Lezen

over seksuele voorlichting

Mijn seksuele voorlichting op de lagere school bestond uit een aantal dia’s. We zagen plaatjes van een naakte man en een naakte vrouw. Duidelijk verouderd. Die dia’s, niet de naaktmodellen. Ik weet niet wie het gênanter vond, de groep elfjarigen of de leerkracht die de dia’s voorzag van een woordje uitleg. De gedimde lichten, in functie van de zichtbaarheid van de dia’s wel te verstaan, waren welkom voor iedereen die om dit of dat woord moest blozen. Seksuele voorlichting was kneuterig. Wij waren jong en onwetend en na de diapresentatie waren we jong, onwetend en gegeneerd. Hoe kon je achteraf een normale conversatie voeren als je net twee naakte volwassenen op elkaar zag liggen op een dia? Niet alleen de vorm, ook de inhoud was beperkt. Maar geen nood, er kwam een inhaalbeweging in het secundair onderwijs. Daar werd gesproken over voorbehoedsmiddelen, geslachtsgemeenschap en hormonen. Geslachtsgemeenschap moet zowat het meest onsexy woord zijn in de geschiedenis van de seksuele voorlichting. Waarschijnlijk kregen de twee mensen op die dia’s van de lagere school de instructie om ‘te doen alsof ze geslachtsgemeenschap hadden’. Terug naar het middelbaar onderwijs. We zaten met een groep pubers in de polyvalente zaal. Daar stond een slogan op de muur geschreven: ‘Niet alles wat je doet is belangrijk, maar het is belangrijk dat je het doet’. Tijdens de voorlichting ging er stiekem een briefje rond waarop iemand de slogan overschreven had en de ‘het’ voorzag van een extra klemtoon. Dit opgeteld met een uitgebreide uitleg over het correct gebruik van een condoom deed ons gniffelen, giechelen en zweten. Mocht er een instrument bestaan om de hoeveelheid hormonen te meten in een bepaalde ruimte, het toestel zou die namiddag tilt geslagen zijn in die polyvalente zaal. Onlangs keek ik naar Dokter Bea op Ketnet: een programma waar er openlijk over seks gepraat wordt. Het is gericht op kinderen van 9 tot 12 jaar en het behandelt thema’s waar ik op die leeftijd nog nooit van hoorde. Dokter Bea geeft heel wat antwoorden, maar het roept bij mijn kijkende dochters ook vragen op. Vragen waar ik niet op voorbereid was. Er kwamen vragen over maandstonden, de menstruatiecyclus en hormonen. Ik probeerde op een niet-plastische manier te antwoorden op al hun vragen. Ik vond mijn uitleg afdoende, maar hoorde later mijn ene dochter tegen mijn andere dochter zeggen: ‘Als je je maandstonden krijgt, kan je gewoon een pompon gebruiken’. Blij dat ik dat kon bijbrengen. Terwijl ik scrol door de afleveringen van Dokter Bea valt mijn oog op de aflevering ‘wat is porno?’. Informeren over porno is next level voorlichting, lijkt me. Ik sla deze aflevering over. Het thema menstruatiecyclus zit in mijn geest in de lade ‘biologie’, ik weet vooralsnog niet in welke lade porno zit. Vooraleer ik dat uitgedokterd heb, exploreren we het thema menstruatiecyclus grondig.   Dochter: ik zou graag nog een extra tante willen. Moeder: dan moeten oma en opa nog een kindje krijgen. Dochter: jaaaa! Leuk! Moeder: oma kan geen kindjes meer krijgen. Dochter: ahja, ze heeft geen eitjes meer. Moeder: ja, zo is dat. Dochter: hebben ze daarom kippen gekocht?

