Lezen

D van Duitsland

(uit “verhalen van A tot Z”)   Drakenrots revisited   ADOLF 1   “Krankzinnig!”, klonk de mening van ouders en leiding van de jeugdgroep waarbinnen wij besloten hadden om vanuit noord Limburg met een vijftiental kameraden per fiets naar het meer dan tweehonderd kilometer verre Köningswinter am Rhein te trekken. In de zestiger jaren was buurland Duitsland “vreemd” populair.   Dit was geen fietstocht met de moderne lichtgewichtfietsen van heden, maar toch beschikte eenieder reeds over een “verzet” (klein, midden en groot) dat ons zou helpen bij het doorkruisen van het Zevengebergte.   Mijn fiets was loodzwaar en meer dan een meter breed door de tent op de bagagedrager en de metalen koffiekan en waterketel die langs beide zijden aan draagtassen waren vastgesjord. Een lotgenoot had onder zijn snelbinder een houten kistje met vijftien stuks bestek en metalen eetborden.   Veel vlugger dan voorzien doorkruisten wij nog diezelfde avond het centrum van Aachen. De man met het houten bestekkistje reed het laatst. Het drukke verkeer en de vele verkeerslichten dreven ons uit elkaar maar wij wisten welke richting wij uit moesten en zodra wij door de stad waren zouden wij ons wel terug groeperen.   Buiten de stad ontbrak een persoon, iemand had nog net gezien dat hij van zijn fiets was gestapt maar had verder alle aandacht moeten vestigen op het doorworstelen van het verkeer.   Toen het begon te regenen besloten wij verder te rijden en in de eerste de beste boerderij te vragen om er onze tenten te mogen opslaan. Het mocht, die gastvrije Duitsers toch ! Of waren het - foei ! -  onze bruine uniformhemden die het hem deden ?   Doorweekt kregen wij een weide toegewezen. In de snel opgetrokken tenten ontdeden wij ons rillend van de natte kleren. Een grote soepketel - met “pakjessoep” - werd nooit warm op de te kleine opwarmpotjes van het ABL (Armée Belge Leger) en onze maaltijd werd beperkt tot de inhoud van een oude valies vol home-made wafels en lauwe thee.   De stralende ochtendzon en de knagende magen zetten enkele moedigen er toe aan om de soepketel naar een nabije boerderij te slepen met de vraag deze op het fornuis op te warmen. “Natürlich! Kommen Sie in eine halbe Stunde zurück..”  Precies 29 minuten later staat een boerin zich vrolijk af te vragen of “die Suppe vielleicht Französisch war?” “Warum ? Weil ich glaube da sind Schnecke drin… Gucken Sie mahl auf die Packung.  Weil die Franzosen, die essen das, und die Weißen haben Sie am liebsten. „   Geen Franse escargotsoep, zo bleek even later. In haar sappig Aachs dialect wist de hoogst sympathieke Bäuerin nog te vertellen “wen die Schnecken Nachts in den Kettel gekraufen sind, dann lach ich mich kaputt…”.  Ze heeft zich inderdaad haast kaputt gelachen want de ketel was blijven openstaan en dikke slakken waren er 's nachts ingekropen. Nadat enkele dapperen van pure hongersnood toch eens van de soep hadden geproefd werd zij in de varkenstrog gegoten. German pigs love french soup !   Onze metalen borden-man hebben wij nooit teruggezien op onze tocht. Later bleek dat hij naar een politiekantoor was getrokken nadat al zijn borden met een oorverdovend lawaai midden in de stad op de grond waren beland. Voor hij ze had opgeraapt waren wij al lang uit het zicht verdwenen. Vruchteloos had de politie naar ons gezocht en onverrichter zake had onze vijftiende man er niet beter op gevonden terug naar huis te fietsen waar hij laat in de nacht was toegekomen.  Paniek alom op het thuisfront !   Ons van geen kwaad bewust ging de tocht verder via Geilenkirchen, waar bij navraag naar Erdäppfelen oder Pataten wij leerden dat Kartoffeln wel degelijk aardappelen waren en geen wortelen :  Karotten.   De derde dag reeds wenkte de Drachenfels van Köningswinter.  Halverwege de top naar de burcht vonden wij in een doodlopend straatje een kappelletje met authentieke bidbanken die uitstekend dienst zouden doen als “refter”.  De honger knaagde na de loodzware tocht op en af de bergen van de Eiffel : wegens de te zware fietsen meestal stapvoets  naar boven maar dan heerlijk aan 60 km/u naar beneden.   