Lezen

als de piano ... deel 1

ALS DE PIANO …  deel 1 . Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de geboortedatum van onze PA : een eerbetoon aan hem . In 1977 schreef Nelly Byl een tekst op muziek van Will Tura . dit lied kreeg als titel : “ Als de muren konden praten .” Will zong dit lied reeds duizend maal , het heeft een vaste waarde in zijn concerten . Hij brengt het telkens met volle overtuiging en wordt door de fans laaiend enthousiast onthaald met een daverend applaus . We zijn ondertussen in het jaar 2012 .Honderd jaar geleden , meer bepaald op 26 februari 1912 , werd onze “Pa Dorke” geboren . Naar aanleiding van deze herdenking wens ik dit volgend verhaal te brengen met als titel : “ Als de piano van onze Pa kon praten ! “ Bij het bekijken van foto’s en het ophalen van herinneringen aan onze familie komen dikwijls de piano en het pianospel van onze Pa naar boven en dan volgen de verhalen . Onze Pa bespeelde de piano bij elke gelegenheid en gebeurtenis , bij vreugde , angsten ,verdriet ,geluk ,amusement en gewoon uit plezier . Onze Pa was begaafd met een muzikaal gehoor en eigen stijl van uitvoering . Ik herinner mij elk jaar het Eurovisiesongfestival op t.v. .Zodra het winnende liedje bekend was zette onze Pa zich aan de piano en speelde vrolijk het gekozen wijsje lustig mee . Tijdens zijn jeugd was hij lid van de kajotters . Er werden bonte avonden georganiseerd in zaal Patria . De piano werd dan met de stootkar naar de zaal gebracht waar onze Pa menige sterren voor één avond begeleidde . Meermaals is dit verhaal verteld tijdens zeer aangename ontmoetingen en gesprekken , over vroeger , dan borrelde de verhalen op over onze Pa en zijn begeleiding op de piano en welke capriolen hij daarbij uithaalde. Bij de bevrijding in 1944 werd de piano buiten gesleurd ,Pa speelde populaire deuntjes en de buren en omstaanders dansten en zongen op de noten van de muziek . Gelukkig , de oorlog was ten einde !!! Het moet een hele karwei van heffen zijn geweest om die piano op straat te krijgen want dat meubelinstrument is immers loodzwaar . Bij elk familie – en vriendenbezoek werd er duchtig piano gespeeld en uit volle borst meegezongen . Door de kleinkinderen werd onze Pa ‘ bompa Dorke ‘ genoemd . Hij was geliefd door jong en oud . De vriendinnetjes van ons dochter wilden gegarandeerd mee naar bompa Dorke om hem te zien en te horen pianospelen ,om te luisteren naar zijn verhaaltjes en hun krom lachten met zijn grapjes , terwijl ze ondertussen smulden van de lekkere wafels , gebakken door bomma Stina . Ons Ma zag het levenslicht ook in 1912 en wel op 7 januari . In 1935 huwde Dorke met zijn geliefde Stina . We stellen ons dikwijls de vraag : hoeveel muzikale liefdesverklaringen ons Ma ooit  gekregen heeft van Pa , in een sfeer vol van oprechte gevoelens en tederheid ? We zijn er zeker van dat ze ontelbaar keren door het huis weerklonken . De piano thuis staat in ons familiaal collectief geheugen met zijn prachtige klanken eeuwig verbonden met en door het leven van onze Pa Dorke . Fijn voor mij want Pa zijn piano staat al jaren bij ons thuis , hij wordt gekoesterd , doet ons dagdromen en geregeld bespeeld door onze kleinzoon . Naar aanleiding van deze herdenking over Pa en Ma ,100 jaar geleden geboren , laat ik ook mijn broers en zussen aan het woord , zij wisten niet wat de andere geschreven had . Voor hun medewerking ’n dikke merci en hartelijke knuffel . G .

