Lezen

Zebrapad

  Zonder kleuren te begrijpen koopt de moed een ladder. Duizend sporten. Lang genoeg voor elke regenboog. Een aarzeling verklaart hem gek want tussen zwart en wit leeft enkel grijs. Zoiets weet een monochrome camera. Ik doe het toch, fluistert de hoop. De oversteek is link. Het zwart laat moeilijk los. Langzaam door de sneeuw. Overnachten moet men in een bruine kroeg. De waard hij heeft een glazen oog. Daar is geen vraag die leeft. Ik ben het zeker. Ja. Zelfs koffie zal hier niet ontkennen. Nergens bestaat zuiver zwart. Nacht en sterren weten. Fonkelingen drinken te veel vreugde. Dronken zal het uur niet worden van een beetje licht  Overal hetzelfde. Nuances hebben er de boel besmeurd. Ik moet hier weg. De duisternis wil mee. Één stuiver wordt gevraagd voor het gelach en ik kan gaan. De zon komt op. Blijft netjes wit. Omdat een berg dat wil. Het kerkhof dat ik zoek voor de begrafenis van de verleden tijd. Het ligt ginds aan de achterkant. Daar waar de pas verdwijnt. De horizon een inzinking verdraagt. Ginds zal het zijn. Het einde van de reis. Een clown. Een niet bestaande circustent. Onmogelijke trouw aan rood op wangen van de hartenzot. Iedereen en alles zal mij daar ontvangen met gebroken armen. Kom maar mee. Vergruis hier maar die smart. De littekens vergaan tot stof. Een indianenkind verbergt het in een zadeltas. Wees gerust, zegt er een stem. Zebra's zijn gevonden voor het trekken van de kar. De lijkstoet zal niet volgen want men is te moe. Het paard kan dat alleen. Eindelijk. Weer. Draven. Vrij. Ver weg van hier.  Met in die zadeltas geleden tijd. Voor nog een overtocht.     uit de reeks 'Reizen met Ricky'    

Bernd Vanderbilt
3 0

Het uur van de tureluur

  I tic tac tik tak knabbel aan seconden probeer op je gemak ok en ik koop alvast dit station omwille van dit schoon perron het uitzicht op vertrek   II nou dat was alvast een goed begin zegt er een spreuk die nog geen schedelbreuk opliep straks win ik zelfs beweert de voorspoed terwijl het sprookje blijft geloven dat het echt kan zijn   III werveltje werveltje in mijn rug draag mijn nek en hoofd terwijl ik naar de sterren kijk   werveltje werveltje in de wind spaar die ziel op zee de duinen willen echt geen uitzicht op een kinderlijk   werveltje werveltje op het strand verniel nooit een kasteel waarin schone onschuld woont   IV concentreer je op de wereld deze straten hier en nu doch echte winst wordt niet geboekt want hij die brussel nieuwstraat heeft gekocht reed gisteren een egel dood hij moet naar de gevangenis ja want ik houd van zuiver lot gerechtigheid nochtans zoek ik gewoon wat rust en geef mij nog zo'n stimorol die dromen stimuleert en roze bellen produceert   V dit lijkt een sprookje zonder olifant een winketje met fluisterend kristal doch de dag moet voort  alvorens hij weer spoken baart daarom jeugdelingen zieke mensen allen die maar blijven hopen op wat beterschap wij zetten door doe mij na neem ook een schop en zoek met mij een mol ik wil die fraaie duisternis voorzichtig aaien   VI later eerst nog  die historie voor mezelf ik was een spruit een jaar of tien het elfje dat mijn dromen zocht ik heb haar nooit gezien misschien is ze verdwaald niets is gebeurd en tegelijk zo veel ik ben allicht verblind geraakt ik zie nu scheel wat is nog echt ik lijk verward door die geleden tijd zelfs de paarden op het schaakbord willen weg het wit is vuil het zwart te loom   VII het is alsof de tijd de kleuren heeft geschrapt het uurwerk weet waarom het is al even moe de grote wijzer danig uitgeput een spin maakt eindeloos veel rondjes langs de cijfers twee drie vier vijf zes ik doe mijn ogen opnieuw open weg is de prinses   VIII heb ik te veel gepreveld alle hoop verjaagd verdroeg de rug van de tijd die last niet meer herinneringen druipen van een kaars ik heb alles klaargezet kruimels op een bordje voor de tureluur   voor haar een sober avondmaal bij kaarslicht en de einder is akkoord hij zal bloedmooi rood zou laten zien zomaar zonder angsten zou de toekomst overleven intiem vuur ons hart verwarmen   IX hallo sorry neen dank u maak mij niet bang meneer ik wil geen brandverzekering meneer alstublieft miltvuur is mijn beste vriend laat ons gerust ik was aan het herleven in een fabeltje na die fatale dag   X wereldje wereldje het is tijd haak nu maar af ik heb genoeg van uw gedoe   wereldje wereldje ik ben er niet want de prinses zij is gelukkig weer op weg en straks   wereldje wereldje dan stopt zij hier o wee bij mijn hotel te mol bevrijdingslaan   XI hi! je bent dan toch tot hier geraakt ik raak je best niet aan ik zou mezelf betrappen op een flauwe grap gemaakt door een illusie   toch en echt welkom kijk overal en rond ik heb dit bouwwerk zelf gemaakt ooit voor de bijen ook een liefdevolle wesp of twee   XII nog enkele uren te gaan de wolfspin staart mij aan hij kent de taal niet van bedrog mijn maag blijft leeg dit hoofd te vol ik drink nog wat het glas heeft weerom dorst de hemel buiten vriest hij wordt straks van kristal dat weet hij al de olifant     uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'            

Bernd Vanderbilt
7 0