Vier dikke keien en een rooster van de riolering werden tot een heuse keuken omgetoverd en al snel was er Bratwurst, appelmoes en puree. Met een koppeltje dat er in de auto kwam vrijen werd afgesproken dat zij ons het nodige licht bezorgden, kwestie dat wij door het tegenlicht niet zagen wat er verder in de wagen gebeurde. Er werd gefressen en nadien snel ingeslapen…de afwas en opkuis van de eetorgie was voor morgen.   Plots vloog het dekzeil van onze tent open en stonden er twee onvervalste Oberfeldwebel voor ons. Wij waren de eerste van drie tenten en nadat één van de geüniformeerden tot tweemaal toe gedreund had “Wo is der Führer?” antwoordde een van ons lakoniek “Der ist schon lange Tot” maar duidde proestend toch de tweede tent aan. Daar vloog men terstond buiten met de boodschap dat het heiligschennis was! Kapel en omgeving moesten meteen worden opgekuist en wij mochten geen uur langer in de omgeving blijven. Toen we later in het felle ochtendgloren de aangekoekte appelmoes en puree van de bidbanken schraapten waren wij inderdaad beschaamd en verheugd dat het bovenvermelde thuisfront hiervan niets hoefde te weten te komen.   De schoonmaak duurde de ganse voormiddag.  Zodra iedereen terug gepakt en gezakt was trokken wij, om niet op te vallen, in groepjes van drie nog even de stad in.  Jaren later denk ik met heimwee terug aan het  “Weissbrot mit Frankfurter Würst” en de heerlijk frisse Rheinwein waarvan wij een dubbele portie bestelden op het zonovergoten terrasje met uitzicht op de Rijn….”Warum ist es am Rhein so schön?”   Wegens acuut geldgebrek werd meteen de terugtocht aangevangen die ons nog leidde langs een hoeve waar wij al het eten kregen dat wij ons maar konden wensen….”Weil wir haben Euch während der Krieg schon so viel Misere gebracht.”  De kennismaking met het na-oorlogse Duitsland : zo veel "Gemütlichkeit" maar ook schuldgevoel en appreciatie "dass die Belgische Jugend unser Land überhaupt noch besuchen wollest".    De laatste avond overnachtten wij bij een tante van een van onze kompanen in Maaseik… “wor wir gôe musten eten en drinken, no da wir zuun lange toch op de velo hadden gemok”.  Was dit terug Vlaams?   Bij onze onverwachte thuiskomst na vijf dagen, er waren oorspronkelijk tien dagen gepland, en met een vijfhonderdtal kilometer in de benen wachtte ons een kruisverhoor. De nachtelijk weergekeerde bordenman had besloten de jeugdgroep te verlaten en zijn ouders overwogen klacht in te dienen.   Een hechte vriendschap liep stuk. Wij hadden hem nochtans erg gemist en hij was net als de anderen een toffe gast.  Maar ons verhaal kon nooit meer stuk.   Vele jaren later zag ik een huis te huur in het glooiende landschap tussen Brussel en Leuven. Na het zien van de woonst werd contact genomen met de eigenaar : “Aangenaam kennismaking”, zei hij “ik heet Adolf, maar u mag mij Dolf noemen” … Zo dacht ik terug aan de Führer van de Drachenfells en deze belevenissen.    ADOLF 2   Huisbaas Dolf werkte bij Sabena (de sabbenà) in Zaventem (Zoeftem) tot hij op rust werd gesteld wegens zijn slechte rug, gevolg van .......... een val..... uit een vliegtuig !?   “Een noodlanding, een crash, of wat ? – Neen – Een val van hoe hoog dan ? – Van een meter of vier, denk ik – En waren er nog andere overlevenden ? – Neen! – Neen ? – Nee, maar ik was alleen…. “   ”Het is te zeggen, ik was zoals gewoonlijk het vliegtuig aan het stofzuigen en toen ik aan de deur kwam stapte ik achteruit naar buiten maar de “gangway” was weggehaald en ik viel op den tarmac. Mijn rug is nooit meer goed gekomen maar sindsdien hebben zij wel een veiligheidstouw in de deur voorzien voor als de trap weg is”.   Nog van Dolf, die graag “mooi” praatte, vooral als de kinderen in de buurt waren, kwamen uitspraken als:   “Ik zal die nieuwe waterkraan morgen in de sinatairwinkel gaan halen”. “Kinderen, jullie moeten altijd mooi IBM praten” . “Kindje, op de koer zoveel als je wilt, maar binnen mag je niet scholraatsen”.   Of deze:   "Mevrouw, u hebt een schoon lichaamsgebouw".  “Gras in uw tuin, schoon…ja, maar daar kunt ge niet van eten, hé”. “Een gouden medaille van de Sabena – daar was ook niet veel etens of drinkens aan”.    

