Lezen

Feest

Kijk eens aan! Allemaal voor mij? Jongens toch! En ze hadden me nog gewaarschuwd. Vooral kleine Gitte. Die komt me vaak wat vertellen, maar nu zei ze gekke dingen. Dat ik niet moest schrikken vandaag. Dat het feest was. En ik begreep dat niet zo goed. In mijn toestand ben je namelijk niet echt in feeststemming. Ik zou liever alleen zijn. Hoewel de burgemeester daar flink zijn best voor heeft gedaan met die afspanning van rood witte lint, blijft het moeilijk als je midden op een dorpsplein staat.  Toen Gitte me zei dat ze me wilde bedanken, werd het me duidelijk. Voor het samenspelen, voor de koele schaduw in de warme zomertijd, voor de verfrissende dauwdruppels, voor een schuilplaats tegen de regen of tegen pestkoppen…. Ze bleef maar ratelen terwijl ze zich op de onderste tak dicht tegen me aan nestelde. Daarbij sloeg ze haar arm om mijn stam.  Voor het klimrek dat ik was. En dat ik elk jaar een beetje veranderde, vond ze fijn, vertelde ze. Dat mijn bladeren zo mooi groen waren en wat een prachtige kleuren ik maakte in de herfst. En blijkbaar vond zij dat niet alleen. Het hele dorp heeft zich geamuseerd in en op mij. Dat ik knap was en stoer en groot. En dat ik dapper was en dat moest blijven ook. En dat het daarom dus feest zou zijn. Vandaag. Voor mij.   Zie mij hier nu staan. Met slingers, en lichtjes. Dan kan het wel eens laat worden vanavond. Geeft niks. Druppelgewijs komt iedereen naar me toe. Ik ben omringd met het mooiste gezelschap. Daar is  Claire met de prachtig fonkelende ogen. Hoe ouder ze wordt hoe meer twinkel in haar blik. Ze raakt mijn stam even aan. Ik heb haar vorige nacht haar doosje terug geschonken. Ze heeft diep moeten graven, maar ze wist nog precies waar het lag, aan mijn voeten, stevig omkneld door mijn wortels. Ah, en daar komt mevrouw Janssens aangetsjokt. Ze is van een paar generaties na me, maar qua houdbaarheidsdatum staan we even ver. Waar is de tijd dat ze haar eerste kus van meneer Janssens ontving. Hier dicht bij mijn stam. Ik trok mijn takken naar beneden…het was hun moment, niet dat van het hele dorp. Meneer Janssens is niet meer, heeft mevrouw me een tijdje terug toegefluisterd. Er komen veel mensen dingen vertellen. Goeie en slechte. Om maar te zwijgen over de geheimen die aan mijn takken blijven plakken…of andere vuile dingen, aan mijn stam…zoals van dat vreselijke beest daar. Titus! Zijn baasje neemt nooit de moeite om Titus vuiligheid op te kuisen. En iedere keer komt dat beest weer! Ze zijn natuurlijk niet allemaal zo vuil. De Cois bijvoorbeeld. Speciale kerel, gemeentearbeider in hart en nieren. Elke lente zorgt hij voor mooie bloemen aan mijn voeten. Het vuil dat een ander achterliet, fluit hij vlotjes in zijn kruiwagen. Ach en zie daar, Kasper, die spetter van een voetballer. Hij kan zijn ballen altijd zo hard in mijn kruin stampen dat ik moeite had ze vast te houden. Hij weet het nog niet, maar ik heb gewonnen…Er steekt er hier nog eentje, rechts boven. Die krijgt hij straks vast terug.   Jongens, jongens wat een volk. Allemaal voor mij. Ze smullen van taart en drinken wijn. Op mijn gezondheid. Al stelt die niks meer voor. Ze zijn er allemaal. Jong en oud. Ze zingen liedjes voor me en dansen rond me. Wat hebben ze plezier. Ze halen verhalen op van toen ik nog jong en sterk was. Ja, daar weet ouwe-Jacques-van-achter-de-hoek alles van. Die kerel heb ik vaak in mijn armen gehad. Tot hij zelf een beetje houterig werd. Oh, wat een prachtige avond, de tijd gaat snel. Het duister valt. Ik laat het volk verder vieren. Ik licht op. Mijn wortels staan niet meer zo vast in de grond als vroeger. Ik ben moe. Oud en versleten. Mijn takken zakken, mijn bladeren laten los. Ik doe mijn ogen toe.

