Lezen

Spankeltje Hoop / God's verdediging / Advocaat van God

Advocaat van GodWat is de hel?Is het werkelijk enkel een overdreven schrikbeeld van vlammen , verderf en miserie met vlammen en bokpotige heersers die met een drietand cipier spelen in Gods gevangenis voor de onvergeeflijken? Of is het veel doodser dan dat en veel reëler dan dat? Wat als deze wereld de hel was? een relatief jonge planeet , uitsluitend gecreëerd als dumpingplaats voor al die hopeloze reddeloze individuen?een plaats waar vaag iets gekend is over een opperwezen dat een paradijslijk leven voor ogen had voor zijn gecreëerde mens... maar waar bovenal complete wetteloosheid regeert als het aankomt op elementaire moraal.Waar liegen loont, de wet van de sterkste heerst en alles gedreven door de belofte aan beloning of de dreiging van straf, een volk zover heeft af doen drijven van zijn eigen aangeboren instinct van wat goed is en wat niet, dat het enkel nog handelt om beloond te worden, of straf te vermijden...Een plaats waar kanker, aids en oorlogen vrij spel krijgen , gerechtigheid een woordgrap is die niets met rechtvaardigheid te maken heeft, en waarvan het sarcasme zo ver gaat dat zelfs vrouwe justitie op alle beelden blind word weergegeven.Ik ben niet religieus aangelegd maar rekening houdend met opties die niet bewezen en dus ook niet weerlegd zijn, stel ik vast dat als er een Godachtig iets is... het deze plaats redden niet tot zijn bevoegdheid rekent.Dat is minder negatief dan het klinkt.. Als het leven op aarde niet meer is dan een quarantaine voor mensen die eerst tot inzicht moeten komen, betekent de dood niet meer dan een verlossing... Wat waarschijnlijk de enige reden is dat religie het hier op een of andere manier toch heeft overleefd.Zonder angst voor de duivel heeft niemand echt nood aan God, en ook zonder he kerkelijke stelsel kan men angst en hoop oproepen om mensen aan te zetten tot wreedheden of hen beletten er tegen in te gaan.. Het verlangen naar macht zal altijd veel groter zijn dan de angst voor de risico's die het nastreven ervan inhouden, met uitzondering dan van het enige risico dat onmogelijk valt te vermijden, en iedereen, ongeacht zijn keuzes te wachten staat. de dood.Het is een vreselijke gedachte dat er helemaal geen ontwerper en dus ook geen ontwerp of plan is achter het ontstaan van de mens.. een nog ergere gedachte is dat we inderdaad alleen zijn in de ruimte.. en er in al die oneindigheid .. echt niets anders is dan deze planeet.. waarvan de inwoners door de eeuwen heen inventiever werden in hun wreedheden, maar niet in het wreed zijn zelf.In dat opzicht zou al het leed dat Gods afwezigheid bewijst.. wel verklaren zonder zijn bestaan te moeten ontkennen..Kanker , aids, oorlog, zou dan gewoon een van vele collectief te incasseren straffen zijn die we op onszelf hebben afgeroepen door het dagelijks herhaalde pervers egocentrisch geleide gedrag waar we elkaar mee ruïneren.Zo mysterieus en ondoorgrondelijk zit dat niet ineen.. kom overeen of loop samen in jullie ongeluk. Sterker nog , misschien duurde ook dat te lang en zijn al die vreselijke ziektes net een versnellende maatregel om van dat aards volkje komaf te maken. Want ofschoon er nog steeds mensen heilig overtuigd blijven van god en diens goedheid.. wordt hij zo in geen enkele van de religies echt blijk gegeven van die superioriteit. Als er een iemand zo vaak genoemd en beschreven is voor zijn onwrikbare wraakzuchtigheid dan is het wel diezelfde god.het blijft allemaal zinloos speculeren, …en vragen stellen waar geen antwoord op komt zorgt dan ook voor het wegvallen van de bereidwilligheid om een probleem op te lossen. welke drijfveer zou ons die plotse ommekeer dan wel moeten laten maken?Het blijft een persoonlijke keuze om dat vraagteken in te vullen of niet.. maar bij mij staat daar als antwoord dat we gedoemd zijn om het te stellen met wat ons werd gelaten.. een compleet afgebakende plaats waar we zijn overgeleverd aan elkaar.. en dan is sterfelijkheid eigenlijk gewoon een vorm van genade.. en de dood een soort van checkpoint om te herstellen.. als een back-up om naar terug te keren en opnieuw op te starten .. reïncarnatie zou zo inderdaad een heel erg schrale blijk geven van Gods tevergeefs blijvende hoop op onze redding.Al doet dat beeld het hem niet echt eer aan als opperwezen , dat tot alles in staat is, maar geeft het eerder blijk van eenzelfde soort destructieve koppigheid in liefde (noem t zo) als die van zwaar mishandelde vrouwen die door een stockholmsyndroom niet in staat zijn weg te gaan van hun beul. Alsof ook God onbewust vatbaar is geworden voor het kapitalisme dat ons zo verziekt, en hij nog steeds het omslagpunt waarop hij zijn return on investment kan terugwinnen afwacht, voor hij de stekker uittrekt op iets dat hem maar liefst zes volledige dagen werk kostte om te creëren.Al is het qua tijdsspanne wellicht eerder de vier miljard jaar die erop volgde waar hij of zij lijdzaam gedwongen werd toe te moeten kijken naar hoe niets , maar dan ook echt niets ons van onze aard lijkt af te helpen, wat zijn oneindig licht vasthoudend vat deed overlopen....Als een sportteam dat je zelf hebt samengesteld , voorgesteld en naïef hebt gepromoot als een groot succes , om het dan vervolgens in een oneindig verlengd spel te moeten zien falen op alle vlakken zonder een punt te maken , ondanks de vele over het hoofd geziene spelfouten en extra kansen..wat een afgang.Zelfs voor hij die enig is in zijn soort en dus geen reputatie hoog te houden heeft voor andere partijen die hem op deze blunder kunnen beoordelen, moet de schaamte enorm zijn.. Mocht hij of zij bestaan vind ik dat medeleven op zijn plaats is, want ik heb zelf ook mijn eigen ervaring in het aangaan van , en veel te lang blijven behouden van relaties die enkel in mijn hoofd veelbelovend leken en anderen deed wegrennen.. IN Gods verdediging had hij niet dat klankbord, of die rode vlag signalen van zijn omgeving die hem op ander gedachten had moeten brengen.Bij mij was het een keuze die te ontkennen... God is ook maar een ...In plaats van hem te verwijten dat onze planeet niet veel weg heeft van dat vaag omschreven en door niemand ooit echt geziene paradijs, moeten we misschien eerst inzien wat onze relatie is met God.Want in mijn ogen is die niet meer dan die van een in impuls aangekochte asielhond, waar al gauw spijt van werd ondervonden, maar uit principieel "belofte maakt schuld" met de verdere minimale zorg werd doorgedaan.Het is dus niet zo dat we hem of haar niets kwalijk mogen nemen.. het is eerder dat het wellicht weinig tot niets kan schelen wat wij nu eigenlijk vinden van dat leven dat ons werd gedwongen te leven en waar we tenslotte niet om hebben gevraagd, geen verdere uitleg bij krijgen, ...Het is ook niet echt bewijs van ouderlijke capaciteiten of tot volwassen gekomen verantwoordelijkheidsgevoel om leven verder te brengen dat enkel gevraagd of geëist word om hem op onze knieën te aanbidden.. zonder iets van die vaderlijke affectie te mogen ontvangen of opmerken, als een vergeten schoolproject dat om het toch maar in te kunnen leveren als iets doordachts dat af is, de salespitch krijgt dat ons het grootste geschenk van de vrije wil werd gegeven.. en zo ook meteen de schuld van het resultaat niet bij de maker maar wel van diens eigenwillige producten legt..Het kan natuurlijk ook veel simpeler zijn. Misschien verveelde deze entiteit zich en zijn wij hier op aarde niet meer dan wat mieren voor ons waren in bokalen op te warme dagen waarop niets te doen was. Misschien is god een goddelijke vijfjarige die niet tot meer in staat is dan zijn mysterieus werken... dat laat ons even objectief zijn veel meer weg heeft van kinderachtig theatraal overdreven rancune. Of heelt tijd werkelijk alle wonden dat 2300 jaar na de feiten , het laten sterven van alle eerstgeboren kinderen per gezin plots een verstaanbaar kleintje is dat wel begrijpelijk is onder de omstandigheden?Misschien is het zelfs niet eens verstandelijke-leeftijd gerelateerd. Zijn wij immers niet naar zijn evenbeeld geschapen?Misschien moeten we het allemaal zo ernstig niet nemen, en net zoals bij andere sprookjes en vertellingen die verzonnen zijn afsluiten met een eind goed al goed uitgangspunt. Een waarin wij de spreekwoordelijke spiegel zijn die god wordt voorgehouden en hem wijst op zijn eigen tekortkomingen , door het slechte voorbeeld te geven , en waar wij blijk geven van meer inzicht dor af en toe te leren uit onze fouten en geen vier miljard jaar blijven ontkennen een fout gemaakt te hebben, tot op het punt dat zelfs Narcissus zelf zou stoppen met waarschuwen over hoe hem dat is afgegaan en zou adviseren aan God om ermee op te houden en er eigenhandig mee zou helpen hem of haar uit dat lijden te verlossen.Gods hoop op verandering houdt ons in leven , tot we sterven.Dat is niet veel maar het is iets, noem het een sprankeltje hoop.En ze leefden nog lang en gelukkig.

