Lezen

Roos

Hij volgde met zijn vingertoppen de diepe nerven van de eikenhouten tafel. Zijn nagels waren vergeeld, de muis van zijn hand bedekt met levervlekken, de levenslijn in zijn palm onderbroken. Hij had geleefd. Hij vroeg zich even af waar de groef hem naartoe zou leiden, maar hij wist het antwoord al. De enige weg die er was, was de weg terug. Sentimentaliteit was hem niet vreemd. Hij kon dwepen met zijn roemrijke verleden. Ja, dat was toen. Hij streelde met zijn vereelte vinger over de weg van de rand naar niemandsland. Een fijne, netjes gemanicuurde hand greep zijn schouder beet. Of hij zin had in een snelle wip? Ze ratelde haar menu en haar tarieven af als een automaat. Met condoom, zonder. Werd dat tegenwoordig nog gedaan zonder? In zijn tijd werden de beste momenten slechts een enkele keer overschaduwd door een of andere venerische ziekte waar zijn huisarts wel een middeltje tegen had. Of die ene keer toen hij een pak briefjes van honderd op de tafel gooide voor de abortuskliniek. Dat de vrucht die zonder liefde werd gemaakt, zonder wroeging werd afgedreven, was iets waar hij niet langer dan een seconde bleef bij stilstaan.  Hij had geen zin in een snelle wip, maar de kracht der gewoonte deed hem in zijn broekzak graaien. Een pijpbeurt met condoom kon hij nog net betalen. Dan moest hij geen kamer huren, dat kon nog net onder het schamele afdakje waar de cafébazin het leeggoed bewaarde en waar de slijter in het verleden al meer dan eens zijn kwakje in een zakje tussen de flesjes cola moest hebben gevonden. Hij was dat waarschijnlijk al gewoon. Net als Roosje, zijn ex, die jarenlang bij Zara op de Meir had gewerkt totdat dat vuile kankerbeest haar uit de confectie en zijn leven had gerukt.  Roosje had menig koppeltje in innige omhelzing uit het pashokje weten strompelen. Dan wist ze: die zijn verliefd en hebben elkaar passioneel gezoend. Dat volstond, omdat de avond nog veel voor hen in petto had. Maar als eerst de man nonchalant met een truitje uit het pashokje dook en zich er haastig vanaf maakte met een weifelende beweging van het hoofd die zowel ja als nee kon betekenen op de vraag of de maat goed was, wist ze dat de vrouw ongemakkelijk met een papieren zakdoekje het zaad van tussen haar benen aan het deppen was. Pashokjes van Zara: soms kreunen ze van de passie, maar nog vaker van ellende. Wie het thuis niet vond, vond het zeker niet achter de damasten blauwe gordijnen met zilverkleurige ringen die altijd met volle geweld de wereld van de uiterlijke schijn dienden werden ingeschoven. Roosje en hij deden het nooit in de pashokjes van Zara op de Meir. Overal, maar niet daar. Daar had ze een grondige hekel aan. Waarom Roosje bij Zara was blijven werken, had hij nooit begrepen. Het was een komen en gaan van verkoopsters die de Spaanse keten geen warm hart toedroegen en de winkel zagen als hun persoonlijke dressing. Zo koos Lara elke donderdag haar outfit: ze feestte tot in de vroege uurtjes en hing vrijdagmorgen rond tienen de door rook en alcohol doordrongen feestkledij nonchalant bij de retours. Dat de andere verkoopsters geen argwaan koesterden, kon er bij Roosje niet in. Roosje, te goed en te vroeg heengegaan. Lara kon goed pijpen. Dat kon ze wel, maar voor Zara had ze geen respect. Wat haar naam was, en of ze echt zonder condoom pijpte? Dat moest ze echt niet doen. Daar kan je van sterven, weet je wel? Seks kan dodelijk zijn, op den duur. Hij kwam, schokkend. Roos - want zo heette ze - schrok ervan. Dat zo een ouwe vent dat nog met zoveel poeha kon, had ze niet verwacht. Ooit had hij vijf vrouwen aan elke vinger. Dat wist zij niet, maar hij was dat niet vergeten. Dat doet ouderdom met een man. Vroeger zou hij haar de briefjes van honderd naar het hoofd hebben gegooid, maar met de jaren kwam ook de compassie. Roosje zat daar voor iets tussen. Na haar korte en verloren strijd tegen die verdomde kanker, was hij beginnen beseffen hoe broos het leven was. Sindsdien praatte hij ook altijd even met de meisjes. Zo vertelde Roos dat ze een vreselijke jeugd had gehad. Haar moeder had haar op haar zestiende gekregen, een vader was nooit in beeld geweest en de potentiële vaderfiguren die 's morgens om beurten naast de toiletpot pisten, kwamen sneller dan ze bleven. Zij was er gekomen nadat de zoveelste een pak briefjes van honderd op de tafel had gegooid en had geroepen: "Voor de abortuskliniek." Haar moeder had de huur ermee betaald en er een wieg mee gekocht.

