Lezen

Nowa Huta East Side

In een historisch pand aan de Melkmarkt wordt druk getimmerd. Als ik naar binnen kijk zie ik dat enkel de gevels nog rechtop staan. Enig facadisme is Antwerpen nooit vreemd geweest denk ik bij mezelf en glimlach heimelijk. In het gestripte portiek houdt een drietal mannen, gezeten op omgekeerde mortelemmers, schafttijd. Het witte stof van slijpende collega’s is nauwelijks gaan liggen, maar dat schijnt hen niet te deren. De struiste onder hen weet in 1,5 hap een banaan weg te werken, z’n zwarte box t-shirt spant om z’n borst. Nowa Huta East Side staat erop geschreven in een trots lettertype als was het een deel van de Bronx.   Tram der arbeid In de zomer van 2006 reis ik per trein van Warschau naar Krakau. De rit is lang, het landschap lieflijk, de hemel blauwer dan blauw. We beleven prachtige dagen ik en het Kriskras reisgezelschap. De oude stad Krakau is sprookjesachtig, de mensen vriendelijk en de geschiedenis bloedstollend. Na een bezoek aan de zoveelste locatie uit Schindler’s List heb ik het echter wel gehad met de oorlogsdramatiek. Ik ben benieuwd naar sporen van een recenter verleden, naar hamers en sikkels, naar solidarnosc. Thuis in de bibliotheek had ik me reeds ingelezen. Een quasi door de tand des tijds verorberde reisgids prees een arbeidersstad pal naast Krakau aan. Wie gaat er mee naar Nowa Huta? Ik houd een wervend pleidooi over de droom van Lenin, arbeiderspaleizen en wellicht vergane glorie. Maar de groep zeurt over zere voeten en verkiest een pils op het terras. In mijn jeugdige koppigheid besluit ik het er alleen op te wagen. Ik haal m’n moedigste Duits boven en koop een kaartje voor de tram. Nach Nowa Huta? De jongen van het kleine kiosk steekt vier vingers in de lucht en wijst voor zich uit. Zodoende neem ik tram vier richting het oosten.   Droom van staal Als er een ultiem vervoersmiddel is om je naar Nowa Huta te brengen dan is het de tram. Geheel in de lijn van de sovjetideologie is het stadsdeel prima te bereiken met openbaar vervoer. Langzaam rijden we het oude centrum van Krakau uit en wordt het aantal toeristen op de tram drastisch uitgedund. Na de groene rand te doorkruisen belanden we in een zwaar geritmeerd stratenpatroon. Woontorens uit de jaren ’80 verschijnen als eerste aan de horizon om daarna over te gaan in oudere laagbouw. Deze laagbouw in opvallend slechte staat, maar wordt nog steeds bewoond. Een dikke roetlaag heeft zich aan de gevels gehecht, pleisterwerk brokkelt af. De zorgvuldig ingeplande groenperken zijn in geen jaren onderhouden en naast de megalomane hoofdlaan staan aftandse Lada’s en Volkswagens geparkeerd.   