Lezen

Ieder zijn waarheid

Het is een druilerige dag en de vrolijkheid is ver te zoeken. De alliteraties krijgt u er vandaag geheel gratis bij. We komen net uit de parkeergarage gestapt en er valt een dikke druppel in mijn rechteroog. Terwijl we verder stappen kunnen we gelukkig onder een afdak schuilen. Met enkel mijn linkeroog geopend bots ik net niet tegen twee jongemannen aan.  Tussen hen in staat een groot bord en een rek met folders. Op het bord kan je -zelfs met één oog open- niet naast het grote opschrift kijken. “OP ZOEK NAAR DE WAARHEID?”, staat er in hoofdletters. "Zal ik die jongemannen anders vragen of het de hele dag blijft regenen", zeg ik tegen mijn vrouw. "Zij moeten dat weten." "Laat die jongens maar met rust", zegt ze. "Het was gewoon een grapje", zeg ik terwijl ik al knipperend mijn rechteroog open. Een passerende mevrouw kijkt me behoorlijk boos aan. Ze denkt wellicht dat ik op haar knipoog. Misschien zijn de jongens met het waarheidsbord vertegenwoordigers van een politieke partij. Want ik herinner me plots het tv-programma Ieder zijn waarheid, met politici van divers pluimage. Ze waren het zelden eens met elkaar. Ruziestokers van beroep. Een programma van lang geleden in een tijd waarbij het leek alsof er in Brusssel geen kleuren bestonden. Al leek de wereld als kind toch kleurrijker. "Zet hem maar op Brussel", zei onze pa. Ik betrap er mezelf nog ooit op, dat ik aan de kinderen 's avonds vraag "wat er op Brussel is". Maar wellicht staan de jongemannen er voor iets anders. De verkiezingen zijn nog ver.  Later op de dag, als we terug naar de parkeergarage wandelen, staan ze er nog steeds. De twee jongemannen zijn de afgevaardigden van een geloofsgemeenschap en ze hopen enkele zondige passanten te bekeren. "Dat zal bij mij niet lukken", prevel ik bij het voorbijgaan. Als ik onder het afdak uitkom, valt er meteen een dikke druppel in mijn linkeroog. Alsof het klopt. Van dat onmiddellijk straffen en zo. 

Rudi Lavreysen
54 2

Het onverwachte

Nu de winter op zijn retour is (alhoewel, hij heeft de laatste dagen aardig wat streken), valt me een moment van vorig voorjaar te binnen. Ik weet nog dat ik dacht: “Wat zijn ze vroeg dit jaar.”Want ik heb er toen een gehad. Een steek. Geen steek zoals je vroeger wel eens kreeg in de turnles bij het lopen. Of toen je deed alsof, want dan mocht je stoppen. “Meester, ik heb een steek”, zei ik voorovergebogen en overdreven hijgend. “Dan stop maar.” Gevolgd deze zin: “Streek zeker?” Nee, vorig jaar was het een steek van een andere orde. Onder een aangenaam voorjaarszonnetje besloot ik een fietstochtje te maken. Net toen ik onder de brug uitkwam voelde ik iets in mijn haardos belanden. Ik vreesde even het ergste. Een product van een vogel, maar geen ei. U weet wat ik bedoel. Maar dat was het gelukkig niet. Misschien een dennenappel, dacht ik nog, maar ik wist snel dat dit het ook niet was, want ik voelde meteen een steek in mijn hand. Ik denk zelfs dat ik ‘ai’ zei. Het beestje zelf heb ik niet gezien, maar er zat dus een wesp op mijn hoofd en het insect stak in mijn hand toen die te dichtbij kwam. Ik zette mijn fiets aan de kant en zag de angel zitten. Die heb ik eruit kunnen halen, maar het bleef behoorlijk jeuken. Ik ben maar snel naar huis gefietst om er wat azijn op te doen. Dat wist ik nog uit mijn jonge jaren. Maar zoals ik al zei: het was nog vroeg in het jaar en dan verwacht je geen wespen. Maar ik had slimmer moeten zijn. Zelfs de oude Grieken, zoals Homerus in de Odyssee, wisten het al. Ook het onverwachte moet je verwachten. Nu deze oude Belg nog.

