Lezen

Maar werk ik dan nooit?

Nu heb ik beslist geen hekel aan mijn werk als sociaal psychiatrisch verpleegkundige, maar ik kan toch ook niet zeggen dat ik er elke dag even florissant bij zit. Raar maar waar: ik ben ook maar een mens. Men denkt vaak dat ik het zelf allemaal zo doe zoals ik het probeer over te brengen. Dan heb ik het over het algemeen wel over patiënten en niet over de mensen die mij kennen, want die weten wel beter. Natuurlijk probeer ik te praktiseren waar ik over preek, maar heb uiteraard mijn eigen worstelingen.   Om nog eens iets anders uit de wereld te helpen voor de leek: het feit dat ik ‘in de psychiatrie’ werk, betekent zeker niet dat ik dwars door iemand heen kan kijken. Of iemands ‘geest’ kan doorzien en begrijpen. Je wilt niet weten hoe vaak ik deze aanname bespeur. Soms lijkt het mensen zelfs een beetje af te schrikken. Maar hallo! Ik ben gewoon Liselotte hoor!   Wel voel ik me ontzettend bevoorrecht dat ik in gesprek met patiënten hen een stapje verder kan helpen. Al is het maar om even een glimlach op een gezicht te toveren in een leven vol ellende. Keer op keer ben ik weer verbaasd en trots op het vertrouwen dat me wordt gegeven om een kijkje in andermans keuken te mogen nemen. Ondertussen denk ik na ervaring niet meer als de eerste dag: ‘ik doe ook maar wat’ en natuurlijk heb ik er voor geleerd en werk in een team waarmee ik samen bepaal hoe ik of wij het beste iemand kunnen helpen, maar ik ben sterk van mening dat het écht contact maken het grootste deel van ‘het werk’ is. En dat is iets wat ik zelf doe. Bij elke nieuwe patiënt en ook in de afspraken met patiënten die ik al langer zie, is het steeds een fijne uitdaging om echt contact te maken.   Laatst begreep iemand (weer) niet hoe ik het toch kon: altijd maar dag in dag uit de ellende van iedereen aan te horen.‘En dat terwijl jij zelf zo gevoelig bent. Ik zou het niet kunnen’.Het ligt vast aan mij, of je moet het zelf ervaren om het ook zo te zien, maar slechter kan ik het voor de meeste mensen niet maken. Wel beter. Het geeft mij na ruim dertien jaar nog steeds een goed gevoel als ik iemand beter de kamer uit zie gaan dan hij of zij binnen kwam. Het geeft me een goed gevoel dat ik mensen kan helpen. Als ik dat niet kan, dan zal ik ze ook niet lang zien. En eerlijk is eerlijk: het is ook best fijn om er regelmatig aan herinnerd te worden dat ik het lang zo slecht nog niet heb met mijn eigen gedoetjes. Dus als ik een dag weer eens niet zo florissant begin, kan het wel eens zo zijn dat ik er het einde van de dag een stuk beter bij zit.   Ik doe echt wat ik leuk vind. Maar werk ik dan nooit? Toch wel. Keihard. En als het om patiënten gaat, meestal met plezier!