Met Nowa Huta (Nieuwe Staalfabriek) wilde het communistisch regime aan het einde van de jaren ’40 een nieuw gebied voor zware industrie creëren, oftewel een industriële pied à terre in het juist veroverde Polen. Het idee was de ideale sovjetstad te stichten inclusief moderne woonaccommodatie voor de arbeiders, als tegenwicht voor het meer bourgeois karakter van Krakau. Helemaal de stijl van het sociaal realisme werd het een planmatige aangelegenheid, met plantsoenen, winkels, cinema, theater en een oversized standbeeld van Lenin als middelpunt.   De tram zet zijn traject verder. Op het centrale plein kijk ik gek genoeg recht op een kerk. Die werd na de val van het communisme bij wijze van vrijheidsbeeld als eerste gebouwd. Even later passeren we het Theater Ludowy (het Volkstheater) waar Tadeusz Kantor ooit de decors ontwierp en zijn visie over de podiumkunsten bij elkaar schreef in z’n bekende manifesten. Aanvankelijk werd het theater geleid door een overlevende van de holocaust die zijn publiek bij wijze van catharsis de meest verschrikkelijke stukken voorschotelde. Tijdens de communistische dictatuur was het een plaats waar onder het mom van artistieke metaforen enige denkvrijheid mogelijk was.   Dan stopt de bebouwing en duikt de tramlijn het bos in. Boven berkenkruinen triomferen torens van fabrieken waar het Ruhrgebied jaloers op zou zijn. Ik voel me nietig tegenover de kathedralen van de industrie. Aan de laatste halte van de tramlijn stapt een leger arbeiders op. Ze zijn opvallend mager. Zwart stof hangt van in hun gezicht tot onder hun nagels. De sfeer zit er echter goed in, er wordt volop gelachen en gezwansd. Alweer een werkdag die erop zit.   Terug in het hostel staan mijn frisgedouchte medereizigers me al op te wachten. “En?” Ik kan slechts één adjectief verzinnen, orwelliaans.   Ostalgie à gogo Surfend op het internet tracht ik uit te vissen hoe het Nowa Huta de afgelopen 10 jaar is vergaan. Een ware metamorfose. De straten zijn onderhouden, de bloemperkjes ogen vrolijk en sommige gevels zijn opgefrist. Ook aan herbestemming is gedacht. Wat ooit de cinema was, is vandaag een supermarkt.   En er komen toeristen. In ludiek uitgedoste Trabi’s komen ze een ommetje maken. Nowa Huta is hip, op het internet zijn t-shirts te koop. Die vinden gretig aftrek onder een nieuwe generatie. Toch denk ik dat je hier nog steeds niet voor je plezier komt wonen. In Nowa Huta blijft het leven Spartaans en is arbeid het hoogste goed… of toch zolang de fabrieken draaien. Voor zij die dat niet zien zitten is er hoop in het Westen en een t-shirt van de internetshop.   Van droom tot stof Terwijl ik het historisch pand aan de Melkmarkt voorbijloop denk ik aan Antwerps stof op Poolse schouders. Denk ik aan het witte contrast met het zwarte roet tegen de gevels van hun ouderlijk huis in Nowa Huta. En denk ik aan vadertje Lenin die zich in Moskou aan een vernieuwd Rode Plein wellicht omdraait in z’n graf.

