Lezen

Het zwembad

Koos was al geruime tijd niet meer in het zwembad geweest. Er was hier echter niks veranderd, constateerde hij, terwijl hij zijn kleedhokje afsloot. De tegels op de vloer niet, de zachtgele muren niet, zelfs de plastic kledinghaken waren nog dezelfde als voorheen. Normaalgesproken deed hij op woensdagmiddag weinig bijzonders. De krant lezen of even zijn rug strekken op de bank. Sinds hij op advies van de bedrijfsarts nog maar twee halve dagen per week op het verzekeringskantoor mocht werken, had Koos zeeën van tijd over. De eerste weken had hij veel moeite met al die loze uren gehad. Vooral vanaf een uur of een in de middag. Te laat voor nog een kop koffie, te vroeg voor een borrel. Vaak liep hij dan maar een extra rondje met Fikkie door het plantsoen, maar nu het buiten ijzig koud geworden was, deed hij dat voorlopig liever niet. In plaats daarvan schilde hij dan maar vast de aardappelen of dopte hij de sperziebonen voor de warme maaltijd.   Koos vouwde zijn kleren op en stopte ze in de stoffen boodschappentas. Bij gebrek aan slippers had hij zijn sandalen meegenomen. Hij had een hekel aan de vieze vloeren in het zwembad. Het was een ware kunst om ervoor te zorgen dat je niet in haren, pleisters of in een uitgesmeerd patatje stapte. Hij trok het touwtje van zijn zwembroek aan en stapte in zijn sandalen. Met een handdoek over zijn schouders en de boodschappentas aan zijn arm liep Koos de galmende geluiden van het zwembad tegemoet. Luid gejoel, een harde gil, kinderstemmen, een snerpend fluitsignaal. Koos was tien jaar terug in de tijd. Hij voelde het handje van zijn kleinzoon Max in de zijne en hoorde het aandoenlijke stemmetje ongeduldig vragen: ‘Opa, opa, zullen we samen van de glijbaan?’ Koos legde zijn tas en handdoek op een van de plastic kuipstoelen bij het raam en keek aandachtig rond. Het viel hem op dat er in het pierenbad een pinguïn, vis en kikker bijgekomen waren. Ze spoten straaltjes water uit hun bek. Max had dat vast erg leuk gevonden, dacht Koos. De digitale klok boven het diepe tikte doorlopend de secondes van een minuut af. Koos was benieuwd of hij nog steeds in staat was om een flinke duik te maken en binnen de minuut aan de andere kant van het zwembad weer boven water te komen. Hij vermoedde van niet. In de afgelopen jaren was hij van één naar twee pakjes sigaretten per dag gegaan. Evengoed stapte hij, achter twee slungelige knapen aan, de trap naar de hoge duikplank op. Onderwijl sprak hij zichzelf moed in. ‘Je kunt het, je kunt het,’ mompelde hij. ‘Wat zei je, mafkees?’   Verschrikt keek Koos op. Een van jongens keek hem recht in zijn ogen aan.   ‘Praat niet tegen mij, ouwe,’ zei de jongen. ‘Neem me niet kwalijk,’ zei Koos. ‘Bek houden,’ antwoordde de jongen en hij draaide zich weer om. Voetje voor voetje stapte Koos even later naar voren. De donkere strepen op de bodem van het zwembad golfden zacht heen en weer. De duikplank leek hoger dan eerst. Had hij een acute vorm van hoogtevrees ontwikkeld? Of was het gewoon alweer iets waar hij plots in faalde? Hij voelde zich weeïg worden. Teruglopen was geen optie. De man achter hem tikte met zijn ring op de metalen leuning. Zoals de badmeester vroeger in gestaag tempo op het trapje klopte. Door-gaan. Door-gaan. Door-gaan.      Koos telde tot drie, haalde diep adem en stapte de duikplank af. Als een zoutzak viel hij naar beneden. Hij plonsde in het water, tikte met zijn tenen de bodem aan en kwam weer boven. In schoolslag zwom hij naar de kant en hees zich omhoog. Zijn oog viel daarbij op het bubbelbad, te midden van de stroomversnelling. Koos liet zich in de stroomversnelling glijden, sloot zijn ogen en liet zich meevoeren. Als hij langs een harde waterstraal kwam, werd hij even weggeduwd, wat een glimlach op zijn gezicht deed verschijnen. Om hem heen hoorde hij hoe de kinderen verwikkeld waren in hun fantasieverhaal over een schipbreuk. ‘Hou mijn hand vast, ik ga dood!’ gilde een meisje luidkeels. ‘Kan niet, ik ben te ver,’ riep een stem in de verte terug. Koos opende zijn ogen en stak zijn behaarde arm uit. ‘Hier,’ zei hij, ‘een stuk drijfhout, hou je maar vast.’ Het meisje keek hem aan en greep in de bocht naar de plastic palmboom. Koos dreef verder af en kon niet zien hoe lang ze zich vast bleef houden. In zijn volgende ronde door de stroomversnelling hing ze er niet meer en nam hij de afslag naar het ondiepe bad. Hij zwom onder het bruggetje door, totdat hij de bodem tegen zijn knieën voelde schuren en ging staan. Hij keek naar een jongetje dat van het kleine glijbaantje naar beneden roetsjte. ‘Opa! Kijk dan!’ hoorde Koos in zijn gedachten en hij zwaaide naar kleine Max. ‘Sta je lekker te gluren?’ vroeg een doorrookte Caballerostem achter hem. ‘Viespeuk!’ Met tranen in zijn ogen stapte Koos het zwembad uit, pakte zijn tas van het kuipstoeltje, schoof in zijn sandalen en liep naar de douches. Er was toch wel een hoop veranderd sinds kleine Max er niet meer was, constateerde Koos, terwijl hij het warme water op zijn hoofd liet kletteren.      

