Lezen

Jorre*

Jorre* hield van stevige feestjes. Het liefst met een lijntje coke, liters bier en roken als een ketter. ' Zonder bier geen plezier ' was zijn levensmotto. En natuurlijk veel seks, heel veel seks.... Op één van zijn stevige nachtjes ontmoette Jorre een bloedmooie jongedame. Ja, hij had wel zin in zo'n deerne. Met zijn smooth dansmoves probeerde hij haar het hof te maken, wat hem ook lukte. Het is niet alleen het uiterlijk dat telt, ook het karakter en persoonlijkheid nietwaar? Jorre was niet knap, maar je kon moeilijk zeggen dat ie echt lelijk was. Gewoon een modale man, zoals de meeste mannen. Maar hij reeg de vrouwtjes bij elkaar, als trofeeën uit zijn trofeeënkast. Hoe hij het doet is mij een compleet raadsel, maar goed. Terug naar het bewuste tafereel op det bewuste nacht. Jorre had goesting, de dame had zin. Seks met wederzijdse toestemming weet u wel. De dame nam hem mee naar haar thuis in haar Corvette. ' Ik heb het getroffen ' dacht hij. Na een passionele nacht en de nodige koffiekoeken nam Jorre afscheid van haar. Een naam was niet nodig en casual sex moest kunnen. Bye bye schat! Een kleine week later voelde Jorre, onze arme man, een enorme plasdrang en had hij moeite en pijn bij het plassen. ' Oei oei, ik moet naar de dokter ', dacht hij in paniek. ' Ik kan je gerust stellen Jorre ' zei de arts. ' Je hebt een goeie SOA te pakken, proficiat. Maar daar bestaan effectieve pilletjes voor.' 'Weet je haar naam?' ' Geen probleem kerel', antwoordde de arts. ' Neem je medicijnen en verzorg je goed.' Verbouwereerd nam de Jorre afscheid van zijn huisarts. Als raad en advies vertrouwde de dokter hem nog toe:' het komt allemaal goed man. En als je later longkanker hebt of levercirrose ben ik er om je te helpen. Prettige dag verder hé.' Tja, casual sex....   * Fictieve schuilnaam 

Canniball
6 0

De 'waarom vraag'

