Lezen

From Denmark with love

Mag ik, kan ik, ga ik? Het EK-vraagstuk van enkele maanden geleden werd vorige week opgelost. Ik mocht, ik kon, ik ging. Dankzij een berekend risico om de tickets voor Denemarken-België te houden en het vakmanschap van Voetbalreizen De Bemvoort beleefde ik zowat de beste tweedaagse sinds die verdomde maart 2020.  Alles zelf organiseren en het risico lopen om belangrijke details te vergeten, daar zagen reisgezel DJ Neal en ik tegen op. Laat dat maar aan Michael en zijn organisatie over. Tijdig betalen, op maandagavond een stokje in de neus steken voor een negatief resultaat en dinsdag naar cafetaria De Bemvoort rijden, meer hoefden we niet te doen. Net voor middernacht zetten een zestigtal aangename en gevaccineerde of geteste supporters - de ene al wat gekker dan de andere - koers richting Kopenhagen. Eventjes opgeschrikt door busje bots met een Hongaarse vrachtwagen en de grenscontrole van de Deense politi, maar de carrosserie en de papieren bleven in orde.  Woensdagnamiddag scheen het zonnetje fel en las een straatbord Velkommen til København. Geen loze woorden, dat zou de komende 48 uur blijken. Aan de bar van hostel Steel House bestelden we meteen tequila. On the house, omdat we het zonder zout en limoen moesten stellen. Na de check-in dropten we ons bagage in het kleinste kamertje. Neem dat maar letterlijk, want veel bewegingsruimte gaven de slaapvertrekken niet. Niet dat het hoefde. We hadden hemel en aarde niet verzet om op een hostelkamertje te zitten. Vervolgens verkenden we de mooie stad en groeide het enthousiasme even snel als het vakantiegevoel. Een klein beetje kind ben ik, wanneer de hersenen gaan kronkelen. Een etablissement dat Jensen's Bøfhus heet doet mijn dubbelzinnig woordspelende geest genieten en gniffelen. Het Bøfhus blijkt een keten van steakrestaurants te zijn. Geen Hunkemöller Genieten en gniffelen doen we ook bij de aanblik van de vestimentaire gewoonten van die Denen. Hunkemöller klinkt Scandinavisch, maar is het duidelijk niet. Beha's zijn immers niet aan de (clichégewijs) knappe vrouwen besteed. Bij de mannen kruipen witte sokken uit sandalen of sneakers tot net boven de enkel. Een tip voor al wie ooit naar Kopenhagen trekt; blijf niet te lang stilstaan om de omgeving te scannen, want één van de honderdduizend fietsers knalt je zonder verpinken omver. Wij liepen door en hielden om 15u halt bij het gezellige kleurrijke pleintje van Halmtorvet 9. Precies op tijd: dankzij happy hour zagen we Finland-Rusland op een semigroot scherm en kregen we vier cocktails voor de prijs van twee. Tijd voor verbroedering met andere Rode Duivels-supporters. We vonden ze op het terras van het Iers cafeetje The Dubliner, de Belgische ontmoetingsplaats in Kopenhagen. Andermaal zin in shotjes, want daar weten ze in Denemarken wel raad mee. "Je moet Fisk vragen", zei de Kevin, aan tafel met Babs en Max. Klinkende Deense namen, maar eigenlijk gewoon landgenoten die al even in de hoofdstad vertoefden. Dat schept een band. Dat schept vertrouwen. "Ten shots of Fisk, please". Tweehonderd kronen armer schoof ik bij de landgenoten aan. Fisk is een mix van wodka, eucalyptus, menthol en drop. Dat klinkt beter dan het is, want Frisk was zowaar een betere naam geweest. Het smaakt naar mondspoelwater met een alcoholpercentage van 30%, maar je mag het niet uitspuwen. Niemand kwam ooit met een frissere adem van café thuis.  