Karlijne
1 0

DE RIVIER

Of ik me na de lunch meteen kon begeven naar het kantoor van onze psychologe. Als Diane je ontbood buiten de 2 dagelijkse groepssessies, had de stront ongetwijfeld de ventilator bereikt. Of zou het te maken hebben met het voorval van vanochtend ? Niet dat ik nu zo bevriend was met de 60-jarige Jos, maar hoop doet leven, nietwaar ? Het was einde juni en broeiend warm. Ik was hier nu 4,5 maanden patiënt, wat in onze volledige afdeling van 28 personen goed was voor brons. En zelfs  voor goud in onze 5-koppige groep ‘A’. Ik klopte aan, ging binnen met mijn onafscheidelijk blikje Cola Zero en op vraag zitten aan haar bureau. Wat ik nu weer fout had gedaan, was vanzelfsprekend een slecht begin, waarna een kleine, maar kordate preek mijn beloning was. Oh, wat kende ze me goed…heel goed…véél te goed ! Godverdomme, wat was nu weer de vraag die ze me zonet gesteld had ? Diane keek me nog steeds aan, terwijl mijn beschadigde korte-termijn geheugen in ‘overdrive’ ging. Of ik ‘iets’ vreemd vond ? Maar wat nu weer ? Ze bood hulp en herhaalde de vraag. Juist ja, Jos was vannacht overleden toen zijn hart rond 04.30 u. had besloten er de brui aan te geven. Jos en ikzelf waren, samen met punker Dave, de langst verblijvenden op haar afdeling van de inrichting. Goh, het zal wel vreemder voor hem zijn geweest, zeker ? Schrijf, schrijf… Waarover we gisterenavond, tijdens het eerste lange gesprek dat ik ooit met de man had gevoerd sinds mijn opname, hadden gesproken ? Goh, eh…niks speciaals. Had hij dan helemaal niks verteld over zijn verleden ? Sorry, laat mij nu net denken dat zoiets behoorde tot het takenpakket van de begeleiders en psychologen. Een wat uitdagende blik is mijn beloning voor deze ongepaste opmerking. Nu ik het toch zelf had opgegooid…dat ik de begeleidster verleden week, wachtend met ons zessen op de tram, had ‘bedreigd’ met het plegen van zelfmoord ? Is dat een ‘bedreiging’ ? En komaan, ze kennen me na al die maanden toch al wel een beetje ? Ik had gewoon gevraagd of ze tijdens de wekelijkse uitstap al ooit een patiënt was verloren en, na het ontkennend antwoord, had gezegd dat ze dan nu maar eens goed moest opletten met de tram reeds in zicht. Of ik zoiets grappig vond ?  Tsja, blijkbaar wel grappiger dan ‘dikke Mia’, onze groepsbegeleidster. Schrijf, schrijf… Maar hadden we het nu niet over de zopas overleden Jos ? Ik mocht mijn gang gaan. Prima, dat het belachelijk was geweest om de volledige afdeling af te sluiten en de patiënten te verbieden hun kamer te verlaten tot nader bericht. Ja, inderdaad…opgesloten als gangsters, terwijl niemand Jos zoiets zelfs maar had toegewenst ! Neen, voel me niet echt een gangster. Ha, terug naar de orde van de dag. Ja, natuurlijk is het enigszins vreemd dat een man, die je na enkele maanden pas de avond ervoor een beetje had leren kennen, de ochtend erna de ultieme en perfecte vlucht had uitgevoerd ! 60 jaar op deze klotebol en inmiddels niemand die om je treurt. Je komt alleen, werkt mooi je lijstje van ‘do’s and don’t’s’ af, die vallen onder de belachelijke noemer ‘Leven’, om dan opnieuw alleen heen te gaan in het bed van een inrichting. Hoe bedoelt U : ‘Er waren toch gevoelens’ ? Oh ja sorry, natuurlijk : het gejuich van de patiënten wegens het opschorten van alle verdere activiteiten van de dag en het gevloek van het personeel voor al dat additionele werk. Enige treurnis ? Mmm, zal ik gemist hebben wegens mijn ochtendgebed. Jep, sarcasme laat zijn lelijke kop nog eens zien. Schrijf, schrijf, scheur… Jos was wel getrouwd geweest, maar had 4 jaar geleden zijn vrouw moeten afstaan aan de heer Kanker. Ach, laten we nog maar eens voor de lever gaan ! Gaat lekker snel en borsten zijn tegenwoordig zelfs al te genezen ! Oh neen, het geluk van kinderen hadden ze nooit gekend. U zegt ? Vrienden ? Ah ja, juist…vriendschap ! Zoiets dat meteen kan verdwijnen na die laatste pint, die ene discussie, die fatale vrouw, juist ? Café-wijsheid van Jos, 30 jaar uitbater en mensenkenner ‘pur sang’. Maar daarom minder waar, denkt U ? Ach, jammer maar helaas : net zoals ik, enkel te weinig kennis over zichzelf ! Ineengestort voor zijn eigen café, ‘gelukkig’ gevonden door de arm van de wet – altijd op zoek naar de zware criminaliteit – en stante pede naar dit ‘hol’ gebracht. Zoef, dit was uw leven ! Hoe, nu al voorbij ? Ja, sorry…kunnen we meteen even afrekenen ? Schrijf, schrijf… Ach, Jos wist dat hij de inrichting nooit levend zou