Lezen

weet geen titel

  Eenmaal de klas binnengekomen, drong het tot me door dat iedereen me aan staarde. Niet alleen staarde ze me aan me ze lachte me ook uit. Oof, ik weet het weer. Gistermiddag, 2 uur op de klok, de bel ging bijna, dan was ik uit. Ik werd slet genoemt hoer en er werd gezegd dat ik met kaulo veel jongens naar bed ben geweest. Waar, waar was het niet. Totaal niet zelfs. Maar dat deze roddel zo snel is gegaan door 2 mensen? Dat had ik nooit verwacht. Er werd een briefje in mijn hand gedrukt. Ik werd er verdrietig van. Hoeveel kost het vanavond wil ik nog stond erop. Toen ik mijn ogen van het briefje haalde, barste alle jongens in lachen uit. Wat een rotstreek, gelukkig maar 1 briefje dacht ik, maar het bleef uiteindelijk niet bij 1 briefje, een kwartier later kwam de 2de er al aan. En weet je wat erop stond ik vertel het maar, Slet-Hoer ik dacht het al toen je 10 jaar was, maar nu weet ik het zeker. Lekker dan dit briefje heb ik net van mimjn beste vriendin gekregen, ik word lesbi genoemd en van alles en nog wat. Zo ging het ruim een uur achter elkaar door. De juf vroeg telkens waarom lachen jullie telkens, en zelf kon ze daar dan ook om lachen, maar ze wist niks wat er nou precies gebeurde. Niemand sprak de waarheid tegen haar. Ze maakte grapjes en daar kon de juf om lachen. Dan dacht ze zeker ach dat zal het vast wel zijn. Maar nee dat is het niet! Ruim een uur op school volgehouden kwam er nog 2 laatste briefjes, doe je het ook op school? Vast wel daarom ben je elke keer weg. Zulke briefjes kwamen er als laatst. Ik barste in huilen en rende weg. Naar buiten, pakte mijn fietssleutel uit mijn broekzak en deed t in mijn slot. En Fietste zo hard als ik kon weg. Langsaam borrelde woeden in me op. Het verdriet zakte weg maar in plaats daarvan kwam er zulke erge woede, dat heb ik nog nooit mee gemaakt.  het is winter en het sneeuwde, ik fietste naar een verlaten gebouw in mijn t-shirtje en een vest. Balde me hand tot vuisten, en sloeg tegen de muur aan. Tot mijn woede weg was. Maar ik was blijkbaar niet alleen. Ruw werd ik vanachter vastgepakt, en werd op de grond gegooit. Er belande veel schoppen in mijn buik en vuisten in mijn gezicht. EN OPROTTEN NU. Schreeuwde de jongen. Het was niet 1 jongen maar t was een heel groepje. Het is altijd al verlaten geweest, behalve nu in de wintertijd. Ik ving nog een paar klappen op met mijn gezicht, en voelde iets nattigs druipen. Ik veegde mijn hand over mijn gezicht, bloed heel veel bloed. Ik fietste terug naar de klas/school. Eenmaal binnen zag ik juf lopen.                                                                                                                                       Word vervolgt