Rudi Lavreysen
3 0

Ulciscor (ALLEE IDEE! #2)

De ijzeren ketens wegen zwaar rond mijn polsen maar geven me een zeker gevoel. Want ik ben straks niet de persoon die ze zal dragen.Voor me ijsbeert Inaya heen en weer door de kerker. Met haar vingers trekt ze het bovenste laagje vel van haar lippen tot ze bloeden. In een hoek van de kerker zit Arihn gebogen over de Grimoire. Hun ogen zijn rood en er onder lopen donkere wallen. Toch staart die met een enthousiaste fascinatie naar de pagina’s die hen slapeloze nachten hebben bezorgd. Ik weeg af wie ik beter niet zou onderbreken. Ik neem een diepe hap adem. ‘Inaya…’‘Wat als ze je ontdekken!’ barst ze uit.Mijn ogen sperren zich kort voor ik me herpak. ‘Dat gaat niet gebeuren.’Arihn kijkt geen seconde op van hun boek. ‘Zeg nooit "nooit".’Ik werp een moordende blik naar de Heksenmeester die het nooit zal niet. ‘Dat gebeurt niet.’Inaya stopt abrupt met ijsberen en kijkt me met krankzinnige ogen aan. ‘Maar wat als…’‘Dan hebben jullie Eadwyn. Dat is het plan.’ Mijn polsen zitten al vast in de ketens en weerhouden me van haar te knuffelen en haar gerust te stellen. Ze draaft naar me toe en laat zich op haar knieën voor me vallen. ‘En jij dan?’ Haar groene ogen boren in de mijne. Ze doen me denken aan onze Velden voor ze in rook en assen opgingen.Mijn ogen beginnen te prikken bij de herinnering dus ik wend mijn blik naar een donkere hoek in de cel. ‘Eadwyn is ons doel. Ik red me wel.’Met een luide klap sluit Arihn de Grimoire en springt die van het strobed. ‘Kyra geeft enkel om wraak, zus.’ Arihn kijkt op me neer met een blik die zowel teleurstelling als begrip spreekt. ‘Zelfs als ze haar eigen ermee in gevaar brengt.’Uit mijn ooghoek zie ik tranen opwellen in Inaya’s ogen. We hebben deze discussie al gehad en mijn besluit staat vast. Maar het vreselijke gevoel in mijn borst ebt niet weg wetende dat ik haar hier pijn mee doe. Woorden zullen haar niet meer geruststellen dus richt ik me naar de Heksenmeester.‘Als er iets met mij gebeurt…’Inaya slaat een paniekerige kreet.‘ALS…’ benadruk ik met meer kracht in mijn stem. ‘Breekt het de spreuk?’Arihn schudt hun hoofd. ‘De enige manier om terug te wisselen is als Eadwyn en jij in contact komen met elkaar en jullie beide instemmen. Dus als één van jullie sterft…’Ik voel Inaya naast me verstarren maar ze protesteert niet meer.‘Dan blijft de ander voor eeuwig vast in het lichaam.’Dat is het plan. Ik knik naar Arihn. Het is tijd. Eadwyn zal boeten voor haar daden. Voor alle mensen die door haar beleid zijn gestorven, alle levens die zij bereid was om op te offeren zonder zelf nog maar een hand op te steken. In een ogenblik zal de Hogepriesteres van Efrea alles verliezen haar onderdanen, haar bondgenoten en het belangrijkste van al: haar magie. Eadwyn’s heerschappij zal eindigen.Zonder er nog een woord aan vuil te maken bukt Arihn zich neer en begint de magische symbolen op de vloer te tekenen. Het schrapen van krijt op steen vult de ruimte. Ik wissel een blik met Inaya.