Lezen

Laat mij slapen!

Met een schok zit ik rechtop, een wazige gedaante danst rondjes in de kamer. Mijn vrees is bewaarheid. Ik zat er al op te wachten. Op de tast reik ik naar de muur en na een druk op de knop springt het licht in de kamer aan. Een gnoom met blonde krullen, gele tanden en een gigantische neus met pukkels zingt tijdens het dansen: ‘Niemand weet, Niemand weet dat ik …’    ‘Kop dicht en laat mij slapen,’ roep ik terug.   Hij staat stil met een verwonderde blik in zijn ogen. Eerst kijkt hij mij aan, dan zwaait die blik rond mijn slaapkamer.   ‘Wat mot je?’ vraag ik.   ‘Ik zoek de dochter van een prinses,’ antwoordt Repelsteeltje.   ‘Zie ik er uit als een prinses?’ Ik sla de dekens van mij af. Het jeukt en ik krab aan mijn kloten.   ‘Meer als een middelbare vent… ’   ‘Precies.’   ‘...met een dikke pens, vlekkerig hemd...’   ‘Precies, genoeg.’   ‘...vettige haren, uitgelubberde onderbroek.’    ‘Genoeg zei ik!’   Die veel te grote neus snuift om zich heen als een stofzuiger die spinnenwebben verwijdert en de kabouter trekt een vies gezicht maar durft niets te zeggen.   Hij zakt zwijgend op de vloer en pakt uit zijn wambuis een rol papier. Met zijn handen strijkt hij het papier vlak, zet zijn voeten op de onderste punten van het papier zodat dit niet dicht rolt en buigt voorover. Lenig is hij wel, dat moet ik hem nageven. Geconcentreerd kijkt hij naar de plattegrond waar in het midden een groot rood kruis staat, omringt door pijlen, tekens en tekst. Hij mompelt een paar getallen en opent de locatie-app op zijn mobiele telefoon.   ‘Laat me raden,’ zeg ik. ‘Drieduizend nog iets bij achttienhonderd zoveel.'    Repelsteeltje knikt verrast en toetst de getallen in de app. Hij drukt op “Go” en het scherm wordt groen, links in het scherm verschijnen drie foto’s. Hij mompelt en zoekt de overeenkomsten tussen mijn slaapkamer en de plaatjes van een slaapzaal met gouden hemelbed. Hij scrolt door naar een roodharige schoonheid met een baby in haar armen. Zijn ogen schieten van de foto naar mij en weer terug en schudt zijn hoofd.   ‘Anton…’ begint hij.   ‘... van de planning. Ja, die ken ik nu wel,’ knor ik geïrriteerd. ‘De afgelopen drie weken wordt die knul elke keer als excuus gebruikt.’ Ik stap met een been uit bed, de vloer voelt kil. ‘Eerst die prins in zijn belachelijk strakke maillot, toen een kudde dwergen en eergisteren een wolf.’ De gedachte doet mij weer rillen. ‘De eerste stak zijn tong in mijn mond en prevelde hitsig “Oh, Doornroosje” in mijn oor, de dwergen zochten tevergeefs naar een glazen kist en die laatste hield niet op met klagen over de kwaliteit van de grootmoeders: “Die tegenwoordig allemaal een snor hebben.” En nu sta jij voor mijn bed te dansen. Rot op en laat mij slapen!’   Repelsteeltje kijkt beteuterd op zijn kaart en zegt: ‘Het staat hier toch echt: 3859,43 - 1843,98.’ Hij houdt de resetknop van de app vijf seconden vast. Het scherm flikkert twee keer en wordt zwart met een draaiend, blauw zandlopertje in het midden. ‘Nou, dan ga ik maar weer.’ Hij rolt de kaart dicht en staat op.    Naast de afzichtelijke kobold vormt zich een grijze mist en vanuit deze steeds donkerder wordende schim klinkt de roep: ‘Doe open, doe open.’ Een wolf met een witte poot verschijnt en staat dreigend wijdbeens in de kamer. Nu heb ik het helemaal gehad.   ‘Laat me raden,’ schreeuw ik tegen de wolf die mij stoer aankijkt. ‘Je zoekt een geit?’    De wolf knikt vastberaden en zegt: ‘Zeven geiten om precies te zijn.’   ‘En Anton stuurt je hierheen?’   De wolf knikt weer, nu onzekerder en zoekt met zijn ogen steun bij Repelsteeltje die ingespannen de rode belletjes op de punten van zijn groene sloffen bestudeert.    ‘Zie ik eruit als een geit?’ zeg ik. ‘Of “Om Precies Te Zijn”, zie ik eruit als zeven geiten?’   ‘Volgens mij is mijn zus hier ook geweest,’ stamelt hij. Ik sta met twee benen op het koele zeil, de kou slaat op mijn blaas. ‘Ik ga pissen, en als ik terug ben zijn jullie vertrokken. Vertel al jullie vriendjes en vriendinnetjes die de komende tijd uitvliegen, dat de volgende die midden in de nacht aan mijn bed staat, terugkeert met ongelofelijke hoofdpijn!’ Bij de deur roep ik ze na: ‘Die Anton moet je ontslaan of op zijn minst een goed functioneringsgesprek mee houden. En de basiscursus planning is geen overbodige luxe.’