verlaten. Zijn eigen café werd zijn ‘dead man walking’. En laat nu net Mia, zijn overleden vrouw dus – had ik dat al gezegd ? Sorry dan ! – de enige zijn die zijn laatste wil kende en had kunnen uitvoeren, moest de heer Kanker ergens oponthoud hebben ervaren. Ah zo, oké : verstrooid worden in de rivier. Welke ? Hoeveel rivieren kent U zelf in Antwerpen ? Ah ja, U komt natuurlijk uit het Mechelse… Goh, zeker iemand die me dat heeft verteld…Waarom ? Staatsgeheim ? Oké, sorry… De bedoeling was dat het strand van St. Anneke de uitvalsbasis zou worden voor zijn laatste reis in poedervorm. Maar ach…een wei waar de koeien lekker kunnen schijten, zou hem ongetwijfeld eveneens zijn bevallen. Tenslotte : eigen schuld, wei gevuld ! Schrijf, schrijf, scheur… Sarcasme ? Mij volledig vreemd…Vroeg U niet om het op mijn eigen manier uit te leggen ? Hoe bedoelt U ? Wat er verleden week op mijn verjaardag precies is gebeurd in de refter ? Buiten dat feestje met drank, drugs en naakte, dansende vrouwen ? Oei, niet om te lachen dus.  Jammer… God nee, alsjeblieft…niet opnieuw over die appel, hoop ik ? Ik heb die gast toch gemist, niet ? En ik heb zelf de boel opgekuist ! Een verjaardag vieren in een inrichting waar je reeds meer dan 4 maanden verblijft, in gezelschap van een bende andere verloren zwijnen, is echt wel nefast voor de feestvreugde, geloof me ! Haha, nee…ik hoop ook dat ik mijn 53e verjaardag ergens  anders en onder andere omstandigheden kan vieren ! Zeg Diane, is dit een geldig verhoor ? Heb ik geen recht op een advocaat of zo ? Ja, bekend schuldig : heb inderdaad afgelopen week de sportzaal verlaten. Maar eerlijk…dat was echt ook wel het beste voor Freddie Krueger…anders had hij ongetwijfeld kennis gemaakt met de andere kant van mijn tennisracket, de lelijke klootzak ! Woedeaanvallen ? Ja, die komen nog voor. Neen, dank U, ik probeer ze zo wel onder controle te houden ! Ja, ik weet het wel : 2 weken geleden ook al tijdens ‘handenarbeid’. Godverdomme, omdat sommigen zich blijven storen over het feit dat ik nog steeds enkel donkere kleuren gebruik ! Weet dat ik het niet mag verscheuren, maar vond zelf – op dat moment – dat het de beste oplossing was voor iedereen ! Maar laat mij nu denken dat we het hier enkel over Jos zouden hebben. Neen Diane, ik verhef mijn stem niet…ik spreek altijd zo luid ! Schrijf, schrijf… Nee oké, maar is het dan zo onoverkomelijk om een 60-jarige man zijn laatste wens toe te staan ? Tegen de wet ? Tsja, als U het zegt… Hoe ik het dan zie ? Hij wou naar de rivier en jullie hebben ze droog gezet. Nee, dàt was sarcasme : ‘droog gezet’, ziet U ? Oei, alweer gemist ! Omdat ik al zo enorm veel heb moeten opgeven en nu ook nog mijn smaak voor humor ? Liever niet, maar toch bedankt ! Allé, het is dus niet enkel mijn smaak voor humor…Welke dan nog ? Vrouwen ? Zeker weten ! Ah, U bedoelde iets anders… Waarom ik de groep, tegen hun zin, heb verplicht mee te gaan kijken naar de nieuwste Lars von Trier, “Melancholia” ? Omdat het mijn week was om te kiezen en ik soms wél zin heb om mijn brein nog enigszins te bevoorraden. Trouwens, anders was er nog altijd Kirsten Dunst om naar te kijken, toch ? Onenigheid tijdens de kooksessie ? Ah, met de begeleiding…Ja, dat klopt. Had meer uitgegeven dan de voorziene € 2,5 per man. Misschien mijn zaken niet, maar kookt U dagelijks voor man en 2 kinderen aan  € 10,-, voor-, hoofd- en nagerecht inbegrepen ? Oké, zat er flink wat over, maar heb het toch uit eigen zak bijbetaald ? De bedoeling niet ? Alternatief…zal best ! Zakjes en blikjes, maar mag niet : alles moet vers zijn ! Komaan Diane, € 12,50 voor 5 volwassen personen ? Ben al lang blij dat er geen flesje wijn bij moet…oh sorry ja, ‘mag’ bedoelde ik natuurlijk ! Dikke Mia vreet godverdomme alleen al een hoofdgerecht voor dat bedrag ! Of ik het ‘dikke’ wil laten vallen ? Zal wel moeten…zou ze niet eens kunnen optillen… Ha ha…een glimlach ! Braaf, zit, lig : een beloning ! Dàt moet U toch echt even herhalen : mij bedanken voor verleden maand ! Diane, de heer Korsakov heeft me niet ontzien. Weet godverdomme niet eens meer wat ik gisterenavond heb gegeten ! Ja, sorry…nu roep ik ! Nee, niet kwaad op jou…op mezelf. Ja goed, eventjes terug : dus afgelopen maand. Ah, het komt terug : Tom was niet teruggekeerd uit verlof en niemand kon hem bereiken, dus ben ik hem thuis gaan overtuigen om mee met mij te komen. Nee, was niet makkelijk : hij was zo high als een garnaal. Dat heeft hij bij zijn