Lore Dewulf
35 0

over zoemende bijen

Of ik even kan helpen met haar huiswerk, vraagt mijn oudste dochter. Vooraleer ik toezeg, werp ik een snelle blik op het werkboek dat voor haar ligt: noteer de bovenliggende en onderliggende begrippen. De oefening start met een voorbeeld: het bovenliggende begrip is voertuig en de onderliggende begrippen zijn auto, trein en bus. Ok, kan ik. Kinderen leren al vrij vroeg in hun leven dat er bovenliggende begrippen bestaan en dat ze aan de hand van deze categorieën de wereld rondom zich kunnen indelen. Ze leren dit om de wereld behapbaar te houden. Of om een complexe wereld simplistisch voor te stellen, zo je wilt. Het begrip dier is één van de eerste categorieën die peuters leren. Traditiegetrouw bestaat de categorie dieren voor peuters uit een aantal basisdieren: hond, kat, paard, koe, varken, schaap en kip (Wat zegt de kip? Tok tok). In sommige boekjes wordt deze reeks verder uitgebreid met meer exotische exemplaren: olifant, leeuw, giraf en zebra (Wat zegt de zebra? Nee, echt serieus: wat zegt de zebra?). Maar tweedimensionale dieren die geen geluid maken, hebben een laag entertainmentgehalte. Peuters willen net dat tikkeltje meer. Naast het benoemen van de 2D-dieren, omvat het boekje-kijken ook het obligatoire nabootsen van dierengeluiden. Veel ouders ontpoppen zich tot semi- professionele dierennabootsers. Ik dacht dat ik ook tot die groep ouders behoorde. Niet dus. Ik blader met mijn peuterdochter in een dierenboek en in dat boek staat, jawel, een bij. Ik vraag haar, geheel volgens de voorschriften: ‘En wat zegt de bij?’. Ze kijkt me aan met een blik van: ‘Zeg jij het maar’. Dus ik vul aan: ‘De bij zegt zzzzz’. Mijn broer, die dit tafereel zit te volgen, begint onbedaarlijk te lachen: ‘De bij zegt niet zzzz, hij maakt een zoemend geluid met zijn vleugels. Ik zie het al voor me, een hummende bij’. We kunnen hier spreken van een inzicht. Van mij, niet van mijn peuter. Bij mijn jongste dochter paste ik wijselijk mijn tactiek aan: ‘wat doet de bij?’. Al word ik in familiale kringen nog herhaaldelijk gewezen op mijn blunder. In de lagere school wordt het begrip dier verder opgedeeld. De dieren kunnen we verder indelen in zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en reptielen. Elk dier behoort tot een specifieke categorie. Je kan niet tot de ene soort behoren en ook tot een andere. Het zijn absolute indelingen. Terwijl kinderen leren hoe ze dieren kunnen indelen, leren ze ook hoe ze mensen kunnen indelen: kinderen en volwassenen, gelovig en niet-gelovig, … Over het indelen van mensen in categorieën woedt op dit moment een heel hevige en rake discussie. Een discussie over racisme. Het is tijd om na te denken hoe we onze kinderen kunnen leren niet enkel in categorieën te denken. Het is immers geen kunst om in categorieën te denken, het is net de kunst om de absolute categorieën te nuanceren en onze kinderen (en onszelf, laat ons eerlijk zijn) te leren dat categorieën niet absoluut zijn. Deze discussie gaat over burgerzin, kritisch denken, erkenning en verdraagzaamheid. Misschien moeten we daar meer categoriek in zijn?   Dochter: Het bovenliggende begrip is insect. Ik heb al twee onderliggende begrippen: zweefvlieg en wesp. Weet jij er nog één? Moeder: Een bij. Dochter: En wat zegt de bij, mama?