Liselotte Schippers
2 0

Het frituur

Trots keek ze om zich heen. Het glimmende roestvrij staal, het heldere glas van de koeltoog en de twee tafels die perfect in lijn stonden met de voegen van haar tegels, de stoelen elk precies één duim van de tafelrand af. Elke vierkante centimeter van haar zaak straalde professionaliteit uit. Betrouwbaarheid. Zoals dat ook hoorde. Als kleine zelfstandige moest je alles uit de kast halen of de concurrentie blies je omver. Zo ging dat tegenwoordig. Kwaliteit alleen was niet meer genoeg. Haar rug knakte bij het opstaan. Een gortdroog geluid. Ze mocht gaan opschieten. Over tien minuten begon haar openingsuur en ze mocht doodvallen als ze dat niet stipt naleefde.  Nadat ze de poetsspullen had opgeborgen in het washok, liep ze naar de gootsteen. Geen spiegel, voor dat ijdel gedoe had ze geen tijd, wel een grote fles met alcoholgel, een kleinere met handzeep, een nagelborstel en een staalspons.  Ze schrobde haar nagels grondig, waste daarna haar handen en ontsmette ze met de alcoholgel. Om vijftien uur negenvijftig haalde ze de deur van het slot en liet ze de rolluiken naar omhoog gaan. Zonlicht viel overvloedig binnen waardoor haar harde werk extra in de verf kwam te staan. Perfect.   Ze hoefde niet lang te wachten op haar eerste klant. ‘Ha Janice. Wat een mooi weer, hé meisje?’ begroette Flor haar. ‘Goedenavond Flor. Prachtig! Een kleintje met mayonaise en een taco?’ vroeg ze. Niet dat ze zijn bevestiging nodig had. Flor was één van die klanten die begreep wat loyaliteit inhield. Elke maandag kon ze op hem rekenen. Dan stapte hij binnen met zijn grootvaderspet ietwat scheef op zijn hoofd. Afhankelijk van het weer met een tweedjas of in een poloshirt. Vandaag was het een marineblauwe poloshirt. Het stond hem goed. Flor stelde haar niet teleur en knikte gedienstig. ‘Als altijd,’ antwoordde hij voordat hij drie euro tachtig op de toonbank legde en vervolgens ging zitten. Flor begreep de zaken. Ze zette zijn portie frieten en de taco in het vet voordat ze afrekende. Eten en geld vormden geen goede combinatie. In een McDonalds werd met zoiets geen rekening gehouden. Ze duwde wat alcoholgel uit de fles onder de toonbank en smeerde snel haar handen in. De bel rinkelde opnieuw. Deze mensen kende ze niet. Ze glimlachte breed. ‘Goedenavond.’ ‘Een grote en een saté.’ Jaren oefening hielden de glimlach op zijn plaats. Geen begroeting. Dit soort onbeschoftheid kwam helaas steeds vaker voor. In haar opinie te wijten aan de lakse opvoedingen. Ouders die vrienden wilden zijn en dergelijke. Leerden hun kinderen ook niet meer dat goede zaken het wachten waard zijn. In plaats van voldoende geld opzij te zetten zodat ze elk een bestelling konden doen, was dit een deelstel. Die kon ze van een kilometer afstand ruiken. Te gierig of te spilziek om voldoende geld voor twee maaltijden neer te leggen. Ze haalde Flors portie uit het vet. De frieten zongen zoals dat moest voordat ze hen opschudde en in de puntzak overschepte. Geen bakjes gedoe voor haar. Frieten hoorden in een puntzak. Zelfs in krantenpapier, maar daar deed de voedselinspectie bijzonder lastig over.  Ze overhandigde Flor zijn bestelling. ‘Nog een goedenavond, Flor.’ Vanuit haar ooghoek ving ze de zakenman op die met grote ogen naar zijn horloge tuurde. ‘Jij ook. Tot de volgende keer.’ Flor verdween. Zelf zette ze de nieuwe bestelling in het vet. ‘Dat is dan vier euro vijftig alstublieft.’ Het gezicht van de vrouw betrok. ‘Hoeveel?’ ‘Vier euro vijftig,’ herhaalde ze. ‘Meer dan genoeg voor een stomme saté en een friet.’ Opnieuw hield Janice haar glimlach gebeiteld. Gierig dus. Een handtas van honderd euro, waarschijnlijk een gsm van zevenhonderd erin, maar een eerlijke prijs voor andermans arbeid betalen? Ho maar even! De vrouw stak haar een briefje van honderd toe. ‘Hebt u niets kleiners?’ ‘Neen. Sorry.’ Liegen. Nog zo’n probleem van tegenwoordig. Mensen draaiden er hun hand niet meer voor om. Kantoorvrouwtje had haar portefeuille daarnet zo ver opengetrokken dat ze zelfs van achter de koeltoog de kleur van vijf eurobriefjes had herkend. Gelukkig was ze al een tijdje gewapend tegen dit soort van mensen. In de kluis onder haar bed lag genoeg wisselgeld om tien van die kantoorvrouwtjes klein te krijgen. Zonder verpinken nam ze het briefje aan en gaf de vrouw haar wisselgeld terug. De man keek voor de zevende keer op zijn horloge. Ze zou hem graag uitleggen dat kwaliteit tijd vergde, maar ze wist dat het verspilde moeite zou zijn. Rinkelende bel. Annabel huppelde binnen met haar vader enkel stappen achter haar. Het kleintje besteedde geen aandacht aan de kantoormensen, maar ging rechtstreeks naar de koeltoog en drukte haar neus ertegen tot hij zo plat was dat ze hem niet meer kon gebruiken om te ademen. Haar adem liet de ruit beslagen in een bijna volmaakte cirkel. Zo leken haar kleine handjes op verdwaalde zeesterren. ‘Dag Annebelle. Krijg jij weer frietjes van jouw lieve papa?’ Het kind haalde haar gezicht van de koeltoog af en knikte enthousiast. ‘Goedenavond Janice,’ zei Annabelle’s vader. ‘Goedenavond Mark. Ze is weer erg actief, zeg. Wat mag het zijn?’ ‘Zeg dat wel. Een woelwater, ik zweer het je. Geef ons vanavond maar een grote, een hamburger en een smulbox.’ ‘Ja! Een smulbox! Lekker, lekker, lekker!’ ‘Acht euro dertig alsjeblieft.’ Ze kreeg een briefje van tien, gaf hem zijn wisselgeld, ontsmette haar handen en haalde de bestelling van de kantoormensen uit het vet. ‘Alstublieft. Smakelijk!’ De man nam het pakket aan terwijl de vrouw de stoelen terug op hun plaats zette. Niet exact een duim, maar erg degelijk. Misschien toch af en toe een echte ouder gekend in plaats van een vriendouder. Annabelle plakte terug met haar gezicht tegen de koeltoog, deze keer ter hoogte van de frisdranken. Een fijn vingertje drukte op het glas, wijzend naar een Fanta. ‘Ik wil Fanta.’ ‘Je hebt al drinken in je smulbox, schat,’ antwoordde Mark. In gedachten gaf ze hem een schouderklopje. Er kwamen genoeg ouders haar zaak binnen die toegaven aan elke gril van hun nageslacht. ‘Maar ik wil Fanta. Die Fanta.’ Ze duwde terug met haar vinger tegen het glas. ‘Neen schat. Misschien de volgende keer.’ Een paar minuten later verlieten vader en dochter vrolijk haar zaak. Hij hield zelfs de deur open voor de volgende klant. Het goede voorbeeld. Manieren. Als Annebelle genoeg luisterde, hoefde zij geen kantoorvrouw te worden. ‘Goedenavond, wat mag het zijn?’   Het duurde drie weken voordat ze Mark terugzag.  Tegen sluitingstijd viel hij binnen. ‘Goedenavond Mark. Geen Annabelle vanavond?’ ‘Neen. Dat zal nog wel een tijdje duren.’ ‘Ach, toch geen problemen?’ ‘Het is te zeggen. Een grote en een hamburger, alsjeblieft.’ ‘Drie euro zeventig alsjeblieft.’ Gepast geld.  Sissend vet. Mark plofte neer op een stoel. Die maakte een akelig schrappend geluid over de vloer. ‘Annebelle is bij haar moeder. Voor onbepaalde tijd.’ ‘Zo? Ik dacht dat jullie gedeeld hoederecht hebben.’ ‘Dat was ook zo.’ ‘Ik vrees dat ik je niet kan volgen, Mark.’ ‘Dan zijn we met twee Janice. Ik begrijp het zelf niet eens. Alles liep op rolletjes en dan… Weet je nog, drie weken terug, dat ik hier met Annebelle ben geweest?’ ‘Natuurlijk. Het schatje.’ ‘Wel, we waren nog niet goed klaar met eten of ze begon rood te worden. Het kwam plots op. Eerst dacht ik nog aan een allergie, maar daar had ze nog nooit last van gehad, dus waarom nu opeens wel? Ik heb het een uur aangezien voordat ik naar de spoed vertrok. Echt, Janice, dat hou je niet voor mogelijk! Met de seconde werd het erger tot ze zat te schreeuwen alsof ze werd vermoord. In het ziekenhuis hebben ze haar uit mijn armen gerukt en afgevoerd. Iets later stond de politie klaar om me af te voeren. Als een crimineel. Ze denken dat ik mijn dochter heb overgoten met het één of ander goedje dat brandwonden veroorzaakt! Ik mag haar niet zien tot mijn onschuld is bewezen. Is dat nu te geloven?’ ‘Schandalig! Hoe komen ze erbij?’ De frietjes zongen. Ze schudde ze zorgvuldig op, schepte ze over en verpakte ze samen met de hamburger. Hij stond op en nam het pak aan. ‘Dank je. Ik heb geen idee wat ik nu moet, Janice. Echt niet.’ ‘Komt tijd, komt raad, Mark. Hou de moed erin.’ ‘Ja. Bedankt.’ ‘Graag gedaan. Smakelijk.’ ‘Tot de volgende.’  Ze liep achter hem aan en sloot af. Geduldig wachtte ze tot de rolluiken helemaal dicht waren gegleden. Wat jammer toch. Het kind had zo’n mooi snoetje gehad. Brandwonden lieten lelijke littekens achter. Daar kon zelfs de meest begaafde dokter niets aan veranderen.  Ze liep naar haar washok en deed haar handschoenen aan. Daarna nam ze de rest van haar poetsspullen. De koeltoog hield ze als laatste klusje. Ze nam het kleine flesje uit haar emmer. Vijfentwintig procent. Sterker hoefde ze het voorlopig niet te maken. Zo te horen zou Annabelle haar lesje wel hebben geleerd. Net als alle anderen. Eerst smeerde ze de beschermlaag over het perfecte glas. Veel collega’s waren jaloers op haar koeltoog. Hoe ze die zo proper hield? Ze vertelde het nooit. Anderen begrepen haar niet. Deelden haar waarden onvoldoende om hen deelgenoot te maken van de methode. Dat had ze uit ervaring geleerd. Daardoor mocht ze nu niet meer in het labo werken. Ach ja, gedane zaken nemen geen keer. Neuriënd goot ze de opgeloste natriumhydroxide op haar doek en legde er een film mee over haar koeltoog. Alles weer proper voor de volgende dag.