terugkeer dan ook wel geweten, niet Diane ? Ach ja…slaan en zalven. Ha, dat doet me eraan denken : had mijn moeder vroeger beter ook gevraagd om eens aan een zalf te denken. Ja weet het, dat is een sessie-onderwerp ! Nog één ding ? Jennie van de 4e verdieping angst aangejaagd ? Oh man…dàt ! Sorry hoor, maar dat is écht niet mijn eigen schuld alleen ! Ten eerste kon ik niet weten dat boven mijn kamer de isolatiecel van het 4e lag…  en dat wijf was al een gat in de nacht aan het krijsen van “Ze komen me halen…ze komen me halen”… Ik probeer af en toe ook wat te slapen, weet U ? Hoe…wat zeggen ze dan op het vierde ? Oh ja oké, ben weer mee… Ik vreesde al dat ik die nacht geen oog meer toe zou doen. Dus toen het eindelijk rustig was, heb ik inderdaad op de verwarmingsbuizen geslagen met een schoen en geroepen : “We zijn er nu ! En we komen je nu halen, woehaa !!”. Natuurlijk heb ik daar spijt van…heb voor de rest van de nacht inderdaad geen oog meer toe gedaan… Konden ze die niet platspuiten of zo ? Mij ? Nu nog straffer…heb ik het weer gedaan ! Man man…slechts één moment van onoplettendheid en hop : ga meteen naar de gevangenis, ga niet langs start, U ontvangt geen geld ! Schrijf, schrijf, scheur… Mag ik U eens iets zeggen : verleden week, de dag van mijn verjaardag, is mijn dochter eindelijk voor de eerste keer meegekomen met haar moeder en mijn zoon, die me wel meer komen bezoeken. Heb gehuild als een klein kind ! Ik wist dat deze opname slachtoffers zou maken, maar niet zo veel indien ik gewoon was blijven drinken en drugs nemen. Wil enkel zeggen : ben gelukkig niet al mijn menselijke waarden kwijt ! Watte ? Dàt moet U toch nog eens één keer herhalen ! Ik ben diegene waar U het meest vertrouwen in heeft op een goede afloop van gans de afdeling ! Ah, zelfs van onze groep ! Man man…zou er toch niet te veel geld op inzetten (ha ha !). Ja, weet U : doet mij een beetje denken aan de sessie van eerder deze week. Wat zei U ook alweer : “Iedereen verdient een tweede kans !” ? Ben helemaal akkoord, maar het zijn nu net de andere mensen die je dat moeten toestaan ! Ha zo…het begint bij jezelf…ja ja. Zei zelf vroeger ook altijd: ‘no retreat, no surrender’… wat helaas niet ‘an sich’  leidt naar zo’n tweede kans ! Sommigen hier hebben het geluk te mogen terugkeren naar hun eerste kans, die nog steeds staat te wachten op de regenboog aan de hemel. Natuurlijk, dat weten wij ook, meestal ten onrechte. Heeft Uzelf niet gezegd dat zowat 85 % van alle verslaafden hervalt ? Misschien best allemaal meteen in de rivier gooien…zo ‘redden’ we het leven van onze geliefden tenminste toch nog ! Mmm, daar zou u liever een ander keertje op terugkomen ! Tijd voor de volgende sessie nu, zeker ? Ah nee, sorry…vergeten. Natuurlijk zijn er geen sessies meer vandaag ! Dus, wel vrij, maar niet buiten ? Ikke ? Wat lezen en muziek beluisteren, denk ik… Ja, bedankt voor het verplichte gesprek…schrijf, schrijf…scheur ! Even naar buiten…voor een nieuw verhoor van ‘The Fab Four’ én een sigaret ! Problemen ? Nee, natuurlijk niet…Alleen : ben hier nog niet weg, denk ik… We roken alle 5 en besluiten dan maar wat te gaan kaarten. Hartenjagen ? Ja prima hoor… Hoop dat ik win ! Kom sowieso al harten tekort ! Groep ‘A’ : 4 mannen en 1 vrouw, dagelijks vechtend tegen demonen, angsten, verslavingen, depressies, zichzelf…De hardst verslaafden, maar met hoop op een toekomst ! Eveneens het meest gemeden door de andere 23 patiënten. Wij zijn arrogant ! Staan boven de anderen ! Maar ook : vechters, volhouders… Een toekomst in zicht, eens vrijgelaten. Wij zouden ‘genezen’… Vreemd woord : van een verslaving genees je nooit ! Je vecht er dagelijks tegen ! Een thuismatch win je meestal nog wel, mits enige forse volhouding…Een uitmatch wordt al véél moeilijker ! Problemen ? Even Damocles bellen…niemand thuis natuurlijk ! Is alweer op weg met zijn zwaard : op zoek naar ons…ongewapend ! ‘Last people standing’…waarvan er inmiddels 2 zijn overleden (waaronder Tom) aan een overdosis en 2 opnieuw opgenomen…voor een derde kans ? Damocles houdt blijkbaar niet van de kust. Vindt Wenduine niet op de GPS van zijn paard ! Verstoppertje spelen ? Ik kom ! Tot nu toe heeft hij me niet gevonden ! Fier ? Natuurlijk niet : teveel schade  achter me gelaten ! Eén ervan heet ‘invaliditeit’ ! 56 jaar…nog 4 jaar te gaan, Jos ! Zal ik dan misschien wél de zee bereiken in poedervorm ? Misschien…Ik hoop het zo ! Maar inmiddels : schrijf, schrijf, punt…scheur ! 