g.a.she
140 0

de informaticus

Informatici, ik blijf het vreemde mensen vinden. Alsof ze er zijn en niet zijn. Uitblinkers in afwezige aanwezigheid. In elk geval: je lijkt hen altijd te storen, dat staat vast. Ook al ga je pal voor hun neus staan, op hun schermpje is altijd iets veel interessanters gaande.Het komt eropaan behoedzaam de inbelverbinding naar hun brein te activeren en hoopvol af te wachten of er links en rechts iets begint te zoemen, te piepen en op te lichten. Als je daarin slaagt en eindelijk hun aandacht krijgt, beginnen de problemen pas. Dat is niet verwonderlijk, want een informatica-probleem is in hoofdzaak een informaticus-probleem. Problematiseren is hun vak. Het is niet omdat informatici eruitzien als robots, dat ze ook zouden kunnen vervangen worden door robots! Hoe preciezer je vraag dus, hoe vager, onduidelijker en mysterieuzer hun antwoord. Ook als je gewoon een batterij voor je laptop wil bestellen.De verkoper-informaticus aanhoort mijn vraag, draait zijn scherm weg, t.i.k.t. iets in en staart. En staart ..."Oei, er is een probleem" luidt het na ettelijke minuten.Dat is natuurlijk geruststellend, een probleem betekent dat de informaticus wel degelijk aan het werk is. Van contentement begin ik mee te staren. De leegte in, de toendra op, de mysterieuze nevel van de tijd tegemoet. Staren. Klikken. Staren. Staren ..Uiteindelijk weerklinken de verlossende woorden: "Ja, er is wel degelijk een probleem ..."Niets overhaasten nu, even laten bezinken ... "O ja, welk probleem?" vraag ik voorzichtig.Staren. Staren ..."Het is nogal duur", luidt het antwoord."O ja", zeg ik, en samen staren we nog wat verder. Dit is immers niet het moment om de informaticus uit zijn concentratie te halen. Doe je dat wel, dan is de kans groot dat hij je vraagt wat je vraag nu eigenlijk alweer was.Staren ..."Ik zal het dan gewoon thuis zelf online bestellen" zeg ik ten slotte."O ja, dat kan je doen", zegt de informaticus aangenaam verrast. Tevreden staren we allebei voor ons uit."Hartelijk bedankt voor de service, meneer", zeg ik ten slotte."Graag gedaan, meneer, daar zijn we hier voor", zegt de informaticus.

