Lezen

Kill them with kindness

Vorige week ging ik naar de winkel samen met mijn tante. De boodschappen nemen was heel snel gebeurd. Eenmaal aan de kassa stonden we nog even te wachten tot het aan ons was. Uiteindelijk doet de kassierster signaal. Het is aan ons. De sombere toon van de kassierster bracht mijn humeur plots in de war. Ik keek naar mijn tante. De kassierster was verschrikkelijk slechtgezind. Je kon de frustratie van alles zo op haar gezicht lezen. Dus ik heb twee opties. Oftewel ga ik mee in haar slecht humeur en verspil ik kostbare energie voor mezelf en ga ik hoogstwaarschijnlijk even slechtgezind naar buiten. Of we gaan de andere weg op. Ik observeer haar gedrag. Ik merk dat ze een slechte dag heeft. Zoals iedereen wel slechte dagen heeft. Maar op dat moment is het laatste dat je wilt dat mensen tegen jou beginnen te zagen of kwaad worden. Dus mijn tweede optie. "Mevrouw, vanwaar komt jouw bril?" Ze was verrast en keek ons plots aan. "Ja, je bril. Ik vind hem echt heel mooi. Waar heb je hem vandaan?" Ik ga je nu wel uitleggen dat het echt wel een heel mooie bril was. Het was oprecht als ik haar zei dat het mooi was. "Uhm, van Denderleeuw." zei ze bescheiden. "Wel, ik vind hem heel mooi. Het past heel goed bij jou en ik zou zelf ook nog zo'n bril willen kopen."Haar humeur was op een seconde gedraaid. Je zag hoe ze plots vriendelijker werd. Haar gedrag verranderde direct. "Kijk, dat is het merk van de bril!" zei ze trots leunend over de kar. Toen we gingen betalen was haar houding trots. "Bedankt. Tot ziens en nog een fijne dag" riep ze naar ons toe terwijl we vertrokken. Mijn tante kijkt mij aan. "What the hell, dude? Hoe doet gij dat?" zei ze verrast. "Jij maakt van haar slechte dag een al iets minder slechte dag" Ik kijk haar trots aan. Geloof mij. Neem de tweede optie om te reageren op zo'n dingen. Geef hun een compliment. Wees empathisch. Je krijgt positieve energie en de andere persoon ook. "A kind act, a compliment, even a hug can rescue a horrible day for someone into hope for a better one." 

Niña Chilena
0 0

Routinedans

Om de hoek draait ze en richt haar ijzeren gelaat op mij om dan met tjirpend geluid zich net op tijd voor mijn voeten te stoppen. Ik stap op en analyseer de plastieke doos voor me, negeer haar maar ze blijft mij aan staren. Uiteindelijk haal ik een munt boven, en ze spuugt een ticket naar me toe. Ik zet me op de al te kleine éénpersoonsstoelen omdat ik niet graag in contact treedt met de ander.   De plof waarmee ik in de zetel neerval brengt een hele stofwolk naar boven. Het stof probeert een vorm aan te nemen maar nog voor ze dat kan doen, vindt ze een weg naar mijn neus. Daar nestelt zij zich kort tot mijn lichaam reageert op deze ongewenste gast. Een zware brul en bries vullen de wagon en iedereen draait zich om. Sommige mompelen gezondheid in mijn richting maar dat negeer ik, zo zit mijn natuur in elkaar.   Een ambtenaar die schuintegenover me plaats had genomen, bleef me echter gedegouteerd aanstaren. Zijn blik doordrong me en deze keer kon ik het gelaat niet vermijden. Ik keek hem verward aan in de hoop het op die manier snel op te lossen maar deze man was klaarblijkelijk op zoek naar een confrontatie. Ik wende mijn ogen af richting het uitzicht buiten en toch bleef zijn blik in mijn rug branden.   Toen de tram aan de volgende halte stopte, boodt het mij de kans om dit contact te breken. Ik stapte af en zou dan gewoon de eerstvolgende tram nemen. Maar de ambetenaar stapte mee af. Mijn handen begonnen te trillen en ik voelde een ongekende woede in mijn diepste binnenste kolken. De man zette zich op het bankje net achter waar ik stond en ging verder met zijn gapen.   Woest om me heen schoppend tegen allerlei kasseien probeer ik mijn ongemak duidelijk te maken. Tot ik helemaal uitbarst. "Waarom achtervolg je mij" schreeuw ik hem toe. "Hiervoor kan ik je laten vervolgen weet je dat?" Mijn handen trillen nu terwijl iedereen op het peron me bekijkt alsof ik gek ben. De man zelf blijft mij ook aan staren en antwoord niet. Ik verkoop hem twee rake klappen zodat zijn neus nu stevig begint te bloeden.   En nog blijft zijn blik onveranderd op mij gefixeerd. Op beide knieën val ik naast hem neer: "Wat wil u van mij? Wat heb ik u te geven?" Dan voor het eerst, en tot mijn grote opluchting, opent hij zijn mond en spreekt: "U heeft niemand iets te geven. U leeft al heel u leven in armoede"