Mondmaskerloos Die bal sloeg Kevin dus grondig mis. Bij mijn reisgezel scoorde hij meer punten. Het doel van DJ Neal's tweedaagse was een selfie met jonkvrouw Kerkhofs van Katje voor de Sfeer. "Die komt niet", wist Kev dat ze haar Katje zou sturen. De toffe pee bleek een vriend van het BV-stel en liet Neal eventjes een Whatsappje sturen naar Katrin. Zij vond het sneu dat ze niet samen op de foto konden en beloofde het goed te maken. Dat zit dus wel snor. Een ultrakorte virtuele babbel als alternatief voor de selfie. Met zoetzure niet-Fisk-shotjes feestten we mondmaskerloos verder. Geen Katje, wel Sfeer. Van homo alcoholicus naar homo turisticus op matchdag, wat in Denemarken de warmste dag van het jaar zou worden. Als je dan toch eens naar het buitenland kan, pik dan op zijn minst iets mee. De keuze viel op het oudste attractiepark van Europa. Tivoli Park opende in augustus 1843 de deuren en is daarmee amper dertien jaar jonger dan ons kleine landje. Uitgedost in onze supportersoutfits slenterden we door het gezellige park en waagden we ons zelfs aan een attractie. Van zodra de wagonnetjes overkop gingen weerklonk hoog meisjesgegil en dat kwam heus niet alleen van DJ Neal. Na een fijn anderhalf uur trokken we naar het sfeervolle en kleurrijke haventje Nyhavn. Nadat we een dubbele portie toerisme hadden geabsorbeerd was het tijd om in rode colonne naar het stadion te trekken. Kippenvel Dat mannen in rood tenue de bovenhand nemen in een internationale voetbalwedstrijd zijn we al gewoon. Even schrikken wanneer blijkt dat het niet die van ons zijn. De maagdelijk witte truitjes weerspiegelden de prestatie van onze landgenoten in die eerste helft. Flashbacks naar pijnlijke nederlagen tegen Italië en Wales op het EK 2016 in Frankrijk, toen ook al aanwezig. Na tien minuten vergaten we even dat we op verlies stonden en bezorgde het massale applaus voor Christian Eriksen ons kippenvel. Voetbal is meer dan voetbal. En als het toch om voetbal moet gaan, dan wrijven we ons allemaal in de handen. Señor Martinez heeft de luxe om zich naar de beste voetballer van de planeet te wenden. Kevin, please save the day. Dankzij de Belgische superheld en handlangers Rom, Thibaut en Eden was al onze moeite om naar Kopenhagen te reizen uiteindelijk niet tevergeefs. Oef. Door het oog van de naald gekropen durfden we amper uitbundig vieren. Dat verdienden onze tegenstanders niet, integendeel. Zelfs nog meer sympathie gekregen voor de Denen, waarvan er minstens honderd ons buiten het stadion feliciteerden. Congratulations, you were better. Niet dus. Please win against Finland so we can qualify for the next round. Geen idee voor wie ze me aannamen, maar ik zal zien wat ik kan doen. Hopen dat België vanavond de Finnen opzij zet en dat Denemarken hetzelfde doet met Rusland, want wat verdient dat aaibare volk een hoogtepunt. Prachtig land, prachtige stad, prachtige inwoners. Voortaan ben ik Deens sympathisant en supporter. Vermoeid maar heel veel meer dan voldaan arriveerden we in het holst van vrijdagnacht in mondmaskerland - dat wordt weer wennen. From Denmark with love. Nog even nagenieten van de gelukzalige roes van een schitterende uitstap. Met dank aan De Bemvoort, de busgenoten en De Bruyne.