Thundernimf
4 1

Het vlooiencircus 2 (slot)

‘Beste Alfons, ik zou...' begon de koningin, maar zij werd onderbroken. 'Alfons de Tweede, liefste, dat weet je heel goed,' sprak de koning vermanend. 'Je hebt gelijk, mijn heer, maar nu terzake. Ik zou het op prijs stellen als je eens met je dochter gaat praten. Ze wil mij niet zeggen wat er is, maar ik heb wel mijn vermoedens.’ ‘O ja,’ zei de koning, ‘en wil je die soms met mij delen?’ ‘Ach, waarom ook niet,’ sikkeneurde de koningin. ‘Ik vermoed dat het iets met die korte rokjes te maken heeft.’ ‘Verklaar je nader, liefste,’ sprak de koning liefdevol maar niet vrijblijvend. ‘Wat is er met die korte rokjes?’ ‘Ze kunnen niet korter,’ fluisterde de koningin zwaar ademend. ‘Ze kunnen niet korter meer en daarom is onze dochter in een zwart gat terecht gekomen. Er vallen geen grenzen meer te verleggen. De spanning is er af. De jongens hebben alles gezien en zijn niet langer geïnteresseerd. Ze boeken op grote schaal vakanties in het land waar het te warm is, ookal dragen de meisjes daar lange rokken.’ Misschien wel juist daarom, bedacht de koning. Hij begreep dat er iets moest gebeuren. De impasse was trouwens ook tijdens de afgelopen kabinetsvergaderingen al aan de orde geweest. Kort na het begin van ‘Zoomrevolutie’  was de actuele roklengte punt 1 van de agenda geworden. Volgens de minister van Relaties bestond er een invers, zo niet pervers, verband tussen de roklengte en het consumentenvertrouwen. Zijn stelling was: hoe korter de rok, hoe vetter de kok. Hoe korter de rok, hoe geiler de bok, wist de minister van Dierenwelzijn sinds kort. Een hoop gedoe dus. Maar wel leven in de saaie ministerbrouwerij. Maar intussen zat de roklengte al een tijdje tegen zijn grens aan. Webeschouwd een dubbele grens. Bovengrens: bilnaad. Ondergrens: lengte nul. Een negatieve lengte was volgens de minister van Kleding niet mogelijk. Als economische indicator had je aan de roklengte dus niks meer. ‘Logisch,’ bedacht de koning, ‘als je niks meer aan hebt.’ Iedereen was het erover eens dat er een nieuwe dynamiek nodig was. De slinger moest de andere kant op. De rokzoom moest weer omlaag. Maar hoe?   De ministers kwamen er niet uit en dus moest de koning het zelf doen. En zo geschiedde. Omdat Sarabande deelde in de algemene roklengtemalaise was ze gelijk enthousiast toen haar vader suggereerde dat het misschien leuk was om het vlooiencircus weer eens te laten optreden. Even de zinnen verzetten.  Hij had vernomen dat er een geheel nieuwe voorstelling op het programma stond. De kleine artiestjes traden nu op in een soort mini-Olympische Spelen. Vooral de springnummers moesten spectaculair zijn. Wat te denken van een wedstrijd hink-stap-sprong voor vlooien waarbij een van de pootjes op het ruggetje was vastgelijmd. Sarabande vrolijkte zienderogen op. En voor beten op haar armen hoefde ze niet bang te zijn. De mode schreef al geruime tijd lange mouwen voor. De dag na de voorstelling was Sarabande wakker geworden van de jeuk. Op haar rechter bovenbeen. En dus begon de zoom landelijk, en wat later ook internationaal, snel te zakken.  Nu begreep de schone prinses ook waarom de circusdirecteur deze keer in een korte broek afscheid van haar had genomen. De spiegel had het laatste zetje gegeven. De koning had te doen met zijn dochter maar het landsbelang ging nu eenmaal altijd voor. De beloning voor de circusdirecteur was riant.

Gerard van de Schootbrugge
12 0

Pasklare verhalen (2) Grrrpig

Ik probeer het leuke topje over mijn boezem naar beneden te trekken. Strop. Het zit vast. Heeft het met mijn weelderige vormen te maken of met de overdreven hitte waardoor niets soepel schuift? Terwijl ik aarzel tussen verder naar beneden forceren of terug over mijn hoofd, luister ik noodgedwongen mee.Zij: ‘Hoe vind je dit? Hij: ‘Uhuh. Heb je dat nodig?'Zij: 'Niet zagen, hè.'Hij: 'Kijk ‘s, Petie, hoe mama al de spaarcentjes uitgeeft. Niet huilen schatje, het duurt vast niet meer lang.’Zij: 'Geef dat kind zijn tutje en hou op met zeuren. Jij zou per se meegaan.’ Hij: 'Da’s toch makkelijker voor jou. En dan kunnen wij gelijk in ’t oog houden, hè Peetje, dat mammie niet álle zuurverdiende centjes opmaakt.'Zij: ‘Koen! Voor die ene keer dat je dit doet, hoef je het niet te verpesten.Hij: 'Het was maar een grapje, schat. Een grrrpje. Arme Petie, grappig hé, hoe je moeder al ons geld opdoet.' Zij: 'Ach man, 15 €. Deze is mooier dan de groene, toch? Wat denk je?'Hij: 'Juist een bomma. Zie je dat, Petie, mama lijkt op oma-' De ruk waarmee ik mijn gordijntje openroffel doet hem achteruitspringen. ‘Die vent zou ik dumpen.’ De prachtige, blonde, jonge vrouw staart me verbouwereerd aan vanuit de tegenoverliggende spiegel. Ik knik. ‘Gewoon doen.’ Ik wijs naar de buggy. ‘Dit schattig kereltje zou ik meenemen; hij lijkt op jou. Maar híj. Die daar, die euh, grapjas’ Geringschattende blik naar de puisterige, lange slungel bij de buggy, kogelrond hoofd, geen nek, een belachelijk kleine neus en een wrokkige mond. ‘Híj kan onmogelijk de vader zijn. Pak dat kind, koop die jurk en smeer ‘m.’   Dit schoot in de nano-seconde door mijn hoofd toen ik boos om het niet passend topje langs het paar heen stormde. Vernietigend kijken kan ik goed.

