Lezen

Over leugens, vuurspuwers en een mini-hogedrukreiniger

Over leugens, vuurspuwers en een mini-hogedrukreiniger   De Kerstvakantie loopt op zijn einde, het is zondagavond. Morgen weer naar school. Ik ga graag naar school, maar vakanties zijn leuker. Buiten is het koud, maar niet zo koud als vorig jaar rond deze tijd van het jaar, zegt mijn moeder, en zij kan het weten. Lang, lang geleden, toen mijn moeder nog jong was, waren de winters heel erg koud. Soms lag er wel dertig centimeter sneeuw die een hele tijd bleef liggen, omdat het zo koud was. Het vroor toen stenen uit de grond, vertelt mijn moeder. Ik geloof haar, mijn moeder liegt nooit. Of als zij toch zou liegen, kan zij dat goed verbergen. Ik niet. Als ik lieg, heeft mijn moeder het onmiddellijk door. Kijk in mijn ogen, zegt ze dan, en ik val door de mand. Bij wijze van spreken, ik val niet echt door een mand. Zo denk ik ook dat stenen niet echt uit de grond kunnen vriezen, al weet je maar nooit. Soms vraag ik me af of mijn vader wel eens liegt. Ik vroeg het hem een keer, op de man af. Hij gaf geen antwoord, maar kaatste de bal terug: jij doet dat ook, maar we praten daar niet over. Daar stond ik dan, met de bal terug in mijn kamp, maar mijn mond vol tanden.   De vakantie was één groot feest. Hoeveel pakjes ik heb gekregen? Geen idee, ik ben de tel kwijt geraakt. Dat gebeurt me niet vaak, want ik ben een kei in rekenen. We hebben heel wat uitstapjes gemaakt. Naar Zeeland en naar het circus. Aan zee zagen we zeekoeien en suikerwolken. Zeekoeien zijn koeien op een wei met uitzicht op zee. Ze kijken even dom uit hun ogen als andere koeien. Suikerwolken zijn wolken die eruit zien als een suikerspin. Daar zou ik wel eens van willen proeven. Op het strand zagen we een rare man. Hij zat, goed ingeduffeld, op een strandstoel en keek omhoog door een grote verrekijker. Wie is dat, vroeg ik aan mijn grote broer. Hij moest er niet over nadenken: da’s de vliegtuigspotter. Lacht hij vliegtuigen uit? vroeg ik. Mijn broer klapte dubbel van het lachen. Het circus was leuk. De clown haalde drie grote mensen uit het publiek en zette hen voor aap. Er waren twee vuurspuwers, vier acrobaten en een jongleur. De circusdirecteur praatte alles aan elkaar. Moeder vond hem knap. Ze noemde hem feilloos flamboyant, twee woorden die ik niet ken. Op het laatst zagen we een mooie vrouw aan de trapezen. Gelukkig was het lekker warm in het circus, want zij had weinig kleren aan. Mijn vader heeft erg veel foto’s genomen.   We gingen ook naar een bos om te wandelen. En naar de tandarts. Dat laatste was geen uitstapje, maar een bezoek. Ik ben niet bang voor haar, want ik poets mijn tanden goed. Van de tandarts zie je niet veel wanneer je in haar stoel ligt. Voor haar mond en neus draagt ze een wit doekje. Ze schraapt tandplak van mijn kiezen en straalt mijn gebit schoon met een mini-hogedrukreiniger. In mijn mondhoek hangt een buisje dat speeksel zuigt. Het maakt een gorgelend geluid. Heel mijn lijf is opgespannen. Mijn mond en ogen zijn opengesperd, maar ik ben niet bang. Nu en dan kijk ik recht in de ogen van de tandarts. Wat zijn ze mooi! Daarna is mijn broer aan de beurt, hij is wel bang. De tandarts heeft in mijn oor gelikt, fluister ik hem stiekem toe. Hij steekt zijn tong naar me uit.   Morgen terug naar school. Ik heb weer heel wat te vertellen.   Yves Curse