Juliëtte Rosenkamp
35 0

Eenheidstaal voor EU

De Europese eenwording wordt niet alleen bemoeilijkt door politieke stoorzenders maar ook door het gebrek aan wil om revolutionaire besluiten te nemen die Europa verder op weg helpen in de juiste richting waartoe zij nu eenmaal is voorbestemd. Bijvoorbeeld de heikele kwestie om een eenheidstaal aan te duiden die de communicatie tussen alle burgers wiens toenadering nu nog goeddeels door taalbarrières wordt verhinderd, vlot te trekken. De moeilijkheid hier ligt in het feit dat iedereen zijn eigen moedertaal koestert en beziet als de beste en de mooiste van alle gangbare talen. Veel heeft hier te maken met sentiment, natuurlijk is men het meest gehecht aan de taal die men van in de wieg met de paplepel kreeg voorgeschoteld en vaak associeert met een 'thuisgevoel' en een zorgeloze jeugd. De EU erkent thans met haar 28 lidstaten 24 talen als officiële talen op haar grondgebied. Als teken van respect voor diversiteit kan dit tellen maar de vraag is of zo'n overdaad aan officiële talen in de praktijk wel werkbaar is? Om nog maar te zwijgen van het gigantische kostenplaatje dat dit pakket aan vereiste vertalingen van wetteksten en brochures met voorlichting met zich meebrengt. Toch is het niet vreemd dat de EU in haar opstartfase deze talen dergelijke erkenning verleent. Hoe zouden de volkeren der kandidaat-lidstaten anders ooit bereid zijn gevonden om in het Europese verhaal te stappen als de supranationale overheid niet bereid zou zijn geweest om de moedertaal van deze miljoenen mannen en vrouwen met waardering te bejegenen? Deze generositeit heeft echter ook een niet te onderschatten keerzijde: zij zorgt er voor dat de politieke besluitvorming in Europa als geheel aanzienlijke vertragingen oploopt: een heus leger van duizenden tolken en vertalers is voortdurend in de weer om alle wetsvoorstellen en wetteksten en andere teksten met een officieel karakter begrijpelijk te maken voor anderstalige Europeanen door de bronteksten om te zetten in de taal van het doelpubliek. En wat als deze vertalingen niet altijd accuraat zijn en bij de lezer of toehoorder een ander beeld oproepen dat afwijkt van het originele? Met de historie van de fameuze 'Toren van Babel' in het achterhoofd moet dit gegeven ons terecht zorgen baren: de bouw daarvan werd volgens de overlevering stilgelegd omdat de bouwers allemaal een andere taal spraken en daardoor met elkaar in de clinch kwamen te liggen. We moeten oppassen dat het met Europa niet ook die kant op gaat als iedere natie koppig blijft vasthouden aan de eigen streektaal en haar idioom: zo schieten we niet op met elkaar. Wij als Europeanen moeten dringend gaan inzien dat een gemeenschappelijke taal die we een hoofdrol toekennen kan fungeren als een bindmiddel en voornaamste methode om de toenadering tot elkaar te versnellen. Omdat ikzelf actief ben in een beroepscategorie die veel met buitenlandse klanten omgaat ervaar ik dagelijks aan de lijve hoe een gedegen talenkennis barrières kan slechten en hoe een gebrek aan talenkennis deze anderzijds kan opwerpen of versterken. Laten we om te beginnen de feiten onder ogen zien en erkennen dat er één lingua franca in de maak is en dankzij haar toenemende populariteit aan een natuurlijke opmars bezig is: het Engels dat op termijn het Duits, het Spaans en het Chinees het nakijken zal geven. Strikt genomen is de meest gesproken taal ter wereld het Chinees maar wat kunnen we daarmee aanvangen als we weten dat buiten de Chinezen zelf haast niemand die taal machtig is, zo aartsmoeilijk is zij om aan te leren. We doen er verstandig aan om iedereen die overweegt Chinees te leren daarin aan te moedigen met het verstrekken van gratis studiebeurzen van overheidswege want (zoals ik elders in dit boek uiteenzet) is het van het grootste belang om te kunnen beschikken over een grote reserve aan China-kenners en sinologen, zoals ook een grote reserve aan arabisten haar voordelen kan bewijzen. Maar om deze talen -het Arabisch en het Chinees, naast het Russisch en het Spaans -die ik ook belangrijk acht- te gaan 'adopteren' als officiële taal is een brug te ver. Het Engels daarentegen wordt door minder mensen gesproken dan het Chinees maar is wel veel wijdverspreider. Het Engels staat onbetwist op de eerste plaats in de rangschikking van 'tweede talen', waar ook ter wereld, waarvan de bewoners enige notie hebben. Het is de officiële taal van één van onze belangrijkste handelspartners, de VS, én bovendien de officiële taal van het land dat het meeste bezwaar maakt tegen een volwaardig EU-lidmaatschap: Groot-Brittannië. Geen wonder: de Britten waren betrokken partij in twee Wereldoorlogen waarin de Duitsers de agressor waren en hebben eeuwenlang op voet van oorlog geleefd met de Fransen, waarom dan -luidt de redenering- zouden ze deel willen uitmaken van een politieke unie waarin notabene Frankrijk en Duitsland gezamenlijk orkestleider willen spelen? Deze ongepaste maar begrijpelijke argwaan en scepsis zou juist een stimulans moeten zijn voor de Europese politieke zwaargewichten om doorheen de gehele Europese Unie het Engels te introduceren als gemeenschappelijke tweede taal. Dat wil zeggen: Geen enkele nationale taal -zoals het Frans, Duits of Spaans- hoeft te wijken of terrein te verliezen ten nadele van het Engels maar deze laatste wordt simpelweg vanaf een bepaalde datum onderwezen als standaard tweede taal in àlle Europese onderwijsinstellingen -van de basisschool tot en met de unief. Dat houdt bijvoorbeeld in dat studenten in Frankrijk niet langer kunnen kiezen voor Duits als tweede taal -dat is immers het Engels- maar desgewenst kunnen ze hun lessenpakket zodanig samenstellen dat ze het Duits er als derde taal bijnemen. Het invoeren van het Engels overal als tweede taal zal uiteraard als resultaat opleveren dat na een paar generaties nagenoeg iedere Europese burger deze taal feilloos zal kunnen beheersen zonder afbreuk te doen aan de waarde en het belang van de eigen nationale taal en er bovendien voor zorgen dat de weerstand die nu nog vele Engelsen voelen voor Europa zal afbrokkelen. In mijn eigen werkomgeving merk ik op dat steeds meer buitenlanders het Engels bereid zijn te hanteren als communicatiemiddel over de (binnen-)grenzen heen, ofschoon nog teveel van hen proberen vast te houden aan hun eigen taal, in zoverre dat mogelijk is. Duitse klanten bijvoorbeeld zijn trots op hun Duits en begroeten mij steeds in hun eigen taal in de ijdele hoop dat hun groet in dezelfde taal zal worden beantwoord. Is dat het geval dan zijn zij zeer blij en dankbaar de conversatie met de niet-Duitser in het Duits te kunnen verderzetten. Geeft de gastheer te kennen het Duits niet of onvoldoende machtig te zijn dan kunnen de Duitse bezoekers moeiteloos maar met lichte tegenzin overschakelen op het Engels en doen ze dat ook. Heel anders is het gesteld met de Fransen en de Spanjaarden. Deze weigeren halsstarrig een andere dan hun eigen taal te spreken, veelal uit onkunde, en maken zich daardoor ongeliefd in het buitenland. De Fransen hebben dan nog als voordeel dat nogal wat niet-Franse Europeanen een aardig mondje Frans spreken maar de Spanjaarden moeten vaak tot hun ontzetting vaststellen dat hun Spaans veel minder in trek is op het Europese vasteland en dienen dan noodgedwongen hun maaltijd in een restaurant te bestellen met behulp van gebarentaal. Ik kan me voorstellen dat een