Lezen

De Gouden Draak

Deze zomer (van Antwerpen) ging ik naar een toneelstuk kijken. De Gouden Draak, gebracht door De Roovers. Theaterzaal: Een braakliggend stuk grond, vlak aan het Centraal Station. Een onverwachte plek voor een onwerkelijk mooi stuk. Ik was een beetje vroeger en genoot met enkele vriendinnen van een glaasje cava onder het late avondlicht en Chinese lampions.   Het decor was niet meer dan een metalen kubus zonder bovenkant, te midden van een stuk stedelijke woestenij. Naarmate de schemering dieper werd, werd het licht dat uit de kubus scheen feller. Rook steeg op uit de schoorsteen van het Aziatische restaurant “De Gouden Draak”.   Vijf acteurs. Ruimschoots achttien personages. Vijf Aziaten die zich uit de naad werken in het keukentje van het restaurant. Eén van hen, de kleine Chinees, vergaat van de tandpijn. Kan niet naar de tandarts. Geen geld, geen papieren. Bestellingen vlammen rond hun oren, het tempo is hoog. Dan weer een oude man en zijn kleindochter. De mier en de krekel. De kleindochter en haar vriend. De dronken man en zijn ex. De donken man en de mier/handelaar. De handelaar en de Aziatische schone. De twee stewardessen. De kleine Chinees en de hallucinatie van zijn achtergebleven familie. Allemaal wonen ze in het appartementsgebouw met op het gelijkvloers, jawel, het Aziatische restaurant “De Gouden Draak”.   De acteurs waren tegelijkertijd verteller en personage. De scenes gingen naadloos in elkaar over. De vrouwelijke acteurs speelden doorgaans de mannelijke personages en omgekeerd. Het was echt een prestatie dat ze dit stuk zo gemaakt hebben dat het gemakkelijk te volgen was. Het dwong de kijker om flexibel te kijken. Buiten de lijntjes te denken.   Het stuk was vaak hilarisch. Vaker beklijvend. Origineel, luchtig en toch… Het kroop in mijn kleren. Tranen stroomden toen de oude man de krekel heel erg pijn deed. Toen de Chinees stierf. Toen…   Een besef. Waar maak ik me in godsnaam druk om? Heb ik niet àlles om gelukkig te zijn? Het werd stil in mijn hoofd terwijl mijn hart stilletjes weende. Schreide om zoveel verdriet in de wereld, zo veel pijn. Ik was de enige die deel uitmaakte van de staande ovatie. Vreemd.   Na afloop ging ik naar de acteurs, die gewoon aan de bar een biertje of cola dronken. Ik vertelde hen hoe mooi ik het stuk had gevonden. Hoe erg ik had genoten. Hoe hard het was binnengekomen ook. De man met de warme, gevoelige blik (Robby Cleiren, zo ontdekte ik achteraf) vond het duidelijk fijn dat ik dat even kwam delen.   Toen mijn vriendinnen hun laatste trein gingen halen, genoot ik nog even verder van mijn wit wijntje en de frisser geworden zomeravond. Het geluid van krekels zal nooit meer hetzelfde zijn.   Dit is wat ik wil gaan doen. Ik voel het in elk vezeltje. Een boodschap de wereld insturen. Hapklaar, verpakt met hier en daar een strikje humor. Ik wil inspireren. Mensen betoveren met woorden. De wereld een nog mooiere plaats maken. Iets betekenen.   Ik wil langere tijd op reis. Mijn blik verruimen. Schrijvend de wereld verkennen. Momenten vastleggen op papier. Het geheel van mijn leven aaneenrijgen tot een prachtig boek. Als de hondjes er niet meer zijn.   Ik neem alvast een voorproefje. Australië eind januari. Een maand. De liefde en mezelf achterna.   Maar ik wil langer. Ik wil meer.   Met schrijven begin ik alvast.   En met liefhebben, stop ik nooit.