Lore Dewulf
7 0

Hout

Elke februari maand bekruipt ons het kleine paniekje; we gaan niet toekomen!!! Het wintert nog stevig en de houtstapel slinkt zienderogen… Hebben we dan toch te weinig aangekocht vorig jaar??   En elke maand maart stopt de winter even plots als hij in november begonnen is en zien we dat er nog steeds hout is. Meer dan genoeg om het stukje tussenseizoen te verwarmen met de ‘kleine’ kachel.   Het is niet eenvoudig als je afhangt voor je warmte van hout. Onze volledige verwarmingsinstallatie wordt aangedreven door hout. Hier is hout nog goedkoop, in overvloed voorhanden en het meest gebruikt om je te verwarmen. Als je van kleinsaf hebt gezien en later geleerd hoe de stookketels te gebruiken is het een fluitje van een cent. Als je van een ander land komt, en enkel gezellig hebt leren stoken, weliswaar in een speksteenkachel (wat toch ook even aanpassen was), en altijd de basiswarmte van een gasketel kent, zijn de eerste koude dagen altijd wat moeilijk. Hoe was het nu ook weer? Waar moesten we nu weer op letten? Maar elke winter is het warmer binnen    En dan is er de aprilmaand; het kijken, kiezen en onderhandelen over hout. Het wachten op de levering van honderden stammen (zo lijkt het toch elke keer weer). Het wachten op het startschot; nu beginnen we eraan!   Hij met de spierkracht zaagt, klieft en maakt bergen, zij met het gevoel voor orde neemt de bergen over, blok per blok en stapelt.   Vorige winter heb ik elke dag aan Maarten gedacht. Maarten deed dit zware werk voor ons vorige aprilmaand. Hij zaagde, kliefde en stapelde op zijn ééntje de hele berg van 10m3 in 1 week!! Jonge superkrachten, het is ook een boom van een jongeman, met een ongelooflijk zachte kracht! En elke dag dat ik blokken voor de kachel haalde was ik dankbaar voor Maarten die ons vorig jaar hielp.   Nu doen we het zelf, elke dag een beetje.   Wat doet hout ons? Het leeft en is dood. Het is zwaar, het is licht, het is klein en het is groot. Een boom heeft een mooie energie, elke boom is anders.   De houtenergie doet groeien, geeft moed. Het is de energie van de lente, en de wind is zijn natuurelement. Hout staat voor de dageraad, het begin van de dag, het oosten en zijn kracht is de uitbreiding (dus groeien) Woede, prikkelbaarheid is de emotie en het gemoed van de houtenergie, en het uit zich in schreeuwen. Het mentale van de mens met een houtenergie is duidelijk en rationeel, houtmensen zijn van inborst bezig met goed zijn, goed doen en het goede zien in anderen, maar pas op voor echte vijandigheid als je een houtmens kwaad maakt…   Lever, Galblaas zijn de meridianen die accorderen met het houtelement en het 3de Chakra, de Zonnevlecht heeft het meeste invloed van het houtelement.   Al deze zaken spoken door mijn hoofd als ik hout stapel en stapel en stapel…. Hout heeft veel te zeggen…

LYDinhu
1 1

Een beeldhouwwerk van het leven

Rouwen startte niet de dag dat mijn moeder stierf. Of de week volgend op de begrafenis. Het rouwen begon op de dag dat ze in een aparte kamer werd gelegd. Het beginpunt was het moment dat de deur openging, de oncoloog binnen kwam, op de voet gevolgd door een jongeman die zichzelf voorstelde als de psycholoog. Zijn naam intussen een vergeten herinnering. Twee dagen geleden was de zoveelste kamergenoot, de tel waren we al lang kwijtgeraakt, verhuisd naar diezelfde kamer. De kamer waar mensen stierven. Waaruit gezinsleden kwamen met zwaarbepakte zakken vol herinneringen. De kamer die we in de laatste maanden angstvallig vermeden hadden. Ons zou dit lot gespaard blijven. We waren vechters, overwinnaars. Eén maand nog. Twee hoogstens. Dat was het maximum. Meer kon de oncoloog er niet uit halen. Met sondevoeding, een maagsonde in de neus en vier sondes in de buik die na vijf operaties niet meer dichtgenaaid was, was dat zijn hoogste bod. Daar, in die kamer, op dat moment stierf een stukje van mijn hart. Niet veel, niet genoeg om de hartslag te stoppen. Een klein deel, voldoende om nooit meer te helen. Het duurde zes weken, hoewel we een gevecht aangingen voor acht weken. ‘Het gaat niet meer.’ Waren de laatste woorden ooit die ze in mijn oren fluisterde. Het klonk als een verontschuldiging enerzijds, een verlossing anderzijds. Zes weken hadden we samen, waarin we elke avond afscheid namen, waarin ze berustte, als de sterke vrouw die ze was. Wij hadden tijd om afscheid te nemen.                 Rouwen was zo hard huilen in het mortuarium, daar naast haar koude lichaam, dat mijn zus de kamer verliet.               Rouwen was zo hard wenen op de begrafenis, op het kerkhof, dat je dacht dat je geen tranen meer zou overhebben voor verdriet dat nog moest komen.               Rouwen was het eerste uur bij de psycholoog zitten en geen woord kunnen uitbrengen, het was een uur van snotteren, tranen met tuiten, zakdoek te nat om je neus in te snuiten.                 Rouwen eindigt nooit. Het verandert alleen van beeld.

