Lezen

woordman

Er moet geschreven worden. Het is geen basisrecht maar een plicht. Een noodzaak. Een verslaving.Ik schrijf zelfs tijdens de seks. Mijn vrouw zegt dat mijn grote liefde de taal is, en zij een maitresse. Ik spreek haar nooit tegen.Schrijven is als door een doolhof sprinten. Je hebt de hele tijd keuzes die je moet maken. En zelfs de kleinste keuze brengt je ergens anders heen. Elk woord is gemaakt voor het onderbewuste en gedrenkt in een drang om naar het einde te vloeien.Als ik haar op z'n hondjes neem, leg ik een schrift op haar onderrug. En als ze genoeg heeft dan sta ik op en zonder me terug af. Ik schreef zelfs tijdens de begrafenis van mijn grootmoeder. Terwijl tranen vloeiden en een verre tante een overdreven speech gaf over hoe barmhartig de gestorvene wel niet was, kon je het gekras van mijn pen horen. Mijn broer heeft me nooit meer aangekeken. 'Is dat het enige waar je aan denkt?' vroeg hij verhit terwijl we met de rest van de meute naar buiten dromden.De meesten waren aan het denken aan het avondeten, anderen aan hun performance. Niets maakt iemand zo zelfbewust als een begrafenis. Het is als fluisteren in een verlaten wachtkamer, het hoort er gewoon bij.'Het is het enige wat ik kan doen om er niet aan te denken,' zei ik. Ik denk dat hij me geloofde, want hij stormde weg en trok zwaar op met zijn auto. Bijna reed hij de lijkwagen aan, maar hij draaide nog net op tijd weg.Mijn vrouw bracht me naar huis, ik schreef verder.Bij de vluchtheuvel vlak voor onze straat greep ze haar kans. Terwijl ik het schrift tegen mijn borstkas duwde vroeg ze; 'Wat schrijf je eigenlijk?'Ik besefte plots dat ze naar de kapster was geweest. Haar haar was korter en geverfd. Ik dacht aan de facade van een gerenoveerd spookhuis.'Een verhaal zonder personages en zonder gebeurtenissen.''Ah,' zei ze.'Ja,' ging ik verder. 'Er is geen plot, verteller of dialoog.''Wat is er dan wel?'Ik staarde naar het schrift. Deze morgend stond het leeg, nu stond het halfvol. Ik wist eigelijk niet meer wat ik geschreven had. 'Het enige dat telt is het schrijven zelf. Het is geen middel om je bestemming te bereiken, het is de reis zelve.'Ze knikte veelzeggend en deed alsof ze het begreep. Ik sprak het niet tegen.'Mag ik wat lezen?' vroeg ze. We waren inmiddels thuis aangekomen, ze parkeerde de wagen zoals altijd een halve millimeter voor de garagepoort.Een uur later riep ik mijn vrouw en ze haalde het schriftje op, het was volgeschreven. Ik nam een vers boekje uit de lade en begon opnieuw. Ik begon altijd opnieuw. Ik bestond meer op papier dan in mijn hoofd. Mijn vrouw heeft dat nooit begrepen, maar ik wil tastbaar zijn. Je hoeft wat ik schrijf niet herkenbaar of goed te vinden. Ik heb je mening niet nodig, want ik besta gewoon, hier op papier.'Soms lijkt het alsof we niet bestaan voor jou,' zegt ze af en toe. Ik spreek dat nooit tegen.

