Lezen

Apocalyps

Ze heeft het koud, ze beeft, dat voelt als leven en wie leeft, heeft kou als het vriest, zoiets klinkt logisch en tegelijk normaal; het is lang geleden dat alles zo normaal was als kou hebben in de winter, maar zo kán een wereld verdwijnen, zó, zodadelijk zou er een auto uit een zijstraat tevoorschijn komen en een man met een hond om uit te laten, dan zou er plots ergens een radio spelen op volle sterkte en iemand zou hem vlug-vlug zachter draaien, maar voorlopig is de wereld weg, is ze alleen op de koude, lege brug, er is niets en niemand; de zacht berijpte weg zonder een spoor van mens, dier of ander leven, de stilte is doods –  hoezo dood –  waarom dood – ze kijkt uit over de weg, links zwarte gaten, rechts donker dreigende schaduwbergen die dichterbij lijken te groeien al naargelang ze in –  of,  heel voorzichtig,  uitademt, alle wegen leiden naar Rome en een meerbaansweg kan alle kanten uit, vanuit het koude licht naar een wittig grijs steeds dieper het donker in van akelig en eenzaam, wachtend met haar op iets dat niet goed is; het staat achter haar en het neemt zijn tijd, het was er  al-tijd al, het blijft, het staat daar, ergens staat het daar aan dat onzichtbaar einde van het stratenduister waar de weg verbreedt, waar elk ogenblik iets kan verschijnen, iets zal verschijnen, iets dat haar pakt, iets dat haar meeneemt weg van alles wat ze kent, van alles wat haar lief is, van eenieder die haar liefheeft, weg van zichzelf, gruwelijk en rauw zal het voor altijd alles veranderen –   het zal haar doden, het slokt háár als laatste op, het stinkt rottig als een holle kies en het haalt fluitend adem, vol eeuwenoude prut, het trekt haar dwars over de brede weg naar waar er niets meer is en waar ook nooit meer iets kán zijn, het blaast koud in haar nek en het eet kinderen, het kauwt, hoorbaar, met lange tanden, gruizelend van morbide genot vol donkergrijze, nagelvuile, waterige stilte, gevuld met krijsend leed haalt het haar in en zij loopt harder, verder naar waar het licht verdwijnt en de stemmen zwijgen. Zwijgen als vermoord.

Goedele Billen
23 0

2016 in een notendop

  Geweld, moord, idiotie, machtswellustige lieden en overlijdens. 2016 is afgelopen,maar 2017 draagt in zijn slippen de noodlottige keuzes van het vorig jaar.   Godsdienstoorlogen, een ongeziene stroom vluchtelingen,Trump, Hassad, Poetin zijn dikke vriendjes,om rechts gevleugelde medewerkers op strategische plaatsen in te lijven.Volkerenmoord, extreem nationalisme en manipulatie worden hierbij niet geschuwd. De Westerse wereld stond erbij en keek er naar…Waar herinneringen aan de eerste WO worden dankzij een jubileum levend gehouden… En de boodschap?Moed, opoffering, discipline, rechtschapenheid, eer… vergeten.Vervangen door de alom geprezen de welvaart, een voorgeschreven economie en een sociaal gevoel, dat niet verder reikt dan Facebook.  We hebben vele regels om het volk te beteugelen en te beboeten, maar leren geen waarden.Solidariteit vinden we terug tijdens ‘de warmste week,’ allerhande goede doelen die de centen oppotten en jeugdige idealisten die het licht hebben gezien…tot ze bij ma en pa weggaan. Moeten we nu écht teruggaan naar een periode, waar mensen tevreden moesten zijn met wat ze hadden?Zonder PC, TV en computerspelletjes… De communicatie stond nog in zijn kinderschoenen. Toch kende iedereen… iedereen en was het sociaal weefsel sterk. ‘Die goede oude tijd.’ Nee, dat is een illusie. Om de juiste beslissingen te nemen heb je inzicht nodig.Het zit niet in blik, kan niet geconsumeerd worden. Je leert het! 7000 jaar ervaring en toch is enkel 10% van de wereldbevolking geschoold. De toekomst hangt af van de geletterden, zonder geloof of dogma. Ga! En leer de waarheid. Amen.    

Fanny Vercammen
0 0

Als de vos de roos laat bloeien...

Als de vos de roos laat bloeien...    Toen het Kerstfeest naderbij kwam werd een roosje wat bevreesd. Wat zou zij nu weer verzinnen, voor dat jaarlijks vredefeest?   Heel veel mensen zouden komen, bij haar vieren als haar gasten, maar wie weet wat dat zou geven, met die vele rare kwasten.   Dat die mensen konden eten, ja, dat had ze wel gehoord, dus hoe kon ze toch iets koken dat hen allemaal bekoort?   Toen dat roosje zat te denken kwam een vosje bij haar staan. Hij zei 'helaba, mooi roosje, zeg mij eens, waar denk je aan?'   Ze vertelde hem haar zorgen en hij luisterde heel lief. Hij zei 'maak je toch geen zorgen, kleine roze hartendief.   Luister eens, we doen het samen, maar we gaan nu eerst wat stoeien. 't Is door leuke interacties dat ideeën openbloeien.'   Zo gezegd en zo gedaan en toen zagen ze het licht, kwam het antwoord op hun vragen plots heel duidelijk in zicht.   Best maar eerst een glaasje geven met een hapje ook erbij, dan begint het feest heel vrolijk en zijn alle geesten blij.   En daarna een heerlijk soepje altijd lekker en gezond, dan worden de buikjes vrolijk en toch al een beetje rond.   Om die rondingen te vullen volgt daarna dan de kalkoen. Samen met een zalig sausje is dat altijd goed te doen.   En natuurlijk ook veel groentjes, absoluut niet te vergeten zodat al die gasten denken dat ze best wel mager eten.   En dat alles overgoten met een heerlijk flesje wijn opdat al die brave zielen gelukzalig vrolijk zijn.   En wie dan nog meer verlangt, wel, die krijgt dan nog wat ijs, en wie dan nog niet genoeg heeft, is die nog wel heel goed wijs?   En het roosje en het vosje waren beide heel tevree. Nu ze gingen samenwerken, viel het allemaal goed mee.   Als de roos de vos doet groeien en de vos de roos laat bloeien dan gebeuren vreemde dingen, die ik hier niet zal bezingen.   (Eerlijk waar, ik weet niet alles, mij is 't om de Kerst te doen, ik beperk me tot de vrede en de soep en de kalkoen.)   Maar die gasten mogen komen, samen kunnen zij het aan. Zelfs de meest gestrenge eisers zullen blij zijn en voldaan.   't Wordt een dag vervuld van vreugde, van gezellig samenzijn, van herinnering in vrede in een heerlijk Kerstfestijn.    

A. Rivesta
41 0