MCH
18 2

Woelige dagen

Soms wordt het woelig. De impuls om te vluchten onderdrukkend, probeer ik de kluwen aan emoties, gevoelens en gedachten te ontleden. Het is hier nu bij mij, deze warrigheid, het doet zich voor en vraagt om aandacht. In de vorm van pijn of iets anders dat ik vervelend kan noemen. Ik kijk ernaar en weet dat als ik me ervoor afkeer, ik alles in rafels achter mij mee trek. Het blijft sowieso hangen, mij volgend. Wachtend op een ander ongeschikt moment. Alle mogelijke handvaten en ander gereedschap ligt op tafel. Het lijkt nooit genoeg. Woorden, technieken, stiltes, … Dit vraagt om aandacht, dus moet ik er iets mee doen, toch? Of laat ik beter alle acties achterwege, stilstaand, zodat de storm langs mij heen kan razen, de geseling bewust voelend. Erop vertrouwend dat de sporen die ze nalaat mij alleen maar mooier maken. Ik schipper tussen reageren en laten zijn. Tussen veranderen en aanvaarden. Sluit het ene het andere uit? Alles gadeslaand met een blik die toelaat en liefheeft, maar de felle wind doet mijn ogen tranen. Want ik ben menselijk en zit vol gaten. Mijn weefsel is zacht en weerloos. Mijn kwetsbaarheid en onvoorspelbaar verval omhult mijn goddelijkheid, als een op maat gemaakt kostuum. Ja ik weet het wel; het hier en nu dat mijn bestaan omkadert is slechts een mogelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik deze vol overgave vervul. Alleen ultieme liefde kan deze snijdende tegenstellingen baren, daar zij niets wil uitsluiten. Elke handeling krijgt bewegingsvrijheid, elke gedachte gehoor. Aangedreven door een wil banen we ons een weg doorheen het leven. Soms botsend, sputterend en twijfelend. Misschien krijgen we wel dingen naar ons hoofd geslingerd als we voor een authentieke weg kiezen of even blijven stilstaan. De lieve bomen, waar ik me zo graag mee omring, zijn een grote bron van inspiratie. Ze nodigen me uit om mee te wiegen en te buigen. Ik mag zelfs breken, want ook in stukjes ben ik nog evenveel waard. Staand in aanvaarding, daar waar het zaad zich goed voelde om te schieten, belichamen ze de berusting waarin ik wil huizen. Het ruisen van hun kruinen is de geruststellende ondertoon waarop ik mijn wiebelachtige gedachten laat varen. De vibratie van alles dat gebeurt, gewoon omdat het kan. Zonder oordeel. Steeds met het vrijblijvend potentieel om iets toe te voegen.