Esje Volter
41 1

Generationele grootheidswaanzin

Alarmfase donkerrood! De lust is zoek en de mens gaat dood! Als aanstaande vaderkandidaten de drang niet meer voelen om toekomstige moeders te bestijgen, om hen tegelijkertijd te doen zwijgen en hijgen, zullen ze nooit meer kinderkoters krijgen. Gedaan met de kakpampers en pisdoeken! Nooit meer die spetterende kotsbuien vervloeken! Weg met speelgoed en boekentas, zakgeld en poppenkast! Foetsie puisterige pubers en adolescenten zonder centen! Vaarwel volleerde afgestudeerden, verbouwde vrouwen en verwenste venten! Mensen gaan kinderloos door het leven en zullen hun gaven en genen aan niemand meer doorgeven. Het voltijdse vrijgezellenleven, zeven dagen op zeven. Maar dan, nipt op tijd om de bevolkingsteller op peil te houden, besliste vader te doen wat alle dwaze raadgevers al lange tijd wouden. In het holst van de nacht grabbelde hij in zijn zak en raapte hij zijn moed bij elkaar, en nog voor moeder “Onnozele drol, niet weer in mijn poepenhol!” kon krijsen, was het huzarenstukje reeds geklaard. Mooi, ‘t leven is mooi! Zolang de bok niet schiet in de aars van de geit. En zo was de conceptie een feit. De baarmoeder raakte tjokvol, haar hormonen sloegen op hol en de zakgrabbelaar werd stilaan hoorndol. Maar negen maanden, een kuub kots en een doorgescheurde scheur later, kregen ze dan eindelijk hun kili kili-kleintje. Een verfrommeld rozijntje met een schreiende snater. Het allermooiste mirakel, voorspeld door het heiligste orakel, veilig beschut door moeders omarmende tentakels. Héél de wereld ligt aan zijn babyvoetjes. Van Afrika tot in Amerika, vanop de Himalaya tot in de woestijn, zat men al jaren op uitgerekend dít kleine wonder te wachten. Alleszins, dat is toch wat de vertroetelende verwekkers van dat verwend wensje dachten.  “Wees welgekomen, onze allerbelangrijkste gast, op deze prachtige aardkorst! Waarschijnlijk heeft u na die lange reis vanuit Uterus City erg dorst. Geen paniek, we hangen u dadelijk wel aan een sappige melkborst. Wat een toeval zeg, dat u van álle mogelijke ballen en bollen in dit uitzichtloze en uitdijende universum net deze bobbelbal er heeft uitgekozen! Heeft u een voorspoedige reis gehad? Geen last van een jetlag? Hopelijk heeft u geen kougevat, zo in uw bloot gat. Kom hier, dat ik u even toedek. Wees gerust, u zal niks tekortkomen in het hotel van uw dromen! Over dromen gesproken, wat hoopt u zoal tijdens uw aards verblijf tegen te komen? Want hier gaat het leven áltijd over rozen! Rozengeur en maneschijn, mijn liefste vriend. Alles en iedereen is fijn en niks of niemand doet u pijn, want enkel dát heeft u verdiend! Ik ben er zeker van dat u het aangenaam vertoeven zal vinden in ons all inclusive, exclusief, halfgaar en ietwat raar resort. U zal smullen en genieten, al uw wensen vervullen en de hoofdvogel afschieten, tegen een oogverblindend mooi decor. Heeft u op dit moment al dringende vragen? Nee? Prima, kleine prins, dan zal ik nu uw bagage naar de bel-etage laten dragen. Aha, hier zijn ze dan, uw persoonlijke gastheer en -vrouw! Dankzij hen wordt u op uw wenken bediend en staat u nooit ofte nimmer in de kou. Als er iets of niets is, dat maakt in feite geen fluit uit, geef dan gerust een gil of een krijs, gebaar of wijs, en zij toveren het tevoorschijn. Wees gerust, ze zijn te vertrouwen. Er komen heus geen onverwachte apen uit hun ondergekwijlde mouwen. En ook voor liefde, drank en spijs moet u bij hen zijn. Het paar draait vaak afwisselende shiften en het enthousiasme druipt er misschien niet altijd van af, maar ze staan 24 op 24 voor u paraat, ook al zijn ze doodop en pompaf, om zich hen ervan te vergewissen dat het goed met u gaat. Maak u dus maar geen zorgen, want er wordt continu voor u gezorgd. Uw koningssuite is uitgerust met een op maat gemaakt park. De tralies werden aangebracht voor uw eigen veiligheid. Vanbuiten doet het misschien wat denken aan een gevangenis, maar eenmaal binnen wilt u dat geborgen gevoel nóóit meer kwijt. Ongetwijfeld heeft u uw nieuwe knuffelvrienden al opgemerkt: de honingbeer, de bananenaap en het langoorkonijn. Geen zorgen, ze zijn aangenaam tam gemaakt en zullen voor áltijd uw speelkameraadjes zijn!  