Lezen

Een lyrische omschrijving van het ongemak dat ik tracht te ontleden en af te schudden

In het witte maanlicht gaan de dennen door hun knieën. Rolluiken rammelen, vette druppels kletteren. De woeligheid achter het dunne glas is van dezelfde aard als die onder mijn huid. Welke houding ik ook aanneem, ik blijf twintig centimeter boven het bed zweven. Het landen en zinken lukt niet. Ik reken op een kuip warm zout water als anker. De obstructie in mijn keel roert zich even en haakt dan weer in. De rechthoek in mijn maag zit gebeiteld. Geknield herzie ik de koers. Een afgebakend verlangen naar rust richt ik tot symbolen van grootsheid waarin ik mezelf even niet zie. Reeds als kind wist ik dat ik mijn woorden kon planten. De scheppingen van vandaag zijn mijn smeekbedes van gisteren. Ik huis in de inzichten die ik wilskrachtig bijeen heb geschraapt. Een fort bewaakt door een schare engelen. Ware verandering, de soort die verzacht, ontvouwt zich na begrip. En zo loop ik continu, om niets te missen, wagenwijd open. Met als gevolg dat er veel onrust binnen dwarrelt. Ik struikel ook steeds vaker over de langgerekte kreun die tussen de façades hangt. Sommigen proberen deze te overstemmen door luid te zingen. Maar dat gaat ongewild snel over in geschreeuw. Ik graai naar de voorbij glijdende stilstand en tracht de schemering te bottelen. Het einde van alle dingen zit in mijn ooghoeken. Alles wordt verpakt met limieten, cadeautjes aan mezelf. De sorry’s veeg ik van mijn lippen terwijl ik mezelf toesta om verkrampt mens te zijn.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/11/7/onrust‘Wired Up’ - zelfportret met acrylverf - 122 x 92 cm

KarolienDeman
11 0

Waardevolle scherven

Daar lag ik dan. Op mijn rug te midden van de velden, met mijn roze BMX bovenop me in een vreemd dorp waarvan ik ben vergeten hoe mijn klasgenoten heetten. De ooit witte turnpantoffel gekneld tussen spaak en vork, ver weg van het huis met de zwarte kolenkachel en de plastieken badkuip waarin niet ik - maar hij - verzoop, kneep de huid van mijn wreef ruw en nat tot een drukkende voet de fantoompijnen uit mijn hoofd rukte. Het was hem gelukt, dacht hij. Althans voor even, leefde hij in een wereld met enkel vaste lijnen die eenvoudig konden doorgeknipt en de ongeopende brieven op de tafel naast de kerstcadeautjes uit het klooster waar ik mijn geloof verloor. Te vroeg wellicht, hoewel ik de weken voordien nog op dinsdag- en donderdagochtenden voor schooltijd als misdienaar achter de priester zelf het belletje rinkelde.Het kwam pas later binnen. Of toen mijn zus en ik op kousenvoeten langs de stoep wegliepen tot we gegrepen werden door een overmoedige voorbijganger die ongetwijfeld het beste met ons voorhad. We wisten heel goed waarom we daar waren, maar vergaten het te zeggen want dat kon niet. Het verlies van de ontsnapping zou te veel pijn doen. Net zoals de verdwenen speelse taferelen die ik pas op latere leeftijd terugvond met mijn eigen kinderen, nadat ik de woede weer onder ogen zag en niet zo nodig de wereld moest repareren vanuit een onverteerde honger naar schouderklopjes tegen vijandbeelden.Het stopt ergens. De bergen blijven overeind zonder sneeuw en met water in de kelder. En als de platgespoten velden weer de broeken worden waarin we met onze botten sprongen, leren we dat dit slechts een voetnoot was. Dat vergeten we te vaak als we er in klem zitten. Laten we er een boek van schrijven voor elke dag en de hoofdstukken die ons niet meer raken schrappen. Of beter nog: klasseren. Zodat we vertederd kunnen terugblikken en opnieuw de vlucht vooruit er af schrapen. De zaterdagen op het dak in gedachten aan de overkant zijn al lang voorbij,net als jij,ook al leef je nog verder in de scherpe trekken van mijn weerspiegelingik laat je losin waardevolle scherven          

