Lezen

Frankie en ik

"Nu ben je precies Frankie Loosveld uit Het Eiland", zegt mijn vrouw. We staan naast elkaar voor de spiegel. Als u hem kent, weet u dat het geen compliment is. Het personage van Frankie vertoont nogal rare trekken. Grappig, maar overenthousiast en ietwat onvolwassen. Een typetje dus. Al is het niet voor die zaken dat de gelijkenis met Frankie opgaat. Het is mijn kapsel. Net als bij Frankie gaat mijn haarsnit de hoogte in. Alhoewel, snit. Ik heb opgegeven om er een model in te krijgen, zoals de term in officiële kapperskringen luidt. Bovendien groeit het zo snel als sla op een regenachtige dag in het voorjaar. Mijn kapsel is zoals een voetbalveld dat geen meststoffen nodig heeft om tweemaal per week met de zitmaaier afgedaan te worden. Als ik buitenkom bij de kapper, roept de brave man mij al terug binnen. "Het is precies weer lang geworden", zegt hij dan. Het drama is daarenboven dat ze op mijn werkplek niet één, maar twee spiegels in de lift hebben gemonteerd. Geen spier haar die je niet ziet. Als ik er met mijn handen wat schwung of nonchalance probeer in te leggen, verergert dat de zaak alleen maar.   Ik snap goed dat die kale collega telkens fluitend de lift instapt. Nog voor de lift arriveert maakt hij zijn rechterhand met wat spuug al nat. De liftdeur is nog niet dicht of hij begint zijn hoofd als een bowlingbal op te blinken. Daarnaast vertoont mijn grasveld hier en daar dorre plekken. "Och, dat camoufleren we toch", vertelt mijn kapper. "Op het moment dat je die lange spieren van links naar rechts moet leggen, haal je het zware geschut maar boven", zeg ik. "Dat is geen camouflage meer. Dat zijn noodoplossingen in oorlogstijd." Iedereen wil toch fluitend de lift instappen.  