Guy Bourgeois
46 0

Het is stil waar het nooit waait

Kijk, ik vind je leuk. De manier waarop je mijn wangen streelt. Met mijn haren speelt. Naar me fluit. Voel jij dat ook? Lieve stoot, ik hou van je. Jouw zekere aanwezigheid. Jouw natuurlijke kracht. Je sleept me mee. Als een vriendelijk duwtje in de rug. Behalve als je tegen me bent, op de fiets. Dan trappel ik ter plaatse. En ga ik soms zelfs trillen… aan mijn bovenbillen. Wind (m)Jij voelbare horizontale luchtstroming in de dampkring Op dagen dat je briest, heb ik zin om naar zee te gaan. Even alles laten waaien. Haarpunten die als zweepjes in m’n gezicht slaan. Ogen die spontaan tranen in de stroom. Een vertrouwde hand die luchtig mijn huid streelt. En de wereld rond me laat bewegen in een krachtige choreografie. Een plastic zak probeert dansend van straat te geraken. Het halflange gras doet een warrige wave. Een geluidsgolf breekt kwetsbaar in de branding van een wolk. Beschreven blaadjes ruisen.De draaglijke lichtheid van het bestaan. Keek je al naar de klassieker American Beauty? Daar blaast de wind hoge tonen. Sierlijk opwaaiende balletblaadjes spelen een hoofdrol in de film die een van de personnages draait. Zo mooi. Voor wie ze ziet. Die alledaagse dingen. Zoals ik. Onlangs nog. De stationsdeur waaide wijd open net toen ik aan kwam stormen. Achter mij viel ze netjes weer in het slot. Ik was uitgelaten. Door de wind als persoonlijk portier. Een magisch moment dat een wit dozijn tevoorschijn toverde. In mijn mond. Vol tanden. Lieverdjes, laat je af en toe omverblazen. Geniet van de kleine dingen, hoe hard en onzeker het leven ook kan zijn. Sluit je ogen bij een goed nummer. Neem alle kleuren van een zonsopgang in je op. Boetseer figuurtjes uit voorbijglijdende wolken. Denk aan een veld vol bloemen als je onder versgewassen lakens kruipt. Geniet van een spinnende gat-in-de-lucht-stekende kat op je schoot. Van versgezette koffie met uitnodigende rooksignalen. Van de waterpareltjes op je glas heerlijk frisse mojito. Van een beetje in de wind zijn na zo’n heerlijk frisse mojito. Van een goed boek met passages die je zo kan kopiëren in je dagboek. Een innige knuffel die je vasthoudt. Een aansluitende onderbroek die niet tussen je billen kruipt. Een mystiek mistige ochtend die bomen aftekent als statige silhouetten. Een onbekende die de deur voor je openhoudt. De lach van een onbekende als jij de deur voor hem openhoudt. Een leuke reactie op je blogpost (wink wink)… Van de onwaarschijnlijk mooie lichtheid van het bestaan. Go wherever the wind takes you.Waai waai! "You can own the Earth and stillAll you’ll own is Earth untilYou can paint with all the colors of the wind"- Pocahontas, Disney

Rien Mertens
76 0

De beste stuurlui hebben wallen… of zoiets

“Heeey!” Hey!“Alles oke?” Ja.“Je ziet er goed uit.” Merci, jij ook.“Wel wat moe precies.” Bwa, cava.“Weinig geslapen vannacht?” Valt wel mee.“Of gewoon standaard slaap te kort?” NEE!Gewoon standaard wallen. Bitch.Dat antwoord ik wel eens. In stille frustratie.Dat laatste zeg ik nooit hardop. Het eerste ook niet.Ik houd het. In grote zakken. Onder mijn ogen.In mijn intiemste kringen. JA.Het is een van mijn tienertrauma’s.Wat wil zeggen dat het daar begon.Niet dat het daar is gebleven.Spijtig genoeg. WALLEN.In Amsterdam zijn ze populair. Ik zou liever niet hebben dat ze mijn gevel sieren met hun neonschijn. Ooit vroeg iemand of ik een blauw oog had. Bam! Kon ik toen maar letterlijk door de grond zakken. Of in mijn pijp kruipen, zoals Mario Bros <pru pru pru>. Al geeft schaamwangrood wel mooi met oogwalblauw. Ooit vroeg iemand zelfs of ik een junkie was. No shit! Mijn wallen overdag optrekken – wat mijn ogen tot hallucinante spleetjes kneep – was ogenschijnlijk niet het beste idee. Kijk, ik kan er niets aan doen. Behalve dan een zalfje. Zie het als permanente oogschaduw. Aan de verkeerde kant van mijn oog. Een erfelijke kring die trots haar familiekleuren draagt. Blauw bloed. De koningin van de lage wallen. Sierlijk op mijn tronie. Zie het positief. Als twee permanente smileys met dubbele kin. Uitgezakt op een kussentje onder mijn kijkscherm. Ach, ik heb er vrede mee genomen. En wat fond de teint kan wonderen doen.Dat zeg ik dan. Tegen mezelf.