Yves Curse
0 0
Tip

proza met witloofsaus

Waarom lees ik zo weinig eigentijdse Vlamingen? Omdat ik die mensen nooit in het publiek debat zie natuurlijk. Dat is in onze contreien al lang gegijzeld door lobbygroepen en politici, maar toch. Als een auteur al eens zijn zaklampje over de wereld laat schijnen, lijkt hij of zij niet verder te komen dan de bedwand. Liefde, geboortegrond, familieperikelen. Twitter en de bakker of seriemoordenaar op de hoek. Privacy-wetgeving, nationalisme, armoede? Kraaien ze niet over. Sociaal engagement, zei u? Safety in numbers, ja: de open brief als verzetsdaad. En dan weer snel de savanne af. Zouden die schrijvers eigenlijk met elkaar corresponderen? vraag ik me wel eens af. En waarover zouden ze het dan hebben? Een nieuw recept voor kaassouflé, misschien. Subsidies. De backstage in cultureel centrum De Kakelhoeve. Ik weet het niet. Wie weet heb ik het verkeerd voor. Bewaren ze hun bravoure voor hun brieven, leren we binnen 50 jaar dat ze wel degelijk een visie op mens en wereld hadden. Ter inspiratie alvast een heerlijk stukje 'mannen maken plannen' uit het brievenboek Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel (De Bezige Bij, 2008): Willem Frederik Hermans aan Gerard Reve, 15 november 1950"(...) Wat wij nodig hebben, is een tijdschrift dat oorspronkelijke taal laat horen. Ik doe op het ogenblik pogingen zulk een tijdschrift op te richten. Als ondertitel (of beschrijving van de inhoud) zal het waarsch. krijgen 'tijdschrift voor literatuur en psychologie'. Ik had eigenlijk liever gehad: 'voor litt. en sexuologie', maar dat is waarschijnlijk te gewaagd. Enfin, het komt ten slotte op hetzelfde neer." Gerard Reve aan Willem Frederik Hermans, 16 november 1950 "(...) Je plan voor een nieuw tijdschrift, dat niet zal drijven op lyrisch gelul, maar op bloedwarme kopij en waarin het leven belangrijker zal zijn dan de literatuur, heeft een ongekende geestdrift in mij gewekt. [...] je kunt van mij een uiterst verbitterd artikel verwachten over de mogelijkheden voor de schrijver in Nederland. Daarop moet ik lang broeden, maar met een paar dagen heb je het. [...] Welk een verfijnd genot indien het door jou ontworpen tijdschrift inderdaad verschijnt: een Havelock Ellis, Hirschfeld of Kinseyperiodiek dus. Het moet op nuchtere wijze heel schuin zijn: een soort notariële acte der decadentie." Het tijdschrift dat De Draad van Ariadne zou gaan heten, is er nooit gekomen.

