Lezen

De Geloogene van Troch

Er was eens, niet zo héél lang geleden en niet zo héél ver van hier, een mannetje met een muts van walviswol. “Walviswol? Dat bestaat toch niet?”, hoor ik je luidop denken, “Een walvis leeft toch in zee... zijn huid is glibberig en glad... die heeft toch helemaal geen wol om het lijf?” Ja, dat is inderdaad zo… op één enkele uitzondering na: de witte wolharige wentelwalvis. Slechts één keer om de drie eeuwen duikt die op aan de monding van het beekje van Bach, in het kleine dorpje Troch aan de Kleumzee in Covidië. We schrijven november tweeduizend twintig, exact drie centennia na zijn vorige passage.
De legende leert ons dat de witte wolharige wentelwalvis steeds opnieuw naar Troch trekt, als enige plekje in de hele wereld, om er zijn oude vacht af te schudden. Hij wentelt en woelt er de oude wol van zijn immense romp af. Schuivend en schurend langs de keien op de bodem van het beekje van Bach. Tot het ruien voorbij is en de laagstaande novemberzon zijn nieuwe jonge wollen vacht doet schitteren net onder de waterspiegel.Klaar voor een nieuwe duik naar de donkere dieptes van de Kleumzee. Klaar voor alweer driehonderd jaar. We keren even terug naar het mannetje met de walviswollen muts: hij leeft, woont en werkt al zijn hele leven in het bos van Troch aan de Kleumzee. Hij plukt er verse zweembessen en bobbelzwammen. Daarmee brouwt hij zijn heerlijke Kworq. Eten hoeft hij niet: hij drinkt een frisse Kworq, soms twee, en lest verder de dorst aan het beekje van Bach dat zich stroomafwaarts een weg kronkelt door het bos richting zee. Het water kolkt er over de rolkeien op de tonen van ‘Das Wohltemperierte Klavier’. Tenminste, zo klinkt het toch in zijn gekke hoofd. Dat gekke hoofd van hem, met die muts van walviswol. Het is die wol, jawel precies dié wol, die de Geloogene van Troch héél secuur verzamelt langs de bedding van het beekje van Bach. De Geloogene van Troch. Zo noemt men hem in de Grote Stad.Hoe het mannetje met de muts van walviswol écht heet, dat weet niemand.
Zes, soms wel zeven jute zakken vol walviswol sprokkelt hij bij elkaar. En dat eens in de driehonderd jaar.Hoe oud hij dan zelf wel wezen mag? Ook dat weet niemand.Dagenlang zal hij spinnen en twijnen tot er uiteindelijk breigaren zal verschijnen. Neen, niet met een ouderwets spinnewiel zoals sommige sprookjes je willen laten geloven, maar met een heuse semi-elektronische Rieter G37, driefasig aangedreven op 400 volt. Inclusief rode noodstopknop. We zijn tenslotte tweeduizend twintig. Het mag vooruit gaan, toch?
Die machine levert hem met Zwitserse precisie het perfècte breigaren van walviswol voor zijn nieuwe walviswollen muts. De oude is versleten en zijn moeder mag het niet weten. Zij zal het ook niet te weten komen want ach, het mensje is niet meer… Troch hebbe haar ziel.Het was zij, het moedertje, die steeds zijn walviswollen mutsen breide. Toen ze haar einde voelde naderen leerde ze hem nog snel de kneepjes en knoopjes van het vak. Zijn eerste breisels waren schots en scheef. Hij liet meer steken vallen dan hij oprapen kon. Na vele avonden oefenen mocht hij opgelucht trots zijn op het resultaat.De Geloogene van Troch bleef alzo immer goed gemutst.Toen het breien erop zat stortte hij zich vol overgave op zijn andere taak: het brouwen van een nieuwe ketel Kworq. Hij plet de juiste hoeveelheid zweembes, voegt een nauwkeurig afgemeten dosis op droedelhout gerookte bobbelzwammen toe, wat poeder uit het blik zonder etiket en lengt alles aan met zuiver water uit het beekje van Bach. Hij brengt het mengsel zachtjes aan de kook en opteert voor een inductiekookplaat als warmtebron. Vooral omdat het reinigen ervan vrij eenvoudig is moest het boeltje overkoken, wat wel eens kan gebeuren. Op een houtvuur zou dat sowieso leiden tot hevige rookontwikkeling en prikkende ogen. Dat wil het mannetje met de walviswollen muts helemaal niet. Echt niet! Op een dag, het was zelfs gisteren, verneemt hij dat vele mensen uit de Grote Stad ernstig ziek worden. Er waart een vreemd virus door Covidië. Sommige mensen sterven er zelfs aan, in afzondering en mensonterende eenzaamheid. Het sociale leven ligt er inmiddels zo goed als lam: horeca, sport, cultuur, evenementen… nada, niente, niets. Het isolement is moordend en het einde lijkt nog lang niet in zicht.Het mannetje met de walviswollen muts bedenkt zich dat zijn zelfgebrouwen Kworq wel eens een oplossing zou kunnen bieden. Voor alle zekerheid voegt hij aan zijn beproefde recept nog een snuifje Registered Trademark toe.
Zijn Kworq® heeft hem steeds goed geholpen tegen puisten en zweren, constipatie, hoofdpijn en zelfs hongerige beren. Want die zijn er ook wel, in het grote bos van Troch. Hoewel ze liever alle contact met mensen vermijden en waarschijnlijk net zo bang zijn voor jou als jij voor hen, kan een zakflacon gevuld met Kworq® toch een zeker gevoel van onoverwinnelijkheid bieden.