Vic de Bourg
0 0

Overheidsbrief

Antwerpen 6 mei 2016Geachte heer ….Waarschuwing:Jaarlijks neemt het aantal personen dat lijdt aan een ziekte aan de luchtwegen toe. Het gebruik van gemotoriseerde voortuigen in en om de stad verslechtert de luchtkwaliteit. Ook het weer kan bijdragen tot een slechte luchtkwaliteit. De gemeente Mollegem waarschuwt deze groep mensen dat de weersvoorspelling voor de komende dagen ongunstig is voor de luchtkwaliteit is en wij raden hen aan om binnenshuis te blijven. Aan bestuurders van gemotoriseerde voertuigen zal met aandrang gevraagd worden om deze zo weinig mogelijk te gebruiken.Met vriendelijke groetenGemeente Mollegem Antwerpen 6 mei 2016Geachte heer ….MaatregelJaarlijks neemt het aantal personen dat lijdt aan een ziekte aan de luchtwegen toe. Het gebruik van gemotoriseerde voortuigen in en om de stad verslechtert de luchtkwaliteit. Bestuurders van gemotoriseerde voertuigen vragen wij met aandrang om deze zo weinig mogelijk te gebruiken.De burgemeester en schepenen van Mollegem zullen de gemeentelijke verordeningen 384 sub b en verordening 385 en 386 uitvoeren indien de bevolking aan dit verzoek geen gehoor geeft of indien de omstandigheden verslechteren. Deze maatregel wil de uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO, CO2 en NOx sterk beperken en zelfs tot nul herleiden. De uitvoering van deze verordening reduceert sterk het gemotoriseerd vervoer of kan het zelfs verbieden. Wij vragen alle particulieren maar ook de industrie deze maatregel op de volgen.Met vriendelijke groetenGemeente Mollegem  

Ingrid Van der Aa
0 0

Zinnen herschrijven

Blz. 46 & 47 Mijn cliënte haar directeur ontsloeg haar op staande voet. Zij was behoorlijk overstuur.   De vrouw vertelt dat haar echtgenoot dagelijks ruziemaakt met twee van hun kinderen.   Schriftelijke aanvragen worden ten minste zes weken voor de aanvang van de activiteit gericht aan het college. De aanvraag gebeurt op de culturele dienst via een daarvoor bestemd formulier.   Blz. 24 Bij leesbaar schrijven is het is belangrijk dat de naamwoordstijl en nominalisering vermeden wordt.   Blz. 28 Elke gemeente telt vandaag etnisch-culturele minderheden onder haar inwoners. Voor elke gemeente is het een uitdaging om deze diversiteit een plaats te geven in zijn beleid.   Etnisch culturele minderheden bereiken en een beleid naar hen uitschrijven, hoe pakken we dit aan ? Allochtonen hebben nood aan meer en aangepaste info over de werking van de gemeente waar ze in verblijven.  In de dienstverlening moet er meer diversiteitsmanagement komen en ontwikkelen we best effectieve methodieken voor inspraak en participatie.    Blz. 30 vooruitlopen op, houding, geschikt, moeilijk, ontwerp, voortdurend, tegenstrijdigheid, werkelijk, duidelijk, veelvuldig, indruk, vernieuwen, geheel, voornemen, verandering, deelnemen, voorrang, gebied, beperking, af en toe, aanzienlijk, dringend, van kracht zijn.   Blz. 33 Het provinciaal integratiecentrum kan een belangrijke bijdrage leveren in de emancipatie van etnisch-culturele minderheden.   Blz. 34 We zullen deelnemen aan de raden van bestuur van de centra voor basiseducatie en centra voor volwassenonderwijs omdat we hen willen aanzetten en adviseren zodat ze een specifiek aanbod doen naar kwetsbare groepen bij etnisch-culturele minderheden.       Een kleuter geraakte gewond omdat hij werd aangereden door een onvoorzichtige dronken automobilist. Een spiegelgevecht vond gisteren plaats. De soldaten die daaraan deelnemen braken na de manoeuvres hun tenten waarin ze geslapen hebben af.  Michiel moet nog wennen aan zijn nieuwe school aan de andere kant van Leuven. Hij heeft voor een beroepsschool met veel praktijk gekozen omdat hij een hekel heeft aan huiswerk maken maar hij probeert toch dagelijks een uurtje te werken.    Blz. 35 Tijdens een speciale bijeenkomst in Leuven werd eind oktober in de cafetaria van het provinciegebouw het beleidsplan van het PRIC aan de coördinatoren van een aantal lokale steunpunten in de provincie gepresenteerd.   Ik kies in de eerste plaats voor iets anders Het bestuur wil dit niet. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat we schuldig zijn. Hij kon niet ontkennen dat hij de documenten had doorgespeeld aan de pers. Toestemming wordt enkel verleend als deze tijdig, schriftelijk en volgens de richtlijnen is aangevraagd.   Blz 37 Enkel contact met andere bevolkingsgroepen corrigeert de vooroordelen niet. De zorgverstrekker bepaalt wanneer zorgverstrekking onder “dringende medische hulp” valt.   De begeleiding wordt pas stopgezet als de cliënt thuis beter zelfstandig kan functioneren.      