bezoekende Amerikaan of Chinees die toevallig getuige is van zo'n tafereel zich de opmerking laat ontvallen: 'Moet dit nu Verenigd Europa voorstellen? Die hansworsten spreken geeneens eenzelfde taal!' Als Europa kan verplichten dat iedere luchtverkeersleider Engels kent (dat moet wel want anders kan een vliegtuig neerstorten als de piloot niet begrijpt welke richtlijnen hij van de verkeerstoren ontvangt) waarom kan Europa dan niet verplichten dat iedereen die een openbare functie bekleedt -politieman, loketbediende, medische hulpverlener- over hetzelfde talent beschikt? Hoe erbarmelijk is het met Europa gesteld als een Finse automobilist die op een Franse autostrade aan de kant van de weg wordt gezet door de verkeerspolitie niet uitgelegd krijgt welke overtreding hij beging omdat geen van beiden dezelfde taal spreken? Het opleggen van het Engels als gestandaardiseerde tweede taal is de meest logische stap die de Europese Commissie moet nemen om de volkeren van Europa nader tot elkaar te brengen en deze beslissing kan niet snel genoeg worden genomen. Liever vandaag nog dan morgen als men de échte vereniging van Europa waarlijk serieus neemt. De Europese burgers met te weinig sympathie voor het Engels moeten dit niet gaan bekritiseren als een dictaat of een verplichting van Brussel maar louter als een evolutionair gegeven (alle indicatoren wijzen er op dat het Engels op natuurlijke wijze onder de Europese bevolking en in de rest van de wereld als belangrijkste taal wordt aanzien) dat door deze maatregel enkel op weg wordt geholpen. Het is een vorm van 'vooruitdenken', zeg maar anticiperen op een feit dat zich binnen pakweg tien jaar onvermijdelijk zal aandienen. Als het over tien jaar zover is en we gaan er als Europese regering dan pas rekening mee gaan houden (door bevel te geven tot het drukken van nieuwe schoolboeken, brochures enz.) dan komen we schromelijk te laat en zijn we op achtervolgen aangewezen ten aanzien van de rest van de wereld die in alles competitief is. Nemen we nu reeds alle nodige maatregelen met de wetenschap dat het over tien jaar staat te gebeuren dan kunnen we deze race nog winnen in de kenniswedloop die evenzeer belangrijk, zo niet belangrijker, is dan de wapenwedloop daterend uit de tijd van de Koude Oorlog. En bovendien zullen de Engelsen bijzonder gecharmeerd zijn door dit initiatief en met minder negatieve gevoelens het Europese project beginnen gadeslaan en het, in het beste geval, wel gaan omhelzen? Terug nu naar de Fransen en Spanjaarden die nog steeds denken dat hun taal voorbestemd is om stormenderhand de wereld te veroveren: we moeten deze chauvinisten met hun neus op de feiten drukken en hen diets maken dat het Engels hen allang heeft voorbijgestreefd. Het pleit is beslecht: wie tegenwoordig naam wil maken in de wereld en iets te zeggen wil hebben moet het Engels onder de knie hebben. Vele Europese lidstaten hebben in de afgelopen jaren terecht 'inburgeringscursussen' ingevoerd voor inwijkelingen die kandidaat staatsburger zijn. Na deze cursus te hebben verwerkt dienen de kandidaten een soort van examen af te leggen waarbij onder andere hun kennis van de officiële taal van het gastland wordt gemeten: is die onbestaande of niet op peil dan kan hen de toegang tot het land worden geweigerd. Hetzelfde principe zou moeten gelden voor de kandidaat-Europeaan van de toekomst. We kunnen ze niet uitwijzen -de meesten zijn nu eenmaal geboren in Europa- maar als blijkt dat ze de verplichte officiële taal van Europa niet kennen kunnen we ze uitsluiten van bepaalde economische of fiscale voordelen uitgaande van de EU, op dezelfde manier waarop lokale overheden thans onaangepaste burgers bepaalde voordelen misgunt. Met name Fransen en Spanjaarden -maar ook een flink gedeelte van de Italianen en Grieken- hebben dringend nood aan bijscholing als ze opgang willen maken in het Europa van de (nabije) toekomst. In dit licht bekeken is het verzet dat nationalistisch gezinde politieke partijen plegen te organiseren tegen de invloed van opkomende talen lachwekkend en getuigend van een achterlijkheid die doet terugdenken aan middeleeuwse barbarij. Laten we de situatie in mijn eigen land opnieuw tot voorbeeld nemen. Militanten die gelieerd zijn aan de NVA van Bart De Wever voeren jaar in jaar uit actie tegen de verfransing van Vlaams Brabant in het algemeen en meer specifiek de Brusselse Rand. Herbergiers die het 'aandurven' te kiezen voor een uithangbord met een Franse naam voor hun etablissement worden te schande gemaakt en de Franse ondertiteling van 'Vlaamse' straatnaamborden en bewegwijzering worden uit ongenoegen door Vlaamse radicalen overschilderd. Het is intriest te noemen dat mensen die zichzelf als politicus betitelen zich anno 2013/2014 nog met dergelijke stupiditeiten inlaten. Echter, de meeste "thee huizen" die hun klanten thee, koffie en gebak voorzetten noemen zich overal te lande al tientallen jaren 'tea room', ook in het Vlaamse gedeelte, maar daar kraait geen haan naar want het is immers een Engelse benaming en geen Franse, dus niet-bedreigend in de ogen van de Vlamingen. Is het trouwens niet verwonderlijk dat de Vlaamse regering een pak subsidiegeld spendeert aan de publicatie en verspreiding van een geheel Engelstalig weekblad, 'Flanders Today', ter promotie van Vlaanderen bij de Engelstaligen? Zou men hetzelfde doen met een Franstalig weekblad dan zouden de Vlaamsgezinden allicht moord en brand schreeuwen... In een electoraal opbod, om van deze radicale partijen zoveel mogelijk kiezers af te snoepen, vertonen ook de meer gematigde partijen een ergerlijk kopieergedrag door met nog strengere maatregelen uit te pakken die de 'verfransing' van hun streek moeten tegengaan. Zo beslist in volle zomer van 2013 het stadsbestuur van Menen, het Vlaamse grensstadje dat op een boogscheut van Frankrijk verwijdert ligt en een burgemeester heeft van CD&V huize (de Vlaamse "Christelijke Volkspartij") dat Franstalige inwoners die zich met vragen aan het onthaal van de stadsdiensten aanmelden voortaan enkel nog in het Nederlands te woord zullen worden gestaan. Zelfs als de stadsambtenaar van dienst het Frans perfect beheerst is het hem verboden om mensen die uitsluitend Frans spreken in hun eigen taal verder te helpen. En als het gesprek spaak loopt heeft de inventieve burgemeester daar iets op gevonden: pictogrammen. De verbouwereerde bezoeker krijgt -zoals in de kleuterklas- een reeks eenvoudige tekeningetjes voorgelegd waarna hij er eentje moet aanwijzen dat overeenstemt met het geval waarvoor hij een beroep wil doen op het stadhuis van Menen... Provocerende en idiote Kafkaiaanse toestanden ten top maar allemaal een maat voor niets want het hysterische stadsbestuur van Menen vergeet één zaak: Niet het Frans maar het Engels zal in de toekomst nog meer opgang maken en zowel het Vlaams als het Frans gaan overvleugelen hoewel dit voor beide stagnerende talen geenszins het einde hoeft te betekenen. Nogmaals: een gemeenschappelijke taal is onontbeerlijk als men de vereniging van Europa in de hoogste versnelling wil doorzetten en daarom stel ik voor dat er een Europees televisie nieuwskanaal wordt opgericht dat uitsluitend uitzendt in het Engels in alle lidstaten, met (desgewenst) ondertiteling in de eigen taal via teletekst. De zender dient dan alle nieuws te brengen over Europa dat relevant is voor de inwoners, algemeen nieuws zowel als regionaal.    