Zijn brouwsel zal de mensen uit de Grote Stad kunnen helpen. Dat weet hij héél zeker.Een kleine nip Kworq® voor iemand met milde symptomen, een flinke teug voor wie er erg of erger aan toe is. Met als enige doel: snel weer aansterken en genezen, vooral niet sterven, gezond blijven en elkaar heel graag zien!
Niet geheel onbelangrijk in dit hele verhaal is de Covidische kantlijn: de dunne lijn die fictie van realiteit scheidt in Covidië…Het mannetje met de walviswollen muts hoopt dat de mensen uit de Grote Stad nooit, maar dan ook NOOIT zèlf wanhopig op zoek zouden gaan naar het dorpje Troch aan de Kleumzee.Ze zullen het immers niet vinden.Het beekje van Bach evenmin. Tenzij… met héél veel fantasie… en een ferme portie geluk.
Maar dat is helaas niet iedereen gegeven. ‘Das Wohltemperierte Klavier’ kan tijdterwijl wat troost bieden.

En de Geloogene van Troch?Misschien bestaat die toch… met zijn muts van walviswol leeft hij lang, gelukkig en nog!

C.G. Leroi ©november 2020

charelroi
16 1

Matroos Lippens

  Hij is een keer ontsnapt. Hij wilde naar de zon of naar het Vondelingenpark. Op zijn weg vond hij een tube talg voor glibberig bedrog. Kijk hier. Dit is diezelfde zot in spiegelbeeld. Matroos Lippens, kortweg wel eens De Lip genoemd, hij droeg die dag een hoed met rode bol. Hij plant nog jaarlijks kaarsen in een taart en al die foto's liggen in een kist. Het ding heeft vale vlekken op de flanken en zit overvol. Alleen maar brol. Dit zijn zekeringen, draden, schakelaars, gespaard om zonlicht te herleiden tot een sober licht en Matroos Lippens, die malloot met zijn duikboot, hij is goed gestoord! Dat ben ik toch vrij zeker en zie hier. Dit is zijn pop met holle kinderkop. De ogen leven nog. Hij heeft destijds een gat geboord, hier achter in dit hoofd zit nu een klein ventiel voor overdruk en winterdamp. Zijn alaam ligt er nog naast en dit is zijn tekening. Van een wild konijn. Het graaft en graait naar ondergronds geluk. Het beestje rust nu naast een dodeman voor rampgevallen en ik ken hem goed, De Lip. Als hij slaapt, dan moet het ganse kistje zwijgen. Alles ruikt hierin zo erg naar toen en als je met één hand de rand volgt, dan kan je zomaar ine en afzink tuimelen, waarna je nog eens dieper valt, recht in die afgrond met zijn oude kloven. Ik ken het vallen beter dan De Lip en er is dat ijverig vermoeden. Het kan fluisteren. Het lispelt dat de bodem al zijn valsheid heeft verloren. Soms hoor ik nog geklop en ik weet dan wie het is. Snakt mijn matroos naar verse lucht? Of wil hij weer een vuurtje stoken op de oevers van het leed? Warm mag het zijn. De zwerm met ijsvogels is weg. Opgegeten door het maanlicht en de wolven treuren met hun muiltjes dicht. Godzijdank. Ze huilen nog zelden. Niets wordt nog aanroepen en op wenteldagen wordt niet meer gedanst. Niets valt er te vieren en het feestje wil nog enkel drank. Schud maar aan die flesjes. Zinloos. Johnny Walker, bloed van manke duizendpoten, geuzenzuur en antigel. Alles leeggezopen. Hoeveel kunnen levers van matrozen wel verdragen? Er zit trouwens een barst in mijn onderzeeër. Het ding is trouwens bijna blind. Enkel bovenaan is er een raampje voor wat licht en beelden van de lucht. Mijn matroos, hij zit daar opgesloten. Al zijn ganse leven lang. Ik heb nochtans heel veel voor hem vergaard. Medailles, soms van goud, soms van plastiek, etuitjes voor illusies, veel cassetjes met geluiden van het vasteland en ik heb ook een potje smeer. Zwarte crème voor zijn schoenen. Het is voor ooit. Het is voor zijn uitstapjes, voor de tochtjes naar een totempaal waarrond een zeemeermin zich slingert. Droom maar, Matroos Lippens. Je geraakt er toch nooit meer uit en ik weet het. Die sirene van je is je lief. Dat is altijd zo geweest. Blijf haar stevig vasthouden en als ik niet kijk, kus haar dan nog een keer. Helaas is zij niet meer dan een karkas, wat naakte graten aan een rug. Hoe het ook zij. Matroos Lippens zoent haar urenlang, al heeft de dood geen lippen meer. Is het te begrijpen? Is zijn hart van ebbenhout? Het moet wel pure liefde zijn en misschien kan dat in zijn wereld, waar de schimmen doelloos door de bossen dolen en een potje willen neuken met de stilte. Oké. Ik vind het goed zo. De mond van elk kanon dat te veel buldert, mag gebroken tanden hebben. Al die mensenheisa mag gedempt blijven en als het moet, dan kruip ik zelf ook in die onderzeeër, net zoals die schelm ooit deed, lang geleden. De lucht kon toen nog blauw zijn. Ze durfde fris te ogen en Matroos Lippens zat daar. Hij keek omhoog. Hij kon toen dwars doorheen het deksel ademen. Zijn ogen waren nog van zuiver glas. Hij zag de kleuren zonder twijfels over tinten of de echtheid en het lot vermocht. Matroos Lippens rook het groen. Gewoon wat gras. Ik had die dag nochtans zijn schoenen niet gepoetst. Weg was hij. Maar niet voor lang.     uit de reeks 'Kleinood'