Mandy
0 0

Bezoekersgids Expo Faces Now

FACES NOW ZAAL 1 - Privé en publiek Dankzij sociale media en alomtegenwoordige camera’s is de scheidingslijn tussen privé en publiek in onze tijd flinterdun geworden. Fotografen gebruiken het portret om juist die grens tussen privé en publiek af te tasten. Een portret geeft namelijk iets intiems aan de kijker prijs. Daarom voel je je een beetje een voyeur als je naar een portret kijkt. Een fotograaf kan werken in typologische reeksen waarbinnen een foto betekenis krijgt door deel te zijn van een reeks. Andere fotografen kiezen voor een vrijere aanpak. Zij laten de compositie, lichtval, pose en omgeving afhangen van de interactie tussen kunstenaar en model.   Deze tentoonstelling richt zich op de kunstzinnige portretfotografie en is niet chronologisch geordend. De portretten zijn vervaardigd door professionele fotografen en beeldend kunstenaars. Afhankelijk van wie zij portretteren of van het grotere verhaal dat zij met hun werk willen vertellen hanteren ze zeer uiteenlopende benaderingen en technieken. De diversiteit in benaderingen is enorm: fotografen maken portretten in de publieke ruimte, stellen met fotoreeksen onze uniciteit in vraag, bouwen een relatie op met het model of zoeken de confrontatie met de toeschouwer. Boris Michailov: Untitled, uit de serie "Case History" 1997–1998 Dit is wat geschiedenis met mensen doet, zegt de titel Case History je indirect. De reeks verslaat de schrijnende armoede in Oekraïne na de val van het communisme. Twee daklozen in Charkov zijn door de crisis gedwongen tot een armoedig leven op straat. Onder hun schamele kleding zie je hun bleke lijven. Door de mensen op groot formaat te portretteren, plaatst Boris Mikhailov hen op een voetstuk. In de reeks speelt hij met verschillende poses en symbolen uit de traditie van de portretschilderkunst of uit het collectieve geheugen. Zo roepen de vis en de wijn hier het bekende Bijbelverhaal op. Met zijn schrijnende humor maakt Mikhailov de modellen tot helden van de postcommunistische tijd.   Anton Corbijn: Luc Tuymans, 2004 De Vlaamse schilder Luc Tuymans (1958) zit met de benen over elkaar geslagen op een oude stoel, waarschijnlijk in zijn atelier. Zijn houding is zo alledaags, dat je het nauwelijks een pose kunt noemen. Het perspectief werkt bevreemdend: de fotograaf zit zo laag en zo dichtbij met zijn camera dat de schoen en het been van Tuymans naar voren in het beeld steken en onscherp blijven. Fotograaf Anton Corbijn portretteert de geaccepteerde helden van onze tijd: filmsterren, popmuzikanten of kunstenaars. Hij is een portretfotograaf pur sang die zijn veelal beroemde modellen juist niet met glamour afbeeldt, maar in ongepolijst zwart-wit. In zijn portretten zoekt Corbijn de balans tussen publiek imago en privéleven.           ZAAL 2 - De typologische reeks en de menselijke blik Omstreeks 1990 begonnen fotografen en beeldend kunstenaars onbekende en anonieme personen centraal te plaatsen in hun portretten. Het ging hun niet meer alleen om bijzondere persoonlijkheden, maar ook om de gewone mens en zijn individualiteit, de menselijke waardigheid en kwetsbaarheid. De focus op individualiteit ging samen met het gebruik van een groot-formaat camera. Dankzij die techniek was een grotere scherpte en detaillering mogelijk en werd het maken van grote afdrukken aantrekkelijk. Aan het begin van de jaren 1990 ontstonden portretten in zogenaamde typologische reeksen: series van min of meer gelijkvormige beelden op hetzelfde formaat. De herhaling nodigt je uit tot het maken van onderlinge vergelijkingen. De omgeving of het interieur op de foto, is soms met opzet gekozen door de fotograaf. Die extra visuele informatie breng je als kijker bewust of onbewust in verband met het karakter van de persoon.   Beeld 1: Rineke Dijkstra: Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992 Het tienermeisje in een badpak staat er een beetje alleen. Ze laat haar lange armen ongemakkelijk hangen. Haar benen staan onbewust in een klassieke contraposto en haar blote voeten zijn bedekt met zand. De aandacht voor de individualiteit en de kwetsbaarheid van het jonge meisje trekt je aandacht. Het zal geen alledaags gezicht geweest zijn, die grote camera met statief in het zand vlak bij de branding. Rineke Dijkstra nam de tijd om haar camera heel precies in te stellen, met haar hoofd onder een zwarte doek zoals fotografen dat heel vroeger ook deden. Doet de voorstelling van een jonge vrouw in de branding je ergens aan denken? Misschien wel aan het schilderij De geboorte van Venus van de Italiaan Sandro Botticelli uit 1628.   