Guy Bourgeois
15 0

Comfortabel betalen

“De self-scan kassa’s, heel wat tijdwinst!” Die woensdag in de supermarkt. Hoewel ik vandaag ruimschoots tijd heb om uitgebreid inkopen te doen en lekker te koken kies ik voor een snelle, gemakkelijke avondhap: een geprepareerde pizza met spinazie, mozzarella en knoflook die nauwelijks een kwartier in de oven hoeft. Hiervoor ga ik steevast naar grootwarenhuis Match om een Pizza Ristorante van Dr. Oetker te kopen: “krokant, dunne bodem, rijkelijk belegd, zorgvuldig geselecteerde ingrediënten”, buon appetito! Aan de ijskasten merk ik een prijsstijging van de pizza’s op. Pizza Spinaci kost plots € 3,22 terwijl die bij mijn vorig bezoek nog onder de drie euro lag. Met enkel die pizza in mijn hand voelt mijn portefeuille dat niet zo hard, maar een plotse prijsstijging van bijna 8% is niet niets als je vijftig producten in je winkelkar hebt liggen die jou met een steeds duurdere blik schaamteloos aanstaren, terwijl je denkt aan de hongerige magen van je schoolgaande kinderen die zich op volwassen leeftijd wellicht nooit een eigen huis zullen kunnen permitteren. ‘Wanneer stijgt mijn loon eens plots met 8%?’ denk ik. Enkele seconden later valt mijn blik op het motto van de supermarktketen: “Minder betalen is wat écht telt. De prijzen blijven dalen!” Ik kijk bedenkelijk van mijn pizza naar het reclamebord en omgekeerd. Ik speur tevergeefs naar het logo van een huismerk of een wit product naast de boodschap. Onvindbaar dus de reclame is niet merkgerelateerd. Mijn portemonnee en ogen protesteren. ‘Neen,’ denk ik, ‘ik ben niet akkoord met deze misleidende boodschap die louter dient om klanten te lokken!’ Mijn stoute schoenen snellen naar de eerste Match-medewerker die mijn pad kruist. Ik klamp hem met een vriendelijke doch verontwaardigde glimlach aan, vingerwijzend naar het reclamebord dat in koeien van letters boven de kassa’s hangt om de gemoedsrust van financieel uitgemolken klanten te sussen. ‘Die reclame klopt niet,’ zeg ik hem vastberaden, ‘deze pizza kost plots 25 cent meer dan de vorige keer dat ik diezelfde pizza hier kocht.’ De vastberaden vingerwijzing en het vragende onbegrip in mijn ogen worden beantwoord met een schaapachtige blik van ogenschijnlijke onverschilligheid. Hij kijkt me enkele seconden aan met een halfopen mond vol tanden. Daar sta ik met die pizza in mijn linkerhand terwijl de top van mijn rechterwijsvinger aan de prijs blijft kleven. Die stilstaande seconden duren lang. Heel lang. Een ongemak bekruipt me. De Match-medewerker kijkt naar links en naar rechts langs mijn schouders heen. Andere klanten passeren ons tussen twee winkelrekken, kijken ons op ooghoogte aan en vervolgens naar de protesterende vinger op mijn pizza. Er gebeurt niets. Het gebrek aan reactie en het wellicht wederzijdse ongemak brengen mijn voeten weer in beweging. Ik kijk nog één maal naar hem en vervolgens klaarduidelijk naar het reclamebord, en kuier zonder wederwoord naar de kassa’s. Zoals altijd schuif ik aan in een rij naast een kassaband waar een kassier(ster) vriendelijk goeiedag zegt en de koopartikelen voor de klant inscant. Dit vrijblijvende menselijke contact weet ik wel te appreciëren boven het gevoelloze gedrag van een machine. Bovendien vind ik het interessant om tijdens het wachten andermans koopwaren die over de kassaband rollen te bekijken en mij af te vragen wat de pot bij die onbekende zou schaffen, welk eetgedrag die persoon heeft en hoe diens eventuele gezinssamenstelling zou zijn. Tijdens het wachten in de Match glijden mijn ogen ook keer op keer naar de zelfscankassa’s waar een bijna even lange rij klanten staat aan te schuiven. “De self-scan kassa’s, heel wat tijdwinst!” lees ik op grote reclameborden. Een lokkertje waartoe ik mij nooit eerder liet verleiden. ‘Voor alles een eerste keer,’ denk ik plots, ‘laat ik zo’n zelfscankassa eens testen.’ Niet uit tijdwinst, louter uit nieuwsgierigheid. Ik ben aan de beurt. Het scherm beschrijft stap voor stap wat ik moet doen. Aangezien het mijn eerste keer is lees ik alles zorgvuldig. Ik scan de streepjescode van mijn artikel. ‘Gelukt’, glunder ik. “Leg het product op de weegschaal” lees ik vervolgens. Ik plant mijn pizza onder het scherm op de plek waar ik de barcode scande. Er gebeurt niets. Ik til mijn pizza op en leg het opnieuw neer. Weer niets. Ondertussen schuiven wachtende klanten achter mij aan. Een Match-medewerkster die de geponeerde tijdwinst van de zelfscankassa’s nauwlettend in het oog houdt, snelt mij te hulp: ‘De weegschaal staat naast de kassa, mevrouw, niet onder het scherm.’ Oeps. Ok, nu nog betalen. Ik kies voor Bancontact en schuif mijn betaalkaart in de kaartlezer vlak naast het scherm. ‘Tiens, die gleuf is breder dan mijn kaart’, denk ik. De geldautomaat neemt mijn kaart niet aan dus ik duw het er dieper in. Ik hoor klanten achter mij kuchen en zuchten. Wanneer ik plots een Bancontact-toestel opmerk náást de zelfscankassa valt mijn frank, ik stak mijn betaalkaart in een gleuf die bedoeld is voor bankbiljetten. Dom! Kostbare seconden voor de medemens sijpelen weg terwijl mijn lompe vingers de smalle bankkaart uit die verkeerde gleuf proberen te peuteren. Eenmaal dat lukt en ik op de gepaste wijze betaalde, ga ik opgelucht richting de uitgang. Ik smijt mijn verfrommelde betaalbewijs weg in de dichtst bijzijnde vuilbak en bots meteen hierna tegen een elektrisch controlemechanisme waarvan het klapdeurtje niet open wil. Aan de infobalie bij de zelfscankassa’s meld ik dat de uitgang geblokkeerd is. ‘U moet eerst uw betaalbewijs inscannen alvorens u deze area kan verlaten.’, klinkt het. Dat wist ik niet. ‘Het is mijn eerste keer aan de zelfscankassa en mijn kasticketje ligt al in de vuilbak.’, zeg ik beteuterd. De persoon aan de infobalie bekijkt me alsof ik een mislukte dief ben. ‘Zonder betaalbewijs geraak je niet buiten!’ Tot overmaat van ramp is de vuilbak waarin ik mijn betaalbewijs smeet hoger dan mijn armlengte en leger dan mijn handbereik. Omdat ik weiger opnieuw te betalen voor een reeds betaald product en geen enkele medewerker geneigd is het vastgemaakte deksel van die vuilbak te halen, zet ik mijn schaamte opzij en deponeer ik publiekelijk mijn arm tot aan de okselholte door de dekselopening van desbetreffende vuilbak. Op de grond geknield grabbel ik als een scharrelende hond koppig naar alle kasticketjes die ik blind kan grijpen. Vochtige snotvodden en ander afval dat ik op de tast niet kan identificeren passeren mijn blote vingers op de vuile bodem. Proper! Minuten later vind ik eindelijk mijn eigen betaalbewijs, raap ik mijn ego op en ga met opgeheven hoofd huiswaarts. “Mijn comfort kassa” lees ik nog wanneer ik gepikeerd achterom kijk naar de zelfscankassa’s. Comfortabel betalen in Match Gent!