De 'waarom vraag'.   Ik hou zoveel van de waarom vraag dat ik hem haat. Peuters zijn daar kei-straf in. "Waarom is dat bord rood met een witte streep?" "Omdat dat een stop bord is", zegt va. "Waarom is dat een stop bord?" "Omdat je moet stoppen dan." "Waarom moeten we dan stoppen?" "Omdat we anders botsen als iedereen door rijdt", antwoordt va geërgerd. Kid vangt de nervositeit op, kid is geen moeilijk kind. Kid kijkt wat verder in haar lievelingsboek. Toch blijft kid denken: waarom is het bord niet paars met een groene streep? Dat is toch veel vrolijker vind ik. Waarom laten we elkaar gewoon niet voor met de wagen? Dan hoeven we geen lelijke stopborden. Terwijl ze naar Rubio, de kabouter, op haar mooie prent kijkt moet ze glimlachen want Rubio weet het ook niet, ziet ze aan zijn blik. Kid wordt puber meid. Heel de tijd krijgt ze waarom vragen, al jaar en dag en het stopt maar niet. "Waarom is je kamer zo slordig", zeurt moeke? "Waarom was je gisteren zo laat van school?" "Waarom ruikt je jas naar sigaretten", tiert va? Alles, echt op alles moet ze wat gaan verzinnen. Na een tijd snauwt ze: "daarom" en gaat stampend naar haar kamer. Ze gooit de deur dicht en kid vraagt zich af waarom ze niet vragen of ze zin heeft om te praten over die domme geur in haar jas, bij een lekkere kop ,liefst warme, chocolade melk? Waarom doen volwassenen zo dom? Ze snappen kid niet en kid begrijpt de wereld niet. Ze zet mega luide muziek op: rap; daar vloeken ze veel bij en dan vloekt ze luidkeels mee. Kid is kwaad. Ze weet 't vast niet meer dat ze met Rubio lachte omdat de grote mensen haar geen uitleg konden geven. Meestal vond ze dat best grappig en deed ze er nog een paar schepjes waarom vragen bovenop. Nu moet kid zich verantwoorden voor alles, ja echt alles. Opeens hoort ze va de trap op rennen. Gauw toontje lager zetten die muziek. Va vindt rap trouwens geen muziek, waarom weet ze niet.   Jaren gaan voorbij. Kid studeerde en is maatschappelijk assistente. Ze werkt voor het OCMW in de gemeente waar ze opgroeide. Ze krijgt veel mensen over de vloer. Meestal vragenstellers. Zij stelt vragen. "Waarom werken jullie niet?" "Waarom heb je de huur niet kunnen betalen?" "Waarom heb je je wagen verkocht en voor welk bedrag?" "Waarom verhuis je zo vaak?" "Waarom hebben jullie gekozen voor 5 kids?" ... Ze noteert de antwoorden in een pc systeem. "We bellen zo gauw we kunnen." "Waarom heb je geen gsm?" "Kom dan maar terug donderdag om 14.15u."   Deze mensen gaan zenuwachtig en wanhopig naar huis. Binnen 2 weken staan ze op straat. Kleinste kid huilt, groter kid fluistert dat 't heus goed komt en neemt een prentenboek en vertelt over Rubio de kabouter. Donderdag staan ze paraat. Ma, pa en de 5 kids. Oudste kid houdt kleinste kid in de armen. Ze zijn 20 minuten te vroeg. Het is pas 13.55u. De minuten tikken langzaam voorbij. Welke vragen zullen er nu weer zijn? De assistente komt tevoorschijn en met z'n achten gaan ze zitten in een veel te klein lokaal. Ze halen nog wat stoelen bij.   "Op de commissie werd beslist...", ma houdt haar adem in, kijkt angstig haar man aan. De 4 oudere kids kijken vragend hun ouders aan. Jongste's oogjes zijn net toe gevallen.   Even is er stilte. Er rolt een traan over ma'ke haar wang dat ze in één snelle reflex weg veegt met de mouw van haar kapotte jas. Ze kan niet meer. Ze is op, bang dat de 5 geplaatst worden indien er geen oplossingen komen, bang om haar man te verliezen ook omdat ze denkt dat ze gefaald heeft als moeder en als vrouw en dat verstopt ze in haar mouw. Sterk als ze is herpakt ze zich gauw.   De maatschappelijk assistente zit er wat verbouwereerd bij. Ze zag de traan en meteen denkt ze in zichzelf: "waarom huilt ze?" "Omdat ik het niet meer weet", antwoordt ma terwijl pa zenuwachtig wiebelt met zijn benen en het oudste puber kid de hand van haar ma vast neemt en slikt. Ze had zonder te weten de 'waarom vraag' luidop gesteld. Ze vraagt of ma en pa een watertje wensen en of de kids haar willen volgen naar de speelhoek? Dan pas ziet ze het prentenboek, met Rubio, dat de tweede jongste in zijn handen klemt. "Hadden jullie graag warme chocolademelk?", vraagt ze. De kids kijken een beetje vertwijfeld op en knikken. De assistente gaat naar de automaat, graait kleingeld uit haar tas en brengt de bekers. "Pas op, 't is warm", zegt ze. "Ik kom zo terug, ik ga naar het lokaal bij jullie ma en pa en als er wat is kom dan maar naar daar." De assistente gaat weg. Ze praat lange tijd met de ouders. Deze vertellen wat er allemaal gebeurde: hoe de kids school liepen en over hun hobby's van voor het faillissement zoveel jaren terug.   Een hele poos later, de bekers leeg en al samen heel wat gespeeld, gaat puber kid eens piepen. Nu is zelfs pa emotioneel en ma lacht haar dochter om de hoek toe. "Kom erbij mijn lieverd", zegt ze zo zacht en kid weet niet goed wat doen. Voorzichtig stapt ze de volwassenen tegemoet. Ze is nog niet in het lokaal, of ma vertelt het allemaal. "We gaan verhuizen, eerst naar een noodwoning en ondertussen zullen ze helpen bij het zoeken naar een huis, we mogen voedselpakketten en de assistente brengt zo gauw ze kan een gitaar." Puber kid schiet in huilen en hoort de rest niet meer. Het was zo lang geleden dat ze nog had kunnen musiceren. Ma praat en legt vanalles uit, maar puber kid weet niet wat er gezegd wordt. Ze kijkt naar de assistente en vraagt: "een gitaar, waarom?" "Daarom".       Céline M.

