Lezen

Weer verandering!

Weer verandering! Weer storm in mijn hoofd! Nieuwe computer, nieuw behang, nieuwe dokter voor de voeten. Waarom weer verandering? Waarom weer helemaal anders? Ik ben het even beu. Ik wil ook dingen alleen doen. Rust en stilte in mijn hoofd. Weg tornado’s die alles mee zuigen in een draaikolf. Ik wil een bureau thuis om aan te werken en te schrijven. Tractor. Boem, boem. Weg zijn wij. Altijd weg, altijd reizen. Bakstenen vallen uit de lucht. De muur is af en toch blijven bakstenen naar beneden komen. Rode bakstenen. Mijn hoofd zit vol. Vol lawaai, drukte, veranderingen, geluiden. Weg is de stilte. De stilte van de woestijn. Koekoek en roekoe. Ik wring hun nek nog eens om! Dit is geen uur om al wakker te zijn! Deur open en dichtklappen van een auto. Starten van de auto, verder rijden. Bonk, knots. Waarom maken autoportieren die ’s morgens dichtslaan altijd zo een hels kabaal? Kabaal, lawaai. Lawaai, kabaal. Vlucht naar voren. Was morgen maar gisteren, dan zou ik vandaag gelukkig zijn. Mijn hoofd zit vol. Weeral! Zoals een pas getankte benzinetank in de zomer. Zoals de Piper Alfa uit zijn voegen explodeerde. Vol zoal zwart en dan nog zwarte dozen erbij. De weg van stilte is zoek. Een verlaten eenzame weg versus een autostrade van indrukken en geluiden. Emoties en gevoelens als een zware last in een rugzak om mee te dragen. De rugzak lijkt makkelijk van je af te gooien en dan strompel je opnieuw over een nieuwe rugzak. Vol met andere spullen waarvan je niet weet of ze van jou, jou buurman of iemand anders zijn. Als die koekoek nog eens koekoek roept, zal ik wat kroepoek in zijn bed steken. Vliegtuig weg met zorgen in de lucht of weg om weg te zijn? Als jaarlijkse of trimestriële verplichting. Die we dan met de nodige druk en poeha aan onszelf hebben opgelegd. Mijn verhaal. Een ander verhaal. Ik ben anders. Maar laat me toch mijzelf zijn. Laat mij leven en mijn eigen ding doen. Ik ben geen kleuter, geen klein kind. Ik heb ook een mening, interesses, ik wil ook mijzelf zijn en mij nuttig voelen in deze maatschappij. De storm kan gaan liggen. De stilte kan terugkeren. Het zware hoofd zat weer zo vol. Vol-au-vent met koekoek. Dat zou misschien ook wel lekker zijn.   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
0 0