Stelselmatig
24 0

De Vos en de Scheper

Er was eens een Herder en zijn Schapen.Het leven was goed, hij hoefde niet te schrapen.Een klein hutje in de bergen, ver weg van de stad.Zijn kudde zo groot,  was al wat hij had.De moedige Scheper was zijn trouwste hulp.Slangen, wolven en beren, die sloeg hij tot pulp. Op een dag keek de Vos vanuit de struiken en dacht, ‘Ik heb een Idee!’Hij benaderde enkele Schapen en zei, ‘Psst, kom eens met me mee!’‘Wat doe jij hier, Vos?’ zegt een van hen smalend. ‘Denk maar niet dat je ons aankan,’ zei een tweede, veel minder onthalend.  ‘Natuurlijk niet, vrienden,’ antwoordde de Vos.‘Veel groter en sterker zijn jullie. Als ik me misdraag ben ik zeker de klos.’‘Ik kom jullie net waarschuwen voor het echte gevaar.’‘Zie ginds, de Scheper, een Wolf in donshaar!’De Schapen bekeken elkaar en lachten het uit.Het sloeg echt nergens op, wat kwam uit die snuit.‘De Scheper beschermd ons net van rovers en andere gevaren,’ blaatte een van de rammen.‘En hoe doet hij dat?’ vroeg de Vos. ‘Met beten en schrammen!’Dat was waar, gaven ze grif toe.‘Kijk maar naar z’n lange poten en scherpe tanden. Daarin zit de clou!’De Schapen keken om en zagen nu de gelijkenis.Hadden zij het dan echt zo fout en zo mis?‘Blaffen, snauwen en bijten?’ onderbrak de Vos. ‘Wat voor een beschermer zou dat nu zo doen?‘Hij wil jullie enkel voor  zichzelf houden! En daarbij, met die stevige hoorns op jullie hoofd, hebben jullie toch geen nood aan zo’n oen?’‘Neen!’ blaatten de fiere rammen. ‘Als we samenwerken kunnen we die gemene Scheper wel verjagen en indammen!’De Vos zag dat de Schapen waren overtuigd.Hij likte zijn lippen nu het geluk hem had toegejuicht.Langer verder keuvelen had niet veel zin.Hij bedankte voor hun tijd en sloop het struikgewas weer in. De Schapen vertellenden diezelfde dag nog het nieuws aan de rest van de kudden. Wanneer ze allen stampten en stoten kon de Scheper het wel schudden.‘Maak dat je wegkomt! De Vos heeft je sluwe plannen verraden, jij wreedaard!’Verwensingen en beschimpingen waren verder de standaard.De Scheper kreeg genoeg van de onhandelbare schapen en zette het op een lopen.Dat de Herder hiervan zou horen dat konden ze in hun oren knopen.De schapen waren blij met hun overwinning en blaatten van enthousiasme.De Vos feliciteerde hen bevestigend maar met onopgemerkt sarcasme.Diezelfde avond nog sloop de Vos tussen slapende schapen en nam een van de lammetjes beet. Zijn plan was gelukt, niemand bewaakte de keet.Met sierlijke sprongen ontweek hij spottend de woedende Schapen die hem probeerden te stoppen.Zo verging het ook de volgende nachten tot de wanhoop van schapen die hij zo slinks wist te foppen. De Herder was verrast toen hij de Scheper zag liggen aan de deur.‘Mijn trouwe Scheper,’ zei de Herder terwijl hij hem over zijn kop aaide. ‘Vanwaar deze honneur?’ De Scheper keek met droeve ogen, ‘De schapen hebben zich tegen mij gekeerd en wouden mijn bescherming niet meer.’‘Maar hoe is dat kunnen gebeuren? Waarom gingen ze dan zo hard van leer?’‘De Vos heeft hen wijsgemaakt dat ikzelf een wolf ben,’ piepte de Scheper.De herder streelde peinzend zijn baard, ‘Die Vos is misschien wel kleiner dan jou maar ook veel leper.’‘Wat jij en de Wolf gemeen hebben maakt jou net de best mogelijke beschermer voor hen.’De kudde is in groot gevaar zonder jou, we moeten nu gaan, ren!’ Samen snelden de Scheper en de Herder terug naar de kudde.De Vos met zijn snode plannen kon het nu wel schudde.Ze bewogen over bergen en dalen, haastig en vlug.Spoedig vonden ze de schapen angstig en bedroeft terug.De Schapen vertelden over de list van de Vos en hoe hij de lammetjes kwam stelen.Wraak was het enige wat hun pijn kon helen.De Herder hoorde hoezeer zei spijt hadden over hoe ze zich tegenover de Scheper hadden gedragen.Die les hadden ze wel geleerd, dacht hij, tot het einde van hun dagen.Samen met de Scheper ging hij op zoek naar het hol van de Vos.Dankzij de scherpe neus van de Scheper vonden ze het hol in het donkere bos.Daar troffen ze de Vos aan in een diepe slaap, hij had een dikke buik van al de lammetjes die hij had opgegeten.Ze keerden terug naar de kudden om te overleggen wat ze zouden doen met de Vos nu hij nog lag te bekomen van zijn avondeten. ‘Begraaf hem levend in zijn hol!’ stelde iemand voor. ‘Laat ons hem doodstampen!’ riep drie anderen in koor.‘We kunnen hem ook altijd zelf opeten?’ haalden nog anderen aan.Oh jee, dacht de herder. Als die Vos de schade niet kan herstellen dan is het zeker met hem gedaan.De Herder trok zich terug van de kudde om raad te vragen aan de Uil van het bos.Hij vertelde de Uil het verhaal en vroeg wat hij moest aanvangen met die snode Vos.‘De kudde wil vergelding, dat was duidelijk, maar wat is nu de geschikte straf?’‘Had het zin om een Vos te straffen voor vossenstreken?’ zo kaatste de Uil de vraag weer af.‘Ik hoorde eens,’ zo ging hij verder, ‘over een verhaal hier ver vandaan.’‘Daar had er eens een jager iets bijzonder gedaan.’ Wanneer de Herder terugkwam vroeg hij de Scheper om hem opnieuw te vergezellen naar de Vos en zijn hol.Daar troffen ze de booswicht aan met zijn buik nog altijd even vol. ‘Dit had de Uil ooit ergens gehoord,’ fluisterde hij wanneer hij het mes aan zijn riem nam.Tot hun verbazing vond hij de lammetjes levend en wel terug met enkel hun pootjes wat stram.Voordat hij de buik weer dichtnaaide propte hij deze vol penen.Dat was toch juist, vroeg hij zich plots af, of waren het kiezelstenen?De Vos werd al jammerend wakker met zijn buik zo volgeladen.Ze hadden hem geklist en nu lamenteerde hij zijn daden.‘Dat zal je leren.’ Lachte de Herder.‘Wat ga je nu met hem aanvangen?’ snauwde de Scheper. ‘Geheid slaat hij snel weer aan het liegen en roven.’Toen de Herder antwoordde kon hij zijn oren niet geloven.‘Ongetwijfeld,’ knikte de Herder bevestigend, ‘tenzij hij daar geen reden meer toe heeft,’ en hij gaf de Scheper een aai op zijn kop.Nu gaat het komen, dacht de Vos, nu krijg ik vast klop. Nadat de lammetjes werden verenigd met de kudde en de Scheper weer zijn oude taak had opgenomen nam de Herder de Vos mee naar zijn huis.Deze was nog altijd wantrouwig en verwachtte niets pluis.‘Of je maakt dat je verdwijnt naar de andere kant van de berg,’ zo stelde hij voor. ‘Ofwel?’ onderbrak de Vos, ‘zeg het nu maar hoor.’‘Ofwel werk je voortaan voor mij’. De Vos was verbaasd en wierp vragende blikken.‘Mijn partner heeft een moestuin en ook last van kraaien die pikken.’‘Ik had gehoopt dat je met jouw talenten een trucen de kraaien kon verjagen.’‘In ruil voor een hok vol stro en eten tot het einde van jouw dagen.’De Vos was ontroerd door de genade.Misschien was het toch niet zomaar een façade?En zo gooiden ze het op een akkoord.De Herder was blij met het werk van de Vos en de Vos met zijn nieuwe oord.Enkel de kraaien die waren wat nukkig.Maar verder leefde iedereen nog lang en gelukkig.