Céline M.
3 1

waar wil je zijn?

natuurlijk. natuurlijk ben je bang. jij weet ook dat hoe dichter je komt, hoe moeilijker het wordt om weer achteruit te stappen. het is staren naar een praline van pure chocolade- speeksel dat zich begint te vormen naast je tong en je tanden die zich erin willen zetten. denken dat één praline geen kwaad kan en terwijl je haar in je mond neemt, beseffen waar die verleiding zich in verschuilt: het verlangen naar meer. ik weet dat het dat is wat ik met jou doe. ik zie het aan de manier waarop je lichaam zich gedraagt in nabijheid van het mijne. het zoekt toenadering en creëert afstand. het wil, maar je hoofd zegt nee. je lichaam wil dichter naar het mijne komen. je voet wil je lijf naar voren brengen maar zodra ze van de grond gaat, brengt je hoofd haar terug naar haar plaats: “hier blijven”, zegt ze. je houdt jezelf tegen.  ik kijk naar je en zie het gebeuren. we praten met elkaar en terwijl jij spreekt, observeer ik. ik kijk naar je mond als je aan het vertellen bent. ik laat mijn ogen over je gezicht glijden. ze houden even halt bij je hals en kijken dan weer naar je ogen. ik doe het schaamteloos. ik denk dat je het merkt en dat is mijn bedoeling. het is de meest subtiele vorm van opwinding: kijken.  ik raak je aan met m’n ogen en ik weet dat je het voelt. je voelt ze branden en daardoor vat jij evengoed vuur. je lichaam voelt het en je hoofd kan er niets tegen beginnen. je hoofd heeft controle over wat je doet, maar niet over wat je voelt. je hoofd heeft geen controle over mijn ogen. zij gaan waar ze willen.  ik denk dat je hoofd evenmin controle heeft over jouw ogen, ook al zijn ze zo dichtbij. ik zie je naar me kijken wanneer ik tegen je spreek en bewust de andere kant op kijk. je wendt je ogen niet af- zoals gebruikelijk zou zijn. je blijft naar me kijken. ik voel dat je blik niet enkel mijn ogen probeert vast te houden. ze worden getrokken naar mijn wang, mond, hals. je kijkt naar mij op dezelfde manier als ik naar jou- het enige verschil is dat jij pas durft kijken wanneer ik wegkijk.  ik voel dat je naar mij getrokken wordt zoals ik naar jou. ik voel ook hoe je van me weerhouden wordt. het is zoals we op onze plaats gehouden worden. de uitwerking van twee tegengestelde krachten op elkaar: de zwaarte- en  normaalkracht. die houden je waar je bent. maar de relevantere vraag is: waar wil je zijn?  