Sergey Bratkov: Sasha, uit de serie “KIDS”, 2000 Courtesy Regina Gallery Als je denkt aan een kinderportret, dan is dit niet wat je verwacht. Er is weinig aandoenlijk of kwetsbaar aan dit modieus geklede meisje. Ze staart onverschillig voor zich uit en rookt een sigaretje. De smoezelige badkamer is ook geen voor de hand liggende locatie voor een fraai kinderportret. Hoe oud zou ze zijn? Haar leeftijd stemt in ieder geval niet overeen met de volwassen uitstraling van haar pose. Dat is precies wat Oekraïense fotograaf Sergey Bratkov met zijn reeks wou bereiken. Hij portretteerde kinderen van Russische ouders die hun kroost naar een modellenbureau hadden gebracht. De mannelijke en vrouwelijke Lolita-figuren moeten voldoen aan de verwachtingen van de volwassenen en hun dromen van een beter leven.   ZAAL 3 - Cultuur en plaats In de jaren 1990 namen fotografen afstand van het idee dat een fotoportret iets wezenlijks weergeeft van de afgebeelde persoon. Een portret was voortaan eerst en vooral een afbeelding die wordt bekeken, begrepen en gewaardeerd volgens bepaalde picturale tradities en conventies. Het besef dat een foto geen absolute waarheid verkondigde, leverde een nieuwe artistieke vrijheid op. Fotografen gingen op zoek naar nieuwe vormen in de portretfotografie. Het begrip ‘portret’ werd opgerekt en vermengd met andere vormen en praktijken zoals de documentaire en de reportage. Voor het eerst werd ook een duidelijk verband gelegd met het landschap. Fotografen stelden zich de vraag hoe de plek waar iemand leeft de identiteit van het individu of de gemeenschap bepaalt.   Manfred Willmann: Untitled, 1988, uit de serie "Das Land, 1981–1993" De man zit met een wereldbol op schoot in een keuken. Hij heeft zijn hoed nog op. Het lijkt een spontaan genomen portret. De foto komt uit de serie Das Land (‘Het land’) die de Oostenrijkse fotograaf Manfred Willmann maakte tussen 1981 en 1993. De reeks verbeeldt het dagelijkse leven in een rurale gemeenschap in de provincie Steiermark waar Willmann zelf al jarenlang leeft. Door de informele composities en het gebruik van flitslicht doen zijn foto’s op het eerste gezicht denken aan willekeurige snapshots. Maar niet is minder waar. Willmann gebruikt zijn beeldtaal heel bewust om het gefotografeerde leven dichterbij te brengen.   Adam Pańczuk, uit de serie “Karczeby” Hoe kan een foto uitdrukking geven aan de complexe historische relatie van de bewoners met de grond waarop ze leven en die hun identiteit bepaalt? Die uitdaging ging de Poolse Adam Pańczuk aan in deze reeks. Hij bezocht het land van zijn grootvader en voerde de dorpsbewoners op als acteurs. Zij poseren met objecten die symbool staan voor lokale tradities en gebruiken. De titel van de reeks refereert aan Karczeb, een oud dialect uit het oosten van Polen. Het woord verwijst naar wat achterblijft na het kappen van een boom: een stronk met wortels die zich niet laat verwijderen. De bewoners van de streek worden ‘Karczebs’ genoemd omdat zij zo sterk geworteld zijn in hun geboortegrond. De taferelen zijn soms komisch en suggereren een rijkdom aan verhalen. Maar Pańczuk reikt de kijker geen concrete clues aan: je mag ze zelf invullen. Het zwart-wit versterkt de suggestie van eenheid tussen mens en landschap. ZAAL 4 - Maskers De fotograaf en het model proberen allebei zoveel mogelijk richting te geven aan de manier waarop de kijker een portret kan lezen. Ze zijn zich bewust van de (gewenste) effecten die het portret in wording bij de beschouwer zal hebben. Pose, lichtval, gezichtsuitdrukking, camerahoek, achtergrond, kleding en eventuele betekenisvolle objecten en attributen vormen hun gereedschap. De pose linkt het portretgenre aan het theater, waar je ook ‘doet alsof’, waar met het lichaam en een gezichtsuitdrukking emoties kunnen worden overgebracht. Het zelfportret neemt een bijzondere plaats in binnen