‘Explosie’ bij autisme

Sinds één jaar heb ik de diagnose autisme van een centrum in Oudenaarde. Je denkt dat iedereen zo is, denkt, ziet, hoort, ruikt, voelt, leeft en beleeft zoals jij. Maar dan kom je op je 41e tot ontdekking dat jij ‘anders’ bent. Niet iedereen zit op de autoweg te focussen op de nummerplaten. Niet iedereen let op de details en ziet geometrische figuren in de dagdagelijkse dingen. Niet iedereen hoort vijf soorten geluid door elkaar. Om nog maar te zwijgen van het klank- en lichtspel in een warenhuis, met tientallen merknamen, kleuren, vormen, geluiden van de kassa, diepvriezer, de tl-lamp, babbelende klanten in alle uithoeken van de supermarkt, de messen in de slagerij, de schoenen over de vloer, de winkelkarren over de tegels, enz. Boodschappen doen is een nachtmerrie. Zeker als dit niet in een snelvaart kan gebeuren in een vertrouwde supermarkt. Een autist heeft bijna altijd af te rekenen met hoogsensitiviteit en krijgt gemiddeld vijf keer meer beelden, geluiden, vormen en informatie binnen. Het is bijzonder vermoeiend en het selectieproces om al die informatie, indrukken en prikkels te filteren kost bijzonder veel tijd en energie. Iemand met autisme moet dan ook regelmatig tot rust komen. Mijn vriend vond het boek ‘Leven zonder filter – mijn ervaring met hoogsensitiviteit’ van Fleur van Groningen een aanrader om beter te begrijpen wat hoogsensitiviteit inhoudt. Het is een constant gevecht met de steeds drukke ‘boze buitenwereld’. En kan voor dat filteren van informatie onvoldoende tijd benut worden, dan geraakt het hoofd vol. In dat geval kan er geen nieuwe informatie meer bij. De persoon – autist – moet dan zijn hoofd kunnen leegmaken. Zoniet blokkeert de autist, krijgt hij nieuwe informatie niet meer verwerkt en moet hij eerst tot rust komen. Krijgt een autist deze rust niet, dan ‘ontploft’ deze; een explosie van woede, verdriet, onbegrip, angst en boosheid. Iedereen is dan de vijand van de autist; in het bijzonder diegenen die hem/haar het meest dierbaar zijn. De woede zal zich dan richten tot hen die het goed menen met iemand met een autismespectrumstoornis. De woede kan gepaard gaan met een hevige woordenwisseling, ongecontroleerd verdriet en woede en het gooien met of vernielen van voorwerpen. Nadien heeft iemand met autisme van zulke explosie bijzonder veel spijt, maar het instinct laat hem/haar weinig alternatief. Het is een utopie te denken dat een autist nooit meer zulke explosie van woede en verdriet zal hebben. Deze ‘ontploffing’ kan zich keren tegen zichzelf of tegen voorwerpen of personen in de ‘boze buitenwereld’. Door voldoende rustmomenten in te bouwen kan men deze explosies trachten te beperken. Maar aangezien alle prikkels vijf keer intenser binnen komen, zal ook zo een explosie ook voor de buitenwereld merkwaardig voorkomen. Schoppen tegen deuren, slaan tegen muren en op latere leeftijd gooien met voorwerpen. Hoeveel gsm’s ik al stuk heb gegooid weet ik niet. Het probleem kan ook latent aanwezig zijn en pas bij een nieuwe situatie, werk of relatie pas echt naar boven komen. Iemand die in zijn/haar eentje alles onder controle had, krijgt opeens te maken met een nieuwe school, job, huis of relatie en kan zich niet langer verstoppen voor de ‘boze buitenwereld’. Elke verandering zorgt bij autisten voor veel stress, onzekerheid en negatieve prikkels. Zelfs nieuw behangpapier, een nieuwe plaats voor de koffiezet, een nieuwe dienstregeling van het openbaar vervoer, een nieuwe winkel in de straat, bezoek op onbekend terrein, een feestje, vakantie, een vrije dag tijdens de week, enz. Een autist heeft regelmaat, structuur en planning nodig. Een weekplanning opstellen in onontbeerlijk in een gezin met iemand met autisme om zekerheden, taken en rustmomenten in te bouwen. Fietsen en wandelen in de natuur is positief om de gedachten van zich af te zetten en het hoofd leeg te maken. Of een hobby die men graag doet. Schrijven kan ook helpen om prikkels te verwerken. Maar dit alles geeft nooit de zekerheid dat iemand met autisme zich nooit onbegrepen voelt en explosief zijn woede en angst naar buiten stroomt. Weet dan 200 % zeker dat deze woede, verdriet en angst NOOIT het gevolg zijn van persoonlijke vete, maar altijd gericht op de ‘boze buitenwereld’. Je mag iemand met autisme dan ook niet veroordelen voor zulke woede uitbarsting, want die persoon heeft er nadien ook bijzonder veel spijt van, maar die explosie gebeurt buiten zijn/haar wil om. Een relatie met iemand met autisme is dan ook niet makkelijk en veel structuur, planning en geduld is nodig. Anderzijds krijg je er ook een unieke, lieve persoon voor terug als je hem/haar zichzelf laat zijn met alle beperkingen, maar ook met vele talenten die autisten hebben.   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
602 1