Olli Salvatore
31 0

GEWENST: VERPLICHTE OPLEIDING VOOR KANDIDAAT-POLITICI

Als Europa zichzelf positief wil onderscheiden van de rest van de wereld, en alle dictators in de dop de kans wil ontnemen om zich te manifesteren en Europa verder schade toe te brengen door volkeren intern tegen elkaar op te zetten, dan moet het serieus gaan nadenken over een nieuw systeem dat ik hier en nu voorstel en dat er in bestaat dat in het vervolg tijdens verkiezingen zich uitsluitend nog mensen mogen kandidaat stellen die een speciale opleiding tot politicus hebben doorlopen! Het valt toch niet te begrijpen dat aan beroepen met een verantwoordelijke functie, zoals leraren, magistraten, politiemensen, enzovoort, hoge selectiecriteria worden gekoppeld, maar dat uit de grijze massa, zonder vooropleiding of psychologische screening, iemand naar voren kan treden die dankzij louter voldoende stemmen tot minister kan benoemd worden en opeens de zorg en verantwoordelijkheid draagt over het lot en welzijn van miljoenen mensen? Recente studies van psychologen wijzen er op dat de mensen die de meeste kenmerken van psychopathie bezitten te vinden zijn onder politici. Dat is een verontrustend gegeven dat er ons als volk moet van weerhouden aan willekeurige individuen zoveel macht ineens toe te vertrouwen. In Europa kan namelijk iedereen het tot politicus schoppen: fortuinzoekers, avonturiers, agitatoren, tot en met charmezangers. Onder het Italiaanse premierschap van Silvio Berlusconi hebben we gezien tot welke excessen dit kan leiden. Deze man bepaalde gedurende vele jaren nagenoeg in z'n eentje het beleid, met desastreuze gevolgen voor zijn land en haar schatkist, terwijl hij -zo is achteraf gebleken- al die tijd nauwe banden onderhield met de maffia. De enigen die van zijn beleid beter werden waren het misdaadsyndicaat en hijzelf; toen hij na heel wat malversaties, financiële en seksschandalen, moest aftreden, was zijn land ei zo na bankroet, terwijl zijn persoonlijke fortuin was aangedikt. Het oprichten van scholen, waar kandidaat-politici verplicht een cursus geschiedenis, economie en politicologie moeten volgen vooraleer zij het recht krijgen om naar de gunst van de kiezer te mogen dingen, is volgens mij dé aangewezen methode om het kaf van het koren te scheiden en er voor te zorgen dat enkel mensen met een geschikt profiel een politieke carrière kunnen ambiëren. Maar het zou opnieuw te gemakkelijk zijn om zich louter te hoeven inschrijven en met de hakken over de sloot voldoende punten te behalen om met een politieke loopbaan van start te kunnen gaan. Neen, toekomstige leerlingen worden eerst onderworpen aan psychologische tests en een streng toelatingsexamen. Blijkt dat zij geestelijke afwijkingen hebben dan kunnen zij gelijk hun politieke droom opbergen; blijkt tijdens de ondervraging dat zij niet weten wat de Holocaust precies inhield, of wie Maarten Luther King was, of hoe een parlement functioneert enzovoort, dan worden zij evenmin toegelaten. Dergelijke preselectie zou de toekomstige politieke werking van Europa zeker ten goede komen. In 2011 ging de Amerikaanse republikeinse presidentskandidaat Herman Cain volledig de mist in tijdens een tv-interview toen hem gevraagd werd naar zijn mening over de politieke crisis in Libië. Hij wist er geen zinnig antwoord op te geven en struikelde over zijn woorden. Zijn geschiktheid om een land als de VS te leiden werd onmiddellijk in twijfel getrokken. In dit informatietijdperk kunnen we het ons niet veroorloven om politici aan de top te hebben die onwetend zijn over belangrijke nieuwsfeiten. Europa mag niet dezelfde uitschuivers meemaken maar moet er kunnen op vertrouwen te worden bestuurd door capabele mensen die de wereld als hun broekzak kennen en altijd up-to-date zijn. Daarom moet het vak van politicus een beschermd beroep worden met opleiding en scholing voor de kandidaat-politici, net zoals dat in China het geval is. Onze politici hebben een voorbeeldfunctie en dienen zich dienovereenkomstig te gedragen. Zij die zich bezondigen aan corruptie dienen onmiddellijk uit hun ambt te worden ontheven, evenals degenen die zich op onrechtmatige wijze geld toe-eigenen, zoals loon voor prestaties die zij nooit hebben geleverd. In 2013 betrapte een Nederlandse filmploeg van de blog ‘GeenStijl’ verschillende Europarlementsleden op heterdaad terwijl ze inklokten om te laten uitschijnen dat ze een vergadering gingen bijwonen (waarvoor ze later een premie zouden opstrijken) terwijl ze spoorslags weer vertrokken. Minstens twee van de politici die door de reporters bij het verlaten van het parlementsgebouw op hun laakbare gedrag werden aangesproken werden verbaal agressief en één er van ging de reporters zelfs te lijf. Europa zou strenger moeten optreden tegen dergelijke excessen (een reprimande alleen volstaat niet) om de burgers te verlossen van het vooroordeel dat de Europese politiek een kaste is van zakkenvullers die zichzelf bevoorrecht.