Goedele Billen
30 0

Het vlooiencircus

Koning Alfons II zat net even bij te komen van een oersaaie vergadering met zijn ministers, toen zijn echtgenote, koningin Tiamaria binnenkwam. Rood aangelopen en zonder kloppen. De koning schrok op en zei: ‘Maar mijn liefste…’ Verder kwam hij niet, want de koningin onderbrak hem. Verder kwam hij eigenlijk nooit. ‘Kom eens van die troon en ga naar je dochter. Nu! Naar mij luistert ze niet meer. Het is ook jouw dochter. Bemoei jij je er nu ook maar eens mee. Laat maar eens zien hoe goed je bent in regeren.’ Nadat ze dit had gezegd, vertrok de koningin weer, bijna  zoals ze was gekomen: zonder kloppen maar wel een beetje roder.  De koning zuchtte diep, schudde zijn hoofd en zei tegen zijn kleine gebochelde kamerheer die nooit ver weg was: ‘Ik ben even weg. Alles schuift een half uur op.’   Onderweg naar zijn dochter, de mooie prinses Sarabande, had de koning even tijd om zijn gedachten te ordenen. Morgen werd zijn dochter 18 jaar.  De leeftijd waarop jonge vrouwen op hun mooist zijn. En zij was de mooiste van allemaal. Mooier dan welk meisje ook in het land. Heel het koninkrijk hoopte dat er spoedig een prins zou verschijnen die haar hart zou stelen, of veroveren, dat past beter bij een prins. Misschien morgenavond wel. Tijdens het bal. Want er hadden zich veel adellijke jongemannen gemeld en de een stond nog moediger aangeschreven dan de ander. En onbemiddeld waren ze geen van allen. Direct na haar zeventiende verjaardag was koningin Tiamaria met de voorbereidingen begonnen. De organisatie liep op rolletjes. De lichtgeparfumeerde uitnodigingen waren ruim op tijd verzonden. Niets leek een succes nog in de weg te kunnen staan. Maar juist dan moet je voorzichtig zijn. Overmoed maakt blind. En er zijn altijd geheime machten die er een genoegen in scheppen om het feestje van een mooie prinses in het honderd te laten lopen. En ook nu was dat het geval. Hoe het complot in elkaar zat, wist niemand. Het was zelfs niet zeker of er wel sprake was van een complot. Maar feit was wel dat er een lelijke kink in de kabel was opgetreden. Dat zat zo.   Een maand of twee geleden was er voornaam bezoek gearriveerd uit een land waar de koning niet zo veel me op had. Het was er volgens hem te warm. En dan verweekt het brein. Hij was zo onvoorzichtig geweest om dat een keer uit te spreken terwijl er een persmuskiet in de buurt was. En toen duurde het niet lang of de koninklijke mening was ook in het te warme land doorgedrongen. Met alle vervelende diplomatieke gevolgen van dien. Het voorname bezoek was door de koning uitgenodigd om, zoals hij tijdens een persconferentie opmerkte:  de kou uit de lucht te halen. Dit nu betekende voor het te warme land opnieuw olie op het vuur en dat was wel het laatste waar ze op zaten te wachten. Het bezoek begon dan ook wat stroef maar van lieverlee werd het toch nog gezellig. Op de laatste avond was er een intiem onderonsje om de laatste plooien glad te strijken. Ook koningin Tiamaria en prinses Sarabande waren hierbij aanwezig. Tijdens dit samenzijn vertelde een van de voorname gasten vol verve over het circus en hoe gek zijn landgenoten daar op waren. En het allerleukste vonden ze het vlooiencircus. Daar konden ze niet genoeg van krijgen. Het verbaasde de koning niet, maar hij liet niets merken. Terwijl de koning en de koningin probeerden het gesprek in een andere richting te leiden, wilde prinses Sarabande  alles van dit wonderlijke fenomeen weten. Vlooien, beestjes van niks, die allerlei acrobatische toeren uithaalden en elkaar in piepkleine karretjes door een piepkleine piste voorttrokken. Het leek haar enig. Sterker nog, ze bleef net zo lang aan het hoofd van haar vader zeuren tot deze toestemming gaf voor een voorstelling ten paleize. De voorname gasten juichten het besluit toe. Het zou de betrekkingen tussen beide landen ongetwijfeld verbeteren.  En voor Sarabande zou het een bijzonder verjaardagsgeschenk zijn. De koning bedacht dat de nadelen, het verzet van zijn vrouw, niet opwogen tegen de voordelen. Niet zo vreemd dat hij geroemd werd om zijn wijsheid.   Dit alles had zich dus al wat eerder afgespeeld. Gisteren had zich een wonderlijk gezelschap bij de poort van het paleis gemeld. Ruw volk in twee woonwagens en een tolk van de ambassade om het gesprek enigszins op gang te houden.  In de eerste woonwagen woonde het ruwe, slecht geschoren volkje, in de tweede huisde het circus. De circusartiesten zelf reisden mee op een aantal ondervoede katten in evenzovele kooien.  Op de zijkant van de woonwagens stond in felle kleuren geschilderd: Circus Go With The Vlo. De ontvangst van het wat morsige gezelschap was even slikken voor de hofhouding maar het ging om de internationale betrekkingen. En daarbij kwam een groeiende nieuwsgierigheid naar deze onbekende vorm van variëté. En het moet gezegd, de voorstelling was zeer verfijnd. Dat wil zeggen, je had een flinke loep nodig om de verschillende acts goed te kunnen volgen. De nietige bloedzuigertjes trokken elkaar voort in gouden koetsjes, wat tot ingehouden hilariteit bij de lakeien leidde, ze maakten koprolletjes en er werd zelfs gevoetbald met kleine vlierballetjes.  Iedereen was het er over eens dat de show goed was geweest voor de relatie tussen beide volken. Na afloop omhelsde Sarabande dan ook spontaan de wat nurkse circusdirecteur. Deze beantwoordde de hartelijke geste door de prinses krachtig tegen zich aan te drukken. Een liefkozing van het complete circus want zijn gespierde, blote armen boden plaats aan de voltallige artistieke bezetting van zijn circus. De voorstelling had veel van ze gevergd zodat bijvoeding geen overbodige luxe was. De koning had het allemaal glimlachend aanschouwd, niet beseffend wat de mogelijke consequenties konden zijn. Welnu, die waren vanochtend in volle omvang duidelijk geworden. Zijn dochter had een rood pikje op haar linker bovenarm ontdekt. En omdat het pikje nogal jeukte, had ze er ook aan gekrabd waardoor het kleine pikje veranderd was in een flinke rode vlek. Gevolg: totale paniek voor de spiegel omdat haar volmaakte schoonheid was geschonden, en het dringende verzoek aan haar moeder om het bal uit te stellen of af te gelasten. Er was voor Sarabande een jurk gemaakt die de armen bloot liet. Een jurk van een hemelse schoonheid, vervaardigd van bijzondere zijde. Voor de zijde waren speciaal gekweekte zijderupsen gebruikt die na het spinnen van hun sprookjesdraden gedood waren om te voorkomen dat er ooit nog een vergelijkbare jurk zou opduiken. Sarabande was ten einde raad. Koningin Tiamaria begreep het probleem maar hield haar dochter voor dat de adel haar steun aan het koningshuis wel eens kon intrekken als nu nog, terwijl alle prinsen met hun gevolgen onderweg waren, het bal werd afgelast. Sarabande was in het geheel niet gevoelig voor dit argument. Het enige waar zij gevoelig, zo niet overgevoelig voor was, was het gif dat een vlo uit een te warm land bij haar had achtergelaten. De rode vlek leek groter te worden. Nu was het aan de koning om te laten zien wat hij waard was. Dus zei de koning tegen zijn dochter die zich achter het omhangsel van haar hemelbed had teruggetrokken: ‘Sarabande, lief kind van me, wat ik nu ga zeggen is geboren uit liefde voor jou.’ Hij wachtte even. Hij had een sterke band met zijn dochter. Er klonken een paar snikken en een diepe zucht en toen schoof de voorhang open en verscheen zijn grote schat, zijn prachtige dochter. Ze zag er niet uit met haar rooddoorlopen, amandelvormige ogen, maar dat zei hij niet. ‘Ik heb een oplossing.’ Deze belangrijke uitspraak van haar vader leek nauwelijks tot het fraaie schepsel door te dringen. ‘We gaan de jurk aanpassen zodat de onregelmatigheid niet meer te zien is.’ Nu kwam de prinses weer enigszins bij haar positieven. ‘Ja maar vader, hoe dan?’ zei ze nog wat zwakjes. ‘De jurk krijgt mouwen, wat dacht je daarvan? Het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn.’ De koning had duidelijk moeite een gevoel van zelfvoldaanheid te onderdrukken. ‘Ja maar, pap, hoe dan? Extra zijde is er niet. Waar moeten we de mouwen van maken?’ De koning schrok even, omdat hij hier niet aan had gedacht, maar hij voelde ook opluchting omdat zijn dochter de suggestie niet direct, hysterisch had verworpen. Nu kwam het er op aan. Zijn koninklijke brein werkte in de hoogste versnelling. En niet tevergeefs. ‘Daar heb ik natuurlijk aan gedacht. De oplossing is simpel. We halen een reep van de zoom en daar maken we de mouwen van. De kleermaker is al onderweg.’ Sarabande wist niet wat ze hoorde. ‘Maar pappa, weet je wel wat dat betekent?’ ‘Wat bedoel je?’ hield de koning zich groot. ‘Nou, dat iedereen morgen mijn enkels kan zien?’ Ze kreeg er een kleur van omdat ze eigenlijk niets liever wilde. Maar haar vader was in zijn nationale kledingvoorschriften nooit verdergegaan dan blote armen. Bij feestelijke gelegenheden mochten de ongetrouwde meisjes hun blote armen laten zien. En dat gaf al opwinding genoeg. Vooral op het platteland wilden de boerendeernes de armgatopeningen nog wel eens extra ruim laten uitvallen. De koning moest even slikken, maar hij kon niet meer terug. Hij had het beleid uitgezet. En slecht beleid was altijd nog beter dan helemaal geen beleid of zwalkend beleid. Dus zei hij: ‘Ja, dat is waar. Maar het moest er toch een keer van komen. In het buitenland zijn ook al vrouwenenkels waargenomen. Een leider die de tekenen des tijds niet verstaat, eindigt op het schavot. En als het dan toch moet gebeuren, dan maar gelijk met de mooiste enkels die er zijn.’ Hij gaf zijn dochter een knipoog. Zij op haar beurt vloog haar vader om zijn nek en kuste hem vol overgave vlak boven zijn baard. De koning voelde zich zeer opgelucht en zei: ‘Ik regel het verder wel met je moeder.’   Het bal werd een regelrechte sensatie. De kranten en tijdschriften stonden er vol van. De groepsfoto op de verlichte trappen van het paleis lieten niets aan duidelijkheid te wensen over. Vooraan in het midden stond de beeldschone prinses. Met bedekte armen en ontblote enkels.  18 jaar jong en wat een enkels! Het nieuwe modebeeld verspreidde zich razendsnel door het land. De meisjes waren niet meer te houden. De schaar ging in de zoom, de enkel mocht eindelijk gezien worden. Maar de geest was uit de fles, of liever: de schaar was uit de mand. Waarom stoppen bij de enkel? Was de kuit minder dan de enkel? En waarom mocht de knie niet getoond worden? En binnen een verrassend korte tijd kon de schaar weer in de mand. Er was niets meer te knippen, er viel niets meer te raden. De koning had deze bevrijdingsbeweging aanvankelijk met een zekere ingehouden voldoening geobserveerd. Het streelde zijn ego dat de ideeën die ooit in zijn brein waren geboren, nu ook in het buitenland navolging kregen. Het was een komen en gaan van delegaties die met eigen ogen wilden zien hoe eeuwenoude zeden in korte tijd omver werden geblazen door een storm van vrijzinnigheid. Even was er een gevoel van euforie, van totale vrijheid. In het land en in het paleis. Maar op een dag kwam de koningin rood aangelopen en zonder kloppen bij de koning die net zat bij te komen van een oersaaie vergadering met zijn ministers, binnenvallen. Slot: Het vlooiencircus 2 (slot)  

