Lezen

Over Tom Lanoye, een fiesta tropical en eigenwijze konijnen

Dag onbekende (x/m/v) briefschrijver,    Zodra ik daarnet de deur naar ons stadstuintje openzette, tuimelde de lente binnen. Eindelijk!    Vóór het grote Barragan-raam naast de deur plooide ik zoals altijd de was. Jeansbroeken in 3 verschillende jongensmaten waren de vangst van vandaag.  Er was letterlijk noch figuurlijk geen kat te zien op het ‘gedooghoekje’ van de tafel. Onze 4 huisdiergenoten – een halflangharige zwarte kater, een zwart, een gestreept en een bonte-koe-kattinnetje weten dat het not done is op het fris geurende wasgoed een slaapplekje te zoeken. Met de lente in de neus zijn ze er nu wellicht op uit getrokken. Gevaar om op straat terecht te komen, is er niet. We wonen in een rechthoekig blok van rijhuizen en enkele handelszaken, de katten kunnen enkel op avontuur langs de aaneengesloten tuinmuren.    Is het door die muren dat onze tuin een kleine enclave van rust lijkt? De drukke steenweg waar tram 2 je tingelend in slechts 1 halte van deelgemeente naar de stad brengt, hoor je hier niet. Enkel de schrille sirene van de ambulance dringt soms door als typisch stadsgeluid.   Terwijl ik dit schrijf  hoor ik door de open deur de vijverfilter klaterend zijn werk doen. Zou Paddo, zoals de zonen het verdwaalde kikkertje noemden dat vorig jaar van god weet waar in ons waterpartijtje terechtkwam, de winter overleefd hebben?   Laat die lente nu maar echt ontluiken want over enkele weken plan ik mijn verjaardagsfeest en ik droom van een tropische fiesta in de tuin. Dat wordt nog onderhandelen, bedenk ik nu, want mijn oog valt op onze 2 dwergkonijnen die languit genieten van de eerste voorjaarsstralen. ‘Vrijheid, blijheid’ geldt in ons gezin, ze lopen vrij rond. Het enige nadeel is dat de konijnen de tuin nu als hun persoonlijke terrein beschouwen. Zodra je de intentie toont er langer te blijven dan strikt noodzakelijk om hen van korrels en verse groenten te voorzien, lopen ze je constant voor de voeten in de hoop dat je ervan afziet voortaan buiten te eten, te lezen of te luieren. Laat staan om een feestje te bouwen! Ik ben benieuwd of ze zich op het moment suprême zullen terugtrekken in het tuinhuis - óók geannexeerd - of voor de vlucht vooruit kiezen en de eerste de beste gast die zich in de tuin waagt in de tenen zullen bijten.   In mijn perfectionistische hoofd vormt zich al een ellenlange to do-lijst. Voor het feest moeten de ramen zeker gewassen worden. Hugo, de palmboom, moet van zijn bruine bladeren verlost zodat hij er op z’n best uitkomt. En ik ben er wéér niet in geslaagd de gardena’s te laten overwinteren, in de hoge - rabbit proof! - bloempotten hangen enkel nog een paar zieltogende bladeren. Welke kleur van bloemen zou ik deze keer kiezen? Het terras moet geschrobd en de klapstoeltjes afgewassen, de ladder op z’n plek en nieuwe, vrolijke lampjes aan de muur. Ik zie het feest al helemaal voor me. O ja, even strategisch denken, ik mag niet vergeten de buren uit te nodigen!     Ook in huis zal ik de lenteschoonmaak serieus moeten nemen.   Ik heb alvast het tafeltje naast de zetel opgeruimd. Alle schrijfgerei weer bij elkaar, verlopen reclamefolders in de vuilnisbak, de nog te lezen boeken op een keurig stapeltje. In mijn ene hand had ik Tom Lanoye, in de andere Isabel Allende. Ik stond even in dubio welk boek bovenaan mocht. Beide auteurs heb ik al vol vuur over hun boeken bezig gehoord, ik moest glimlachen bij de herinnering. Lanoye won, vorige week waren we in ons lokale bankkantoor uitgenodigd voor een lezing over zijn nieuwste boek. Toen we aankwamen, stonden we voor een potdichte deur. Had ik me toch niet van datum vergist! Mijn dierbare partner hield het bij een berustend hoofdschudden en bracht enkel fijntjes die keer in herinnering toen we vertrekkensklaar stonden voor een concert van Bryan Ferry en bleek dat ik toch geen tickets had gekocht. Om maar te zeggen dat ik ‘soms wat verstrooid’ kan zijn.    Toen de volgende avond Lanoye 3 kwartier te laat de zaal binnenstormde omdat hij zich van uur vergist had, kon mijn avond niet meer stuk. ‘Een echte schrijver herken je aan zijn verstrooidheid’, fluisterde ik mijn geliefde triomfantelijk in het oor. Hij liet me wijselijk in de waan.  Bij het signeren vroeg ik Lanoye de ultieme tip om het schrijven vol te houden want dat is mijn zwakke plek, mijn bureauschuif puilt stilaan uit van de onafgewerkte verhalen. Hij moest niet lang nadenken. ‘Voor Tine, maak het AF!!’ schreef hij in zwierig handschrift. Pas daarna vroeg hij waarom ik mijn verhalen niet afwerk.   “Euh, een fulltime job, 3 kinderen?”, opperde ik.  “Dat verklaart veel”, zei hij met een bedenkelijke blik. Ik heb zo het gevoel dat zijn tip me niet veel verder zal helpen J.   Ach, waarom kan ik wat ikzelf de hele dag met anderen doe niet op mezelf toepassen? Waarom kan je jezelf zo moeilijk coachen? Wat zou ik graag een eigen schrijfcoach hebben. Iemand die me persoonlijk mijn zetel uit jaagt elke keer als ik vind dat ik na de was en de plas lekker mag chillen. Nochtans, iedereen heeft een coach in zich. Motiveren, organiseren, inspireren, … ik zou het zelf moeten kunnen. Maar laat me je dit vertellen over coaches: ze weten het zelf soms ook niet meer, stellen zaken uit, verliezen de moed, gaan de mist in met hun goede voornemens, lopen tegen de lamp, eten meer chocolade den goed voor hen is, staan op de verkeerde dag voor de juiste deur en vice versa.   Ze kunnen zelfs geen brief schrijven zonder dringende deadline.    Zonnige groeten uit Gent,   Tine  