sofievand
3 0
Tip

Evolutie en beschaving

Heel vaak had mevrouw Piovanelli, als ze na het eten nog wat met haar man zat te praten, de wens uitgesproken dat, indien een van hen beiden, wat god mocht verhoeden, voortijdig zou komen te overlijden – dat hij dat dan zou zijn. Maar die dag stelde ze vast dat haar geduld minder groot was dan gedacht.   Met de jaren was het haar beginnen dagen dat hij nooit de man zou worden die zij gedacht had te ontmoeten toen ze hem zevenendertig jaar, vier maanden en negentien dagen geleden had uitgekozen. Uiteraard had zij hem steeds in de waan gelaten dat hij het was geweest die haar had gekozen, zoals het zou gelopen zijn mocht hij een echte man zijn geweest. Heel vaak had zij zichzelf al verweten dat haar gretig verlangen naar een man aan haar zijde het toen had gewonnen van haar zelfbeheersing. Het besef dat zij gevallen was voor zijn knappe verschijning was een dame als haar onwaardig en kwelde haar nog meer dan al de onhebbelijke eigenschappen die ze sedertdien bij hem had ontdekt. Dat zij zichzelf in deze situatie had gebracht, was allicht de voornaamste reden geweest waarom zij jarenlang had gemeend dit lot te moeten dragen. Zij had gezworen nooit nog haar gevoelsleven te laten primeren op goed fatsoen, geduld en welgemanierdheid. Zij had geslikt en gezwegen en een uitzonderlijke keer had zij de ogen gesloten voor zijn ongemanierde gewoontes, maar nooit was zij tegen hem uitgevaren.   Zijn volkse aard was zwaar om dragen, maar toch was dat niet haar grootste beproeving gebleken. Het was de leegte in hem, waarvan er met de jaren alleen maar meer leek te zijn gekomen, naarmate zijn struise lijf nog verder was uitgezet. Haar vader zaliger had haar erop attent gemaakt die avond nadat ze hem trots aan haar ouders had voorgesteld. Nadat hij geduldig had geluisterd naar haar enthousiaste verhalen over hun eerste weken samen en haar had verzekerd dat hij niets liever wou dan haar gelukkig zien, had hij voorzichtig gepolst of die jongeman wel genoeg inhoud had. Ze had de vraag destijds niet eens gehoord, maar had ze zich achteraf wel pijnlijk vaak herinnerd. Schoorvoetend had zij moeten erkennen dat haar vaders bezorgdheid volkomen terecht was geweest. Meneer Piovanelli was zwaar van postuur maar licht van geest, dat was de verpletterende waarheid die zij intussen niet langer kon ontkennen.   Mevrouw Piovanelli had zich uitgeput in vergeefse pogingen om zijn interesse te wekken voor de literatuur, de beeldende kunsten of de wetenschappen. Ze had hem meegenomen naar de grote Europese steden en was hem voorgegaan naar gerenommeerde kunsthuizen en musea. Talrijke schouwburgen en galerijen hadden zij bezocht en na haar vaders dood had zij diens bibliotheek met veel zorg laten overbrengen naar hun eigen woning. Het liet hem allemaal koud.   Niets had doen vermoeden dat die dag anders zou verlopen dan alle andere. Zij was vroeg opgestaan en had naar vaste gewoonte de ontbijttafel klaar gezet. Hij was ongeschoren aan tafel verschenen, had zich haastig volgeschrokt zonder haar een woord te gunnen en verborg nu zijn rood gezwollen hoofd achter het lokale dagblad dat hij weldra met zich mee zou nemen als hij luidruchtig zijn gevoeg ging doen. “Ik heb dat boek eindelijk gevonden,” zei ze. Hij zweeg. “Je weet wel, dat boek van Vonnegut.” Hij zweeg. “Van Kurt Vonnegut, over evolutie en beschaving, het speelt zich af op de Galapagos eilanden.” Hij zweeg nog steeds. “Ga-lá-pa-gos.” Ze noemde de lettergrepen luid en traag en liet vervolgens een stilte die hem geen andere kans liet dan te reageren. “Galawat?” vroeg hij verveeld.   Zwijgend stond ze op en liep naar het aanrecht achter hem. Ze nam de grote vleesvork, draaide zich om en plofte die zonder aarzeling diep in zijn hals. Een harde knal weerklonk, gevolgd door een walgelijk geluid als van een lange luide buikwind. Meneer Piovanelli vloog door de kamer als een ballon die wild wordt voortgestuwd door de lucht die ontsnapt langs dat ene gaatje. Ze wachtte geduldig af tot hij, zoals zij had verwacht, helemaal was leeg gelopen en alleen nog zijn omhulsel achterbleef op de koude vloer. Voorzichtig pakte zij de lege zak op en plooide die telkens dubbel tot ook de laatste lucht eruit verdwenen was. Vervolgens ontvouwde ze haar echtgenoot opnieuw tot zijn volle lengte. Het dunne vel paste nu precies tussen de kaken van de oude perforator uit vaders bibliotheek. Zorgzaam en geduldig knipte zij haar man tot kleine rondjes en verzamelde die in een lege bloempot.    

Roel Nijleend
10 0

Dag vriend Morgen........