Hernam
0 0

Niet alleen schoenmakers moeten bij hun leest blijven

Een relatief bekend  radiopresentator vond het onlangs nodig politieke commentaar te geven op zijn FB pagina. FB kent wel het systeem van volgers maar wie op berichten wil reageren is verplicht een ‘vriendenstatuut’ aan te vragen.  Bekende personen zijn door de band ijdel en vinden het fijn er een brede (would-be) vriendenkring op na te houden. Dus jan en alleman mag vriend worden, tenzij… Mijn aanwezigheid op het vriendenlijstje weerhield mij er niet van op het politieke statement negatief te reageren.  Ik liet ook doorschemeren dat ik niet begreep waarom zoveel andere ‘vrienden’ hem domweg volgden in zijn opinie, ja er hem zelfs voor prezen.  Zelf een reactie bedenken of zijn meute medestanders de kans geven mij onder hun kritiek te bedelven (of wie weet mij gelijk te geven), deed hij niet.  Meteen defrienden en klaar was kees. Over politiek gesproken: de houding van mijn ex-FB-vriend doet mij denken aan wat er in Wit Rusland gebeurt. Loekasjenko doet net hetzelfde. De oppositie monddood maken. Er is nog een tweede gelijkenis met Alexander Loekasjenko: hij is lang niet de knapste maar laat zich  niettemin dolgraag fotograferen. De inhoud van zijn FB berichten zijn doorgaans boeiend en interessant. Wie ze wil lezen moet dan dus wel regelmatig tegen zijn foto aankijken. Voor wat hoort wat. Mogelijk kan hij daar zelf niets aan verhelpen en is het de opdringerige bevriende fotograaf die zijn materiaal telkens weer wil aanprijzen.  

