Lezen

Zoek je passie in het leven en leef je passie uit.

Ken jij ook iemand die heel passioneel met zijn hobby of werk bezig is? Stiekem ben je een beetje jaloers. Zo zou je ook wel willen zijn. En toch heeft iedereen wel ergens een passie in het leven. Maar misschien heb jij de jouwe nog niet gevonden? Lees onze tips om op zoek te gaan naar jouw passie!   Passioneel met je eigen talent bezig zijn, draagt in hoge mate bij tot je geluksgevoel. Sommige mensen stralen die passie uit. Anderen vragen zich misschien af of zoiets wel voor hen is weggelegd.  Wees gerust: iedereen heeft wel ergens een activiteit waar hij helemaal in opgaat. Het is vooral belangrijk om op zoek te gaan welke jouw passie is en hoe je deze in je leven kan inpassen.   Hoe herken ik mijn passie? Een passie kan van alles zijn. Je kan lekker koken, prachtig tekenen of goed organiseren. Je kweekt misschien enthousiast je eigen groenten of je geeft presentaties waarbij iedereen aan je lippen hangt. Eén kenmerk heeft een passie altijd: als je ermee bezig bent, vergeet je de tijd! Je voelt geen pijn of vermoeidheid, je vergeet alles om je heen en je geniet volop. Na afloop voel je je niet moe, maar zijn je batterijen net helemaal opgeladen.   Op zoek naar je passie. Wil je erachter komen waar jouw passie juist ligt? Enkele tips voor je zoektocht: Maak een lijstje van dingen die je graag doet. Vraag je af wat je het allerliefste doet. Waar voel je je echt voldaan door? Waar ben je echt goed in? Waar kan je wel een hele dag mee bezig zijn zonder je te vervelen? Stel je voor dat je de lotto won en je baan hebt opgegeven. Waar zou je dan je dagen mee vullen? Droom even weg. Beeld je in dat jouw leven perfect is. Je hoeft alleen nog te doen wat je graag doet. Wat ben jij in deze droom dan aan het doen? Hou een dagboek bij en noteer daarin gedurende enkele dagen al jouw activiteiten. Duid aan bij welke activiteiten je de tijd helemaal vergat.   Verder met je passie Heb je gevonden waardoor jij gepassioneerd wordt? Dan is het nu zaak om hiermee iets te doen. Denk je dat je te weinig tijd hebt voor jouw passie? Ga dan eens na wat jij in je vrije tijd doet. Lig je vaak onderuitgezakt voor de TV te zappen? Breng je veel tijd door op facebook? Ben je een beetje verslaafd aan de spelletjes-apps op je smartphone? Vraag je eens af of dit voor jou écht ontspannend werkt. Misschien verlang je ernaar om iets boeiends te doen in je vrije tijd. Met je passie bezig zijn ontspant je altijd en geeft je bovendien extra energie. De keuze is dan snel gemaakt waar je meer tijd wilt voor vrijmaken. Misschien helpt je passie je ook vooruit in je arbeidssituatie? Overloop de activiteiten in jouw lijstje nog eens. Vraag je af waarom ze jou veel voldoening geven. Hebben ze te maken met één of enkele van jouw eigenschappen? Wellicht kan je deze eigenschappen ook in je job gebruiken. Staat in jouw lijstje bvb mensen ontvangen en feestjes geven? Stel je dan op je werk kandidaat als vrijwilliger om een studiedag op poten te zetten of een ontvangst van klanten te organiseren. Wedden dat je daar niet alleen energie uithaalt, maar ook nog eens positief in de kijker komt op je werk!

Lut
1 0

ZUID FRANSE STRANDEN

Vannacht is weer duidelijk het bewijs geleverd dat vrouwe Alla de hemel over onze contreien aan het overnemen is. Zij duwde God de Vader en zijn mannelijke pauselijke aanhang meer en meer richting Noord- en Zuid Amerika om daar nog wat gelovige zieltjes te winnen. De Getuigen van Jehova mochten van haar nog een beetje in Europa rondzwalpen. Zij vindt het nog steeds superleuk om te zien hoe deze zendelingen, keer op keer, zowel bij de inlandse bevolking als bij de nieuwe moslimburgers, de deur tegen hun eigen façade krijgen. Alla kijkt vanuit de hemel naar haar oprukkende exodus. Zij is er zeker van dat er in Europa nog meer dan plaats genoeg is om haar islamitische achterban te verwelkomen.  Als zij over haar nieuw stukje Europese hiernamaals zweeft, laat zij haar hemelse oog vallen op de stranden van de Languedoc-Roussillon. Zij schrikt zich een hoofddoekje. Zijn dat lijken die daar allemaal op hun buik, langs de kustlijn aangespoeld zijn? ’t Is tenslotte de Middellandse Zee! Neen, het zijn waarschijnlijk dolfijnen of walvissen. Als ze wat beter kijkt ziet ze dat het dikbuikige zonnekloppers zijn. Zij vindt het een eigenaardig fenomeen, dat hier ook mannen en vrouwen, waarbij de vruchtbaarheiddatum al ruim overschreden is, met een pens ouderdomsspek rondlopen, alsof ze binnen de maand van een voldragen vetbobbel moeten bevallen. Zij laat haar religieuze blik over al de stranden van Zuid Frankrijk glijden en begint echter weer te twijfelen. Moet hier haar volksverhuizing integreren? Blijkbaar zijn hier de mensen zo arm, dat ze zich zelfs geen normale kleding kunnen veroorloven. Zij aan zij liggen ze, praktisch in hun blote reet, in de zon te bakken en te braden. Hier ziet zij voor de eerste keer het werkelijke bewijs dat de Europeanen er alles aan doen om zo snel mogelijke het Arabische of Afrikaanse kleurtje te krijgen zodat de nieuwe burgers zich onmiddellijk welkom zouden voelen.  Ze begrijpt echter niet waarom er op die goudgele stranden zoveel vrouwelijke exemplaren met hun blote, verschrompelde, hangende, valse silicone -en watermeloen tieten pronken. Eventjes verder lopen ze zelfs helemaal naakt. Mannen waarvan de viriele vervaldatum met prostaat bedreigd wordt en vrouwen waarvan de overgangsopvliegers al behoorlijk verleden tijd zijn, laten alle genotattributen schaamteloos zwieren, schommelen en waggelen als ze langs de vloedlijn in de brandende zon beachbal spelen. Alla is compleet uit haar lood geslagen. Hier zal ze straks wat erectiestoornissen en hartinfarcten moeten uitdelen. Ze is er inmiddels achter gekomen, dat dit naaktfenomeen totaal niets met armoede te maken heeft, maar volgens haar, gewoon een decadent gevolg is van het Westerse denken. Diezelfde blote zonaanbidsters gniffelden daarstraks nog: “Of het soms al terug carnaval was”, toen er twee ingepakte moslima’s pootjesbadend voorbij kwamen wankelen, hun lange jurken door het zoute water sleurend. Niet alleen de oudere senioren maar tevens de jonge vers geïmporteerde islamitische mannen gluren geil naar de bruine hangtieten en de door de wind opstaande frambozentepeltjes.  Het is ‘Allahemeltergend’, aan die neerbuigende en uitdagende mentaliteit zal ze de komende jaren behoorlijk moeten werken! Nergens geen badpak, bikini, monokini of een nudist meer, alleen nog boerkini’s en vanaf nu, mannen en vrouwen gescheiden op het strand en de zee in! Duizend bommen en granaten! Ze heeft in haar nieuw veroverd stukje Europese hemel al behoorlijk haar vrouwtje moeten staan. Niets dan miserie had ze met die nog niet bekeerde mannetjes. Vorige week kwamen er vier verongelukte, in alcohol gemarineerde midlifemannetjes aan haar hemelmoskeepoort aan. Ze hadden hun zielenleuter al paraat in de hand. Ze joelden en zeurden om die 70 maagden, die Alla hun zogezegd beloofd zou hebben. Toen ze voor de zoveelste keer uitlegde, dat dit een slechte vertaling was, dat het hier alleen maar om 70 druiven ging, maar dat ze dit zo lang mogelijk verzweeg om de zelfmoordterroristen niet te ontmoedigen, was de hemel te klein! Ze gilden dat ze dan liever terug opteerden voor de traditionele rijstpap met gouden lepeltjes. Toen ze hen bekeek en zei dat ze voor goddelijke rijstebrij een tiental jaren eerder de geest hadden moeten geven, of minstens een ander werelddeel hadden moeten uitzoeken om naar de eeuwige jachtvelden op te stijgen, waren de rapen gaar!  Problemen, problemen..Indien Alla ze zelf niet meer kan oplossen, zal ze de wijze raad van haar zuster Sjaria moeten inroepen. Nu ze eindelijk die Christelijke mannelijke encycliek verdreven heeft, zal ze zich zelf persoonlijk met de vrouwen in het westen bezighouden. In het begin zullen deze Westerse dames misschien wat zweten onder die lange jurken, maar alles went. De doorsnee Europese vrouwen zullen nog wat onhandig aan die hoofddoekjes frunniken, maar als alternatief kunnen ze nog steeds voor de totaal verhullende, snel overgooiende boerka kiezen. Als Alla wat later, vanaf haar wolk, tijdens de seniorenvakantietijd opnieuw over het strand uitkijkt, kan ze alleen maar besluiten dat voor de meeste bejaarde najaarstoeristen deze kleding een geweldige verbetering zou zijn.. Mooi of lelijk, dun of dik, kort of lang, een doek erover! Om al het bloot in één keer van de stranden te vegen moet Alla nog eventjes een studie maken. Ze heeft al een Middellandse Zee tsunami in gedachte.  Vannacht zal ze als voorproefje al eens een staaltje van haar hemelse macht tonen. Met luid dondergeroffel, flitsende bliksems, hagelstenen en bakken water laat Alla aan de bange blanke man en vrouw horen dat het haar menens is!  