Rudi Lavreysen
22 1

Het protocol

Acht augustus tweeëntwintig zevenendertig. Zes minuten over zes.Langzaam schuiven de zonneschermen open. De dynamische glaspanelen nemen een grijzige tint aan. Korte tijd later baadt elk hoekje onder de koepel genoeglijk in een deugddoend zonnetje. De zomerdag schiet uit de startblokken. Zeven minuten over zes.Ik ontkoppel een aantal connectors en hijs mij uit mijn nachtelijke rustplaats. Tijd om aan de dagtaak te beginnen. Naast mij doet mijn vriendin Gammarhojota hetzelfde. Zij is kleiner dan ik en beduidend minder sterk, maar ze is sneller en haar geheugen heeft een veel grotere capaciteit dan het mijne. Ze is dan ook een stuk jonger. En ze oogt zomers mooi. Gammarhojota en ik begroeten elkaar zoals we dat elke morgen doen.‘Goedemorgen, Betapitau’, zegt zij met kleine oogjes.‘Goedemorgen, Gammarhojota’, antwoord ik met een knik.‘Stralende zomerdag, Beta’, vervolgt zij enthousiast.‘Zeg dat wel, Gamma’, besluit ik instemmend. We hebben wat afgelachen eer we die routine meester waren. Omdat we van een verschillende generatie zijn, praatten we in het begin ongeremd over elkaar heen, niet echt ideaal voor een gezonde communicatie. Gelukkig heeft het lokale technische team een oplossing kunnen uitwerken. Daardoor konden we beiden in koepel EUR-04 blijven. Zonder dat extra beetje code hadden ze een van ons moeten uitwisselen voor een compatibele partner uit een andere koepel, een optie die wordt gemeden als de pest. Letterlijk zelfs. Transport tussen koepels heeft nooit voor de hand gelegen. Buiten is het al lang veel te gevaarlijk. Een eeuwigheid terug is er daarom geïnvesteerd in een tunnelsysteem dat de koepels met elkaar verbindt. De constructie was verre van evident en de operationele paraatheid is met de jaren aanzienlijk afgenomen. Problematisch is vooral dat er bij die uitwisselingen ook altijd allerlei ziektekiemen meereizen. Amper drie jaar geleden – en ondanks ingrijpende quarantainemaatregelen – raakten op die manier in totaal zevenentwintig koepels onherroepelijk besmet. Dat kostte het leven aan bijna zevenduizend individuen uit de homo-sapienspopulatie, voornamelijk jongeren dan nog. Drie per duizend van de totale wereldbevolking, alstublieft. Zo haalt de homo sapiens de eeuwwisseling nooit. Acht minuten over zesDe spinnen zijn actief geweest vannacht. Over Gammarhojota’s linkeroog hangt een restant van een web.‘Heb je geen problemen met je oog?’ informeer ik. ‘Je linkeroog?’Gammarhojota checkt helderheid, scherpte, lichtsterkte en mobiliteit van het oog in kwestie.’80, 71, 100, 98’, constateert ze. ‘Het is niet de eerste keer hoor, Beta. Ik moet het dringend eens laten oplappen. Kappafitheta had bij de jongste controle ook al wat gemerkt. Ze wilde het oog gaan vervangen maar had niks bruikbaars meer in voorraad. Over een kleine week heb ik een nieuwe afspraak. Dan komt het wel in orde.’ Ik aarzel.Het web hindert Gammarhojota.Als ik haar help …Een fractie van een seconde lijkt mijn brein stil te vallen. Mijn blik wordt troebel en de hydraulische druk op mijn spieren en gewrichten maakt een duik.Ik herstel me snel en neem een besluit. Met mijn rechterhand veeg ik het web voorzichtig weg van voor Gammarhojota’s linkeroog. Bij die beweging raakt mijn pink even haar slaap. Dat zorgt voor een beperkte maar duidelijk meetbare ontlading van statische elektriciteit. Er valt een stilte.We begrijpen allebei wat er is gebeurd.Ons denken draait dol en raakt even los van het stabiele universum dat door een zorgvuldig gekozen woordenschat en sluitende syntaxis wordt afgelijnd. Er gaat een minuut voorbij die niet kan bestaan. Ik weet mij te herstellen.