Rien Mertens
32 0

Cinema

Ons dorp, dat weliswaar de allure had van een stad(je), telde drie cinemazalen. In de jaren zestig sprak men nog niet van bioscopen. Een bioscoopje meepikken bestond toen nog niet; men ging naar de cinema of men ging naar de film.   Drie heuse filmtempels waren het: de Casino (met nadruk op de eerste lettergreep en niet op de tweede want dan zou 'de' 'het' zijn), de Splendid (wat voor een naam was dat! Het duurde tot mijn dertiende levensjaar en eerste jaar Engelse les, alvorens ik wist wat het betekende) en de Apollon (dus met een ’n’ op het einde).   In de Casino in de Stationsstraat moest je zijn als je de grote spektakelfilms wilde bekijken. De eigenaars zullen een schoon frankske verdiend hebben aan kleppers zoals ‘De Tien Geboden’, ‘Ben Hur’ en ‘Spartacus’. Vooral die eerste film werd regelmatig opnieuw vertoond. Ik vermoed dat dit gebeurde op verzoek van de nabijgelegen scholen, als er weer enkele klassen ‘rijp’ werden bevonden om kennis te maken met het wedervaren van de Israëlieten tijdens hun reis naar het Beloofde Land via het witte doek, in plaats van via de lessen ‘Gewijde Geschiedenis’. Zulk een mastodont van een film duurde méér dan lang genoeg om een ganse namiddag te vullen. Dat er mogelijk diezelfde avond van diezelfde dag een andere film werd vertoond - waarbij de actrices weinig om het lijf hadden, want zo kon je toch vermoeden als je naar de uitgestalde foto’s in vitrinekasten keek waarbij ontblote damesborsten deels werden verscholen achter zwarte afplaktape - kon de directies van O.L. Vrouw-Visitatie en de Broeders van Liefde niets schelen.   Er was nu eenmaal, buiten de bekende kostuumfilms, ook nood aan cinema waarin geen kostuums of alleszins weinig kleding werd gedragen. Dat kwam omdat de cinemabezitters moesten voldoen aan de eisen van een van hun belangrijkste doelgroepen: de soldaten. Aan cafés was er geen gebrek, dus moesten er ook voldoende filmzalen een zo vakkundig mogelijk uitgekozen en gevarieerd programma presenteren. Voor wat de prenten betreft ‘met weinig om het lijf’ moest je vooral in de Splendid zijn, tegenover het station. Over de jaren heen had de uitbater daarvan zijn specialiteit gemaakt. De laatste ‘geklede’ film die ik er gezien heb, was ‘Goldfinger’ met een nog erg jonge Sean Connery in zijn derde kaskraker.   Vijftig jaar geleden werden ook veel minder films, zowel in kwantiteit als kwaliteit, gedraaid en vertoond. Zo kon het dat ik James Bond in zijn tweede 007-film ‘From Russia with love’ pas later op het jaar zag en wel in cinema Apollon. Dit kon je eerder de wat bravere cinemazaal noemen waar ik zowel Viko Torriani (je moet al zestigplusser zijn om daarvan gehoord te hebben) op het witte doek zag als de Beatles, weliswaar niet in dezelfde film. Typisch voor die tijd was dat je heel wat waar voor je geld kreeg. Voor twintig frank (nog geen halve euro) werden niet één maar twee films geprojecteerd, met tussendoor een korte pauze, waarbij je een cola of pintje dronk of een frisco, met extra dun chocoladelaagje, naar binnen smikkelde. Popcorn en chips waren voorlopig nog uit den boze en té Amerikaans. Those were the days, zeg dat wel.   ‘Kissin’ on the back row of the movies on a Saturday night with you’ en wat mijn lief en ik daar deden vertel ik lekker niet, maar het was wel lekker. De film … of die goed was … ik weet het niet … niet gezien!