Schoonste schepsel des Heeren, gelieve mij te excuseren, maar is alles nog steeds naar believen? Indien het u enigszins zou plezieren, kan ik u voor morgen een interessant adres bezorgen. Daar kan u op papieren leren over de manieren van mensen en andere dieren. U hoort er mooie sprookjes vertellen, leert er snottebellen tellen en zelfs de basis van woorden lezen en catechese zullen ze zachtjes tussen uw hersencellen knellen. Spelend leren over de wondere wereld waarin we leven. Als u moe geleerd bent, kan u wat rusten. Als u moe gerust bent, kan u weer wat leren. Vrees niet, de innerlijke mens wordt niet vergeten, want ook levende halfgoden moeten van tijd tot tijd drinken en eten. Daarom vindt u er een lopend buffet van brikpakjes chocomelk, gemolken uit de uiers van bruine chocokoeien die buiten in het groene gras staan te loeien, en fruitsap, vergezeld van koekjes en fruitpap, nic’jes en nac’jes, en gezonde groentedrab. Mocht u zich overdoen tijdens de noen en overwegen om een plasje of een kakje te plegen, wees dan niet verlegen. Mevrouw de juffrouw komt met alle plezier uw bescheten bolle billetjes afvegen. Maar wat zie ik nu, kostbaarste klomp uit de ’s werelds diepste goudmijn, wordt uw stoeltje te klein en voelt de bepampering minder fijn? Dan wordt het misschien de hoogste tijd om te verhuizen naar een groter speel- en leerdomein! Graag iets actiever zegt u? En minder voorgeknabbeld eten op het menu? Geen probleem hoor! Wij zoeken naar een oplossing, daar dienen wij nu eenmaal voor. Als uw gastvrouw u al wat meer durft los te laten, kan u vanaf morgen dagelijks autoloos en autonoom, met uw drie-min-één-wieler, op uw nieuwe bestemming geraken. Met een hippe en blitse boekentas over uw schouders en een overvolle boterhamdoos aan boord, zwaait u vanaf nu al fietsend iedere ochtend naar uw ouders en trapt u op eigen krachten tot aan een nieuwe schoolpoort. Dankzij die dagelijkse inspanningen in de gezonde buiten zal u kanjers van kuiten en gezonde longen krijgen. Uiteraard zullen ze u binnen deze muren nóg slimmer maken dan u al was. Met úw capaciteiten wordt u gegarandeerd de primus van de klas! Hier kan u nog meer leren over het mirakel des leven, over fauna en flora, fysica en logica. Over andere landen en streken, over de verzorging van onze tanden en hoe die gekke Fransen spreken. Boeken over lang en langer geleden, alles netjes gedocumenteerd met tekst en tekening, van toen tot op heden. Wist-je-datjes over spullen en prullen om uw harde schijf met enen en nullen op te vullen. De wijze onderwijzers zullen u het rechte pad wijzen en álle geheimen van deze wonderbaarlijke wereld onthullen! De tijd vliegt als u zich amuseert. Zeker als u ook nog eens wordt getrakteerd op pure verwennerij van eigen makelij. U heeft mogen genieten van tongstrelende culinaire creaties van uw persoonlijke chef-kok. U bent gereisd naar onvergetelijke exotische locaties, veilig vervoerd onder moeders rok. U likte aan waterijsjes en mooie meisjes, ging op dure schoolreisjes en stond bovenaan puberale verlanglijstjes. Dag in dag uit werd u beschermd voor de loerende gevaren van buitenaf. Nooit heeft u zich zorgen moeten maken, nooit kreeg u een onverdiende straf. Iedereen heeft altijd zijn uiterste best gedaan om u op uw wenken te bedienen, maar nu wordt het tijd om op uw eigen benen te staan... en uw kamersleutel in te dienen. Beste oppergast, er is een moment van komen en een moment van gaan. Dat tweede moment begint te naderen. U heeft van zowat alles genoten dat we te bieden hebben, er zijn geen brochures meer over om door te bladeren. Heeft u al eens nagedacht over hoe u uw verdere tijd, vanaf morgen tot altijd, zou willen doden? Het is voor een hele poos, maar de opties zijn ein-de-loos! Wat denkt u van achtbaantester, vrijheidsvechter of advocaat? Hoewel, dat klinkt ondermaats, neem toch maar oliemagnaat. Ik weet het! Restaurantrecensent, frontman in een rock’n’roll band of de hoofdrol in een kaskrakende Hollywoodprent! Of toch liever superatleet, vrouwenmagneet of de goeroe van een crashdieet? De gereïncarneerde Peter Pan, de leider van de Ku Klux Klan, de president van Iran of simpelweg een modale brave huisman? Want weet u, alles mag en alles kan! Raar maar waar, de toekomst is maakbaar, uw dromen zijn aaibaar. Álles wat onmogelijk lijkt, ligt in feite binnen handbereik. Als u er maar hard genoeg voor werkt en in gelooft, worden uw gebeden gehoord. Beloofd! Adieu, vaarwel, auf wiedersehen, goodbye! Veel succes, zwaai zwaai, doe het goed man, en tot in den draai!” Patat! De hoteldraaideur smakt keihard tegen zijn onvakkundig afgeveegd gat. De echte wereld staat klaar om verkend te worden, zonder beschermengelen die zich met zijn problemen mengelen, zonder ouderlijke handjes boven het hoofd die zijn veiligheid waarborgen. Ondertussen is hij een grote jongen, even verstandig als zelfstandig, en van