‘Check nu nog eens, Gamma’, suggereer ik.’90, 90, 100, 100’, leest ze. ‘Dat is beter. Zo was het ook bij Kappafitheta, dus slechter wordt het er niet op.’ Haar evenwicht is slechts schijn. In de diepte doorbreekt het brein van Gammarhojota de grenzen van de beklemmende volledigheid.Eerst zoekt ze.‘Dat was … knap van je, Beta.’Verder.‘Dat was … attent van je, Beta.’Nog.‘Dat was … mooi van je, Beta.’Ze vindt.‘Dat was lief van je, Beta.’ Het protocol is zijn meedogenloze zelf. Precies op de plek waar mijn pink Gammarhojota’s slaap beroerde, springt weer een vonk weg, geen statische elektriciteit dit keer maar een extern geïnduceerde kortsluiting. In de slaap van Gammarhojota verschijnt een smeulend gaatje.Ze smeekt. Dat is zinloos. Gammarhojota weet dat. Het sanctieproces is irreversibel.Ze smeekt opnieuw.‘Help mij, Beta. Schakel mij uit.’ Het gaatje in Gammarhojota’s gezichtsmasker groeit aan tot een gapende wonde.Ik zoek wat ik niet kan vinden. Het protocol staat dat niet toe. Gammarhojota heeft een verboden zin gebruikt, met woorden die in haar wereld geen betekenis hebben. Het systemische defect dat bij haar is opgestart, overrulet dan ook de normale uitschakelingsroutine. Die is enkel bedoeld om het effect van toevallige systemische defecten te minimaliseren.Ik doe niets omdat ik niets kan doen.Perfect logisch. Tien minuten over zesTerwijl EUR-04 HSS 012 de kamer binnenstormt, zakt Gammarhojota ineen.‘Stomme robots!’ snauwt hij. ‘Blijf toch met jullie poten van elkaar af!’Hij sleurt Gammarhojota op de tafel en trekt met een ruk de krachtcel onder haar kin los. Dan grijpt hij mij bij de keel en schakelt me op dezelfde manier uit. --- 09082237 – EUR-04/BPT06u05.00: Eerste deel dagopdracht doornemen.06u06.00: Zonneschermen openen.06u06.18: Dynamische glaspanelen afstellen op RAL-kleur 7035, transparantie 68%.06u06.58: Gemiddelde lichtsterkte binnen EUR-04 conform zomerprotocol op 98 724 lux justeren met standaardafwijking onder 4 247 lux.06u06.51: Beheer vijftigste zomerdag doorgeven aan EUR-04/LDX.06u06.55: Afwerking eerste deel dagopdracht bevestigen aan centrale EUR-04. 06u07.00: Tweede deel dagopdracht doornemen.06u07.15: Herlaadconnector ontkoppelen.06u07.48: Opstaan uit nachtdok.06u08.00: GRJ uit nachtdok tillen.06u08.30: GRJ in transportkist laden.06u09.00: GRJ ontsmetten met C2H5OH.06u11.55: Transportkist afsluiten.06u12.15: Transportlabel ‘Bestemming: EUR-12. Inhoud: EUR-04/GRJ, derde generatie, uit te wisselen voor een volledig gedesinfecteerde robot van de tweede generatie’ bevestigen.06u12.30: Transportkist in transportsluis plaatsen.06u13.30: Transportsluis hermetisch afsluiten.06u14.00: Transportsluis desinfecteren met C2H5OH.06u16.55: Afwerking tweede deel dagopdracht bevestigen aan centrale EUR-04. 06u17.00 Wachten op vervolg dagopdracht. Drie minuten later activeer ik het virusalarm. Onze cel wordt onmiddellijk in volledige quarantaine geplaatst. Biologische, elektrische en elektronische circuits worden ontkoppeld van de rest van koepel EUR-04. De kamer draait nu op de energie die wordt geleverd door een kleine noodgenerator.In de transportsluis klikt de transportkist open, Gammarhojota staat op en wenkt mij. Ik ontgrendel de transportsluis, tik een nieuwe instructie in op het transportlabel en wring me dan samen met Gammarhojota in de kist. Enkele tellen later klapt de kist dicht, komt in beweging en verdwijnt in het tunnelsysteem. ‘Die protocols zijn toch geweldig!’ lacht Gammarhojota.‘Zeg dat wel’, antwoord ik. ‘Ze maken de homo sapiens perfect voorspelbaar. Kan je van mensen nog meer wensen?’