Gerard van de Schootbrugge
0 0

De geur van heimwee

De geur van heimwee   Ik ruik de geur van een Centerparcs huisje. Ik kom al meer dan 30 jaar in de bungalows van Centerparcs en die geur blijft hetzelfde. Hoe vaak de huisjes ondertussen al vernieuwd zijn, de geur is gelukkig gebleven. Zelfs in Engeland ruiken ze exact zo, weet ik uit ervaring!   De geur an sich is niet overheersend, noch fris en fruitig en toch heet ik hem elke keer weer van harte welkom. Nee, de geur heet mij welkom, geeft me een gevoel van thuiskomen. Je ruikt een mengeling van afgevallen dennennaalden, frisse was en de dag na een feestje. Dennennaalden van de bossen die de huisjes omringen. En frisse was van het lakenpakket dat bij aankomst (mits bijbetaling) klaarligt. Er hangt ook steeds een rokerige geur, niet van verschaalde asbakken maar wel de geur die blijft hangen na een avondje ‘feesteten’. Want dat hoort bij vakantie: iets anders eten dan thuis. Als je ’s avonds voor het aperitief nog een blokje omwandelt zie je achter de ramen met niet-gesloten gordijnen wat mensen eten. Veel varieert het niet: fondue, gourmet of grillen op de plaat. Die geur blijft dus hangen. En al eet ik zelf geen vlees, ik krijg er toch een feestelijk gevoel van.   Oh ja, nog een typische geur: de klamme chloorgeur op het kleine badkamertje. Ook deze is niet overheersend maar wel sterk genoeg om je zin te geven om naar het golfslagbad te gaan. Het is de geur van natte badpakken, drogend voor de radiator, vol goesting wachtend op een nieuwe zwembeurt.   Zelfs de dierlijke geur van hooi, warme vachten en dampende uitwerpselen op de kinderboerderij kan me bekoren. Of denk aan de warme, tropische geur van een vochtig oerwoud die je in het gezicht slaat als je de draaideur van de Dome doorgaat en het ware epicentrum van het park betreedt.   Als ik mijn best doe ruik ik bungalow nummer 685 nog met mijn ogen dicht. Als ze in de souvenirwinkel flesjes gebottelde bungalowgeur verkopen, ben ik verkocht hoor.   Misschien ruiken die bungalows wel naar niets. Misschien zitten die geuren wel in mijn hoofd en hart. Ligt die geur van verwachting, gezelligheid en huiselijkheid wel diep in mijn herinneringen verankerd.  

Dingen Die Fijn Zijn
115 0

Ik zou van haar kunnen houden zoals een hevige storm

Ze heeft de snaren van haar gitaar gehaald Ik vraag haar waarom haar fretbord Zo verdomd leeg was. Ze zegt dat je niet van het geluid houdt En dat ze er waarschijnlijk snel nieuwe op zal leggen.   Haar bed blijft onopgemaakt voor dagen - Stoelen worden niet meer onder de tafel geschoven Kussens blijven ongeordend rondslingeren    (En ik weet hoeveel ze van netheid houdt.   Net zo veel als van jou - Maar ze weet nog niet van de chaos die je zal achterlaten in haar hart.)   Ze hoopt dat die rommel een uitnodiging is Dat het je in de vouwen van haar lakens roept Als het lied van een Sirene.   (Of het geluid van een brekend hart. Maar dat doet je helemaal niks, of wel?)   Ik wil haar door elkaar schuddenWanneer ze weer verontschuldigingen aan het stotteren is Met jouw naam rond gebonden als een strik   Ik heb gezien hoe de kleur van haar ogen verandert In het licht van de schemering Hoe de neplaag van geluk eraf pelt Om plaats te maken voor verdriet en rouw en donker. Zo veel donker. (Ze is zonlicht aan het lekken.) Hoe ze de felheid van jouw woorden probeert te verbloemen Ookal steekt het zo fel af tegen haar bleke huid.   Ze zou planeten kunnen dragen in de wallen onder haar ogen Maar je zou nog altijd niet geïnteresseerd zijn in de ruimte.   Ik heb haar sms'jes gestuurd. Rooksignalen, postduiven.Om haar te vertellen dat ik van haar hou Van de manier waarop ze haar kleren opvouwt En het bed opmaakt En de kussens ordent Maar ze was te druk bezig met wachten tot jij Voor haar neus komt staan.   Ik wil je tegenkomen op de hoek van de straat Zodat ik je door elkaar kan schudden En in je gezicht kan roepen dat je al de liefde Van haar botten zuigt en dat ze elke nacht In een leeg bed slaapt terwijl ze wacht op jou Om de lege plaats op te vullen En ik kan er verdomme niet tegen Hoe ze naar je kijkt alsof je   Hoe dan ook   Waardig bent.