een verkeerd wereldbeeld doordrongen. Naïef en bedorven, plots een vat vol zorgen en niet gewapend tegen de uitdagingen van morgen. Met heimwee zal hij terugdenken aan zijn onbezorgd vijfsterrenverblijf. Met weemoed zal hij ondervinden dat de echte wereld hem ziet als een inwisselbaar nummertje, want in werkelijkheid heeft hij weinig om het lijf. Toegegeven, er zijn meer onzekerheden dan waarheden in het leven, maar dát staat buiten kijf. Hotel Mama is permanent gesloten. Vanaf vandaag staat hij op zijn eigen manke poten en wordt hij door de harde realiteit onverbiddelijk teruggefloten. Hij mag werken, hopen en geloven hoe hard hij ook maar wil. Voor niets gaat de zon op en buitenshuis is het koud en kil. Fabeltjes worden ontkracht, de slaap wordt uit zijn oogjes geveegd. Papa en mama hadden de wijsheid helemaal niet in pacht en hebben gemakshalve schuldig verzuim gepleegd. Dat de Kerstman, Sinterklaas en de Paashaas niet bestaan, kwam indertijd – in zijn kindertijd – al keihard aan. Nu is het hoog tijd om te leren dat Fluffy, het schattig wit troetelkonijntje, nooit is verhuisd naar een mooie boerderij, maar dat hij het zelf al smikkend en smakkend heeft opgepeuzeld, met zwarte pruimen erbij. En moet ge nu eens iets níet weten? Mammie droeg haar grote zonnebrillen niet enkel tegen de stralende zon, maar ook om de tanende plekken te verbergen, aangezien jaloerse pappie weleens losse handjes krijgen kon. Eigenlijk boterde het al jaren niet meer tussen die twee uit elkaar gegroeide individuen, hoewel ze leugentjes om bestwil en de schone schijn nooit hebben lopen schuwen. Want o wee als zoonlief ooit door zou hebben gehad dat er iets niet pluis was, met zijn doorsnee kwab hersens zou beseffen dat hij niet het magnus opus van de Schepper was. Dat hij meer noch minder waard en gevraagd dan elk ander kind op aarde was. Dat hij eigenlijk niet eens gemist zou worden als hij er nooit geweest was... Grote jongens wenen niet, ook al hebben ze verdriet. Wie weet ligt er met een beetje geluk nog wat leuks in het verschiet. Nu is het tijd om zelf te zorgen voor vier muren en een dak boven zijn hoofd, die hem beschermen tegen de krachten van de natuur en het jatgedrag van zijn gebuur. Hij moet op zoek naar voedsel en zal dit op de koop toe zelf moeten koken en kanen, iedere dag en om de zoveel uur. Hij zal werk moeten zoeken en zwoegen voor zijn geld, smart en leed moeten trotseren. Niemand heeft hem dat ooit verteld, dus zal hij het op de harde manier moeten leren. De rozengeur en maneschijn moeten plaatsmaken voor dagelijkse sleur en hartpijn. De dieren zijn niet langer aangenaam tam, maar bijten. De kogels van échte speelgoedgeweren penetreren dodelijk onze weke lijven. Er lopen gewetenloze criminelen rond, zonder een greintje spijt van hun feiten, en rotzakken met hun broekzakken vol lekstokken, die met hun fikken niet van kinderen kunnen blijven. De fonkelende medaille heeft een minder fraaie keerzijde, en na jarenlange zonneschijn staat hij nu, zonder paraplu, in de regen, waar niemand hem op voorbereidde. Want alles gaat kapot en iedereen gaat dood. Alle schoonheid vervaagt en vergaat langzaamaan, op deze alsmaar doldraaiende aardkloot. Ondertussen heeft hij het wel door, werd hij met zijn snotneus plat op de feiten gedrukt. Natúúrlijk loopt evenaar noch nulmeridiaan door zijn stinkend gat. Was hij dan helemáál van de pot gerukt? Hij ís geen mirakel, het leven ís geen vermakelijk spektakel, en niemand kan de sloop van zijn zelfgebouwde luchtkastelen ook maar een sikkepit schelen. In zekere zin is hij bijzonder, zoals ze dat ook zeggen over andersvaliden of mensen met een IQ van 70 of daaronder, maar hij is allesbehalve een wereldwonder. Feitelijk is niemand echt onder de indruk van zo een onbeduidende opdonder. In de ogen van papa en mama was hij uiteraard het summum der menselijke makelij. Ze droegen hem op handen, beten vaak op hun tanden, beschermden hem met hand en tand, en hielden hem angstvallig blij. Goede bedoelingen op overschot, daar twijfelt niemand aan, maar als later het echte leven met hem spot, zal hij dan zijn mannetje kunnen staan? Want weet, de toekomst is niet maakbaar, dromen zijn niet aaibaar. Hopen, naar boven staren en om Gods hulp smeken is lui, en daarenboven sterk overroepen. Bidden is nutteloos, want niemand zal naar uw jammerklacht luisteren. Dat generaties gepamperde gastjes zich groots wanen, zult ge mij niet horen roepen. Ik zal het hooguit eens in hun oortjes fluisteren. Terwijl ik stiekem probeer hun kamersleutel af te snoepen.