Sofie B
0 0

Luister naar de nacht

‘Luister naar de nacht’, zei je toen ik vroeg waar die ruïne was, ‘en volg je intuïtie’. Je plotse verdwijning uit de yurt bezorgt me een rusteloos gevoel. Dat soort onrust waarvan ik niet weet of het onbehagen is of euforie om het onbekende. Ik ga naar buiten maar je bent nergens meer te bespeuren. De maan kruipt traag over het veld. Ik hoor krekels en geritsel van kleine dieren in hoog gras. Zie een spoor van vertrappelde grassprieten die mij alvast een richting geven. Mijn voeten volgen de stippellijn die onbestemd lijkt. Wat er zal gebeuren is nog een raadsel, ik weet alleen dat ik jou zal treffen in de ruïne. Er is geen plan, louter een impuls. Hoe verder ik wandel, hoe vager de geur van kruiden en gedroogde bloemen. Ondertussen ligt de yurt al ver weg achter mij en verdween de tijd in het holst van de nacht. Geen idee hoe lang ik al onderweg ben en het veld lijkt eindeloos. Er komt een moment dat elk spoor dood loopt en ik enkel nog natte aarde ruik en hoog gras zie. Geen vertrappelde sprieten meer, geen geuren vanuit de yurt. Schaduwen van wolken doen mij dingen zien die er niet zijn. Weer een beweging ergens in de duisternis. Een rilling rolt over mijn ruggengraat. Stiekem vloek ik om mijn eigen angst, gevoed door nachtblindheid. Ik denk aan jou en aan de rust die in je woorden lag. Alsof alles zichzelf wel zou uitwijzen. Iets rinkelt zacht in de verte achter een heuvel en leidt mijn aandacht af. Een soort bellengerinkel van koeien of schapen. Ik ga mijn gehoor achterna en hol naar de heuvel. Buiten adem bereik ik de top en zie eindelijk datgene waarnaar de nacht mij leidde, verleidde. De ruïne, gesluierd in maanlicht. Mijn hart klopt overal. Daar ben jij dus ergens. De buitengevels van het pand zijn overwoekerd met planten. De ruïne heeft geen dak maar de muren zijn te hoog om erover te klauteren dus ik zoek een gat tussen het gebladerte waardoor ik naar binnen kan geraken. Vastberaden wurm ik mij langs bladgroene handen van struikgewas, voel scherpe vingers van takken in mijn schouders en kruip buigzaam verder tot een gat mijn pad kruist. Ik kom terecht in een gang zonder plafond met afgebrokkelde stenen. Zes meter verder, vlak voor de gang zich een hoek baant, staart een kaars op de grond mij aan als een gevallen ster. Ik volg de ster en ga de hoek om, waar opnieuw wat verderop een kaars wacht. Mijn adem hinkelt op het ritme van de kaarsvlam, vurig en onregelmatig. Naast mijn ademhaling hoor ik nog iets. Weer dat zachte bellengerinkel. Ik weet niet wat dat te betekenen heeft en huiver. Wie weet ben ik helemaal verkeerd en is dat kaarslicht niet voor mij bestemd. De nieuwsgierigheid wint het echter van de twijfel, aarzelend maar zeker wandel ik het gerinkel tegemoet. Na de volgende gang kom ik terecht in een open ruimte en valt de angst als een natte handdoek van mijn lichaam. In het midden van de ruimte staat een bed onder de open hemel. Een bed op wieltjes. Daarrond staan schapen te grazen. Ik grinnik. Het bed is bedekt met zacht groen mos en een geïmproviseerd kussen van schapenwol, lonkend naar mijn lichaam. Ideaal om al liggend de hemel te aanschouwen. Ik vlij me schuchter neer terwijl de schapen mij schaamteloos aanstaren en kijk naar boven. Alles rondom me vervaagt, het geluid van de dieren die kauwen op het gras, het flakkerende licht van de kaarsvlam, het knisperen van krekels, de fonkelende sterren, mijn ogen vallen langzaam dicht. Sssssss… Ssssssss… Ssssssss… Een tong sist tussen tanden, haast geruisloos. Dat kan geen schaap zijn. Ik voel iets kietelen langs mijn kaakbeen en schiet wakker. En daar sta je. Te glimlachen met een grasspriet tussen je vingers. De schapen zijn weg, elders gaan grazen. Minutenlang sta je roerloos naast mij en lig ik daar stil op de matras van mos. Kijkend naar elkaar. Ik zie die grasspriet tussen je vingers glijden en hoor je ademhaling. Misschien geen minuten maar slechts seconden. Seconden die wel spannend traag duren. We zwijgen en luisteren. Wachten af wat de ander zal doen, en waar en hoe. Wanneer.