Bernd Vanderbilt
10 1

Grote borsten kunnen gevaarlijk zijn

‘Ik werd hartstikke ziek van die borstimplantaten’. Lize Korpershoek vertelt openlijk over haar borstvergroting, van A tot Z (nee, dit gaat niet over haar cupmaat). Haar beweegredenen: ‘ik voelde me minder vrouw, omdat ik kleine borsten had. Ik voelde me onaf.’ Het voormalig fotomodel voelde zich onzeker in haar lijf. Puntjes voor het patriarchaat. De ingreep was ‘fokking pijnlijk’, het herstel ook. Alhoewel, herstel is een groot woord. De pijn verdween niet meer. Na een dure operatie, waarbij dokters sneden in haar borstweefsel om de siliconen in te brengen, was pijn een gratis extraatje. De kers op de taart, de tepel op de nepborst. Lize had, samen het haar grotere borsten, ook last van andere symptomen, gaande van heel erg vermoeid, tot hevige pijn in rug en schouders. De lijst met klachten werd alsmaar langer. Ze ging naar verschillende dokters en specialisten, op zoek naar iemand die haar kon vertellen wat de oorzaak was van haar afgepeigerde en pijnlijke lijf. Nee hoor, de implantaten zaten er voor niets tussen. Voor niets? Welja, ze hadden natuurlijk een handjevol geld gekost, maar de oorzaak van haar gezondheidsklachten kon ze best elders zoeken. Na lang zoeken kwam Lize via via bij Breast Implant Illness terecht. Ze leerde dat haar lichaam de borstimplantaten als iets lichaamsvreemd zag. Maar omdat de implantaten te groot zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een splinter), kan het lichaam ze niet afstoten. Tijd voor plan B: het lichaam kiest ervoor het implantaat in te kapselen in bindweefsel, wat bij veel vrouwen resulteert in pijnlijke borsten. En dit is nog niet alles: siliconen zijn giftig. Het is een aanslag op het immuunsysteem, het kan organen en klieren besmetten en het kan vele functies van het lichaam schaden. Lize deelt haar verhaal om meisjes en vrouwen te informeren, omdat ze zelf niet voldoende geïnformeerd werd. Ze voegt hier aan toe: ‘ik moet toegeven dat ik waarschijnlijk niet geluisterd had naar informatie over de risico’s verbonden aan de ingreep en aan het implantaat, omdat ik zo overtuigd was van mijn grote borsten-beslissing’. Vrouwen die hun borsten laten vergroten en implantaten laten zetten, krijgen standaard te weinig informatie. Ook al zijn artsen wettelijk verplicht om hun patiënten in te lichten, toch gebeurt het onvoldoende. De gevaren van borstimplantaten zijn onvoldoende bekend en daar zit de sterke lobby van de farma industrie voor iets tussen. Johnson & Johnson (niet te verwarren met het komisch duo uit de Kuifje Strips, Jansen en Jansen) speelt een vuil spel met de regelgevende instanties. Een Amerikaans gezondheidstoezichthouder vroeg in 2006 een tienjarige studie naar borstimplantaten, met 40 000 vrouwen. Op die manier zouden ze data verzamelen over de impact op de gezondheid en het lichaam. Drie jaar later had méér dan de helft van de vrouwen afgehaakt. Toeval of slechte wil? Dat laat ik in het midden. Het echte slechte nieuws: de gezondheidstoezichthouder liet het daar gewoon bij. Waar is Erin Brokovich als je haar nodig hebt? In 2010 was er in Frankrijk een schandaal met PIP (niet te verwarren met één van de twee hondjes uit Woezel en Pip): de borstprotheses waren gemaakt van slechte, irriterende gel en met een omhulsel dat kon scheuren. De Franse fabrikant Poly Implant Prothese (PIP) had de toezichthouder jarenlang misleid, waardoor de fraude onder de radar bleef. Het slechte nieuws: 150.000 slachtoffers moesten borstimplantaten laten verwijderen. Het slechtere nieuws: veel dokters konden niet vertellen welke van hun patiënten effectief PIP implantaten hadden. Die info ontbrak. Of vrouwen al dan niet een borstvergroting willen, is een persoonlijke beslissing. Maar ze moeten wel correct geïnformeerd worden over de gezondheidsrisico’s. Ook moeten ze serieus genomen worden wanneer ze met gezondheidsklachten bij de dokter komen. Nee, ze zijn niet hysterisch of paranoïde. Naast patiënten, moeten ook dokters geïnformeerd zijn over de risico’s en de klachten, zodat ze die sneller kunnen herkennen.Vergeet the X-files en hun onoplosbare dossiers. Tijd om u in te lezen in The Implant Files.   Moeder: Ik hoorde vandaag een mop op de radio. Het plekje tussen de borsten van Pamela Anderson heet Silicon Valley. Dochter: Wist je dat er in Silicon Valley heel veel giftige stoffen in de bodem zitten? Moeder: Oh, de mop is bijtender dan ik dacht.