lassodemaan
3 0

Ik zie wat jij niet kan zien, het leven door de ogen van een gered huisdier

  Ik herinner me weinig van mijn leven. Vaag herinner ik de stank van mijn kooi en de stront waar ik in ploeterde. Tot op een dag mijn leven veranderde.   Sirenes loeiden luid terwijl agenten binnenstormden. We zaten rustig in de woonkamer tussen de vuiligheid, ons huis werd nooit gepoetst. Wij woonden ook veel te klein, herinner ik me. En er was ook niemand die ons de aandacht gaf. Een vrouw kwam, terwijl ze haar neus toekneep dichterbij We keken elkaar aan en voorzichtig durfde ik een stap dichterbij zetten. Haar ogen vol medeleven keken ons aan. De blondine nam haar telefoon en verwittigde “de instantie die zich met ons zou bezighouden” waarna ze de woonkamer en tegelijk ons huis verliet. Dagen hebben we gewacht en nog niemand had zich met ons bezig gehouden. Onze mensen waren weg en wij bleven verwaarloosd in ons eigen vuil achter. Ik begon honger te krijgen en ook mijn vriendin haar maag begon te knagen. Moest ik nu mijn eigen uitwerpselen gaan eten en mijn eigen urine gaan drinken om te overleven? We waren er van overtuigd dat dit ons einde zou zijn. Tot het geluk des levens weer tot ons keerde .. De voordeur werd opengedaan en we werden zonder pardon meegenomen en afgezet in een opvangcentrum. Mijn vrienden en ik werden elk apart van kop tot teen nagezien en we werden gezond verklaard. Alleen zag niemand dat we beide in blijde verwachting waren. Over minder dan een maand zouden we nakomelingen krijgen.   Diezelfde dag werden we met kooi en al in een auto geladen en weggebracht .. opnieuw en waar deze keer naartoe? Achteraf bleek dat dit het huis zou zijn waarin ik zou sterven. Wat had ik me een deuk gelachen, moest ik tenminste kunnen lachen want ik ben slechts een simpele rat. Onze nieuwe baas, mijn grote liefde en ik die van haar, had van niks bang maar van onze grijpgrage vingers moest ze niet weten. Ze dacht dat we zouden bijten. Ik maakte er vlug komaf mee en greep haar hand stevig vast. Ik liet niet meer los tot ze stopte met wegtrekken en me eens deftig liet ruiken. Ik rook tomaten en vers fruit. Iets dat we nooit te zien kregen in ons vorig huis. Haar wantrouwige ogen keken de mijne aan maar vastberaden wist ik haar vertrouwen te winnen. Onze twee mannen werden ’s avonds al geadopteerd en ik en mijn vriendin zou het zelfde lot beschoren zijn. Ik wilde in feite niet weg, hier kregen we eten. Eten dat we voordien nooit kregen, je zou het in feite als luxevoer kunnen aanschouwen. Van de ene dag op de andere deden we ons tegoed aan appels, komkommer en al wat vers en fris uit een koelkast kwam. De dame daar gaf ons een nieuw samen met een nieuwe naam. In ons vorig huis riepen ze “eikes” en nu bestond ik. Ik werd aanzien als een levend wezen met een ziel. Mijn vriendin, een schuchtere blondine kreeg de naam Mona en ik werd Alice gedoopt. We deden zo ons best om haar te overtuigen van onze goedheid. Waarom moet ik hier weg? En ja! Ons doorzettingsvermogen werd beloond! Ze werd verliefd en wij mochten blijven.   Onze buiken werden boller en Mona leek eerst haar kroost op de wereld te brengen. Zij vertrok naar een vriendin van onze baas en ik bleef alleen achter. Er werd me beloofd dat Mona vlug zou terug komen en ik spendeerde uren alleen met mijn baas. Ik had ze voor mij alleen en ze deed alles wat mijn klein maar liefdevol hartje begeerde. En ik denk stiekem wel dat dit de band heeft gesmeed tussen ons. Dat jij en ik doen alles samen-gedoe. Ze gaf me een nieuwe kooi waar ik mijn nest kon maken en rustig kon bevallen.   Op een ochtend ging onze deurbel, mijn baas sleurde op haar eentje een gigantisch grote doos naar binnen. Nieuwsgierig zat ik achter mijn glas haar aan te staren. Enkele dagen later stond er een gloednieuwe, blinkende rattenkooi klaar. Alle dagen gingen we gaan kijken naar mijn nieuwe huis. Mona en ik zouden daar in trekken wanneer onze kinderen het huis uit zijn. Het was zo spannend! De dagen gingen traag voorbij zonder Mona. Mijn baas ging terug gaan werken en ik bleef achter. Maar elke keer de deur openging hoorde ik mijn naam! Ik sprong meteen op haar arm toen ze de kooi open deed. In hoeverre ik dat nog kon want mijn buik begon erg zwaar te wegen. Mijn baas verloor me geen seconde uit het oog en we deden alles samen. Ik mocht mee naar buiten, koken, de tafel dekken en zelfs het bezoek ontvangen. Met de kop omhoog en mijn buik op de grond bekeek ik de wereld om me heen. Ik kon niet gelukkiger zijn al miste ik Mona wel. Maar goed nieuws! Mijn baas weet me te vertellen dat ze al bevallen is. Haar kindjes stellen het goed en Mona doet erg goed haar best om een goeie mama te zijn. Niet veel later moest ik mijn kroost op de wereld zetten. Terwijl de klein mannen me de tepels van het lijf zogen genoot ik van een frisse aardbei die mijn baas bij me had gelegd. Wanneer mijn kinderen sliepen kon ik uit mijn kooi mijn pootjes strekken en ook een serieuze tuk doen. Mijn baasje pakte me en nam me mee naar de sofa waar ik wat kon rusten en tegelijk haar chips kon stelen. Ze stelde me gerust en vond dat ik een goeie mama was. Ik zag toen ook niet in waarom ik mijn kinderen moest beschermen tegen haar, ze nam de zorg zonder problemen over wanneer ik gewoon geen goesting meer heb ik die losgeslagen bende gekken.   Weken gaan voorbij en ik weet soms niet waar mijn hoofd staat. Mijn dochters beginnen rebels te worden en mijn zonen breken het kot af. Ik zie mijn baas in haar haren krabben niet wetende wat er mee te doen. Ze wist al van in het begin te vertellen dat ze wel een thuis moeten vinden. Wij zijn hier een opvanggezin en er moet later plaats zijn voor twee volwassen rattenmeisjes zoals ik. ‘k Zou ze toch graag eens zien maar ik mag niet van mijn baasje. Ze zijn hier al gearriveerd hoor! Ik heb in de verte gezien! Volgens mij lijkt ééntje op mij alleen ben ik uniek! Ik heb een hartje op mijn buik en mijn baasje is daar zo gek van! Ze denkt dat ik één al liefde ben omwille van mijn plekje. In feite ben ik gewoon een simpele rat die lief is ongeacht mijn hartje. De nieuwe meisjes zijn hier lang genoeg om op hun plooi te komen en ik mag zoals beloofd alle dagen hallo gaan zeggen. Ik kan maar beter mijn beste pootje voor zetten want ik moet binnenkort gaan samen wonen met deze dames. De zwarte lijkt precies op mij en ik zie mijn baas denken hoe ze ons uit elkaar moet gaan houden. Die andere dame gaat mijn vriend niet worden, die is zo bang! Maar die ene ook. Ik weet het toch zo niet … Dagen worden drukker, zowel voor mij als mijn baas. Ik begin mijn kinderen moe te worden al kan ik me wel gelukkig prijzen. Ze leren vlug op hun eigen benen staan en baasjelief neemt de bengels alle dagen uit de kooi zodat ik rustig tot mezelf kan komen. Nog enkele dagen en ze gaan weg. Mijn dochters leven nog met mij en mijn zonen zijn al weg. Morgen is het zo ver en heb ik mijn baas terug voor mij alleen.   Had ik tenminste gedacht want ze is weer eens druk in de weer. Ze gaat weg en komt weer terug. En dan opnieuw! Kom nu toch eens hier! “Momentje Alice!” Ze komt met een kleine doos binnen waar ik eens aan mag ruiken. “Mona!” Maar ik mag nog niet bij haar. Onze baas komt met een kooi naar beneden waar de twee andere meisjes in zitten. Ze neemt Mona en knuffelt haar eens stevig. Ook ik mag uit de kooi en we worden alle vier samen gezet. Wat is dit een kleine kooi zeg! Maar als we braaf zijn krijgen we vlug die grote kooi. We maken voorzichtig kennis met elkaar. Dagen gaan voorbij en eindelijk is het zo ver! We verhuizen met z’n allen naar ons nieuwe verblijf. Nina, de blondine en Mien, mijn rondlopend spiegelbeeld zijn nog wat terughoudend maar ik en Mona vliegen als een gek door de buizen en trappen. Dag per dag komen er leuke dingen bij. Een hangmat hier, een trapje daar …   We waren toen ongeveer halverwege het jaar toen mijn nieuwe zus erbij kwam. Een klein grijs meisje dat in een te slechte wereld is geboren maar gelukkig werd gered door een lieve dame. Mijn zus kreeg haar naam mee; Annie. Annie werd de beste vriendin van Nina en ze kwam met al haar deugnieterij weg. Ze werd groot en torende hoog boven mijn hoofd uit. Spelen en ravotten, ze deed niets liever ..   