Lezen

Vlieg...

Na een uurtje klimmen bereiken wij de top van de bergflank. Daar ontvouwt zich het onwaarschijnlijke schouwspel dat ons jaren geleden voor het eerst overdonderde. Zo ver het oog reikt zie je besneeuwde bergtoppen. Dit is de plek waar ik Tim voor het eerst ontmoette op een jeugdkamp. Wij kenden elkaar niet maar werden er vrienden voor het leven. Onze  gezinnen kennen het verhaal en de echtgenotes en kinderen hebben ons op Vaderdag verrast met een weektrip voor ons beiden naar het Zwitserse Melchtal.  “Zie jij wat ik zie?”“Bedoel je dat witte wolkje?” Ik wijs naar een helwit iets in de staalblauwe hemel.“Het is een ballon. Het doet mij denken aan de duizenden ballons die in Brussel opstegen tijdens de Witte Mars.”“Indrukwekkend was dat. Driehonderdduizend mensen die protesteerden tegen het manklopen van de justitie in de zaak Dutroux. Sedertdien zijn witte ballons symbool geworden voor het herdenken van overleden kinderen.”Wij volgen de vlucht van de ballon. Vanuit de bergen steekt een briesje op dat hem onze kant uitstuurt.  Tim slaagt erin het touwtje te grijpen. Er hangt een plaatje aan waarop staat: ‘Vole, vole, mon amour –Gregory-12 ans’.“Geloof jij in toeval?”“Wat bedoel je?”“Weet je nog hoe we samen keken naar Star Academy op de Franse televisie? De jongen die toen de wedstrijd won heette Gregory. Hij was een Mucopatient en overleed kort na zijn overwinning. Heel Frankrijk stond in rep en roer.”“Ik las onlangs dat het programma na dertien jaar nieuw leven is ingeblazen. Bij de laatste drie overgebleven kandidaten is een Belgische jongedame. Vanavond is de halve finale, zullen wij weer samen kijken?”De longen volgezogen en met ijle hoofden van de pure berglucht komen wij bekaf terug in onze chalet.Wij eten Geschnetzeltes en ploffen daarna op de bank om de uitzending te kijken.  Onze landgenote zingt als solonummer het lied van Céline Dion. Ik heb het plaatje dat aan de ballon hing meegenomen. Het refrein van het lied wordt ingezet Vole, vole, …  Ik zie een glinster in Tims ogen en zeg: “Ja, ik geloof in toeval”.  Vole 

Vic de Bourg
50 4

Een paradijs met klootzakken

God schiep een paradijs en in Haar oneindige goedheid besloot Zij dat alles er mocht zijn. Ze blies in elke mogelijke bestaansvorm bewustzijn, alsook voorzag Zij elk wezen van een vrije wil. Zowel het duister als het licht kreeg een plaatsje, in Haar hart was er altijd plaats voor beide, daar Zij volledig vrij van oordeel was en gevuld met onvoorwaardelijke liefde. Alles wat Ze schiep, was op een ingenieuze manier met elkaar verbonden. Het was een beweeglijk geheel van komen en gaan, van creëren en vernietigen en van liefde en angst. En zo vonden hardheid en zachtheid aarding in dezelfde bodem. De Moeder zag hoe pure liefdevolle wezens werden getergd door kwaadaardige creaturen. En hoe er uit zulke confrontaties nog meer bewustzijn groeide. Zij deed niets dan alles in zijn volledigheid laten bestaan en genoot van de oneindige veelzijdigheid waaruit Haar creatie bestond. Met goddelijk mededogen aanhoorde Zij de ontelbare smeekbedes van de wanhopige wezens die hun armen ten hemel richtten. Vragend waarom Zij zo onverschillig scheen te zijn tegenover al dat leed. De absolute en alles omvattende liefde van God, geheel neutraal en vrij van enige voorkeur of weerstand, werd dus verward met onverschilligheid. Zij voelde geen aandrang om deze misvatting recht te zetten, want wist dat wanneer het bewustzijn zou blijven groeien dit inzicht vanzelf zou verschijnen. Het was niet zo dat God nooit sprak met haar kinderen. Dat deed Ze wel en zelfs quasi constant. Maar Ze koos ervoor om enkel zacht te fluisteren. Want ze wou dat Haar kinderen aandachtig leerden luisteren. Ook liet Zij zich niet zien, maar wel voelen. Als een observerende aanwezigheid in elk atoom. Ieder die de Moeder niet voelde en Haar bestaan zelfs ontkende, woonde even warm in Haar hart als elkeen die haar eerde. Omdat alle verderfelijke en vernietigende krachten van evenveel ruimte en creatiekracht genoten, gingen veel zachtaardige wezens gebukt onder de grootsheid van die onvoorwaardelijke liefde van de Moeder. Ze schreeuwden hun ongenoegen uit. Ze noemden Haar meedogenloos en hard. Zagen geen rechtvaardigheid noch evenwicht. Pijn leek immers veel uitdrukkelijker door te wegen dan vreugde. ‘Moeder,’ zeiden ze. Laat alstublieft het licht zegevieren! Verlos ons van het kwade!’ Terwijl ze dit uitspraken, voelden sommigen onder hen dat dit verlangen het einde van alles wat ze kenden en van zichzelf inhield. Want het duister kon nooit volledig verdwijnen zonder het licht mee te nemen. Er was slechts de keuze: bestaan in dualiteit of niet bestaan. En dus nuanceerden sommigen: ‘Moeder, geef ons de kracht en inzichten om in vrede en gezondheid te kunnen leven te midden van het duister.’ Dat ze reeds over die kracht beschikten. En dat de gevraagde inzichten voortkwamen uit het contact met het duister, fluisterde ze heel zacht. Het duister was daar ten dienste van het licht. Het bood de kortste weg naar verlichting. Telkens wanneer het duister van schemering overging naar zwarte massa, werd het licht aangemoedigd om feller te schijnen. Het vergeten van de Moeder stond ten dienste van de herinnering aan haar, hoe vreemd dat ook mocht klinken. De vernietiging van schoonheid gaf alleen maar meer waarde aan Haar bestaan. ‘Fuck that!’ riepen de experts in kommer en kwel. ‘Wij willen leven en niet overleven! Laat ons groeien en stralen op een manier die niet zo’n pijn doet! Kunnen wij onszelf niet ontplooien in een paradijs zonder klootzakken? Er moet toch een andere mogelijkheid zijn?!’ En jazeker, andere mogelijkheden waren er. Oneindig veel zelfs. De Moeder had ze allemaal geschapen en Ze aanschouwde, enthousiast als een kind, hoe deze zich als een kleurrijke caleidoscoop voor zich ontvouwden. Hoe ze zichzelf heruitvonden en transformeerden. Absoluut perfect op elkaar aansluitend en elkaar aanvullend. Als je al het verdriet, onmacht en pijn zou wegnemen, zou dit goddelijk kunstwerk gaten vertonen en in elkaar storten. De Moeder had nooit gewild dat Haar kinderen iets ontbraken. En als er niets ontbrak, dan was werkelijk alles er. Ook intenties die liefde wilden smoren. De antwoorden van de Moeder waren als dunne dekentjes voor Haar rillende kinderen. Sommigen onder hen ontdekten gestaag hoe ze zich konden laven aan het warme licht in zichzelf. Anderen bleven tasten in het duister, waar ze ook uiteindelijk altijd iets bruikbaar vonden, al was het maar iets kleins. En ze leefden nog relatief lang en gefragmenteerd gelukkig in het paradijs waar alles mogelijk was.

KarolienDeman
13 0