Lore Dewulf
186 2

Lifehack

Geachte heer, Mijn naam is Dory en ik ben gisteren bij jullie in de dierenwinkel geweest om een bokaal te kopen voor mijn goudvissen. Wellicht herinnert u zich mij nog wel want u hebt mij alle mogelijke aquariums getoond en uiteindelijk koos ik toch voor het eerste modelletje dat u me liet zien. Het is echt een prachtig ding. Mooi afgerond en van ongelooflijk helder en doorzichtig glas. Ik was uitermate tevreden met mijn aankoop en ben in mijn nopjes vertrokken. Ik kon haast niet wachten om mijn lieve schatten in hun nieuwe huisje te zien rondzwemmen. Pardon als het u grieft, maar ik had graag nog een tweede exemplaar besteld, exact hetzelfde. Ik zal u even uitleggen waarom ik dat nodig heb en hoe u er ook nog een aardig centje aan zou kunnen verdienen. Ik woon niet in de stad dus was ik met de bus gekomen en zoals iedereen weet, is het tegenwoordig verplicht om een mondmasker te dragen om te voorkomen dat we elkaar besmetten met Covid19. Ook bij jullie in de winkel droeg iedereen zijn mondmasker waarvoor ik u van harte wens te feliciteren! Mijn lange lokken draag ik meestal in een paardenstaartje, maar gisteren had ik besloten om alles los te laten hangen. Dat bleek een serieuze vergissing te zijn want er was zoveel wind dat mijn haren de hele tijd in mijn ogen waaiden en bovendien begon het toen ook nog eens te regenen. Ik kan u verzekeren: lange, natte haren die de hele tijd in je gezicht zwepen, niet leuk! Het was toen dat mijn fantastische idee ontstaan is. Uw prachtige visbokaal past perfect over mijn hoofd! Mijn haren geselden mijn gezicht niet meer en ze werden niet langer nat van de regen. Na een kwartiertje was mijn haardos helemaal terug droog. Bovendien kon ik de bus nemen zonder dat vervelende mondmasker want zowel ikzelf als iedereen rondom mij was perfect beschermd dankzij de kom die tot over mijn neus en mond reikt. Er was even een klein dampprobleem, maar dat is op te lossen door simpelweg krachtig te blazen. Het tweede exemplaar dat ik graag zou willen bestellen, is vanzelfsprekend voor mijn arme vissen. Die hebben nu nog steeds geen nieuwe bokaal en de oude vissenbak is echt versleten. Ik dacht u tevens een plezier te doen door deze lifehack met u te delen zodat u nog veel meer vissenkommen kunt verkopen aan mensen die hier ook wel graten in zien. Rest mij enkel nog een laatste vraagje: hoe krijg ik dat ding terug van mijn hoofd? Met vriendelijke groeten, Dory