Xrossmymind
1 1

Futurum (het; o; mv: futuristische dingen)

  na het lezen van vele fabels en parabels kiest hij dan toch voor het hiernamaals rozen malse kleuren neemt hij echt niet mee vlinders vinden ze vuilwit   ze durven wel eens stinken herinneringen die heeft hij genoeg en hij weet hoe dat gaat bij die beestjes je kunt ze echt niet paaien met mensengeuren of een stukje brood behalve de lint- en oorworm larven en maden   de wonde is groot geworden zij ontstond al vroeg nog voor die gevechten op die feestjes made in Belgium in the summer of sixty nine tot het nu niet verder kan   elk rottingsproces riekt kwalijk hij wil daar van af en na een kleintje met samoeraïsaus doet hij het zichzelf aan   die reis naar het futurum valt aardig mee rum onderweg ook brandewijn er zit een zwijntje op zijn schoot en de loods aan boord van de overzet voor wie goed oplet hij draagt een zwarte string de veerman vergeet mij niet staat op dat klein plakkaat naast het potje hemelmunten er is ook een emmertje voor wie snel wat kattenkwaad wil achterlaten en de meesten ginds ze zitten het liefst in die mist aan de oever   keuvelen terwijl een veulentje van het water nipt en zelf is hij nooit ver geraakt in zijn aardse leven ook daar blijft hij na een paar passen steken een slecht voorteken want zo geraakt hij daar niet tot bij zijn eerste lief dat aan de horizon daar waar de zon durft schijnen weeral in haar blootje ligt   het is altijd fijn eens aangesproken te worden door andere wezens dan spoken het is een voorvader netjes met een lach op zijn gezicht nooit gekend en dan is het naarstig bijpraten terwijl zijn grootmoeder hem mijdt men eet geen zonnebloempitten tijdens een kerkbegrafenis terwijl de grootste wreedaard van al hoe hij heeft het geflikt il padre de pantagruel hij staat paar zijn aflaat te herlezen met op die achterkant de lijst met zijn vergeven daden   de figuranten hebben geleden gebeten in het zand ze zijn hier nog niet allen er zal gewacht worden op de assemblée van grote miserie   de weg terug hij is er niet bestond dit hier maar niet bestond het toen maar niet dan was alles zo rustig zo kalm geweest en in die walm van weemoed zal hij sudderen ja het moet want hier valt weinig te mispeuteren zelfs de kleuters worden goed verzorgd hun brein niet door elkaar geschud het wrede laat ze thans gerust alles is zo tam er is geen duivels lieve meid alleen de troost die hier die hem de lippen kust     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
0 0

Zonnebloemen hoeven geen kompas

Langs de weidse uitzichten van La douce France  voert de départementale ons langzaam maar zeker zuidwaarts. Voor ons geen hyperdrukke autoroute du Soleil. Wegens de hitte overdag, verkies ik ’s nachts te rijden. Vrouw en kinderen zijn in slaap gedommeld. Het overgrote deel van de weg is kaarsrecht. Slechts af en toe zie ik de koplampen van een tegenligger opdoemen in de verte. Er is geen straatverlichting, dus ook geen lichtbezoedeling. De volle maan staat groot aan de hemel als een lichtbaken, omringd door duizenden fonkelende sterren. Op de achtergrond klinkt het tweede klavierconcert van Chopin  als perfecte setting  bij deze unieke ervaring.  Elke Frankrijkreiziger kent de Auberges de France. Halverwege onze tocht hebben wij een 'herberg' geboekt in Nuits Saint Georges, of all places. Het plaatsje is beroemd om zijn uitgelezen en inmiddels haast onbetaalbare Bourgognewijn.  Tijdens ‘le p’tit déj’  overzien we vanop het terras onder een stralend blauwe hemel links de eindeloze wijnranken en rechts de onmetelijke velden met zonnebloemen. Toeval of niet, vanuit de eetzaal zingt Nana Mouskouri:  Le tournesol n’a pas besoin d’une boussole . Na de krokante botercroissants spelen de kinderen nog even buiten voor wij de volgende lange rit aanvatten. Zoonlief is zoek. Wij vinden hem tussen de zonnebloemen waar hij op de grond zit te tekenen. Wij reizen nu verder tijdens de dag en raken niet uitgekeken op het kleurenpalet van de uitgestrekte weilanden en akkers. Een strelende zeebries geeft aan dat wij onze bestemming naderen. Mooie liedjes duren niet lang zegt het speekwoord, maar wat hebben wij genoten om even te  leven als God in Frankrijk. Weer thuis bezoeken wij met de kinderen het Van Gogh Museum. Onze zoon heeft iets ontdekt en roept  blij: “Kijk, Mama, Papa, mijn bloemen uit Frankrijk.”  In koor antwoorden wij: “Hé, ja Vincent.”