Prins Vogelvrij
0 0

Tussen poort en fontein

Sinds jaar en dag ben ik een verdwaald persoon, nergens helemaal thuis. Maar nu was ik echt verdwaald, in de buitenwijken van een stad waar ik nog maar net naartoe verhuisd ben. Met een leeg mobiel, geen steek voor me uit ziend en de vrieskou die eind november kent, onderweg naar mijn appartement. Mijn verkleumde handen rustend op het stuur van mijn fiets vraag ik de eerste de beste persoon om de richting. "Moet je nog zo ver? antwoord ze. 'Dan volg je best deze baan tot aan het water, daarna kan je de rivier volgen. Als ik je door al die zijstraatjes moet sturen, ga je de kortste keer toch verdwaald geraken.’ Ze staart me wat langer aan alsof ze blij is om op dit godvergeten uur nog iemand te kunnen helpen. Ik dank haar, schud haar hand en vertrek snel, want mijn appartement blijkt toch noch een eindje fietsen. De nieuwe stad had tot dan toe weinig indruk op me gemaakt. Ik woonde in een havengebied, dat volgebouwd was met industrie en veel te moderne gebouwen. Rookpluimen doemde op boven de metalen kranen die de horizon bewaakte. De buitenwijken waar ik nu door heen reed verbergde echter de geheimen van deze stad. Tussen herenhuizen door fietsend doemt een stadspoort zich in de verte voor mij op. "Wat doet die hier in een buitenwijk" bedenk ik mezelf. Hier kon evengoed het centrum van de stad rond gebouwd worden. Voor je de stadspoort echter kon bereiken moest je nog over een rondpunt vol kasseien. Waar de herenhuizen zich in alle richtingen rondom een voor deze stad groteske fontein hebben gebouwd. De fontein is een afbeelding van drie mannen in kostuumjas die haastig onderweg zijn. De ambitie van beide werken is me duidelijk, maar ze kwijnt weg in vergelijking met haar voorgangers in Parijs en Rome. Toch raakt haar ambitie me, ik spendeer een uur tussen fontein en stadspoort in, op zoek naar mijn verloren ambitie.  

Prins Vogelvrij
0 0

Tandpasta

De Smilodon bestaat al lang niet meer zegt ze. Bedenkelijk kijk ik naar het bakje met instrumenten op mijn buik dat telkens ik adem omhoog gaat. Net een doosje mikado, maar van een merk dat ik niet ken. Ik zeg niets terug, probeer de spiegel en het haakje stil te houden door niet meer in te ademen. Gelukkig was er toen geen chocolade gaat ze verder en haalt wat witte draad tussen de instrumenten vandaan, draait die rond haar wijsvingers. Doe je mond nu maar open lacht ze. Dan kan ik kijken of er op jouw sabeltanden suiker kleeft. De Stimorol bestaat wel zeg ik. Mijn favoriet is de max splash strawberry lime. Ik kan het zien zegt ze. Je hoektanden zijn cariës vrij. Zijn er nog andere dingen buiten kauwgom die je eet? Vlees, want dat vind ik lekker, en soms frietjes. Ook aardbeien, maar die hebben ze niet altijd in de winkel. En koekjes. Plus de spruitjes van mama. Die vind ik superlekker! Jij zou elke Smilodon hebben doen watertanden zegt ze en haalt het spiegeltje uit mijn mond. Zo’n gaaf gebit. Doe zo voort! Het mikado doosje mag van mijn buik. Er loopt wat water in een plastic bekertje. Ik spoel mijn mond, slik het door. Het smaakt een beetje naar ijzer.  Wat is een Smilodon vraag ik? Een tijger met grote hoektanden die verzot was op vlees. Maar de Sabeltandtijger bestaat al lang niet meer zegt ze. Poetste die ook zijn tanden vraag ik bedenkelijk? Misschien. In de prehistorie was er nog geen tandpasta zegt ze, maar een stoere tijger als jij mag gerust af en toe een koekje eten. Ik krijg tandpasta met rode lijntjes en een groene tandenborstel. Tot volgend jaar zegt ze. En goed blijven poetsen. In de auto vraag ik mama wat voor vlees we straks eten. Worst. Met spruitjes zegt ze.  