KarolienDeman
41 1

Connecties: waar wegen splitsen

"Vooruit," fluisteren ze Maar het is mijn manier om vast te houden  "Laat los," schreeuwen ze Maar mijn hoofd herinnert zich nog Elke kleinigheid die ze deden   Je snakt naar verbinding Andere dagen verstop je je Je leeft in jouw hoofd Terwijl jouw balans op sommige dagen  de goede kant van het leven lijkt af te wegen Je leeft gewoon En dat is hoe je het meest van jezelf houdt 'Op je best'   Manieren om je vast te houden aan de dingen waar je van houdt Het leven lijkt een manier te hebben om enkele paden in zijwegen te snijden Je verliest er wat onderweg, rondlopend op deze aarde   Gisteren heb ik jullie twee ontmoet, opnieuw Hij kwelde me en het kan me gewoon niet schelen Hij wilde dat ik in zijn ogen keek maar ik weet wat hij wilde zeggen Zonder een woord uit te spreken Zijn verlangen naar mij Ik ken hem en voelde waar ik onze wegen doorsneed   En jij, ik voelde waar de wegen waren gespleten Door weg te lopen zonder afscheid te nemen ook al kwam je dichtbij Er is nog steeds een vonk Maar dat is alles Het brandt na verloop van tijd wel op (Ik geloof het niet)   Manieren om je vast te houden aan De dingen waar je van houdt Het leven lijkt een manier te hebben om enkele paden in zijwegen te snijden Je verliest er wat onderweg, rondlopend op deze aarde   Mijn moeder zei tegen me: "Verbroken connecties worden vervangen door nieuwe, met tijd" Dat is gewoon hoe het leven werkt Ik heb altijd de gewoonte gehad om het leven te buigen naar mijn wil Net zoals lucht verander ik met de wind Ik herinner het me met mijn hart Hoewel mijn hoofd een winnaar is   Zelfs al geef ik er met heel mijn ziel om En leek je me te vangen zonder het te weten, als ik wil groeien is het tijd om los te laten Dat is waar de wegen zich splitsen.

Zonsondergangdromen
93 0

In dewieg gelegd

1 mei - Dag van de Arbeid én de eerste dag van mijn kersverse werkloosheid. Hoe ironisch wil je het hebben? Op het eerste gezicht lijkt die eerste ‘werkloze’ dag niet zoveel te verschillen van alle andere dagen; je wordt nog altijd wakker op het uur dat je gewend was én je hoopt dat vol te houden want je wil je ondanks alles niet laten gaan. Dan maak je een ochtendwandeling ook al is het weer even druilerig als je gemoed, maar het helpt om je gedachten te ordenen. Je haalt wat boodschappen waarbij je met pijn in het hart je laatste maaltijdcheques uitgeeft; maar goed, nu bindt niks je nog aan je vorige werkgever. Dus terug thuis activeer je nog enkele jobsites. Aanklikken in welke regio, in welke sectoren en volgens welk statuut je wil werken; het heeft iets weg van bestellen bij de afhaalchinees. Nummertje 36 of 48? Voorlopig moet ik het doen met nummertje C4. Benieuwd of Deliveroo straks mijn droomjob aan huis zal leveren. Misschien wel... met al dat thuiswerk vandaag de dag. Maar je blijft je afvragen waar het is misgelopen. “Het is en blijft een speciale job, Traffic Controller,” de coaches hebben ons tijdens de opleiding regelmatig duidelijk gemaakt dat niet iedereen in de wieg gelegd is om de treinen op het Belgische spoorwegnet veilig en stipt te laten rijden. Ik dus ook niet, zo is gebleken. Al kan ik mezelf niks verwijten. Ik heb op mijn 53ste mijn carrière alsnog een héél nieuwe wending willen geven en dat was me zo veel waard dat ik daar mijn vaste job voor heb opgegeven. Dat dit niet gelukt is, is op zich geen schande, alleen zijn de gevolgen nu wel héél groot, want niet slagen voor het examen betekent ontslag. Dus ben ik nu een vijftigplusser die de ultieme sprong wou wagen naar een job met inhoud én werkzekerheid tot aan zijn pensioen. Alleen bleek de kloof tussen droom en werkelijkheid te breed waardoor ik in de afgrond der werkloosheid beland ben. Maar goed, ik lik mijn wonden, sta stilaan weer recht en ga verder op zoek naar die ene job waarvoor ik destijds in de wieg gelegd ben. Zou ik ze na 53 jaar alsnog vinden? Wordt vervolgd!

Paul Dewilde
8 0