Sofie B
0 0

Een vrouw in de Brabantstraat.

Met mijn mok koffie in mijn linkerhand en mijn make-upkoffertje in de rechterhand loop ik naar de woonkamer. In het donker tast ik naar de lichtschakelaar en een zacht geel licht verlicht een hoekje boven de eettafel, net genoeg om aan mijn schoonheidsritueel te beginnen dat bestaat uit serum en crèmepjes aanbrengen, en de nodige hoeveelheid make-up. Met het gehele gedoe ben ik wel een uurtje of twee zoet. Die tijd was, een aantal jaartjes geleden ook de reden dat ik hier en daar permanente make-up heb laten aanbrengen, het scheelt me toch al gauw een uur werk. Het is stil in huis, ik heb geen echtgenoot of vriend en geen kinderen. Zelfs een huisdier ontbreekt. Jawel hoor, ik heb wel leuke en minder leuke relaties gehad maar telkens draaide die uit op niks. Je vraagt me aan wie dat lag? Nu, mijn oma zei altijd dat ‘waar er twee uit elkaar gaan ook twee schuld hebben’ dus het zal aan ons beiden gelegen hebben. Nee, ik ben nooit op de verkeerde mannen gevallen in de zin dat ze me berooid en vernederd achterlieten of zo. Ik stal elke ochtend mijn crèmepjes, die een liftend effect zouden moeten hebben op mijn huid uit op de tafel, de make-up leg ik er naast; lichtkleurige foundation, oogschaduw in grijze tinten. Ik zie er voor mijn leeftijd heel goed uit en dat wil ik zo houden ook. Of ik geen zelfvertrouwen heb wanneer ik geen make-up op heb? Onzin, als er iemand een overloop aan zelfvertrouwen heeft dan ben ik het wel. Laat ik even duidelijk zijn, ik maak me mooi voor mezelf en voor niets of niemand anders. Ik kan ervan genieten wanneer ik mezelf in de spiegel zie. Narcistisch noem je dat? Weet je wel wat dat woord betekent? Nee, dan ff googlen dan besef je direct dat deze betekenis van het woord niet aan mij toegeëigend kan worden.    Een aantal uurtjes én mokken koffie later in de tijd trek ik mijn kleren aan. “Dress to impress” en zwart is mijn lievelingskleur. Meestal ben ik dan ook ‘in strak zwart’ zodat je mijn slanke figuurtje goed kunt zien. Zwart is mysterieus en maakt me juist spannend want geef toe, als je iemand geheel in zwarte kleren ziet lopen met alleen torenhoge schoenen in een felle kleur, die vangt je ogen en je nieuwsgierigheidsmolen gaat draaien. Mannen aanbidden me, vrouwen haten me. Het leven is welke draai je er zelf aangeeft, toch?.   Ik bekijk me in de spiegel en sorry hoor maar geniet van wat ik zie dan maak een selfie van mezelf, iets wat ik al jaren elke dag opnieuw doe. Dat ik dan soms tot de grote ontdekking kom dat ik méér dan 150 selfies op een maand heb hou ik maar voor mij. Of ik verwaand ben? Nee, ik vind mezelf gewoon mooi, dat mag ik toch lijkt me?! Dan trek ik mijn super hoge hakken schoenen aan. Ik heb een schoenenverslaving. Nee, ik weet niet hoeveel paar ik heb, interesseert me ook niet. Wat ik wel weet is dat ze allemaal tussen de 14 en 17 cm hoog zijn. Op deze schoenen loop ik alsof het gympies zijn. De slecht onderhouden straten van Brussel of de met kinderkopjes beklinkerde stoepen en pleintjes houden me niet tegen erop te lopen alsof ik op de catwalk paradeer. Of ik ook platte schoenen in mijn collectie heb? Nee die heb ik niet. Ik trek mijn zwarte jasje aan, hang mijn zwarte tas om, draai de sleutel om in het slot en stap naar buiten. Het verkeer is al op gang gekomen, ik zie mensen gehaast richting het station rennen. Ik haat haasten en doe er ook niet aan mee, nooit niet. Vannacht heeft het geregend; het zadel van mijn gammele zwarte fiets met maar één handrem is nat. Met een klein papieren zakdoekje dat ik standaard opgerold in mijn jaszak heb zitten om mijn soms, tranende oog, af te deppen veeg ik de grote druppels weg, maak het slot open, draai mijn fiets om, spring erop en rij de Hutstraat uit. Een koude, vochtige wind blaast rond mijn oren “hoe idioot moet een mens zijn om zijn haren zo kort te scheren” Mijn kapper, een Koerdische man, weet precies hoe mijn haar te scheren en hij vind me geweldig met deze coup. Islamitische mannen vinden het maar niks, volgens hen moet een vrouw lange haren hebben, met korte haren lijkt een vrouw op een man. Ik laat ze praten, ondertussen