Sim
0 0

KLAAS KOMT!

Het zijn nog maar net de laatste dagen van augustus en de Nederlandse kranten berichten weeral over de in aantocht zijnde Sinterklaas. De facebook- pagina’s staan opnieuw bol met verhalen van de voor- en tegenstanders van de Zwarte Pieten. Ik vraag me af of de Sint het gezeur van de door racisme aangesproken kersverse Europese burgers niet stilaan beu wordt. De nieuwe ingevoerde Nederlanders en Belgen verwachten, nadat ze zelf een jaar van pseudo- inburgering achter de rug hebben, dat ze het recht hebben, om al onze westerse tradities probleemloos te laten verbieden.  Ze  zijn gewoon jaloers omdat de Sint nooit in de moskee komt..want daar staan veel te veel schoenen om gevuld te worden. Als wraakneming op het verbod op het dragen van hoofddoekjes in de scholen, verwacht men dat er als tegenprestatie nu ook geen kerstboom meer mag gezet worden. Varkensvlees mag er niet meer als schoolhap aangeboden worden en de Zwarte Pieten van Sinterklaas, zijn al sinds jaren, zogezegd een doorn in het Afrikaanse oog. Decennia lang kwam Sinterklaas met zijn Zwarte Pieten in onze westerse beschaafde wereld met de stoomboot aan. Een traditie waaraan niemand aanstoot nam of er ook maar bij stilstond, dat Zwarte Piet nu wel of niet een racistisch item was. De Sint was de Sint en Piet zijn helper. Ook de zwarte bevolking in België zag er jaar en dag geen graten in. Ze vonden het zelfs leuk dat er voor hen zo’n prachtige bijrol ingecalculeerd werd. Alleen vanuit de hoek van onze noorderburen waait de term “racisme” telkens weer opnieuw onze richting uit. Ik veronderstel echter, dat door ons democratisch gepamper alle nieuwkomers steeds opnieuw hun zin doorgedrukt krijgen en wij straks met een lege stoomboot achterblijven. Ik zie het al voor mij als straks Sinterklaas en zijn Roze Pieten in Amsterdam over de Amstel komen aanvaren. Hij moet dan vaststellen dat hij niet door duizenden kindjes toegejuicht wordt. De volledige homobeweging, dobberend in kleine bootjes, gekleed in roze tutu’s en wuivend met regenboogvlaggen, belemmeren de toegang naar de grachten. Zij zijn het niet eens met de provocerende roze helpers van de Sint. Zij willen oranje exemplaren. Ook als Sinterklaas in Antwerpen aanmeert, zal hij zich een mijter schrikken. Met een bootje, vol juichende zwarte Afrikaantjes aan boord, de Schelde opvaren, is om moeilijkheden vragen. Prompt staat de ganse rede van Antwerpen vol gewapende politieagenten. Sinterklaas komt oorspronkelijk uit Turkije, draagt een djeleba-achtige outfit en heeft een lange baard..Alle, voor hem nadelige kenmerken zijn aanwezig.  Wie zegt er dat die maf uitgedoste mensensmokkelaar niet van Lybië komt in plaats vanuit Spanje? Was hij misschien een beetje verloren gevaren en was zijn uiteindelijke einddoel misschien Lampedusa of Kos? Mogelijkerwijs zitten er nog een honderdtal asielzoekers in het ruim van de stoomboot. Vermits de Antwerpse burgemeester en de ambtenaar die de dienst leeflonen en sociale woningen beheert, al op alle media meldden dat Antwerpen vol is, moet dit bootje met juichende zwarte asielzoekers aan een grondig onderzoek onderworpen worden. . Voor hetzelfde geld verdwijnen ze, eens ze vaste Europese grond onder de zwarte voeten hebben,  stante pede in de illegaliteit op weg naar Calais en daarna verder naar Engeland. Het uitdelen van snoep en geschenken kan in deze optiek alleen maar als corruptie gezien worden. Als atheïst wil ik ook wel dat er iets aan die Sinterklaas traditie verandert. Echte atheïsten geloven niet in goden en heiligen of in allerlei zalig verklaarde ‘lange- jurkenmannen’. Destijds konden deze vrijdenkers al het Katholieke kruis op de mijter laten verwijderen maar ik vind persoonlijk dat die cadeautjes uitdelende kindervriend zich wat aan de moderne tijd mag aanpassen. Om iedereen te plezieren, moeten van mij de Pieten niet zwart zijn maar mogen ze gerust roze blijven. Het is vooral de Heilige man die volgens mij wat aan renovatie toe is. Wie laat er zich de dag van vandaag nog Sint noemen? Zou Klaas niet wat dichter bij de doorsnee bevolking staan? Eerst en vooral moet zijn uiterlijk wat moderner ogen. Zijn mijter kan gerust door een volks petje vervangen worden. Zijn lange grijze baard kunnen we dan in een Bin Laden modelletje afscheren, zodat al minstens de helft van de Antwerpse bevolking er zich in kan terugvinden. Zijn grijze hoofdhaar knippen we in een voetballers -coupe,  alles weg op de zijkant met alleen een toefje als een kroontje er bovenop, desgewenst in een ander kleurtje geverfd. Zijn witte handschoenen kan hij, zoals die van Michael Jackson, per opbod via Ebay verkopen. Het brengt miljoenen op en van de winst kan hij dan een speelgoedreserve aanleggen of in Afrika wat aan ontwikkelingshulp doen. Zijn grote rode edelstenenring kan hij aan het ex Belgische koningspaar, Paola en Albert, schenken, want die kussen graag pauselijke ringen. Als ze dit juweel in het paleis hebben, bespaart hun dit een vermoeiend reisje naar Vatikaanstad en bezuinigt dit voor hen tevens een flink stuk op hun toch al ontoereikende dotatie.  De lange rode sintenjurk zou ik tevens achterwegen laten. Het is niet meer van deze tijd en het is trouwens heel ongemakkelijk om over de daken te wippen. Paardrijden zou meteen een stuk eenvoudiger zijn in een speciaal aangepaste creatie van Paul Gauthier. De gouden staf, die niets dan ongemak met zich meebrengt als Klaas zich met de auto wil verplaatsen,  kan vervangen worden door een modieuze wandelstok. Ik zie de titel van het hoofdartikel al in de krant:   Op 5 december komt Klaas, de kindervriend, met zijn roze piet en schimmel in Antwerpen/Amsterdam aan…Het klinkt meer als een pedofiel met een SOA( een seksueel overdraagbare aandoening). Wedden dat daar zich weer andere pro- en contra- actiegroepen druk over gaan maken en dat het Zwarte Pietendebat eventjes zal vergeten worden!