‘Ik weet dat je niet naar me gaat luisteren maar wees voorzichtig, alsjeblieft.'Haar warme hand glijdt in de mijne. Ik geef een geruststellend kneepje. Het is niet zozeer een belofte maar dankbaarheid. ‘Ik ben hier dankzij jullie, nu ga ik het recht zetten.’Arihn mompelt iets onverstaanbaars vanop de grond en klopt het krijt van hun handen. ‘We zouden niet in de deze situatie zitten als Eadwyn ons niet had verraden.’Ik bal mijn vuisten en voel een ader op mijn voorhoofd bonzen. Eadwyn’s machtslust en zoektocht naar magie was groter dan haar loyaliteit aan haar vrienden. Dus wanneer wij ervoor zorgden dat de troon van Hogepriesteres leeg kwam te staan vulde ze die plek maar al te graag op. We hadden het kwaad kunnen verslaan als zij niet voor de verkeerde kant had gekozen. Een zware druk beklemt mijn borstkas. Ik mis Isidore. Kon ze me nu maar zien, ik zal haar trots maken.Ik knijp harder in Inaya’s hand en zet al mijn opgeborrelde woede over in mijn stem. ‘Laat haar ervoor boeten.’Inaya is te onschuldig voor wat ik vraag maar ik weet dat zij ook dierbaren heeft verloren. Eadwyn zal niet hartelijk ontvangen worden. En er is nog altijd Arihn, lieve geschifte Arihn. Ik heb bijna spijt dat ik er niet bij zal zijn.Inaya en Arihn slenteren buiten de cirkel krijt. De Heksenmeester kerft gloeiende symbolen in de lucht terwijl die een rij oeroude spreuken herhaalt uit de Draconische taal. Inaya houdt mijn blik vast tot de laatste seconde.Arihn spreekt de laatste woorden uit en ik voel een wervelwind waaien rond mijn lichaam. Een grote kracht trekt aan mijn geest en lijkt het uit mijn lichaam te willen scheuren. Ik wil schreeuwen maar mijn stembanden weigeren het bevel. Mijn lichaam verweerd me en gooit me in het diepe duister. Zal ik nog Kyra zijn hierna?Mijn zicht vervaagt en het begint de vriezen in de kerker. Arihn’s stem bereikt me door de donkere wolken rond me als een echo.’Doe niets achterlijks, Kyra de ongelooflijke!’Voor even is alles stil. Inaya’s gesnik en Arihn’s gemompel is niets meer dan gefluister.Dan komt alles in één knal: het gelach van feestvierders, gejuich en gejoel, muziek en geklingel. Wanneer ik mijn ogen open knijp ik ze al snel terug dicht om het felle licht van de feestzaal te verweren. In de troonzaal hangen allerlei decoraties, sommige zelfs historische artefacten, gestolen veronderstel ik. Slingers met lampjes, kandelaars en kroonluchters zetten de kamer in vuur en vlam. Eadwyn draagt een weelderig donkergroen gewaad. Haar hakken boren in haar of nu mijn enkels. Mijn linkerhand klemt om iets, een zwaard besef ik. Ik staar naar het publiek om me heen. Ze grinniken en fluisteren mooie woorden over me, over haar. De Hogepriesteres kijkt met prachtige blauwe ogen naar hen terug. Sommigen blozen zelfs. Mijn blik glijdt over de kamer tot het valt op de persoon gebukt voor me.De man kucht om mijn aandacht weer op te wekken en ik vang de blik op van de man die me mijn verloofde heeft afgenomen.Heer Maddox knielt voor me, zijn rechterhand op zijn borst. Om zijn torso hangt een paarse sjaal met het teken van de Ridders. De achterbakse slang!Ik kijk nog een laatste keer door de zaal om de situatie te vergaren en mijn bloed begint te koken. Maddox wordt vandaag geridderd door Eadwyn.Isidore’s bloed is aan zijn handen en Eadwyn zou hem daarvoor belonen.‘Uwe Altesse?’Ik houd een stalen gezicht en kijk neer op de moordenaar van mijn zielsverwant. Mijn grip op het heft verstrakt.Zijn ogen vangen de beweging op en hij kijkt naar me op met iets dat lijkt op herkenning of verwarring.Mijn stem is de hare wanneer ik spreek en het volume vult heel de zaal. ‘Wat een eervolle man.’Maddox blijft trots zitten. Niemand in deze ruimte heeft me door.‘Dit heb je meer dan verdiend, oude vriend.’Vreugde vult me en ik beeld me Eadwyn in: verslagen en in ketens. Wraak proefde nog nooit zo zoet.Ik hef het zwaard op en hak.