Marc M. Aerts
16 0

Pech

Hoeveel pech kan je hebben binnen de tijdspanne van één ‘werkdag’?  Nadat we onze eerste werkmaanden er op hadden zitten, nodigde de raad van bestuur van onze kersverse werkgever mijn nieuwbakken collega’s en mezelf uit om met elkaar kennis te maken. Uit elke Vlaamse provinciehoofdplaats vertrok er een delegatie naar Brussel. Ons groepje bestond uit een stel jongelui aangevuld met enkele oudere HR-medewerkers die ons zouden begeleiden naar de hoofdzetel in Brussel. Eerst spraken we af in Hasselt om van daaruit gezamenlijk te sporen naar onze hoofdstad. Het was een mooie zomerdag toen ik mijn oude Kever parkeerde op de binnenring. Ik stapte uit en merkte al dadelijk dat ik een knop verloor van mijn blauwe blazer. Ik raapte hem van de straat op en borg hem weg in mijn jaszak. Een ongelukje kan iedereen gebeuren, dus no problem. Enkele minuutjes daarna ontmoette ik de rest van onze bende op het perron. Het zou een werkdag worden zonder dat we ervoor moesten werken. Dat is niet iedereen gegeven, dus de stemming zat erin. Een kwartiertje later zaten we op de trein en we namen een kwart van de wagon voor onze rekening. We waren met velen in dienst genomen in dat voorbije jaar. Van crisis was nog geen sprake. Dat zou niet lang meer duren, zowel voor de Belgische economie als voor mijn outfit van die dag. We naderden Diest. Een tweede knoop kreeg het snode plan zich te ontrukken van mijn nochtans onlangs aangekochte vest. Gelukkig bleef ik cool alhoewel de nog redelijk vroege zomerzon de temperatuur in ons compartiment de hoogte injoeg. Een blazer, dacht ik, wordt regelmatig niet dichtgeknoopt gedragen. Toen Aarschot in zicht kwam voltrok zich het derde ‘stuk’. Toen ik mijn armen kruiste om mijn ontbrekende knopen te verdoezelen, zag ik dat de naden van mijn vestmouwen aan de binnenkant helemaal loslieten en open kwamen te staan zodat de voering naar buiten puilde. Onder het mom van ‘te warm’ besloot ik dan maar mijn blazer uit te doen en over mijn schoot te draperen. Leuven zal voor mij altijd een nare bijklank hebben. Nog voor we onze zoveelste tussenstop deden, besloot ook mijn broek het te begeven. Net zoals bij de mouwen van mijn vest, weigerden de naden van mijn pantalon, nochtans even nieuw gekocht als mijn blazer, hun plicht te vervullen. Er verschenen twee openingen ter hoogte van de binnenkant van mijn knieën. Dit laatste was niet ontsnapt aan de opmerkzaamheid van één van mijn nieuwe vrouwelijke collega’s. Tussen Leuven en Brussel deed ik het relaas van mijn wedervaren aan mijn omzittenden. Eerst hilariteit alom, maar toen zij het hopeloze van mijn situatie inzagen was er alleen nog sprake van het broodnodige medeleven. Gelukkig bleef ik gespaard van het verder uitrafelen van mijn kledij en bleef het een zonnige dag zodat ik met mijn blazer de overige calamiteiten kon verbergen. Goddank gaf mijn toenmalige grote baas een eerder flauw handje in plaats van mij door elkaar te schudden met een fikse ‘poot’. Dat hadden mijn blazer en broek zeker niet overleefd. Iemand geïnteresseerd hoe dit alles kon gebeuren? Welnu, alhoewel beide kledingstukken nog maar enkele maanden voor die destructieve dag aangekocht waren, had ik besloten ze toch aan de nieuwkuis mee te geven: kwestie er op je paasbest uit te zien als je voorgesteld wordt aan je Raad van Bestuur. Een of andere mislukte ‘droogkuiser’ moet ze dan behandeld hebben met een verkeerd product, waardoor de naden verzuurden en verschrompelden, met alle gevolgen van dien. Moraal van dit verhaal: Het was het begin van een veertig jaar durende loopbaan. Regelmatig moest ik naar Brussel terugkeren maar altijd zorgde ik ervoor dat ik kleren droeg die niet pas ‘behandeld’ waren.