weet ik dat ze van me dromen. Eén keer naar rechts, één keer naar links opnieuw naar rechts, Rue de Brabant of wel de Brabantstraat aan het Noordstation. Met weinig volk erin zie je pas hoe smerig en rommelig de straat werkelijk is. Achtergelaten verpakkingen, papier, plastic, lege flesjes en  blikjes de straatgoten liggen er vol mee. Voor de winkeliers die er hun winkeltje hebben begint de dag vroeg. Hun koopwaar wordt voor de etalage op de stoep gezet, hier en daar veegt iemand door zijn winkeltje en een enkeling waagt zich eraan met een fles vensterwater de ramen op ooghoogte te reinigen. De geuren van vers gebakken brood en gebak die uit de Marokkaanse bakkerijen komen overtreffen zelfs de smerige stank die zich uit het riool naar boven dringt.   Mijn Marokkaanse buurman veegt de stoep, zijn stoep heet het want hij zal nooit één tegel van mijn stoepdeel vegen. Hij gunt me geen waardig blik of nee, ik zeg het verkeerd. Hij gunt me geen waardig blik in mijn gezicht maar in het geniep zie ik hem wel altijd naar me staren. Nee, ik zeg niet kijken het is staren en zijn twee zonen die ik ook regelmatig in zijn winkel zie doen hun vader vrolijk na. Soms knipoogt er zelfs éne. Het is wel een knappe jongen hoor daar niet van met zijn goudbruine huidskleur, héél donkere ogen en een bos mooie zwarte krullen. Hij is een beetje gespierd en een  meter tachtig lang of zo Maar nee, ik heb er nooit een reactie op zijn staren gegeven. Ik blijf beleefd, knik goedendag maar daar stopt het ook. De vrouw van mijn buurman en moeder van die knappe zoon dus is een traditioneel geklede vrouw met een gezicht als schilderspalet waarmee ze een eigen begrip aan haar geloof geeft. Ik denk er het mijne van al ben ik ervan overtuigd dat er iets niet geheel klopt in het plaatje dat ze neerzet als gelovige. Begrijp me goed, ze mag zich kleden zoals we wil maar als je haar ziet met die laag glanzende make-up, open schoentjes en fake vingernagels geverfd in felle kleuren hoeft ze niet te doen alsof ze een beter mens is dan ik wat ze wel ooit gedaan had door me te wijzen op mijn kleding die te uitdagend zou zijn. Ik herhaal niet wat ik haar toen geantwoord heb maar vanaf die dag heeft ze me nooit meer iets gezegd. Ze is er niet vaak en als ze komt dan is dat altijd in het gezelschap van één van haar zonen. Of ze dochters heeft weet ik niet, heb er in elk geval nooit éne gezien.   Met één hand houdt ik mijn fietsstuur vast en met de andere hand duw ik de sleutel in het slot van mijn winkeldeur, geef een klein duwtje waarna ik met mijn fiets door de winkel naar de opslagruimte loop en het neerzet tegen een grauwe muur, die niets vrolijker wordt door de kleurrijke schilderijen die ik ertegen opgehangen heb. Jaren geleden heb ik mijn winkeltje geopend in een straat die overwegend beheerd wordt door mannen, mannen van buitenlandse origine wel te verstaan. Mannen met een islamitische achtergrond die vast zijn blijven hangen in de traditie van het land van herkomst. Mannen die van mening zijn dat vrouwen geen winkel moeten runnen maar thuis horen te zijn bij hun kinderen. Hoe ik nu net hier in deze straat terechtgekomen ben? Eigenlijk na een bezoekje aan de winkels met spotgoedkope koopwaar. Ik kwam toen in mijn winkel die gerund werd door een Pakistaanse vrouw die terugging naar Pakistan nadat haar echtgenoot gestorven was. Tegen elke prijs wilde ze van de winkel af en ja sorry maar, de één zijn dood is de ander zijn brood. Ik heb de toko overgenomen voor een appel en een ei, toen een opknapbeurt gegeven en geworden wat het nu is. Ik verkoop kleding en schoeisel en ik mag zeggen, het verdient. De sfeer hier in de straat jaren geleden was fantastisch. Nu is dat wel wat grilliger geworden hoor, er gebeuren vaker ongelukken met kwaad opzet waarvoor vooral groepen jonge allochtonen die regelmatig tegenover elkaar staan verantwoordelijk zijn. Jawel er wordt hier zeker in drugs gehandeld, ik ken zelfs enkele winkels waar vanuit hun opslagruimte gedeald wordt. Of ik me er veilig voel? Vroeger wel nu is dat wel iets minder geworden. Maar de politie is wel duidelijk aanwezig, ze patrouilleren continue door de straat en laat in de avond ben ik er weg. Wat er zich dan afspeelt dat weet ik niet maar veel goeds zal het waarschijnlijk niet zijn. Opvallend is dat hier bij ons veelal mannen door de straten slenteren en boodschappen doen voor hun gezinnen. Ze kopen kleding, schoeisel, huisraad en levensmiddelen. Hebben ze dan nog een centje over dan lopen ze even langs de meisjes van plezier. Hier om de hoek staan deze achter het raam met hun persoonlijke koopwaar. Of de heren binnengaan daar laat ik me niet over uit maar gluren dat kunnen ze als de besten.   