Inge78
0 0

SLAAPZACHT

Liefste M.,   Het begint al meteen zoals het altijd begon: vanaf dit allereerste woord doe je me twijfelen… Hoe spreek ik je het beste aan: kan ik je liefste noemen? Of schrijf ik je beter aan met ‘beste’? Of misschien ‘heer’? Mijn-heer is geen optie. Je bent al lang niet meer van mij. Ik vraag me zelfs af of je ooit de mijne bent geweest. Liefste… Kan je ‘liefste’ gebruiken voor iemand die je ooit liefhad, ook al is dat heel lang geleden?En wat als die iemand op zijn beurt jou nooit echt lief had?   We kennen elkaar ondertussen niet meer. Hoewel ik jou nooit volledig heb gekend. We zouden elkaar nog wel her-kennen. Dat weet ik zeker. Beiden enkele kilo’s zwaarder, wat grijze haren rijker. Met hier en daar een rimpel die zich begint te nestelen in de plooien van ons gezicht. Wanneer we in elkaars ogen kunnen kijken, zullen we elkaar eeuwig herkennen. Zelfs al zijn we zo oud en versleten, dat we niet meer kunnen rechtstaan. Denk je ook niet? Mocht je me nu op straat tegen komen, zou je vriendelijk naar me knikken? Zou je zelfs een ‘Hallo’ voorzichtig over je lippen laten strompelen? Of zou je die lippen stijf op elkaar houden, blik op de grond, alsof je me niet zag? Me proberen te negeren, volledig te schrappen uit je verleden en doen alsof wij nooit zijn gebeurd? Ik geef eerlijk toe dat ik niet zou weten wat ik zou moeten zeggen. Er is in het verleden al zoveel gezegd…  Maar je praatte meestal langs me heen. Zonder echt te luisteren. Wanneer wist jij dat het definitieve einde was aangebroken? We hadden al veel breekmomenten gehad maar leken nooit volledig uit elkaars leven te verdwijnen. Er leek altijd iets voor te zorgen dat we elkaar opnieuw tegenkwamen of terug contact zochten. Of was het vooral ik, die telkens weer contact zocht met jou? Ik wist het die ene avond, in dat drukke café met die ene vriend van je.  “Wie is dat?” vroeg hij op mij neer kijkend. En ik zag dat je met je mond vol tanden stond. Toen was het duidelijk, dat je nooit hebt geweten wie ik voor je was en dat je ook nooit ging weten wie ik voor je kon zijn. Ik heb me omgedraaid, ben weggelopen en heb nooit meer omgekeken. Je vraagt je misschien af, waarom ik je dan nu plots na al die jaren schrijf? Ik sta er zelf van te kijken… Maar ik zat 3 weken geleden op de bus. Weet je nog, hoe leuk ik dat vond? Rustig rijdend. Altijd exact dezelfde route. Dag na dag, jaar na jaar. Een van de weinige zekerheden in het leven. Zachtjes rollen tussen de landschappen door. Gewoon op weg. Mijn hoofd de ruimte geven om volledig af te dwalen naar waar het ook wil, de buschauffeur die me brengt naar waar ik hoor te zijn. Ik keek naar buiten en zag hoe een blauwe