Heel zachtjes roept hij mij. Hij roept al een tijdje en geeft niet op. Hij roept zo zacht dat je het bijna niet hoort. Hij is zó lief, zó geduldig en dat terwijl hij mij hard nodig heeft. Hij zit daar al een tijdje, rustig en verdekt opgesteld in zijn kuiltje. Hij is het gewend, hij zit daar al jaren heel geduldig. Ik heb hem namelijk al eerder verbannen. Hij is het gewend, hij kan daar overleven. Zo nu en dan hebben we contact, vooral de afgelopen maand. Dat bedenk ik me nu pas, achteraf. Ik communiceer onbewust met hem, ik vergeet hem regelmatig omdat ik niet teveel tijd aan hem wil besteden. Ik was hem bijna vergeten.  Weer roept hij zachtjes, ik hoor hem. De laatste paar dagen hebben we een intens contact. Hij is weer zó begripvol, lief, rustig. Het voelt fijn.   Vanmiddag toen ik probeerde mezelf aan te zetten om echt uit bed te komen, te douchen en mezelf aan te kleden hoorde ik hem weer. Niet zachtjes, maar helder en bewust. Hij heeft mij al zo vaak proberen te lokken naar zijn plekje en ik was al aardig op weg. Totdat ik een discussie met iemand had en zeer duidelijk vasthield aan mijn principes. Het was voor mij een situatie van herkenning, herkenning van hoe ik lang werd gemanipuleerd en hoe ik werd geleefd. Ik bleef standvastig en ontdekte dat ik luisterde naar mijn gevoel. Dat heeft lang geduurd! Ik wist echt niet hoe ik moest 'voelen' in bepaalde situaties. Hoe ik vanuit mijn gevoel een conclusie moest trekken en daarnaar handelen.   Weer riep hij mij, zeer overtuigend. Hij sprak mij liefdevol toe.  'Er is veel gebeurd de afgelopen dagen. Doe maar rustig aan, niets moet. Vandaag niet douchen en aankleden? Geen zin om te koken? Stofzuigen of andere klusjes? Hoeft niet, niets moet! Denk aan jezelf, doe rustig aan,  blijf lekker thuis, blijf lekker in je bed'. Ik nam mezelf voor, omdat het toch een koude, winderige.regenachtige, sombere zondag is, dat het vandaag nog wel mocht. Morgen weer een nieuwe dag. Morgen kom ik in actie. Morgen.... Morgen is morgen. Morgen denk ik al een tijdje, morgen. Welke dag is morgen?   Hij roept weer zachtjes, lief en rustig en zegt, 'neem je tijd, niets verplicht, doe zoals het je uitkomt'. Normaal is dit niets voor mij, ik kan slecht stilzitten, slecht niets doen, ik heb weinig geduld en zorg over het algemeen goed voor mezelf. In eerste instantie vond ik zijn aandacht voor mij erg prettig. Hij probeerde mij mijn rust te laten vinden. Maar wacht even, er is een grens, een grens aangegeven door mijn gevoel en verstand. Ik voelde de grens en werd mij bewust van mijn vriend zijn slechte intenties.   Mijn hele lieve, rustige, fluisterende, begripvolle vriend is niet zoals hij zich voordoet. Hij doet aardig en begripvol, hij wil dat ik dichterbij kom. Hij wil mij een hand geven en mij meenemen zodat hij niet meer eenzaam is. Of hij wil eruit en mij er tegelijkertijd intrekken. Ik had hem een tijd geleden de deur gewezen en uit mijn geheugen gewist. Bijna ben ik voor hem door mijn knieën gegaan. Bijna, want ik herkende hem! Ik probeer hem met al mijn kracht te negeren met oprechte hulp van echte vrienden. Ik ben opgestaan uit bed, lekker fris gedoucht, aangekleed en naar buiten gegaan. Ik kies zelf mijn vrienden en deze vriend wijs ik weer de deur,   Dag 'vriend',   Dag depressie.

Raba Tower
3 0

De zolderkamer

De zolderkamer.   Ooit een toevluchtsoord voor Barbie en Ken, cowboys en indianen, treinsporen en racebanen. Tiny, Harry Potter en Blinker verdrongen naar de hoogste plank van de boekenkast. Winny de Poeh en babysmurf, eens trouwe pyjamabeschermers, liggen weggemoffeld in de kast. Een deuk in de muur, een kras op de vloer en enkele tandafdrukken op de houten trapleuning getuigen van een woelig verleden. De kinderen werden groot, gingen op kot studeren en bleven uiteindelijk in hun studentenstad plakken. Ze kwamen niet meer terug. De kamer lag er eenzaam bij, kreunend onder de stilte en het gemis van kinderstemmen. Tot ik er mijn schrijfplek van maakte. Op zaterdagmorgen trek ik naar boven. Naar mijn nieuw ingericht domein. Om te schrijven, mijn fantasie de vrije loop te laten. Een zoektocht, via blad en papier, naar verlossing van mijn frustraties en ergernis. Correctie, ik probeer creatief te zijn. Gebrek aan Inspiratie? Laptop die weigert op te starten? Stomp potlood? Nee, gewoonweg een tekort aan doorzettingsvermogen. Ik heb geen wil, geen karakter. Mij ontbreekt het simpelweg aan moed. De durf om de volle wasmand te laten staan, de vuile ramen te negeren en de lege koelkast te trotseren. Urenlang ben ik in de weer met het huishouden en de boodschappen. Om dan, midden in de namiddag, eindelijk naar boven te trekken.           Boos. Boos op mezelf. Zoveel verhalen in mijn hoofd, zoveel ervaringen te delen. Het plot is uitgewerkt en het schema neergepend. Maar er komt geen letter op papier. Ik blokkeer. Wis hier een woord, daar een komma. Een synoniem wordt opgezocht, de betekenis van een woord nagekeken. Iedere alinea wordt herlezen, gemerkt en gewist. Niet tevreden. Morgen herbeginnen. Maar dan is er terug de was en de plas, die lege koelkast en de vuile ramen.