Sascha Beernaert
6 0

Helemaal ginderachter in kleine terts/ Woodie Guthrie1947/ Billy Bragg1997 / Way over yonder in the minor key

Ik woonde in het plaatsje Okfuskee En ik had een klein meisje in een steeneik (hollle boom) Ik zei, meisje het is klaar en duidelijk Niemand kan zingen zoals ik   Ze zei dat ze niet begreep Hoe een klein jongetje zo lelijk kon worden Ja, meisje dat kan wel zijn Maar niemand kan zingen zoals ik   Niemand kan zingen zoals ik Tot helemaal ginderachter in kleine terts Tot helemaal ginderachter in kleine terts Is er niemand die kan zingen zoals ik   We wandelden langs de Buckeye Creek Om naar de kikker te kijken die de bologige bij opeet Om de westenwind naar het oosten te horen fluiten Niemand kan zingen zoals ik   O, meisje wil je het mij laten zien Helemaal ginderachter waar de wind vrijuit blaast Niemand kan ons zien in onze holle boom Niemand kan zingen zoals ik   Haar mama sneed een twijg van een kersenboom En sloeg er ons mee Het stak erger dan een zwerm bijen Maar niemand kan zingen zoals ik   Ondertussen heb ik al heel wat meegemaakt Denk nog altijd terug aan die dagen in het struikgewas Ik heb al zoveel meisjes op het slechte pad gebracht door te zeggen dat Niemand zo kan zingen als ik   Way Over Yonder in the Minor Key Words by Woody Guthrie, Music by Billy Bragg     I lived in a place called Okfuskee  And I had a little girl in a holler tree  I said, little girl, it's plain to see,  There ain't nobody that can sing like me She said it's hard for me to see How one little boy got so ugly Yes, my luttle girly, that might be But there ain't nobody that can sing like me Ain't nobody that can sing like me Way over yonder in the minor key Way over yonder in the minor key There ain't nobody that can sing like me We walked down by the Buckeye Creek To see the frog eat the goggle eye bee To hear that west wind whistle to the east There ain't nobody that can sing like me Oh my little girly will you let me see Way over yonder where the wind blows free Nobody can see in our holler tree And there ain't nobody that can sing like me Her mama cut a switch from a cherry tree And laid it on the she and me It stung lots worse than a hive of bees But there ain't nobody that can sing like me Now I have walked a long long ways And I still look back to my tanglewood days I've led lots of girls since then to stray Saying, ain't nobody that can sing like me.