Paul Smeyers
12 1

De dove

“Vroeger kraaiden de hanen, nu gapen ze alleen nog” zei de dove en hij keek mistroostig de tuin in. Hij leek geen acht te slaan op de regen die hem in het aangezicht kletste en zijn schouders zakten diep weg onder het gewicht van de neerstortende droefheid. Zijn schoenen waren vuil en nat, zijn doorweekte stoffen jas woog zwaar. In het midden van zijn voorhoofd kroop een druppel naar beneden, rolde dan snel over de rug van de neus tot op de tip, waar het een ogenblik stil leek te houden. Dan viel de druppel op de grond en ging hij onherroepelijk verloren in de vloedstorm waaraan hij zich, al was het maar voor even, onttrokken leek te hebben. De dove voelde nauwelijks de handen van zijn oudste zoon op de schouders “kom vader, straks vat je nog kou” “waar de boom valt blijft hij liggen” stamelde de dove “ja” zei de zoon en hij leidde zijn vader het huis in. “moeder heeft soep gemaakt” zei de zoon met luide stem, hij wees nadrukkelijk naar de dampende ketel op het vuur. “wil je een kommetje?” De vader wuivde de soep weg. Hij zat ineengedoken en staarde voor zich uit.. Zijn ogen glaasden en verraadden een mank bewustzijn. Zijn ziel zat gevangen in een diepe slaap. Plots veranderde zijn blik. Zijn ogen vuurden. Hij richtte zich op en keek naar zijn zoon. Zijn wenkbrauwen trokken woest omlaag. Op zijn gelaat looide de dove een bittere afkeurende uitdruk. Hij stond op, hief zijn vinger en riep: “een rotte appel in de mand maakt al het gave fruit ten schand”. De helderheid verdween vrijwel meteen uit de ogen en het gelaat ontspande zich opnieuw naar een vormeloze, uitdrukkingsloze spiegel van een man met een lege, rustige, geest. Verdwaasd keek hij naar zijn zoon. De zoon stapte op de vader toe en hielp hem liefdevol op dezelfde stoel. “een kommetje soep, vader?” vroeg hij met luide stem, en opnieuw wees hij naar de dampende ketel op het vuur. “Ja” knikte de dove.