Sim
139 1

Topsporter

Veel te laat heb ik ontdekt in welke sport ik een uitblinker had kunnen zijn. Het heeft me eeuwen gekost om te achterhalen dat ik niet zo handig was met mijn voeten, maar wél goed uit de voeten kon met mijn handen, om het met een boutade te zeggen. Met dien verstande dat de bal niet te groot mocht zijn - denk aan basket - of fijnzinnig met de vingertoppen moest worden beroerd, zoals bij volleybal. Dé balsport waarin mijn kolenschoppen van handen en meterslange armen me aardig van dienst hadden kunnen zijn, is handbal. Nu nog zie ik mezelf in mijn dromen wel eens als een primaballerina om een tegenstander heen draaien, me afzetten op één been en met een machtige veersprong de bal dwars door de doelwachter keilen. Een sport die me op het lijf geschreven was. Weet ik nu. Maar toen ik jong was, wilde ik maar één ding: voetballen! Net als mijn jeugdvriend Jan Ceulemans, Belgisch recordinternational! Naast deze edelste der balsporten verzonk elke andere sport in het niets. Ik droomde van een carrière als topspits. Een Messi avant la lettre! Dollen met de tegenstrever, één-twee opzetten, scoren met een trap vanachter het steunbeen… In wezen bakte ik er niets van. Een lel geven tegen dat lompe stuk leer lukte me wel. Een been van om en bij de anderhalve meter kan een bal aardig de verte injagen. Maar dat lopen met een opgeblazen varkensblaas aan de voet kreeg ik niet onder de knie. Geen sprake van dat ik dolde met de tegenstrevers. De tegenstrevers dolden met mij. Net als veel middelmatige voetballers belandde ik in het doel. Met mijn wiekende armen kon ik flink wat ballen uit de netten houden. Werd verondersteld. Op training lukte het me nog aardig ook. Maar al na één mislukte interventie in mijn allereerste wedstrijd werd faalangst de bepalende factor. Hoe ik ook graaide met mijn uitgerekte ledematen, ik slaagde er niet meer in een bal te stoppen. Zelfs een zacht aangespeelde terugspeelbal van een ploegmaat verdween hobbelend in de netten. Karrenvrachten doelpunten kreeg ik te slikken. Einde carrière. Ten einde raad zocht ik mijn toevlucht tot minivoetbal. Deze variante van het edele spel wordt uitgeoefend op een pleintje, nauwelijks groter dan een badhanddoek, dat uitgerust is met doelen die tot op heuphoogte reiken. Door een lichte spreidstand uit te voeren, kon ik zomaar het hele doel bezet houden. Makkelijk zat om het netje van deze gapende mond schoon te houden. Had gekund, ware het niet dat ons hele team uit sukkels bestond. Geen voet kreeg ons ploegje aan de grond. Geen bal tegen de netten. Om ons voor een blamage te behoeden, draafde ik om de haverklap mee naar voren. Bij minivoetbal mag de keeper immers te allen tijde aan het spel deelnemen. Helaas, terwijl ik aan de overkant van het plein met opgeheven arm om een pass stond te bedelen, legden de tegenstrevers de ene na de andere bal in ons lege doel. Het régende goals! 25-0, 31-6, 29-4, 35-12, 53-3… het is maar een greep uit onze legendarische opdoffers. Na één seizoen hield ik ook het minivoetbal voor bekeken. Op aanraden van een vriend, die mijn lengte als een voordeel zag, nam ik mijn toevlucht tot basketbal. Een jaar lang hoste ik met snerpend schoeisel over een kunststoffen speelveld. Trainen deed ik als de beesten, maar spelen mocht ik nooit. Tenzij de laatste tien seconden van de wedstrijd, als de winst al lang verzekerd was. Faalangst speelde me ook hier parten. Zelfs een simpele pass aannemen, lukte me niet zonder ongelukken. Meer dan me lief was, plooide een van mijn vingers als een harmonica in elkaar. Eén keer overviel me een moment van overmoed. Een spannende wedstrijd. Nek aan nek. Een halve minuut voor tijd moest ik opdraven. Een speler kwam gekwetst van het veld en alle andere wisselspelers lagen reeds in de lappenmand. Mijn moment de gloire was aangebroken! Als een pasgeboren veulen, met knikkende knieën en onvaste tred, liep ik het veld op. In de uiterste hoek van het terrein werd ik meteen aangespeeld door een ploeggenoot. De bal kwam niet op mijn vingers, maar pal in mijn handen terecht. Dat was al een succes. Maar daar stond ik dan met die opgepompte varkensblaas in mijn handen. Wat nu? Wat te doen met dat rotding? Een impuls gaf me in de bal richting basket te keilen. Al was het maar om er gauw weer vanaf te zijn. Ik legde de bal vakkundig op mijn handpalm, boog even elegant door mijn knieën, veerde op en gooide het projectiel met kracht van me af. De bal stevende met een sierlijke boog op de basket af. Iedereen hield de adem in. “Trrrrr” klonk het luid. De ijzeren ring beefde als een riet en katapulteerde de bal terug het veld in, waar een ploegmakker het begeerde leer kon onderscheppen. Een prachtig dunkshot later was de stand 68-69 voor ons. Einde partij! Toen ik even later, bezweet van doodsangst, het veld verliet, werd ik bestormd door de bestuursleden van onze club. Ik kromp ineen. Ik dacht dat me een flinke uitbrander te wachten stond omdat ik me weer eens een kluns had getoond. Maar nee! Men sprong me om de hals en bejubelde me alsof ik net de winnende treffer in een wereldbekermatch had gescoord! Na die memorabele wedstrijd heb ik mijn nikes aan de wilgen gehangen. Nooit nog aan sport gedaan. Een topsporter kan maar beter op zijn hoogtepunt stoppen.  

Lou Van Lier
4 0

HYPOCRITISTAN

Gisteren vernamen wij via de satelliet- televisie, dat er in Vlaanderen, voor het Islamitische offerfeest, niet meer onverdoofd ritueel geslacht mag worden. Op deze manier zou een einde gemaakt moeten worden aan het dierenleed.  Het is te zeggen, overal krijgen de beestjes eerst een spuitje toegediend, alleen bij de erkende slachterijen mag het halal- mesje nog vrolijk rondzwiepen. U leest het goed! Twee maten en twee gewichten. Typisch hypocriet gemekker. Tegen het dierenleed? De schapen in kwestie hebben natuurlijk helemaal niets in de schapenpap te brokken waar ze het liefst hun hoofd zouden verliezen. De meeste ingeburgerde moslims, die hun schaapjes ondertussen op het Europese droge hebben, sturen geld naar hun thuisland om daar het rituele slachten in stand te houden. Toen er op het journaal ook nog de uitleg over het offerfeest achteraankwam en waarom die schaapjes massaal op een Arabische harakiri aan hun einde moesten komen, vonden we helemaal, dat het eens tijd zou worden dat er hier eens een duchtig woordje zou gesproken worden met die geloof- en dierenbarbaren. Om Abraham zijn geloof op proef te stellen, vroeg God hem het onmogelijke. Als teken van volledige goddelijke overgave, moest Abraham zijn enige zoon aan God offeren. Gewoon de diepgelovige man eerst een paar dagen lastigvallen en slapeloze nachten bezorgen in de hoop dat hij toch als een mak schaap zijn nageslacht de berg op zou sleuren. Als het mes zich bijna in de zoon geboord had, kwam God op zijn sadistische woorden terug en met een hemelse vergevensgezindheid nam hij toen genoegen met een schaap. En door dit sprookje worden er nu nog steeds, anno 2015, niet alleen in de moslimwereld maar ook in de ‘beschaafde’ westerse wereld, miljoenen halal- schaapjes onverdoofd ritueel geslacht. Hypocriet Vlaanderen!   Toen het terreuralarm in België afgekondigd werd, vroeg de Antwerpse burgemeester aan de regering om soldaten aan alle mogelijke doelwitten te plaatsen. Het plaatselijke politiekorps had andere prioriteiten, zoals snelheidsduivels flitsen, Wodkacontroles houden en verkeerd parkeerders beboeten. Dus de regering stemde toe en aan alle synagogen, Joodse scholen, diamantairs- wijken, stations en andere belangrijke gebouwen zag men zwaarbewapende soldaten de zaak bewaken. De Antwerpse bevolking was er gerust in, het terreur werd serieus genomen. Niemand stoorde zich aan de militaire bewaking. Men voelde zich veiliger. Alleen een tjeef, uit diezelfde regering, die anders bijna nooit een stap in Antwerpen zette,  kwam heel hypocriet, samen met zijn christelijke madame en een ‘toevallig’ opgetrommelde nest persmuskieten, de Antwerpse Meir afwandelen, om aan te tonen dat de soldaatjes veel te duur waren en hier helemaal niet nodig waren. Hypo-crisis-stan. En dan wil ik nog een woordje schrijven over ons voormalig koningshuis. Hoe hypocriet kan je zijn, als je na een Delphineke gedaan te hebben, de ring van de paus gaat kussen? Ik zie ze nog op de televisie, zij de heilige Koninklijke boon met een kanten niemendalleke…op haar hoofd en hij met zijn doorzondige blik, neerknielen voor die jurkenman om door die kus al hun zonden af te kopen. Ik dacht dat de voltallige roddel- en rioolpers gierend van het lachen achter hun computer zouden kruipen om ons opnieuw een smeuïg verhaal over ‘papillon’ te brengen en minstens ons geheugen nog eventjes zouden opfrissen, maar niets daarvan. Kappersblaadjes vol knielende devote majesteiten. Hoe gaat dat dan in zijn werk, zo’n audiëntie? Praat de ene geheelonthouder dan met een vermanend vingertje de schuinsmarcheerder toe, alvorens de verlossende kus mag gegeven worden? Vraagt deze mijterman dan: “Sire, vertel het mij eens allemaal in geuren en pornokleuren!” “Ach U weet, of weet het niet monseigneur, maar het vlees is zwak en toen ik net over de grens zag, dat een prins met wat Lockheed- centjes er een minnares op kon nahouden, dacht ik, hé bien pour moi la même chose. Het was tenslotte niet helemaal alleen mijn fout, dat ik na jaren uitgedoofde Italiaanse passie, mijn Koninklijke staf in het verkeerde paleis parkeerde. Ik maakte van mijn dotatie een beetje een natuurlijke donatie. ’t Was tenslotte maar één letter verschillend hé!” Knipoogt die seksloze sinterklaas dan en vertelt die dan op een Alzheimer-light timbre: “Denkt U Sire, dat wij nooit in de verleiding komen? Dat onze jurk niet nu en dan omhoog komt, omdat onze kruisgang geprikkeld wordt? Wij bidden dan tot onze Heer, dat onze kleine heer van purperrode schaamte ineen zou schrompelen! Onze Heer hoort ons soms niet en dan behelpen wij ons met nu en dan een neefje, een misdienaartje of een koorknaapje op onze schoot te trekken. Voor een paar extra ouweltjes en een likstok krijgen we ze soms zo ver, dat ze ook onder onze jurk het wijwater gaan zoeken. Ach Sire, waarom denkt U dat wij in sommige kloosters de volledige zwijgplicht afgeroepen hebben,  als er daar één zijn mond zou opendoen, enfin om te praten, dan had je de godsdienstige poppen aan het dansen. Dus Sire, kus straks samen met Uw madame mijn goddelijke ring en al Uw zonden zullen vergeven worden!”  Hypochristusstan!  