Val Reijden
0 0

De Strijkster

- Schilder jij ook? Ze had de vraag wel gehoord, ergens ver weg, galmend in de stille ruimte van het museum en van haar hoofd. Toch keek ze niet opzij. Ze kon niet opzij kijken. Ze moest haar ogen in het schilderij blijven boren, ze moest blijven zoeken naar wat het nu precies was wat er voor gezorgd had dat ze hier al twintig minuten naar De Strijkster van Rik Wouters stond te staren. Ze zag er gelukkig uit, die strijkster. Gelukzalig. Was het omdat Lente zich zelf absoluut niet gelukzalig voelde dat ze hierdoor zo werd aangetrokken? Waarom hadden de overdonderende Rubensen van een verdieping lager dit niet voor elkaar gekregen? Die enorme meesterwerken, waar zitbankjes voor geplaatst waren zodat bezoekers die elk detail in zich willen opnemen zich niet hoeven te vermoeien. De Aanbidding door de koningen. En zij stond hier een strijkster te aanbidden.  - Hmm hmm. Dus euh schilder jij ook? - Oh.  Nu kon ze niet meer anders dan even haar ogen van het doek te halen om de jongeman aan te kijken die blijkbaar echt met haar in gesprek wilde gaan. Waarom eigenlijk? Waarom zou deze jongen nu met haar willen praten? Ze zag er zo doodgewoon uit dat ze het zelf saai vond. De pastelblauwe linnen jurk die ze droeg, had ze ooit eens van een buurvrouw gekregen, die er na haar zwangerschap niet meer in paste maar het zonde vond om de jurk weg te gooien. Haar bruine, lederen schoudertas had betere tijden gekend. In Italië, waar hij gemaakt was, was het wellicht fijner geweest dan aan haar schouder, dacht ze. Eigenlijk was het voor de tas bergaf beginnen te gaan vanaf het moment dat haar moeder in de kleine pelleteria in Siena besloot om hem voor Lente te kopen.  - Nou, ik heb afgelopen winter een doos aquarelverf gekocht, zei ze aarzelend en met haar blik op een punt ergens achter de jongen gericht. - Ik wist het. - Wat wist je? - Ik wist dat je zelf ook schilderde. Daarom sta je hier zo te kijken, toch? Ik bedoel, Rik Wouters is geen Rubens. Voor een Rubens ga je niet eindeloos blijven staan kijken. Ik toch niet. Dat kan ik toch nooit. Maar zo’n Wouters. Ik bedoel, hoe moeilijk kan dit nou zijn? - Volgens mij lijkt dat alleen maar zo. Dat het niet moeilijk is, antwoordde ze lichtjes geërgerd.  Ze trok de schouderriem van haar tas wat beter over haar schouder en keek op haar museumplattegrond.  - Ik wilde eigenlijk net in de Rubenszaal gaan kijken.  Rustig wandelde ze weg van de jongen, die met een grijns een blik op de strijkster wierp, en achter Lente aan liep naar de trap. 

Cornelia Roka
14 1

Testament

Een testament, vast laten leggen waar je je laatste aardse bezittingen na je dood naar toe wilt laten gaan. Het is best een dingetje. Afgelopen jaar heb ik dit, bijna verplicht na wat er gebeurd is, toch maar geregeld. Gelukkig had ik iemand die me hielp, me advies gaf en met me meeging naar de notaris. Ik mag zeggen, ik heb het naar mijn idee goed geregeld en het geeft me een gerust gevoel. Want jongejonge, wat kan een testament veel teweegbrengen. Bij de opa van mijn maatje waren zelfs zijn onderbroeken en sokken de oorzaak van een fikse ruzie tussen zijn dochters onderling. Wat hebben we gelachen. Maar eigenlijk was het natuurlijk te triest voor woorden. Hele vetes ontstaan tijdens het verdelen van spullen die vaak eigenlijk helemaal niks waard zijn. “Neem jij de koekoeksklok? Maar die wil ik eigenlijk hebben.” En vervolgens zit je dan opgescheept met een klok die je voor goed fatsoen niet weg kunt doen maar die je eigenlijk ook helemaal niet in je woonkamer wilt hebben. Later verhuist hij naar boven, naar de overloop, en nog een jaar later ligt hij op zolder. Stof te pakken. Was dat nou de oorzaak van die jarenlange ruzie met je broer of zus? Natuurlijk wordt er het meeste gevochten over de nalatenschap van bekende mensen. Of van mensen die echt veel geld hadden. Toen André Hazes overleed, zeiden mijn maatje en ik tegen elkaar, “zo, die Rachel is blij dat de scheiding nog niet is uitgesproken, nu kan ze nog aanspraak maken.” En dat deed ze ook. En hoe. De nalatenschap van André werd niet alleen opgeëist maar ook uitgemolken. Tot de laatste drup. En nog steeds. En er wordt nog steeds om gevochten. Na al die jaren heeft de dochter bedacht dat haar moeder geen aanspraak kan maken omdat de scheiding als was ingezet. Ik denk dan een paar dingen. Hoe komt ze daarbij? Heeft iemand dat haar ingefluisterd? En waarom komt ze daar dan nu pas mee? Die familie klopt van geen kanten. Ik geloof niet dat ze de laatste tien jaar ooit met zijn drieën door de deur hebben gekund. In de negentien jaar dat zij het zonder hun man en vader moeten doen, is de naam Hazes bekender geworden dan hij ooit was toen de zanger nog leefde.  Ik vind dat heel bijzonder. Heel bijzonder triest ook, trouwens. Je moet er toch niet aan denken dat het jouw familie is. Ik niet, in ieder geval. En ik stel me dan zo voor dat André senior boven nog een blikje bier opentrekt en denkt “Ach, ik zeg maar niets meer…..”        

