Lezen

Kringloop

Ik heb alweer mijn rij van zestien bomen op het kerkhof opgezocht. Het noorderpad bevat eerst geen grind en slingert zacht een helling op. Kiezels laten graven links liggen, rechts zomen Japanse kersen het grindpad af. Aan de andere zijde van de dodenakker geen pad, geen kersen, enkel pijnbomen.   Drie wachters van me zijn gesneuveld, al hadden jongens met een stok hun zwavelzwamhoeden weggeslagen. De onthoofde schimmel, wit en bros, lag een tijd in pulver op het pad. Op stammenbulten prijken resten grijs, eronder zwellen, opnieuw en plakkerig, geel-oranje kommen en schelpen.   De dertien overlevers heeft een dienst met een peloton prunussen versterkt. Nu staan er in de lente vierentwintig in 't gelid, een wittebloesemzee die boven ooghoogte kale boomgenoten en verlaten grijze graven afschermt. Lager bieden rechte stammen en kromme knoesten doorkijkjes naar ingezakte grafstenen, neergestorte platen, abstract beeldhouwwerk.   Staan deze wachters op de grens van dood en leven? Neen, ze staan er middenin: bruinrot lepelt kernhout van bonkige stammen uit, sap stroomt opwaarts in het spint. Getordeerde zuilen torsen overdadig wit, bordeaux blaadjes stemmen op frêle rose kronen van prunussen af, oud en nieuw schudden witte schilfers naar hun voet.   Ik heb opnieuw mijn Japanse kersen opgezocht en loop te zingen: 'Old man, look at my life, I'm a lot like you were'. Hier worden rijken niet gescheiden, rigide grenzen niet bewaakt, geen tips van sluiers opgeheven, hier vloeit alles in elkaar. In kringloop zijn dood en leven hier verbonden, wat ontbonden wordt, gaat er ook in op.

Robert de Roek
0 0

Ik zoom uit en ik zie

Ik zoom uit en ik zie: het dakvenster waaronder ikeen magneet boven een restauranttafelde man die zich - letterlijk - buiten de kring zet, altijd weerde lichte kromming in de nek van de pianisteen drenkeling naast de vijver, sigaret nog tussen de vingersde trillende kop van de spechtlichtblauwe rechthoekjes om in te zwemmeneen snelle eekhoornstaart tussen bleke stammeneen afscheid op een perron (zoen in de hals)regen die van mij weg valtde stilte onder muziekwitte rook uit lange afbrokkelende schoorsteneneen paarse vlek lavendel, trillend in de zongeen grenzen, alleen maar omheiningende verlangens en kneuzingen van alle mensenhet ongecontroleerd lachen om 3 uur 's nachtsal het door bijzienden onopgemerkteeen eenzaam bootje op een oceaan (als van papier)de vergissingen die ik maaktealle woorden die werden geschreven met alle pennen en toetsen die ik gebruikte, en alle gedachten en handelingen die die woorden veroorzaakten bij de lezersmouwen, pijpen en kussen (gevuld met veren)het zaadje onder de navel, de hik in het middenrif, de dood achter het borstbeende kalligrafie van wintertakkenhet geroffel van alle angstige hartende raakvlakken op een lichaamde teleurstelling verzameld in spiegelsdat iedereen zichzelf voor de gek houdtde klei onder de voeten, de stad onder de stadmijn eindigheid, die van de regen, die van de specht, die van de schoorsteenalle handen die ik aanraakte, veters die ik knoopte, adem die ik nam, onzin die ik hoordehet draaien in cirkels, het temmen, het laten gaan