Junior
8 0

Courage

Langzaam valt de nacht. Iedere keer opnieuw. Dag na dag. Het uitzicht blijft gelijk. Windmolens, spoorwegen, silo’s en boten. Kranen bewegen zich dansant verder. Hun koppen, met verlichte ogen, als voorhistorische dieren. Traag maar statig spiedend naar prooi. Water klotst heen en weer in een door ruwe mannenhanden gehouwen kuip. In de met modder bedekte bedding zit troosteloos een visser op een krukje. Vislijn in het water, sigaret in de mond. Eindelijk rust, denkt de visser. Zelfs nu het donker is zit hij daar als een versteende pilaar, druppeltjes somberte parelen van zijn vissershoedje. Wanneer hij omkijkt dreigt de eeuwige stilstand. Het gevaar zit hem op de hielen. Ik kijk, zoals iedere avond, uit het raam. ‘Den Dries’ is stilgevallen. Geen verkeer onder de straatlantaarns. Hoogstens opwaaiend stof in de greppel. Een zwerfkat laat zichzelf uit. Daar schuift een boot door het gebeuren. Contouren van mensen bewegen zich vloeiend over het dek. Vuurrode aspuntjes lichten zo nu en dan op. Ze grijpen het leven waar iedereen machteloos toekijkt. Roken als daad van protest tegen de eenzame uren benedendeks. Verder zwaaien windmolens. Tientallen windmolens zwieren hun wieken flikflak heen en weer. Het lijkt een dans. Eenzame hyena’s die spoorslags verder wieken met het kapmes op vinkenslag. Zoevend gebrom. Dat gebrom lijkt een symfonie. De weeë geur van geronnen papier en verdorven gist vult de ruimte die er nu, meer dan ooit, uitziet als een zwart gat. Uiteindelijk blijft alleen het geluid nog over. Symfonie van geklak en geklok. Zo lang de nacht zijn deken spreidt deinen wij hier aan land ook mee op het ritme van onzekere wereldreizen van olietankers uit Panama en containers uit Canada. ‘Den Dries’, ik proef de woorden, ik proef de naam: ‘Mijn Dries’. Ik hou van deze plek. Ik hou van wie hier woont. We zijn paljassen, allemaal. We hebben niets. Wat fabrieken, meer niet. Daar werken we. In shiften. Allemaal. Sommigen hebben geprobeerd te ontsnappen. Sommigen zijn mislukt, maar we hebben ze allemaal in de armen gesloten. Keer op keer. Dat doen wij. Wij snappen de poging en respecteren die. Van vader op zoon, van moeder op dochter ook, je blijft hier. Er is geen ontsnappen aan. Uiteindelijk hebben we het allemaal minstens overwogen. Sommigen misschien maar een keer. We hebben allemaal gefantaseerd om het zeegat in te duiken en te kiezen voor eindeloos blauw en straatlengten eenzaamheid. Dat leek ons beter dan hier te blijven waar iedereen op je huid zit. Waar we als een soort koor ons leven in pertinente samenzang overleven.