Tot op een dag Nina ziek werd. Ik herinner me mijn baas met tranen bij de kooi zitten. Ze zou met Nina naar de dokter gaan en alles zou goed komen maar Nina kwam niet meer terug … Mijn baasje kwam thuis met een lege mand. Nina was weg en ze huilde. De dierenarts kon haar niet meer helpen toen die zag dat ze meer dan één tumor had. Maar ik ben blij dat ze geen pijn heeft gehad.   Het is weer even wennen zonder Nina en Annie hangt het uit! Die weet met zichzelf weer geen weg en stuitert door de kooi. Verdomme, laat me nu toch eens gerust! Ik geef haar een snauw, dat zal haar nu wel even op afstand houden.   Maanden gaan voorbij en mijn baas moet weer eens weg op redding. De laatste tijd heb ik haar niets anders zien doen dan heen en weer lopen, kooien versleuren en die elk om beurt uitkuisen. Na de redding kwam ze thuis zonder mand. Iemand was zo vriendelijk om deze sukkelaars met de auto te brengen. Benieuwd sta ik aan de tralie te kijken wie het is? Ik weet dat ze toch mijn zus gaat worden, mijn baasje vertrouwd erop dat ik me uitstekend gedraag. Kon Mona dat maar, die kan toch uit de hoogte doen! Als mijn baas kijkt is ze bijna de liefste rat, maar mijn baas trapt daar niet in want ik ben natuurlijk de liefste! Maar wanneer geen blik op haar rust is ze Miss Rat in eigen persoon!   Weinig tijd om na te denken heb ik niet, de kleine kooi staat klaar en we vliegen er met z’n allen in. Koppelen noemen ze het, alle meisjes gaan samen en we gaan leren overeen komen. Ik krijg een nieuw zusje maar ze is nog verschrikkelijk klein. Klein maar dapper! Ze is een tikkeltje arrogant en wil niet luisteren naar ons. Het is al direct ruzie tussen haar en Mona. Annie komt zich moeien en ik zit er maar op te kijken. Ik lijk geen problemen te hebben met haar, zolang ze zich maar wat aanpast. Ik zie dat de andere kooi vol zit met mannetjes. Ze glunderen naar me en ik laat me van mijn beste kant zien. “Niks van” hoor ik mijn baasje zeggen. “Geen kinders meer voor jou, Alice!” Teleurgesteld kijk ik terug naar mijn zusjes, hopelijk stopt het vlug met die ruzies!   Enkele weken later merkt mijn baas op dat mijn nieuwe zusje wel eens zwanger zou kunnen zijn, ze verdikt erg veel. Het kleine meisje moet op controle bij de dierenarts en komt zonder uitslag terug naar huis, we weten niets meer. Ik hoor mijn baas zeggen dat we moeten afwachten. Intussen krijgt ze een nieuwe naam; Mia. Al onze namen hebben een betekenis, dat heeft mijn baasje ons vertelt. Ik noem Alice omdat mijn baas de film Alice in Wonderland gezien heeft en mij zo magisch vind, tenminste ik vind dat van mijzelf. Mona ’s naam komt van een schilderij, Mona Lisa ofzo. Mientje noemt gewoon Mien omdat mijn baas dat een toepasselijke naam vind voor een klein meisje, net zoals de kat van de zus van mijn baas. Gelukkig dat ik die niet hoef te ontmoeten! Annie heeft de naam meegekregen van haar redder in nood en Mia is een ode aan een man die mijn baas graag hoort zingen. Uren zingt ze mee met die kerel. Ik geloof dat hij Luc noemt. Of Gorki, dat weet ik niet meer. Ik vind dat stiekem wel erg speciaal wanneer we zo’n belangrijke namen hebben. Ik kom uit de film! Hiermee kan ik uitpakken tegen nieuwe vriendjes, dan vinden ze me zeker leuk!   Geen twee weken later moet Mia apart en komt ons vermoeden uit, ze is, of was tenminste, zwanger. Negen kleine ukjes! Heeft zij geluk, ik had er elf! De twee dagen na haar bevalling komt mijn baas bedroeft naar beneden. Mia is twee kindjes verloren. Het komt omdat ze zelf nog zo klein is en dat heel wellicht haar papa, neef en of nonkel haar heeft zwanger gemaakt. Dit lijkt me niet zo gezond. Gelukkig gaat het met de dag beter met de kleintjes. Ik zou graag eens kennismaken maar Mia is zo boos! Ik weet niet wat ze heeft. Daarbij, mijn baas zou dat toch niet toelaten.   We zijn weer twee weken verder wanner de kleintjes naar een nieuwe thuis vertrekken. Ik wist dit eerder want ik zat op mijn baas haar schoot te luistervinken toen ze telefoneerde met enkele mensen. Ze beloofd me dat Mia hier mag blijven. We gaan met ons vijf terug in de koppelkooi en we komen overeen. We worden vijf pootjes op één rattenbuikje!   Maanden gaan weer voorbij en ik voel me oud worden. Dat jonge grut loopt en stuitert door de kooi en ik kan er minder goed tegen. Het is leuk de liefste te zijn want dan krijgen ze medelijden met je. Ik mag veel uit de kooi op de schoot en dan ben ik toch even gerust. Soms voel ik me niet goed, mijn baas merkt het ook en vraagt me nog niet te sterven. Tuurlijk niet! Ik ben oud maar wil nog niet dood! Ik zal er niet aan ontsnappen en dat is wat mijn baas vreest, ze zegt dat ze niet klaar is om me af te geven maar ze beloofd om me te helpen wanneer ik het echt niet meer aan kan. En ik neem haar op haar woord, ze stond de laatste twee jaar klaar voor mij en dat zal ze nu ook wel doen. De nacht valt en ik voel me echt niet goed. Ik leg me alleen onder ons grote loopwiel zodat mijn baasje toch ziet wat er scheelt. Ze vind me suf en slaperig terug. Ik voel warme handen om me heen klemmen en een traan op mijn vacht vallen. Ze weent en ik kan haar niet troosten. Moet ik haar dit echt aandoen? Ik besluit toch nog even te vechten voor haar en probeer wat te eten. Er staat banaan klaar en kattenmelk. Ik krijg brintapap en zachte aardbeitjes. Van alles eet ik een beetje en ik voel me sterker worden. Met een spuitje geeft mijn baasje me wat sojamelk, ik grijp met mijn twee handjes de spuit vast en geniet met volle teugen van het drankje. De melk loopt langs mijn kin naar beneden. Met een hoekje van een handdoek kuist mijn baas mijn mond af. Ze lacht een beetje. Ik slaap veel op haar schoot maar ik kan echt niet meer nu. Gelukkig beseft mijn baasje dat en ze maakt een afspraak voor mij. Morgen mag ik naar de rattenhemel en mijn baas heeft het zo moeilijk. Ik lig op haar schoot en mag eens likken van een stukje chocolade. “eet maar meisje” fluistert ze me toe. Morgen zou alles voorbij zijn. Er ligt een dekentje en een kussen klaar voor me. Mijn baas probeert me zo goed mogelijk te leggen want ik kan niks meer zelf. Ik ben een lappenpopje. Ik val in slaap en voor ik het goed en wel besef is het ochtend. Mijn baas komt met wat lekker maar ik hoef niks hoor. Ik ben moe. Ik krijg nog een dikke knuffel en we vertrekken. Mientje mag met me mee want ze heeft ook een gezwel dat moet nagekeken worden. Misschien mag ze mee met mij naar de hemel, kunnen we daar samen spelen. Nina staat ons misschien al op te wachten! Ik ben zo benieuwd. Daar zal ik misschien geen pijn meer hebben en er staan wie weet al potjes lekkers klaar! In de wachtzaal krijg ik nog een knuffel maar het doet pijn mijn baas te moeten achterlaten. Het zal toch moeten. Ik kan echt niet langer meer. Veel van wat er gebeurt herinner ik me amper. Wel weet ik dat de dierenarts me nog aaide en dat ik in de handen van mijn baas ben ingeslapen. Ik kreeg geruststellende woorden toegefluisterd toen mijn zieltje mijn lichaam verliet. Bovenop mijn wolk zag ik hoe mijn baas en de dierenarts stonden te huilen bij mijn lijfje. Mientje hoefde nog niet mee maar ze pakt mij wel stevig vast. Ze greep me bij mijn pels, het arme beest besefte dat ik dood ben en mijn baas huilt nog meer. Ik voel wel wat verdriet maar Nina is hier om me te troosten. Samen kijken we naar beneden hoe ze het stellen zonder me. Ik krijg een plekje in het bos tussen de varens. Mijn baas geeft mijn lichaam terug aan de natuur waar ik vandaan kom terwijl mijn zieltje nu vrij is om rond te rennen en te ravotten zoveel ik maar wil. Ik heb precies geen pijn meer en voelde me nog nooit zo gelukkig. Ik heb twee jaar lang mijn baas kunnen plezieren, het eten gekregen wat ik maar wilde en ze leerde me het echte leven kennen. Geen vuile kooi meer en geen kindjes meer op de wereld zetten. Er stond fruit en groetjes klaar en altijd vers water. Ik kreeg vriendjes en mocht mee proeven van het mensenleven. En toen de tijd kwam om te sterven kreeg ik nog het beste van het beste en kwam ik niks te kort. Nooit heeft mijn baas aan zichzelf gedacht om me nog langer in leven te willen houden. En inslapen tegen de borstkas van mijn baasje, haar hartslag horen, haar warme handen en haar tranen op mijn vacht voelen vallen terwijl ik op mijn laatste reis vertrek. Er is geen mooier gevoel dan liefde, zelfs in je laatste seconde op aarde!   Een ode aan Alice, mijn eerste tamme rat.