Lisa
0 0

onder het ijs verzeild geraakt

  Nee niet doen, riep ik. Het ijs is nog veel ste dun. Tja, alles weter. Kom op belle, doe nou niet stoer. 1 stap op het ijs. Zie je riep Belle terug, het kan gewoon. Van geen kwaad bewust bewoog ze haar voeten, stap voor stap. Voor zichtig, en een beetje bang keek ze voor zich uit. Zie je wel, het kan gewoon. Nog een stap, een krak, 1 stap opzij, Krak.  Ze flikkerde, en kwam onder het ijs terecht. Gelach verdoofde mijn oren. Ik klom over het hekje heen gooide me jas op de grond, horloge gooide ik op mijn jas, telefoon uit mijn zak. 1 voet op het ijs. De wind schuurde langs me lichaam. Het was koud. Het leek net alsof de tijd heel even stil stond. Ik wilde terug keren, maar toch ook weer niet. Ik hoorde gelach. Meer mensen kwamen het ijs op waar Belle er  zojuist niet doorheen was gezakt. Snel greep ik haar arm, Krak. . nog een stuk ijs was weg. Ze was te ver. Ik sprong in het gat. Het is stil. Eenmaal dat ik belle zag, kon ik mijn armen heel even niet bewegen tenminste niet goed meer. Mijn hand reikte naar haar uit. Ik greep haar vast. Legde haar hoofd op mijn borstkast, en probeerde terug te zwemmen naar boven. Moeizaam zwemde ik vooruit. Een sirene,  hoorde ik, meester en juffen stonden aan de kant. Maar ze kwamen niet hier naar toe. Wat een scheiters. Ik pakte belle haar benen, en zwom naar een het ijs toe. Me benen begonnen langzamer te worden. Ik voelde niks meer, alleen me vingers. Die deden pijn en knelde. Eenmaal op een stuk ijs terecht gekomen wilde een meester me gaan helpen. Maar die kukelde voor over en zakte er ook doorheen. Buiten adem kwam hij weer boven, en kwam terecht op de kant. Moeizaam werkte ik me vooruit. Belle werd over gepakt. Eenmaal op de brug en het hek aan gekomen. Klom ik erover, en viel ik neer, sirenes, een ambulance nee niet 1 maar 2. Een ritje naar het ziekenhuis. Ik sloot mijn ogen en voelde niks meer. Ik was bewusteloos geraakt.                                                                                      EINDE                                                                                     Alles is uiteindelijk wel goedgekomen

Lisa
0 0

Carla en Dirk

Zou je schrikken wanneer ik zeg het niet leuk te vinden je terug te zien? Euh, wat? Wat bedoel je? Is dit een bedreiging of zo? Meen je het echt? Ach schat, het bewijst dat je me nog steeds graag ziet. Je schrok duidelijk. Je zou voor minder. Waarom stelde je die vraag eigenlijk? … Ik … Hoe zomaar? Ik was bijna kwaad geworden. Hoe durf je zulke botte vragen te stellen? Het was heel kwetsend, weet je! Oh sorry. Je zegt dat je bijna kwaad geworden bent. Zou je het woordje ‘bijna’ niet even laten vallen? Echt, het was niet bedoeld om je boos te krijgen, zeker niet. Wat heb ik daaraan. Ruzie maken of niet meer spreken, geen van beide reacties zou leuk zijn. En ik wilde deze fijne avond zeker niet vergallen. En toch is het je gelukt. Ik hoor hier liever prettiger dingen dan zo’n vreemde vraag. Schatje, schatje. Mag ik vragen om dit te vergeten. Ik ben er volledig van overtuigd dat je mij nog steeds graag ziet. Het was zeer dom van mij om het op deze manier uit te testen. Het was voor niets nodig. Ik wist het gewoon.   Ondertussen is het niet alleen Carla die naar Dirk kijkt. De twee oudere dames die een rijstdessert aan de tafel naast hen aan het eten zijn, kijken afwisselend naar Dirk, Carla en de vriendin aan de overzijde. Bij de laatste verschijnt een lachje om de lippen wanneer de ogen elkaar ontmoeten. Carla en Dirk merken dit ook en kijken elkaar nu ook even in de ogen. Bij beide krullen de mondhoeken zachtjes naar boven. Plots begint Carla luidop te gieren, onmiddellijk bijgestaan door Dirk. Nu kunnen ze elkaar niet meer aankijken of ze proesten het nog erger uit. Gelukkig heeft de ober net de borden van het hoofdgerecht afgeruimd of ze hadden mogelijk brokken gemaakt. En ook gelukkig dat ze het beide vandaag bij water hielden, die glazen staan stabieler op de tafel. Carla zit te dicht en haar buikbeweging brengt het tafelblad aan het trillen. Wijnglazen zouden gesneuveld zijn bij deze schuddende beweging.             De twee dames kijken nogmaals naar elkaar. De oudste, zo lijkt het toch, trekt haar schouders even op. De ander verroert, bijna bewegingloos, haar hoofd. Duidelijk dat ze reeds lang met elkaar optrekken, ze hebben niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Bij het zoveelste lachsalvo verschijnt toch een glimlach bij de jongste. Ze buigt zich voorover om iets te fezelen tegen de ander. Toch blijkt ze onvoorzichtig. Een glas cava twijfelt op het voetje, een kleine slok verspreidt zich op het tafeltje.             Dirk merkt dit en verslikt zich bij het lachen. Een hoestbui neemt meesterschap zodat hij de concentratie helemaal kwijt is. Ook zijn sterkere glas kan zich niet rechthouden wanneer hij met een bruuske beweging zijn rechterarm naar de mond brengt en het even aanraakt. Het klettert op de grond.             Carla smoort het hoesten op een fluweelzachte manier door met ietwat geopende lippen deze van Dirk te beroeren.   Scherven brengen geluk.  

