Lezen

Lieve "N"

Ik wil geen beuzak zijn, maar soms lijk je op die ene +1 die meekomt naar een feestje waar niemand op jou zit te wachten. Die persoon die niet beseft dat het de anderen niet meer interesseert wat je te vertellen hebt, en onverstoorbaar door blijft leuteren. Waarom wring je je er soms zo tussen en ben je er anders niet? Het is de onvoorspelbaarheid die me zo onrustig stemt.   De zon en de bloemen mogen elkaar beroeren zonder jouw regels, maar de pad en de stoel lijken jou nodig te hebben. Ben je een verbinder of een stoorzender? Ik weet het soms ook niet. Kan de pan de koek niet bakken zonder jouw hulp, (en waarom vroeger dan wel?) alsof je een blokje vetstof bent. Heb je iets gedaan om hen afhankelijk van jou te maken of ben je hen in de weg gaan staan?   Pas op, ik wil je heus niet kwetsen. Soms heb je de kracht met zo weinig verandering een heel concept op zijn kop te zetten en blijft er ineens niemand meer over of is er plots niets meer aan de hand. En ik besef ook dat we je soms wat stiefmoederlijk behandelen wanneer we je aan het einde van een gewoon gewoon plots late(n) valle(n), kan je me vertellen waar je dan naartoe gaat?  Nergens.   Is dat waarom je soms in paren reist? Waarom jullie met z’n tweetjes in mijn naam huizen en andere klanken daarmee een kopje kleiner maken? Het is geen oordeel, gewoon een vraag. Ik probeer je te begrijpen zodat ik de fout niet meer maak. Je voor lief te nemen, in een hoekje gesmeten.   Als er één iets is dat je niet mag vergeten... Je hebt een gave, een talent waarin niemand je kan evenaren: die om woorden, zinnen en zinsdelen aan elkaar te rijgen.  Want alleen jij bent al genoeg  om werelden aan elkaar te hangen N [en] dat is een kracht als geen ander.

annakdotes
6 0

Open brief aan Johan Vandevelde

Helaas is er op Azertyfactor geen mogelijkheid om commentaar te leveren; vandaar dat ik het op deze manier via een open brief doe.  Allereerst wil ik Idha Zadel feliciteren met het feit dat het gedicht Deze ochtend werd ik wakker op 7 oktober als tip van de week in de kijker is gezet door Johan Vandevelde. Een goede keuze en terechte tip.  Toen las ik het commentaar van Johan. Ik ken deze meneer niet, maar ik wil graag iets zeggen over wat je zijn juryrapport zou kunnen noemen. Ik kan mij voor het grootste deel in zijn betoog vinden, maar de volgende passage schoot mij volledig in het verkeerde keelgat. Terwijl we Rusland terecht isoleren omwille van brutale oorlog in Oekraïne, sturen we volop wapens naar Israël, dat een brutale genocide uitvoert tegen net zo onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in Gaza. Meneer Vandevelde, u mag een tip van de week wat mij betreft gebruiken om uw politieke standpunten en morele verontwaardiging te laten blijken, maar had u dat niet beter op een andere datum kunnen doen? Zijn de mannen, vrouwen, baby’s die op 7 oktober zijn vermoord ook niet onschuldig? Hebben die het verdiend om door de barbaren van Hamas willekeurig te worden afgeslacht? Had uit respect even een dag gewacht. U heeft het over de hypocrisie van het ‘westen’ en hoe de onschuldigsten niet ontzien worden. Hoe witte mensen belangrijker zijn dan donkere mensen. Maar de term onschuldigsten geldt klaarblijkelijk niet voor Joden. Die moeten allemaal over een kam geschoren worden. Ik sluit mijn betoog daarom graag af met mijn eigen tekst:    Als men zelfreflectie ontbeert Van de geschiedenis Niets heeft geleerd   Dan is daar altijd weer De Jood De eeuwige zondebok