Ellen Tomaluk
14 0

HOE ZELFS LINKS MIJ DISKRIMINEERT ALS HOMO a

kwetsbare MAN kwetsbaar mannelijk schoonheidsideaal ¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨ Toen ik op veertienjarige leeftijd verplicht werd om in de fabriek te gaan werken, had de maatschappij al een kiem van ontevredenheid gelegd. De ongelijkheid was mij tijdens mijn schoolperiode al duidelijk geïllustreerd: er werd geen enkele moeite gedaan om mijn interesse voor de leerstof te wekken. Met veel straffen werd ik enkel uit het analfabetisme gehaald, niet meer en niet minder. De traditie eiste immers dat de mensen uit mijn arbeidersbuurt op veertienjarige leeftijd gingen werken. De nonnen trachtten er dan ook geen intellectuelen van te maken.Tot grote spijt van mijn omgeving werd ik later actief in de politieke milieus van mijn stad. Mijn interesse was gewekt door een lieve jongen uit dat milieu, op wie ik onbewust verliefd was geworden. Ik vond er voor het eerst de woorden (en het begrip) voor mijn onderdrukte positie als arbeider. In die omgeving was er iemand die mij, als enige arbeider, interessant genoeg vond om deel te nemen aan de Derde Wereld-beweging (die later AMADA werd en nu PVDA). Nadat ik enkele vergaderingen had bijgewoond, werd ik voor het eerst geconfronteerd met het volstrekt onbegrijpelijke taalgebruik dat zij tegenover mij als arbeider hanteerden — het zou niet de laatste keer zijn — en met de emotionele afstandelijkheid. Alles mocht, zolang men maar de taal van Marx sprak. Toch belette dat niet dat ik me bewuster werd van mijn positie als arbeider; de kiem kreeg wortels. Maar de spanning die werd veroorzaakt door mijn marginalisering als arbeider tussen intellectuelen, en de inconsequente houding in het dagelijkse leven, maakten dat ik me er niet meer thuis voelde. Ik koos de weg naar het apolitieke milieu.Op negentienjarige leeftijd verhuisde ik naar Gent (later naar Leuven, Brussel en nu Antwerpen) en sloot ik me aan bij tal van groepen die één ding gemeen hadden: de zoektocht naar een nieuwe maatschappijvorm. Het was echter duidelijk dat mijn bewustzijn als arbeider en mijn bewustzijn als homo niet gelijk evolueerden. Als kind had ik uitgebreide seksspelletjes met mijn vriendjes (die nu opeens hetero schijnen te zijn), waardoor ik volop mijn homo-erotiek kon uitleven. Ik kreeg in mijn jeugd de indruk dat alle mensen homo-erotische gevoelens hadden en die op de een of andere manier uitten, maar dat ze werden belet om die openlijk te beleven. Over seksbeleving werd immers niet gepraat; het werd belachelijk gemaakt. Toen ik ongeveer twaalf jaar was, hadden de kerk en mijn opvoeding een zodanige invloed op mij dat mijn schuldgevoel me dwong om slecht te vinden wat ik eigenlijk fijn vond. Daarom biechtte ik mijn seksspelletjes op met een jongetje van wie ik ontzettend veel hield en die mij dat prachtige gevoel van spanning gaf. De pater bedacht mij niet met een bedevaart naar het G.O.C., maar met een bidprogramma van een week. Hij verbood mij om 'zulke dingen' nog te doen. Ik moest hetero worden.Ook de linkse beweging, waar fallocratisch gedoe de norm was, sterkte mij in het idee van de heterovanzelfsprekendheid. Dus klasseerde ik mezelf als hetero. Ik wérd hetero. Op twintigjarige leeftijd hield ik dat niet meer vol. Ik voelde me genoodzaakt de bars in Brussel te bezoeken. In mijn dagelijks leven was ik hetero, ’s avonds was ik homo. Mijn verhuizing naar Leuven, mijn werking in de werkgroep Marginaliteit en mijn verblijf in de 'Pimpel' zijn cruciaal geweest voor mijn evolutie. Daar kon ik voor het eerst mijn homo-zijn verwoorden. Daarbuiten ging mijn schizofrene leven echter gewoon door. Op een dag ontmoette ik in de enige bar die Leuven rijk was een lieve jongen die actief bleek bij de Leuvense Studentenwerkgroep Homofilie (LSWH). Als een goed militant sleurde hij me mee naar een van hun vergaderingen. Ik wist destijds maar vaag van hun bestaan, omdat hun werking vooral gericht was op studenten. De rest van de onderdrukte homo’s die geen banden hadden met de universiteit, kon het bestaan ervan hoogstens vermoeden. Alleen voor de toekomstige dokters en intellectuelen werd de rode loper van de hulpverlening uitgelegd. Maar goed, eenmaal binnen werd je getolereerd. Toen ik hoorde wat ze allemaal deden — opvang, wekelijkse vergaderingen, gespreksgroepen — dacht ik dat mijn leven zou veranderen. Geen ellendige bars meer, geen constante uitbuiting van onze gevoelens, en niet meer het gevoel naar de hoeren te moeten lopen als je behoefte had aan affectie.Weg ermee: leven! De LSWH betekende voor mij een lichtpunt. Ik dacht daar mensen te vinden die, net als ik, naar buiten wilden treden. Mensen die ons homo-zijn niet langer wilden verbergen. Ik hoopte bij hen de kracht te vinden om op straat te kussen, gearmd te lopen en mijn homoseksualiteit te tonen. Ik dacht dat de problemen spoedig voorbij zouden zijn. Ik hoopte op mensen die achter me zouden staan en me zouden leren in verzet te komen tegen de constante vernedering van het beloerd, bespot en uitgescholden worden. Maar de droom was kort, de teleurstelling pijnlijk. Er werd gezegd dat we 'de mensen niet moesten choqueren', want we moesten 'die hetero’s de tijd gunnen en hen vragen ons te tolereren'. Hoe zij dan met ons moesten leren leven, bleek uit de vele gesprekken over hoe men 'gelukkig kon leven in deze heteromaatschappij'. Dat betekende in de praktijk: 'hoe leer ik mijn homogevoelens onderdrukken voor de hetero’s'.De heteronormativiteit