het portretgenre. Ons gezicht is het lichaamsdeel dat we het meest associëren met wie we zijn. Daarom kijken we met regelmaat in de spiegel. Zoals het gezicht bepaalde gevoelens prijsgeeft, kan het die ook verbergen. Net als in het theater kun je een masker opzetten of het juist laten vallen. Het kunstenaarsportret is een oud genre in zowel de schilderkunst als de fotografie. Voor de kunstenaar betekent het zelfportret veel meer dan alleen een blik in de spiegel. Het zelfportret van de fotograaf is een reflectie op zijn eigen persoonlijkheid en op zichzelf als kunstenaar. Koos Breukel: Gerard Fieret, Den Haag, 2005 De Nederlandse fotograaf Koos Breukel is bijzonder geïnteresseerd in mensen van alle leeftijden die zichtbaar zijn getekend door het leven. In zijn portretten legt hij de sporen vast die het leven heeft achtergelaten. Breukel weet in korte tijd zo’n band met zijn modellen op te bouwen dat zij hun al te bewuste gelaatsuitdrukking vergeten en loslaten. Op dat moment wordt er iets anders van hen zichtbaar; een masker achter een masker. De Nederlandse fotograaf en dichter Gerard Fieret (1924–2009) op deze foto was even bekend om zijn erotische naakten als om zijn kluizenaarsbestaan. Toen Breukel zijn portret wilde maken, trok Fieret snel en plagerig zijn pet voor zijn gezicht. Toch is de foto niet mislukt. Integendeel, de foto typeert Fierets neiging zich uit de maatschappij terug te trekken. Konstantinos Ignatiadis: Zelfportret in Nikopolis, augustus 1999 De Griekse fotograaf Konstantinos Ignatiadis maakte dit beeld in een klein dorpje aan de westkust van Griekenland. Het ruïneuze landschap van deze foto roept associaties op met de Griekse oudheid. De schaduw van de camera op een statief wordt geprojecteerd op een stenen ruïne. De schaduw van de fotograaf staat er in drie verschillende houdingen naast. Ignatiadis’ portret valt samen met de plek waar het is gemaakt. Door zijn schaduw aan de hand van zonlicht te projecteren op een stukje Griekse geschiedenis, zegt hij iets over zijn eigen achtergrond en het proces van fotograferen. Fotograferen is immers schrijven met licht en dat beeldt Ignatiadis hier letterlijk uit.     ZAAL 5 De getoonde werken in deze tentoonstelling staan in een lange, Europese traditie van het uitbeelden of verbeelden van een individu of groep. Tot die traditie horen bepaalde stilistische en maatschappelijke conventies die in de portretschilderkunst van de renaissance zijn ontstaan. Inherent aan het genre is onder andere dat (foto)portretten ‘stom’ zijn. Al sinds de renaissance proberen kunstenaars dit gebrek op te vangen door in hun beelden belangrijke contextuele informatie over de modellen op te nemen. Portretfotografen leggen hun model bijvoorbeeld vast in een veelzeggende omgeving, met strategisch gekozen attributen en objecten of ze zoeken naar andere manieren om de geportretteerde te laten spreken.   Nikos Markou: Life Narratives, 2013   De Griekse fotograaf Nikos Markou liet zijn modellen letterlijk spreken – voor de videocamera. Zijn modellen zijn echte mensen die vertellen over hun leven tijdens de economische crisis in Griekenland. Samen geven zij een persoonlijk en intiem gezicht aan de harde realiteit van de nog immer voortdurende crisis in het land.   Stratos Kalafatis: Athos/ Colors of Faith, 2008   Stratos Kalafatis portretteerde de monniken van de berg Athos. Zij leven in een kleine gemeenschap van enkele duizenden mannen op een schiereiland in het oosten van Griekenland. waar de religieuze en historische tradities van de Oosters-Orthodoxe Kerk in ere worden gehouden. De monniken hebben gekozen voor een nieuwe identiteit en zonderen zich af in een religieus ministaatje met zijn eigen regels. Kalafatis fotografeert de mannen frontaal, met slechts enkele details en de omgeving als minimale toevoeging.     ZAAL 6 Formeel en informeel Wie poseert er meestal voor een portret? Traditiegetrouw zijn dat personen met een hoge status of een belangrijke maatschappelijk functie zoals vorsten, staatshoofden en politici. Tot op de dag van vandaag vertegenwoordigen die officiële portretten niet alleen de afgebeelde persoon maar ook zijn of haar functie. Hoe kan een portret status en gezag uitstralen? Daarvoor gebruiken portrettisten picturale tradities: manieren en ‘trucs’ om iemand in beeld te brengen die al eeuwenlang bestaan en die door iedereen worden begrepen. De hier geselecteerde fotografen en beeldend kunstenaars zijn zich goed bewust van die rijke en eeuwenoude schilderkunstige portrettradities.   