Vic de Bourg
12 3

Ach mijn Marokkaanse vrienden. a

Mijn Marokkaanse vrienden hebben helden: hun vaders. In de verhalen die zij hoorden, kwamen hun vaders op blote voeten van hun geboortegrond naar de plek waar mijn vrienden later werden geboren en nu hun leven opbouwen.Ze luisteren altijd met ongeloof als ik hen uitbundig prijs, want ze zijn vaak andere reacties gewend. Zo gebeurde het dat ik bij een robuuste douanebeambte opnieuw mijn lof over Marokko uitsprak. De man kreeg tranen in zijn ogen en ik kreeg zowaar een knuffel. Vaak worden zij negatief bejegend, maar een oprecht woord over hun land – voor mij het mooiste land ter wereld met de vriendelijkste mensen – maakt je direct hun vriend. En wanneer je eenmaal bevriend bent met een Marokkaan, is de band grenzeloos; je mag alles vragen, en zij vragen alles terug. Die gastvrijheid en eerlijkheid ervaarde ik op een heel bijzondere manier tijdens een rondreis met een groep Belgen. Ik was mijn portemonnee kwijtgeraakt en besloot veertien dagen later op de prachtige luchthaven, Menara International Airport, bij de politie te informeren of er iets gevonden was. Omdat ik op de bewuste avond geld had gewisseld, kon ik het exacte tijdstip en de datum aanwijzen.De politie was uiterst behulpzaam. Wat bleek? Mijn portemonnee was destijds gestolen. Dankzij de camerabeelden van veertien dagen eerder konden ze de dader identificeren. Tot mijn grote verbazing bleek het een Belgische landgenoot uit mijn eigen reisgezelschap te zijn. Dankzij de inzet van de lokale autoriteiten kreeg ik mijn portemonnee terug, inclusief al het geld, mijn bankkaarten en documenten. Ik ben de vriendelijke lokale politie dan ook enorm dankbaar voor hun professionaliteit en rechtvaardigheid    foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ foto: mijn woonst in marroko   

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
44 0

Mijnenvegerman (2)

  Je préfère de contredire Victor Hugo. Mes poèmes ne vous mèneront nulle part. En plus, dans ma maison, cet escalier ne guidera vos pieds ni vers le haut, ni vers la cave, où mes cerveaux se baignent dans le vin qui refuse de mûrir. Neen. Deze frase is niet gestolen. Ze is van hem Etienne, die op dit schip nooit droomt van onderdak op vaste wal. Hij mijmert liefst over de komst van leegte in zijn hoofd, terwijl een kwal zijn schedel streelt. Je bent zo kaal, mijn kind, zo sprak de egel tegen de verweesde slak die gans in het begin van zijn bestaan de weg en zelfs zijn eigen huis verloor. Neen. Dit zinnetje staat dan weer niet op deze wand van onze mijnenveger. Het is te dwaas om dood te doen. Believe me though. The smallest things can kill. A single grain of salt is often lethal for a sweet beginning. Therefore, my dear. Promise me just pure potato chips. Please, my darling, stay with me until my sinful end, not for a bag or two. Je ziet het. Odilon. Mijn vriend met Britse linker vingers. Hij maakt zichzelf vaak wijs dat zijn gedachten niet zullen vergaan, eenmaal ze opgeschreven zijn. Hoe mist een hersenpan toch vullen kan. Die ijdelheid van hem gedraagt zich als bedorven snot dat snel een zakdoek zoekt. Dat mocht. Dat mag altijd. Zolang de fles waarin wij wonen rustig drijven blijft. Trouwens. Deze schuit onder dit glas is niet gemaakt van eeuwig hout. Ze is van zeer gewoon plastiek, maar niettemin moderner dan een stalen schuit. Er is geen sonar die ons vinden kan. De knaap met zijn metaaldetector zocht ooit munten op de bodem van de zee. Hebzucht en gebrek aan lucht, zij hebben hem daar laten liggen toen zijn lijf begaf. Zijn geest is nooit teruggevonden, maar dat geeft niet, werk genoeg. De veerman heeft genoeg verdwijningen te melden als zijn pontje weer eens oversteekt. Geloof me vrij. Hier is de ijver minder groot. Wij zoeken niets. Wij werken weinig, spelen liever en de zeemeermin, zij heeft een kruistochtje getekend van die zoete lip tot aan haar linker tepeltje. Zij weet dat zoiets nodig is voor mij. Haar mijnenvegerman. Het kind met die verdwaalde ziel.     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
0 0