Elle Hart
21 1

Vergissingen

Als kleuter presteerde ik het ooit om na het rinkelen van de schoolbel achter op de fiets van een mevrouw te springen van wie ik abusievelijk dacht dat het ons ma was. Ze droeg dezelfde beige regenjas. Toen ik haar aanspoorde met een "Allez, ju ma", keek ze achterom en viel ik van het verschieten bijna van het stoeltje. Een mens kan zich vergissen. Ondertussen is die lapsus opgeborgen in de nevelen van de tijd en dacht ik alles gezien en gehoord te hebben. Maar ook daarin vergiste ik me. Zo ging ik afgelopen zomer op een warme ochtend nietsvermoedend puffend de deur uit. Met een ovenvers brood in de ene hand en een zakdoek in de andere om het vroege zweet te deppen, liet ik kort daarna diezelfde neusdoek van het schrikken bijna vallen. De oorzaak was een uitroep van een voorlopig verborgen mevrouw. "Doeme, Rudi, luister nu toch." Het kon natuurlijk zijn dat een naamgenoot op dat ochtenduur al naar zijn voeten kreeg. Er bekroop me een gevoel van compassie, want wij Rudi's steunen elkaar. Kort daarna stootte diezelfde stem een tweede reprimande uit. "Zit, Rudi. En wel nu meteen." Dat ging me toch wat ver. Ik besloot de stem van de mevrouw te volgen. Ze kwam van achter het steegje. Maar daar zag ik alleen een mevrouw die in de weer was met haar hondje. Pas toen ik "Allez Rudi, kom" hoorde en het hondje vervolgens traag op gang kwam en me droevig aankeek, alsof het dier ook besefte wat er gaande was, begreep ik het. De hond was een naamgenoot. Dat had ik niet zien aankomen. Daarom een oproep aan alle Eriken, Danny's en Patricken. Verschiet niet, want binnenkort zijn jullie aan de beurt. Al is het van den hond, laat daar geen twijfel over bestaan.

Rudi Lavreysen
12 0

Vliegensvlug

Het leven zit vol plottwists. Een plot is dan een verhaal of een intrige en een twist een omslag, een verandering. Plottwists maken een verhaal memorabel, of een boek verrassend. In het leven lopen meerdere plots kriskras door elkaar heen. Plots die plots kunnen veranderen. Zomaar ineens. Onverwachte wendingen noemen we dat. Klinkt als een contradictio in terminis, want hoe kan je wennen aan dingen die onverwachts gebeuren? Toch is dat de essentie van het leven. Alles verandert. Als ik vroeger iets nodig had van de winkel, sprong ik op mijn fiets en ging het halen. Vervlogen tijden. Mijn kinderen doen dat al lang niet meer. Ze surfen, vinden wat ze zoeken en laten het aan huis brengen. Gelukkig fungeer ik nog als administratieve tussenschakel, al vermoed ik dat mijn bankkaart daar een grote rol in speelt. Als tegenreactie op al dat online shoppen ontstond er hier een paar jaar geleden een nieuwe trend, vooral onder de vrouwelijke pubers. In plaats van vanuit de luie zetel sites te bezoeken, swipend en scrollend speurend naar de juiste productjes voor de laagste prijs, gaan ze, in real life, zoals dat heet, op zoek naar écht avontuur en naar de kick van het realiseren van impulsaankopen. Die toevalstreffers willen ze vooral scoren in winkels met een groot assortiment aan spotgoedkope hebbedingetjes.  Naast betaalkaartenlegger heb ik nu dus ook een flexi-job als chauffeur, want die winkels liggen toch o zo ver en je weet maar nooit wat voor groot of zwaar materiaal je er koopt voor een appel en een ei. Terwijl zij, mijn dochters dus, de adrenaline laten vloeien, kan het mij geen hol boeien. Ze doen maar. Soms blijf ik gewoon in de auto zitten en wacht ik. Soms ga ik mee, al betrap ik er mezelf op dat ik meer naar de mensen kijk dan naar al die grote en kleine bakken vol rommel. En toen gebeurde het. Zomaar opeens. Het overkwam me. Hoewel ik altijd had gedacht dat ik er immuun voor was, dat ik er mij niet aan zou laten vangen. Er ontstond een behoefte. Niet terwijl ik een jong, zwartharig en schaars gekleed mokkel zat af te gapen, zoals je zou verwachten, maar gewoon, tijdens het ... Ja, hoe heet dat? Het snuisteren.  Ja, ik snuisterde. En ineens zag ik 'm liggen. Voor drie euro. Ik zag en ik kocht. Bijna zonder na te denken gaf ik toe aan een behoefte die ik vijf seconden eerder in de verste verte niet had.  En nu zit ik hier. Met een oranje vliegenmepper in m'n poten. Nog steeds geen spijt van. Hij ziet eruit als een degen, een soort sabel, met een goed in de hand liggende greep met zo'n gebogen stangetje. En de steel zelf kan je uitrekken. Net zoals de antenne op m'n oude radiootje. Verrekte handig om die klotekrengen vanop afstand onverwachts neer te sabelen. Niet zomaar een vliegenmepper dus. Een wapen. Nee, ik heb het niet op vliegen. Ik vind ze vies, en vervelend. Al lang voor ik de film 'The Fly' had gezien. Wie zit er graag op een stinkende drol? Een vlieg. Wie kakt er zelf stiekem op je eten als ze de kans krijgt? Een vlieg. Wie komt er op de rand van je bierglas zitten en laat zich welwillend in het schuim vallen? Een vlieg. Wie komt er tien opeenvolgende keren net boven je enkel zitten, net op dat stukje bloot vel tussen je lange broek en je sokken? Juist.  Ze maken me gek! Huisvliegen, fruitvliegen, groene vliegen, aasvliegen, bromvliegen, vleesvliegen ... Doe me een lol! Ik haat ze, die stomme beesten.  Waarom noemen we een vlieg een vlieg? Omdat ze niks anders kan dan vliegen! Daarom! En kakken. En irritant zijn. Jaja, ik hoor je al denken: van die drie dingen kan je er zelf maar twee, dus wie is er dan stom?  Vliegen dus niet. Ze hebben gewoon een heel klein brein. 'Gebruik toch eens je verstand,' moet je tegen een vlieg niet zeggen. Ze doen het ten volle om bliksemsnel weg te vliegen van naderend onheil en om 'vliegensvlug' van koers te wijzigen als dat nodig is. Ze onderscheiden wel 300 beelden per seconde, dat is meer dan tien keer zoveel als de doorsnee mens en ook veel meer dan ik toen ik in mijn jonge jaren op een zomerse zaterdag de Playboycollectie van mijn neef ontdekte. Het probleem is dat ik geen vlieg kwaad doe. Maak daar 'deed' van, want sinds ik mijn oranje sabel heb, ben ik een meedogenloze seriemoordenaar geworden. Ik zoek ze, ik ruik hun angst en ik vermorzel ze. Liefst van al na het uitrekken van m'n steel. Trots ben ik er niet op, maar soms mep ik niet eens met volle kracht, zodat ik na de slag hun pootjes nog even zie bewegen en stuiptrekken vlak voor ik ze met een tissue helemaal plat knijp.  Wat een plottwist. De ietwat saaie huisvader die via het spontane shopgedrag van z'n kinderen en de marketingstrategie van een discountwinkelketen transformeert tot een bloeddorstig monster dat geniet van het lijden van z'n slachtoffers. Niet zomaar een vliegenmepper dus.

