Ik zoom uit en ik zie
Ik zoom uit en ik zie:
het dakvenster waaronder ikeen magneet boven een restauranttafelde man die zich - letterlijk - buiten de kring zet, altijd weerde lichte kromming in de nek van de pianisteen drenkeling naast de vijver, sigaret nog tussen de vingersde trillende kop van de spechtlichtblauwe rechthoekjes om in te zwemmeneen snelle eekhoornstaart tussen bleke stammeneen afscheid op een perron (zoen in de hals)regen die van mij weg valtde stilte onder muziekwitte rook uit lange afbrokkelende schoorsteneneen paarse vlek lavendel, trillend in de zongeen grenzen, alleen maar omheiningende verlangens en kneuzingen van alle mensenhet ongecontroleerd lachen om 3 uur 's nachtsal het door bijzienden onopgemerkteeen eenzaam bootje op een oceaan (als van papier)de vergissingen die ik maaktealle woorden die werden geschreven met alle pennen en toetsen die ik gebruikte, en alle gedachten en handelingen die die woorden veroorzaakten bij de lezersmouwen, pijpen en kussen (gevuld met veren)het zaadje onder de navel, de hik in het middenrif, de dood achter het borstbeende kalligrafie van wintertakkenhet geroffel van alle angstige hartende raakvlakken op een lichaamde teleurstelling verzameld in spiegelsdat iedereen zichzelf voor de gek houdtde klei onder de voeten, de stad onder de stadmijn eindigheid, die van de regen, die van de specht, die van de schoorsteenalle handen die ik aanraakte, veters die ik knoopte, adem die ik nam, onzin die ik hoordehet draaien in cirkels, het temmen, het laten gaan