Lezen

De wijzen komen uit het Oosten

Aan Brussel-Centraal stapte ik onlangs samen met een Aziatische man op buslijn 71. Wat volgde was een gevecht tussen hem en het scantoestel in de bus, met zijn bankaart als zwaard waarmee hij zijn tegenstander te lijf ging. Zonder het gewenste effect. Steeds het rode scherm en bijhorende geluid. O de schande. Deze man kon het niet. Het scantoestel was kapot. Maar hij bleef doorzetten, knalde zijn ING kaart opnieuw en opnieuw tegen het plastieken oppervlak van zijn vijand. Ondertussen slingerende hij naar voor en dan weer naar achter door de bruuske rijstijl van de buschauffeur gecombineerd met de kasseien op het Koningsplein en het Paleizenplein. Hij was een gammel zeilbootje in woelig water.  Ik keek ernaar er vroeg me af: is deze man een dwaas? Een maniak die blijft vechten tegen wat hij niet veranderen kan? Of een onwetende figuur uit het Verre Oosten die gewend is aan de rigide hyper efficiëntie van zijn contreien, waar alles tot in het kleinste detail afgepunt en afgemeten is, en dit soort toestanden ondenkbaar zijn. In Japan zou een mechanicus spontaan harakiri plegen als hij verantwoordelijk zou zijn voor een niet functionerende scanner. Het gebrek aan eer en het gevoel van falen ten opzichte van zijn medemensen dat daaruit zou voortvloeien zou hem levenslang tormenteren.  Het is pas toen ik thuis kwam dat is besefte dat ik zo-even een fundamentele levenswijsheid verpakt als een vaudeville van het middelmatige genre voor mijn eigen ogen afgespeeld had gezien. Dat we allemaal maar proberen, dat het vechten tegen de storm is. Dat we strompelen door de shit die de wereld naar ons gooit, geconfronteerd worden met situaties die we niet voorzien, noch gewild hebben. We zijn allemaal mijn Aziatische metgezel van die busrit, wij scannen allemaal onze bankkaarten tegen niet-werkende scantoestellen.  Je vraagt je mogelijks af hoe het afliep met de held van dit verhaal? Hij stapte af aan de Naamsepoort, richting de metro. Daar werkt de scanner aan de toegangspoortjes wel. Verstandig. Uitwegen zoeken die wel werken. Je bestemming anders bereiken.  Het klopt, bedacht ik me, de wijzen komen inderdaad uit het Oosten.

Boris C
0 0

De plas

Ik sta aan de bushalte.De vrouw naast me zucht over de vertraging.Normaal zou ik bevestigend reageren en daar stiekem wat lichtpuntjes tussengooien.En dan kijken hoe haar gezicht opklaart. Een negativist mag je niet te fel bestralen heb ik geleerd. Het moet heel voorzichtig en ongemerkt gebeuren. Daar ben ik goed in. Maar vandaag niet.Vandaag geen opklaring. Mijn arm doet pijn.  En tranen vallen als druppels.   Zoals de dikke regendruppels die in de waterplas aan de rand van het voetpad vallen. De plas lijkt oneindig diep. Ik kan er zo in verdwijnen. Dertig jaar terug in de tijd. Hevige stortbuien. Ik kijk door het raam van het appartement aan zee. Er ontstaat opwinding. Nog even en het platform stroomt over waardoor alle kelders dreigen onder te lopen. Honderd en vier kelders en een paar ingestorte onderaardse gangen uit de tijd van WOI. Gangen die onder de duinen door liepen zeiden ze mij altijd. Wellicht om me bang te maken en zo mijn nieuwsgierige geest lam te leggen. En dan is het zover, één drup teveel, het water loopt over de rand, trap per trap naar beneden. Marraine roept om snel naar buiten te gaan en met een stok in het verstopte gootje te koteren zodat het water op het platform weer weg kan. Ik ben razend enthousiast. Stortbuien vullen mijn voorraad lichtjes aan. Ik grabbel naar mijn regenjasje en spurt op mijn blote voeten naar buiten, waar ik tot aan mijn knieën onder water in dat dunne half-verroeste pijpje zit te prutsen tot ik een doorgang vind en het water wordt weggezogen. Ongelofelijk vind ik dat, hoe die massa verdwijnt in dat klein gaatje. Ik roep van blijdschap naar mijn zussen, broer en marraine dat het gelukt is. Iedereen blij, ook de buren. Ik ben weer de koningin van de waterplas. Zomers met stortbuien doen mij nooit klagen. Het gezucht gaat door en de vrouw heeft bijval gevonden bij iemand aan mijn linkerkant.Ik ben omringd door negativiteit. Maar het raakt me niet.Ik zit in de plas.Waar mooie wolken zijnen dikke druppels mij laten lachen. Hij raakte me wel.Sla me dan had ik gezegd.En toch zag ik het niet komen. De bus zie ik ook niet.Tot de wielen de plas breken.De plas waar ik nog in zat. Ik stap op maar ben verdwenen. 

Fien SB
32 2