Luc Van Roosbroeck
0 0

Zondagmiddagvlaai-mensen

Het groepje dat de kerk uitkwam was godvruchtig, hardwerkend en keurig gekleed. Burgerlijk. Hun wekelijks half uurtje godsvrucht zat erop. De dames, wiens haren stijf in de krul zaten bogen lichtjes voorover en reikten hun halzen naar voren om de laatste roddels op te vangen. Wie was er recent gestorven en met wie zwierf de bakkersvrouw in haar vrije uren door de velden? De heren schuifelden onrustig heen en weer, verlangend naar hun pint. Hun zondagse pakken stonken naar mottenballen. Als moeder de vrouw veelbetekenend in hun richting knikte, mochten ze los. Op naar ‘t café, terwijl het vrouwvolk zich huiswaarts repte om de schorten van noeste vlijt om te knopen. Konijn op z’n Vlaams, met patatten, sla en appelmoes. Een warme noen die de zondagse ledigheid zou vullen met vettigheid en slaap.   Elke zondag kwamen de kinderen op bezoek. Zo ging dat, in de vorige eeuw… De dochters aan de afwas met ma, terwijl de mannen de tuin inspecteerden. Onder de blauwe rook van een sigaar en goede raad over slaplanten en bakstenen metselen, trad pa op als raadsman der praktische aangelegenheden.   ‘le moment suprème’: de vlaai werd geserveerd. Een grote thermoskan waterige koffie werd met krachtige hand op tafel gezet. Voor de kinderen was er limonade. Het zondagsgevoel bereikte nu haar hoogtepunt.Pa had ondertussen de antenne gericht om samen met de jongens koers te kijken, terwijl de kinderen buiten verstoppertje speelden.    Tegen vijf uur keerde de rust weer. Het huis was stil en het klokje tikte de avond in. Het was een zondag zoals zo vele. Volgende week zouden ze weer komen.De vrouwentongen op de vensterbank streelden zachtjes de glasgordijnen die het avondlicht filterden…  

Heidi Schoefs
14 0

Deel 1, toneelstuk

  Roos: *op de bank met koptelefoon op muziek aan het luisteren*  Moeder: Roos, Roos, Hallo!  Moeder: *Zucht*  Moeder: *tikt roos aan*  Roos:  mm *kijkt om* wat is er?  Moeder:  we hadden er gisteren over of Bella bij ons kon komen wonen.  Roos: ja *opgewekt gaat zitten*  Roos: en. . mag ze hier komen wonen ?  Moeder: euhmm *word een beetje zenuwachtig*  Roos: mam mag het of niet?  Moeder:  ja het is al geregeld bijna alles *word weer zenuwachtig kijk naar de grond*  Roos: wat moet er dan nog meer geregeld worden mam?  Moeder: *zucht* we moeten wachten tot dat we toestemming hebben van bijde ouders.  Roos: *zucht* dat gaat nog lang duren  Moeder: nee hoor, van haar vader heb ik al toestemming.  Moeder: alleen van haar moeder nog niet.  Moeder: tot die tijd kan ze gewoon logeren, en als we toestemming hebben  Roos: dan??  Moeder laat me nou even uitpraten skat.  Moeder: als we toestemming hebben ook van haar moeder, kan ze hier wonen.  Moeder: maar . .  Roos: maar wat ?  Moeder: Bella moet wel een bijbaantje zoeken,   Moeder: ik heb het er al over gehad  Roos: met haar ?  Moeder jaha logisch.  Roos: *beetje boos draait zich om*  Moeder: nou niet boos doen  *er word aan gebeld*  Moeder: ik doe wel open  Roos: oke  *weer word er aangebeld*  Moeder: ik kom al!  Moeder: *doet deur open kijkt verbaasd  Moeder Bella: uhmm kom ik gelegen ?  Moeder: ja hoor, kom gerust binen, u bent van harte welkom.  Moeder Bella: * frunnikt aan haar jas.  Moeder: Roos!  Roos: jahh ?  Moeder: kijk eens wie hier is  Roos: *verbaasd rolt met haar ogen.  Roos: oke? En nu. .  Moeder Bella: ik wil mijn handtekening zetten,  Moeder Bella: t’ spijt me dat ik niet voor mijn eigen kind kan zorgen *staart verdrietig voor zich uit.  Moeder: *zenuwachtig geefd ze een kort knikje.  Roos: *loopt de trap op en gaat naar haar kamer.                                                                                                           Vervolg