Chantal Pauwels
0 1

Mijn zonnehoed

                                               Mijn zonnehoed Elegant hangt mijn zonnehoed aan het rekje in de slaapkamer. Ze vervult haar taak als blikvanger met flair. Niet schreeuwerig, maar eerder subtiel met haar licht oker kleur, hier en daar onderbroken door enkele groene accenten. Een breed, kakigroen lint, achteraan geknoopt in een elegante strik, accentueert haar rieten structuur. De uiteinden van het lint hangen nonchalant over haar rand. Een tweede groen, smal lint, met de precisie van een Zwitsers horloge gestikt aan haar buitenste boord. Niet uitrafelend, zoals die bontgekleurde hoeden, maar een elegant smalle boord, net breed genoeg om het gezicht en haardos te beschermen tegen de felste zon. Ze straalt klasse uit, mijn zonnehoed. Niet opzichtig, trekt geen aandacht maar weet toch te charmeren. Ik herinner me de dag dat ik haar kocht nog als vandaag. Vier jaar geleden, vijf vriendinnen samen op reis naar het zonnige Zuiden. We genoten van de Provence, de zon en de vakantiesfeer. Op dinsdag gingen we shoppen. We pasten de mooiste kleedjes, kozen schoenen met uitdagende stilettohakken, kochten souvenirs en charmeerden mooie mannen met onze ‘Bonjour’. Rond de middag passeerden we een hoedenkraam. We probeerden enkele modellen uit, showden deze voor elkaar, lieten ons de commentaren van toevallige voorbijgangers en enkele toeristen welgevallen. De uitbater speelde het spel gretig mee. Wat als grap bedoeld was, werd ernst. Voor we het beseften, waren we hoeden aan het kopen. Mijn ene vriendin koos voor een rode, uitdagende sexy, de andere voor een koddig, klein hoedje. Besluiteloos stond ik in het rond te gapen. De uitgestalde hoofddeksels waren allemaal even mooi. Een zachte tik op mijn schouder, een oudere man keek me lachend aan. ‘Deze!’ Hij wees naar de elegante hoed met groen lint. ‘Deze zal goed bij u passen mevrouw.’ Sinds die dag reist ze met me mee naar zonnige oorden.