Ingrid Van der Aa
0 0

Financiële afdeling bekijkt jaarresultaten door zonnebril

De jaarlijkse teamvergadering van de bedrijfsanalisten van de regio’s noord, centraal en zuid vindt dit jaar plaats van 28 tot 30 april in Nice. Regio zuid mocht dit jaar de locatie kiezen dus is Nice een voor de hand liggende keuze.  Deze mondaine stad aan de Franse azurenkust telt gemiddeld 300 dagen zonneschijn per jaar.  Tijdens ons verblijf  gaan we niet enkel vergaderen maar ook genieten van de eerste zonnestralen en tijd besteden aan cultuur en sport.  Plaats van afspraak is het authentieke Boscolo Plaza hotel vlak bij de gekende de “Promenade des Anglais”.   Vanuit de luchthaven is dit hotel gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer want de halte “Avenue Gustave V” van bus 98 is op 200 meter van het hotel. Voor de eerste activiteit spreken we af om 17.30 uur in de hotellobby. Magalie, onze plaatselijke gids wacht ons daar op en samen met haar wandelen we naar de “Colline du Château”.  Op deze panoramische plek starten we met een typische Franse activiteit.  We organiseren een heus petanquetoernooi.  De ploeg die het tornooi wint krijgt een trofee mee naar huis.  Voorzie wat extra plaats in je bagage want je weet maar nooit. We mogen niet te laat in het restaurant aankomen dus wandelen we rond 08.00 uur langs de wuivende palmen op de “Promenade des Anglais” naar het restaurant.   Voor onze groep is er plaats op het terras gereserveerd.  Na het eten kruipen we tijdig onder de wol want de dag nadien moeten we vroeg uit de veren voor een uitgebreid programma. We gaan eerst ontbijten en rond 8.30 uur start de vergadering in zaal Galerie. We lunchen niet in het hotel maar kuieren rond de middag via een toeristische route naar de oude stad.   Rond 14.30 uur wandelen we terug richting hotel en vergaderen we verder tot 17.00 uur. Snel de laptops in de kamer te zetten en wat sportievere kledij aantrekken want onze gids Melanie wacht ons op voor het hotel voor een fietstocht. We fietsen 2 uur langs de zee waar we de landschappen en panorama’s van de azurenkust ontdekken.  Na dit sportief tochtje hebben we wat tijd voor een verkwikkende douche en treffen we elkaar om 20.15 uur voor het aperitief in het restaurant van ons hotel. We dineren op het verwarmd terras met zicht op zee maar neem in elk geval een trui mee want Frankrijk kent ook aprilse grillen. Op zaterdag ontbijten we nog samen om 09.00 uur en nadien is iedereen vrij. Je kan huiswaarts keren maar ook een toeristische uitstap plannen naar o.a. Cannes, Nice, Monaco, …  Interesse? Meer informatie vind je op de website van de toeristische dienst van Nice http://www.nicetourisme.com.

Ingrid Van der Aa
0 0

S van SPEL

(uit “verhalen van A tot Z”) Kinderspelen uit vroegere tijden  Heimwee doet ons hart verlangen, naar de heimat onzer jeugd.Antoinette qui a la balle. Wie kent nog dit balspel ? Een kind had de bal en gooide hem over de rug naar achter waar een van de andere kinderen hem opving en achter de rug verborg.  Alle kinderen vormden een rij en hielden de handen op de rug.  Ook het kind met de bal achter de rug stond in de rij en zong  samen met de anderen : “Antoinette qui a la balleDraait u om dan weet ge ’t al “ De ballengooier mocht zich dan omkeren en raden wie de bal had opgevangen. De naam Antoinette verwees mogelijk naar Maria Antonia Josepha Johanna, beter bekend als Marie Antoinette. Zij was de echtgenote van koning Lodewijk XVI van Frankrijk, en dus koningin van Frankrijk. Wij hadden in onze familie ook een tante Antoinette (in de volksmond Tante Nènè genoemd , niet vanwege haar rijkelijke boezem – elle en avait des balles - maar omdat haar eerstgeboren neefje of nichtje haar naam nog niet kon uitspreken) Knikkeren  In het zwartgrijze zand van de straat werd de “pot” getekend,  een ellipsvorm met een lijn erin.  Op de lijn moest elke speler een aantal knikkers leggen.  Hoe meer spelers er waren, hoe groter de pot was. Dan werd op enkel meters van de pot een rechte lijn getrokken in het zand.  Van achter die lijn mocht men om beurten een knikker in de richting van de pot schieten.  Daarbij rustte de knikker op de gekromde wijsvinger en diende de duim als lanceerhamer.  De knikkers die men uit de pot kon schieten werden jouw eigendom. De mooiste knikkers werden soms geruild voor meerdere minder mooie exemplaren. Het spel werd danig verstoord toen in de vijftiger jaren de eerste auto’s opdaagden in de straat en de “potten” telkens opnieuw moesten getekend worden.  De eerste auto in onze straat was een Citroën van een nonkel, die handelsreiziger was in sigaren. Witte zwanen  De spelende kinderen vormden een lange rijTwee kinderen staken de armen in de lucht en hieldenElkaar vast met de handen waardoor zij een poortje vormdenIedereen zong : Witte zwanen, zwarte zwanen,Wie wilt er mee naar Engeland varenEngeland is geslotenDe sleutel is gebrokenIs er dan geen smid in ’t landDie onze sleutel maken kan ?Laat door, laat door, Wie achter is moet voor  Als het liedje stopte werd het poortje gesloten en was wie er onder stond gevangen. Dan moest het gevangen kind kiezen tussen bijvoorbeeld  appel of peer en opzij gaan staan.  Zo ging het spel door tot er een groep appels en een groep peren gevormd was.   Daarna konden deze willekeurige groepen tegen elkaar een ander spel spelen. Waarom perse Engeland gesloten was heeft waarschijnlijk iets met de situatie te maken van de tijd waarin het liedje tot stand kwam.  De oorsprong blijkt Duits te zijn en in de verschillende versies van het lied komen ook Oostenrijk en Hongarije voor als “gesloten” landen. Potteke stamp  Wie “eraan” was (zoeker) mocht niet kijken en moest tot 50 tellen.  De anderen stampten een potteke (leeg blik) weg en gingen zich verstoppen.  Na de vijftig riep de zoeker “Al wie niet weg is, is gezien”.  Van zodra de zoeker iemand zag riep hij diens naam en liep tot aan het potteke om hem af te tikken.  De andere verstopten konden uit hun schuilplaats komen en trachten de gevondene te redden door het potteke opnieuw weg te stampen alvorens de zoeker het had bereikt. Als het potteke opnieuw was weggeschopt moest iedereen van plaats veranderen en werd er opnieuw afgeteld. Als niemand het potteke kon wegschoppen en iedereen was gezien dan werden de rollen gewisseld tussen de zoeker en de eerst geziene. Als de zoeker tot driemaal toe was moeten herbeginnen werd gepot om een nieuwe zoeker aan te duiden. Of dit spel ook in Amerika gespeeld werd is niet geweten.  Nochtans beweren boze tongen dat Andy Warhol als kind het spel steeds verloor en daardoor later uit pure frustratie zijn wereldberoemde Campell’s soep schilderij(en) maakte.  Een ervan werd in 2006 verkocht voor net geen 12 miljoen Amerikaanse dollars.  Men zou van minder gefrustreerd raken. Schipper mag ik overvaren Er werden twee strepen getrokken op de straat op een afstand van een twintigtal meter.  Dan werd er  “gepot”  om de schipper aan te duiden die in het midden van de straat stond.  Iedereen moest aan één kant van het terrein gaan staan. Dan werd er gezongen “Schipper mag ik overvaren, ja of neen?  Moet ik dan een cent betalen?  Ja of Neen.  Wat moet ik doen ?” De schipper gaf vervolgens de voorwaarde om over te mogen en dus van de ene kant van het afgebakende terrein naar de andere te geraken. Opdrachten waren bijvoorbeeld :  “hinkelend op één been”  - “koprollend”.  De schipper kon ook een kleur kiezen die dan niet in je kleding of je haar mocht voorkomen.  Was dat wel het geval moest je rennen. Al wie niet aan de voorwaarde voldeed kon bij het overlopen door de schipper worden aangetikt.  Wie aangetikt was moest de schipper helpen bij zijn taak.  Winnaar van het spel was degene die zo lang mogelijk over en weer kon “varen”.