Sim
5 0

tekst 1: CONCOURIOSO en tekst 2: GIVING IS LIVING!

Tekst 1:   CONCOURIOSO… ... zoekt Oost-Vlaams aanstormend muzikaal talent!Een muziekconcours dat nieuwsgierig is naar Oost-Vlaams aanstormend talent dat hunkert om naam te maken en voor een groot publiek te spelen. Een muziekconcours voor IEDEREEN die van muziek houdt, maar (nog) niet van muziek leeft.Reeds enkele jaren bieden we een podium aan befaamde artiesten op VOLTA en 1 mei. In 2015 gaan we een stap verder en investeren we in onbekend talent. CONCOURIOSO biedt de gelukkigen een podium aan! Alle genres en alle leeftijden kunnen deelnemen.Een professionele jury selecteert zorgvuldig 5 winnaars die kunnen meedingen voor de hoofdprijs tijdens de finale in de concertzaal van Trefpunt op 13 maart. Op 30 april speelt de winnaar in een uitverkochte Vooruit op VOLTA. De dag erna is hij te bewonderen onder de Gentse Stadshal op 1 mei. De winnaars krijgen er 2 dagen studio én een professionele producer bovenop. Meer info op de website.CONCOURIOSO is een organisatie van Curieus Oost-Vlaanderen i.s.m. Poppunt, ABVV, Linx+, Trefpunt vzw, Bond Moyson, Joetz vzw, sp.a, Jong Socialisten en Studio Boma.  Goesting? Schrijf je in voor 23 februari via vi.be!       Tekst 2:   Curieus Oost-Vlaanderen organiseert:   GIVING IS LIVING!   Snuister. Repareer. Ontmoet. Deel. Drink. Eet. Dans.   Gezelligheid, solidariteit, duurzaamheid... Wees welkom om het principe van geven en nemen nieuw leven in te blazen op ons GEEFPLEIN!   Breng mee om te geven... en neem mee wat je kunt gebruiken. Dit alles gratis en voor niets!   Alles van huis-, tuin- en keukenmateriaal tot kledij, boeken, speelgoed of andere verbruiksgoederen is welkom. Voor grotere stukken zoals meubelen voorzien we borden voor foto's met je contactgegevens.   Niets te geven? Kom gewoon langs, drink iets op ons terras en snuif de heerlijke geefsfeer op!   Nog vragen? charlotte.lootens@curieus.be of 09 265 79 48.