Lisa
6 0

Perfect of niet

Sommige mensen zullen je nooit kunnen begrijpen, misschien begrijp je jezelf ook welleens niet.  Op deze school hebben sommige mensen zogenaamd medelijden met je.  Niet dat dat bij mij ook zo is ofzo. Ik heb namelijk niks waarmee iemand op dit moment uberhaupt-  Medelijden mee zou kunnen hebben.   Sommige mensen zijn verdrietig,  Bang,  Of boos. Hebben woede omdat er iets in de wereld is om boos over te zijn.  Sommige woede is nuttig en dat kan begrijpt worden.  De meeste gevechten zijn verkeerd.  Oneerlijk,  En veradelijk.  Aan sommige dingen kan je niks doen, maar je kan ze wel voorkomen,   Is er in deze tijd een verschil tussen goed en slecht?  Ik vraag het me af,  Zijn de slechte daden hetzelfde als goede daden.  Het verschilt,  Bestaan er uberhaupt goede mensen ?  Iedereen doet welleens wat verkeerd,   Toch?  Of ben je het niet mee eens omdat je zelf denkt dat je perfect bent,  En alles goed doet?  Ik heb mensen gekwets,  En probeer alles te verbeteren.  Maar lukt dat,  Kan dat wel?  Bestaat het dat je alles kan verbeteren?  Of hoort het bij mens zijnde dat je af en toe iets kwaads uit haalt.  Kan je foutloos zijn,  Probleemloos,  Harteloos,  Hartverscheurend,  Of gewoon normaal goed en dat alles perfect is.  Of denk je dat alleen maar, omdat je niet in wilt zien dat dingen in de wereld fout zijn.  En dat je niet in wilt zien dat je af en toe zelf ook fouten maakt dan alleen maar een ander.  Zou alles perfect kunnen zijn?  Niets is perfect,  Ook jij niet.

Lisa
0 0

Stadsforum Model NL - Nederlands in Brussel.