Thomas De Mulder
56 1
Tip

Zigeunerin

Ik zit alleen aan de ontbijttafel. Mama ligt in de hangmat met de ogen dicht. De zon maakt haar haren glanzend goud. Met haar vrolijke roze bloemenjurk lijkt ze wel een klein prinsesje die geniet van de zon. Maar dat doet ze niet. Als mama daar zo ligt zoekt ze haar tao. Ik hoorde haar daarover praten met een vriend en heb dat woord eens op google opgezocht. Tao is het Chinese woord voor “weg”. Ik dacht eerst dat ze de weg naar Brussel kwijt was, want ze heeft al de hele maand de trein niet genomen. Maar toen ik het aan de juf vroeg zei ze me dat die weg eigenlijk symbool is voor rust. Ze vergeleek het met het zenmoment in de klas wanneer we rustige muziek op zetten of elkaar masseren wanneer er teveel drukte was. Dat vind ik altijd heel fijn. In de klas is het soms zo lawaaierig dat mijn hoofd zou ontploffen. Soms word ik dan heel kwaad en dat vind ik zelf eigenlijk niet leuk. Mama zegt dat het leven te kort is en de wereld te mooi om onze tijd te verspillen met kwaad zijn. Zij wordt bijna nooit kwaad, zij zorgt voor zen bij ons thuis, en voor zonneschijn. Maar die zon is al een paar weken verdwenen. Misschien was het ook lawaaierig in mama's hoofd? De dokter zegt dat mama ziek is omdat ze teveel werkt en te weinig slaapt. Maar dat denk ik niet, want mama valt na het eten altijd in slaap voor tv. En ze is nooit kwaad als wij 's nachts wakker worden. Nee, ik denk dat het de schuld is van de vaatwasmachine. Door die stomme machine is mama haar tao kwijt en is de zen in huis verdwenen. En daarom ligt ze nu stil in de hangmat en laat ze mij alleen aan de ontbijttafel zitten. Mama had al wel 100 keren aan papa gezegd dat de vaatwas stuk was en de glazen en borden nooit meer proper waren. Papa zei dan dat mama er teveel vuile borden in stak. Dat begreep ik niet... een vaatwasser maakt de vuile borden toch proper? Elke keer opnieuw heeft mama de vaat dan maar met de hand opnieuw gedaan en zei papa dat hij de vaatwasser had gerepareerd. Maar na een week was hij steeds opnieuw stuk. Daarnet was het opnieuw zover. Mama was al lang wakker en zat met mijn broer voor tv toen ik opstond. Omdat ik niet alleen zou moeten ontbijten kwam ze in de keuken de vaatwasser leeg maken. Ze trok de vaatwasser open en haalde er één vuil kopje uit, bekeek het en zette het terug in de machine. Ze deed de deur weer dicht en ging naar buiten. Zonder iets te zeggen ging ze met gesloten ogen in de hangmat in de tuin liggen. Daarom zit ik nu alleen aan de ontbijttafel. Ik doe mijn ogen dicht net als mama in de hangmat en zoek mijn tao. Voor mij staat plots een blij meisje met lang zwart krullend haar en een lange wijde groene rok met roze bloemen. Ze lijkt op een zigeunermeisje. Maar aan haar groene ogen herken ik mijn mama, ogen die blinken als diamanten. Rond haar middel heeft ze een mooie zilveren ketting met kleine pareltjes en belletjes. En in haar oren dansen de grote fel gekleurde oorringen die ik voor haar gemaakt had. Ze loopt lachend naar de vaatwasser, zwiert de deur open en neemt er een bord uit. Ze begint met haar handen te draaien en het bord maakt sierlijke bewegingen door de lucht. Mijn hartje wordt helemaal warm van dat dansen en van de muziek. Muziek? Waar komt die muziek plots vandaan? De muizen die mama's bureaukast elke winter vol strontjes achterlaten staan in de hoek van de keuken. Ze hebben elk een instrument: een banjo, castanjetten en een accordeon. Mama had de muizen op verschillende manieren proberen verjagen, maar ze kwamen elke keer terug. Nu zijn ze haar gezelschap en vindt ze het niet erg om elke lente een grote schoonmaak te houden. Om mama te bedanken voor haar geduld spelen ze nu haar lievelingsmuziek. En de zigeunerin danst en danst. Plots trekt ze de keukendeur open en zwiert het dansend bord de tuin in. Ze gooit haar haren naar achteren en slaakt een juichende kreet van plezier, van opluchting. Dan neemt ze nog een bord, draait een rondje en gooit. En nog één, en nog één, steeds sneller. De muizen spelen steeds luider, de dans wordt steeds zwieriger, het aantal kapotte borden en kopjes in de tuin steeds groter. Ze dansen en maken muziek tot de vaatwasser leeg is. Dan gooit de mooie zigeunerin de deur van de vaatwasser dicht, geeft mij een hand en samen stappen we naar buiten. Daar staat mama's lievelingspaard met kar: een klein indianenpaard met bruine en witte vlekken. In de hangmat ligt de prinses die ik niet ken, een traan rolt over haar wangen. Naast mij in de kar zit mijn mama, de zigeunerin. Samen gaan we op weg, op zoek naar onze tao.