Vic de Bourg
239 1

Tibet

Ik zou hele dagen in het klooster doorbrengen en geen zonnecrème nodig hebben. Deze keer zou ik niet met pijnlijke,knalrode knieën op een volgestampt vliegtuig met veel te veel rijen en daardoor veel te korte beenlengte terug naar huis moeten vliegen. Ik zou geen grapjes moeten aanhoren over Spinalonga, een nabijgelegen melaatseneiland waar ik beter zou thuishoren met mijn afpellende gezicht van de zoveelste zonneslag in mijn leven. Ook mopjes over mijn witbepleisterd gezicht en eskimoklederdracht op een Zeeuws nudistenstrand in het hartje van de zomer zouden tot een ver verleden behoren. Doembeelden van vergevorderde melanomen in koele ziekenhuizen met witte dokters zouden niet langer mijn deel zijn. Beschermd door dikke, hoge muren en mantra's, sluiers, lange gewaden en nachtelijke gebedsstonden - onder de maan en niet de zon - kon ik zonnecrème voor eens voor altijd afzweren. Een gelukzalig gevoel stroomde door mijn aderen. Tibet!   Ik lig in bed te woelen. Ik kan de slaap niet vatten. Elk plekje op mijn huid brandt. Ijsblokjes smelten alleen al bij de aanblik van mijn roodgeblakerde vel. Het Zhongnanggebergte klinkt nu niet langer als een plek waar ik - net zoals de vele mediterende kluizenaars die er verblijven - compleet zen kan worden, maar als een zhong ggggong die veel te hard klinkt tijdens een klankschalensessie die mij eigenlijk tot rust zou moeten brengen. De hoogtezon was moordend. Een onverbiddelijke en meedogenloze killer die elke gezonde cel met huid en haar vernielde. Tibet!  