Véronique Scheyvaerts
38 2

Langste dag

Afgelopen woensdag was het weer zo ver, de langste dag van het jaar, 21 juni. Tijdens de daaropvolgende midzomernacht bereikt de zon, gezien vanaf de aarde, zijn meest noordelijke positie en blijft het op de meest noordelijke plekken van de aarde de hele nacht licht. De wending van de zon wordt eeuwenlang gevierd tijdens het midzomerfeest op 24 juni en vindt zijn oorsprong in de tijd van de Vikingen. Ik heb daar wel wat mee, met die folklore en die geschiedenis.  Tijdens midzomernacht bezochten de Vikingen waterbronnen met genezende krachten en ontstaken zij grote brandstapels om kwade geesten te verdrijven. In de 7e eeuw werd het midzomerfeest een christelijk feest, doordat geestelijken het tot dan toe heidense feest koppelden aan de geboorte van Johannes de Doper op 24 juni. De katholieke kerk liet tenslotte geen enkel middel ongeschuwd om de mensen ervan te overtuigen dat hun geloof het enige ware was. Ik heb dan toch meer met de oude betekenis. De tovenarij, trollen, heksen, elfen, draken. Mooie verhalen. Natuurlijk, ook door de overlevering steeds mooier geworden maar de symboliek erachter getuigt toch van een verbondenheid met de natuur die de meesten van ons al lang verloren zijn. Het ritueel van plukken van lijsterbessen om voor de ramen en deuren van huizen te hangen om heksen te weren wordt ook niet meer uitgevoerd. We weten niet eens dat heksen niet bestand zijn tegen de geur van lijsterbessen. En zeker, ik geloof niet in heksen, maar het is wel mooi om te lezen over al die gebruiken. Zeker in de Scandinavische landen zijn heel veel mooie legendes te vinden. Misschien omdat de mensen daar in de winter, als het er veel minder lang licht is, samen rond het haardvuur zaten en elkaar verhalen vertelden. Daar zou ik dan toch wel eens graag bij hebben willen zijn. De langste dag, wat onvermijdelijk ook weer tot gevolg heeft dat de dagen nu korter gaan worden. Het duurt gelukkig nog lang voor we dat merken en voor we daar last van gaan krijgen. En dat ik in gedachten mijn schoonvader hoor zeggen ‘Ge kunt het al goed zien aan de dagen….’             