Beaulieu-sur-Mer

  Er is een racecircuit ooit aangelegd op deze rug. De littekens verbinden wegen waar een korstje heeft geleefd. De auto’s reden door mijn hoofd. Er was een gat gemaakt voor duiveltjes die met hun zwart geweld het lot bestuurden richting rechteroog. Aan deze kant werd ik voorgoed volledig ongevoelig voor het rode licht dat avonden soms blind beloven. De lens is er zelfs uit. Ik draag daarom meestal een ooglap. Het is een stukje stof gescheurd uit een bedrogen vlag. Men sprak van landverraad toen ik de zee verkozen had. Ik heb mijn koersmobiel verkocht aan een piloot die ‘s morgens pap met brokken at. Ik heb mij met dat geld een vliegdekscheepje aangeschaft. Het was te klein geworden voor de aanloop van de reus, die er zijn stappen wilde tellen. Alles richting ondergang. Een pas of tien misschien en hij lag overboord. Zo gaat dat vaak in sprookjesland. Het is nu helemaal van mij. Hier aan de linkerkant is er die grote vlakte voor het ene vliegtuig dat ik heb. Het is een dubbeldekker uit een oorlog heel dichtbij. Ik vecht nochtans al lang tegen de molens op de wal. De dwaaltocht wil mij nog niet laten gaan. Het was Frestoen die me beval. Ik moest, ik zou in Noorse fjorden naar verkoeling zoeken voor een zomer die niet sterven wilde. Onderweg trof ik de herfst. Dat was vlakbij Beaulieu-sur-Mer. Ge zijt verkeerd, vertelde een verlaten strand. Je bent hier aan de Mediterranée. Het was midden november en de doden sliepen weer zeer diep zodat ze al die bloemen snel vergaten. In het familiegraf werd het opnieuw heel stil. De eendagsvlieg zij zweeg. Daar is een kerkhof op het strand met tussen al die zerken slechts één stoeltje voor de kapitein van dat verlegen vliegdekschip. Ik kijk hier nu vanop de wal naar al hetgeen mijn ziel bezit. Wat ijzer in een grijze vorm, een vliegtuigje dat bijna overlijdt. Er is een racecircuit, hier achter mij. Het loopt over die berg tot in het dal waar ik geboren ben. Daar wil ik niet meer heen. Het zijn de milde wolken die over de wonde strijken. Elke dag opnieuw rijdt er een trein langs de rivier waarin verleden stroomt. De machinist hij weet van niets. Hij denkt dat alle tunnels zijn gegraven door een grote rat. Hij rijdt daarom liefst traag. Het is altijd zijn eerste rit. Misschien is verderop de rat nog in de weer en ligt daar nog geen spoor. Ik heb die speelgoedtrein gekocht nog voor ik racen kon, nog voor ik ben verongelukt. De eerste keer verscheen dat gat. Het werd niet dichtgenaaid, gewoon ontsmet en ik mocht gaan. De tweede keer heb ik mijn rug zelf opgelapt. Met dank hen, de spiegel in de gang, die haakjes en die tang. Ik prijs ook hem, de kangoeroe die mij vergat, want anders was mijn reis zo zacht geweest. Ik dank ook iedereen die oorlogsschepen doelloos schenkt. Ook hen die treinen stelen, sporen eeuwig rusten laten, eindstations hun langverwachte leegte schenken. Tot slot, Frestoen, gij zot, geef mij dat oog terug! Het ander wil mij niet geloven. Als ik beweer dat scheel kijken bestaat. Wanneer het tranen laat. Dat beste oog. In eenzaamheid. Voel ik die rat. Ze loopt over mijn rug. Ze is de weg weer kwijt.     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
3 0