Op vrijdagmiddag sluiten de meeste winkels hun deuren voor enkele uren. De winkeliers gaan voor hun vrijdaggebed naar de moskee hier vlak in de buurt, ik ben geen moslima ga naar geen moskee en laat dus ook mijn winkel gewoon geopend. Mijn wekelijkse rustdag is maandag en dat hou ik ook zo. Daarbij heb ik de inkomsten van de vrijdagmiddag net zo hard nodig als die op andere dagen want de concurrentie is groot. Gelukkig heb ik producten die moslima’s en niet moslima’s aanspreken en van mannen weinig last; in een vrouwenwinkel komen ze niet graag. Vooral mijn lingerie verkoopt goed. In reguliere winkels leg je voor een simpel lingeriesetje al snel een 70 euro neer. Bij mij krijg je een sexy setje al vanaf 10 euro. Ik denk dat de mannen que sexy ondergoed van hun vrouw niets te klagen hebben. Van een gewone onderbroek met bh moeten ze niks hebben. Jarretelle setjes, bodystockings, sexy jurkjes daarvoor gaan de dames en voor niks minder. Of ik ook lastige klanten heb? Tuurlijk heb ik die maar opvallend genoeg worden die snel en tactvol aan de deur gezet door andere klanten. Vrouwen die me terechtwijzen op het feit dat ik geen ‘fatsoenlijke’ kleren draag of te sexy uitzie. Laat ik even duidelijk maken dat ik nooit uitdagende kleren draag. Zelfs in de zomer sta ik nooit ‘te bloot’ in mijn zaak. Ik wil dit gewoon voor mezelf niet omdat ik én héél blank ben én mijn huid op bepaalde plaatsen niet meer zo strak zit. Zonnebaden, of allerlei andere dingen om bruiner te worden daaraan doe ik niet mee. Ik hou enorm van mijn blanke huid maar van die spierwitte benen of bovenarmen zijn nu niet echt mijn ding om te showen. Is het schaamte te noemen? Ik denk eerder een trots waarin ik me niet laat krenken. Maar je hebt natuurlijk altijd mensen die iets te zeiken hebben maar echte accidenten heb ik, afkloppen nu, nog nooit gehad.   Onze straat is wel bekend in binnen-en buitenland en vooral met mooi weer is het een drukte van belang en zou je bijna gaan denken ergens door een straat in Marrakech te lopen. Veel Arabische mensen uit heel België en Nederland komen naar Brussel om door de Brabantstraat te slenteren en de winkels leeg te kopen. Ik ga regelmatig tussen de middag een soepje halen bij een Marokkaans restaurantje enkele pandjes verder dan mijn winkeltje. Nergens kun je betere soep eten dan bij Ahmed en aangezien we straatgenoten zijn krijg ik het kommetje soep altijd tegen een vriendenprijs. Ahmed is getrouwd en vader van drie kinderen maar de keren dat hij me gevraagd heeft met hem op stap te gaan zijn niet meer te tellen. Zijn vrouw heb ik één keer gezien met hun tweede kind, een dochtertje als ik me nog goed weet te herinneren. Het was een schuw, klein iets gezet vrouwtje met een groot gewaad aan en een gigantische hoofddoek omgebonden. Ze had op een hete zomerdag dikke herensokken aan in een paar beigekleurige ballerina’s. Na die ene keer heb ik haar nooit meer in het restaurant gezien. Ahmed had me verteld dat ze zijn nicht is en haar een beetje tegen zijn wil gehuwd had. Jawel, hij was op zijn manier wel gelukkig met haar daarbij was ze ook de moeder van zijn drie kinderen maar zijn nicht was een keuze van zijn ouders en is een relatie met haar moeten aangaan met als uitgangspunt snel huwen én kinderen krijgen. “Gelukkig ben ik een moslimman en mag ik vier vrouwen huwen dus het is nog niet te laat voor me om de ware liefde te vinden” en Ahmed keek me vragend aan.   Rue de Brabant, Brabantstraat een straat gelegen achter het Noord station in Brussel waar een vrouw geen vrouw mag zijn maar gewoon een vrouw moet zijn!!!          