Lucia Nimcová: Unoffical, 2007   De Slowaakse beeldend kunstenaar Lucia Nimcová speelt met het officiële portretgenre vanuit een politiek-historisch perspectief. Ze dook in de fotografische archieven van haar geboorteplaats Humenné en verdiepte zich in de beeldtaal van de communistische propaganda. Vervolgens vroeg Nimcová een aantal mensen om opnieuw voor de camera te poseren, zoals zij in de communistische tijd poseerden of hun officiële functies vervulden. Feit en fictie, herinnering en fantasie, heden en verleden beginnen in deze reeks op een hilarische manier door elkaar te lopen.     Christian Courrèges: Capitale Europe, sinds 1990   Hoe kan een portret macht en leiderschap uitstralen? Daarvoor hoef je maar naar de foto’s van de Franse fotograaf Christian Courrèges te kijken. Hij portretteerde in opdracht talloze politici en hoge ambtenaren die aan de wieg stonden van de Europese eenwording. Zijn klassieke zwart-wit portretten zonder achtergrond en attributen tonen het zelfverzekerde gezicht van de politieke macht.   ZAAL 7 Introtitel De grote diversiteit in de Europese portretfotografie van de afgelopen 25 jaar vertaalt zich in zeer verschillende composities en formaten, in de keuze voor zwart-wit of kleur en de mate van abstractie, maar toont zich vooral in de uiteenlopende verhoudingen tussen de fotograaf en de gefotografeerde. In de portretfotografie is de relatie tussen de fotograaf en het model bepalend voor het resultaat. Dat kan een machtsverhouding zijn of een vriendschapsband. De fotograaf kan de totale controle houden, of hij kan het model de vrijheid geven om te doen wat hij of zij wil, met een onvoorspelbare afloop tot gevolg. De meeste portretten komen tot stand in een wisselwerking, waarbij de persoonlijkheid van de maker minstens zo belangrijk is als die van degene voor de camera. De maker moet zijn model immers op zijn of haar gemak stellen, het vertrouwen winnen of juist uitdagen. Thomas Ruff, Porträt (A, Kachold), 1987 De vrouw in dit enorme portret kijkt je recht aan. Haar blik is neutraal en verraadt geen emoties. De maker, Thomas Ruff, begon al vroeg in de jaren 1980 met het maken van de typologische portretreeks Porträts. Hij portretteerde een aantal medestudenten zoals de politie dat deed volgens de methode van de Fransman Alphonse Bertillon (1853–1914): frontaal, zonder gezichtsuitdrukking en met een egale, ondramatische belichting tegen een neutrale achtergrond. Ruff presenteerde de foto’s als strakke, gelijkvormige reeksen. Die presentatievorm had hij overgenomen van zijn leermeesters Bernd en Hilla Becher en hun fotoproject van industriële monumenten. Door alle mogelijke betekenissen en connotaties zoveel mogelijk uit het beeld te halen, benadrukte Ruff dat zijn portretten allereerst foto’s waren en geen uitdrukkingen van gemoedstoestanden of persoonlijkheden. Ruff gaf met Porträts een nieuwe impuls aan de portretfotografie door een tabula rasa van het portret te creëren: een geheel ‘lege’ afbeelding. Om dat te benadrukken maakte hij ze extra groot.   Denis Darzacq, Group 01, Act 50, 2010 Voor de serie warme en menselijke portretten van Act werkte Denis Darzacq samen met mensen die een geestelijke beperking hebben. De fotograaf koos voor een breuk tussen hem en de geportretteerde door de personen zelf te laten kiezen hoe en waar zij in beeld werden gebracht. Er komen in Act ook acteurs, dansers en atleten voor, maar Darzacq maakte bij het vervaardigen geen onderscheid tussen hen. Ieder individu kreeg de gelegenheid om zich voor de foto spontaan of slechts na korte aanwijzingen te uiten aan de hand van eigen ingevingen en lichaamstaal. Ook de locatie van de foto in een openbare of semi-openbare ruimte was hun keuze. Darzacq gaf zijn modellen alle vrijheid om zich vrij te verhouden tot zichzelf en de ruimte om hen heen. Daardoor is het resultaat soms heel expressief zoals in dit groepsportret of in andere gevallen juist ingetogen.          