Jenka
9 1

Koude Koffie

Ik merk hoe ze stilaan ongeduldig wordt.'Waar zegt u? Hoe komt u daarbij? Neen, vorige week in de wasplaats, meneer.'Ze loopt heen en weer door de kamer, voor het raam waar zware overgordijnen de middagzon buiten houden. 'Ja, hij stond er verdorie naast. Die vent is gewoon naast hem neergevallen, zomaar, ineens. Morsdood was hij.’Ik hou mijn blik strak op het zwakke gloeilampje boven de ontbijttafel.Toch zie ik hoe ze me aankijkt met ogen die even naar een punt hoog in de kamer verdwalen. Ik zucht. Ze verlegt haar mobieltje naar het andere oor.‘Ja…’ aarzelt ze en ze knijpt in haar paardenstaart tot haar vingers wit zien.Ach, ze doet maar wat ze niet laten kan. De koffie is koud. ‘Ja, daarom juist… ja…, neen…, luister nou even, meneer de direc… neen meneer, onze zoon heeft gewoon in paniek het verkeerde gepakt!’Ze kijkt weer met opgeslagen ogen en briest verder op en af door de kamer.‘Neen, het lag daar vóór hem op de wastafel, naast het andere. Je weet toch ook wel hoe onze Bert is.’ En nu gaat ze de overbezorgde moeder gaan spelen, zie. Ik doe alsof ik het niet merk.‘Heel gevoelig, ja. En snel van zijn melk. Je zou voor minder hé? Die jongen lag daar met halfopen mond naast hem op de grond. Met een straaltje kwijl op zijn kin, zo zei hij het. Hij is daar erg van geschrokken.’Ze kijkt me met een veelzeggende grijns aan terwijl ze met haar vinger een paar keer heftig naar haar mobiel wijst. Ze wisselt weer van oor, luistert even en zegt gelaten:‘Hij heeft het in zijn zakdoek gedraaid en is naar zijn kamer gelopen. Ja, zo vertelde hij het me gisteren.’Ik glimlach flauw en concentreer me op het kopje koude koffie. ‘Neen. Nee, pas de volgende dag. Bij het middagmaal, ja. Nee, hij kon niet eten.’Ze zucht nu erg luidruchtig.‘Maar neen, het past gewoon niet. Absoluut zeker!'Ze houdt haar hand over haar mobiel en fluistert me toe: 'Hij probeert ertussenuit te komen, maar 't gaat niet pakken, zie!'Ik roer wat in het kopje. 'Ja, precies, dat bedoel ik nou net, het is tenslotte toch een zorgcentrum daar bij jullie, of niet soms? U kent ons Bertje toch ook? Nee, zó snugger is hij nu ook weer niet.’Mijn vrouw kijkt aandachtig naar haar voeten en haalt diep adem.‘Ja, dat snap ik wel.' zucht ze. 'Nee… en is die jongen ondertussen reeds begraven, zegt u?'Haar ongeloof groeit zienderogen.'Maar ons manneke is wel zijn gebit kwijt hé! Dat heeft me vorig jaar nog twaalfhonderd euro gekost!’Ze danst nu opgewonden van het ene been op het andere.‘Neen, natuurlijk niet. Neen, je kan hem niet terug boven spitten! Ja… Nee, dat snap ik, meneer de directeur. Oké, daar reken ik dan op. Ja…, ja, neen, prettige dag nog…ja… en alvast bedankt.' Ze klapt haar mobiel dicht, geeft me een knipoog en kijkt me triomfantelijk aan.Ik mompel: ‘Jij ook nog wat hete koffie, schat?’                  

Guy Lejeune
12 0

De spieren van de radioloog.