Ambrozijn
0 0

Calamiteiten te L - 7 april 2018

Gretige onbekende Het is zaterdagavond, het einde van de winter is in zicht. Drie jaar geleden kwam ik hier wonen, en alles is hier van mij. Ik mag nu gaten in de muren boren, ontiegelijk lelijke verf op de muren zetten als ik dat zou willen, huisdieren hebben, …. Geen huisbaas meer die na gebruik zal komen controleren of ik dit goed als een goede huisvader heb behandeld. Huisvader, huisvader? Ik had me niet aangesproken moeten voelen in mijn vrouwelijk lichaam. Toch respecteerde ik braaf de regels van het huurcontract destijds. Ik wen er niet snel aan dat dit voorbij is. Ik herhaal het voor mezelf eens om de zoveel maanden: ‘alles is hier van mij’. Een eenvoudig gegeven. Vreugde en rust. Ondanks het feit dat ik de gaten in de muren op mijn twee handen kan tellen, de muren wit zijn, het huisdier zich betamelijk gedraagt, de kinderen geen gaten in de deuren stampen wanneer zij puberaal boos zijn en er niets in mijn houding en gedrag getuigt van enige drang naar anarchie, lijkt alles toch anders, weg van het juk van huisvaders, huisbazen en gezinshoofden. Ik neem nu zelf al deze rollen op in het vrouwelijk zelfstandig enkelvoud. Dit huis heeft hoge plafonds en een hoog raam aan de voorkant. Het heeft licht in zijn kleinheid, het geeft adem in de hoogte. In huis is het klaarder dan op straat. Het is niet waar, dat lijkt alleen maar zo. Het raam aan de voorkant is niet gemaakt om door te kijken, tenzij ik vele jaren ouder zou zijn en dat raam mijn enige uitkant naar de wereld zou zijn. Nu nog niet, hoop van nooit. Ik ben nog in een fase waarin de wereld steeds groter mag worden. Dat is voor later. Hier en nu zijn er, wanneer ik toch door dat raam kijk, bakstenen te zien, stoep, asfalt, auto’s aan één kant. Een straat met eenrichtingsverkeer. Het is hier smal, alles is hier smal en het mist groen. De kleinste en minst groene deelgemeente van de stad. Ook al heeft dit stadsdeel zijn voordelen in de nabijheid van werk en studie voor de aanwezige studenten, het is mijn dagelijks gemis, dat groen met ruimte voor vogels en katten, het geruis van de wind. De openheid. Ik ben een kind van de zee en zal altijd openheid en een horizon missen. Het huis is niet gemaakt om met veel in te leven. Omstandigheden zorgden voor een extra mens in dit huis. Een meerwaardemens, in de vorm van het lief van de dochter, de student op kot bij zijn lief. Mijn schoonzoon, zeg maar. Een extra kind waar ik met graagte voor zorg, de nodige vrijheid gun en voor wie ik vooral niét de rol van de moeder vervul. Een hospita, als bijkomende rol. De drukte van een huishouden compenseer ik in taal, verwoorden van betekenissen in gevoel en relaties, stilte op een plekje, hier of elders. Daarnet kwam ik thuis van boodschappen in de stad. Het deemstert al. De middag gaat naar zijn einde, de avond nadert. De meeste buren staan buiten op de stoep. Dit is niet hun gewoonte, tenzij het zomert. Grote vrachtwagens, één met een graafmachine op, komen aangereden. Mannen in oranje fluo werkkledij springen uit de wagens. De werkmannen van de elektriciteitsmaatschappij lijken in goede doen. Calamiteiten, daar houden ze van, daar kozen ze voor, ze zijn de oplossers, de redders van licht en warmte. De straat wordt afgezet. Kleine paniek bij de omstaanders. Plots beginnen meer auto’s dan gewoonlijk samen te rijden. Die moeten straks nog weg, …en wat dan? Auto verplaatsen naar een nog vrije straat in de buurt, nu het nog kan. Er blijkt een elektriciteitsprobleem te zijn in een huis verderop. Ik ga naar de mannen en vraag wat er te verwachten is. Nog even hebben we elektriciteit. Straks zal alles uitvallen want het blijkt een groter probleem te zijn. Hoelang dit kan duren? Uren! “Uren?, krijst Lotte. Verontwaardiging kreeg nooit een duidelijker vertolking dan in de ogen van Lotte. Lotte en Wannes zijn mijn dichtste buren. Ze wonen achter