Marthy
0 0

Veilig gedrag: bestraffen of belonen? Enkele praktische handvaten

Het is een vaak voorkomende vraag: moet een werkgever opteren voor het belonen of het bestraffen van gedragingen om tot veilig gedrag te komen? Volgens de laatste psychologische inzichten is het beter om te kiezen voor beloningen. In dit artikel worden enkele praktische voorbeeldtoepassingen meegegeven voor werkgevers, preventieadviseurs, etc. om veilig gedrag te stimuleren.   Straffen is een optie, belonen werkt beter Om een beeld te kunnen schetsen van de impact van straffen en belonen, moet worden teruggegrepen naar de theorie van operante/instrumentele conditionering. Het uitgangspunt van deze theorie is dat gedragingen veranderen op basis van de gevolgen die ze hebben. Gedragingen die een voldoening als gevolg teweeg brengen, zullen vaker, sneller en efficiënter uitgevoerd worden dan deze die onbevredigende gevolgen teweeg brengen. Een straf kan ervoor zorgen dat een werknemer op de vingers getikt wordt, waardoor hij of zij het gedrag in de toekomst vermoedelijk niet meer zal vertonen. Dat is positief, maar een straf heeft ook een onverwachts neveneffect, niet op de werknemer maar op de leidinggevende. Deze zal namelijk leren dat straffen effectief is en dus treedt bij de leidinggevende ook conditionering op. Het gevaar is dat de leidinggevende de straffen ook zal toepassen in andere situaties die misschien minder ernstig zijn. Daarnaast dwing je met negatieve sancties de mensen om op te houden met een bepaald gedrag, maar je reikt hen geen nieuw, veilig gedrag aan. Dit is wel het geval bij beloningen.   Een effectieve straf Een straf moet tevens aan verschillende voorwaarden voldoen om effectief te werken. Ten eerste moet de straf intensief genoeg zijn. Toch mag de straf ook niet te zwaar zijn om te voorkomen dat het leermechanisme door emotionele inferenties wordt geblokkeerd. Daarnaast is het belangrijk om de straf snel te geven, zodat de link tussen het ongewenste gedrag en de straf wordt gelegd. Ten derde is de consistentie van belang. De straf moet elke keer toegepast worden wanneer het ongewenste gedrag zich voordoet. Tot slot moet de straf gepaard gaan met het tonen van het gewenste gedrag.   Praktische voorbeeldtoepassingen Om toekomstig veilig gedrag aan te moedigen binnen uw onderneming wordt in de eerste plaats aangeraden om te focussen op positieve bekrachtiging. Indien een werknemer goed werk heeft geleverd, is het de taak van de leidinggevende om zijn waardering te uiten, zodat de werknemer in de toekomst zijn best zal blijven doen. Allereerst kan het al effectief zijn om een veiligheidssuggestie – box te plaatsen in de onderneming. In deze doos kunnen werknemers zelf suggesties doen om de veiligheid in het bedrijf te verhogen. Het uitdelen van financiële bonussen voor veilig gedrag blijken niet altijd effectief te zijn. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit kan leiden tot een daling van de intrinsieke motivatie van de werknemer. Daarnaast zit er vaak ook een langere periode tussen het gedrag en de financiële beloning. Er wordt daarom best gekozen voor immateriële beloningen. Een compliment geven voor het dragen van een helm kan dus effectiever werken dan aan het eind van het jaar een bonus te geven. Een andere mogelijke methode om veilig gedrag te motiveren, is een beloningsprogramma met de naam ‘veilige werkdagen – programma’. Dit houdt in dat een groep werknemers een beloning krijgt wanneer ze bijvoorbeeld 100 veilige werkdagen bereiken. Toch is het belangrijk om in het programma ook aandacht te besteden aan een belangrijke valkuil. Zo zal een werknemer op die manier minder gemotiveerd worden om blessures of arbeidsongevallen te melden. Als één werknemer gewond is, verliest iedereen de beloning. Sensibilisering is hier dus een belangrijke factor. Een derde mogelijkheid is werken met de benoeming van ‘(veiligste) werknemer van de maand’, gepaard gaande met een eventuele beloning. Dit zal resulteren in het feit dat de werknemers verder gaan dan hun aanvankelijke werktaken om te streven tot deze benoeming. Een vierde concrete praktische toepassing is een ‘safety creditcard’. Elke werknemer krijgt zo’n kaart aan het begin van het jaar. De werknemers kunnen punten verdienen voor de creditcard, uitgereikt door de werkgever of de preventieadviseurs, indien hij/zij veilig gedrag vertoont, een maandelijkse veiligheidsvergadering bijwoont, periodieke veiligheidscontroles uitvoert van de omgeving, werkapparatuur en bepaalde werkmethoden, etc. Aan het einde van het werkjaar mag iedere werknemer een prijs kiezen, naargelang het aantal punten er werden verdiend op de creditcard. De prijzen kunnen bijvoorbeeld ook allemaal voorzien zijn van een veiligheidslogo (bv. een brooddoos met een tekening van een helm). Tot slot kan men ‘veiligheid – bedankingskaartjes’ uitreiken. In de onderneming kan een bedankingskaartje ontworpen worden dat beschikbaar is voor alle medewerkers. Dit kaartje kunnen ze uitdelen aan collega’s die op een veilige manier omgaan met anderen of werkmaterialen. Op de kaart kan aangeduid worden om welk soort veilig of zorgzaam gedrag het gaat.   

Sara Bossers
0 0

(Ver)Huren, iets voor jou?