Machteld
6 1

ANTWERPEN DE JAREN 90tig samen met ANN, SISSSSEEEENN, THEO en de corrupte en racistische politie onder de burgemeester Bob Cools. a

Wil je met mij een galerie opstarten?Ik had al veel voorstellen gehoord aan vele tafels met veel pinten, maar deze man was iemand die zijn ideeën meestal ook realiseerde. Op dat ogenblik was hij nog mede-eigenaar van het exclusiefste hotel van de Lage Landen, HOTEL ROSIER, dat de wereld als dorp onder zijn dak had geïnstalleerd. Meer bepaald de wereld van gekroonde en ongekroonde hoofden: van Betty Ford en de Ford-dynastie (nazaten van Henry Ford van de Motor Company) tot de familie Mars en de toenmalige prins en huidige koning Filip.Ook uit de culturele wereld waren de bezoekers immens: Marlene Dietrich... Michael Jackson is er echter niet geweest, simpelweg omdat hij eiste dat de ingang van het hotel verbouwd zou worden zodat hij met zijn limo het hotel kon binnenrijden. Dat vonden de eigenaars van het hotel er wat over. Toen de man de vraag stelde, had hij de avond tevoren nog samen met Sting een gedicht geschreven. Het voorstel kwam zeer gelegen.Het enige dat mij weerhield: ik wist dat samenwerken met die man zou betekenen dat hij alles zelf zou willen organiseren. Mijn bijdrage zou zich beperken tot het ophangen van kadertjes en het sleuren met wijn voor de recepties.Dan was een ander voorstel mij meer genegen.Sissen had mij een voorstel gedaan: ik zou zijn café drie dagen per week mogen beheren. Het was een zaak in een van de belangrijkste uitgaansbuurten van Antwerpen. Bij navraag naar de eventuele winsten begreep ik de mogelijkheden. Ik kreeg een derde van de omzet, maar alleen als die meer dan tienduizend bedroeg. In de buurt werden omzetten van zeventigduizend gehaald. Reken zelf maar uit: 70.000 gedeeld door 3 is ruim 23.000, maal 4 weken is 92.000. Als ik iedere week één dag meer haalde dan de helft, had ik al het driedubbele van mijn uitkering. Dat voorstel sprak me meer aan.Sissen had slechte huurders gehad. Niet alleen hadden ze al maanden geen huur betaald en waren ze met de noorderzon verdwenen, ze hadden ook een mesthoop achtergelaten. Het plan was dat ik gedurende een week – wat al snel drie weken werd – het café zou helpen schoonmaken. Daarna zou ik een week meedraaien. Vanaf dan mocht ik de zondag, maandag en dinsdag organiseren. De dinsdag viel er al snel af...Op zondag hield ik ’s morgens een brunch en ’s avonds een Afrikaanse avond. Het idee was om een plaats te creëren waar de Afrikanen zich thuis voelden, waar de voertaal Afrikaans was en waar niet-Afrikanen zeer welkom waren als gast van een Afrikaanse familie. Het moest geen café zijn waar de klanten zich thuis voelden omdat een Afrikaan een Belgisch café beheerde; ik wilde een plek die de illusie gaf in Afrika te zijn. Met een fantastische diskjockey en andere attributen ben ik daar een paar weken in geslaagd. Voor de maandag had ik een homoavond gepland, inclusief een stripact. Iedere week kwam er meer volk.Totdat de eigenaar opeens zijn café terugvorderde. Hij gooide mij buiten met de woorden dat hij "geen jeanetten" moest hebben. Er was voor hem een belangrijke voetbalmatch: Marokko - België. Hij riep: "’t Is nog altijd mijn café!" En wat erger was: de laatste weken dat ik het café runde, was ik net niet aan die tienduizend geraakt. Negenduizend negenhonderdtachtig was de laatste omzet.Ik had dus geen inkomen tijdens die weken en mijn uitkering had ik stopgezet. Ik had er stiekem van gedroomd het maximum te halen; dan zou ik 30.000 oude Belgische franken per maand verdienen. Dat wilde ik niet op het spel zetten voor