Olli Salvatore
10 0

Writers Block

Als de woorden niet meer moeiteloos langs de punt van mijn pen het papier bereiken wordt het gapende gat in mijn hart almaar groter, wordt de stilte almaar ondraaglijker. Ben ik wel een schrijver, of zal uiteindelijk blijken dat dit weer een van mijn idealistische dromen is? Een droom die ik nooit zal kunnen verwezenlijken omdat mijn talent enkel een illusie was. Nu de monsters in mijn hoofd verdwenen zijn, en ik weer helder kan denken lijken ook al mijn woorden zich te verschuilen. Heb ik werkelijk niets meer te zeggen, heb ik werkelijk niets meer gedacht?   Het is alsof mijn pen geen bekende meer is, maar een kennis die me enkel even de hand schudt als we elkaar vluchtig ontmoeten op straat, onderweg naar elk onze eigen bestemming.   Snel nog even achterom kijkend in de hoop dat mijn blik nog snel de zijne kruist en ik gerustgesteld word door zijn vertrouwde glimlach.  Het is een gemis, maar tevens ook een uitdaging om het onbeschreven blad voorzichtig te verkennen en er hier en daar een woord op te smijten, niet wetende wat voor effect dit zal hebben. Met korte en hevige snokken het woord uit vegen en een ander woord in de plaats. Onzeker, twijfelachtig. Zijn het enkel waanzinnige woorden die de oppervlakte kunnen bereiken? Of is mijn stem  haar volume kwijt? Misschien is dit stilzwijgen vergankelijk en zijn mijn woorden gewoon even op rust. Misschien ben ik gewoon wachtende, even on-hold, tot er weer iets te beschrijven valt. Tot er weer iets mijn woorden waard is. Laat me maar geloven dat dit tijdelijk is, de stilte voor de storm.

Cienn
13 0

Tachtig jaar vooruit

Ze werd tachtig, en ze heeft spijt. Niet omwille van de leeftijd maar omdat niemand foto's nam. Met een echte camera. Iemand had toch, op deze bijzondere dag en bij het feestelijk diner kunnen denken aan de creatie van een aandenken. Die persoon had daar werk van kunnen maken; de mensen schikken bij de vier gangen op het menu. Het decor zag er huiselijk uit, hoewel hoegenaamd niets aan thuis refereerde. Er stonden bloemen in het midden, jassen hingen over stoelen. NIemand die ergens over hing van te veel drank. Er werden slechts twee beelden van het gebeuren vast gelegd, met de gsm. Je kon ze meteen zien, niet als aandenken maar als rechtstreeks verslag. De verjaardag is de nacht voorbij nu, het is een andere dag. Vanf nu is het uitkijken naar het jaar dat haar echtgenoot de tachtig zal bereiken. Twee jaar geduld en gezondheid. Zoveel dagen tellen, en dan de herhaling. Foto's. Kleurrijke? Of zou ze voor zwart-wit opteren? Portretten of groepfoto's? Wilde iemand op de foto? Mensen hebben vreemde wensen, verbonden aan een aversie of een verlangen soms. Ze had verwacht dat iemand een woordje zou spreken; rechtstaand en in de belangstelling van alle aanwezigen. De woorden zouden haar belonen, in de welverdiende kijker zetten, haar hart beroeren, ontroeren. Iemand had een tekst geschreven, maar het niet gebracht. Er was te weinig liefde, te weinig verbondenheid. De avond hing met haakjes van plicht aan mekaar, als twee helften van een bh. Vrouwelijk en mannelijk aan een lange tafel, hier en daar wat kaarslicht, een aantal glazen wijn. Gesprekjes met mensen waar iets mee kon worden opgebouwd. Het up-to-daten van verloren gegane contacten, alsof het water er werd uitgeperst. Om dan later weer te laten verwateren, god weet hoe die gewoonte was gegroeid. Twee jaar later zou geen mens het zijn afgeleerd; dat wachten op de ander. Elke mens zou dieper zijn ingeslapen. Stilte is er zelden op een feest. Te veel stilte lijkt gelijk aan een mislukte avond. Voor de jarige was er geen hoge vogel in de lucht. Enkel het felle licht brak het brood op tafel. In handen het slot. Gesloten ieder werkelijk ontvangst. Zo nu en dan kneep ze haar ogen dicht, alsof ze prikten van het vele kijken naar hoe de anderen zich amuseerden. Ze evalueerde de avond als gezellig en fijn om mee te maken. Haar echtgenoot was er bij, hij gaf haar de obligate kus toen hij naar het rusthuis terug keerde. Hij keek nog over zijn schouder, dat zie je op de foto. Hij zag haar.