(Ver)Huren, iets voor jou?   Verschillende types huurovereenkomsten Huurovereenkomst van negen jaar: Dit is een huurovereenkomst met een bepaalde duur tot negen jaar. Wanneer er na negen jaar geen opzeg wordt aangevraagd, wordt de overeenkomst telkens verlengd voor een periode van drie jaar tegen dezelfde voorwaarden. Huurovereenkomst van korte duur: Dit kan een contract van twaalf maanden zijn, maar evengoed een contract van bijvoorbeeld zeventien maanden. Deze huurovereenkomst kan één keer verlengd worden zonder een totale huurperiode van drie jaar te verstrijken. Na de verlenging gaat deze overeenkomst over in een negenjarig contract. Het contract wordt geacht bij het begin van de overeenkomst aan te vangen.   Beide types hebben voor- en nadelen. De medewerkers van het Wooninfopunt staan klaar om je te informeren en te adviseren. Plaatsbeschrijving Hecht belang aan de opmaak van een plaatsbeschrijving. De plaatsbeschrijving is een schriftelijke vaststelling die weergeeft hoe de woning eruit ziet voordat de nieuwe huurder de woning zal betreden. Deze moet ondertekend worden door zowel de huurder als de verhuurder en wordt bijgevoegd bij de huurovereenkomst. Op die manier krijg je na afloop van het huurcontract zo weinig mogelijk discussie over welke schade er al was en welke schade nieuw is. Na het einde van de huur voer je een plaatsvergelijking uit. De plaatsvergelijking vergelijkt de woning op het einde van de huurovereenkomst met de plaatsbeschrijving die bij aanvang van de huurovereenkomst werd opgesteld. Op basis van deze vergelijking wordt vastgesteld welke schade de woning tijdens de periode van verhuur heeft opgelopen.  Is er een muur beschadigd? Werkt de kraan nog naar behoren? Sluit het raam nog goed? Eventuele nieuwe elementen of schade noteer je op de plaatsbeschrijving zodat je een duidelijk overzicht krijgt. Hoeveel bedraagt de schade? Vraag raad aan experts die je hiermee verder helpen. Indien er discussie of onenigheid ontstaat, kan er in de laatste fase naar de Vrederechter gestapt worden. Registratie van de huurovereenkomst Een huurcontract moet sinds 1 januari 2007 wettelijk geregistreerd worden door de verhuurder. De registratie is belangrijk omwille van drie redenen. Het contract: krijgt een vaste inschrijvingsdatum in het register (stempel); maakt het contract bindend voor derde partijen; de huurder is wettelijk beschermd tegen uitzetting bij verkoop.   Het is de taak van de verhuurder om dit contract binnen de twee maanden te laten registreren. Dit kan op het registratiekantoor dat bevoegd is voor de regio waar de verhuurde woning gelegen is. De registratie is kosteloos.   Wat als de woning niet in orde is? Wanneer het dak lekt, de ramen sluiten niet grondig af of de chauffage werkt niet goed, is het belangrijk dat je de huisbaas via aangetekend schrijven op de hoogte brengt. Op die manier heb je bewijs dat je de verhuurder hebt ingelicht. Je voldoet hiermee bovendien aan de meldingsplicht als huurder.    Heb je eventuele schade vastgesteld? Onderneem dan volgende stappen: Verzamel alle informatie in verband met de schade. Ga na wie de herstellingen moet uitvoeren. Verwittig de verhuurder door een aangetekende brief te verzenden. Indien de verhuurder niet reageert, kan je als laatste stap contact opnemen met het Vredegerecht. Mag de verhuurder de huur zomaar indexeren? Een indexatie is een jaarlijkse aanpassing van de huurprijs aan de kosten van het levensonderhoud. Sinds 28 februari 1991 mag de huurprijs geïndexeerd worden op de verjaardagdatum van het contract, behalve wanneer er in het contract staat dat dit niet mag gebeuren. De indexatie is niet verplicht.   Wil de verhuurder de indexatie toepassen dan moet de huurder hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht worden. De huurder moet op basis van dit document zijn goedkeuring geven. Doet hij dit niet, dan heeft de verhuurder één jaar de tijd om een rechtsvordering op te starten.   Is jouw geïndexeerde huurprijs correct berekend? Vraag het na bij de medewerkers van het Wooninfopunt.    

erikavanhelmont
0 0

Die nacht dat het gebeurde...

 Bonk…! Met een ruk schiet Noa wakker. Ze stapt uit bed en loopt naar de trap. Shit denkt ze als ze haar moeder onder aan de trap ziet liggen. Ze gaat naar beneden. Als ze beneden komt hangt er een vreemde geur, een zure en felle geur. De geur van drank en kots… Verdomme mama denkt ze. Ze neemt haar moeder mee naar de keuken en schenkt een glas water in voor haar. “Je weet toch als je gedronken hebt je nooit met de auto mag rijden” zegt ze als ze de autosleutels in haar handtas ziet.  Haar mama brabbelt iets en valt dan als een blok in slaap. Noa besluit dan ook maar om weer naar bed te gaan. Morgen zien we wel… De volgende dag word Noa wakker en gaat ze naar beneden. In de keuken ziet ze het glas water nog staan maar haar moeder is er niet meer. “Ze zal waarschijnlijk naar boven zijn gegaan” denkt ze. Ze haalt de post uit de brievenbus en ploft op de bank. Ze neemt de krant uit het stapeltje post en begint er in te bladeren. Plots stopt ze bij een artikel die gaat over een jongen die gisteren zou omvergereden zijn door een dronken bestuurder… Noa houd haar adem in. De straat waar het is gebeurd ligt vlak bij hun huis. Noa denkt aan haar moeder die nu waarschijnlijk haar roes aan het uitslapen is. Ze trekt haar jas aan en besluit de plek van het ongeval te gaan bekijken. Ze neemt haar fiets uit de garage en vertrekt. De plek is afgezet met politielint en er lopen mannen met witte pakken rond. Ze vraagt aan een agent wat er gebeurd is. De agent zegt dat er vannacht iemand omver gereden is. Ze denkt terug aan het artikel… Zou het echt haar moeder zijn geweest of beeld ze zicht dat maar in? Ze stapt op haar fiets en rijd naar huis.