de rechtermuur met hun twee kleintjes. De muren zijn hier dun. Wannes vertoont het decorum van een perfecte schoonzoon vanaf zijn huisdeur buitenwaarts en denkt dat ik hem niet hoor wanneer hij achter de binnenmuur vol overgave vloekt in reeksen wanneer het klussen hem parten speelt of wanneer hij zijn geduld verliest met een krijsende kroost. Als zijn gevloek mij niet doet opschrikken uit mijn gedachten, kan ik er om glimlachen. Lotte lijkt existentieel boos. Haar gezicht staat op een storm aan de dijk, altijd. Zelfs wanneer ze hem vluchtig kust op de stoep wanneer hij met de fiets naar het station vertrekt vroeg in de morgen. Dan blijft zij in hun huisje achter met twee kleintjes. Boos. Misschien is ze nog boos om het ontslag na haar zwangerschap. Ik begrijp dat. Lotte is zelfs boos op de wind. Eergisteren, in een niet zo erg uitgedraaide aangekondigde hevige storm, fietste ik toevallig een tweetal meter achter haar aan. Door een rukwind werden we beiden naar de huizen toe geduwd. We kwamen noodgedwongen samen en tegelijk tot stilstand. Ik, een beetje verward door zoveel plotse kracht, blij dat ik nog verticaal stond. Zij, boos omkijkend, naar mij, toevallige metgezel in de storm, alsof ik de verpersoonlijking van de wind was die het speciaal op haar gemunt had en waar zij boos op had te zijn. ‘Zeg, potverdorie, wat is dat hier, zeg, verdorie, dat is te gevaarlijk….’ ‘Ja, wablief, zeg, godverdomme, dat is nogal wat, hé, precies kermis in de hel….’, gaf ik haar terug, in een giechelbui om de wind en haar voor mij toch komische boosheid. Ja, dat is Lotte. Blij dat ik met haar boosheid niet getrouwd ben. Maar nu, terug naar hier en nu. Een bende buren op straat. Buiten is het ondertussen al donker. Binnen pak ik mijn boodschappen uit en help Kind 1 vertrekken naar een diner met vrienden. Ga, ga, lief kind…geniet van het leven en laat mij hier maar even alleen. Ik blijf te midden van zoveel relaties en levens graag even alleen op mezelf, al was het maar voor enkele uren. Het is een levensbehoefte, die allenigheid. Het laadt me op om later weer liefdevol aanwezig te zijn. Als muizen in hun hol, verdwijnen alle buren terug achter hun gevels. Buiten deddert de machine de straat open, het lawaai is oorverdovend. Mijn huisje trilt. Het kappen en klieven gaat nog even door. Ik hoor de mannen orders en informatie naar elkaar kelen. Dan gaat alle licht in huis uit. De stilte in huis is stiller, nu niets elektrisch nog zoemt. Buiten maakt het werken geen geluid meer. Ook de mannen zijn stil geworden. Het begint te sneeuwen. Met kaarsen maak ik voldoende licht om te lezen. De stilte, niemand om me heen die een appèl op me doet, de woorden die ik nog net voldoende zie op deze bladzijden, het verhaal waarin ik meega…. Het streelt me, sust me, ver-rust me, het vult een verlangen en behoefte…. Uit een donkere ijskast – altijd een soort verrassing als dat licht niet aanfloept – haal ik een nog frisse witte wijn. Later, geïntrigeerd door de stilte buiten trek ik mijn voordeur open, kijk naar rechts en zie twee mannen in een grote put staan. Voorovergebogen bezig in de grond. Lampen, verbonden met de wagen verderop die stilletjes ronkt, schijnen in de put. De mannen aan de zijkant geven aan, nemen aan, ze zijn op elkaar ingespeeld. Dat zie je. Rustig, kundig. Zonder woorden. Ze doen me denken aan chirurgen, gefocust op het lichaam en het oplossen van een probleem. We zijn zo afhankelijk van deze elektrische stroom voor ons dagelijks doen, willen en moeten en ik vraag me af waarom zij, de mannen in de put, minder aanzien genieten dan de chirurgen. Ik hoop dat de mannen in de put goed betaald worden. Ze zijn van wacht op een zaterdag, het is bijna nacht, het is hun job, het geeft hen energie. Net zoals de stilte, de rust en het boek bij kaarslicht en de vreugde hierom mij energie geeft. Het waard om hierover naar jou te schrijven. Hyacintha