Mijnenvegerman

  Ef þú vilt mig verðurðu að telja stjörnurnar fyrst.   Iemand ergeren. Dat wil ik niet. Onverstaanbaar zijn. Dat is al minder erg. Omdat de maan boven je bed het misschien vraagt, vertaal ik het dan maar :   Als je me wilt, dan moet je eerst de sterren tellen.   Dat eerste was Ijslands. Geloof me maar. Ik weet alles. Zelfs wat een hemellichaam peinzen durft, hetgeen een duizendpootje niet vergeten wil, voordat het weer een enkeltje verrekt. Zo gaat dat hier aan boord van onze mijnenveger. Hij is ook helemaal onzichtbaar voor de radar van het groot geweld, onvindbaar voor de ziel die er naar zoekt. Dat heb ik zelf gekozen. Wij eten hier uit slechts één bord. We zijn niet vies van speekseldruppels die ons redden van de dorst, al zijn ze van een kwal. Ik wil gewoon wat overleven, hier en overal. Het staat hier eigenlijk behoorlijk vol. De glazen spoelen wij pas als ze weer eens gulzig worden en de tafel staat zo scheef als zij zelf wil. Daar doen wij niets meer aan. Voorgoed. Op deze wanden is de gretigheid te zien van stemmen die we hoorden. Vergaan. Terloops. Het kan ook zijn dat het geschreven is door één van ons toen hij of zij beteuterd was.   There is a light green submarine that never sinks before the butterflies have left that wicked grass within my brain. They search for you, my darling. On the short I left my heart, a lonesome fairy tail. Il y avait une sirène qui voulait sourire comme une baleine. Je lui ai dit : n’essaie pas. Calme ta bouche comme une tempête qui veut dormir et laisse-moi t’embrasser. Je suis ta vague d’amour. Er ligt een bloedrood lichtschip, ginds waar de Wandelaar begint. Er drijft een boei daar aan het einde van zijn tocht. Hij vocht tegen de duisternis, verloor een arm aan een rivier. Toch vond hij hier heldere zee. I will never forget my friend Ricky and his fabulous destiny. He could dive in the sea, just like a butterfly, so desperate. He could swim like a tear in my eye. He could die as a flash in the sky.   Daarmee staat het hier vol, van boeg tot roer. Het zijn geschriften van ons alle vier. De bemanning werd gekozen lang geleden, nog in het hiervoormaals. Door een internationaal bureau. Het was een tijd zonder veel tegenstroom en alles vloeide vrolijk rond de kern van het bestaan. Dat zeg ik zelf en deze teksten in het Nederlands, die zijn van mij. Etienne, mijn rechterhand schrijft Frans en Odilon heeft enkel linker vingers die het Engels adoreren. De zeemeermin, van wie ik daverend veel houd, die komt uit Ijsland, bedacht enkel die eerste zin, omdat zij liever doelloos mijmert. Terwijl ze in mijn ogen kijkt. Wanneer ik stuur. Zowat de ganse dag. Ik ben ook zelf de kapitein. Gelukkig man. Enkel de zeemeermin, zij weet waarom. Zij heeft de handleiding door mij geschreven voor dit schip, niet willen lezen. Zout waren eerst haar ogen en daarna is ze me heel bedeesd gaan liefhebben, omdat ik zo veel kan. Ze zei ooit eens, jij mijnenvegerman, ik denk dat ik mijn voorgevoel vertrouwen blijf, terwijl je zelf mag dromen wat ik van je denk. Daarna was ze weer stil, wreef zeewier van haar bil, mijn lieveling. Doch op een nacht toen ik een dutje nam, heeft ze het toch ontdekt. Ze zag het plan, de schets en de getrokken lijnen. Ze weet nu hoe ik alles heb geplooid. De einder naar een mooi visioen. Dit bootje van papier. Het werd dusdanig klein, dat ik het door de hals van een ledige melkfles kreeg. Daarna heb ik gekozen voor dit nederig bestaan. Dit schip het is beschermd door stevig glas. De lucht is bij momenten wel een beetje zuur. Dat komt omdat de fles niet goed werd uitgespoeld. Dat is niet erg, zegt iedereen. We drinken wel wat zuiverheid, een druppel damp die op de kurk verschijnt. De zeemeermin, ze vindt het lekker warm, hier in ons paradijs. We drijven zomaar rond en wachten nergens op. Het aanspoelen is uitgesteld. Omdat er nog veel plaats is op de wanden voor een spreuk of duizend. Omdat duizelige nachten zo graag zien hoe ik haar mild bemin, die kieuwen zachtjes streel, wat schubben teken op mijn been, terwijl zij lacht, mijn zee-egeltje aait.     uit de reeks 'Reizen met Ricky' 