Mevrouw + familienaam: zo spreekt hij me aan. Ik zit al op de ontsmette bank wanneer hij binnenkomt. Onmiddellijk heeft hij de muis in zijn rechterhand, kijkt naar mijn rechterschouder, haalt het bh-bandje naar beneden terwijl hij naar het scherm blijft kijken en met de muis over mijn schouderblad rolt. Wat ziet u? Ik wil zo spoedig mogelijk weten waar hij naar kijkt. Zit het kwaad daar? Niet in mijn hart, gedachten of gedrag, maar daar, onder de vette muis? Schuilt het kwaad in de kom van mijn schouder, leeft het ondergdoken onder spieren, achter een muur van weefsel? Hij neemt mijn bovenarm vast alsof hij me gerust wil stellen, merkt luidop op dat ze...ja hij zegt het zonder woorden. Ik begrijp dat mijn bovenarmen rond zijn, breed zijn, mollig. Atrofie? Ik doe alsof ik vergeten ben wat dat woord betekent, dwing hem zijn gedachten uit te spreken. Nu is het duidelijk; hij denkt dat mijn armspieren aan het afsterven zijn! Waaaat? Sporten, mevrouw! Pak dit aan, ga sporten! Hemel bij god nog aan toe, denk ik. Het is voor dat gezwel op mijn schouder dat ik hier op uw vuil ontsmette bank zit! En waar is uw masker? Ik vraag u waar uw masker is, mijnheer de radioloog. Het gezwel is niet kwaadaardig. Dat nieuws is goed en lucht me op, ik vergeet onmiddellijk dat zijn insinuaties niet echt flatterend waren. Doe aan sport, vervolgt hij, in groep, een aantal dames, pilates, ja PILATES! Ik kijk hem aan, benadruk dat ik zwem en jog en fiets en veel wandel. U bent een verstandige vrouw, repliceert hij. Eet gezond. Ik eet gezond, beste mijnheer. Nog even en ik verander in een banaan, pif poef paf en de man gaat af. Bijna elke avond ligt Pascale op mijn bord nadat ze in de oven opwarmde. Er zit al maanden een heerlijke LEO in mijn handtas om zo nu en dan naar te kijken. Ik heb de paarse lekkernij niet uitgekleed noch op mijn tong laten smelten. Als extraatje zet hij de muis op mijn buikvet, glijdt daar rondjes op gel alsof het een ijspiste is. Hij nodigt me uit te kijken. Niet naar mijn buik, naar het scherm. Dat zijn spieren (twee cm) en dat is buikvet (vier cm) zegt hij. Hij stelt me gerust; het vet is uitwendig vet. Ik kan er niet ziek van worden. Voor een ijdeltuit als ik is dat geen grote geruststelling. Maar ik besef dat gezondheid het allergrootste goed is. Hij veegt mijn schouder schoon met een papieren doek dus loopt het onderzoek op z'n einde. Ik wil naar de kleedkamer maar hij houdt me staande met de woorden 'wacht eens even'. Staat u scheef? Ik zucht. Ik ook, bekent hij. Dat komt door mijn job, ik sta niet recht. Terwijl ik naar huis wandel vraag ik me af wat de man bezielde. Hoe is het gesteld met zijn spieren? Volgt hij PILATES of dwingt hij zijn vrouw naar de lessen? En natuurlijk ben ik heel erg blij dat het maar een vetbult is, wat niet wil zeggen dat ik net als een kameel dat vet kan verbranden om mezelf te voorzien van energie.

Ingrid Strobbe
60 2
Tip

Nachtwake

‘Dolf es duud.’‘He?’‘Dolf…es duud’‘Ja?’‘Ja.’‘Diene mens leefde niet geiren.’‘He?’‘Hij leefde niet geiren, diene mens.’‘Nieje?’‘Nieje.’‘Ja.’‘Ja ja.’ Fré’s vader kwam binnen, ging voor het raam staan en begon te roken.   Hij slofte naar de kelder. Rookte nogmaals en dronk. Wij stiekem ook. Door de Westmalle waren onze geesten even beneveld als de omliggende velden die door slierten duisternis de nacht in slingerden. Fré en ik hielden vanuit de living de wacht. In de stal stond een koe onrustig te trappelen. Het was augustus en er zouden kalfjes geboren worden. Wij speelden play-station en rookten sigaretten. We zakten steeds verder weg in de vergeelde statige zetel, de klok tikte zacht, seconde na seconde verdween in een onmetelijk diepe put. Wij hadden niet veel meer dan elkaar. We hielden er beiden van om gewoon te hangen. Soms keken we elkaar zoekend naar erkenning en veiligheid aan. We lagen dan wel dicht tegen elkaar in die zetel, maar nooit als onszelf. De nacht sluierde ons. Had maar iemand een ontwapenende zin kunnen zeggen.  Had het allemaal gekund, we hadden geschreeuwd, geblaft als honden die met bloeddoorlopen ogen rechttoe rechtaan op hun prooi stormden. We waren bang elkaars jager te zijn. Later die nacht zou het kalfje geboren worden. Met zijn zakmes sneed de buurman de navelstreng door en schilde daarna met datzelfde mes een appel. Er was jenever. De fles ging rond. Iedereen dronk. Er werd gelachen. Alles was goed.      

Thomas De Mulder
107 5