een illegale uitkering. Ik had mijn uitkering netjes stopgezet en was zelfstandige geworden. Dus: geen geld, geen eten. De gaarkeukens had ik toen nog niet ontdekt.Het ergste was dat ik die klootzak een paar jaar eerder zijn eerste werk in mijn café had bezorgd. Destijds was hij er op een dag met de inkomsten van een hele week vandoor gegaan, naar Griekenland. Hij was opeens verdwenen met de broodnodige inkomsten van mijn café C. Twee weken later had hij nog het lef om mij vanuit Griekenland op te bellen omdat zijn geld op was. Ik ben er niet achteraan gegaan; mijn geld was immers ook op. Ik heb het nooit teruggezien. Zijn vader kwam er toen aan te pas: hij had de keuze tussen onterfd worden of paracommando worden. Tot op de dag van vandaag vertelt hij vol trots aan iedereen dat hij een homoseksueel heeft bestolen.Een maand later. De zon scheen; het was een zwoele zomeravond in de stad. Het was een fantastische dag geweest. Ik kwam van een receptie in café 't Been en liep via de Kammenstraat richting de Groenplaats. Een goede vriend, een gay queer, kruiste mijn pad. Mijn dag kon niet meer stuk.Ach, die Sissen, dacht ik, waarom ruzie blijven maken? Dus inviteerde ik mijn vriend(in) voor een drankje bij Sissen. Hij had immers gezegd: "Als iemand een queer meeneemt naar mijn café, krijgt die een fles champagne." Mijn vriend(in) vond het een schitterend idee en we trokken goedgezind in de richting van het café. Sissen was er niet, maar zijn broer wel. Nee, die wist niets van champagne. Tja. We scharrelden wat kleingeld bij elkaar en hadden genoeg voor twee Duveltjes."Ha nee," zei de broer."Wat?" zei ik.Om een of andere duistere reden kregen we niets. Waarom? Intussen bereikte mijn bloed het kookpunt. Ik nam een barkruk en mikte. Iedereen die dat café kent, weet dat er voor de spiegel op de glazen schappen een grote voorraad dure malt whisky stond, wel honderd flessen. Ik mikte midden in de malt. Het geluid van brekend glas vulde de ruimte.De broer ging daar duidelijk niet mee akkoord en begon me fysiek aan te vallen. Ik had veel moeite gedaan om zeker geen mens te raken, en die klootzak begon op mij te slaan. Het antimaterialistische discours dat hij op de meest ongepaste plaatsen afstak, bleek opeens niets meer waard. Gelukkig waren zijn linkse vriendjes niet aanwezig, want de mate van kleinburgerlijkheid die hij op dat moment tentoonspreidde, had hem zeker voor jaren een 'un-cool' stempel gegeven. Hij heeft het trouwens goed verborgen kunnen houden, want laatst zag ik hem nog sleuren met lampen tijdens de opnames van de film Blowing with the Wind van Barman. Ik was daar als figurant.Het einde was nog niet in zicht. Voor mij en mijn vriend(in) was het wel genoeg geweest. We verlieten de puinhoop en gingen aan de overkant iets drinken. Maar... het broertje dat altijd op de 'flikken' afgaf, had nu wel de politie gebeld. Daar stonden ze voor mijn neus. Ik mocht een nachtje in de cel gaan slapen. Het voorstel van de galeriehouder leek me opeens weer interessant.Totdat ik op bezoek ging bij een vriendin. Niet zo'n vriendin waar ik alles van wist, maar eerder een cafévriendin. Ik wist wel dat ze voor iets ernstigs was opgenomen in het ziekenhuis, maar uit ziekenhuizen komen mensen meestal genezen terug, dus betrad ik met een enorme levenshonger haar kamer. Ze groette me hartelijk en was blijkbaar erg blij met mijn bezoek. Prompt werd ik meegetroond naar de cafetaria, waar ik mijn verhaal over Sissen in geuren en kleuren moest vertellen. Ik vroeg of alles goed ging met haar. Ik moest de volgende dag zeker terugkomen.Toen ik haar de dag erna terugzag, had