Bernd Vanderbilt
2 0

Noordperron

  op het noordperron is er een moord gepleegd hij stond nog maar met één teen op de grond en het was prijs   die ijsvogel uit zomergem hij doet dat anders nooit uitstappen zonder geluk toch zeker niet zomaar op donderdag   de hemel brulde niet meneer de conducteur heeft mooi verslag gedaan het proper opgeschreven in zijn almanak   het gaat soms bijster snel de trein met rampspoed kwam warempel aan er is dat spoor dertien voor iedereen   nu ligt het opnieuw stil een onderzoek geschiedt men vraagt wie er weer schoot met een pistool geweer of klakkebus   neen echt niemand niets hij viel gewoon omver alsof hij nooit gelopen had zijn poten waren stroef banale roest   neen echt niemand niets we willen nu wel door neem de vervangbus maar die staat al jaren klaar wordt er gezegd   of daar is een wagon waarin je slapen mag hij staat daar al zo lang heeft alles reeds vervoerd geloof me vrij   het was ofwel de scouts drie joden zelfs een koppeltje met helderblauwe ogen het heeft erin gepaard hoe mooi is dat   het is weer niet normaal vandaag mag alles weer ze zijn daarnet gestopt te tielt die vlinders van weleer   ze zaten in hun playmobil ze hielden van elkaar gelijk twee rode kersen aan een dapper trosje nu niet meer   je stopt ook niet zomaar te midden elke overweg om nog een zoen te geven samen eens te proeven van de dood   het eindstation dat is nu ingericht voor hen er hangt wat stoom een vleugje brave mist mag ook   mijn koffie drink ik liefst met heel veel suiker schommel wieg mij vraag ik aan de bank die mij niet kent   gezeten naast een rail kleurloos recht de regenboog hier in dit hoofd hij vraagt hoe ik zo overleven kan   ik voel het al gebeuren er opnieuw wordt getrokken aan een sliert containers richting binnenland waar alles roept   men wil dat fraaie spul verpakt in zachte folie onderin dit blij bedrukt karton zit alle hoop op beterschap   het komt altijd wel aan meestal domweg besteld soms als verrassing zelf heb ik geen pit op overschot   ik kan alleen maar denken aan die jonge legotrein toen ik nog zuiver was dat witte blokje zocht het boekje las   de metro wordt bekeken op een trein achter dof glas het doodt bij mij geen tijd enkel de geest het is genoeg geweest   ik plooi vandaag die zo vervelende gazet tot vliegtuig voor mezelf ik wil gewoon dit spoor  niet langer volgen stop de tijd   ze liggen daar kijk goed twee lijken arm in arm schoon naast hun playmobil het volk staat rondom het spektalstuk   toch wil niet alles dood de ijsvogel hij leeft straks in het noordperron stap ik gewoon weer uit de trein   ik vraag dan heel beleefd aan een verlegen automaat of hij een drankje heeft waarmee ik dit gedoe hier tarten kan   hier is jouw flesje zeewater zo lacht het ding mij toe het zout dat heb ik opgespaard het is voor haar je tong neem van me aan dat al hetgeen te zoet smaakt daarmee rustig sterven zal       uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
4 0