Ik ben een fooraap

Ik ben een fooraap. Elk weekend naar een andere kermis. Van het ene dorp naar het andere dorp. Altijd maar heen, altijd maar terug. Altijd maar reizen van de ene kermis naar de andere. Het lachen is mij al lang vergaan. De belletjes rond de nek van de fooraap klinken triest en dof. De lach veranderde in een droeve snoet. De kinderen lachen, de kinderen zijn blij. Maar de fooraap, die lacht niet mee. Het lachen is hem al lang vergaan. Elk weekend reizen, elk weekend weg. Het leek zo mooi, maar hij heeft het nu wel gehad. Hij wil weer thuis op de schouw. Niet dat de kinderen niet vriendelijk zijn tegen hem. Ze lachen, ze zijn blij, maar de fooraap ziet het niet meer. Waar gaat hij volgend weekend weer naartoe. Een nieuwe kermis, een nieuwe stad, een nieuw verhaal, allemaal hetzelfde en allemaal anders. Altijd joelende, luidruchtige kinderen. Altijd drukte, overal flinkerende lichten, harde muziek, duizenden stemmen door elkaar in elk een andere taal, elk een ander verhaal. De aap is moe. Hij heeft elke kerktoren gezien. Elk kind, elke ouder, elk kleedje van moeder, elke pantalon van vader. Elk dorp, weer heen, weer terug, weer opstellen, weer afbreken. De aap kijkt langs hen door. De aap kijkt weg. Zijn vertrouwde plaats op de schouw is weg. Hij moet maar door. Hij moet steeds verder. Kermis hier, kermis daar. Hij haalt alle gezichten door elkaar. In elk dorp een kerk, een pastoor en een koer, een school en een paard van de melkboer. De tijd is zo lang blijven stil staan. Bij de kermis in Marrakesh. Dat was nogal wat. Van de andere kermissen herinnert de fooraap zich niets meer. Altijd heen, altijd terug. De dorpen lopen door elkaar. Als vlekken op een trui. Donderdag, maandag, woensdag, weet ik veel. Andere dag, dag voordien, dag nadien, dag verdwenen, dag erbij, dag opnieuw, dagen vooruit, dagen terug… 26 8 6 14 31 2 11 9. Cijfers als spoken door de nacht. Linksboven, rechtsonder, vooruit, achteruit. Met twee, met drie. Weer heen, weer terug, weer daar, is het waar? Hoofd is vol, hoofd moet leeg. Geen mens weet hoe zwaar hij het heeft. De fooraap moet elk weekend mee, van in Lotharingen tot aan de zee. Honderden lichten, zilver, groen en rood, dansen als kwelduivels hun eigen dans in de nacht. Cijfers nemen hun rollercoaster. De 9, 1, 2, 3 willen van voren staan. De fooraap ziet ze allen tezamen. Cijfers met krullen willen altijd gans vooraan. De 3, de 9, de 2, de 8. En de 1 op een zielenpoot. Cijfers blijf toch staan! Ik wil jullie niet allemaal samen zien. Kleuren blijf stabiel, ik hoef geen heel pallet te zien. Dagen blijf gewoon. Geen brugdag, geen feestdag, doe gewoon! Piramide, balk, rechthoek, vierkant, trapezium, cirkel. Blijf toch in de wiskundeles bij meester Kris of bij juffrouw Sonja, n’importe qui, maar achtervolg mij niet. Stappen, lopen, slenteren op de kermis in dit avond. Dorp na dorp dezelfde kerk. Maar zoveel kabaal, alle kinderen hun eigen verhaal. De aap wil rust, even niet op de kermis staan. Maar achter in de klas, waar het altijd fijn was. Hoe vriendelijk de kinderen ook zijn. De fooraap ziet hetzelfde verhaal. Van Malika, de vader, de kermis in Marrakesh. De andere kermissen zijn verdwenen.   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
94 0

Het kapsalon

Al jaren kom ik in dit kapsalon. Het is te zeggen, een veel dapperdere en tevens fictieve versie van mezelf. Vanop een veilige afstand sla ik het dagelijkse geharrewar gade en droom ik van een ander leven.   Ik zie mezelf naar binnen stappen door de deur die winter en zomer openstaat. De indringende geur van haarlak, verzachter en een pot verse koffie die in het keukentje achterin staat te pruttelen, slaat om me heen en omhelst me als een oude vriend. Het belletje rinkelt en trekt de aandacht van de andere cliënten, maar ook die van haar: de vorstin van het kapsel. Deze versie van mezelf glimlacht vriendelijk bij wijze van begroeting, mijn ogen verraden echter een dieperliggende boodschap. Een waarvan ik weet dat zij, de bloedmooie kapster, ze kan lezen. Met de schaar in de hand, wijst ze me een lege stoel aan en gebaart ze dat ik mag plaatsnemen. Mijn blik volgt deze ravissante verschijning via de grote spiegel en ik observeer met hongerige ogen hoe geoefende handen en slanke vingers de haren van een andere vrouw beroeren, iedere beweging trefzeker en berekend. De mond van mijn knipgodin beweegt ritmisch en ik zie hoe het puntje van haar Elysische tong telkens, kort, haar lippen roert wanneer ze de letter ‘l’ uitspreekt. De lucht is dik van een onuitgesproken verlangen en haarlak.                 Deze versie van mezelf is zelfzeker, koelbloedig en weet perfect wat ze hier komt doen. Ik neem plaats aan de wastafel, frutsel met behendige vingers het elastiekje los en schud een bos blonde haren in model. De aanwezigheid van de goddelijke vrouw achter me doet me sidderen. Doortastende vingers op mijn hoofdhuid vertellen me zonder woorden wat ik wil horen. Elke beweging, elke aanraking, elke ademhaling, … Een bevestiging van wederzijds verlangen. Een belofte op een waardevol einde aan ons verhaal. Het water stroomt en de lucht is nog steeds dik van de haarlak, maar nu ook van de spanning die tussen ons hangt.                 Beleefde plichtplegingen en een stoïcijnse streling langs mijn hals tijdens het vastknopen van de schort. ‘Ja, het is een prachtige dag’, antwoord deze stoutmoedige versie van mezelf en daarbij werp ik de spiegel een knipoog toe die onmiddellijk doel treft. De koningin van schaar en kam slikt hoorbaar en buigt zich voorover. Haar adem streelt de fijne haartjes op mijn kaak en zorgt ervoor dat ze rechtop komen te staan. Of het kort mag? ‘Ja, doe maar heel kort. En neem rustig je tijd.’ Een kneepje in de schouder. De lucht is ondertussen zwanger van een bijna tastbare, erotische lading.                 Vaardige handen ontknopen de handdoek en schudden hem in één beweging uit. Een seconde lang vangen onze blikken elkaar en het lijkt alsof de wereld stilstaat. De kapster reikt me een spiegel aan en terwijl ik hem aanneem, verzeker ik me ervan dat onze handen even raken. Deze versie van mezelf kijkt tevreden, draait zich glimlachend om naar haar kunstenaar en sluit de ogen. Ik voel de warmte van haar lippen op de mijne en ontspan. De geur van de haarlak prikkelt in mijn neus en de anticipatie prikkelt in mijn lendenen.                 Al jaren komt die versie van mezelf in het kapsalon. Dit exemplaar echter, deze angstige en helaas levensechte persona, neigt tot conformisme en komt zo niet verder dan begeren vanop afstand. Een bijna obsceen gadeslaan van achter de veiligheid van het grote, glazen raam. De afstand voorzichtig bewarend door me aan de overkant van de straat te posteren en daar te dromen van een leven dat ik zou kunnen leiden. Het leven dat ik zou willen leiden. Het leven waarover ik niet durf praten en het leven waarvan ik niet weet hoe ik eraan moet beginnen. En dus blijven mijn haren lang.