BenB
0 1

Brief van een twijfelende vaccinbeslisser

De voorbije weken lag ik nachten wakker van coronavirussen, vaccins, tegenstrijdige, soms ontmoedigende nieuwsberichten over nieuwe virusvarianten, onvoldoende werkende vaccins...de lijst is eerlijk gezegd te lang om op te noemen. Ik was er bijna door begonnen te slaapwandelen maar gelukkig loopt het niet zo’n vaart. Mijn geest en lichaam roepen om rust, vragen mij tijd te nemen om de zaken opnieuw met een zekere afstand te bekijken.   De huidige sanitaire crisis, een nooit geziene pandemie (in mijn levensperiode althans), is bijzonder complex. Daarom geloof ik ook dat het antwoord (en/of oplossing) op deze crisis ook complex is.  Als voorbeeld daarvan de vele pogingen op deze aardbol om met allerlei plannen, oplossingen en strategieën voor een mogelijke uitkomst te zorgen. Eenduidigdheid ontbreekt omdat die simpelweg niet waargemaakt kan worden. Een crisisexit zal misschien nog niet meteen volledig helder en duidelijk zijn de komende maanden. Het is stapsgewijs versoepelen, verkennen, informatie onderzoeken, verspreiden. Maatregelen voorstellen, terugdraaien, aanpassen, opnieuw lanceren.  Bijgevolg blijven we in deze pandemie overspoeld worden door berichten, informatie, feiten van experten, politici en zovele anderen die deze crisis ook door hun eigen bril zien en in hun eigen context. Dat heet perceptie en het leeft in alle lagen van de wereldbevolking. Waarschijnlijk niet altijd met de slechtste bedoelingen, willen verschillende woordvoerders de complexiteit van deze crisis uitleggen, ze begrijpelijk en behapbaar maken. In een poging om mij die informatie eigen te maken en die complexiteit te omarmen, zag ik bij mezelf de stress alleen maar toenemen. Want ook mijn naaste omgeving voelt zich net zoals ik zo gegrepen door die crisis, van dichtbij of vanop afstand, en zoekt antwoorden. Samen proberen we eruit te komen, voor onszelf te zorgen, steun te geven en te vinden. Dat heet dan weer solidariteit, wat ik geweldig vind. Zo is er het drukgevoerde vaccindebat, tussen vrienden en familie. Meer nog dan angst voor een prik of de gevolgen ervan, voelde ik me de voorbije weken ontzettend slecht door de druk die op mij afkwam. Telkens als ik een beslissing had genomen (wel of niet), deden andere argumenten mij weer twijfelen. Beslist geen cadeau voor mezelf, de eeuwige twijfelaar!  De mensen die mij goed kennen, weten dat ik hoogsensitief ben. Je weet wel, dat soort persoon bij wie informatie blijft hangen, prikkels tot in den treure hun werk kunnen doen, zodanig dat mijn hoofd soms tolt, dat ik het ene moment op een gelukzalige kermismolen zit en het andere in een deprimerende bui beland. Dat vraagt dan weer “balans zoeken”, en is niet de gemakkelijkste opgave wanneer je hoogsensitief bent. Er is vooruitgang, maar ook nog werk aan de winkel! Wat ik ook leer tijdens deze crisis, is dat er 1 stem telt: de stem die van jou is en jou het gevoel geeft beslissingen te nemen die voor jou juist aanvoelen. Ik leerde argumenteren, mijn bezorgdheden oplijsten en delen met anderen. Desnoods eens mijn hart luchten via een veilig Facebookforum. Ik leerde dat er meer dan ooit wederzijds begrip nodig is, tussen mensen met andere meningen of bezorgdheden. En dat deze crisis ons wel kan verdelen – provaccin, antivaccin, voor of tegen coronamaatregelen – maar dat wij onszelf wel weer aan elkaar kunnen lijmen, door binnen die diverse meningen, bezorgd te blijven voor elkaar. Ik kan helaas in deze brief ook geen oplossing geven of zelfs mijn beslissing melden – de eeuwige twijfelaar! – maar ik voel me plots een paar kilo’s lichter. Misschien steek ik mensen een hart onder de riem; mensen die, net zoals ik, begrip willen voor hun beslissing en situatie, zich blijvend gesteund willen voelen of net zoals ik twijfels hebben. Omdat er zoveel informatie op ons afkomt, omdat deze crisis al meer dan 1 keer onze percepties op hun kop heeft gezet. Stay safe !