ze een plannetje: ze vroeg of ik samen met haar meubeltjes wilde maken, meer bepaald paravents. Ze vertelde me dat de kerst- en nieuwjaarsperiode een goede tijd zou kunnen zijn. We hadden nog een paar maanden om ons voor te bereiden. Ik vroeg haar een dag bedenktijd om samen te werken met haar, de koningin van de mode. Ik stemde toe.Ze zei dat ik een kamer kon krijgen in haar appartement als ik het schoonmaakte. Samen met dokter Maniewski, de dokter en geadopteerde zoon van Willem Elsschot, organiseerden we dat ze met mijn hulp binnenkort uit het ziekenhuis kon en weer zelfstandig kon leven. Het idee was dat ze alleen kon gaan wonen als ze iemand vond die een oogje in het zeil hield. Ik trok in haar woning en poetste op een bijna dwangmatige manier. Ik had een speciale vernis gebruikt om de tegeltjes in haar gang een Engelse uitstraling te geven en verder was iedere vierkante millimeter proper. De dag dat ze zou komen kijken was een maandag. Tijdens het weekend zou ik bij mijn familie verblijven. Maandag zou ze voor de eerste keer het gekuiste en geboende...  Een week lang lag ze in coma. Men vond haar plotseling, dwars over haar bed. Een aantal vriendinnen besloot bij haar te waken. Toen mij midden in de nacht werd gemeld dat ze overleden was, lag ik in haar bed in het atelier — de enige plek waar ik mijn kuiswoede niet mocht botvieren. Onder de kamer die ik in haar appartement betrok, woonde namelijk een reggaefreak die vooral ’s nachts keiharde muziek draaide. Mijn enige uitvlucht was haar bed, en daar lag ik toen het nieuws van haar dood me bereikte.Als een soort wraak waarschuwde ik de tv-zenders. Zij hadden nooit ruimte gehad voor haar creativiteit, maar hadden haar kort daarvoor plotseling ‘herontdekt’. Een belangstelling die haar goed deed, maar die veel te laat kwam. Het conservatieve Vlaanderen had zijn vernietigende werk al verricht.Toen ze een paar jaar eerder als in een middeleeuws drama op straat werd gezet met haar kinderen en haar man, ontbrak alleen de schandkar nog om haar door de stad te rijden. Een van de grootste Vlaamse creatieve genieën werd op de straatstenen gekeild. In de conservatieve salons zal de champagne wel rijkelijk gevloeid hebben. Nog enkele jaren dwaalde ze door haar stad. Op een dag raapte ik haar letterlijk op uit de goot. Als een gekwetst vogeltje moest ik haar naar haar kamer ondersteunen, naar een vieze, oude matras.En toen stierf ze.Ik lag in haar bed en ik moest verhuizen. Ik moest haar laatste wil eerbiedigen. Ik moest haar dood melden aan de kant van de familie die gebroken had met haar man en kinderen. Daarna volgde de begrafenis. Twee drankjes. Ik meed ze: de familie, de vrienden. Ik stond weer op straat.Toen was de man er weer, met zijn inmiddels opgerichte galerie, samen met onder anderen de kleindochter van Willem Elsschot (Alfons De Ridder). De jaren daarna heb ik kadertjes opgehangen en met goedkope wijn gesleept voor de recepties.Op een dag kwam ik behoorlijk aangeschoten en in driedelig pak terug van een receptie in de galerie. De Antwerpse culturele fine fleur was aanwezig geweest. Het was middag toen ik de Groenplaats op liep. Kunt u het zich voorstellen? Als in een arena zat de Antwerpse kleinburgerlijkheid uit te kijken op het standbeeld van Rubens en alles wat zich daar omheen afspeelde. Daar verscheen ik: ladderzat en in driedelig pak. Op datzelfde plein woonde een van mijn beste vrienden uit die tijd, een punker in vol ornaat.We begonnen met elkaar te dollen, iets wat de 'inboorlingen' niet kenden. Een golf van afschuw trok door de kleinburgerlijke massa. Ik was me daar totaal