Hyacintha
0 0

Jij een eitje?

                                                                                              Boedapest, 7 april 2018   Beste correspondent,    Hoewel we elkaar niet lijfelijk kennen, zelfs niet telepathisch of onderbewust (als dat al zou kunnen), elkaar eerder kennen op afbetaling of gegokt kennen (want wie heeft zich niet al een beeld gevormd van de vrouw of man aan de andere zijde?) hadden we stiekem een afspraak. In mijn uittekenen over hoe jij zou zijn en waar jij zenuwachtig van wordt en waar jij van houdt, zou ik het beslist in mijn eerste brief gaan hebben over de exotische, luxueuze omgeving waarin ik me nu hoopte te bevinden. In het sterrenhotel in Cascais bij Lissabon, de zon in pole position, mijn boek op schoot, het blauwe water sober en majestatisch rustend. Ter plaatse rust. Op die plek leerden mijn moeder en mijn dochter elkaar kennen, intussen een eeuwigheid geleden. Ze hadden eerder al notie van elkaar hoor, ze hadden elkaar al vaak ontmoet, welwillend naar elkaar geglimlacht. Toch was het pas in Lissabon, door de aardse daad van het samen slapen, het samen ontwaken, het nachtelijke wiegen en troosten wanneer dat nodig was, dat de band er plots was. De generatiewissel was beklonken, onze reis als een soort fakkelviering. Vieren viel daar wel aardig mee. Als het om sterrenhotels gaat, zijn wij, ik in het bijzonder, dol op twee dingen: infinity pools (op nummer één) en het grenzeloze, overdadige, ‘intercontinentale’ (moet er nog grandeur zijn?) ontbijt. Daar kan je je vast een voorstelling bij maken. Een grenzeloos reisontbijt is een begrip, niet? Ik weet dat je nu aan de roereitjes met bacon en worstjes denkt, geef toe! Die je nog heerlijk kan peperen en zouten. Of er nog een gegrilde champignon of schijfje courgette op leggen. Ik had me verlekkerd voorgenomen je vandaag te bekoren, niet alleen met vochtige roereitjes met paprika, maar ook met sappige fantasiekubusjes mango en ananas, en met het glas champagne dat zo merkwaardig past bij het bruine toastje waarop het mes krast en de boter smelt. Het IS dus niet zo. Ik waad helemaal niet gracieus door de infinity pool, ik ben in Boedapest. Lissabon zal nog maanden op zich laten wachten, zei mijn moeder, eerst moet meter leren sterven. Meter, de oudste langst levende fakkel in rang. Oké, mij best. Ik besloot Hedwig op te zoeken te midden van haar geadopteerd Hongaarse roots. Lukas ging er ook zijn. Altijd vrijwilligers. Hedwigs appartement is klein. Het ligt hoog, in een antiek, sovjetaandoend huis met traliewerk. De appartementen situeren zich rond een doodse binnenplaats, het is er verbazingwekkend stil tegenover het verkeerskabaal op straat. Hedwig woont op de derde verdieping, maar als je de trappen neemt, blijkt het 6 hoog te zijn. Op die hoogte doet de binnenplaats al serieuze mindgames met je. De gapende afgrond, met eenvoudige rails ervoor, in een vierkante vorm. Om bij de deur van het appartement te komen, moet ik de helft van het vierkant op. Links, rechtdoor, rechts, rechtdoor. Bij het stappen en keren, zwaait mijn blik panoramisch over traliewerk en afgrond. Onwillekeurig bedenk ik de ene na de andere situatie waarbij ik in no time beneden zou kunnen terechtkomen. Vooral het scenario van de impulsieve, zelf georkestreerde sprong na een ruzie of tijdens een overmoedige dronkenschap, jaagt me angst aan. Je hebt uiteindelijk niet zoveel nodig om… nee? Een misstap, een inschattingsfout, een gril: dagelijkse kost, toch? Gisteren zag ik twee militairen die in cirkelvorm rond een vlaggenmast stapten, en bléven stappen. In slow-mo-tempo. Met een zonnebril op en de lippen in een lijn. Ze bleken de vlag te bewaken, hoewel ze ettelijke meters hoger vrolijk en vredevol hing te wapperen. Los van de zinvolheid van dit ceremoniële stappen, volgden mijn ogen vooral de cirkel, werd ik er naartoe gezogen. Hebben zij ook angst om te wankelen? In het middelpunt te vallen, in een gril of onweerstaanbare drang?    Het ga je goed, correspondent! Ik hoop jou gauw te lezen. Fijne week,       