Maïté L.
14 1

NIKS IS NOG ALS VROEGER

het is niet meer als vroegernee, niks is nog hetzelfdehet is nog nauwelijks te herkennen iedereen is de pedalen kwijten dat is toch wel even wennen vroeger leek me zoveel betermaar op een dag leek alles andersik voel mij opgesloten tussen plexi-glazen wandenje raakt me niet meer aan en ik begroet je zonder handen (Gaia antwoordt …)ik ben niet meer als vroegerik ben niet meer dezelfdeik ben nog nauwelijks te herkennenik ben zoveel schoonheid kwijtdat is voor mij ook even wennen vroeger was ik zoveel mooier maar gaandeweg werd alles andersik voel me niet meer happy en ik kraak in al m’n voegenik kan het amper aan, ik bloed uit vele wonden ik slenter futloos door te lange dagen, ik ben onredelijk, ongeduldigik stel steeds weer dezelfde vragen waar liep het mis, wie is er schuldig vragen wij teveel als wij verlangen naar een streling of een zachte zoenom in de pub (nog eens) te blijven hangen en naar een doodgewone fuif, net als toen ik wil lachen, spelen, zingenik wil knuffelen, ik wil een dansje doenweer genieten van de doodgewoonste dingen en ook onnozel geven …. van katoenmaar ik verjaag m’n donkerste gedachtenik schilder op m’n mond een lachen zo zal ik geduldig wachten op normale dagen wanneer alles mag (Gaia antwoordt …)ik was gul, maar jij was veel te gulzigzeg maar egoïstisch in ’t kwadraaten nu vraag jij : wie is er schuldigis dat niet een beetje laat ik kan je toch niet eeuwig blijven vragen om te luisteren naar wat ik vroegwaarom blijf jij je zo misdragen waarom heb jij nog altijd niet genoeg wanneer je alles verder blijft verminken voor je beurs- en groei-idolatriezal je luxe-bootje heel snel zinken de natuur sluit nooit een compromismaar ik verjaag m’n donkerste gedachtenik geef je graag een laatste kansmisschien gebeurt het onverwachte en ontspring je nog de dans …

Paul Vagant
14 0

Gastenboek

‘D´accord’, hoor ik mijn man zeggen, ‘sept heures trente.’ Hij steekt zijn gsm terug in de zak van zijn regenjas. ‘Gelukt’, zegt hij opgetogen, ‘net een tafeltje gereserveerd.’ We zitten in Rochefort op een terras en tersluiks kijk ik op mijn horloge. Zes uur. Geweldig. Dat betekent nog anderhalf uur honger en kou lijden. ‘En wat nu’, vraag ik beschuldigend, ‘nóg maar eens wat wandelen of hier tegenover de kerk in?’ Het wordt de kerk.  Slecht gehumeurd loop ik tot bij het altaar, bekijk vluchtig de mozaïeken op de vloer en maak dan rechtsomkeer. Op een houten pupiter vlakbij de uitgang ligt een opengeslagen gastenboek. Gastenboeken oefenen een enorme aantrekkingskracht op mij uit. Niet dat ik de drang voel er zelf iets in te schrijven, maar ze prikkelen mijn nieuwsgierigheid danig. Iemand geeft zich bloot, legt vast wat hij denkt of voelt en deelt dit met de rest van de mensheid. Ook met mij. En kunnen onderduiken in het privéleven van iemand anders is iets waaraan ik slecht kan weerstaan.      Op de linker bladzijde staat een tekst, ondertekend door een vrouw. Haar ronde, regelmatige handschrift doet me vermoeden dat hier een intelligente, evenwichtige vrouw aan het woord is en geïnteresseerd ik begin te lezen.     Als eerste looft ze de mozaïeken. Goede inleiding, knik ik waarderend. Daarna bedankt ze God: …voor Uw bemoeienissen in mijn leven en voor de mooie vrouw die ik nu ben. Zonder U was het nooit allemaal goed gekomen. Verschillende gedachten schieten door mijn hoofd. Welke vrouw beschrijft zichzelf nu als mooi? Of nee, dit gaat niet over haar uiterlijk. Maar dan nog… En wat zou er goed gekomen zijn? Haar huwelijk? Een verslaving? Heeft ze een ongeval gehad, haar gezicht verbrand? Verdorie, had ze nu niet wat specifieker kunnen zijn? Goh, te denken dat alleen met Gods hulp alles goed gekomen is. Ik had haar verstandiger verwacht, met dat handschrift. Volwassener. Of heeft ze echt zulk een diep geloof?     Ik heb alles om gelukkig te zijn, schrijft ze verderop, alleen, voor één klein dingetje heb ik nog wat hulp nodig. Maria, van U misschien, want God heeft al genoeg gedaan. Maria, zou U ervoor kunnen zorgen dat mijn zoon stopt met roken? Dan is mijn leven perfect. Dank U wel en ik houd heel veel van U. Glimlachend maar ook een beetje jaloers loop ik met mijn handen diep in mijn jaszakken naar buiten. Ik zou willen dat ik zo was. Mezelf mooi vinden, mijn leven in Gods hand leggen en simpelweg Maria´s hulp inroepen om de mannen in mijn leven te laten doen wat ik wil. Ik zou al lang lekker warm in een restaurant hebben gezeten.