Marc M. Aerts
0 0

Avontuur

"Ga je mee op avontuur?",  vraag ik. "Ik weet nog niet waarheen. Kom, pak je jas en stap in."   Ik geniet van de rit met jou naast me. Kijkend naar de voorbij trekkende velden, de bomen, de koeien in de wei. We hoeven niet te praten. Gewoon samen onderweg zijn is het mooiste wat er is.   Er staat een man te liften in de regen.  Ik stop, zonder me af te vragen of dat wel verstandig is.  "Waar ga je naartoe?", vraag ik, terwijl hij op de achterbank kruipt. "Naar de zee," zegt hij. "Ik heet Maarten." Wij stellen ons ook voor. Daarna is het weer stil. De lucht klaart op. Het grijs verandert snel in fel groen, nu de zon de weilanden en de bomen weer verlicht.   "Waar aan de kust moet je zijn Maarten?",  vraag ik onze passagier. "Maakt eigenlijk niet zo veel uit", zegt hij. "Ik wil een eind op het strand gaan wandelen. Dat doe ik graag." We besluiten naar Zierikzee te rijden en zetten Maarten bij de duinen af.   We parkeren de auto even verderop. "Soep en friet", antwoord je me als ik vraag waar je trek in hebt. We stappen een brasserie binnen waarvan we vermoeden dat ze dat wel op het menu hebben staan. De ober komt onze bestelling opnemen. Hij ziet er wat slonzig uit. Hij heeft lang, vettig haar en een snor. Het wordt tomatensoep met patat speciaal. En een biertje natuurlijk.   Je ziet er prachtig uit met je natte haar en de zwarte vegen rond je ogen door de uitgelopen mascara. Nu je hier zo tegenover mij zit, realiseer ik me opeens hoe zielsveel ik van je houd. Tranen wellen in me op. Die stomme ruzies ook altijd. Konden we maar altijd zo rustig en stil van elkaars gezelschap genieten.   Ik betaal. Jij gaat vlug nog even naar de wc.  "Kom, laten we naar huis gaan", zeg ik als je terugkomt . Je kijkt een beetje verbaasd. "Maar we gingen toch op avontuur?" "Dat is ook zo", antwoord ik, "maar daarvoor hoeven we toch niet ver te reizen?"   Ik start de auto, maak mijn gordel vast en wil wegrijden. Je vraagt me om nog even te wachten.  Maarten loopt enigszins verloren langs de auto. Hij lijkt iets kwijt te zijn. Ik draai het raampje open en vraag of we hem ergens mee kunnen helpen. Verschrikt kijkt hij op, maar zodra hij ons herkent verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. "Ik ben op zoek", zegt hij, "maar ik weet niet naar wat". "Ik begrijp het", zeg ik en vraag of we hem naar huis kunnen brengen. Hij stapt in en we rijden terug in de richting waaruit we gekomen zijn.   We zijn al een tijdje onderweg wanneer Maarten ons ineens vraagt waarom we zo verdrietig zijn. Ik heb niet meteen een antwoord klaar, maar jij zegt spontaan: "we zijn ons zelf een beetje kwijt. We zijn bang voor de toekomst." "Ik snap wat je bedoelt", zegt Maarten. "Dat overkomt ons allemaal. Maar uiteindelijk komt alles weer goed."   "Zet me hier maar af", zegt hij wanneer we het bord passeren dat de volgende uitrit aankondigt. "Dit lijkt me een interessante plek."   We nemen afscheid en vervolgen onze weg naar huis. Ik parkeer de auto in de garage, terwijl jij alvast naar boven gaat. "Wil je ook thee?" vraag je als ik de woonkamer binnenloop. "Ja graag", zeg ik en houd je een tijdje stevig tegen me aangedrukt. De ketel fluit. Buiten begint het te schemeren. In mijn hoofd is het al behoorlijk opgeklaard.