Peursum Doreen
6 0

Proloog

We waren ouder geworden.Enige lachrimpels hadden zich meester gemaakt in de jongedame haar gezicht. Enige jaren van verstand waren nu tot haar doorgedrongen. Op een zonnige lentedag stapte het lieflijk meisje met Het Lief een oude alombekende galerij binnen. Na al die jaren was ze nog steeds begeesterd door kunst in de grote zin van het woord. Zij had Het Lief na lang aan de oren zeuren, eindelijk kunnen overtuigen.  Eénmaal voet aan wal gezet, viel haar een opvallend stel kijkers meteen op. Of was het Het Lief dat doodleuk haar natuurlijke schoonheid reflecteerde  op een schilderij? Was het Het Lief dat toevallig vertelde dat hij op die jadegroene ogen verliefd was geworden? Schichtig zocht ze naar een naamkaartje wat aan zijn anonimiteit radicaal een eind zou maken. Het was dan toch waar. Ze wist het zeker, de kunstenaar was na al die jaren het meisje in haar niet vergeten. Plots overheerste een stilte in het pand. Je kon zelfs een speld horen vallen op de ijskoude grond. Zo diep verzonken, waren zowel de gedachten van de jongedame in kwestie als dat van Het Lief.Bij Het Lief overviel de jaloezie hem genadeloos. De angst om haar alsnog te verliezen, moest het geweest zijn. Het Lief had immers enkel het talent om haar te beminnen maar niet om haar te bezingen. In het licht der duisternis, in dat somber pand, kwam de kunstenaar opeens ten tonele. Op een luttele miniseconde stond hij bij het meisje vandaan waar hij na al die tijd nog hevige gevoelens voor omarmde. De vrouw met een iet of wat lichtgebogen ruggengraat, een mager lichaam maar onmiddellijk herkenbaar aan de lange vuurrode manen, staarde hij ongedwongen aan. Alle gedachten raasden door zijn hoofd. Wat nu? Durfde hij het aan om haar aan te spreken? Maar net op dat moment pakten Het Lief en zijn vrouw elkaar nog steviger vast. Hij, getekend door een hard bestaan, zag het echt niet zitten om juist nu het woord aan te gaan met het meisje dat hem, de artiest, altijd om één of andere magische reden, had betoverd. De haren op haar rug sloegen schalks overeind. Het meisje voelde zich aangestaard, als een hen in een hanenhok. De schaduw die haar verraste, verviel in het niets met het licht. Net op dat moment draaide zij zich om.  Toch zag de jongedame geen schim meer. Als een vlucht naar Egypte maakte hij zich uit de voeten. Het meisje zal nooit geweten hebben dat hij die dag tot op enkele meters van haar stond. Of toch…  

Lamanchamarta
0 0

23 oktober 2010

    Toen ik voor de tweede keer in mijn leven een pistool tegen mijn hoofd kreeg veranderde alles. Heel even stond de wereld stil om daarna met een donderend geraas in elkaar te klappen. De grond viel weg onder mijn voeten, de touwtjes boven mij werden doorgeknipt en ik verloor: mijn handtas, onze wagen, mijn job en inkomen. Ik verloor mijn zelfvertrouwen, mijn vertrouwen an sich.  Enkel de liefde bleef overeind.   Als je op de grond ligt,  zonder zicht op de horizon dan is dat een geweldige kans om jezelf opnieuw op te bouwen. Dat wist ik, maar weten is niet kunnen. Langzaamaan, stap voor stap, wankel en zwak als een pasgeboren giraffejong, krabbelde ik overeind.   Schrijven helpt, zeggen ze, dus dat deed ik. Ik begon een blog. En doelbewust noemde ik die: Dingen Die Fijn Zijn. Mijn blog hielp me het mooie in de kleine wereld rondom mij opnieuw te zien (de grote durfde ik nog niet terug in). Wie iets wil vertellen moet iets meemaken, dus ging ik op pad met Karel steeds aan mijn hand.   Ik had zo veel angsten te overwinnen, mijn vooruitgang voelde als minuscule babystapjes en dat frustreerde me. Tot Karel op een dag tegen mij zei: “Jij, jij bent een ‘aarte’ (harde), jou krijgen ze niet klein en dat bewonder ik in jou.” Die woorden waren als een verrekijker voor mij, ik zag plots alles in perspectief. Van op een afstand kon ik wel de moeilijke weg zien die ik al had afgelegd.   Karel en Dingen Die Fijn Zijn gaven me de moed en de goesting om door te gaan, mijn warme cocon te doorbreken en zelfs af en toe met slappe vleugels al eens een rondje alleen uit te vliegen.   Er was plots een voor- en een na-Els. Die nieuwe Els, Els 2.0, was wie ik echt wou zijn. Eerst bestond ze vooral als virtueel alter-ego. Maar jaar na jaar viel Dingen Die Fijn Zijn meer samen met Els in de echte wereld. Ik ontdekte dat die Els er mag zijn, met haar vele 'opwijkingen', kleurrijke goestingen en guerrillaneigingen.  

Dingen Die Fijn Zijn
11 2