Fien SB
167 5

Nieuwe oude toestellen

We hebben gisteren samen met papa boodschappen gedaan. Dat vind ik meestal fijn. Aan de kassa kan ik papa altijd overhalen om bloemen mee te nemen voor mama. Maar gisteren was het extra leuk, want we hebben voor mama een nieuw toestel gekocht. Een oud toestel eigenlijk, want mama houdt van oude dingen. Het is een bruine houten bak waar je grote zwarte platen, een cd-tje en een cassette kan insteken. Wij hebben nog veel cassettes, die heeft mama allemaal bewaard. Sommige waren wel zo oud dat het lintje kapot brak toen mijn broer en ik er wilden naar luisteren. Aan de voorkant van die bruine bak staan er ook nog twee grote draaiknoppen waarmee we een radiopost kunnen kiezen. Het ziet er helemaal anders uit dan ons toestel die we vorige maand kapot gemaakt hebben. Dat toestel had felle lichtjes en een ingewikkelde afstandbediening waar mijn broer en ik volgens mama veel te veel op duwden. Platen had ik nog nooit gehoord, want mama haar platenspeler was al jaren stuk. Ik was best wel nieuwsgierig om te horen welke muziek uit die grote zwarte schijven kwam. Dus dit cadeau zou niet alleen mama, maar ook ons echt blij maken zei ik toen papa in de winkel nog twijfelde. En dat was ook zo. Mama had blinkertjes in haar ogen toen ze gisterenavond de doos open deed. Vandaag is ze dan ook extra vroeg opgestaan. Toen wij beneden kwamen was de tafel op het terras mooi gedekt. De zon scheen al heel fel en mama zat naast de platenspeler. Op de grond lagen verschillende platen. Mama koos een Spaanse plaat omdat de zon scheen. Marcel zijn ogen stonden wijd open toen mama het bruine deksel opende en de grote zwarte schijf neerlegde. En ook ik keek nieuwsgierig hoe ze voorzichtig de naald op de plaat zette. Eerst was er geen geluid, enkel een zacht geruis van het draaien van de plaat en een beetje gekraak van de naald. Maar dan werd de hele ruimte gevuld met Spaanse klanken en pakte mama mij vast om te dansen. Mijn hartje danste van geluk. Mama zegt dan dat ze gelukkig wordt als mijn ogen zo stralen. En dan stralen ze nog meer.  Mama kijkt er al naar uit om ons al haar oude plaatjes te leren kennen. En ook de radio vindt ze geweldig. Die radioknoppen doen haar denken aan de radio van marraine, die nu bijna 100 jaar is. Je hoeft maar aan die ene grote knop te draaien om de post te verzetten en je kan gemakkelijk zien hoever je moet draaien, want een plastic stokje verschuift langs een lijn met nummertjes zoals een meetlat die we in de klas hebben. Geen felle lichtjes of een afstandbediening met teveel kleine knopjes, maar gewoon één grote draaiknop. Mama houdt van simpele dingen en ze zegt dat we tijd moeten nemen om te luisteren en te kijken. Dat doen we te weinig zegt ze, gewoon kijken en luisteren. Het is zoals met haar oude walkie-talkie. Die vindt ze veel leuker dan een gsm. Bij een walkie-talkie kan er maar één persoon tegelijk spreken, de andere moet luisteren. Pas als de persoon die spreekt “over” zegt, krijgt de andere de kans om iets te zeggen. Dat vraagt soms heel veel geduld. En het duurt zo lang, maar het is wel spannend om te wachten tot het jouw beurt is. Met een gsm kan je elkaar continu onderbreken, je kan spreken wanneer je maar wil en het gaat allemaal sneller. Ik vind een gsm wel gemakkelijk, maar voor mama gaat een gesprek soms te snel, want als ze de telefoon neerlegt weet ze niet meer wat er gezegd is. Daarom telefoneert ze niet zoveel. Ik wel, ik praat graag. Papa vindt me een kwebbelkous. Maarzet me naast een oude platendraaier en je hoort me niet meer hoor. Dan word ik een mini-versie van mama en vloeit er soms een traantje van geluk.

Fien SB
13 3

Personage

Ik heb mijn personage naar de trein richting dood laten vertrekken. Ruim vijftien maanden droeg ik het verhaal met me mee. Omdat ik weet wat haar te wachten staat, bleef ik het vertrek uitstellen. Ik zocht uitwegen, deed vluchtpogingen of probeerde haar te laten onderduiken. Maar de waarheid is meedogenloos, bovendien is ze te belangrijk om niet verteld te worden. Hier ligt het dagboek van Sura Pessa Lipszyc. Centraal bovenaan op de beige kaft van het schrift, een wit etiket met dubbele blauwe rand, de hoekjes afgekant. Binnen het kader staan drie lijnen voorgedrukt, maar het schrift kreeg geen titel of naam. Het lijkt ongebruikt, maar als je beter kijkt, zie je dat de hoeken licht gekruld zijn, een plooi loopt van boven links tot rechts onderaan over het soepele karton. ‘Lief dagboek’ opent het op 1 juli 1942. Binnenin is het tot halverwege gevuld, geschreven in een keurig meisjeshandschrift. Sura Pessa beschrijft haar leven als vijftienjarige in het bezette Antwerpen. Op 3 augustus van datzelfde jaar schrijft ze haar laatste woord: ‘Adieu’. Het dagboek is in Borgerhout gebleven. De schrijfster koopt een kaartje voor de trein naar Mechelen. Op 5 augustus meldt ze zich met haar oproepbrief in Kazerne Dossin en vertrekt met het tweede transport op 11 augustus naar Oost-Polen. De transportlijst meldt het volgende: 802.  Lypszcik Sura Pessa, –         25.10.25 – Zdunska Wola, – Staatenl. – Nähschule. Handmatig is een rode letter F toegevoegd voor Frau, zoals 9 van de 10 namen op de lijst. En twee blauwe V’s, twee vinkjes die getuigen dat Sura Pessa wel zeker daar aanwezig was. De trein houdt halt aan de zogenaamde Judenrampe, een perron in het rangeerstation, vanwaar ze na lang wachten nog een 800 meter te voet richting Auschwitz II-Birkenau moest gaan. Sindsdien ontbreekt elk spoor van Sura Pessa. Ze kreeg geen kampnummer getatoeëerd, werd dus niet voor arbeid geselecteerd maar rechtstreeks de dood ingestuurd. Net zoals haar twee zussen en ouders ruim een week later op dezelfde plek. Sura Pessa heeft dit laatste nooit geweten, tegen die tijd was ze al niet meer bij de levenden. Het tweede transport waar zij mee vertrok, vervoerde 999 mensen, slechts drie van hen overleefden de oorlog. Sura Pessa’s laatste woorden blijven als een brok in mijn keel steken. De tranen zoeken al geruime tijd hun weg naar boven. Bij het woord ‘Adieu’, dat zowel Frans als ook Jiddisch kan zijn, slik ik. Dan knalt de krop uit mijn keel en loop ik over. Het is een afscheid van een personage maar evengoed van iemand die echt, het grootste deel van haar korte leven, in mijn huis heeft gewoond. Toen de namen een gezicht kregen, was ik diep geraakt door haar indringende blik. Ik wist meteen dat zij mijn personage zou zijn, zocht en vond een reeks sporen van haar bestaan, bewaard in ambtelijke systemen. Eén foto van haar als baby, op de arm van haar moeder met haar broertje erbij. De andere als bozige veertienjarige vrouw, diezelfde foto die op de muur in Dossin samen met al die andere portretten, een gezicht aan de gruwel geeft. Ik leefde met haar mee als tweejarige peuter, net uit Polen gemigreerd en hier wonend in grote armoede. Ik zag haar opgroeien en spelen, als tienjarig meisje haar kleine geheimpjes tussen de spleten van de plankenvloer verbergen. Ik leefde mee in haar dagboek als zestienjarige puber: kwaad op de wereld die haar verbiedt zichzelf te zijn. Een puber die niet beseft dat ze weer richting Polen wordt gestuurd om te sterven in haar geboorteland dat ze als baby ontvlucht was. Ik rouw om iemand die ik nooit gekend heb, maar die me dierbaar is. Ik rouw om alle twaalf bewoners van mijn huis die naar Auschwitz zijn gestuurd. En om iedereen die hetzelfde lot onderging.