Vic de Bourg
15 0

Dode[n]dagen

De herfst is het ideale jaargetijde om de doden te gedenken, kerkhoven op te fleuren, kinderen uit te dossen als zombies of wandelende skeletten, en tequila te drinken uit fluorescerende plastic schedels. Het vallen van de bladeren lijkt de mensen eraan te herinneren dat ook zij ooit verdorren. Of we die momenten nu Halloween, Allerheiligen, Allerzielen of Diá de los Muertos noemen, op al deze dagen staat de dood centraal. De boodschap is voor onze marktmaatschappij ondertussen minder belangrijk dan de massa’s geld die de verkoop van bloemen, pompoenen, snoepgoed, weerwolfmaskers en glow-in-the-dark-skulls in het laatje brengt. De economie is echter een kwestie van vraag en aanbod. Geen winst zonder behoefte, geen stormloop op bloemenkransen en chrysanten zonder rouw en verdriet. De behoefte om te herdenken is de reden waarom graven en urnevelden tijdens de eerste dagen van november schitteren in tinten van wit, geel, roze, rood en paars – alsof de dode zielen heel even opflakkeren alvorens weg te deemsteren in hun eeuwige winter. Deze tradities zijn zo sterk dat zelfs ik me de ochtend van Allerheiligen afvroeg wat ik kon doen om de overledenen te herdenken. De doden uit mijn leven vertoeven immers onder grafzerken die te afgelegen zijn om ze met een blitzbezoek te vereren. Mijn jaarlijkse dodentrip moet vooraf worden gepland, en organiseren ligt nu eenmaal niet in mijn aard.  Bovendien is al dat gemijmer over de doden volstrekt overbodig. Zelfs op drukke werkdagen spoken ze door mijn hoofd. Dat klinkt erger dan het is, want hun zielen zijn verre van kwaadaardig. Ze zijn eerder vage contouren van wat ooit een mens was. Af en toe verschijnen ze wat scherper in mijn geestesoog en slingeren ze een vergeten citaat of tafereel in mijn herinnering. Die ongewilde mijmeringen hebben niets te maken met een morbide aard of zo. Mijn hoofd is nu eenmaal een grabbelmand met herinneringen en gedachten die als spinrag aan elkaar klitten. Van zodra een stoffige anekdote mijn aandacht wekt, brengt die onmiddellijk een hele reeks associaties met zich mee. Wat meer bij mijn aard past dan vluchtige herdenkingen is nadenken over de zaken zelf. Wat heeft die dood nu eigenlijk te betekenen in het leven van een mens? Toegegeven, denken is een beetje uit de mode. Waarschijnlijk is de afleiding te groot. Zelfs op de hoogdagen van onze cultuur laten we onszelf – en elkaar – opslorpen door banaliteiten. Daarom besloot ik om die dagen gewoon niets te doen. Geen trick or treat, uitgeholde pompoenen of herhalingen van Halloween of Friday The 13th op All Hallow’s Eve. Geen chrysanten, familievisites en koffiekransjes op Allerheiligen. Zelfs het ‘Tiens, deze dag is er ook nog?’-gevoel op Allerzielen liet ik achterwege. Nee, de dodendagen waren simpelweg me time. Niets beter dan gewoon even lekker in de zetel hangen en de dood in de ogen kijken.  Dat laatste was makkelijker gezegd dan gedaan, want de dood heeft geen gezicht. Misschien hebben we daarom alle tralala nodig waarmee dodenherdenkingen gepaard gaan. Kleef een gezicht op de dood (een schedel bijvoorbeeld), omring hem met symbolen van verval, duisternis en verrotting, en hij is beter te vatten dan de grote gapende leegte die hij in feite is. Symbolen zijn een manier om grip te krijgen op het ongrijpbare, om het wezen te zien van wat in essentie onwezenlijk is. Zonder symbolen blijft de dood onzichtbaar.  Maar te veel symbolen verblinden ons, zoals ook de straatverlichting de sterrenhemel verduistert. Symbolen worden dan lege betekenaars die hoogstens een bepaalde sfeer moeten evoceren. Laat dat nu net het probleem zijn met die herdenkingsdagen uit het najaar. Hun symbolen zijn zo talrijk, kleurrijk en extravagant dat ze de dood niet langer een plaats geven. Het zijn uitdrijvingsmechanismen om het doembeeld van verval in de ban te doen. Dat de geraffineerde waardigheid van Allerheiligen en Allerzielen in de schaduw komt te staan van het snelle, oppervlakkige consumentisme van Halloween is misschien geen toeval. Halloween is het ideale dodenfeest voor een generatie mensen die het geloof in het hiernamaals verloor, zonder hun verlangen naar het paradijs te blussen. Dat paradijs wordt in elke cultuur bevolkt door gelukzaligen die van de bron van de eeuwige jeugd hebben geslurpt. Dit verklaart de paradox van moderne mensen: Naarmate hun levensverwachting stijgt, neemt ook hun obsessie toe om een leven lang jong, vitaal en up to date te blijven. Fear of missing out is de angststoornis waardoor hedendaagse psychiaters zich verzekerd weten van een onbeperkt cliënteel.  