Sigrid
0 0

SPAARCENTEN

Gisteravond at ik, voor het slapengaan, nog een uiterst zout droog worstje. Om de caloriewaarde wat te beperken spoelde ik het door met een glas Cola Zero. Ik lag te woelen in mijn bed. Het leek wel of ik een heel lijk van een salami- varken aan het verteren was en de cola cafeïne flitste door mijn hersenpan. Maar het was niet alleen die avondlijke snack die mij uit mijn slaap hield maar alle andere bekommernissen. Waar moest ik nu nog naartoe met mijn miljarden euro’s? Vermits ik nu nog niet kon slapen, waar kon ik dan nog slapend rijk worden? De fiscus achtervolgde ons al van in Luxemburg. Sommige politici, die ons jaren met een vermanend vingertje verweten hadden dat wij netjes onze belastingen moesten betalen, want dat alleen daardoor het einde van de tunnel in zicht was, waren ook in het bezit van zo’n belastingsontsnappingsrekeningetje op een Luxemburgse bank. Zij konden ons nog op tijd waarschuwen. Luxleeks kwam dichterbij en de banken drongen erop aan om met onze zakken vol euro’s de eerste de beste exprestrein richting Genève of Zurich te nemen om daar in alle geheimhouding een nieuw sjoemelaccount aan te vragen. Wie had er ooit kunnen denken dat die zwijgzame Zwitsers plots, in een vlaag van eerlijkheid, onze namen zouden vrijgeven. Geen geld, geen Zwitsers bleek al lang geen betrouwbaar spreekwoord meer te zijn. Gelukkig lieten ze er een paar jaar van dreigen overheen gaan, zodat wij, de rijke stinkerds, tijd genoeg hadden om onze fraudehandel ergens in de belastingparadijzen op de Maagdeneilanden te parkeren. Wij kozen eieren voor ons geld en wilden onze clandestiene activa nooit te lang op een eiland met zo’n naam resideren. Hier zouden in de toekomst de moslims weleens kunnen komen oefenen alvorens ze daarboven met die 72 maagden aan de slag zouden moeten. Dus het was een kleine stap om richting Kaaimaneilanden met vakantie te gaan. Met koffers vol bankbiljetten trokken we richting George Town. Vermits geld de wereld regeert, vonden we daar probleemloos accijnsvrije achterpoortjes.  Het was complete chaos toen de fiscus ook deze oplichting op het spoor kwam. Nu wilden ze toch het begrotingsgat dichtrijden met een bijdrage van ons vermogen. Kaaimantaks! Voor geen geld ter wereld zouden wij ons kapitaal aanspreken! Terwijl het gepeupel lekker 50% van hun inkomsten aan vadertje staat moest afdokken, zouden wij massaal met de Holland-Americalijn een luxe cruise boeken doorheen het Panamakanaal.  Vermits geld stinkt, hadden niet de geld lijdende regeringen maar een horde geld ruikende journalisten onze fraudeeradresjes probleemloos getraceerd. Panamapapers ! En daarom slaap ik nu niet meer goed, mijn naam gaat nog vallen tussen alle groten der aarde. Straks wordt ik in één naam genoemd met Spaanse en IJslandse ministers, met de Ceo van Cirque du Soleil, met vermaarde belastingontduikerfamilies, met miljarden verdienende sportmannen, met filmacteurs, met vakbondsnamen en met door belastinggeld rechtgehouden bijna failliete grootbanken… Waar moeten wij, de graaimiljonairen nu nog ongemoeid met onze zwarte fraude centen, criminele extraatjes, bonus- afkoop-  en uitstappremies naar toe? Waar kunnen wij ons geld nog belastingvrij laten slapen? Misschien in het Turkije van Erdogan, waar detail lekkende, bemoeizuchtige en waarheid schrijvende journalisten onmiddellijk van de scene verdwijnen? Zelfs stiekem aangekochte Toscaanse villa’s met bijbehorende wijngaarden kwam de diepgravende fiscus op het spoor. Misschien is het wel veiliger als ik mijn miljardjes gewoon, in pakjes van duizend, in zwarte sokken onder mijn bed verstop! Hoeveel zwarte sokken, liefst maat 42 tot 46 moet ik in Zeeman of Wibra aankopen om mijn droominterest niet teveel te laten verdampen? Wie wil er zijn centen niet verstoppen voor een minister president die beweert dat wij met zijn allen boven onze stand leven? Alles en iedereen uit de weg! Dringend reisje Panama boeken! Ik moet asap mijn Panamees kluisje en belastingontduikrekeningetje leegmaken. Eens ter plaatse krijg ik de kluis niet open!! Ik sleep er een boormachine bij en tracht het slot te forceren. Het boren klinkt oorverdovend. Het lukt niet! Het zweet drupt langs mijn opeen geklemde verontwaardigde kaken naar beneden. Hyperventilatie!  Ik schrik wakker. Manlief heeft zich tegen mij aangeschurkt en snurkt met veel herrie recht in mijn rechteroor. Hij opent geen kluizen maar zaagt dikke eikenhouten boomstammen door. Mijn hartslag komt tot rust. Waar ging die nachtmerrie nu werkelijk over? Over regeringen en schurkenbanken die ons geld willen afnemen en ons willen laten betalen om onze aalmoes te willen beheren? Ik glimlach als ik aan onze povere pensioentjes denk en aan de appeltje- voor- de dorst -spaarrekeningetjes waar onze centjes met elke ooglidknipper devalueren. Panamamiljonair..hoe kom ik er bij?   Sim, Edegem 18 april 2016    