werd nooit in vraag gesteld; alleen aan ons, homo’s, werd constant getwijfeld. Geen dromen meer over naar buiten treden. Ons bed, onze kamer, de bars en de werkgroep: dat waren de afgebakende plaatsen waar ik mijn homo-zijn mocht beleven. Daarbuiten was het op eigen risico; daar was er niemand die mij hielp. De maatschappij werd niet fundamenteel bekritiseerd, hooguit hier en daar gecorrigeerd. Na een aantal vergaderingen vervloog de droom en zat ik weer in de bar. Daar vond ik tenminste waar het mij om ging: mannen. Door de hele dag mijn homogevoelens te verdringen, zat ik zodanig in de knoop dat ik nog maar één doel had: de bar in en een man opscharrelen. Wie of wat hij was, deed er niet toe. Dat kon ook niet, want de sfeer was meestal zo vervreemdend en de muziek zo luid dat nadenken onmogelijk was. ’s Morgens werd de man na een kop koffie gewoon weer op straat afgezet.Zo ging het verder, tot ik op een dag op een van die 'intieme homofuifjes' een vriendje tegenkwam die bij de Rooie Vlinder bleek te zitten. Hij vertelde dat ze de volgende dag zouden meelopen in de 1 mei-betoging. Dus ging ik de volgende dag mee de straat op, wat meteen mijn aansluiting bij de Rooie Vlinder betekende. De vergaderingen waren leuk. Er werd gelachen en gepraat, maar vooral: er werd iets ondernomen tegen onze onderdrukking. Hier mocht ik zeggen dat ik niet de enige was die zichzelf niet aanvaardde, maar dat de maatschappij mij simpelweg de mogelijkheid daartoe niet gaf. Na de vergadering werd er meestal een pint gedronken in een 'gewone' kroeg. Die hetero’s, aan wie we eerst moesten wennen, vielen ook mee; ze kwamen ons zelfs kusjes geven (niet altijd even overtuigd, maar goed, beter iets dan niets). Daar heb ik de draad van mijn verzet tegen het conservatisme weer opgepakt. Ik wist dat ik niet meer alleen stond. We beseften dat we elkaar nodig hadden als steun in de dagelijkse realiteit. Het werd mooi om 'flikker' te zijn. Mijn schuldgevoel maakte plaats voor een zelfbewustere houding (die me nu soms wordt verweten). Gedaan met het constante rekening houden met hetero’s: vanaf nu moesten zij ook rekening houden met ons. 'Janet' zijn is mooi, en het zou steeds mooier worden.De vakantie stond voor de deur en ik vertrok naar Zuid-Frankrijk naar een alternatief janettenkamp. Daar, veertien dagen samen met homo’s uit heel Europa, ervoeren we de solidariteit die alleen onder onderdrukten mogelijk is. Ook het feit dat mensen mij mooi, lief en erotisch vonden, bevrijdde mij van tal van complexen die ik in het heteroghetto had opgedaan. Ik kwam sterker terug.Na een jaar bij de Rooie Vlinder heeft de boom bladeren gekregen. Hij is nu sterk genoeg om in het verzet te blijven.  Na een jaar ROOIE VLINDER heeft de boom bladeren gekregen. Hij is nu sterk genoeg om in het verzet te blijven. De bloemen zullen echter alle vruchten krijgen als de solidariteit van de progressieve beweging groot genoeg is en steunt op het consequent in-vraag-stellen in de dagelijkse praktijk van het eigen fallokratisch gedrag. De fallocratie is een dynamiek van de conservatieve beweging en de oorzaak van de onderdrukking van zowel vrouw als man. Er resteert geen andere keuze dan de consequente afbraak van die dynamiek. Iedere stap in die richting maakt mijn homoseksualiteit mooier, vrijer. Deze tekst verscheen in de rooie vlinder krant 1978 ****************************************************** De Rooie Vlinder (1976–1981) was een radicale, socialistische actiegroep die een fundamentele rol speelde in de vroege Vlaamse homobeweging. In tegenstelling tot eerdere organisaties die streefden naar maatschappelijke aanpassing, zette deze groep in op de totale homobevrijding en een fundamentele verandering van de samenleving.  Belangrijkste kenmerken en doelstellingenIdeologie: De beweging was expliciet links en socialistisch. Ze beschouwden de onderdrukking van homoseksualiteit als een product van de kapitalistische en patriarchale maatschappijstructuur.Bevrijding vs. Integratie: De Rooie Vlinder verzette zich tegen "integratie" in de heteronormatieve wereld. Ze wilden niet simpelweg geaccepteerd worden, maar streden voor het recht om fundamenteel anders te zijn zonder discriminatie.Locatie: De kernactiviteiten vonden voornamelijk plaats in Gent (verbonden aan de UGent) en Antwerpen.  De groep lag aan de basis van vele "primeurs" in de Vlaamse LGBTQ+-geschiedenis:De Eerste Homodag: In 1978 organiseerde De Rooie Vlinder de allereerste Belgische homodag in Antwerpen, de voorloper van de huidige Pride.Eerste Homofilmfestival: Ze gebruikten cultuur als strijdmiddel en organiseerden het eerste festival voor homofilms in Antwerpen.Militante actie: Ze stonden bekend om hun confronterende stijl en betogingen, zoals de protesten rond de omstreden musical Snoepjes.  Erfenis en opvolgingDe beweging werd in oktober 1981 ontbonden, maar hun radicale gedachtegoed leefde voort in het Roze Aktiefront (RAF), dat direct na de opheffing werd opgericht. Tot op de dag van vandaag, in 2026, wordt De Rooie Vlinder herinnerd als de groep die de holebibeweging in Vlaanderen uit de onzichtbaarheid trok en politiseerde. Documentatie over hun acties is onder meer terug te vinden in het Fonds Suzan Daniel, het holebi- en transgenderarchief van België.     ********************************************************************* ****************************************************************************   GALLERIJ VERF ED Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/     