Ruddy
0 0

Die tijd van het jaar

                                                                                           ***, dinsdag 3 april 2018   Dag onbekende,   Terwijl ik deze zinnen typ, op deze troosteloze dinsdagnamiddag in de paasvakantie, bevind ik me op de eerste verdieping van ons huis. Meer bepaald in ons bureautje, of toch iets wat daarvoor moet doorgaan. Echt gezellig kan je het niet direct noemen, laat staan ‘pinterestwaardig’. Het is eerder functioneel ingericht, met een stevige en best wel mooie op maat gemaakte bureautafel, een degelijke bureaustoel en een witte boekenkast (de alom bekende ‘Expedit’ van IKEA). Wat wil een mens nog meer? Bovendien is ons kleine bureautje de voorbije periode één van mijn favoriete toevluchtsoorden geworden. Waar ik kan verdwijnen achter de laptop en waar tijd en ruimte voor even lijken te vervagen. Het is rustig in onze straat en er dringen nauwelijks geluiden van buiten ons huis binnen. Doorheen het raam rechts van mij vang ik een glimp op van de dikke grijze wolken, die traag over de daken van de huizen heen glijden. Al weken kijk ik reikhalzend uit naar de lente, naar blauwe lucht, zon en aangenamere temperaturen. Die eerste echte lentedagen, waarop je eindelijk die winterjas en sjaal aan de haak kan laten hangen, zalig toch. En waarop zelfs de belofte van de zomer al een klein beetje in de lucht hangt. Meer dan af en toe eens een teaser heeft de natuur ons tot nu toe nog niet gegund, tot mijn spijt. Mijn hoof en lijf snakken enorm naar de lente en ik vermoed dat dit niet enkel bij mij het geval is. Zelfs de statige herenhuizen in onze buurt geven een troosteloze aanblik onder die grauwe hemel. Ook zij lijken gebukt te gaan onder die eeuwigdurende kille weersomstandigheden. Enkel de prachtige Japanse kerselaar aan de overkant, met zijn zachte roze en witte bloesems, fleurt het straatbeeld op en geeft iets prijs van de aankomende lente. Telkens ik vanuit ons huis uit het raam kijk, maakt het zicht op die fantastische boom me helemaal zen. Nochtans had ik de boom niet opgemerkt toen we de eerste keer naar ons huis kwamen kijken, op een warme zomerdag in 2007. Jong en onbezonnen - en nog wat aan het bekomen van een heel korte nacht - had ik enkel oog voor die statige burgerwoning uit het jaar ’50. Ik was op slag verliefd. Dwars door de grote verbouwingsnood heen, zag ik het volle potentieel van deze woning. Dat potentieel, waar we nu, tien jaar en een veelvoud aan verbouwingswerken later, al een heel stuk dichter tegen aanleunen. Alsook tegen de realiteit. Het huis had al mijn aandacht getrokken en daardoor was de buurt me compleet ontgaan. Een buurt waar ik reeds al die tijd een haat – liefde verhouding mee heb. Prachtige en statige herenhuizen, op wandelafstand van de stad en met genoeg groen in de omliggende straten. Levendige en gezellige wijken in de nabije omgeving. En daartegenover staat onze straat, waar de burgerlijkheid en ook wel de perfecte façades (ook figuurlijk) de boventoon voeren. Veel ruimte voor diversiteit en eigenheid, of nog beter, voor een gezonde portie eigenzinnigheid, lijkt er niet te zijn. En dat heb ik pas ontdekt nadat we ons met hart en ziel in de verbouwingswerken hadden gestort. Het zal je dan waarschijnlijk ook niet verbazen dat we niet de beste contacten hebben in onze buurt. Goeiendag roepen of zwaaien naar elkaar op de momenten dat onze wegen elkaar kruisen, dat vat het sociale gebeuren in onze straat zo ongeveer samen. Op de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie na. Alhoewel, nu de zomer eraan komt, verhoogt de kans op een obligaat beleefdheidspraatje met de nabije buren. Iets waar de man des huizes toch net iets beter in is dan ikzelf. Deze week maakten we zowaar wel een grappig