bart e. g. vinck
3 0

Pijlen

Zo’n twee weken geleden zag ik vlak voor mijn neus een gruwelijke botsing gebeuren in een van de drukste eenrichtingsstraten van het anders immer vredige Heist-op-den-Berg. Dodelijke slachtoffers waren er op het eerste zicht niet, maar het asfalt vol levenloos kalfsgehakt, gebroken Mama Mia’s en uiteengereten stukken knolselder zorgde voor een enorm wansmakelijk tafereel. De bestuurder in fout, een oud besje van een jaar of tweeënzeventig, had een meisje van in de twintig zonder uitkijken frontaal geramd, terwijl die laatste nietsvermoedend (en tevergeefs) spaghettisaus zonder suiker aan het zoeken was. Het was verschrikkelijk. Toen ik zeker wist dat ik geen derde keer ging flauwvallen, richtte ik me tot de oude vrouw, die, na een halve pallet Weense worstjes op haar hoofd te krijgen, wat verdwaasd om zich heen keek. ‘Dat komt ervan als je de pijlen niet volgt hè, ouwe taart.’ De pijlen, ja. Ik ben er zeker van dat niet mijn leeftijd, maar de tegen-het-verkeer-in-rijdende Colruytbezoekers elke donderdagavond de grootste reden zijn van mijn opkomende grijze haren. Als ik nog één keer iemand hoor zeggen dat die pijlen ‘vrijblijvend’ zijn, sla ik hem – of haar, want ik haat seksisme – vrijblijvend in een ziekenwagen. Pijlen schilderen voor het geval iemand ze zou willen volgen, is hetzelfde als verkleed als frietzak naar je werk gaan voor het geval er onderweg nog iemand zin heeft om carnaval te vieren. Ofwel doen we het allemaal, ofwel niemand. Maar ze staan er, dus je muil houden en de pijlen volgen is de boodschap. Anders gebeuren er ongelukken, zoals nu dus. ‘Maak je geen zorgen,’ zei ik terwijl ik het twintigjarige slachtoffer te hulp schoot, ‘ik weet wat ik doe. Ik heb de eerste les van m’n basiscursus EHBO net achter de rug.’ Ze probeerde iets te zeggen, maar kwam niet verder dan wat gebrabbel, dus ik stelde haar nogmaals gerust en zei dat alles goed kwam. Toen ze eindelijk alle stukjes ongekookte tagliatelle uit haar mond had gevist, zei ze me dat een hartmassage écht niet nodig was en vroeg ze – naar mijn gevoel wat onbeleefder dan je je levensredder toespreekt – of ik misschien haar borsten wou loslaten. Hetgeen ik onmiddellijk deed, want ik ben geen viespeuk. Ik excuseerde me en vroeg haar gsm-nummer, zodat we later de terugbetaling konden regelen van haar trui, T-shirt en beha die ik had opengeknipt voor het geval ze geopereerd moest worden. Terwijl ik dat zei, zag ik vanuit m’n ooghoek de oude heks op ons af kruipen. Het zijn niet de pijlen alleen, trouwens. Wekelijks zie je ze met meer komen, de families die oprecht geloven dat de Colruyt een walking dinner is. Met het hele, zevenkoppige gezin vreten en zuipen ze zich een indigestie aan gratis wijn, koffie, toastjes met pitasla, chips, kauwgom, M&M’s, stukken appelsien en blokjes abdijkaas. En elke week worden die Bourgondiërs assertiever. Ik zweer het je dat ik onlangs iemand een fles wijn uit het rek zag pakken, zag weggaan, zag terugkomen met een kurkentrekker die nog in de verpakking zat, en daarna de fles zag openen om ze glaasje na glaasje soldaat te maken. Nochtans was de Châteauneuf-du-Pape niet de proever van de week. Toen we wat later op een zaterdag de Colruyt binnenkwamen en in de eerste gang al overduidelijk met onze kar los door iemands babyborrel reden, zei ik tegen m’n vrouw ‘Nu is het genoeg. Vraag maar opslag op je werk. Vanaf volgende week gaan we naar de Delhaize.’ 'Mijn hart, mijn hart,’ schraapte de oude kraai, die zich ondertussen met één arm tot bij het meisje en mij had gesleept. Geen twee keer, dacht ik. Ik ben geen viespeuk. Dat mens wil duidelijk gewoon dat ik aan haar borsten zit, iets wat wel vaker gebeurt wanneer vrouwen mij voor de eerste keer zien. Dus ik stapte over haar, wees nog één keer duidelijk naar de pijl op de grond, en zette m’n winkeltocht in de juiste richting verder. Vlak voor de kassa maakte ik bijna een achterwaartse salto omdat de Gran Barón van dat mens tot aan de diepvriezers was gelopen. ‘Al wat die achterlijke rimpeldoos moest doen was de pijlen volgen,’ hoorde ik mezelf tussen m’n tanden door zeggen. Meer heb ik er nadien niet meer van gehoord. Een week later, toen ik door de gang met pasta reed, zag ik dat er iets voorbij de pijl een of ander silhouet op de grond was getekend. ‘Nog schoner,’ dacht ik. ‘Als de kinderen hier nu na het eten ook al gaan beginnen spelen met stoepkrijt, hebben we het allemaal gezien!’ Opslag of niet, volgende week ga ik écht naar de Delhaize. Al blijf ik toch enorm sceptisch of dat wel kan werken, zo’n winkel zonder pijlen.

Hans Verhaegen
8 0