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
14 0

Niet alles wat in mij spreekt, is van mij

Ik voel me nog elke dag slecht over mezelf.Niet omdat er steeds iets misgaat, maar omdat die stem er nog is.Die stem die zegt dat ik tekortschiet, te veel ben, of het nooit helemaal goed doe. Die stem is niet ontstaan uit zelfkritiek. Hij is ontstaan uit afwezigheid. Als niemand je leert dat jouw gevoelens ertoe doen,ga je vanzelf aannemen dat ze het probleem zijn. Als niemand blijft wanneer het moeilijk wordt, ga je denken dat jij degene bent die niet de moeite waard is om voor te blijven. Zo wordt emotionele afwezigheid een innerlijke waarheid. Ik heb mezelf jarenlang beoordeeld met maatstaven die nooit van mij waren.Ik noemde het zelfreflectie, verantwoordelijkheid, realisme. Maar in werkelijkheid was het aangeleerde afwijzing. Een oude overlevingsstrategie die bleef hangen toen het gevaar al voorbij was. Het lastige is: die stem klinkt logisch. Rustig. Redelijk. Hij schreeuwt niet, hij concludeert. En juist daarom geloof je hem. Maar hoe vaker ik keek, hoe duidelijker het werd: die stem zegt niets over wie ik ben,maar alles over wat ik heb gemist. Je kunt jezelf niet goed leren zien als niemand je ooit heeft gespiegeld met zachtheid. Je kunt geen zelfvertrouwen opbouwen als je innerlijke wereld nooit welkom was. Dat ik me slecht voel over mezelf, is geen karakterfout.Het is een restant. Een vervolg van een jeugd waarin ik mezelf moest dragenzonder dat iemand het overnam. En misschien is dit het moeilijkste om te accepteren:dit verdwijnt niet zomaar. Niet door inzicht, niet door begrijpen. Niet door harder mijn best doen. Maar het verandert wél zodra ik stop met die stem behandelen als waarheid. Niet elke gedachte verdient geloof. Sommige gedachten verdienen context. Soms is vooruitgang niets anders dan dit: dat ik mezelf niet langer veroordeel voor iets wat ooit nodig was om te overleven.

Onzichtbaarkind
0 0