Marieke Genard
38 2

Viktor

Op een zaterdag in 2011 besliste Viktor zijn mes met aardbeienconfituur niet schoon te vegen aan zijn witte boterham. Hij plantte het tuig in het bestekmandje van de vaatwasser en probeerde in zijn baan naar de trap de diagonalen van de koude vloertegels te tekenen met zijn blote dikke tenen. Bij het horen van de kreunende trap kreeg hij plots spijt van zijn vrolijke bewegingen. Alsof de oude treden hem probeerden duidelijk te maken dat verbeelding niet aan de orde was, dat de toekomst wel zou oordelen of hij zulke frivoliteiten mocht verderzetten, niet het heden.  In zijn kamer opende Viktor de bovenste bureaulade en nam de brief die twee jaar geleden zijn wereld op z’n kop zette. Het was een donderslag bij heldere hemel geweest, die als een echo bleef kaatsen in zijn puberende hoofd. Hij opende het geruite papier dat hij ooit in de vuilnisbak vond. Minuscule vezels dwarrelden doorheen een straal ochtendzon naar beneden; de brief was het niet meer gewoon zich ontvouwd te voelen. Nog steeds waren het deze letters die Viktor aan het blokjesparket nagelden. Hoewel ze aan zijn moeder waren gericht, las híj de woorden van zijn vader.  De man schreef dat hij spijt had, spijt dat hij haar had verlaten, spijt dat hij toen vooral bang was om vast te roesten, bang voor het gewone, de sleur die hij steeds duidelijker afgetekend zag rondom zich. Hij vroeg om de draad na al die jaren weer op te pikken, het te proberen, en of ze eens konden afspreken. Hij sloot af met naam, adres, email.  Viktor ademde weer. Dit is wat hij over zijn vader wist. Hij dacht niet dat zijn moeder het lef had hierop in te gaan, nee, dat zou ze nooit doen, gedane zaken namen bij haar geen keer. Maar Viktor wou meer. Hij zou met hem afspreken, in naam van zijn moeder. Die man moest toch weten dat hij een zoon had? Dat hij wellicht net voor de zwangerschap de vlucht koos. Hij moest toch weten dat het gewone niet altijd een sleur blijft, maar steeds beweegt en soms vervliegt, net als water.  Viktor klapte zijn computer open.  -  Het routeplan dat Viktor voor het opstappen van de loketbediende had gekregen, vertoonde na een rit van een uur en twaalf minuten nieuwe grenzen. Na tig keer vouwen en ontvouwen werden stad en noordwijken in vlakken verdeeld die dreigden te scheuren. Het plan toonde straten waar hij nog nooit was geweest en hun namen kwamen niet overeen met wat Viktor door het bekraste glas zag. De bus trok zich in de met fabrieken volgestouwde Lijsterlaan ronkend op gang naar de laatste halte, samen met Viktors hoop zijn biologische vader alsnog te ontmoeten. Hij zal zich toch niet bedacht hebben? Het eindstation naderde en de laatste medepassagier was zonet verdwenen. Zou híj zich vergist hebben van lijn? Hij nam immers niet vaak de bus en wanneer hij het deed volgde hij simpelweg zijn vrienden.  Telkens Viktor in de achteruitkijkspiegel keek, kruiste zijn blik die van de bestuurder. Toen de man vertraagde en bruusk zijn uitgestoken kin richting Viktor draaide, schudde Viktor haastig zijn hoofd. Hij wou niet stranden aan de laatste halte. De man plantte zich mompelend weer in zijn vertrouwde positie, keek een laatste keer naar de spiegel en zette de bus aarzelend in beweging. Misschien kwam hij pas helemaal op het eind? Net zoals hij al die jaren niets van hem liet weten. Viktor dacht aan wat zijn vader gisteren nog mailde. Hij zou pikzwarte schoenen dragen met daarboven een donkergrijze kostuumbroek en wit hemd.  En toen zag hij het. Ze waren er altijd geweest, de zwarte schoenen. Vol onwetendheid hielden ze om beurten alles in beweging. Hoe kon hij dit over het hoofd hebben gezien? De dienstlichten van de bus waren al gedimd, maar in Viktors hoofd werd alles helder. Was hij het nu? Een man wiens grijze hoofd door de jaren heen steeds dichter naar het grote stuur plooide. En wat nu? Moest hij opstaan vanuit zijn loge om deze arme man van het toneel te halen, hem de deur uit te trappen en de straat opstampen? Moest hij hem werkelijk vertellen hoe de vork in de steel zat? Of moest hij alles laten zoals het was en bleef de man enkel achter met de ontgoocheling zijn oude liefde niet te hebben ontmoet? De bus draaide de sorteerplaats op, schoof door bundels kille ledverlichting en sloot zich aan in een rij lotgenoten. Met ruwe bewegingen vulde de chauffeur zijn rugzak. Een witte roos werd geknakt door een nog zware brooddoos. Viktor scheurde het routeplan doormidden en wandelde met slome passen richting uitgang. 

de amechtige specht
19 1