ik
0 0

Hoe moeder stierf en dat dat eigenlijk mijn schuld was

  ‘Moeder, je zou me toch komen ophalen aan het station? Ik had gezegd om kwart voor twee. Half drie is het nu.’   ‘Moeder, het is drie uur. Waar blijf je? Bel je me?’   Maar moeder belde niet. En ook op de boerderij nam niemand op.     Om half vier kreeg ik de jongste broer aan de lijn. Ik zat op de rand van één van de grote bloembakken voor de stationsingang en keek verveeld rond. Na een weekend in Gent het dorp troostelozer dan ooit. Ik keek naar de bussen die af en aan kwam rijden. Naar de mensen die op en af stapten. De meesten beladen met zakken van de Aldi, er is een filiaal in de naburige gemeente. De Aldi is voor arme mensen, zei moeder altijd toen ik als kind vroeg waarom wij er nooit heen gingen. Arme mensen zonder auto.   De jongste broer ademde onregelmatig en probeerde zich goed te houden. ‘Ons moeder. Louiza, toch.’   Ik zocht tevergeefs houvast op de rand van de betonnen bloembak die, toen de jongste broer verderging, stroperig werd, als drijfzand. Ik dreigde weg te zinken. ‘Maarten. Met zijn tractor. En moeder, met de auto. Verblind door de zon, zeggen ze.’                                                                      *   In de keuken zaten de vier broers samen met vader aan tafel. Ze keken naar het tafelblad. Ze keken niet op toen ik ook ging zitten, maar bogen hun hoofd nog dieper. Hun neuzen raakten het tafelblad net niet. Wie niet beter wist, zou de aanblik komisch gevonden hebben.   De jongste broer richtte zich op. Hij keek me aan en ik dacht een veeg bloed op zijn T-shirt te zien. Dat hij er als eerste bij geweest was. Dat hij net het erf afgereden was, hij was de maaier komen halen, het gras op het stuk land aan de Wissel stond zo hoog. Daar, aan de Wissel, in de bocht… Moeders auto stak half in de gracht. De tractor van Maarten was er half over gegaan. Dat hij erbij was toen ze… Dat hij de deur eerst niet open kreeg. Hij had haar gordel losgemaakt, haar uit de auto gehaald. Ze had iets gezegd, maar hij begreep niet wat. Dat alles zo snel ging. Dat Maarten haar niet gezien had. Dat Maarten daar stond. Gewoon stond. Godverdomme, de klootzak.   Ik haastte me naar mijn kamer.                                                                   *   ‘Zusje, het is net zo druk nu. Kun je niet pas tegen de avond terugkeren? Ze komen materiaal leveren voor de nieuwe stal en vader is niet thuis. Ik ga me te erg moeten haasten. Kun je echt geen trein later nemen?’   ‘Nee, ma, dat kan ik niet. Ik vertrek nu naar het station. Ok?’                                                                        *     Maarten vraagt om langs te komen op de boerderij. Maar men wil Maarten niet zien. Men wijst hem met de vinger. Het is zijn schuld. De politie komt enkele keren langs en er passeert ook een verslaggever van de krant, maar niemand wil met hem praten behalve een loslippige buurvrouw.   In de krant heeft men het over een tragisch ongeval en over Maarten D. (39), een bekende van de familie, goed bevriend met de vier zonen van het slachtoffer. Dat hij mij om de twee weken de hersenen uit mijn kop neukt, heeft de verslaggever er niet bij vermeld.   Dat het niet de eerste keer is dat de jonge boer een ongeval veroorzaakt. Alleen niet eerder met zo’n tragische afloop. Het slachtoffer was een liefhebbende echtgenote en moeder van vier zonen en een dochter. Lid van de KVLV. Een hardwerkende boerin, die haar boerderij met trots bestierde.   Maar ik moet Maarten wel zien.   Ik klop op de achterdeur en vind zijn ouders in de keuken. Ze zitten aan tafel en veren op wanneer ik binnenkom. Een klamme hand, enkele woorden van medeleven en verder niets. Boeren zijn harde werkers, geen praatjesmakers. ‘Hij is bij de kalveren,’ zegt zijn vader ten slotte. Toonloos. Mijn tong plakt tegen mijn verhemelte. Ik trek de achterdeur geruisloos achter me dicht.   Hij staat werkloos naar de eerste kalverhut te staren, een emmer met melk in zijn rechterhand. Ik schuifel met mijn voeten in het stro, zodat hij wel moet omkijken. Hij ziet me, maar hij mijdt mijn blik. Hij zet de emmer neer en veegt zijn handen af aan zijn overall. ‘Louiza.’ Dan pakt hij de emmer weer op, gaat voor de tweede kalverhut staan en giet wat melk in het drinkbakje. Het kalfje begint meteen gulzig te drinken. ‘Ik heb haar niet zien komen,’ zegt hij. Hij gaat in de richting van de derde kalverhut. Het kalfje komt nieuwsgierig dichterbij, likt in afwachting aan de tralies. Ik sla mijn armen om zijn grote, logge bovenlijf. Hij houdt de emmer nog steeds in zijn hand. Zelfs wanneer zijn tranen in mijn hals beginnen te druppen.   Mannen huilen niet, wil ik zeggen.   De broers huilen niet. Vader ook niet.   Dus waar haal jij het recht?  

Valerie Tack
78 2