Kuba Kenos
6 0

Ziekteaangifte verandert vanaf 1 januari 2016

Ben je werknemer, zelfstandige of werkzoekende? Vanaf 1 januari 2016 verandert de wetgeving rond de ziekteaangifte. Dit heeft belangrijke gevolgen voor jou.   Wat is nieuw vanaf 1 januari 2016?   - Vanaf 1 januari 2016 is er een nieuw getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid. Er zijn twee versies: een getuigschrift voor loontrekkenden (bedienden, arbeiders en werkzoekenden) en een getuigschrift voor zelfstandigen. - Je dokter moet niet alleen de begindatum van je ziekte op het getuigschrift invullen, maar ook de einddatum tot wanneer hij verwacht dat je ziek blijft. - Ons ziekenfonds mag je na de voorziene einddatum op het getuigschrift geen uitkering meer betalen. Blijf je toch langer ziek, dan moet je binnen 48 uur een nieuw getuigschrift met een nieuwe einddatum naar ons ziekenfonds sturen.   Wat moet je doen wanneer je ziek wordt en niet kan gaan werken?   1. Ben je werknemer? Breng dan onmiddellijk je werkgever op de hoogte. Anders ben je onwettig afwezig en is je werkgever niet verplicht om je loon door te betalen. Ben je werkzoekende? Breng dan je werkloosheidskas op de hoogte.   2. Neem een nieuw getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid mee naar je behandelende arts. Download het getuigschrift hier of vraag het in een ziekenfondskantoor in je buurt.   3. Je behandelende arts schrijft op het getuigschrift de begin- en einddatum van je ziekte. Dat laatste is nieuw.   4. Stuur je getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid met de post naar ons ziekenfonds. Zo weten wij dat je ziek bent en kunnen we je een uitkering betalen. Klik hier om te weten wanneer je het getuigschrift moet versturen.   5. De adviserend geneesheer van ons ziekenfonds onderzoekt je aangifte en stuurt je een brief met de precieze periode waarin je mogelijk recht hebt op een ziekte-uitkering.   6. Enkele dagen later krijg je een invulformulier waarmee ons ziekenfonds je recht op ziekte-uitkeringen onderzoekt. Vul dit formulier volledig in en stuur het ons zo snel mogelijk terug.   7. Op basis van deze informatie berekent en betaalt ons ziekenfonds je uitkering. De betaling van je uitkering stopt altijd op de einddatum van je ziekte.   Meer informatie?   - Wanneer moet je het getuigschrift naar ons ziekenfonds sturen? - Wat moet je doen wanneer je na je ziekte opnieuw gaat werken of stempelen? - Wat moet je doen als je langer ziek blijft dan de einddatum op je getuigschrift? - Wat als je ziek bent op 31 december 2015 en ziek blijft in 2016?

Gwen Muylaert
1 0

Meer gezinnen genieten hogere kinderbijslag

Vanaf 1 juli 2015 verhoogde de overheid de grensbedragen om extra kinderbijslag te  ontvangen.   Hierdoor genieten meer gezinnen van een extraatje bovenop de kinderbijslag.    Onder welke voorwaarden geniet je extra kinderbijslag ?   Als je tot de doelgroep behoort én een beperkt inkomen geniet.    Wanneer behoor je tot de doelgroep ? Als je alleen woont of gepensioneerd bent. Ook werklozen of zieken komen in aanmerking voor extra kinderbijslag als ze zonder onderbreking zes maanden werkloos of ziek zijn.   Zelfstandigen kunnen alleen van extra kinderbijslag genieten als ze een faillisementsverzekering ontvangen.   Hoe hoog mag je inkomen zijn om de extra kinderbijslag te genieten ? Voor alleenstaanden legt de overheid sinds 1 juli 2015 de lat op 2398,45 euro bruto per maand terwijl het grensbedrag voorheen 2321,96 euro bruto per maand bedroeg.  Voor samenwonenden verhoogt de overheid vanaf 1 juli 2015 het grensbedrag tot 2498,36 euro bruto per maand terwijl de grens voorheen op 2403,87 euro bruto per maand lag.      Behoor je tot de doelgroep en ligt je inkomen onder het grensbedrag  ? Dan ontvang je de extra kinderbijslag niet automatisch maar moet je je hogere kinderbijslag zelf opeisen. Hoe ? Stuur een model S naar Acerta Kinderbijslagfonds Diestevest 1 3000 Leuven.  Voeg bij het model S bewijzen van je gezinsinkomen in 2015.  Download het model S op www.acerta.be/kinderbijslag of vraag het model S telefonisch aan op 016/123456. Stel  je vast dat je inkomen ook voor 1 juli 2015 al onder de grens lag ? Ook dan kan je via het model S nog steeds een aanvraag tot extra kinderbijslag indienen.  Je kan tot vijf jaar terug extra kinderbijslag opeisen.      

lutgard
0 0

Vraag nu gratis begeleiding voor je schoolmoestuin

  Groeien er in de schooltuin meer distels dan radijzen? Niet getreurd. Stad Gent biedt scholen gratis 15 uur moestuinbegeleiding.   Begeleiding op maat   Scholen en kinderdagverblijven uit Gent kunnen een beroep doen op professionele coaching bij de opstart of uitbouw van hun moestuin.  De ondersteuning bestaat uit 15 uren en wordt afgestemd op de specifieke noden van de school (bv. hulp bij keuze van materiaal, advies over teelten, advies over organisatie).   Workshops   Daarnaast organiseert de stad ook regelmatig workshops voor iedereen die betrokken is bij de schoolmoestuin. Deze workshops geven een antwoord op de meest voorkomende vragen als: hoe maak ik een moestuinbak, welke planten plant ik wanneer, welke plaats krijgen ze best en welk onderhoud hebben ze nodig.   Een groene start   Een schooltuin brengt kinderen in contact met de natuur, leert hen verantwoordelijk te zijn en geeft hen inzicht in de oorsprong van hun voedsel. De schooltuin draagt ook bij tot een gezonder eetpatroon, want zelf kweken doet meer eten. De ondersteuning van schoolmoestuinen past dan ook perfect binnen Gent en garde onze strategie voor lekkere, lokale en duurzame voeding.   Natuurlijk tuinieren   De begeleiding richt zich op moestuinieren op natuurlijke wijze: door bijvoorbeeld niet te spitten, gebruik te maken van groenmateriaal dat aanwezig is op de site, regenwater te hergebruiken, geen kunstmest en geen pesticiden te gebruiken en minimale inzet van biologische bestrijdingsmiddelen.   Schrijf je nu in   Blijf op de hoogte van ons worshopaanbod of schrijf je in voor de moestuinbegeleiding via: milieudienst at stad.gent                            