Charlotte Lootens
0 0

OVER WORSTENBROOD EN ORANJEGEKTE

Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop tradities. Zo komen wij, in onze westerse wereld nog maar net op de wereld of we krijgen al, als baby, een geut doopwater over onze hersens. Sommige kinderen worden via de communie de volwassen, religieuze wereld binnengehaald. Wij trekken onze maagdelijk witte slepen bij huwelijken de kerk in en laten ons door een menigte huilende mensen op het einde van ons leven soms de kerk uitdragen, zonder dat wij of de rouwende familie ooit eender, dan bij vorige beschreven gebeurtenissen, ook maar in een God geloofd en één stap in de kerk gezet hebben.  Maar het is en blijft voor sommigen nog steeds traditie. Uit al deze religieuze toestanden heeft men wel een paar traditionele familiefeesten overgehouden. Moesten die er niet zijn, dan liet de familiestamboom prompt zijn bladeren vallen en vielen de meeste gezinsfeestjes zonder pardon in het water. Met Pasen eten we ons massaal een ei- en chocolade-infarct. Met Kerstmis, om de zo gezegde geboortedatum van Jezus te vieren, slachten wij massaal kalkoenen, drinken we ons een delirium tremens en vreten we ons een cholesterolverstopping. Met Driekoningen kan je de tanden stukbijten op de verstopte boon in de taart. Op het Suikerfeest proppen sommigen zich tot een diabetesaanval vol baklava  en tijdens het Offerfeest drijft het vet op de schapenstoofpotjes de indigestiestatistieken de hoogte in. De Joodse gemeenschap viert dan weer in december Chanoeka  (lichtfeest) met aardappelkoeken en latkes. Met Verloren Maandag, ‘verliest’ de Antwerpse bevolking zich in worstenbrood en appelbollen. Met oudejaarsavond schrokt men in België kreeft en kaviaar, kiept men flessen champagne binnen, alsof het allemaal gratis is, en zijn er in het zuinigere Nederland oliebollen. Dit alles met of zonder vuurwerk. Veel tradities gaan van generatie op generatie over. Zo heb je het gansrijden in sommige Vlaamse polderdorpen. Vroeger werd een levende gans met olie besmeerd, ondersteboven aan een paal opgehangen. De mannen reden er te paard  onderdoor en moesten er, in één keer, de kop van de gans kunnen aftrekken. Misschien heette die gans wel ‘Jut’ en komt daar de uitdrukking; ‘ De kop van jut zijn’ wel van? De traditie bestaat nog steeds, maar gelukkig werd de levende gans door een namaak exemplaar vervangen. In Vlaanderen had men blijkbaar toen er tijd  een middel gevonden om het dierenasielaanbod behoorlijk te verminderen door het afmaken van levende beesten. Vroeger dronk men in Geraardsbergen levende visjes en smeet men in Ieper spartelende katten van de belforttoren. Goddank heeft men ook deze vervangen door pluche speelgoedpoezen en heeft Gaia het aquariumborreltje kunnen verbieden. Eén april is ook zo’n aloude traditie. Overal ter wereld tracht men op die dag iemand te foppen. De één april fopdag is ontstaan, omdat juist op deze dag een visser de zogezegd grootste vis in de geschiedenis met een simpele hengel bovengehaald had.  Daar komt dus ook de benaming aprilvis van…hahaha, neen hoor gefopt! De juiste verklaring van deze traditie is tot op heden nog steeds niet helemaal achterhaald, maar het is en blijft één van de leukste dagen van het jaar. Een hoop nieuwe tradities komen echter vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Zo hebben wij ondertussen een secretaressedag, waarop elke typemadame van haar baas een bloemetje verwacht. Oh wee als deze dag vergeten of overgeslagen wordt, want dan kan je het, als chef, de rest van het jaar wel schudden. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten. De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel. In Thailand heeft men de traditionele Long Neck vrouwen. Hier hangen de moeders nog steeds gouden ringen rond de hals van de meisjes, zodat hun schouders naar beneden gedrukt worden en hun hals langer lijkt, dit alles om de  toeristen te plezieren en geld in het laatje te krijgen In Afrikaanse landen is de vrouwenbesnijdenis nog steeds een overleveringsritueel en in sommige grauwe en enge moslimlanden zijn een partijtje vrouwensteniging en homo’s ophangen nog steeds traditionele toppers. In Spanje vinden we de jaarlijkse traditionele stierenloop. De stieren worden door een hoop haantjes opgejut en door de straten van Pamplona gejaagd. Deze dieren beleven hier misschien de stierenvechterwraak van hun leven. Soms worden er machojongens door de stieren vertrappeld en een overmoedige wordt somtijds op de horens de straat in gecatapulteerd. Een enkeling met toreadorallures krijgt een punt van de hoornen tussen zijn Spaanse klokkenspel en wordt onder luid applaus en Olé-Olé- gejuich van de menigte met de ambulance afgevoerd. Ik ben er zeker van dat deze, nu voortplantingsloze,  corrida- man nog lang over deze traditie zal nadenken. En dan is er nog de traditionele kleding. We moeten niet ver meer reizen om al die verschillende klederdrachten te zien.  Bij ons in Antwerpen zie je ze allemaal rondwandelen. Je kan hier Duitsers met Lederhosen en het bekende pluimpje op de hoed, gearmd met de Trachtendirnd- vrouw zien rondstampen en tulbandmannen en prachtige Indische schonen, met in de wind opbollende pastelkleurige zijden sarongs, zien flaneren. Afrikaanse vrouwen met ingevlochten wolvlechtjes en vrolijke gekleurde kledingprints,die vrolijk tegen hun zwarte huid afsteken,  slenteren kakelend en lachend door de straten.  Op een straathoek staat een Peruviaan panfluit te spelen in een poncho in allerlei kleuren van de regenboog. In andere wijken zie je vooral sombere zwartglanzende Jodenkostuums, pruikendames en djellaba’s in allerlei soorten en maten, alleen het provocerende islamitisch hoofddoekje roept bij sommige Belgen en Nederlanders nog wat controversie op. Alleen toeristen met Schotse kilts, Vietnamese hoedjes, Mexicaanse sombrero’s en Nederlandse klompen zie je hier niet rond kuieren, maar we weten dat deze attributen in het land van herkomst nog vrolijk gedragen worden. Zo heeft iedereen zijn eigenheid, zijn tradities, geloof , bijgeloof  en feesten. Terwijl U dit leest, gaat het leven op aarde gewoon zijn gangetje. Er wordt nog steeds gedoopt, gevreeën, gehuwd, gescheiden, gevochten, gemoord en gestorven. Er wordt nog steeds traditioneel gekookt, gegeten, gefeest en gedanst. Kunnen wij God, Jezus, Allah, Mohammed, Jahweh en al die andere aanbeden goden en de horrorsprookjes van de Bijbel, de Koran en de Thora niet eens, als proef, voor een jaartje of twee afschaffen? Eens kijken wat dit met de mensheid doet?  Misschien vindt de wereldbevolking het leven zonder die vermanende geloofsdwang wel heel bevrijdend en fijn. We schaffen alle religieus getinte tradities en etentjes af. Alleen voor 1 april, de stierenloop en het gansrijden willen wij nog een uitzondering maken. Ik probeer nog ‘traditiegetrouw’ elke week een verhaaltje te schrijven, gewoon om jullie te laten glimlachen en sommige te doen nadenken. Maar of ik het nu meen of niet, schrijf of niet, de wereld draait nog steeds om zijn as en alles bleef zoals het was.

Sim
508 0

United Cowboys (4)

    Benjamin was al die tijd Sprite blijven drinken, aardbeienyoghurt blijven eten en Florian was me werk blijven geven, opdrachten waarbij ik me wel eens achter de oren krabde maar ik kloeg nooit en werd elke vrijdag netjes uitbetaald. Cash.   Op die vrijdag in mei had Florence de sleutel van het geldkistje een halve toer naar links gedraaid, het deksel geopend en er achtduizend tweehonderd frank uitgenomen. Maar ze had de centen op haar bureau neergelegd, met tien vingers de rug van zijn uitgestoken hand twee seconden lang vastgehouden en de biljetten weggeblazen.   In het daarop volgende weekend had Roeland enkel koek-en-ei-met-konijnepoten gegeten, en ‘s maandags zou hij de middagpauze doorbrengen in het magazijn van de aanpalende houthandel, samen met Florence. Daar zouden de nogal schaars belegde broodjes net iets malser worden, desalniettemin onaangeroerd blijven; de stilte zou er prikkelen en het gloeiende voorgerecht dat in de lucht hing, kon niet afgeslagen worden door de innerlijke mens.   Roeland was dus blijven dromen en Florian had in januari al de nodige twijfel gezaaid bij Snotsio. "Dat een serieuze herstructurering zich opdrong om break even te kunnen draaien," was hij er gaan verkondigen.   Tegen Bart Smiths, de financiële man, had ik hem nu, vier maand later, horen zeggen dat "het stilaan tijd werd om die boel van Snotsio te verkassen, dat hij nog twijfelde tussen Polen en Slovakije" en ’s zondags belde hij me op, zei dat "we ’s anderendaags naar Kaltenberg zouden vertrekken en van daaruit naar Myjava zouden doorrijden en dat ik om half één moest klaarstaan aan de buro’s te Wetteren."   De ganse weg liet Florian me aan het stuur van de Volvo en zat hij achterin haast constant te bellen. Ook met jakhalzen in Roemenië, "of de betonvloer al gegoten was, dat de machines uit Pineau-de-Ré al onderweg waren, of ze al genoeg mieren geselecteerd hadden om direct in twee ploegen te kunnen draaien, of er al afspraken gemaakt waren met de douane voor de tijdelijke invoer van de Chinese elektronica..." Zo ging dat maar door tot we toekwamen in Kaltenberg waar we niet lang zijn gebleven. "Dat de buro’s al redelijk aan het leeglopen waren," had ie tegen me gezegd toen we er wegreden, richting Rozvadov.   Er stond een lange rij wachtende auto’s aan de grens en Florian glimlachte toen Roeland die ganse file voorbijreed. Hij maakte de douanier wijs dat Florian F. een gezant was van de Europese Commissie en Florian stak met strenge blik zijn paspoort uit het raam. De Tsjechische douanier groette hen en ze scheurden verder richting Plzen, Brno, en zo naar Myjava.   Zestig kronen om vier uur te slapen in Penzion Hutnik en ’s morgens heeft Roeland Florian afgezet aan het bedrijventerrein van Slovenská Armatúrka Myjava, waar één van de jakhalzen hem stond op te wachten. Florian zou wel terugvliegen vanuit Wenen en Roeland moest op de terugreis stoppen in Lotharingen, bij Lulding in Pineau-de-Ré, om er een inventaris te maken van de overgebleven voorraden, en dan aan ene jakhals in Timida Soara laten weten hoeveel vrachtwagens er nog nodig waren om de restjes naar Roemenië te voeren.   Opdracht volbracht en het was toen ik België weer binnenreed, die lamlendige cd van Simply Red uit het raam keilde, Nightingale and the Wolf oplegde, dat ik het besefte, dat het weggesmeten geld geweest was om onderweg die Penthouse te kopen en ik het nu helemaal zeker was. Ik kon Florence echt overal ruiken. Overal in Europa. Als pittige soep in de mist.          Soep voor de wolf deel 4 van het documentaire kortverhaal 'United Cowboys' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
3 0