Ingrid Strobbe
0 0

Als de piano ... deel 8

Als de piano … deel 8 Verhaal over onze oudste broer V. ,( ons veel te vroeg ontvallen en zo geen hulde aan en over Pa kon schrijven. ) dit verhaal is geschreven door onze jongste broer M. Als jongste van acht kinderen in het gezin , kan ik alleen maar vermoeden hoe het moet geweest zijn voor onze V. als oudste kind in de familie . Hij was tevens het eerste kleinkind zowel in de familie A. en H. Vooral in deze laatste familie zouden nog vele nakomelingen geboren worden . Het jonge gezinnetje thuis telde reeds een zoontje en dochtertje, toen net in 1942 broertje J. geboren werd, het was midden in W.O. 2 , brak er een epidemie ( de kroep )uit in onze gemeente , menige jongentjes overleefde deze ziekte niet . Onze oudste broer V. werd opgenomen in het ziekenhuis te M.. Onze Pa waakte over hem dag en nacht. De tederheid ,het geduld ,de vastberadenheid , de overgave , kortom de pure liefde waarmee onze Pa toen zijn oudste kind heeft verzorgd is niet (meer) van deze wereld en tijd . Hoe kan ik dat weten ? zult ge zeggen . Ik las het uit de brieven , die hij schreef aan Ma en meegaf met bomma en bompa als ze hun kleinkind kwamen bezoeken , ons Ma thuis blijvend, in grote angst om haar zoontje, maar gesterkt en gesteund door haar liefste Dorke en familie, moest blijven zorgen voor de “klein mannen” thuis , maar ze werd minutieus op de hoogte gehouden over het reilen en zeilen in de kliniek. IK wil toch nog extra  benadrukken dat dit alles gebeurde tijdens de tweede wereldoorlog. Gelukkig overleefde onze grote broer deze aanval op zijn gezondheid, getekend voor het leven met een litteken, waar hij nog dikwijls over kon vertellen hoe hij daaraan gekomen was . Onze V ,( verwent als eerste kleinkind ,op 5 jarig jongetje met één voetje in het graf gestaan , verschillende keren dicht bij de dood gestaan. Was hij daarom niet altijd de gemakkelijkste? (wie zal het zeggen?) Toch was hij een avonturier. Het voornaamste voor ons is waar we heel zeker van zijn : “ hij hield zielsveel van zijn vader en moeder, droeg hen op handen, was fier op zijn de familie. Toen Pa twee dagen voor Kerstmis plots overleed, verloren we ons vader, maar ook onze beste maatje en vriend. Onze grote broer sukkelde al langere tijd met zijn gezondheid; de dood van zijn geliefde vader trof hem zeer. Slechts een goed jaar heeft hij onze Pa overleefd en hem zo vervoegd ergens in de blauwe lucht. Ik zie ze al samen zitten in een vliegtuig met V. aan de stuurknuppel ( altijd zijn ultieme droom geweest, maar verijdeld door een oogafwijking,) en onze Pa op de zetel va de copiloot met een wereldkaart op schoot. Terug verenigd en overgelukkig… M..  

g.a.she
5 1

Als de piano ... deel 7

Als de piano … deel 7  De benjamin aan het woord , broer M. Ik heb ontzettend veel schone herinneringen aan onze Pa . Al mijmerend kwam ik eerst bij het biljarten , waarvoor hij mijn interesse opwekte . In de zestiger jaren bestond het snookerspel nog niet in onze kontreien , er werd wel veel drieband gespeeld . Vandaar ook de vele wereld -kampioenschappen die ons landje telde . Vele cafés werden omgetoverd tot biljartclubs, waardoor vele amateurs er hun “ sport “ konden beoefenen. Zo gebeurde het dat onze Pa en ik na de zondagsmis naar café “ Au Prince Royal “ afzakten en hij mij de eerste kneepjes van het biljart vak leerde . Niet dat onze Pa mij in het verderf wou stortte door regelmatig op café te gaan , neen hoor , gelukkig , er waren de man en schoonvader van ons oudste zus ook biljart –minded . Er kwam een biljarttafel te staan in de refter van hun bedrijf en op dinsdagavond , als de dames met hun wekelijkse kaart – en kwebbelavond begonnen ,zakte de mannen af , richting naar de refter . Ik mocht als jonge kadee ook mee en brachten zij en onze Pa mij de liefde voor het biljarten bij . Als je de basisregels van dit spel beheerst , zal je die nooit vergeten . Dat zal ook wel de denkwijze zijn geweest van onze Pa , vele jaren eerder , toen ik nog niet geboren was . Hij was werkzaam als paswerker in het ketelhuis van de steenkoolmijn te B.. Om de middagpauze op een aangename en toch leerrijke manier te laten verlopen had hij de werkmakkers het schaakspel aangeleerd . Dat was, denk ik, op het eerste zicht , toch een niet zo voor de hand liggend idee , maar zijn collega’s zagen dit wel zitten en zo werden er elke middag , enkele wedstrijden gespeeld . ( het niet afgewerkte spel werd de dag nadien verdergezet .)  Zo zie je , hoe een eenvoudige man , maar iemand met een bredere kijk op de wereld , zijn directe omgeving naar een hoger niveau kon tillen. Dit betrof niet alleen , het ontspannend item . Onze Pa was klein van gestalte , (1,62 m) maar zijn daden waren groot , heel groot ! dank je wel ! Pa , we missen jou , nog elke dag , waar je ook bent , doe de groeten daarginds aan iedereen ,niet alleen degene van tussen de biljarttafels en aan het schaakbord , maar aan allen , die dicht bij ons hart liggen . M..