Danny Vandenberk
2 0

Twee straten verder

Het voorgerecht kozen we op goed geluk: “Münchner Weißwürste mit ofenfrischer Brezel”. Er verscheen een steelpannetje en daarbovenop een dessertbord met een pretzel. In het steelpannetje dreef een witte worst eenzaam in het water, alsof het een zwemmer was die na sluitingstijd nog in het zwembad lag. Voor het hoofdgerecht hadden we iets gekozen waaraan we niet konden weerstaan. Sauerkraut. Jawel, in volle zomer, in het ‘Brauhaus zum Stiefel’ in Saarbrücken. Die werd geserveerd met ‘zwei kartoffelteigklöße’. Dat waren een soort van pureebollen met daarin gehakt. Niet verkeerd, maar behoorlijk zwaar. Gelukkig was de smaak van de zuurkool bijna identiek aan die van thuis. Alhoewel ik het verhaal al vaak heb verteld, kon ik het niet laten om het nog een keer op tafel te gooien. “We gingen thuis in de vakantie zelden weg. Eind augustus werd er geoogst. Onze pa bracht de witte kolen rechtstreeks uit ‘den hof’ naar binnen. Ons ma en mijn meter zaten naast elkaar aan de keukentafel, met aardappelmesjes en een mandoline in de aanslag.” “Het was hun taak, jaar na jaar, om de zuurkool in te maken. De snippers zuurkool verdwenen in een stenen pot, die de wintermaanden in de kelder doorbracht. Laagje zuurkool, zout, aanstampen en zo telkens opnieuw tot de pot vol was. Bovenop lag een houten deksel.” “In het voorjaar werd de pot terug uit de kelder gehaald. Het had iets van een processie. Enkel de fanfare ontbrak nog.” “Daar zaten ze opnieuw aan tafel. De zuurkool werd verdeeld in lege dame blanche ijsdozen. Het was een feest, want we konden opnieuw verse zuurkool eten. Mijn meter en nonkel Jos namen hun gedeelte mee naar huis. Maar vooraleer ze thuis waren, hadden ze met hun tweeën al een portie koude zuurkool verorberd. En je moet weten, dat was maar twee straten verder.”

Rudi Lavreysen
6 0