Ik koesterde dan ook een zekere trots toen ik die eerste november, maar zeker ook op Halloween, lamlendig in de zetel bleef liggen, terwijl ik mijn hoofd brak over de oogkleur of de schedelvorm die ik voor Magere Hein (of is het Pietje de Dood?) moest bedenken. Ik wist echter dat mijn daad van rebellie onbestraft zou blijven. De cultus van de eeuwige jeugd is niet minder hardnekkig dan de katholieke schuld- en boetemoraal, maar ze heeft geen dreiging van eeuwige verdoemenis om de ketters in het gareel te doen lopen. Toch is die cultus schatplichtig aan het christelijke geloof met zijn overtuiging dat de dood slechts schijn is, niet meer dan een poort naar het eeuwige heil aan de zijde van de Almachtige. Wat ze met elkaar delen is de verachting van een leven gekenmerkt door pijn en verval. Lijden heeft voor christenen weliswaar een betekenis. Wie zijn aftakeling lijdzaam aanvaardt, verzekert zich immers van een VIP-pasje voor het Koninkrijk Gods. De huidige mensen zijn ongeduldiger. Zij willen het paradijs hier en nu. Ze willen het mooiste lichaam, de eeuwige jeugd, een luxewoning en verre reizen naar oorden die altijd blijven verrassen. De ontgoocheling is dan ook groot, wanneer hun 40ste verjaardag nadert en de eerste grijze haren op hun slapen verschijnen. De kerk van Rome en de tempel van Harry Styles zijn twee manieren om de dood uit te drijven. Zelf voel ik er meer voor om eindigheid wel een plaats te geven. Wie wordt geboren, moet ook sterven. Ook wie een auto koopt weet dat hij binnen tien jaar kosten heeft. Kunnen we de dood volledig aanvaarden? Waarschijnlijk niet. Volkomen acceptatie is even illusoir als het geloof in volmaaktheid. Moord, doodslag, ziekte en honger blijven een schandvlek voor ons moreel kompas. Maar misschien moeten we het zover niet zoeken. Soms is het genoeg om de verhalen te veranderen, waarmee we de dood bezweren.  Een alternatief relaas van de dood vinden we bij de heidense voorouder van Halloween en Allerheiligen: Samhain. Tijdens dit Keltische feest, dat rond 31 oktober werd gevierd, was de sluier tussen de mensenwereld en de dodenwereld op zijn dunst. Elfen, geesten en goden dwaalden door straten, bossen en velden. De zielen van overledenen bezochten hun familieleden, vreugdevuren werden aangestoken, en mensen trokken rond vermomd als geesten.  Veel elementen uit dit feest vinden we nog terug in Halloween en Allerheiligen. In de meeste gebieden werden heidense rituelen vlotjes geïntegreerd in het christelijke geloof. Samhain was echter boven alles een feest van vernieuwing. Het markeerde het einde van de oogsttijd en het begin van de winter, maar was ook de ideale gelegenheid om komaf te maken met het verleden. De vreugdevuren waren een soort reinigingsritueel, net als het offeren van vee. Negentiende-eeuwse onderzoekers als John Rys of James Frazer opperden zelfs dat Samhain het Keltische nieuwjaar was.  Die visie is omstreden, maar het lijdt geen twijfel dat de Kelten een meer cyclisch wereldbeeld hadden, waarin de tegenstelling tussen licht en duisternis minder absoluut was dan in het christendom. De Keltische dag begon en eindigde tenslotte bij zonsondergang. Licht wordt geboren uit duisternis. Misschien keken de Kelten dan ook met een mildere blik naar de man met de zeis, precies omdat ze de dood – naar analogie met de duisternis – aanvaarden als een voedingsbodem van nieuw leven.  Veel van wat we veronderstellen over het oude Keltische geloof is gebaseerd op hypotheses en latere observaties van plaatselijke folklore in overgebleven Keltisch sprekende gebieden. Nieuwe heidenen en zelfverklaarde heksen volgen niet het oude geloof, maar een grotendeels zelf geconstrueerde cultus. Ongetwijfeld zijn veel aanhangers daarvan op de hoogte. De aantrekkingskracht van dit nieuwe geloof ligt voor hen niet in de authenticiteit ervan, maar misschien vooral in die meer ongedwongen omgang met verandering.  Tegelijkertijd legt de Keltische traditie iets fundamenteel tragisch bloot. De dood een plaats geven lukt nooit helemaal. Altijd weer moeten we onze toevlucht nemen tot verbeeldingskracht. We fantaseren over eeuwige jachtvelden, Koninkrijken Gods, eeuwige jeugd en rijstpap met gouden lepeltjes. Zelfs natuurreligies verzinnen verhaaltjes over elven, ronddwalende zielen en vruchtbaarheidsgoden om de kosmos een beetje gezelliger te maken. Dat begon ook mij te dagen toen ik die ochtend in november de dood in de ogen wou kijken, maar niet kon beslissen of ik hem nu Magere Hein of toch eerder Pietje de Dood zou noemen, of hij mannelijk, vrouwelijk of eerder non-binair zou zijn. De dood denken had geen zin meer, hoewel ik haar onmogelijk kon negeren. Wat me nog restte waren verhalen, die ik op lome herfstdagen liever consumeer als langspeelfilm, dan als literaire klassieker. Ik stond recht, nam een zak chips uit de voorraadkast, en keek voor het zoveelste jaar op rij naar de DVD van Halloween. Pieter Van der Schoot