Katrin Van de Velde
0 0

Naastenliefde

Ze had van kleins af aan verpleegster willen worden.‘Daar ben je te gevoelig voor’, had haar moeder op een donkere maandagochtend gezegd.‘Je bent beter af in de handelsschool’.Terwijl ze een zucht probeerde te onderdrukken, nam Diana haar schooltas op van de vloer.Haar krullende haren gleden zachtjes heen en weer over haar gezicht.Heimelijk teleurgesteld trok ze haar afgezakte sokken weer wat hoger.‘Alsof meedogenloosheid een nodige kwaliteit is in een verpleegster..’, dacht ze in zichzelf. Al herinnerde ze zich snel de boodschap uit de toespraak van de pastoor.Iedereen kan hulp bieden. Je moet er enkel de goede wil voor hebben. Met een gezonde vaart reed ze haar dorp door, richting Brugge, richting Sint-Jozef.De straten die ze passeerde ontluikte haar nieuwsgierigheid.Wat als ze vandaag niet naar school ging?Stel dat ze nu gewoon een andere straat insloeg?Welke onbekende wegen lagen er nog op haar te wachten?De koude wind waaide door haar haren.Later zou ze zelf kunnen kiezen wat ze deed.Met een strenge blik op de weg gericht en een borstbol in haar mond, trapte ze door. Van een jong meisje evolueerde ze in een sterke jonge vrouw.Als prille volwassene kreeg ze een heel rouwproces op haar bord.Haar broer stierf aan tweeëntwintig jaar, haar mama aan achtenveertig.Niets was nog hetzelfde.De discussies met haar moeder speelde zich nu slechts af in haar hoofd.De eerdere geschillen herhaalden zich als een nostalgisch melodietje uit een muziekdoos, maar er kwamen geen nieuwe bij.Elk argument bleef onuitgesproken. De stilte was wreed.Langzaam probeerde ze zaken een plek te geven. Ook zichzelf.Zij had een andere plek nodig. Diana vertrok thuis om op zichzelf te gaan wonen.Ze trapte door het leven en ondanks de tegenslagen onderweg, sloeg ze haar armen open voor om het even wie het nodig had. Van Familiehulp naar de afdeling Orthopedie in de Loofstraat, waar ze de volle dertig jaar werkte en nadien ook de OKRA-vereniging. Ze wou mensen helpen, mensen genezen, mensen terug sterk in hun schoenen zetten. Geleid door haar innerlijke drijfveer stond ze dag in, dag uit klaar om mensen gelukkiger te maken. O Diana van ‘t platteland, in je grootste droomwerp je gelukzalig je oogjes naar ‘t vredespatroon.Uw hand grijpt een handje, stevig en vol moedondersteunt gij het mensdom dat danst aan uw voet.Onze gids zijt gij, uw metgezellen zijn wijach leer onz’ waardering, voor ‘t kleinste blij. Dianas leven is een combinatie van doorzettingsvermogen, een positieve ingesteldheid, een aanstekelijke lach, dankbaarheid en heel veel moed.Als je Diana vraagt of het lot echt bestaat, antwoordt ze,“De wind zie je niet, maar die bestaat toch ook.” Moeder van de herder en het lam;hoed de kudde, leid ons bij de hand.     Silke Van RompaeyMet dank aan de auteur van ‘O moeder van bijstand’ en Diana Schotte voor het vertellen van haar verhaal.20/02/2025

Silkevr
0 0

Perron zeven

Ik tel de uren, minuten en seconden weg terwijl ik naar buiten staar.Ik probeer mijn brein af te leiden door aan iets anders te denken,maar wanneer ik mijn ogen sluit, maken mijn hersenen bezwaar.Het wilde bonken van mijn hart probeer ik te negeren,waarbij mijn playlist me ondersteunt om deze lange rit te overleven.Ik denk dat niemand mijn gemoedstoestand kan lezen,afgezien van mijn draaiende rechtervoet en mijn bevende benen.God...Ik kan niet meer.Ik moet weer naar het toilet.Fuck.Zo typisch.Een hele rij voor een gesloten deur.Bezet.Ik neem mijn gsm en kijk naar de tijd.Dertig seconden lijken momenteel een eeuwigheid.Angst, nieuwsgierigheid en verlangen vullen mijn wagon.“Mevrouw?”Ah juist, mijn ticket.Och, waarom gedraag ik me toch zo stom...Het lijkt alsof alles in mijzelf volledig is ontspoord.Mijn emoties, hormonen, spieren,...of zit dat allemaal maar in mijn hoofd?Een eerste klas piekeraar, al m’n hele leven lang.Als iets nog maar te luid werd, wou ik weg en was ik bang.Maar ondertussen heb ik mijn puberteit getrotseerd,en mezelf de nodige stresskillers aangeleerd.Het leven is een aaneenschakeling van risico’s en nieuwigheden.Dus blijf niet als een pakezel rondzeulen met bagage uit het verleden.Ik adem uit en ga ervanuit dat dit gewoon is hoe het moest zijn.Die gedachte helpt, geloof me, net zoveel als een glas wijn.Sommigen geloven in toeval.Voor mij voelt ons bestaan aan als een goed doordachte routeplanner.Ergens wacht er een bestemming,maar voor nu ben ik de onwetende reiziger.Anderhalf jaar later kijk ik met een lach terug naar het ongeduldige vooruit staren.Toen wist ik nog niet dat die uren wachten nog maar het begin waren.Het begin van mijn leven met jou.   Silke Van Rompaey12/02/2025

Silkevr
0 0