niet van bewust. Wat ik wel zag, was dat de Groenplaats plotseling werd overspoeld door een enorme macht aan politieagenten.Een van de genieën van de Antwerpse kleinburgers had waarschijnlijk de politie gebeld. In de ogen van die blijkbaar blinde massa werd een van de hunnen aangevallen — iemand in een driedelig pak. Ik dus. Ze waren uitgerukt in gevechtskledij. Een vreedzaam tafereeltje werd plotseling uit elkaar geknuppeld. Ik bleef ongedeerd, maar een man — bijna nog een kind — met een ebbenhouten huidskleur werd door twee agenten afgetuigd.Toen ik, geschrokken maar nog steeds stomdronken, wilde tussenbeide komen, werd ik met een zwaai in een politiewagen gegooid. Pas bij het uitstappen op de politieparking zag ik wie ze werkelijk hadden afgeranseld. Met zijn handen en voeten in de boeien moest hij uit de combi springen. Meer zag ik niet; ik werd in een cel gegooid en achtergelaten om mijn roes uit te slapen. Toen ik enkele uren later hard op de celdeur bonsde en om water vroeg, kwamen drie 'dappere' agenten me nog even in elkaar slaan.De volgende dag werd ik vrijgelaten. Lambermontplaats Ap'en 2004 De krant De Morgen berichtte een tijd later over het voorval op deGroenplaats. Let op amokmakers ! Agent vrijuit na valse bekentenis Een Antwerpse rechter heeft een politieagent vrijgesproken die bekende een allochtoon te hebben neergeslagen. De man bleek het te hebben opgenomen voor de werkelijke dader een jongere collega. Die kon echter niet worden veroordeeld omdat hij niet was gedagvaard.Zodoende ging iedereen vrijuit en onttrokken de agenten zich aan het gerecht door een valse bekentenis af te leggen.Toch zal het misschien nog anders aflopen. De feiten : Op 6 juni 1997 mengde een allochtoon zich in een arrestatie van amokmakers op de Groenplaats door twee agenten. Die waren daar niet mee gediend. Een van hen sloeg de man neer met een matrak. Het slachtoffer werd met inwendige bloedingen naar het ziekenhuis gebracht. De man diende nadien klacht in bij het Comité P.Tijdens de verhoren van de agenten bekende agent Julien S. te hebben gemept. Voor de rechtbank verklaarde S. Dat het zijn jongere collega was die de klappen uitdeelde en dat hij het voor hem had opgenomen.Desondanks bleef S. zijn collega tot de laatste snik verdedigen."Hij heeft niet echt geslagen, enkel in de lucht gemept".  De rechtbank kon gezien de gevolgen bij het slachtoffer de uitleg maar matig appreciëren Toch volgde rechter G.D.P. de visie van openbaar aanklager E.C.Die had bij de behandeling van de zaak geen straf gevorderd en alleen gevraagd "naar wijsheid" te oordelen. De collega-agent voor wie S. het opnam, werd niet vervolgd en kon gisteren bijgevolg niet worden veroordeeld. Logisch, volgens strafrechtgeleerde K.V. :"De rechter kan zich niet uitspreken over personen die niet zijn gedagvaard". Dat laatste kan volgens haar alsnog gebeuren "door het slachtoffer". Dat moet gebeuren voor het verstrijken van de verjaringstermijn. Doordat de verjaring is gestuit door dit vonnis, hebben parket en slachtoffer nog drie jaar de tijd om de echte agent-dader voor de rechter te slepen (CN)   DE toenmalige burgemeester   Bob Cools stelde voor om de nieuwelingen onder te brengen in getto’s. De super socialist Bob Cools stuurde de rijkswacht en politie af op zijn linkse politieke tegenstanders. Bij radio centraal  een vreedzame alternatieve radiozender kunnen ze er van meespreken. https://m.facebook.com/destudio.kunstenhuis/videos/843453809796998/ De super socialist louis tobback deed dat ook hij noemde hen subversief. Foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
115 0