voorval mee. We kwamen net thuis met de wagen en Roos, de kwieke gepensioneerde buurvrouw van twee huizen verderop, stapte met een stevige tred op onze auto af. Kordaat greep ze de klink vast en nam nog net niet plaats op de achterbank … tot ze besefte dat ze zich vergist had. Ze zou opgepikt worden door vrienden, die een auto met een gelijkaardige kleur hebben. Uitvoerige verontschuldigingen kwamen onze kant op, gevolgd door hilariteit alom bij haar. Alsook bij haar vrienden, tegen wie we haar een paar minuten later het relaas van haar misser zagen doen. Ach onbekende, misschien klink ik te negatief over mijn buurt en zijn bewoners. Eigenlijk is het best wel goed zoals het is. Ik hou er ook steeds meer van om mijn huis uit te stappen en in de omliggende straten en parken te struinen. Met een open blik en met mijn oren gespitst helemaal opgaan in het moment. Een manier om meer traagheid in mijn leven toe te laten en zo telkens opnieuw de buurt te (her)ontdekken. En er bijgevolg steeds meer van te gaan houden. Hetzelfde geldt voor mijn stad. Een stad die met het verstrijken van de jaren (alsook met stevige subsidies) een pak mooier en bruisender geworden is. Met hippe koffiebars en diverse andere leuke plekjes. Waaronder de alternatieve cinema in het hart van de stad, waar we heel graag naar afzakken voor een culturele mini – break. En hoezeer kijk ik ernaar uit om binnenkort plaats te nemen op de kersverse, supergladde, nog nauwelijks betreden trappen van de verlaagde leieboorden. Om de zon op mijn gezicht te voelen, gewoon te zijn en te kijken naar de stad en de mensen die voorbij flaneren. Ik ben dus fan van mijn stad, maar dat had je wellicht al door. Dat laatste kan ik evenwel niet zeggen van de jaarlijkse foor die zo’n tweetal kilometer verderop neergestreken is. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben toch altijd weer opgelucht wanneer de tijd aangebroken is dat de foorkramers hun mastodonten van toestellen afbreken, hun hele hebben en houden inpakken en zich naar de volgende plek begeven. Gelukkig bereiken het gekrijs van de enthousiaste - of ietwat paniekerige - bezoekers, alsook dat drukke gedreun van die schreeuwerige kermisattracties, onze woning niet. Al heeft het ergens, op een bepaalde manier, ook wel een heel klein beetje charme, moet ik toegeven. En voor we het goed en wel beseffen, trekt de foorkaravaan weer verder en neemt de stad opnieuw haar gewone gedaante aan. En nu we het toch over die foor hebben, hoe zou het leven eigenlijk zijn voor de foorkramers en hun gezinnen? Dat lijkt zo ver van het mijne af te staan, dat ik mer er niet direct iets kan bij voorstellen. Zou ook bij hen de sleur langzaamaan binnensluipen en de passie voor hun beroep, die ooit hoog oplaaide, stilaan doven? Of krijgt sleur geen kans door hun nomadenbestaan en die massale hoeveelheid aan mensen en indrukken die hun dagen opvullen? Zouden de verblijde gezichten van de mensen en kinderen die plaatsnemen voor het ritje van hun leven - of om het leven heel even te vergeten - het vuur voor hun beroep brandende houden? Of is het hen meer te doen om de vrijheid? Je merkt het, veel vragen en veronderstellingen en ik vermoed dat ik er niet direct een antwoord op zal krijgen. Tenzij ik in een plotse vlaag van moed en nieuwsgierigheid naar de kermis trek en hen met mijn vragen bestook. Maar dat zie ik nog niet zo gauw gebeuren. En als ik heel eerlijk ben, lig ik op dit moment eigenlijk meer wakker van de vragen die ik mezelf stel aangaande mijn beroepsleven. Aan de andere kant, misschien zou het me wel een hoop inspiratie opleveren. Met een compleet nieuw en verfrissend perspectief op werk en leven als gevolg. Je weet dus maar nooit …     Ik kijk uit naar jouw schrijven,   Groeten,  