Lieta Goethijn
1 0

DE EEN ZIJN DOOD IS DE ANDER ZIJN BROOD

Jaarlijks worden er in België op 1 november met Allerheiligen de doden herdacht. Dit ging vroeger misschien nog veel meer dan heden ten dage gepaard met het zetten van grote potten chrysanten op de graven. Voor de ingang van de begraafplaatsen stonden overal in het land de chrysantenverkopers, iets meer ingetogen dan op de plaatselijke markten, hun waren aan te prijzen. Destijds waren er nog geen als buxusbollen grote chrysantplanten met een overvloed aan kleine witte, gele of roestbruine bloempjes. Alleen planten met tennisbalgrootte witte bloemen werden er aangeboden. De prijs werd berekend naar het aantal bloemen er op de plant stonden. Naargelang de belangrijkheid van de overledene en de financiële draagkracht van de familie werden er vervolgens bloempotten van twee tot acht bloemen aangekocht. Ik had er als zevenjarige een broertje aan dood, maar jaarlijks moest ik een week voor deze herdenking met mijn grootouders mee naar het grote kerkhof van Antwerpen, het Schoonselhof.  Deze begraafplaats is niet zomaar een plekje gewijde grond rond de kerktoren maar een immens groot park waar de vele grafperken met grote lanen en hoge bomen van elkaar afgescheiden worden. Moemoe* en Vava* wilden steevast als eersten hun pot chrysanten op de zerk leggen zodat de ganse familie, die daarna op 1 november als in een  optocht voorbij schreed, onmiddellijk kon zien dat zij nooit een dodenherdenking oversloegen. Met de tram gingen we richting stadsrand. Toen wij aan de ingang van het kerkhof kwamen werden de bloempotten gekocht. Omdat we elk maar twee potten in de armen konden dragen, moest er soms een helpertje van de plantenzaak  meelopen. Dit waren meestal kinderen die in de vakantie en op zaterdag en zondag een centje wilden bijverdienen. Zo ook heeft manlief dit jaren gedaan. Een schriel tienjarig jongetje dat er een beetje uitzag als Ciske de Rat. Hij moest destijds eens een dame begeleiden die zwaar op een stok leunde. Hij droeg de twee grote bloempotten en kwam amper met zijn hoofd boven de bloemtrossen uit. Twee uur aan één stuk dwaalde de dame tussen de grafperken zonder het bewuste graf te vinden. Manlief, toen nog mannetje lief, had zijn armen om de planten gekneld, die stilaan voelden als lood. Toen de dame eindelijk moe gestrompeld was, draaide zij zich om en in plaats van haar geldbeugel te openen, zei ze: “Dat hij deze twee mooie planten van haar cadeau kreeg.”  Hij moest ze dan maar op een graf van zijn eigen familie zetten. Manlief was toen nog een klein braaf kereltje en nog niet mondig genoeg om alsnog achter de beloofde centen te vragen. Volledig beteuterd zocht hij toen nog een half uur lang met twee slapende armen om de gigantische potten geslagen naar het graf van zijn eigen grootmoeder.  Enfin we dwalen af.. Mijn grootouders hadden op de plattegrond van de begraafplaats een circuit samengesteld waar de ontdekkers van de wandel- en fietsknooppunten jaloers op zouden zijn. Er werd aan geen familielid voorbijgegaan. Op verschillende stukken van het traject zag je een rij zwarte auto’s, achter een met kransen behangen begrafenisauto, staan. De zwartgeklede begrafenisstoet, meestal met de pastoor voorop, schuifelde achter de kist naar de laatste rustplaats van hun afgestorvene.  De bloempotten werden op de grond gezet en Vava nam dan ook steevast uit respect zijn hoed af. De grootste en zwaarste bloempotten werden als eerste bij de grafzerken van de voor mij totaal onbekende ouders en schoonouders neergezet. Hier werd, onder het plengen van een traan, een babbeltje tegen de verweerde stenen foto’s van de overledene gehouden. De grafzerk werd volledig opgekuist en de grond rond het graf van alle onkruid ontdaan.  