ingridvdk
12 1

Stationsgesprek

Het is een bloedhete dag en ik ben redelijk vroeg aan het station van het naburige dorp. Onze jongste arriveert er met de trein, wegens geen aansluiting naar ons stadje. Het terras aan de achterzijde van het stationsgebouw ligt voor een groot stuk in de schaduw. Ik heb graag zon, maar een hele dag bakken en braden is aan mij niet besteed. Ik ben dan als een lasagne in een hete oven. Als hij begint te pruttelen, moet je hem eruit halen. Ik heb nog een kwartier. Aan mijn linkse kant zijn twee oudere dames in gesprek met de eigenaar. Dat het warm is en dat het bij de coiffeuse onder de droogkap nog warmer is. De geur van hun haarlak is herkenbaar. Ik zie de bruine bus met de witte dop thuis nog in de kast staan. Aan mijn rechtse zijde zit een grote man met een zomerhoed. "Ik ben zjust in de schaduw gaan zitten", spreekt hij met het smakelijke accent van ons naburig dorp. "Ik hem ne nieuwe vélo gekocht”, gaat hij meteen verder, alsof we oude bekenden zijn. Hij wijst naar de driewieler tegenover ons, vastgebonden aan de lantaarnpaal. "Drie ruggenwervels gebroken", zegt hij. Er gaat meteen een rilling over mijn rug. Hij vertelt over zijn zwaar ongeval en dat een gewone fiets moeilijk is om op en af te stappen. Het is zijn evenwicht waar het nu aan schort. "Ik verschoot van de prijs. Daar kon ik hem niet voor laten staan. Rij hem maar naar buiten, zei de man van de Kringloopwinkel tegen mij. Ik ga eens zien of ik hem thuis krijg”, zegt hij, waarna hij zijn glas uitdrinkt. Hij maakt het slot los en stapt voorzichtig op zijn fiets. Het gaat hem goed af. Ik zwaai nog even. Alsof we oude bekenden zijn.

Rudi Lavreysen
21 0

Het terras

“Je bent te laat,” begroette Eva hem. “Je bent nog niks veranderd in die vijftien jaar.” Het verwijt was hypocriet, dat wist ze wel. Ze was zelf een kwartier te laat. Robin trok een wenkbrauw op; zijn wenkbrauwen waren dikker sinds hij ze niet meer trimde. “Niets veranderd? Jij ziet niet goed. En trouwens, ik zag je uit de auto stappen toen ik aankwam. Je bent hier zelf maar net.” Allebei hadden ze niet degene willen zijn die op de ander moest wachten, zeker als die ander besloot niet op te komen dagen. En toch waren ze hier nu, op het terras, Eva met haar zonnebril in de haren en ogen tot spleetjes geknepen tegen het daglicht, en Robin, breder en hariger dan ze zich herinnerde, maar tegelijkertijd toch heel herkenbaar. Robin plofte neer in een lege stoel en kamde een hand door zijn vetkuif. De schouderlange krullen van voorheen waren verdwenen, net als de zwarte mouwen die zelfs in de zomer voorbij zijn vingertoppen hadden gereikt. “Zullen we het kort houden?” vroeg hij. “Wat jij wil.” Eva bestelde een glas rosé, Robin spuitwater. Zij grinnikte. Hij negeerde haar en sloeg zijn armen overeen. In het zonlicht staken de littekens, die hij nu droeg als oorlogswonden, fel af tegen zijn gebruinde huid. Zijn nagels waren kort geknipt (niet kort gebeten), zijn armen sterk en afgetraind. Dit was niet het lichaam van een angstige tiener, maar dat van iemand die zichzelf heruitgevonden had. Haar ogen dwaalden over zijn gezicht en bleven rusten op zijn lippen, die ze in haar tienerjaren met haar eigen mond nog duchtig had verkend; een tijd waarin baardgroei nog een vreemde onbekende was – voor zover de schrale sprieten op zijn bovenlip als baardgroei telden, alleszins. Vreemd genoeg maakten die hem juist minder man. Als de serveerster even later hun drankjes bracht, bleef haar blik te lang op Robin hangen, haar voorhoofd in een frons. “Valt er soms wat te zien?” bitste Eva, die de halve euro fooi in haar hand weer in haar tas liet vallen. De serveerster mompelde iets onverstaanbaars en maakte zich uit de voeten. Eva zuchtte. “Je ziet er goed uit. Meer dan ooit jezelf. Zag iedereen dat maar.” Robin ontvouwde zijn armen en legde een hand op haar knie. “Dank je,” zei hij, heel even weer dat meisje van zeventien dat Eva’s hart gestolen had. En toen opeens niet meer.  