reiger beheerst over het water met ons mee vloog. En uit het niks, stond je daar. Te likken van een ijsje met een meisje aan je zij. Compleet onverwacht. Ik was van het ene moment op het andere het noorden kwijt, letterlijk en figuurlijk. Ik wist niet meer naar waar ik onderweg was. Waar ik naartoe ging. Waar ik hoorde te zijn. En sindsdien ben ik de weg nog steeds kwijt. Ik had je jarenlang op het achterste bankje in mijn hoofd gezet. Je was nog altijd aanwezig maar meestal vergat ik dat je daar zat. Alsof je was ingedommeld en besloten had gewoon eeuwig te blijven slapen. Ik heb je nooit met opzet willen wekken. Ik vond het prima, jij verzonken in een diepe slaap. Maar door je daar te zien, schoot je ineens terug wakker. En nu loop je elke dag, elk uur, elke minuut rondjes in mijn hoofd. Ik heb al slaapliedjes voor je gezongen, je uren voor de tv gezet, je kilometers doen lopen tot je moest kotsen, je in tientallen warme baden ondergedompeld, ik heb je zelfs meermaals zat gevoerd. Maar je weigert consequent en persistent terug in slaap te vallen. En nu zit je daar, op de eerste rij met die belachelijke grijns op je gezicht. Die grijns waar ik ooit zo van hield die me nu doet walgen. Vakkundig als een chirurg ben je met een scalpel al mijn oude wonden weer aan het open snijden. Door al het littekenweefsel doet het zoveel meer pijn dan de eerste keer. Ik had ons hoofdstuk al lang afgesloten en weet ook dat er geen nieuw te schrijven valt. En toch… Toch zit je terug in mijn levensverhaal. Je hield van een paar van mijn kleine dingen. Hoe ik mijn haar in een dot draaide met een potlood. Hoe ik elke vogel die we zagen bij naam kon noemen. Hoe ik altijd felle kleuren droeg. Ik hield van al jouw kleine dingen maar het meeste van al, hield ik van je optelsom. Ik heb er tot nu toe nog nooit bij stil gestaan, maar sinds jij uit mijn leven bent draag ik geen felle kleuren meer. Misschien omdat ik permanent een beetje aan het rouwen ben. Wat heb je eigenlijk geantwoord aan die ene vriend? Wie was ik voor je? Wat waren ‘wij’ voor je? Het was zo vaak tasten in het donker. Al jouw muren onderzoeken in het duister, hopend om een lichtknop te vinden zodat ik je eindelijk helder kon zien en kon begrijpen hoe je echt in elkaar zat. Maar het meeste wat ik ooit heb gekregen, is schemerdonker. En in schemerdonker kan niets groeien. Zelfs geen onkruid.   Je weet net zo goed als ik dat deze brief voor altijd onverzonden zal blijven. Maar ik moest hem schrijven. Als laatste poging om je terug in slaap te krijgen.   Sluit nu alsjeblieft je ogen en dommel terug in. Want ik kan niet goed zonder, maar nog veel minder mét je leven.   Slaapzacht, liefste.   E.