Hubert Grimmelt
10 0

Vuurwerk

Ik hou niet van mannen in uniform. Niet van de politie, niet van militairen, niet van de brandweer. Te pedant en hooghartig. Te weinig vuur in hun stem en te veel rook in hun ogen. Dat is ook wat ik voelde toen drie brandweercombi’s lelijk tot stilstand kwamen voor de deur van mijn appartement, terwijl een van hen – mét jaren tachtig-snor en kaken warmrood als krieken op zware siroop – mijn bovenste beste bovenbuur vroeg waar de brand zich bevond. Het was immers hij, die in allerijl had gebeld.   Met een dankbaar kreetje omarmt de bovenbuur zijn redding die hier net de stoep op reed, want dadelijk zou het gebouw in de fik staan. Zijn veilige haven, zijn spullen, zijn overzicht. Poef. Weg. Het oorverdovende getuut van mijn rookalarm moet plots luider geklonken hebben dan de stemmen in zijn hoofd: je zou voor minder gaan panikeren. ‘Ik woon op het tweede, meneer, het alarm kwam van beneden.’   Als de intercomhoorn bijna van de muur dondert door het gebonk op de deur, draait mijn vriend het vuur van het gasfornuis uit. ‘Woedt er brand in uw woning, meneer?’, vraagt de snor hem manhaftig, zonder rekening te houden met het vraagteken in de zin of enige vriendelijkheid in zijn uitdrukking. De bovenbuur steekt zijn hoofd voorzichtig door het deurgat naar binnen, verbaasd dat hij niet instant door een verstikkende rookwolk in ademnood raakt, terwijl mijn vriend zo droog als een Ardeense worst antwoordt: ‘Nee hoor, ik ben gewoon gehaktballen aan het bakken.’   Nu moet één ding gezegd ter mildheid van de paniekzaaierij van onze bovenbuur en diens brandweermakkers: mijn vriend en ik leven onder het genot van een hoogsensitief rookalarm – ja, ook dát bestaat – dat bijna pal boven het fornuis hangt. Blancheren we boontjes: gaat het af. Koken we eieren: gaat het af. Grillen we groenten: gaat het af. De dampkap kijkt machteloos toe. Het genie dat het alarm daar ooit installeerde, mag bij mij thuis eens frietjes komen bakken.   Krijst het alweer, dan lijkt het een vrouw met een mean case of PMS, een baby met driftbuien, een muis op speed. Geen wonder dat de onrust in het hoofd van de bovenbuur onmetelijke proporties begon aan te nemen na herhaaldelijke blootstelling aan dit auditieve onding. Wij, daarentegen, lijden al jaren aan een lichte vorm van stockholmsyndroom en kijken amper nog op als het weer eens als een bezetene begint te janken.   En dat geldt dus ook voor de balletjes die mijn vriend zo graag en goed bereidt. Altijd vuurwerk in je mond, die dingen, want hij bakt ze met een bijzonder krokantje dat hen een unique selling proposition geeft waarvan hun Ikea-collega’s alleen maar kunnen dromen. De köttbullar op zo’n mistroostig plateautje uit een roezemoezig Ikea-restaurant, maar dan mét karakter. Hij legt de Zweedse marketingmachine zomaar het vuur aan de schenen. Alleen niet vergeten te checken of de oordopjes naast het peper-en-zoutvat klaarliggen.   ‘Heeft u anders nog wat ballen over?’, zegt de snor grijnzend. ‘Wij kunnen er wel wat gebruiken.’

Liesbeth Swolfs
0 0

'Heb je het tegen mij?'/filmscène/ voor Martin en Robert

         Het is waanzin maar ik weet het nog niet. Ik lig met m’n kleren en laarzen aan op mijn bed in m’n troosteloos éénkamerappartementje. Mijn leven is een leven van eenzaamheid. Ik ben de isolatie en de vensterloosheid van mijn bestaan en deze kamer beu. Het is allemaal verschrikkelijk. Er staat één tafeltje, één stoel, één bed. Op een houten kist staat een TV en aan de andere kant van de kamer hangt er wasgoed. Overal ligt er rommel. Aan de muur boven het gasvuur hangen er potten en pannen, een rekje met allerlei dozen. Aan de andere muur hangen er verkiezingsaffiches. Ik ben de klootzakken en de smeerlapperij beu. Ik ben gewelddadig. Ik kan er niet meer tegen.          Ik oefen in de spiegel. Met een lichte glimlach en zelfgenoegzaam trek ik een pistool uit de mouw van mijn kaki vest. Ik kijk mijn denkbeeldig slachtoffer recht in de ogen. Ik ben het noorden kwijt en dat interesseert me in z’n geheel niet. Het lijkt wel of ik van de duivel ben bezeten. Als een krankzinnige blijf ik in de spiegel oefenen. Ik zie de horror niet in die spiegel. Ben ik arrogant? Ik voel me goed. Het is intens. Ik ben Vietnam - veteraan en taxichauffeur. New York kan mijn kloten kussen. Ik ben niet waanzinnig. Het lukt me al goed de revolver te trekken. Ik blijf maar in die spiegel kijken.          Ik oefen in de spiegel: ‘Ik probeer… strontzak…’ ‘Sneller dan jou! Lul!’ ‘Ik sta hier. Zeiker’ ‘Ik ben de enige hier.’ ‘Als je één beweging maakt, .. als je … dan…’ ‘Probeer, probeer het maar.’ ‘Heb je het tegen mij?’ ‘Heb je het tegen mij?’ ‘Tegen wie denk je dat je bezig bent? Hé!’ ‘Hé’ ‘Ooh yeah’ ‘Luister jullie klootzakken, ik ben een man die het niet meer kan verdragen, een man die het niet zou laten gebeuren, een man die zich verzet tegen het uitschot, de kuttenlikkers, de honden, het vuil, de stront.’ ‘Hier is een man die zich verzet..’ ‘Hier is …’  