Sara
0 0

n°7

De Stormhamer dobberde over de golf waar hij niet volledig doorheen kon beuken. Een witte spat steeg op rond de boeg, die zich in een plotse heuvel boorde en werd opgetild. Het water verliet het geval via de spuigaten. Water had zich het dek toegeëigend. Als een halfduikboot.   Hij had zijn maag voor het laatst gezien bij de vlakke zee. Hij had ze achtergelaten bij de eerste golf van drie meter. Sommige van hen waren in hun bed gekropen in hun opgeroerde hut uit pure ellende. Alleen hij stond daar voor zijn helmwiel, voeten op de grond genageld onderaan zijn weide geknikte benen. Blik geblokkeerd op de afwezigheid van de horizon, steeds gekluisterd aan de volgende siddering. Hij stuurde de boot kundig tussen die grillen van haar.Hij mikte zijn hoofd met regelmaat zo nauwkeurig mogelijk boven de ijzeren emmer. De inhoud stopte niet met klotsen nadat die zijn opstandige buik had verlaten. Ze was vertoornd, hij wist niet waarom, alleen dat ze zijn mannen niet zou nemen. Zijn baard was diepgrijs, met een lichte pluk onder elke mondhoek op zijn stevige kin. Onder de baard lag de wolkleurige kol van een dikke trui. Er zaten druppels in zijn baard, hij negeerde de zuurte achter in zijn keel. Naast zijn indringende ogen lagen diepgroevige kraaienpotjes. Zijn wenkbrauwen zagen er zwaar uit, hoe ze breed over zijn oogleden schaduwden.De kapitein gromde luid. Bij een volgende opwelling viel zijn muts net voorbij de emmer.Een volgend gevaar rolde verraderlijk gemoedelijk over het diepe blauw. Rolf kuste een hanger stevig in zijn hand. Zijn peppillen verdrongen de donkere iris bijna volledig. Het was geen water waar hij tegen opkeek, het was de structuur van de dood zelf. Deze was tien meter hoog, de Stromhamer werd opgetild maar daalde niet meer. Hij dreef in de lucht verder waar de golf eindigde. Een wolk voer voorbij. Bakboord. Rolf ontspande, zijn voeten braken vrij. Zijn schouders ontspanden. Volledig kalm draaide hij zich om, knipperde langzaam. Hij klom de smalle ladder af achterin de stuurhut en werd zacht op het bed neergelegd. Hij zonk langzaam weg.

Erte
0 0

Pedalenspel

Putteke winter. Donker, grauwe, grijze, winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor een uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. Baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Baby slaapt. Thuis op tv. Daarna nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm, huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor het uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. De baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek.  

Heidi Schoefs
0 1