Hoe moeilijk kan « Goeiedag, een glas witte wijn graag », « Goeiemorgen, twee boterkoeken” of “Dag, mag ik een zak alstublieft?” zijn – en bij de laatste uitspraak bij een tweede poging in de lucht een tekening van een draagtas maken. Het zijn dagelijkse situaties aan de kassa, op café. Maar soms ook aan het loket voor een rijbewijs, een nieuwe identiteitskaart. Het mag wel gezegd worden dat er meer en meer Nederlands gesproken wordt in Brussel. Als je meer inzoomt op wie het Nederlands in Brussel machtig is, gaat het over mensen zonder Belgische achtergrond, nieuwkomers en dat is buiten de huidige generatie jongeren van allochtone origine gerekend want deze generatie spreekt naast de thuistaal, Frans én Nederlands.   Het blijft me verbazen dat in sommige handelszaken het personeel de eigen producten in het Nederlands niet kent. Ook beleefdheidsformules die de normale omgang met mensen kenmerkt, kennen velen (nog) niet. Niet bepaald bevorderlijk voor het imago van het pand of respect voor de klant. Wijn, boterkoek (en ook al eens chocoladekoek), zak… het zijn toch geen woorden als hottentottentenstoonstelling? Toch is er merkbaar vooruitgang in het Brusselse. Terwijl de kennis van het Frans van de jonge Vlaming en chute libre is, is de kennis van meerdere talen van de Brusselaar in stijgende lijn. Ach, een deel dertig plussers van Franstalige origine zal het altijd vertikken om alleen het Frans te hanteren. So it be. Laten we daar niet bij stil staan. Some folks only see the liter, we don’t miss them when they’re gone zong een Zweedse popgroep 40 jaar geleden. Laten we focussen op wat wel goed gaat, waar we kunnen verbinden, met wie we kunnen verbinden en kijken wie, met goede wil, een duwtje in de rug nodig heeft. Welke mensen een hand nodig hebben. Daar waar politiek verdeelt en niet in staat is de mens centraal te zetten, verbindt taal. Het on hold zetten van de Cocof omdat ze zich bedreigt voelt in hun taalcultuur is daar een voorbeeld van, om maar te zwijgen over Faouzia Hariche wiens houding en dédain voor het Nederlands op zich alleen al de vertaling van politieke onwil is. Zo’n attitudes zouden bij Stadsforum Model NL ook aangekaart moeten worden. En openlijk om uitleg vragen. Wanneer de burgemeester Close in een interview zegt dat hij Nederlands heeft MOETEN leren, met alle respect voor deze man, dan zegt dat toch iets over hoe moeilijk het is voor Franstaligen en bij uitbreiding het Franstalig Onderwijs om Nederlands bij te brengen zoals dat in Nederlandstalige scholen voor het Frans gebeurt. Taal is ook cultuur, de cultuur van de andere. Ik wil hier nog een keer benadrukken dat in Brussel niet alleen het Huis van het Nederlands lessen Nederlands aanbiedt. De Franse Gemeenschap biedt in hun Promotion sociale even kwaliteitsvolle lessen Nederlands aan en we zien ook daar mensen evolueren, schitteren en van zichzelf een twee- of meertalige versie maken. Het Huis van het Nederlands heeft niet het monopolie en ik vind het eigenlijk jammer dat ook hier vandaag weer geen verbinding gemaakt wordt met de leerkrachten NT2 in het Franstalig Onderwijs. Wij staan altijd een beetje aan de zijlijn als het over NT2 lessen gaat. Er wordt nooit samengewerkt en ook wij wisten niet dat dit georganiseerd werd. Conventies met Actiris en vooral met het OCMW moeten beter. Er moet rekening mee gehouden worden dat veel cursisten nooit een klas hebben gezien, nooit van een opleiding hebben genoten. Het zijn niet alleen schitterende kansen die aangeboden worden maar deze overheidsinstanties staan vaak veel te ver van de persoon. Dikwijls zou het wijselijker zijn de persoon eerst een alfabetiseringscursus aan te bieden, in andere gevallen een inburgeringscursus. Conventies tussen opleidingen en Actiris/OCMW zouden moeten functioneren met een leerkracht NT2 als verbindend element. Met alle respect voor de mensen die er werken, maar gewoon mensen naar de klas sturen omdat ze toch een opleiding moeten volgen, cijfers te halen en dit zonder naar de situatie van de persoon te kijken, is geen optie en gaat ten koste van de (nieuwe) burger. Ik mis vandaag deze verbinding. Dus, beleidsmakers, Bruzz en anderen : richt jullie aandacht ook op ons in het Franstalig NT2 Onderwijs, verbind en durf de archaïsche systemen van conventies die enkel uit zijn op “zie hoeveel mensen wij naar de cursus Nederlands sturen” in vraag te stellen en te resetten. Kunnen we overigens eens de cijfers “de réussite” opvragen bij Het Huis van het Nederlands, Actiris en OCMW? Zo kunnen we het eens in het licht van de praktijk (in de winkels, bij de MIVB, aan het loket) houden en onze strategieën meer inhoud en richting geven. Tenslotte een tip : NT2 gaat niet alleen over competenties als spreekvaardigheid maar evenzeer om attitudes. Vorige week ben ik met een nieuwe klas gestart. Ook via een conventie. Drie studenten (terwijl het Huis van het Nederlands vol zit) die amper Frans of Engels spreken. Ze komen systematisch te laat en willen telkens opnieuw vroeger door want er zijn de kinderen of er is een niet al te duidelijke thuissituatie. Thuis wordt er niet naar TV in het Nederlands gekeken, er wordt geen tijdschrift in het Nederlands gekocht, een bezoek aan een bibliotheek levert niets op en het is eigenlijk 120 uur per module in een klaslokaal zitten. Als leerkracht kan je daar uiteraard je ding bij zeggen maar ook de overheid die de persoon naar een les Nederlands stuurt én de persoon zelf moeten meer in verbinding staan om duidelijk te stellen wat de bedoeling en de opzet is om een cursus Nederlands te volgen. Je kan ook tools aanreiken om de thuissituatie en de opleiding beter te combineren en in evenwicht te houden. Vraag de mensen ook naar hun doelen, naar hun goestingen, naar hun dromen in hun leven. Durf van cursisten mensen te maken. Meer zelfs, laat het mens zijn in iedere cursist naar boven komen, verbind met het Nederlands en werk samen aan een project in het leven van de persoon die zich aanmeldt om Nederlands te leren. Neem me niet kwalijk maar er zijn veel mensen die gestuurd worden via deze conventies en waarvan ik overtuigd ben dat Nederlands voor hen verloren tijd is. Bij vele profielen zijn andere opleidingen efficiënter voor het integreren in de maatschappij en het vinden van een werk (en niet alleen een job). Als wij kunnen genieten van loopbaanbegeleiding en werktrajecten om ons optimaal te laten functioneren in het werk dat we doen en wat we willen doen, mogen we ook de anderen een stukje van deze taart geven. Krijgen cursisten en ex-cursisten ook inspraak in deze dag? Ik kijk dan ook uit naar de uitkomst van deze dag.