LiBre (Wabliefjes)
22 0

van mama voor Lotte

Lotte   Als alles goed gaat word ik nu verteerd en hebben de wormen flink hun werk aan me. Ik laat me niet zomaar doen, weet je wel? Ze moeten eerst langs mij passeren voor ze jou te pakken krijgen. Ik ben een vechter, dat heb je me zelf verteld. Mijn woorden kleven niet meer vast in proppen in mijn hoofd, zoals de dokter ons vertelde. Iedere minuut vliegt er nu wel een voorbij. Sommige klitten nog wat samen, maar de tocht hier doet flink zijn werk. Het lucht op om de antwoorden op jouw vragen van de voorbije jaren hier voor me te zien hangen. Ik schik hun woorden met punaises links en rechts van me. Zie je wel dat ze er waren? Weet je nog dat papa je belde? Nu ja, die ene keer toen hij me met rode punaises elk blaadje van de scheurkalender op de verjaardagskalender zag prikken? Hoe luid ik ook riep, ik moest ermee stoppen. Papa kon niet weten dat ik de dagen wou bewaren en net als verjaardagen wou laten terugkeren. Ik wou ze vastzetten, bijhouden. Ik probeerde tevergeefs de stapels in mijn hoofd in te tomen, maar het had geen zin. Woorden die zich de laatste jaren steeds hoger opstapelden geven zich niet snel over. Ze dansen nu om me heen. Enkele onder hen weten te ontsnappen, landen als houtduiven in een tuin en pikken hun snavels tussen de zoete geur van vers gemaaid gras. Dat droom ik toch. Hoe gaat het met papa? Vindt hij de afstandsbediening van de televisie nog steeds terug? Vergist hij zich al over welke dag de markt is? Hij doet zijn best, Lotte. Net als jij je best deed en naar me toe bleef komen, ook nadat ik je afblafte toen je me mijn geldbeugel afsnoepte bij de bakker en in mijn plaats betaalde. Bedankt dat ik de tafel niet meer moest dekken voor het Kerstfeest, bedankt om me een mes te geven wanneer ik met twee vorken at, bedankt voor je talloze pogingen om in de binnenkant van mijn hoofd te klauteren en me proberen te begrijpen. Bedankt. Geef liefde, Lotte, aan wie het je waard is. Verstil op het terras van je dromen en kijk rond je. Ooit vertel ik je stapels en stapels verhalen.   Liefs mama