hoos
0 0

Op z'n hondjes

Omdat ik ook maar een mens van mijn tijd ben – eenzaam, mistroostig en op zoek naar een parkeerplaats voor mijn idealen – schreef ik me recent in op een datingsite. Een zegen, want wie denkt hier alleen zwartgeblakerde mensen, ternauwernood gered van het vagevuur van de liefde, te ontmoeten, is eraan voor de moeite. Het is hier integendeel een opwindend circus van hitsige jongens en meisjes, een beschermd biotoop van hoop, een plek waar de liefde herleid wordt tot zijn ware proporties: alles. Het leukste van de site zijn natuurlijk de profielen: de zelfomschrijvingen en die van de ideale partner. “Het verleden ligt achter me en is een afgesloten hoofdstuk” is altijd een leuke opener – de placenta van de wedergeboorte, geoffreerd als potgrond voor nieuw geluk. Dan zijn er de vrouwen voor wie het leven “een ontdekkingsreis” is, “een pad waarop je samen kan groeien”, de liefde een met lucht gevulde steunzool die je overal en nergens brengt. Er zijn de meer materialistische types. In datingtaal: “Ik geloof dat ambitie en veeleisendheid goede eigenschappen zijn voor een man.” Je hebt de natuurliefhebbers, de cultuurtempelhabitués, de jonge notenkrakende moeders (“een kindvriendelijke activiteit met een lach op je gezicht”) en dames die op zoek zijn naar een klusjesman (“een beetje handig”). De liefde kent dus vele gezichten. De dertigsters wiens hoogste goed de festivalweide is, de veertigsters die eindelijk verlost zijn van hun wederhelft, de vijftigsters die het graag simpel houden maar ook “poly-amorie a priori niet uitsluiten”, de twintigsters die zich sociaal, levenslustig en sportief door de dag boksen om dan ’s avonds hun wegwerphart aan elkaar te lijmen. Er is kortom voor ieder wat wils. Behalve misschien voor het gild der duivenmelkers: 21ste-eeuwse vrouwen gaan graag op reis. Reizen zijn een voorwaarde voor huiselijk geluk. Cynisme is een afknapper. Eens contact gelegd, is de paringsdans begonnen. Op zijn hondjes. Eerst snuffelen, dan knuffelen.

Guy Bourgeois
138 0

F...... missing you mateke

Meer dan 2 jaar geledenbij het horen van die 4 klokslagen,dat moment waarop ze je uit dit leven los                     koppelden,zat ik in onze tuin. Een winterzon die mijn tranen niet drogen kon. Een glas whisky in mijn handen, hopendedat de scherpte van dat vocht zich kon metenaan het schuren en scheuren van mijn verdriet. Vandaag, halverwege de zomer.Het moment waarop we zo vaak in het midden van nergenseen knisperend nieuw levensjaar voor jou vierden… Vandaag zet ik een fles champagne koud,de woorden van madame bollinger in gedachten: “Ik drink champagne wanneer ik gelukkig ben, wanneer ik droevig ben en soms wanneer ik eenzaam ben. Ik nip eraan als ik geen honger heb en drink het wanneer dat wel zo is. Als ik gezelschap heb, vind ik het verplicht. Verder raak ik het nooit aan – behalve wanneer ik dorst heb.” MatekeDe dagen vliegen, kruipen, wandelen,strompelen of kuieren, maar jijjij deelt nog al te vaak  mijn voetstappen.Soms zou ik je op die momenten willen slaan, schudden, vervloeken.Maar altijd weer zou ik zo graag nog een keer in jouw armen willen wegkruipen, glimlachen om je enthousiaste verhalen, met mijn ogen draaien om je fabuleuze idealen. F”!)@#( missing you. Een glas vol bubbels op jou,om mij jouw sprankelende ogen te herinneren.Een glas vol bubbels op jou,niets anders kan zich meten met die twinkelend vriend die ik verloor.Een glas vol bubbels op jou,uit dank dat jij een stukje van mijn leven bent.