Erwin Abbeloos
14 1

Princekoeken

Je loopt tussen de rayons als een model op de catwalk. Je draagt rode stiletto’s met matching lippenstift en een zwarte trenchcoat. De zonnebril op je hoofd doet dienst als diadeem. Je wordt aangestaard door ontbijtgranen, droge beschuiten, een beveiligingscamera en mezelf. Ik zou nochtans liever niet naar je kijken. Want dat is net wat je wil, wat je verwacht. En je bent mijn type niet eens. Je houdt halt bij de koekjes. Kijk eens aan. Hand in de zij en de poep naar achter. Je speurt de schappen af van boven naar onder tot je in een hoek van negentig graden voorovergebogen staat. Je weet dat ik naar je kijk, is het niet? Ook al probeer ik de illusie te wekken dat ik alleen oog heb voor beschuiten. Ik bestudeer een pak meergranen Cracottes alsof ik de achterflap van een boek lees. Jij neemt Princekoeken met witte vulling van het schap en loopt dan met je winkelmandje heupwiegend mijn richting uit. Zal ik even vriendelijk knikken als we elkaar kruisen? Dat doe ik altijd tussen de rayons. Ik hoef mijn gedrag niet aan te passen omdat ik denk dat jij ervan uitgaat dat ik je beloer. Ga je oogcontact zoeken op het moment dat je me passeert? Ja, en dat doe je langer dan gebruikelijk is tussen vreemden. Je lacht zelfs je gebleekte tanden bloot. Wat een stoute blik! Ik lach verlegen terug en kijk je achterna terwijl je van me weg flaneert. Je vastberaden tred lijkt gestuwd door een drang om bekeken te worden. Of is dit gewoon wie jij écht bent? Een vrouw die trots is op haar schoonheid. Een vrouw die ervan overtuigd is dat het probleem ligt bij mannen zoals ik. Maar ik ben niet zo’n man. Het is niet je schoonheid maar je verpletterend zelfvertrouwen dat mij intrigeert. Ik zet de beschuiten terug, neem een rol Princekoeken met chocoladevulling en reken af aan de kassa. Ik wandel naar mijn volgende bestemming: de slager. Het is er druk. Ik kijk naar binnen en ik zie hoe levend vlees happig wijst naar dood vlees. Hier wordt gehakt gemaakt van vegetarische voornemens. In de weerspiegeling van het raam zie ik ook twee roze vlekjes. Ik beweeg mijn hoofd en de vlekjes bewegen mee. Instinctief grijp ik verschrikt naar mijn haren. Het zijn de roze speldjes van mijn dochter. Die was ik thuis blijkbaar vergeten uit te doen. Nu weet ik het wel zeker. Je keek niet stout of uitdagend. Je keek spottend, met de gebleekte tanden op elkaar geklemd om de hilariteit binnensmonds te houden. En ik kan je geen ongelijk geven.

Antony Samson
0 0