Brown Pearl
559 1

Vissen met onnatuurlijke gezwellen

Fukushima, mogelijk de grootse ramp in wording die de mensheid ooit gekend heeft. Maar we horen er vrijwel niets over, tenminste, niet op het vertrouwde acht uur journaal. Nog elke dag stroomt er radioactief afval in de Noordelijke Stille Oceaan dat zich als een kanker in de wereldzeeën verspreid. Door Yakuza (de Japanse maffia) geronselde zwervers werken voor een belachelijke zestig dollar per dag in het rampgebied in en rondom Fukushima terwijl hun kennis compleet ontoereikend is om de problemen op te lossen. ‘s Avonds proberen de arbeiders hun eigen problemen te vergeten door zich over te geven aan drank in de wetenschap dat ze hun eigen doodsvonnis getekend hebben. ‘s Morgens zetten ze hun uitzichtloze taak verder voort. Levende doden zijn het, werkend aan een missie die specialisten in plaats van daklozen vereist. Voor zestig dollar per dag mag je je bij het selecte gezelschap van de levende doden aansluiten! De wereld is kennelijk incapabel om de situatie ook maar enigszins goed aan te pakken. Maar vind maar eens de benodigde specialisten die zichzelf dood willen werken ten behoeve van de wereld. Goed, zolang we er gewoon vooral niet teveel over praten bestaat het probleem niet. Zolang de vis die we zaterdag middag op de markt halen geen onnatuurlijke gezwellen heeft en de aarde blijft doordraaien is er nog niets aan de hand. Voor de zekerheid gewoon netjes een paar potassium iodide tabletten per dag slikken die helpen tegen het schadelijke effect van radioactieve straling, dan komt alles goed. De verenigde Staten hebben alvast veertien miljoen stuks besteld. Tenminste, als we de vaak nogal discutabele sites die verslag doen over Fukushima mogen geloven. Als er een kern van waarheid zit in de verhalen omtrent de nucleaire ramp zal dat genoeg rede zijn voor menig mens om in paniek te raken. Dan is het wellicht beter dat we er op het NOS journaal niets van horen en we nog met een gerust hart kunnen zeggen: ‘Ach, die sites zijn toch onbetrouwbaar, er is vast niets aan de hand.’ Laten we het hopen.

Atlas
0 0