Sim
5 0

F van FABRIEK

(uit “verhalen van A tot Z”) De Koekjesfabriek Op zoek naar een nieuwe uitdaging vond ik een job bij een Duits bedrijf dat in België verkoopsautomaten verkocht, plaatste en onderhield. Gezien het  NV-statuut van de Belgische vestiging  werd ik meteen Directeur Generaal gebombardeerd.  Maar gezien er drie van de destijds zeven verplichte vennoten de zaak verlaten hadden,  moest ik eerst op zoek naar twee vervangers om te kunnen benoemd worden.  Alvorens ik aan de slag kon moest ik dus twee extra bestuurders vinden opdat de Algemene Vergadering mij als Directeur Generaal kon aanstellen.  Lijden voor men gaat leiden heette dat, of was het omgekeerd? Van de eerste nieuwe vennoot herinner ik mij nog enkel dat het een crème van een gezellige kerel was die voor een kleine reisvergoeding en een jaarlijks diner in een goed restaurant bereid was de klus te klaren. De tweede persoon vond ik toevallig omdat hij lokalen verhuurde die voor het bedrijf interessant konden zijn.  Hij was een aannemer die net op rust was gegaan en zijn personeel als allerlaatste taak had opgedragen  met de resterende materialen een villa op te trekken. Het moet een draak van een gebouw geweest zijn in een opeenstapeling van alle mogelijke bouwstijlen. Echter, deze man was tevens rechter bij de plaatselijke Rechtbank van Koophandel.  Wie kon zich een beter bestuurder voorstellen !  Hij was akkoord en bood ook meteen de diensten van zijn echtgenote aan als derde bestuurslid onder voorwaarde dat beiden op papier onbezoldigd waren maar bij elke vergadering  “onder de tafel” (hij was tenslotte een eerbaar rechter, nietwaar ?) twee maal een som in harde Duitse Marken cash uitbetaald kregen .  De vennootschap deed daarbij volgens hem nog een zaak, want op het bovengenoemd diner zou alleen hij aanwezig zijn.  Zijn dame heb ik trouwens enkel via haar handtekening gekend.  Ik heb  haar nooit ontmoet. Zodra aan deze “wettige”  formaliteiten voldaan was, kon ik “avant-la-lettre” als CEO benoemd worden van een bedrijf dat welgeteld één secretaresse en twee arbeiders telde.  Noodgedwongen moest ik in mijn nieuwe functie al snel verschillende petten dragen. Bij ziekte of verlof van een arbeider droeg ik de pet van onderhoudsman, die bij de nonnetjes de automaat ging herstellen nadat een vermaledijd persoon er het mechanisme met een vreemd voorwerp geblokkeerd had. Deze pettenhistorie had zo zijn voordelen.  Als een klant over de man met de pet die hem bezocht had niet tevreden was gaf  de secretaresse de baas door.  Geen mens dat door had dat het om één en dezelfde persoon ging. Een andere pet was die van verkoper.  Zo moest ik op een dag naar een van de bekendste koekjesfabrieken van het land. Na het aanmelden aan de receptie werd mij een stel  lage zetels toegewezen.  Dat deze in feite té laag waren kwam tot uiting toen ik mij terug recht stelde.  Op een of andere manier scheurde mijn broek van net onder mijn broeksriem achteraan tot aan de gulp vooraan.  Gelukkig droeg ik een vest dat net lang genoeg was om de achterkant  te bedekken en had ik een lange regenjas die ik op mijn arm droeg om de voorkant te verdoezelen. Toen ik op de eerste verdieping in het kantoor van de directeur binnen trad was ik zo beduusd dat ik mij snel neerzette op de stoel voor zijn bureau.  Gelukkig was de zaak snel beklonken en kon ik mijn regenjas angstvallig op mijn schoot houden zonder dat de directeur enige argwaan koesterde. Bij het afscheid nemen en het rechtstaan van mijn stoel besefte ik plots dat de volledige wand achter mij van glas was,  waarlangs de directeur overzicht had op het atelier op het gelijkvloers.  Daar stonden aan de lopende band  tientallen lieftallige dames met plastieken kapjes op het hoofd wafeltjes, speculaas en ander lekkers in dozen te verpakken.   Enkele dames keken op en glimlachten me toe.  Hadden zij iets gemerkt ?  Daar onderaan hadden zij in mijn ogen alleszins een strategische inkijk ! Van de directeur was ik nagenoeg zeker dat hij niets had gemerkt maar wat er na mijn haastig vertrek op de werkvloer werd rondverteld, daar had ik het raden naar.