Droompiloot

  ik wil wel eens veranderen van plek en van planeet zo sprak de berg   als er een ufo is die hier straks landen wil dan ga ik zeker mee ik ben het beu want elke dag opnieuw dan is hij daar   die snuiter met zijn bol hij zegt dat hij niet anders kan dat ding moet steeds omhoog op zich is dat niet erg dat hij zijn strijd herkent zo denkt allicht elk wezen   toch wil ik gewoon weg van hier en al dat leed het laat me niet gerust de top is trouwens veel te hoog zo sprak de kam de lucht is ijl te dun   er is gewoon geen plaats daar op die spits echt alles valt eraf het rolt gewoon weer naar omlaag tot in die plooi van niemendal   de aanvraag heb ik ingediend een eeuw of twee geleden bij die brave slak ik weet een aardemens vraagt zich dan af wat mij bezielt   mag dan die zonderling zijn ding gewoon niet doen slechts beterschap betrachten stijgen wil hij toen en nu om kalm te overzien hetgeen hij achterliet   spijt en kwel ze mogen beiden kleiner worden het knagen aan zijn ziel door wezens uit de laagvlakte het mag voor altijd stoppen verlaat voorgoed dat hart gij moeizame magneet   wat hij ook probeert die bol is van metaal hij laat gewoon niet los tevens is het domweg daar het zijn dat hij ooit kreeg de jongen knikkerde eerst nog   hij zag ervoer hoe alles scheef verkeerd verliep wanneer een kloof verscheen gepoogd wordt toen en nu hij moest hij zou het licht heroveren   geen hinder meer ervaren niet van bol of strijd noch van de zure tijd ik ben er bijna denkt hij telkens weer ik zie weldra de top   daar staan ze dan die alien dat ruimteschip ze komen elke dag ze tonen dan altijd dat formulier gekregen van die slome slak   de ruimtevaarder vraagt aan berg en knaap is dit geschrift van u helaas besef en weet dit alfabet is vals de ogen van de berg   zij liegen over alles over hoogte en verlossing niets zal helpen jongeman jij enkeling wat je getekend hebt als kind was mooi   je pen was echter toen al bijna leeg het wolkendek verzweeg hoe grijs de mist kon zijn waar je de top verbergen moest   het is te wazig in jouw hoofd verdriet vervuilt jouw blik je vingers weten niet waarom de tinten zich vergissen die roest op jouw metalen bol noemt zich geen zacht oranje   enkel onze zon is warm ik ben daar al geweest zo sprak de ruimteluis tot hem die heuvelreus tot de magneet dat hart van hem die knaap met zijn manhaftig streven   er is geen barst noch schedelbreuk waardoor een kabel kan waarin ik duiken zou er is helaas geen beter leven voor een berg als jij daarom echt niemand mag er mee   het heeft geen zin vertelde hij de jongeling dat ik een truc bedenk mijn brein is vreemd aan dit bestaan alles wat jij voelt of denkt spookt enkel in dat hoofd   de bol is ooit gemaakt uit erts dat enkel hier te vinden is ik had nog nooit gezien hoe zwaartekracht alleen zo lastig durft te zijn een wezen kwellen kan   ik ben weer weg tot ziens de ledigheid zij roept de ruimte wil wat soep die smaakt naar meer maar niet naar aarde zuur of bitter einde   ik doe zoals gevraagd door stilte en het niets vaarwel mijn dwerg gij bult tot morgen mag je denken hopen kan altijd ik moet nu voort ik ben slechts de piloot van alles wat nooit komt misschien hetgeen waarvan jij dromen zult     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
1 0