Roeltje Gaat Naar School

Down had hij niet, zo werd beslist, hij was gewoon ontzettend lelijk. Een rotkop als het achtereind van een varken, maar dat betekende dus niet dat hij ook zo lomp was. En zo werd Roeltje uit de klas voor specials gegooid en belandde hij, pardoes, in het gewone onderwijs. Buitengewoon was hij immers niet, behalve dan buitengewoon lelijk. Daar moest zelfs een geheel nieuwe categorie voor worden bedacht. Zelfs 'lelijk als de nacht' was dan nog een eufemisme.Het enige wat hem zonder kleerscheuren door de lagere school had kunnen halen, was street credibility, maar dat verleende niemand hem, al had hij littekens te over, van wonden gekerfd door passerpunten, gebrand door sigaretten, gedeukt door dichtslaande deuren.Maar opgeven stond niet in zijn woordenboek. Eigenlijk stonden er best weinig woorden in zijn woordenboek. Roeltje was namelijk niet van de slimste en daarom zaten zijn ouders met de handen in het haar. Alles was immers zo eenvoudig toen Roeltje nog gewoon Down had, maar die zekerheid was hen ondertussen al lang ontnomen. Wat nu gezongen?Roeltje moest zijn jaar dan maar overdoen, het teken voor papa en mama om toch nog eens langs de psychiater te passeren. Je weet maar nooit. En wat bleek nu? De zielenknijper en zijn vele assistenten hadden zich destijds schromelijk vergist, zo was hun besluit na vele nieuwe onderzoeken, en dat gaven ze dus met enige schaamte toe.Niet alleen was Roeltje belachelijk lelijk, hij had ook nog eens het syndroom van Down. En alles werd weer zoals het was, en de rust daalde weer op de familie van Roeltje neer, als een doek over een papegaaienkooi.

Gert Vanlerberghe
3 0

HOLLAND BELGIE

Mijn eerste boekje ‘Het scharnierend schuurtje’ wordt door een Nederlandse uitgeverij uitgegeven. Op zich is daar totaal niets mis mee, ware het niet dat ik van hen de opdracht kreeg om mijn Vlaamse zinnen en uitdrukkingen wat te vernederlandsen.   De Vlaamse lezers lezen ‘plezante’ verhalen. Hollanders moeten ze ‘leuk’ vinden. Vermits de uitgeverij niet alleen op mijn Vlaamse achterban mikt, maar tevens mijn schrijfsels in Nederland gaat promoten, zal ik een Hollands tandje moeten bijsteken.  Uit statistieken blijkt dat Nederlanders nog steeds fervente boekenkopers zijn. De Vlamingen echter hinkelen ergens krenterig (kijk, nu al komen er Nederlandse woorden uit mijn pc ) achterop. Tijdens al mijn uitgeversopdrachten liep hier, in Antwerpen, inmiddels de  jaarlijkse Boekenbeurs. In Vlaanderen werden nog nooit zoveel afhaalmaaltijden, afhaalchinees of thuis geleverde pizza’s besteld en gegeten. Duizend voorbereide schotels werden ’s avonds snel in de microgolfoven geschoven, want half  België zat tijdens het kookuurtje voor de buis. In plaats van in de keuken in de potten te staan roeren, zapten zij van het ene kookprogramma naar het andere.  Wat de Vlaamse boekenbeursbezoeker dan ook hoofdzakelijk maar interesseerde op deze beurs waren de BV’s en de BK’s. De ‘Bekende Vlamingen’, de ‘Bekende Voetballers’ en de ‘Bekende Koks’. ‘Lees minnend’ Vlaanderen verdrong zich in rijen van 10 voor de signeerstanden van de televisiekoks. Als er een uitgeverij aankondigde dat er een televisienitwit zijn opwachting zou maken en weeral een nieuw kookboek  zou komen handtekenen, ontstond er gegarandeerd een lezersfile voor deze stand. Er was ook massale belangstelling aan de stand waar een gesigneerde biografie over een Belgisch miljonairsvoetballertje van 23 jaar te koop was. U leest het goed! De aanvallende middenvelder van 23 is amper de tienerjaren voorbij en er werd al een levensloop over hem geschreven. De fans stonden reeds anderhalf uur op voorhand aan de boekenstanden te wachten om hun ‘vedettes’ te zien. Het boek was bijzaak, het werd gekocht en vermoedelijk nooit gelezen noch in de keuken gebruikt. Het enige wat deze ‘boekenbeursgangers’ uiteindelijk wilden, was gewoon allemaal met de tv-koks, de soapsterren en/of hun Rode Duivel op de foto gaan. De echte auteurs, met de pen in aanslag, achter het bureau van de lege uitgeversstand, keken dit met lede ogen aan… Ik dwaal af. Ik had het dus over de Vlaamse- en Nederlandse taal en mijn columns, die met het oog op de promotie bij onze noorderburen, eventjes onder handen genomen moesten worden. Zo liet ik manlief, in mijn boekje, met ‘peper in zijn holleke’ naar het sanitair spurten. Geef nu toe, dit klinkt toch veel liefelijker dan ‘peper in zijn reet’. Het ‘anusgebeuren’ klinkt in het Nederlands toch een pak heftiger. Zo komt er bij de Vlamingen ‘verdunde speculoospasta’ uit hun achterste terwijl ze in Holland ‘zeven kleuren bagger schijten’. Hun grote boodschap noemen ze ook ‘poepen’. Bij de Vlamingen komt er met het woord ‘poepen’ niets uit, maar gaat er daarentegen iets in. Zo hebben wij, hier in het zuiden, ‘goesting’ in muizenstrontjes en zwarte jappen en hebben ze daarboven zin in hagelslag en zoute drop.  Echte zwarte en bruine muizenstrontjes lijken volgens mij dus veel meer op die chocoladelekkernij dan hagel. Hebben jullie al eens bruine hagel gezien? Zwarte sneeuw, figuurlijk, dat kan, maar zwarte hagel?? Ze zijn daarboven volledig in de war. Zo geven ze beschuit met muisjes. Dit zijn witte en roze anijsbolletjes op een beschuit. Geef  nu toe dat dit totaal niets met muizen te maken heeft maar dat dit eerder op hagel lijkt. In Nederland speelt men verstoppertje en in Vlaanderen noemt men dit kinderspelletje ‘bedot’. Onze grootouders, de bomma’s en bompa’s worden meer noordelijker oma’s en opa’s en onze nonkel is een oom.  Hollanders nemen een kiekje, maar Vlamingen trekken nog steeds een foto.  Wij zijn met onze taal blijkbaar nog in het tijdperk van de beginnende fotografie blijven steken. Toen ‘trok’ men nog een glazen plaat uit het fototoestel omhoog. Onze koffer is de belaadbare ruimte in onze auto, boven de noordelijke grens is dit de kofferbak. Een koffer is dan bij hen weer een stuk bagage en bij ons een valies.  Wij Vlamingen hebben een ‘curieuzeneuzemosterdpot’ en Nederland heeft een nieuwsgierig Aagje! Wij ‘verschieten’ ons een ongeluk en in Nederland schrikt men zich ‘het apelazarus’?? Terwijl de Nederlanders iets te vrezen hebben, zitten wij in Vlaanderen ‘met de poepers’. Wat een Babylonische spraakverwarring! Nochtans spreken wij dezelfde taal, of niet? Zo had ik een jaar geleden een misverstand met mijn Amsterdamse vriendin. Zij vertelde mij dat ze bij het overlijden van haar 90 jarige tante, bij het opruimen van de kleerkasten, een kleedje voor mij achtergehouden had. Ik begreep er helemaal niets van. Wat moest ik mogelijkerwijs met een oubollig kleed van een antieke suikertante aanvangen? Ik reageerde lauwtjes want ik wou geen ‘ambras’… sorry ruzie,  met mijn vrienden.  Bij het eerstvolgende bezoek in Almere kreeg ik ongevraagd toch een plastiekzak in de hand geduwd met daarin het bewuste ‘kleed’. Het bleek een mooi tafelkleedje! Wat wij hier kleedje noemen, is bij de noorderburen een jurk. Een kleed is een tafelkleed of een vloerkleed. Bij ons is een vloerkleed een tapijt. Bij hen is een tapijt, een vast tapijt, iets wat over het ganse oppervlakte van de kamervloer gelegd wordt. Dit noemen wij dan weer ‘tapis plein’, voltapijt. Om zot van te worden niet? Ho, ho nee hoor..om gek van te worden! Ook de klemtoon wordt bij sommige woorden door onze Nederlandse vrienden totaal anders gelegd. Neem nu bijvoorbeeld het woordje PIJAMA. We schrijven het beiden op identieke wijze. Als wij het uitspreken, wordt het op één of andere manier een totaal ander woord. Wat bij ons met de franse slag als ‘pisjamma’ met een p dan een korte ‘i’, gevolgd wordt door een ‘ssjj-klank’, daarna een ‘a’, een goed hoorbare dubbele ‘mm’ om dan te eindigen met een korte ‘a’ uitgesproken wordt, roept bij de Nederlanders twee grote vraagtekens op: “Wat wil die Vlaming ons nu weer vertellen?” Bij hen moet pijama als ‘PIE- JAA- MAA’ klinken. Onderweg naar het zuiden, stoppen wij op een camping in ‘Langres’. Fonetisch uitgesproken Langre. Onze noorderburen kamperen in Langrès…Wij rijden over de brug van Millau, die op zijn Frans klinkt als Mijo, maar Nederlanders blijven het viaduct van Milllaauu   nemen.   Hierna schrijf ik dus een verhaaltje over een ‘Vlaams weekeindje weg en daarna volgt de vernederlandste versie!   Vlaams weekeindje weg : Wij werden door onze Amsterdamse vrienden uitgenodigd om het weekeinde bij hen door te brengen. Ik trok dus mijn schoonste kleedje aan en mijn nieuwe botten. Mijn pelsjas legde ik achter in de auto. Manlief draagt sinds zijn pensionering al lang geen kostuums en plastrons meer, maar blazers. Voor we de deur van onze bel-etage woning  in het slot trokken, zette manlief nog rap de vuilbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de facteur er de gazet al ingestoken had.  Ik opende de koffer van de wagen en legde hier de valiezen in. In de appartementen rondom ons stonden de buren ons vertrek in de mot te houden.  Ik had voor onderweg alleen een fles plat water en wat appelsienen ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de autostrade nemen tot de afrit Breda. Hier in het centrum wilden we nog geld uit de muur halen. Wij wilden bij de beenhouwer eventueel een broodje met hesp kopen. Misschien was er wel een leuk cafeetje waar we een croque-monsieur met een tas koffie konden bestellen. In de viswinkel konden wij dan wat maatjes, met ajuin en stukjes zoetzure augurk, aanschaffen. Dat vonden onze vrienden lekker als aperitiefhapje. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een frietkot te stoppen en een pak frieten met stoofvleessaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd dat het geen afhaalchinees in de microgolfoven zou worden maar dat zij voor ons weer die lekkere ‘pekesstoemp’ met stoofvlees zou klaarmaken. Daar had ik nu al zo’n goesting in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin met onze GSM opbellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen. Op weg naar Nederland. Wij werden door onze Amsterdamse vrienden uitgenodigd om bij hen te komen logeren. Ik trok dus mijn mooiste jurk aan en mijn nieuwe laarzen. Mijn bontjas legde ik achter in de auto. Manlief draagt sinds hij in de AOW is, al lang geen maatpakken en dassen meer, maar colbertjes. Voor we de deur van onze aanleunwoning in het slot trokken, zette manlief nog snel de vuilnisbak buiten. Hij keek in de brievenbus of de postbode de krant er al ingestoken had. Ik opende de kofferbak van de wagen en legde hier de koffers in. In de flats rondom ons stonden de buren ons vertrek in het oog te houden. Ik had voor onderweg alleen een flesje Spa blauw en een paar sinaasappels ingepakt. Wij zouden op weg naar Almere, de snelweg nemen tot de uit naar Breda. Hier in het centrum wilden wij nog ergens wat geld pinnen. (Ja het enige wat een Nederlander uit de muur haalt, zijn kroketten) We wilden, bij de slager eventueel een kadetje met ham kopen.  Misschien was er wel een leuk kroegje waar we een tosti en een kopje koffie konden bestellen. Bij de visboer konden wij dan wat jonge haringen, met ui en gesnipperde zure bom kopen. Onze vrienden vonden dit lekker bij de borrel. We kwamen niet in de verleiding om nog bij een patatzaak te stoppen en een bakje patat met stoverijsaus te bestellen. Mijn vriendin had ons verzekerd, dat het geen afhaalchinees in de magnetron zou worden, maar dat zij weer die lekkere wortelstamppot met draadjesvlees zou klaarmaken.  Daar had ik nu al zo’n zin in! Toen we Breda uitreden, zou ik mijn vriendin nog eventjes met het mobieltje bellen en haar verwittigen dat we eraan kwamen. Vermoeiend hé. Beste uitgever, ik zal mijn best doen. Nu geef ik de pijp aan Maarten...Aan wie? Juist, ik stop ermee, het is hartstikke leuk geweest. Doei!      