Kaat
0 0

Verandering 1: Kabels

Wat dacht James Ensor toen hij zijn oude dame met maskers schilderde? Ik vraag me af wat er eerst was: de vrouw of de maskers. De oude dame, die bij nader inzien helemaal niet zo oud is maar eerder een veertiger – die diepe lijnen in het voorhoofd en rond de lippen lijken wat kunstmatig, alsof er later aan toegevoegd – staat pal in het centrum van het doek. Zij was er dus waarschijnlijk eerst. Maar waarom de maskers? Wat gaat er door het hoofd van een schilder de minuten voor hij het penseel in verf doopt en dingen begint te schilderen die ogenschijnlijk niets met het centrale gegeven, in dit geval een ‘oude’ vrouw, te maken hebben? Kwamen de maskers uit een droom of een verre herinnering? Misschien sloop er iets uit het penseel wat hij net daarvoor nog had gezien. Hoe komt iets uit een penseel op een doek? Hoe komt ooit iets ergens uit? Mijn laptop is opengeklapt, zover ben ik. Maar er gebeurt nu al een hele tijd niets op het scherm, tenzij ik het knipperen van de tekstcursor als een gebeurtenis beschouw. Het zou mij beter uitkomen als ik iets anders kon doen. Schilderen, om maar iets te zeggen. Voor een canvas staan, dat zou ik nu het allerliefst willen. Want een doek heeft randen, het is beperkt in de ruimte. Schrijven deint altijd uit. De mogelijkheden zijn schier eindeloos en dat brengt mij in ademnood en houdt de cursor gevangen, knipperend als een vuurtoren. Schilderen is anders. Overzichtelijker. Ik zou een portret kunnen schilderen van een oude - of jonge, of iets daartussen - vrouw. Zonder dat ik daar opeens, als mijn gedachten verschoven, een berg van kon maken of de gieren die daar boven wieken of het speeksel dat van hun snavels drupt als ze zich op hun aas storten of de angst die daarvoor bezit had genomen van het dier dat uiteindelijk een kadaver werd of de vraag of angst ook emoties impliceert. De act van het schilderen bergt de beperking in zich. En beperking is op dit moment een noodzakelijke voorwaarde om wat dan ook te doen. Mijn gedachten vonken blauw, groen en rood tegen de wanden van mijn hoofd. En tegelijkertijd ligt het, ondanks al dat geweld, zo voor de hand alles onder de schedelpan te houden. Het hoofd is ook zo gebogen, bijna vastgeklonken op de schouders, de pezen aangespannen als stalen kabels van een brug over een Duitse rivier. Schrijven is bedrieglijk. Vaak beeld ik me in dat mijn gedachten zich moeiteloos over hersenbanen voortbewegen, naar een blinkende buitenwereld. Maar meestal rollen ze over de band, tussen twee opslagplaatsen in. Er gaat niets buiten, er is niets veranderd. Het procedé is zelfs verraderlijk rustgevend. Nee, dan schilderen. De schouders hangen sereen laag, de ruggengraat staat trots als een vlaggenstok, het hoofd is vrij, de armen zwaaien met wijde bewegingen over het canvas. De vingers toetsen dansend, strelend de verf op het doek. Misschien is het een goed idee een groot blad papier te gebruiken, rechtstaand voor een lezenaar. Ik zou daarvoor een vette zwarte stift kunnen kiezen, en een zwierig handschrift. Ik zou de lussen naar boven en naar beneden met grote uithalen in het papier kerven zodat de inkt door de poriën op het houten blad loopt. Ik zou de inkt in de nerven van het hout zijn weg zien zoeken. Dat zou een verandering zijn. Alleszins heb ik daarvoor een muts nodig, van dikke groene wol, met luchtige steken.

Jools
0 0