Machteld
11 0

Daarvoor moet je gelukkig zijn

Gelukkig ben ik er niet van geworden van ’s nachts met een bootje varen. Natuurlijk niet. Geluk hangt niet af van dergelijke kleine dingetjes. Daarvoor moet je gelukkig zijn. Maar ik heb wel gelachen. Dus ja, misschien was het inderdaad een goed idee van ons Saartje. Ik houd nochtans niet van haar ideeën, nooit gedaan, zeker niet als ze van mij verlangen om gezellig mee te doen. Is het niet genoeg dat ik elke dag geconfronteerd moet worden met pijnlijk opgewekte huisgenoten. En maar babbelen en tetteren. Over wat eigenlijk? En al die vragen? “En wat ga jij doen vandaag, Geertje? Heb jij die toets voor Frans ook vandaag of heb je die morgen? Ik heb goed geleerd, ik kan het.” Saartje kan altijd alles. En ik ook wel, denk ik, maar veeleer per ongeluk. “Dat jullie samen in mijn baarmoeder gezeten hebben,” zegt mama wel eens, “Jullie zijn nog erger dan ying en yang. Zo verschillend.” En dat is ook zo. Zo blond en irritant breed lachend Saartje is, zo… zo… anders ben ik. Als papa niet zo nukkig kon zijn, zou ik denken dat ik een andere vader had dan haar. En mama? Saartje is mama. Naïef en altijd blij. Nochtans is mama degene die elke ochtend een pilletje neemt. Niet papa. Die gromt zich meestal door de dagen. Net zoals ik. Maar papa is bijna nooit thuis. De idee om met een bootje te gaan varen in het donker was natuurlijk van Saartje, dat had ik al gezegd. Ze kwam het me vertellen, net toen ik buiten onze bungalow stiekem een sigaretje stond te roken. Ik moest wat bekomen van al dat vermoeiend blije aan tafel bij het avondeten. Zelfs papa, zelfs papa was opgewekt en had al twee keer zijn favoriete mop van een grote papagaai die nootjes wil, verteld. Fucking hell! Iemand zou voor minder naar een sigaret grijpen. De eerste keer had ik nog de moeite genomen om te lachen, daarna kon hij voor mijn part de boom in. Bij de derde trek aan de troost die ik mezelf gunde, verscheen Saartje van achter het hoekje. Ik schrok mezelf een ongeluk en hoewel Saartje wist van mijn stiekeme sigaretjes, verborg ik haar instinctief achter mijn rug en duwde haar uit tegen de bast van een den. “We gaan varen in het donker, Geertje, goed idee, eh! Papa gaat ook mee.” “Fijn, zeker. Ik heb net mijn beha uitgedaan en een gemakkelijk T-shirt aangetrokken. En ik wou dadelijk douchen.” “Doe je toch snel weer aan. Zo gefikst. Of niet. Dat merkt toch niemand met die dikke jas.” “Ik heb eigenlijk geen zin. Ik wil liever gewoon op bed liggen en naar muziek luisteren.” “Dat heb je gisteren al gedaan. Kom nu. Varen in het donker is toch spannend.” “’t Is maar wat je spannend vindt.” “Echt. Het wordt leuk. Beloofd.” “Het is al goed. Ik ga wel mee.” Anders zou ik nooit van haar gezaag af geraken, dacht ik. Om het hoekje verscheen nu ook het hoofd van mama. Toch goed dat ik mijn sigaret gedoofd had. “Kom we zullen eerst samen snel de afwas doen en dan vertrekken we. Komt Geertje ook mee?” “Ja-a, ik heb al ‘ja’ gezegd net.” “Joepie!” riep Saartje en ze gaf me een knuffel. Altijd die knuffels. En dus was ik meegeweest. In dat bootje. In de ijzige wind. En heb ik gelachen om papa’s mop van twee bananen op het strand, of eigenlijk meer met zijn hoestbui zodat de clou in stukjes en beetjes uit zijn strot kwam. Papa was grappig en daar moest ik een foto van nemen. En iedereen moest lachen omdat ik er een foto van wilde nemen. En ik heb ook gewoon gelachen. En geglimlacht, bij de stilte op het einde van de boottocht. Toen iedereen uitverteld was. De koude nacht vroor niet alleen letterlijk, maar ook het uitzicht leek te bevriezen, en mijn hoofd. En het geluid. Het geklop van de motor viel bewegingloos neer. Klop na klop. Saartje had gelijk gehad. Dit was leuk. Ik had hen allemaal willen vastpakken en zo samen willen bevriezen. Nu hebben Saartje en ik onszelf net ontdooid in de gloeiend hete waterstralen van een lekker lange douche, terwijl mama en papa dicht tegen elkaar aan kropen in de sofa. Samen in de douche, had Saartje gezegd, hoe lang was dat geleden? Maar het was erover. Van het goede te veel. Walgelijk gewoon.

Hans Van Ham
14 0