Sim
36 0

United Cowboys (3)

    Terwijl Roeland van Florence droomde en daarbij zijn lakens wel eens danig bevuilde, viel forse groei Florian zowat in de schoot. Het betrof producten en technologieën waarvan de ingenieurs bij Snotsyo, Lulding en co. maar al te goed wisten dat ze binnen enkele jaren volledig end of life zouden zijn en ze ontdeden zich in één relatief eenvoudige transactie van hetgeen ze al lang niet meer als core business beschouwden.   Als volgt ging het. United Cowboys International N.V., de holding van Florian F., nam een West-Europese vestiging van bijvoorbeeld Snotsyo over. Meestal gewoon alles, de gronden, de boekhoudkundig zo goed als afgeschreven gebouwen, de verouderde productielijnen, ook het personeel. Win-win was het. De managers van Snotsyo ontdeden zich van sociaal passief in een land met hoge lonen, verkochten activa boven boekwaarde, realiseerden zo een uitzonderlijke winst en gingen ongetwijfeld een extra bonus binnenrijven.   Ook Florian deed telkens een goede zaak. Op korte termijn zou de omzet van zijn holding weer flink stijgen en hij had de activa dan wel iets boven boekwaarde betaald, toch was de prijs ver beneden de marktwaarde gebleven. De gebouwen bevonden zich in de meeste gevallen dicht bij een stadskern, waar decennia geleden deze lichte, maar intussen verouderde industrieën opgestart waren en hij kon ze gemakkelijk met winst verpatsen aan één of andere bouwpromotor, die er lofts in ging maken of de boel platsmeet en verkavelde.   Het overgenomen personeel zou voortaan voor Florian werken en niet langer voor Snotsyo, maar telkens onder één voorwaarde, nl. dat ze tijdens de transitieperiode via een interimkantoor tewerk gesteld gingen worden. Op die manier verloor elk personeelslid zijn of haar anciënniteit. Of men deze juridische consequentie altijd goed besefte, weet ik niet, maar de vakbonden stemden daar doorgans wel mee in. Anders ging de overname niet door, werd de fabriek misschien gewoon gesloten en verloren ze allen hun werk.   "Florian F. was de enige die de vestiging wilde overnemen", hadden de managers van Snotsyo aan de vakbonden laten weten, en Florian had daarbij verzekerd dat de productie er gewoon voortgezet ging worden, meer nog : "de omzet zou zelfs toenemen omdat er veel synergieën waren met al de andere bedrijven van zijn groeiende industriële groep", zo had hij op een vergadering met de vakbonden verklaard.         Florian takes it all deel 3 van het documentaire kortverhaal 'Cowboys United' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

United Cowboys (2)

