht?'-blik.Sloffend tussen de rekken griste hij een fles rode wijn mee. Het etiket was intussen niet meer leesbaar, maar hij bekeek het optimistisch; die wijn heeft vast goed gerijpt.Met een zwier liet hij de fles op de toonbank landen."Foer juros plees."Jos rolde 2 euro naar hem toe, zei dat hij het wisselgeld mocht houden en verliet met een rustige pas de winkel. Onder de nachtelijke hemel reed hij naar de parking van de school van zijn dochter.Hij lag op de grond en dronk de hele fles wijn op.Twee minuten later smeet hij de lege fles aan duigen op de grond. De scherven glinsterden in het witte maanlicht.Er schoot een hevige pijnscheut als een bliksemschicht door hem heen naar zijn linkerhandpalm. Hij had niet door dat hij met een scherf in zijn tere huid zat te krassen.Hij liet zich vergezellen door de maan die zo helder scheen dat ze op de zon leek. Later dan deel 1:  + 6 chocoladekoekjes van het huismerk, bloedrode scherven van een rode fles wijn en een pakje lege condooms lagen op de kast van zijn hotelkamer. "Kom! Hier zijn de koekjes," riep Jos' dochter uitbundig.Jos keek aandachtig naar de prijs, alsof het zou dalen door ernaar te staren."Godver...""Wat zeg je, papa?""Wil je vanille of chocolade?""Chocolade. Mijn vriendinnetjes hebben ook altijd chocoladekoekjes, met die dino op." Hij legde de koekjes in de mand."Waarom mag ik die koekjes met de dino niet?""Ik dacht dat je bang was van dino's."Ze stond op het punt te antwoorden, maar hij snoerde haar de mond door naar de kassa te stappen.Even later zaten ze in de auto op weg naar huis. De benzinemeter stond al een week in de rode zone."Mama zou die dinokoekjes hebben gekocht."Ze vulde haar monoloogje aan. "Waarom is mama me niet komen halen?""Mama is op reis, naar Spanje," fluisterde Jos nauwelijks verstaanbaar door de regendruppels die op de vooruit kletterden."Ze heeft me geen afscheidskusje gegeven.""Mij ook niet, ze moest haar trein halen."Het melodieus getik van regen was in harmonie met het gesnik op de achterbank."Zitten al jouw vriendinnetjes nog in je klas?""Ja." stotterde ze terwijl zoute tranen haar lippen streelden.Toen ze thuis waren, verwarmde Jos een magnetronlasagne voor beiden en dan stopte hij zijn dochter in bed."Luister, het kan zijn dat ik je morgen wat later ophaal. Ik moet naar... een feestje. Als ik je niet op tijd kan ophalen, zeg je dat maar aan je juffrouw. Deal?" Hij aaide haar wang."Deal.""Slaapwel," liet Jos zijn dochter na terwijl hij even later in de deurpost stond."Papa, mag ik maandag twee koekjes meenemen naar school?""Morgen? Ja. Natuurlijk.""Slaapwel," geeuwde ze.Jos rolde de zetel in en dacht aan een website waarvan hij had gehoord. Hij ging dat Kapaza-ding zeker eens bekijken. Later dan deel 1: +++ 4 chocoladekoekjes van het huismerk, bloedrode scherven van een rode fles wijn en een pakje lege condooms lagen op de kast van zijn hotelkamer. Jos zat voorovergebogen op een stoel naar z'n computerscherm te staren. De oude computer zat luid te zoemen. Door de tranen in zijn ogen leken de woorden op het scherm te dansen. Hij had zichzelf te koop gezet op Kapaza. 1 reactie(s): Locatie: in de buurt van Rome, Italië.'Ik kom naar je toe, vader - J.P.'

Etlir Xharra
49 0

Mijn eerste spreekbeurt

Naam: roosjeKlas: 2BTaak: psreekbeurt hallo. ik ben roosje en mijn spreekbeurt gaat over doot zijn. ik ga over een paar maanden mischien doot denkt de dokter en sommige kinderen weten niet wat dat betekent. strakjes wel. alee dat denk ik toch. als je doot bent gegaan dan is er iets gebeurt. ofwel heb je een ziekte gekregen, ofwel heb je honger gekregen, ofwel heeft iemand je dootgeschoten, ofwel ben je heel oud, ofwel heb je heel veel verdriet, ofwel heb je te hart gelachen ofwel heb je je te hart geverveeld. eerst kunnen mensen komen kijken hoe je er uit ziet als je dootgaat. dan ben je een muzeum, maar mensen moeten geen tikets kopen, omdat iedereen die komt kijken van je hout en dus hebben ze allemaal vrijkaartjes. je hebt dan je mooiste kleren aan, degene die jij wil. jij bent doot, dus jij mag kiezen. zoals wanneer je jarig bent. doot en jarig is een beetje hetzelfde. als je leeft dan gaan mensen elk jaar over je leven praten en herineringen ophalen op je verjaardag. als je bent dootgegaan dan gaan ze dat doen op je dootsdag. er is wel een verschil: iedereen kent heel goed zijn verjaardag, maar zijn dootsdag kent niemand. als alle mensen jouw muzeumtje bezocht hebben en jouw gezien hebben als je doot bent, dan sluit het muzeum. ze kunnen het muzeum niet open houden omdat mensen die doot zijn hard gaan stinken. dat is niet door scheetjes, want scheetjes krijg je enkel als je ajeunen en bonen eet en dat lusten doden niet. doden stinken omdat je je niet meer kunt wassen als je doot bent. als het muzeum gesloten is, dan gaat de kerk open. en dan lig jij in het midden van de kerk en mag iedereen afscheid nemen, nu voor echt. dat heet een begrafemis. het stinkt er een beetje raar soms. de mensen gaan dan liedjes luisteren en huilen en over je vertellen. ze zeggen alleen maar goede dingen over je. niet dat je snoepjes hebt gepikt of dat je je huiswerk niet gemaakt hebt en ook niet dat je geklikt hebt. ze zeggen hoe leuk en lief en grappig ze je vinden. dat doen ze niet als je nog leeft. dat is omdat je anders een dikke nek krijgt en dan niet meer in de kist past. want aanja, als je dootgaat krijg je een kist. dat dient als bed, maar dan eentje waar je niet uit kan vallen. het is een kist omdat ze je na de begrafemis in de grond gaan steken en als je in een kist ligt komt het zand niet bij je. sommige mensen gaan niet in een kist, maar daar maken ze as van. hoe doen ze dat? ze verbranden je. dat klinkt eng maar je voelt het niet meer. en dan pas je in een potje. Als je altijd al eens in een potje wilde passen dat kan dus als je doot bent. zo. en als je dan in die kist ligt, of in dat potje zit, dan is het gedaan. dan ben je voorbij. en nu is mijn spreekbeurt voorbij. maar niet doot. dankjewel voor jullie aandacht!

Kruimels voor de kranten.
0 1