Hubert Grimmelt
0 0

'ik neem wraak'/filmscène/voor Amélie

         Mijn psychotische moeder en ik hebben mijn suïcidale goudvis in een vijvertje gegooid; de bokaal erachteraan. Het regent. Als troost krijg ik van m’n moeder een tweedehands Kodak Instamatic fototoestel. Ik fotografeer graag leuke wolken. Sommige in de vorm van een konijn, andere in de vorm van een teddybeer. De zon schijnt. Ik draag een oranje golfje en een wit hemdje.          Plots knalt er een kleine, rode Peugeot tegen een blauwe Citroën CX. “Petite fille!’ roept de buurman, “wat heb je nu gedaan?” Hij maakt me wijs dat er iets mis is met m’n fototoestelletje. Het veroorzaakt ongevallen.          Na de hele middag foto’s te hebben gemaakt, slaat de schrik me om het hart. Ik zijg neer voor de TV. Ik ben angstig. Ik zit vol schuldgevoelens over een reusachtige brand, twee treinontsporingen en een crash van een Boeiing 747. Met wijd opengesperde ogen kijk ik naar de beelden.          Enkele dagen later neem ik wraak. Ik heb doorgekregen dat de buurman me beetnam en misbruik heeft gemaakt van mijn naïviteit en fantasie. Ik zit op het dak naast de schouw en het kastje van de antennekabels. Het is mooi weer. Ik heb mijn haar in twee staartjes en ik kijk boos. Ik luister naar voetbal op een transistorradiootje. M’n vervelende buurman bekijkt diezelfde match op z’n TV. Net op het moment dat er gescoord gaat worden, trek ik de antennekabel uit. De televisie van de buurman doet het even niet. Enkele tellen later steek ik de kabel terug in. De televisie doet het dan eventjes wel. De buurman wordt gek en roept:’ Godverdomme, wat is dit?’ Ik herhaal dit een paar keer op cruciale momenten. De buurman wordt knettergek. Hij springt woedend recht en vloekt:’Putain! Godverdomme!’ Als een waanzinnige klopt hij opzij op z’n toestel. Hij wil er zelfs een beeldje tegenaan gooien. In totale wanhoop begraaft hij uiteindelijk huilend z’n hoofd in de zetel.          Mijn leven wordt fantastisch.