    Dit is een wereld waar de leugen regeert en er heeft nooit ene Applejack voor Florian gewerkt. Er was ook geen kantine en Florence deed op haar eentje de personeelsadministratie van het handjevol jakhalzen en de paar Belgische werknemers. Ieder at zijn of haar broodje op aan zijn of haar eigenste bureau en de cola-automaat fungeerde als verzamelpunt, als palaverpaal.   Er werden ook nooit geen advertenties geplaatst om personeel aan te werven. Het ging zeer eenvoudig. Een headhunter bracht de jakhalzen aan en Florian besliste na één gesprek of hij ze al dan niet een contract gaf, stuurde de gelukkigen naar Oost-Europa en zij wierven daar de mieren aan, die tegen weinig geld gedwee het repetitieve werk kwamen uitvoeren. In die landen was kort na de Val van de Muur grote werkloosheid en eenmaal het gerucht de ronde deed dat er een nieuwe fabriek zou komen naast de stad, kwamen de mieren zich al vrij snel en in groten getale als vanzelf aanbieden.     Benjamin dronk ’s middags altijd Sprite en lepelde iedere morgen om tien uur stipt een pot yoghurt leeg. Aardbeien, 500gr allicht en de houten vloer die ooit rond de anodisatielijn gelegen had, was daags voordien volledig afgebroken. “Misschien ontbijt hij nooit”, vroeg ik me af terwijl ik de smurrie in een kruiwagen schepte.   Chemische restanten, grotendeels opgedroogd, een giftige brij had zich decennialang onder de houten vloer gevormd. Chroomzuur, zwavelzuur, trichloorethyleen en soortgelijk spul. Niet dat Roeland wist met welke stoffen hij in aanraking kwam. Het is nu ik de gebeurtenissen aan de hand van zijn verhaal probeer te reconstrueren en ‘anodisatie’ gegoogled heb, dat ik besef met welke smerigheid hij toen in aanraking gekomen is, om nog te zwijgen van de olie die hij op een dag met een emmer uit de grote PCB-houdende transformator overhevelde in twee blauwe vaten.   Die vaten heb ik toen op een zaterdag met de Ford Sierra van mijn stiefvader, in de Saris remorque, naar een steenbakkerij in Zuid-Oost-Vlaanderen gebracht waar mijn nonkel Arsène de stoker was. Florian heeft er toen voor gezorgd dat ik die week duizend frank meer uitbetaald kreeg omdat ik dat zo goed gearrangeerd had. “Of hij me geen vaste job kon geven”, heb ik hem diezelfde week gevraagd.  “Wat ik gestudeerd had?” vroeg ie me. “Criminologie”, had ik snel geantwoord.   Ja, in dit land van halve waarheden had ik me weliswaar ooit ingeschreven aan de faculteit pol & soc te Leuven, maar ik had het ook daar niet ver geschopt en hij had ook niet naar een diploma gevraagd. Dus, echt gelogen had ik niet. Maar of hij me in de toekomst nog nodig zou hebben, daarop kon hij me op dat moment geen antwoord geven. Hij beloofde erover na te denken en is daarna in snel tempo naar zijn Volvo 960 V8 gestapt terwijl ik de laatste kruiwagen 'anodisatiekoek' naar de container voerde.         Zwavelzuur met aardbeien, deel 2 van het documentaire kortverhaal 'United Cowboys' uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
1 0

United Cowboys (1)

    Als jakhalzen joegen ze op groei, in het Oostblok waar de nieuwe vestigingen als paddestoelen uit de grond rezen. Vele Polen, Tsjechen, Slovaken, Hongaren en Roemenen werkten er gedwee als mieren in twee, vaak drie shiften. Assemblage, componenten uit staal, aluminium, plastiek, voor de apparaten met de merken die u vast bekend in de oren klinken : Arsus, Insomnia, Lulding, Snotsushita, Syfilips...   “Het bedrijf is toonaangevend en in elke vestiging is er een ruimte die veel weg heeft van een mortuarium, met diep lades waarin men liggen kan, zeer comfortabel en ter ontspanning want het management staat onder grote druk. Bedieningsknopjes zijn er, voor het sfeerlicht, de muziek en de temperatuur. Er is ook een ruimte met een biljart, een pingpongtafel, er is een eigen restaurant met sojabonen, tofu, ecologisch geteeld fruit, met vele verse groentjes en er is een frivool vertrek met een vrouw, zoals Florence Nachtegaele, bij wie men steeds het hart kan luchten.”   Applejack was de nieuwe human resource manager op de hoofdzetel, waar afgebroken en gebouwd werd. Nieuwe bureaus en een extra wc, voor het coördinatiecentrum en Applejack was een man met flair, een kraaihaan met toekomstvisie. Hij zat samen met Benjamin in het oude labo dat tijdelijk als bureel fungeerde. Benjamin was ook nieuw maar lang niet zo breedsprakig, verdiepte zich dag na dag in dezelfde stapel papier en maakte regelmatig aantekeningen in een blauw Atoma schriftje.   Het was via mijn stiefvader, een Tsjech die ooit, na de Praagse Lente naar België gevlucht was en die voor Applejack en co. vertaalwerk deed, dat ik aan dit werk geraakt was en terwijl Applejack aan de telefoon met bravoure gesticuleerde, terwijl Benjamin vlijtig notuleerde, brak ik samen met twee andere gasten een anodisatielijn af in de ruimte ernaast.   Het stonk er en ik zag zwart als een gespierde aubergine, toen ze voorbijstapte op haar lederen zooltjes, Florence, van de personeelsadministratie, die me die eerste vrijdag éénenveertig uren uitbetaalde. “Hier, gij zwarte Guust, zevenduizend driehonderdtachtig frank voor éénenveertig uur”, had ze gezegd terwijl ze me de biljetten en de vier stukken van twintig toestopte.  “Roeland Deroover. Met twee o’s”, had ik gezegd terwijl ik in naar die rosse krullen keek. “Met drie o's”, sprak haar tong, die daarop het topje liet zien en weer verdween tussen die magnifieke lippen.   Het brein achter dit bedrijf was ene Florian F., kortweg FF, zoals gedrukt staat op de fast forwardknop van mijn Syfilips cassetterecorder. FF was groot van postuur en een man met een charisma waar men niet omheen kon.   Die vrijdagmiddag was Florian ook op de hoofdzetel aan de Expansielaan te Wetteren en Roeland had ze bezig gehoord in de aftandse kantine waar ze hun door een broodjeszaak geleverde baguetten aan het opeten waren, Bart en Leen van de boekhouding, samen met Florian, Florence, Appeljack en Benjamin.   FF had net een grote hap uit zijn broodje met filet américain préparé genomen en zat krachtig te kauwen, toen Applejack zijn relaas begon, jonglerend met Engelse termen. Over “creating spaces for work and play”, over futuristische ruimtes waar de jakhalzen zouden kunnen pauzeren, over pingpongtafels en de groenste salades. FF verslikte zich haast en was in een luid lachen uitgebarsten, tewijl de anderen grinnikten.   Ik heb Applejack daarna nooit meer terug gezien. Hij was door het gelach van Florian blijkbaar ferm in zijn gat gebeten. Hij had hoofdschuddend de kantine verlaten, was in zijn Renault Vel Satis gekropen en veel gas gevend weggereden, richting het rijk van Adonis en Aphrodite, langs de Leie en de Suikerrui naar het land met de boterbergen, bakbananen en de gratis marmelade.           Exit Applejack deel 1 van het documentaire kortverhaal ‘United Cowboys’ uit de reeks ‘Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Wij hadden onze namen nog [fragment]

Klasfoto. Ik ben al namen vergeten. Er zijn doden bij, dat weet ik. Wij blijven over. Daar sta ik, links. Ik lachte want dat hoorde zo. Ik droeg een afdragertje van een trui, van mijn vader godbetert. De kleuren van de sixties en hij prikte. En ik had het nog steeds koud.Afdragertjes moeten kunnen, vind ik nu, maar ook werken. Moest ik kinderen hebben, ik zou ze de kunst van het afdragen leren, als ze dat maar willen. Als ik mijn familiekleren vroeger zelf mocht kiezen, vond ik het nog wel leuk. Een voetbalbroek van mijn oom werd mijn paar nieuwe clownspijpen, met de oude handschoenen van oma was ik Michael Jackson en ik heb me nog maar zelden zo’n echte man gevoeld als toen ik voor het eerst de bretellen van mijn grootvader omdeed.Breed hadden ze het niet, mijn ouders, maar ze deden wat ze konden en ze deden het samen. Daar staat zij, bij het midden. Ook zij lachte, maar dan echt en soms naar mij. Daar moest ik het gaan zoeken, wist ik toen. Dat dacht ik wel vaker, maar dat was anders. Daar wilde ik het gaan zoeken, en durfde. En daar vond ik het ook. De ware liefde. Toen wist ik niet wat dat was.Verder dan af en toe een heel klein zoentje bestond niet, niet voor ons. En hand vasthouden zo lang we konden. En samen spelen, toen dat spelen nog een spel was voor iedereen en ook voor ons.Ik hield van haar. Dat durf ik nu wel zeggen. Toen was dat iets voor grote mensen en die geloofde ik niet. Wij wisten beter. Wij waren beter. Wij waren klein. Ik ben niet helemaal geworden wie ik toen dacht te willen zijn, maar als kind was ik ook wel eens mis.Groter nu, en zwaarder, en schouders die gedragen hebben en een hoofd dat voller zit, vanbinnen en vanbuiten. En een baard die er anders uitziet dan de baard die ik mezelf vroeger gaf met stift, penseel of potlood, maar waar ik best tevreden over ben zoals grote mensen tevreden kunnen zijn: genoegen nemen met een trapje lager dan geluk, want overdaad schaadt. Altijd.

Jürgen NaKielski
23 1