Pieter Van der Schoot
32 0

Chagrijnig plein

In het Pajottenland      slaat de kerkklok tien uur in de ochtend.   Onschuld ligt begraven onder een stevig sneeuwtapijt      er is een overloop van maagdenwit      naar letselrood.   Bomen   dragen hun naaktheid met trots                spreiden hun armen over de                daken die eruitzien als verkleumd                alsof ze hen willen beschermen                tegen stokken die deuren en ramen inbeuken.   Zwarte kraaien bespieden armzalige taferelen.      De gulzigheid druipt van hun krachtige snavel      bij het identificeren van een gans wiens nek eraan moet geloven.   Rode ruiters en soldaten in harnas dwepen met macht. Paarden steigeren               vervloeken de chaos.   Jachthonden dorsten naar bloed. Zwepen cirkelen in de lucht               landen op prooien die worden gedwongen in het gareel.   Vrouwenreünie in lange gewaden waarin de ijzige morgen kruipt. Wanhopig sterke vrouwen               fluisteren                                                          beloeren                                                          bedelen op hun knie of                                                          berusten in honger                                                          proberen hun eer te redden of                                                          vluchten met hun kroost.   Hoopjes mens,                           triest gekreun,                                                          smeekbeden helpen geen zier.

Fatiha Berrazi
3 0

Iets onnozels met pompoenen

Als Grote Gele Eend haar bek opentrekt, spannen de rimpels van de vijver strak, spitsen de spitsmuizen de oren en staakt Lacherige Langpoot het lachen.    ‘De oplossing,’ zei Grote Gele Eend, ‘voor jullie kwakkelende verkoop, is vannacht tot mij gekomen.’ Kleine Kiet, de slimste kikker van de plas, tuurde kwijlend naar Grote Gele Eend. Dat Kleine Kiet op Grote Gele Eend zinde, wist iedereen en vandaag stonden zijn begerige ogen nog begeriger. ‘Wie van jullie uilskuikens ooit op het idee kwam, weten jullie vast zelf niet meer,’ ging ze verder. ‘Feit is dat er een berg maffe hoedjes en bezemstelen schimmelen onder de oude eik. Geen sufferd vindt jullie webshop, behalve die van Azerty, en zelfs die retourneerden hun pakket!’ Ze trapte, om haar woorden extra kracht bij te zetten, op een eikel die in de vijver plonsde.    ‘Dát weten we,’ sjirpte Kleine Kiet, ‘En dat moet je er niet opnieuw inwrijven. Ga je poseren met onze brol en pleuren we die foto’s online?’ Kleine Kiet trok zijn roodstreepbroekje recht. ‘Dat zou wel marcheren: Grote Gele Eend op Onlyfans, vijftien euro voor een exclusieve stream uit jouw douche.’ Lacherige Langpoot brulde zijn lach. ‘Tip van de dag, gegarandeerd!’    Grote Gele Eend schudde haar kont alsof ze zo Kleine Kiets vuilbekkerij van zich wilde schokken.     ‘Hou je kop, schuine kikker,’ kakelde Sjors Spikkelbeen, de dikste kip van de plas, ‘straks wil ze haar oplossing niet meer vertellen, en kan ik muggen blijven zuigen. Ik wil een rollende webshop, dan kunnen we kreeft eten in de Seychellen, of bungeespringen op Kreta, of, als ie echt lekker loopt, naar Disneyland in Orlando.’    ‘Disneyland,’ kwaakten de kikkers wild. ‘Bibberen in The Haunted Mansion!’    ‘Kreeft,’ mijmerde Kleine Kiet, ‘met champagne!’    ‘Jullie moeten het natuurlijk goed marketen,’ zei Grote Gele Eend, ‘niks verkoopt zichzelf. Goede backlinking, een beetje SEO, Adwords, Facebook pixels, de hele chickenbak...’ Ze strekte haar hals wat hoger, glom haar snavel en kuchte tweemaal. ‘De oplossing...’ zei ze, ’is geniaal eenvoudig.’    ‘Kom op,’ zei Kleine Kiet, ‘je speelt ermee.’    ‘Je maakt witte cijfertjes,’ zei Grote Gele Eend. ‘Nul Zes Acht bijvoorbeeld, die plak je op een groene jumpsuit, of een rode. Meer niet. En je tekent een witte cirkel, vierkant of driehoek op een zwarte schermhelm. Uitverkocht voor je halloweenfestijn kan zeggen.’    'Halloweenfestijn?’ vroeg Kleine Kiet.    ‘Iets onnozels,’ zei Grote Gele Eend, ‘met pompoenen.’ 

TonyCoppo
26 2