g.a.she
0 0

Als de piano ... deel 6

Als de piano… deel 6 Gedachtenspinsels van broer G. “Pa , had je mij vroeger maar gestraft !” Onze grootvader baatte in de jaren stillekes ,rond 1925 , de “ Friture Renommée” uit in L. Vooral tijdens de weekends kwamen de officieren er met hun dames dineren en nadien werd er gezongen en gedanst .In die tijd was er nog geen juke-box . Ons vader werd daarom verplicht om bij de nonnekes notenleer te gaan volgen en vervolgens piano te leren spelen . Voor Pa moet dat toen aangevoeld hebben als een straf , want terwijl zijn kameraadjes voetbal speelden , moest hij notenbalken aan mekaar rijgen . Hij wilden zijn zonen dat niet aandoen om hen naar de muziekschool te sturen . God , Pa had mij toen maar gestraft, want ik mis deze lessen wel ! Zelf bezit ik ondertussen twee piano’s , maar dat is een ander verhaal . Onze Pa had een absoluut gehoor en kon alle liedjes meteen naspelen . Hij was samen met Ma een grote liefhebber van operettes , bekende opera-aria’s of liederen gezongen door beroemde tenoren van weleer zoals :Benjamino Gigli , Mario Lanza ,enz …. Hij was ook verzot op fanfare – en brassbandmuziek . Welk wenend kind en kleinkind werd met een tararaboem – deuntje gesust al stappend door het huis ? Binnen de minuut kalmeerde het kleintje of sliep het weldra in ,op de armen of op de brede schouders van Pa of bompa .         Door zijn klassieke opleiding had ons vader veel muziekpartituren . Het moet rond mijn vijf en twintigste geweest zijn, toen ik Pa vroeg of hij die kon lezen en wel eens speelde . Ik kreeg als antwoord : “natuurlijk , kan ik die lezen en spelen ,daar heb ik lang genoeg voor gestudeerd en gezweet bij de nonnekes.” HIJ vertrouwde me ook toe : “ ik hield er ook niet zo van .” Op mijn vraag om te bewijzen dat hij het wel kon , speelde hij maar eventjes een airke van Chopin … ! Ik had in al die jaren , Pa nog nooit zoiets zien doen of hem zo horen spelen …. Als aan de grond genageld  stond ik daar, met de krop in de keel , sprakeloos , overdonderd , ik was er niet goed , moest serieus bekomen van de emotie , ik stelde vast , na het terug met twee voeten op de grond te zijn geland ,na  al die prachtige klanken en muziek , spijtig genoeg , dat door dit privé piano concert uitgevoerd door Pa ,we op het gebied van klassiek pianospel toch al die jaren iets gemist hadden . Chopin is inmiddels m’n lievelingscomponist . Ik kan amper een partituur lezen maar al wat Pa nooit gespeeld heeft , zit inmiddels in mijn geheugen geprent en bewaart in mijn hart . Dank je wel Pa dat je mij ( ons ) de liefde voor MUZIEK hebt bijgebracht . Geniet samen met ons Ma van op jullie wolkje mee , wanneer wij tijdens onze familiebijeenkomsten een liedje zingen of elkaar nieuwtjes bezorgen over de ontdekking van een nieuw zangfenomeen of muzikant . Opvolging verzekerd op muzikaal gebied ! Een achterkleinzoon die op jonge leeftijd , barstend van talent , op de t.v. , de finale van Junior Eurosong haalt samen met een vriendinnetje onder de naam: “DNA.” Wat zouden jullie trots geweest zijn en Pa had onmiddellijk het liedje meegespeeld op de piano . Een kleindochter mocht de titel van Ambassadeur van de Klassieke Muziek dragen en een kleinzoon , heeft het professioneel al ver gebracht als maestro van een muziekensemble en als dirigent van een harmonie die de muziek speelt waar jij zo verzot op was . Een deuntje of muziekstuk uit de oude doos …,een aria gebracht door een lading nieuwe tenoren of soprano’s…,een opvoering met wat jij “ machtige muziek “ zou hebben genoemd… denkt ieder van ons steeds , jouw kinderen ,kleinkinderen en nog veel meerdere : “ DAAR had Hij moeten bij geweest zijn ! “ Pa , wij missen je zozeer . G.

g.a.she
0 0

Als de piano ... deel 5

Als de piano … deel 5 Herinneringen van zus P. aan onze Pa : Aan Pa terug denkend , geeft me altijd een warm en rustgevend gevoel . Nochtans stond hij synoniem voor een hardwerkende man ,uiterst zelden rustend in de zetel . Een heel fijne herinnering was op zondagmorgen naar de mis te voet langs de spooroverweg in het kielzog van onze Pa . We stapten samen in de maat ,neuriënd met soms zelfs hoorbare pom-pom-pom , pararapampom-pom over de straat tot aan de kerk . Alle marsen die onze Pa kende kwamen aan bod en zodoende kennen we er sommige nog van . Het gaf een geweldig samenhorigheidsgevoel. De band die toen gesmeed is ,is nu bij het ouder worden nog steeds van groot belang . Wat die marsen betreft , die komen op onze familiefeestjes nog regelmatig boven water ,we kenden toen alleen de pom-poms , maar nu weten we zelfs dat de mars van de zweetmuttekes er bij zat . De zusters karmelietessen konden altijd op de hulp van Ma en Pa rekenen en zij op hun gebed . Was er iets stuk , het werd hersteld , moesten vijzen of moeren los , die dikwijls verroest waren , kreeg onze Pa ze toch los met het tovermiddel : (in onze kindertaal : heksentuf .) Wat alle bezoekers bij ons thuis volmondig zullen beamen en herinneren ,was de joviale ontvangst met de gekende uitspraken : ietske drinken ? stukske eten ? alles goed ? zet u neer ! Onze Pa had iets van een grappige clown , met zijn guitige ogen , gekke sprongen ,gebaren en bekkengetrek ,waardoor na het bezoek aan bomma en bompa ,de kleinkinderen nog minutenlang schaterlachend op de achterbank van de auto zaten en we huiswaarts keerden met de liedjes en gedichtjes van bompa Dorke op de achtergrond , ze zongen en kwebbelde , tot ze in slaap vielen. Tot het dagelijks ritueel thuis waren een kusje en een kruisje op het voorhoofd van elk kind gegeven door Ma en Pa , voor het slapen gaan, zowel voor groot en klein . Met zo ’n veilig gevoel de nacht in gaan . ONVERGETELIJK ! Wat was het leven toen simpel en wondermooi ! Achter , beter gezegd naast onze Pa stond een sterke vrouw ,ons Ma . Zonder mekaars eindeloze liefde zouden zij niet het hechte liefdevol koppel geworden zijn zoals wij ze hebben gekend en mochten ervaren . Ze hebben al hun liefde op ons overgedragen en ons alzo steeds een warm nest en thuis gegeven . Ik besef dat wij waren gezegend met zo’n zorgzame vader en moeder , beide met een immens groot verantwoordelijkheidsgevoel .Pa en Ma , duizendmaal dank . P.  