de amechtige specht
0 0

Dag Sinterklaas

Dag Sinterklaas, ’t Is dringend. Meneer Alexander zei gisteren op de televisie dat alle winkels weer gaan sluiten en dat hij pas in december gaat zeggen of die terug open mogen gaan. Dat hij dat gaat proberen wel, zodat U nog pakjes kan gaan kopen. Toen was ik dus in de war, want… Wacht, ik ben Leonard, dat was ik vergeten te zeggen. Maar de pakjes, als de winkels toe zijn en U toch geen magazijn hebt, ik dacht echt dat U een magazijn had, met roetpieten en een band met pakjes erop en een stal voor Mooi Weer Vandaag, maar als U geen magazijn hebt, dan hebben we misschien een groot probleem, want als de winkels niet terug open gaan, kan ik dan wel pakjes vragen? Ik hoop van wel, ook voor mijn zusje. Die is nog maar pas geboren en die heeft nog nooit een schoen gezet. Ze heeft eigenlijk ook nog geen schoenen, maar ik heb haar een schoen van mij gegeven en ik denk dat ze daar heel graag pakjes in wil krijgen. Ik wil dus aan U vragen of dat dan wel gaat lukken, want ik heb het haar al beloofd en ik denk dat ze heel verdrietig gaat zijn als er niks in haar, of ja in mijn schoen ligt en ze weent eigenlijk al heel veel, dus ik zou het niet leuk vinden als ze nog meer moet wenen, Sinterklaas. Ik hoop dat mijn mama mooi aan het schrijven is, zodat U mijn brief zeker goed kan lezen, Sinterklaas. Mama is me aan het helpen. Ze zei dat we wel een brief naar U kunnen sturen en dat dat beter is, omdat meneer Alexander, die ik eerst een brief wilde sturen, heel veel brieven krijgt, ook op zijn computer, en waarschijnlijk geen tijd heeft om mijn brief te lezen. Gaan we dus wel pakjes krijgen en hoe gaat U dat dan doen als U niet naar de winkel kan gaan en als U ook geen magazijn heeft zoals ik dacht? Meneer Alexander zei ook dat we beter niet op reis gaan en kan U dan wel van Spanje naar België komen dit jaar? Opa en oma gingen normaal in de zomer van België naar Spanje varen dit jaar en dat mocht niet, dus mag dat dan wel andersom? Of mag dat wel als je de Sint bent? Ik ben ook een beetje bang Sinterklaas, want mama zegt altijd dat we opa en oma dit jaar niet veel mogen zien omdat ze al een beetje oud zijn en omdat het virus oude mensen heel ziek kan maken en ik had in de zomer een boeket geplukt voor oma toen we waren gaan wandelen, maar ik mocht het niet zelf geven omdat mijn armen te kort zijn en omdat ik dan heel dicht bij haar moest komen om het aan haar te kunnen geven. Ik hoop dat U me nu niet stout vindt, Sinterklaas, maar U bent toch eigenlijk ook een beetje oud? En als U dan toch pakjes gaat kunnen kopen, is het dan wel zo’n goed idee dat U naar alle huizen gaat? Wat als het virus U ook ziek maakt? Kan U dan doodgaan? Mama zegt dat U niet dood kan gaan, maar vergeet alsjeblieft niet te zeggen of mama gelijk heeft, Sinterklaas, en stuur me alsjeblieft snel een brief terug over al mijn vorige vragen, over de boot en of dat mag en vooral over de pakjes voor mij en voor mijn zus. Mijn zus heet Ophélie, maar die kan nog niet praten, dus alsjeblieft onthouden dat ik ook voor haar heb gevraagd over de cadeautjes. Mama zegt ook dat paarden geen cake mogen eten, maar ik bak sinds het virus is gekomen elke week samen met mama een cake voor oma en ik zou ook graag een stukje geven aan Mooi Weer Vandaag, een stukje wortelcake dan, als dat misschien toch mag, omdat er wortelen in zitten. Mag dat dan? Dank u wel Sinterklaas om mij te helpen met mijn in de war. Als alles goed komt dan wil ik graag die houten speelgoedauto met die pretzel op zijn dak (ik heb de foto in mijn brief gestoken) en voor mijn zus doe maar een tut.   Veel groetjes, Leonard   PS Lieve Sint, dit is Leonards mama :) Ik kaap even het postscriptum van onze dappere zoon. Blij dat je terug thuis bent, ik ben al naar bed. Ik schrijf morgen wel een geruststellend weerwoord, in de hoop dat dit zijn zorgen kan doen vervagen. Bel jij nog eens naar je moeder voor een raambezoek dit weekend? Het viel me vanavond nogmaals op hoezeer hij je ouders mist. Zoen.

Caroline Spaas
0 0