Hubert Grimmelt
9 0

Barbie contra het collectief

Honderd-en-twee kilo en mijn naam is Barbie.  Moeilijk was het niet om zover te komen. Als je elke dag een all-you-can-eat buffet naar binnen werkt, dan word je dik. Zo simpel gaat dat. Probleem 1 : in de modewereld is er voor vrouwen met een gewicht, uitgedrukt in drie cijfers, enkel in speciaalzaken mooie dure kleding te vinden.  Ze heten allemaal Big & Beautiful, Extra Large of Een maatje meer. Duidelijker kan het niet zijn! Waarom niet Mooi en Meedogenloos? Geen complimentjes van het collectief, maar ook geen opmerkingen. Ik hoor er gewoontjes bij als de zwaarste van de groep. Probleem 2 : Delicaat meubilair in trendy restaurants is gevaarlijk voor xl’ers. Heel gênant.   Wist je dat februari de ideale maand is om aan een dieet te beginnen? Voor mij de zoveelste poging. Ditmaal deden we het voor de gezondheid. Twintig jaar hebben we het in februari geprobeerd en steeds werd het cijfer op de weegschaal alleen maar hoger. De eerste drie maanden streng wezen voor jezelf was een hel. Ook voor manlief. Van hem mocht ik gerust terug naar af. Hardnekkig hield ik vol en werd licht euforisch toen ik mijn eerste maatje minder afrekende aan de kassa. Vijf kilo’s minder werden vijfentwintig kilo’s minder. Eerst druppelden ze mondjesmaat binnen. Dan regende het elke dag complimenten. Je ziet er goed uit! Je straalt! Vertel me eens je geheim? Het collectief had er een dieetgoeroe bij.   We zijn in september en ik behoor tot de groep vrouwen met een gewone kledingmaat. Drieëndertig kilootjes minder. Ik leer strakkere kleding dragen. De stijl is rijk aan kleur en iets bloter. Overal ligt mooie kleding in overvloed.  Zo wil ik voor de rest van mijn leven zijn! I feel like I fit in! Voor het collectief wordt de transformatie te overweldigend. Ik word bedolven onder een stortvloed aan goede raad. Ik moet nu maar stoppen met dat dieet. Ik moet terug gaan eten. Taartjes, gebak en suikerbommen worden aan me gepresenteerd alsof ik het grote lot heb gewonnen. Er wordt gegniffeld wanneer ik enthousiast vertel over mijn ontdekking, Zumba dansen! Hun prognose is definitief : ik heb een eetstoornis.   Gelukkig is er die ene dokter die het geweldig vindt, mijn voedingsschema evenwichtig en gezond verklaart en neen, ik heb absoluut geen anorexia. Ik word gedwongen om met de waarheid een loopje te nemen. De porties zijn nog steeds even groot als in februari. Ik weeg minstens drie kilo meer dan ik deze morgen op de weegschaal effectief heb gezien. Bij gebrek aan harde bewijzen neemt het collectief er argwanend nota van.   Het is gisteren gebeurd, Als laatste transformatie van dikke rups naar een mooie vlinder.  Et voila! Blond! Ik vind het geslaagd.  Het collectief is er duidelijk niet tevreden mee, Ik moet dit maar snel laten herstellen want blond oogt toch niet zo mooi bij mijn persoonlijkheid. Het collectief heeft me weer iets bijgeleerd. Elke persoonlijkheid heeft een specifieke haarkleur. Ik heb heel veel zin om te kiezen voor een rosse coupe... . Nu gaat het collectief ook liegen. “Als jij dat mooi vindt dan zal het wel goed zijn.” Of nog een betere : “Tja, ik moet er nog aan wennen.”   Beste collectief, mijn naam is Barbie. Neen ik ben geen pop van plastiek, nagelnieuw in een roze doos, waar je mee speelt om uiteindelijk bloot, verwaarloosd en totaal vergeten te eindigen onderaan in de speelgoeddoos.   Ja, ik ben iemand die eindelijk weet wie ze wil zijn. Gezond in haar lichaam en gelukkig in haar hoofd! Het ga jullie goed. 

Bettybie
19 0

De scheerbeurt

De man hangt in zijn versleten  Chesterfield stoel en kijkt naar een kickbokswedstrijd. Hij is fors gebouwd en draagt een trainingsbroek en een wit hemd zonder mouwen. Naast de stoel liggen vijf lege flesjes My Brother’s Tripel. Een kopje waar normaal genomen koffie uit wordt gedronken is gevuld met sigaretten peuken. Het is al acht dagen boven de 30° Puffend staat de man op om een nieuw biertje te halen. Bij het openen van de koelkast komt er een sterke lucht van oude Camembert naar buiten. Hij pakt het laatste flesje My Brother’s Tripel en gooit de deur snel dicht. De man opent het flesje met zijn tanden en ploft weer neer in de Chesterfield. Eigenlijk moet hij de boel opruimen want vanavond komt zijn latvrouw voor een paar dagen. Maar die vochtige hitte. De man drinkt zijn laatste flesje leeg, doet de TV uit en zoekt op Spotify naar muziek waarbij hij lekker kan opruimen. Nog een halfuurtje en dan staat de vrouw op de stoep. Zijn lichaam druipt door de hitte als karnemelk door een theedoek. Scheren en douchen. De man heeft nog een echt scheerritueel. Een dassenharen scheerkwast en een echt scheermes. Eerst zet hij het mes aan op de scheerriem. Hij maakt een hot towel, legt die een minuut op zijn gezicht, draait zijn natte scheerkwast door een scheerblok La Toja en zeept zich met draaiende bewegingen in. Iedere keer wat heet water erbij totdat er rijk scheerschuim op zijn gezicht zit. Hij pakt het scheermes in zijn hand en begint zich te scheren.  Dan hoort hij een keiharde knal, schrikt en snijdt zich een flinke jaap in de kin. Het witte schuim kleurt rood. Geen probleem denkt hij ik heb toch mijn stuk aluin om het bloed te stelpen. Maar het is nergens te vinden. Eerst maar afscheren en een grote pleister op zijn kin. Hij hoort de sleutel in het slot en de vrouw komt panisch  binnen. Schat mijn remmen deden het niet, ik heb je auto geramd. Het werd geen gezellige avond.

Bassam Camino
0 0