g.a.she
0 0

Als de piano ... deel 4

Als de piano … deel 4  In gedachten van broer J . Het is een hele eer en boeiend om kinderen van Dorke en Stina te zijn . Als ge ze in gedachten eens rustig bekijkt en beluisterd ,dan herinner ik mijn ouders terug in hun wezen ,hun taal ,hun klanken ,hun schrijven ,hun stappen ,hun bewegingen ,hun kijken en hun uitdrukkingen . Toch is onze Pa niet te evenaren. Wat elk kind volmondig kan beamen is dat onze Pa heel veel en hard heeft gewerkt . Nooit opgeven ! Zo bijvoorbeeld bij overwerk in de mijn , was er ’s nachts geen tram (en later ) geen bus meer huiswaarts , dus midden in de nacht dikwijls te voet naar huis en ‘s morgens vroeg was hij toch weer stipt op het werk . Meermalen zorgde onze Pa er voor dat ’s avonds zijn kroost braafjes in hun bed kwamen te liggen .  Alles muisstil tot Pa beneden was , menigmaal werd er dan verstoppertje gespeeld . Dat ging zo : eentje verstopte zich en de andere moesten gaan zoeken ,niet rechtop lopend maar sluipend over de vloer . Op die bewuste avond had onze oudste broer zich verstopt . Wij ,zochten en zochten ,op alle kamers , op den allee , op het trapje naar de zolder … ons broer was onvindbaar … wij werden bang  en traantjes vloeiden. Beneden hadden ons Ma en Pa geluid van geween en gesnik gehoord ,er was boven toch iets niet pluis … Plots knipte het licht aan in de hal en vroeg Pa voorzichtig : gaat het daar boven ? Stil allemaal en slapen ! Wij de traantjeslaters : “Pa onze grote broer is verdwenen.” IJzige stilte maar plots bulderde het gelach van onze broer . Hij had zich verstopt boven op de kleerkast . Iedereen terug gelukkig , lachen en slaap wel . Ettelijke kilometers werden afgelegd op de gammele fiets samen met Pa op familiebezoek . Eén kleine van voor op het stoeltje en eentje achter op het bagagerek . Er waren toen geen verharde fietspaden , dikwijls slechts een karrespoor… het was een gehobbel en gebobbel ,soms platte tube . Maar voor wie van ons toen mee mocht ,was dat een onvergetelijke plezante ervaring . Nog zo een avontuur was met de trein naar Antwerpen . In de voormiddag bezoek aan de zoo , nadien een hapje eten in de expres bar aan het station . ’s Namiddags met de tram naar Wilrijk , op bezoek bij Pa zijn studie- en jeugdvriend L.V. en zijn familie . We smulden van de koffiekoeken en pasten schoenen ,want M., L. zijn vrouw had een schoenwinkel . Vanzelfsprekend werden de familienieuwtjes uitgewisseld . Tegen de avond reisden we dan moe maar gelukkig terug naar huis . De tweede wereldoorlog heeft onmiskenbaar sporen nagelaten in het leven van onze ouders . Onze Pa werd samen met veel andere mannen na de 18-daagse veldtocht in 1940 als krijgsgevangenen meegevoerd tot in Nürnberg . Daar werd hij tentverantwoordelijke . Bij de broodverdeling hield hij minuscuul bij wie de korst-van-die-dag terecht kwam , ieder op zijn beurt , eerlijk zijn deel was pa zijn zienswijze . Gelukkig werden Pa en die mannen vrijgelaten rond 9 juli 1940 . Onze Pa heeft daar een dagboek over bijgehouden. In mei 1951 verhuisden ons gezin naar een eigen woning . Na jaren hard werken en sparen kwam hun wens uit en woonden wij in ons eigen huis ,wat waren we trots op en dankbaar om onze ouders . Onze Pa zijn interesses waren ruim , hij hield van muziek en alles dat harmonieus klonk . We waren fier als een gieter wanneer we mee mochten naar het concert van de Harmonie in de Casino te B. . Via de radio genoot hij van de luisterspelen , de voetbal- en Prioruitslagen . Hij hoopte ooit een winnende combinatie samen te stellen maar won hij er nooit het grote lot mee . Hij meende wanneer hij beweerde met zijn gezin het grote lot gewonnen had. Pa was ook in onze ogen grootmeester in het schaken . Ik kan me niet indenken ooit van Pa te hebben gewonnen . Hij zag de hele wereld bij het bestuderen van land- en wegenkaarten en heeft het geluk gehad om samen met Ma , met de al gehuwde kinderen mee op reis te kunnen gaan . Zo bezocht hij de Normandische kust met de herinneringen aan de landing in 1944 . Zo reisden ze ook door Italië met een bezoek aan Rome . ’n Weetje : voor de Lourdesreis samen met de kajotters van heel Vlaanderen in 1933 werd er 330 Bef. betaald hetgeen toen veel geld betrof . Ik meen oprecht wanneer ik nu stel , dat onze Pa zijn positieve inzet voor de medemens mij en mijn broers en zussen op verschillende vlakken geprikkeld heeft en ons tot navolging heeft aangezet . J.            

g.a.she
0 0

Als de piano ... deel 3

Als de piano … deel 3 Verhaal van broer A . Onze Pa is een echte “Kampenaar “.Eerstgeboren zoon van V.A. en J.B.. In 1935 huwde onze Pa met J.H. eerstgeboren dochter van J.H. en C.V. , die onze lieve moeder zou worden . Dorke werd als jonge man sterk aangegrepen door de boodschap van priester ( later kardinaal ) Jozef Cardijn , die vond dat jonge arbeiders een eigen zending en verantwoordelijkheid hadden . Gefascineerd door de woorden en de figuur van Cardijn werd hij kajotter in hart en nieren . Hij is dat zijn verdere leven gebleven . De rode draad in onze Pa zijn leven is deze van dienstbaarheid , trouw en nederigheid tegenover iedereen en vooral in het bijzonder voor de zwakkeren in de maatschappij . Onze Pa zijn karakter betrof optimisme ,moed , kop omhoog , vooruitkijkend en toch het verleden koesteren . Kortom in elkeen het goede zoeken , warmte en genegenheid rondstrooien met gulle hand . Onvoorwaardelijke en niet aflatende werkkracht , steun en toeverlaat op sociaal , parochiaal en gemeentelijk vlak . Op de koolmijn in B., waar hij altijd heeft gewerkt , werd hij de eerste (en dit gedurende 12 jaar ) secretaris van de ondernemingsraad . Voor zijn inzet werd hij geëerd als laureaat van de arbeid . Onze Pa was een heel christelijk ,vroom ,en sociaal bewogen man met groot respect voor ieders overtuiging . Het zware werk op de mijn , de zorg voor een groot gezin en zijn bejaarde vader ,alsmede zijn bewogen leven en inzet hebben vroegtijdig hun tol geëist . Hij is ons veel te vroeg ontvallen twee dagen voor kerstmis in 1982 . Zijn familie , vrienden  oud-werkmakkers , kennissen van heinde en ver , de kampse bevolking ,allen bewezen ze hem hun eer en dank op zijn begrafenis door massaal aanwezig te zijn . A.  

g.a.she
14 0