Chantal Pauwels
3 0

Advocaat van Sprookjesslechteriken

 “En ze leven nog lang en gelukkig…” Een slotzin waarmee u allen bekend bent. Het einde van het sprookje, het einde van de slag, het einde van slechte tijden…  Tenminste dat is wat u wenst te geloven. Mijn cliënten, u allen bekend als een jaloerse, boze stiefmoeder, een klein behulpzaam duiveltje of een boosaardige tweeling weigeren om nog langer in de schaduw van hun verlies te vertoeven. Het wordt tijd dat hun kant van het verhaal ook wordt verteld. Ook zij hebben recht op een definitieve en een eerlijke slotzin.   Mij eerste cliënt: de boze stiefmoeder van prinses Sneeuwwitje. U bent allemaal vertrouwd met het overbekende sprookje. Een jaloerse feeks vergiftigt de prachtige prinses, Sneeuwwitje, maar zij wordt gered door een echte liefdeskus. De boze stiefmoeder vindt haar einde in een gruwelijke storm waarbij ze per ongeluk van een klif valt.    Helaas moet ik u melden dat u bent voorgelogen. Het echte sprookje verliep heel anders.   Op de bruiloft van Sneeuwwitje en Charming werd de verslagen stiefmoeder op gruwelijke wijze gestraft. Zij moest dansen voor de bruid en bruidegom met roodgloeiende, ijzeren schoenen aan haar voeten tot ze er dood en verminkt bij neerviel.   Mijn vraag is: waren de intenties van de stiefmoeder wel zo vals als wij willen geloven? In het originele sprookje was Sneeuwwitje slechts veertien - in sommige versies slechts zeven! – jaar oud toen ze in de giftige appel beet. Een jong meisje dat bij zeven oude, vrijgezelle mannen verbleef! Is het dan niet beter om in een diepe slaap te vallen, in de wetenschap dat je enkel terug je ogen zal openen na een kus van je ware liefde.   Hierbij zou ik graag prinses Sneeuwwitje en prins Charming willen beschuldigen van vervalsing, kinderhuwelijk, martelpraktijken en moord.     Mijn tweede cliënt wordt vaak beschreven als een duivel, maar hij wenst aangesproken te worden met zijn naam: Repelsteeltje. Het verhaal is u waarschijnlijk bekend. Een beeldschone molenaarsdochter moet voor de koning hooi tot goud spinnen. Repelsteeltje schiet haar tegen betaling gedurende drie nachten ter hulp, maar op de derde nacht heeft de arme molenaarsdochter niets meer te bieden. De oplossing? Haar eerstgeboren kind zou van Repelsteeltje zijn, maar eenmaal de molenaarsdochter is getrouwd en haar eerste kind op de wereld zet, is ze niet meer bereid om het af te staan. Repelsteeltje geeft haar nog een kans: drie dagen om zijn naam te raden.   We weten allemaal hoe dit sprookje eindigt en, laat ons eerlijk zijn, dit is geen terechte afloop! Vindt u het maar normaal dat de nu koninklijke molenaarsdochter weigert om een afspraak na te komen terwijl Repelsteeltje in feite verantwoordelijk is voor haar rijkdom?   Hierbij beschuldig ik de molenaarsdochter van bedrog en discriminatie naar dwergen toe.     Mijn twee laatste cliënten zijn de stiefzusters van de wondermooie Assepoester. Eerst en vooral wil ik uw aandacht vestigen op de eeuwige discriminatie van aangetrouwde familie. Eenmaal het woord stiefmoeder of stiefzuster valt, worden zij afgeschreven als gewetenloze valse feeksen, maar is dat wel zo? Mag ik er u ook op wijzen dat deze ooit aristocratische familie leefde in tijden waar rijkdom en status de enige houvast bleken en waar trouwen met welgestelde families vaak de enige oplossing was om jouw familie van de ondergang te redden. Dit is precies waar de stiefmoeder naar streefde toen ze hertrouwde met  Assepoesters welgestelde vader. Dat deze wanhopige moeder alle hoop verliest na het overlijden van haar tweede echtgenoot en daarmee opnieuw in armoede terecht komt, is niet zo onbegrijpelijk.   Haar nu twee jongvolwassen dochters nemen echter het roer over. Wanneer de koning een bal aankondigt met als bedoeling een vrouw te vinden voor zijn zoon, grijpen zij hun kans om hun moeder alsnog een mooie toekomst te bieden.   Helaas wordt deze goedhartigheid vaak vergeten bij het aanzien van Assepoesters glanzende jurk en glazen schoentjes, maar als u een kritische blik werpt op het originele verhaal dan zal u hopelijk andere conclusies trekken. In hun wanhoop besloten de twee dochters hun eigen tenen en hielen af te snijden om toch in het glazen schoentje te passen.   Uiteindelijk was het toch Assepoester die wegreed met haar prins op het witte paard en de verminkte tweeling eenzaam achterliet. Bij wijze van straf om hun verraad pikten witte duiven de ogen van de zussen uit. De ooit beeldschone zussen eindigden als blinde, verminkte bedelaars op straat.   Alhoewel prinses Assepoester en haar prins Charming hier simpelweg de dans ontspringen, wil ik u toch wijzen op de onrechtvaardigheid in deze verhalen. Sprookjes zouden bestaan om ons moraal bij te brengen, maar bewegen zich soepel tussen de mazen van het net van goed en kwaad. Daarom smeek ik u als kritische moderne mens om voorbij deze zwart-witte sluier te kijken. Werp eens een blik op het verhaal van de slechterik. De bezorgde stiefmoeder die haar enige dochter wou beschermen, het behulpzame dwergje met toverkracht dat zomaar aan de deur wordt gezet en de wanhopige tweeling die er alles voor over heeft om hun familie een goed leven te schenken. Willen wij de wereld echt moraal bijbrengen, dan bekijkt u beter beide kanten van het verhaal, beide kanten van de medaille, want beide kanten glinsteren net zo hard in het licht van de waarheid.       Bedankt voor uw aandacht.   AN: Dit was orgineel mijn mondeling Nederlands examen 2015, de opdracht: een speech. Bij deze zou ik mij willen excuseren als ik uw kindertijd nu volledig naar de knoppen heb gewerkt! 

Rumpelstiltskin
21 0