Dan werd de rondleiding voortgezet,naar alle mogelijke voor mij vreemde broers, zusters, nonkels en tantes. Die kregen allemaal een tweebloemige chrysant op hun buik. Bij Tante Jeanne, die nog snel de week voor 1 november de pijp was uitgegaan, stond er nog een eenvoudig kruisje op de verse hoop aarde. Mijn grootouders verzekerden haar: “Dat ze volgend jaar zeker terugkwamen om te kijken wat voor een soort grafzerk er op haar lapje grond geplaatst zou zijn.” Ik wipte van verveling van het ene been op het andere en keek bedenkelijk naar deze eenrichtingsconversatie. Bij het graf van Nonkel John hadden zij het wat moeilijker. “Hallo broer” zei mijn Vava dan “Je zou steil achterover slaan als je moest weten wat jouw Roza, nu allemaal uitspookt. Al haar vrije tijd spendeert zij aan haar nieuw lief. Ze heeft ook niet lang gewacht om opnieuw te beginnen hé!”. Ik keek gebiologeerd naar de grafzerk, maar nonkel John gaf geen teken van leven, hij lag al plat en draaide zich niet om in zijn graf. De roddel was misschien niet diep genoeg in de aarde doorgedrongen.   Om de wandeling over de dodenakker ook voor mij wat aantrekkelijker te maken, werd ik nadien door mijn grootouders op chocolademelk en een taartje getrakteerd. Eén week na 1 november moest er zonder twijfel terug naar de begraafplaats gegaan worden om te controleren hoeveel bloemstukken er achtergelaten waren. Vooral een giswerk, wie en voor hoeveel bloemen chrysanten de appreciatie voor de dode was geweest. Ik was als de dood, dat ik weer op mijn vrije schoolnamiddag deze ‘dodentocht’ moest meedoen. Er hielp geen lieve moeder aan, mijn grootouders waren mijn babysit en hoe hard kleinkind ook zeurde, ik moest mee. De meeste bloemen waren al helemaal verregend en enkele toonden al lichte tekenen van verrotting. Sommige planten waren al morsdood, zo dood als een pier. Op de controletocht werd al snel duidelijk, dat er op de oudste rustplaatsen, jaar na jaar minder chrysantenbollen te zien waren. Veel van de familieleden hadden het aardse leven al ingeruild voor een meer begraven of gecremeerde fase. Die lagen nu zelf onder hun grafzerk of uitgestrooid op eventueel familiebezoek te wachten. Soms dwaalden mijn grootouders ook af naar het perk met de eeuwigdurende grafplaatsen. Hier stonden gigantisch grote grafzerken, net huisjes met een deur, waar volledige stambomen onder begraven lagen. Zerken waren versierd met grote beelden van Jezus, Maria en allerhande engelen, die heel devoot met stenen ogen de hemel in staarden. Bij Nonkel John hielden zij terug halt. Er stonden niet alleen verschillende  chrysantenpotten maar ook een plaasteren vaas met kleurige geglazuurde bloemen, met de tekst ‘Van je lieve echtgenote’.  Vava knikte instemmend:  “Kijk John, Roza is je niet vergeten, jongen. Toch lief dat ze daar toch nog tijd voor gemaakt heeft, nu ze het zo druk heeft met die andere. Och John, die affaire zal ook wel doodbloeden!” Als ik moe werd en uit verveling teveel begon tegen te sputteren, liep Moemoe nog eventjes met mij naar een speciaal kinderperkje. Hier waren kleine steentjes versierd met Teddyberen en miniatuur engeltjes. Moemoe zei niets, schudde alleen treurig en meelevend haar hoofd. Waarschijnlijk wou ze mij er op die wijze op attenderen dat ik in tegenstelling met die arme kindjes nog levend rondliep. Daarna zweeg ik dus maar als een graf. Als afsluitstuk begaven wij ons naar het café recht over het kerkhof. In dit etablissement kwamen soms ook families bij elkaar nadat ze juist een dierbare begraven hadden. Zij schoven aan, aan de koffietafel waar de broodjes met ham of kaas al op schotels lagen te wachten en spoelden de koffiekoeken door met sloten koffie. Onder het vertellen van sterke verhalen over de gestorvene liep de zaak van het afscheid nemen soms wat uit de hand. Sommigen van de familie, vrienden en kennissen vonden dan de weg naar de toog van het café waar ze zich dan gewoon op hun eigen gezondheid lieten vollopen. Na elke necropolisuitstap dronken Moemoe en Vava in deze taverne, ook een paar Trappistbiertjes, liefst met een bodempje grenadine. De tramrit huiswaarts was dan ook altijd een behoorlijk stuk vrolijker, want het verdriet was minder pijnlijk als het weggedronken was.   Sim                                              14 oktober 2014 Moemoe = oma Vava = opa

Sim
242 0