Caronaut
32 2

Monoloog van een harpij

Je bouwt mooie muren. Vriendelijke muren. Muren die het zonlicht weerkaatsen of vol bloemen staan. Ik heb nooit gedacht dat een muur mooi kan zijn, dat moet ik je bekennen. Muren zijn voor mij altijd iets vermoeiend geweest, zoals hekwerk in het bos. Iedereen wil zijn stuk land markeren maar het enige dat ze markeren is hun kleinheid. Vogels geven niets om muren, en het toeval wil net dat ik een vogel ben. Je mag me voorstellen als een grote vogel met witte veren en een lange nek. Bijna een zwaan of een ooievaar, maar toch net iets anders. De oude Grieken hadden een woord voor me, harpij. Dat schreeuwden ze tegen me en hun helden gingen naar me op zoek, vanuit Troje en Athene en Sparta. Maar ik kon vliegen. En als ik ergens heen vloog, dan was het wel weg. Ik moet je iets bekennen over wegvliegen, ten eerste, de aarde is rond. Al ga je rechtdoor tot de eindigheid, dan vlieg je in een perfecte cirkel. Verhalen hebben de koppige neiging om gevonden te worden, willen of niet. Zo kon ik, als ik te veel wou vluchten van die helden, precies boven hen verschijnen. Harpij.. Nu wordt de mythologie gebruikt voor videogames, maar toen was het anders. Wat is een videogame anders dan een verhaal? denk je dan. Alles bestaat uit verhalen! Jij ook!Dan geef ik je gelijk. Gigabytes aan verhalen heb ik onder mijn hersenpan opgeslagen. Ik zou je gemakkelijk kunnen bedelven onder de herinneringen, maar dat bespaar ik je. Herinneringen zijn een beetje als drijfzand, je kan ze het best vermijden. Daar is nog nooit iets goed van gekomen. Soms lijkt het niet zo, maar als je zo lang leeft als ik besef je dat . Vaak komen er mannen of vrouwen naar me toe om te praten over vroeger. Dat doen ze terwijl ik mijn vingers blindelings op het toetsenbord leg en de f en de j opzoek. Ik gebruik enkel mijn oren. Oren zijn je beste vriend. De dunne laag tussen ego en al het andere ligt tussen je twee oren. Het is wijsheid dat ik met je deel dat al lang niets meer waard is, maar voor een harpij als ik is dit de waarheid. Ik ben de harpij van de huichelarij, en jij bent een muis dat wil ontsnappen. Je hebt evenveel tijd als een eendagsvlieg, maar je wil de honderdjarige oorlog overleven, hoe denk je dat te doen? Je weet wat men zegt; daden rentenieren. Geen enkele daad is zonder spijt. De kleur van spijt markeert elke pagina van je boek, dat denken de harpijen. Zelfs al kom ik liever een positieve boodschap verkondigen. Maar alles wat je doet, is omdat je iets anders niet wou doen. Daar heb je nooit over nagedacht, hé? Iedereen vermijd het ene om in het andere te belanden. Dat betekend dat je altijd terug op hetzelfde neerkomt. Zoals ik al zei, de aarde is rond. Als het vlak was, dan was het zo eindig geweest. Dan kom je nergens heen en niets zou ooit iets uitmaken. Er zou nooit een reactie zijn, alsof de echo niet meer bestond. Maar nee, de aarde is rond, je moet me geloven. Wij harpijen geloven dat al zolang we bestaan. Denk gewoon aan de ronde planeet en besef dat alles wat je moet doen, is vergeten. Dat is het enige wat je kan doen als je heel wil blijven. Anders kom je terug uit waar je begon. Maar als je wil veranderen gaat dat niet met je mooie, lieve en zachte muren. Muren onthullen je beperkte geest. De zandbak is niet infiniet. Ga zover tot je terug bij jezelf uitkomt, dat is alles. En daar stop ik mee. Ga zo ver tot je terug achter je schaduw staat. Hij heeft jou tenslotte meer nodig dan jij hem.

Stelselmatig
25 0