Vic de Bourg
10 1

C van Colette

Uit “verhalen van A tot Z”) Colette en Côte de Bourg - wat hebben zij gemeen ? De opdringerige voetbalgekte, die mij verder  geen bal interesseert , doet mij niettemin terugdenken aan hem. Zijn les stond  in de hogeschool op maandagmorgen geprogrammeerd.  ‘s Zondags versloeg hij op de radio voetbalmatchen.  Na de verslaggeving , vierde hij in menig voetbalkantine de zege  of verdronk hij het verdriet van de overwonnen ploeg. ’s Maandags zette hij zich met zijn houten kop achteraan in het leslokaal en gaf te kennen dat  “voor deze keer” de Nederlandse les  uit improvisatieoefeningen zou bestaan.  Hij duidde dan willekeurig iemand aan die een onderwerp naar keuze moest aan de man /vrouw brengen. Die dag was het mijn beurt en ik herinnerde mij nog levendig  een laatstejaars werk over de bewogen geschiedenis van mijn geboortedorp. Leopold I, eerste koning der Belgen stichtte destijds een legerkamp in het vredige Limburg. “Le Camp de Beverloo” bestond reeds (de Belgische legertop was ééntalig francofoon). De burcht – “le Bourg“– die de koning  er liet bouwen werd omgedoopt in Bourg-Léopold. Pour les Flamands : Leopoldsburg.  Jaren later zou het gemeentebestuur nog veel geld moeten ophoesten om de extra “s” te laten vervaardigen op het monument op het gemeenteplein toen de Franse eindelijk door de Nederlandse benaming werd vervangen.  Er werd een heus kanaal gegraven voor de aanvoer van legermateriaal maar heel snel volgden ook de tjoektjoeks die tapijten en andere spullen kwamen slijten aan de soldaten en hun oversten, zo ook de marketensters die, een beetje als Sint Bernardshonden, op het militaire oefenveld rondtrokken met kleine vaatjes jenever.  Geleidelijk kreeg ik de volle aandacht van mijn medestudenten.  Naast deze rondtrekkende verkoopslui die in strooien hutjes verbleven even buiten het dorpscentrum - tot op heden bestaat er de wijk “Strooiendorp”  - ontwikkelde het centrum zelf zich tot één grote uitgaansbuurt met heuse bars met authentieke saloon-klapdeurtjes , dancings, cafés, frituren en zelfs meerdere bioscoopzalen.  Ik voelde aan mijn publiek dat ik een versnelling hoger mocht schakelen…… Het dorp werd een magneet voor maffiose uitbaters van allerhande drankgelegenheden .  Uit de Belgische grootsteden Antwerpen, Luik en Brussel maar ook uit het buitenland kwamen dames met of zonder standing, gevallen engelen of simpele meisjes van plezier de dorpskern bevolken. Al naargelang hun status  werden ze “serveuses” of “entraîneuses” genoemd.  Dit  tot groot vermaak van de piotten met of zonder graad maar mét geld.  De meeste aandacht kregen ze van de vele “rappelees”, de reservemanschappen die  na hun dienstplicht oproepbaar bleven, inmiddels brave huisvaders waren geworden  maar  tijdens hun “rappel” nog eens lekker de beest kwamen uithangen.    Er kwamen alsmaar meer “koffiehuizen” (café is toch koffie in het Nederlands en dit was tenslotte een improvisatieoefening in de Nederlandse taal) en menig officier of soldaat kwam er langs om er een koffietje te drinken.  Soms was de koffie héét, soms wat lauwer, soms met melk, soms met room, soms te zoet, maar altijd lekker ! Bij het horen van “koffie” steeg achteraan in het leslokaal  een goedkeurend gegrom op….. Buiten het centrum werden twee prachtige parken aangelegd waar de militairen met hun nieuwste veroveringen grote sier maakten.  Op een magnifieke muziekkiosk speelden de dorpsfanfares of de muziekkapel van het leger.  In menig restaurant werd een  flesje Côte de Bourg gekraakt ( wijn uit de Franse wijnstreek  Bourg-sur-Gironde)  – de naamsverwarring met Bourg-Léopold  was grappig. De zondagse namiddaguitstap bij uitstek was echter héél speciaal.  Voor wie er een stevig voettochtje voor over had of met koets en paard trok men iets verder de bossen in om op de rand van de militaire oefenterreinen een verborgen geheim te ontsluieren.  Zij die het kenden kwamen er regelmatig terug van zodra zij vrij waren. Na het panorama van hoge boomkruinen en glooiende vlaktes,  waar menig soldaat in het zand beet, stond de afspanning “Chez Colette”.  Hier was niet alleen de koffie overheerlijk maar er werd zowel binnen als buiten op het erf de lekkerste rijstpap geserveerd met echte “cassonade” , de bruine suiker die ook tot op heden enkel in België wereldberoemd is.  Het etablissement werd dan ook snel tot “Coletteke Rijstpap”  omgedoopt. Het gegrom op de achterbank werd een hilarische lachbui en er werd geroepen dat het volstond, dat de improvisatie geslaagd was maar dat ik nu in dubbelzinnigheden begon te overdrijven. Einde oefening. De  medestudenten hebben nooit de verdere ware geschiedenis van ‘t  Kamp (roepnaam van Leopoldsburg) vernomen en de leraar in kwestie heeft nooit beseft dat er aan die rijstpap niets dubbelzinnigs was.  De koffie daarentegen ! Het jaar nadien werd hij om onbekende redenen als taaldocent vervangen door wijlen de broer van niemand minder dan de gevierde Vlaamse acteur Jo de Meyere.  Ons Nederlands werd een stuk keuriger.     En, oh ja, zou  er een verband bestaan tussen de vermaarde Franse schrijfster Sidonie-Gabrielle Colette  (zie foto) en de befaamde bordeauxwijn ?  Dat wordt een improvisatieoefening voor de Franse les.

Vic de Bourg
161 1