Daphne Muylle
2 0

Hallo,

Ik ken het gevoel van de zomer die nieuwe zuurstof door het huis stuurt. Het is hier lente wat wil zeggen dat het nog niet de echte warmt ven de zomer is maar toch, we zien de zon en voelen de frisse wind die er nu nog bijhoort. Mijn raam in de woonkamer geeft uit op straat, ik heb geen gordijnen maar fijne koorden hangen in verschillende soorten groen.  Het voordeel is, je kan alles zien maar omdat ik een voortuintje heb en een haag moeten voorbijganger al echt hun best doen om binnen te kijken.   Hier horen we zelden Klokkengeluid maar mijn man is een drummer dus dat compenseerd. Hem zien en horen spelen maakt mij vrolijk.    Dat je recht op een bouwwerf kijkt is best grappig want dat doe ik ook. Weliswaar geen school, hier zijn ze een appartements gebouw aan het zetten en als alles volgens plant gaat spreken we over drie appartementen.  Langzaam maar zeker krijgt het gebouw vorm. Weer meer werk voor mij en ik heb al 1200 brievenbussen op mijn ronde. Ach ja er zullen er nog wel een paar bijkunnen zeker!!   Inderdaad je hebt het goed geraden ik ben postbode in hart en nieren en dat al sinds 1 april ll 20 jaar, en dat is geen grap. Ik ben dus gehard door regen, wind, sneeuw maar ook opgewarmd door de vele zonnestralen.    Ik doe het wel graag maar het blijft een job, iets wat je niet tegen je zin doet maar wel om je leven aangenamer te maken en om te kunnen  doen wat je echt graag doet. In mijn geval is dat muziek, ik ben geen supertalent maar ik zou niet zonder kunnen.  Je kan mij wel elke dag aan mijn piano zien zitte, tenminste als je door de groene koordjes kijkt die aan het raam hangen. Ook klarinet speel ik wel eens, of gitaar en zing ik in een koor....... leuk toch?   Onlangs ben ik samen met de piano klas naar een optreden van de bekende pianist Leif Ove Andsness geweest. Ik heb hem na zijn optreden even gesproken en sta nu samen met hem op de foto, toch een unieke ontmoeting.   Volgende maand ga ik naar een concert van Martin Frost een steengoed klarinettist, hopelijk kan ik ook met hem op de foto.... zou mooi staan op mijn facebook.    tot dan.

de fakteur
0 0

Brieven aan een onbekende - brief 1

                Wetteren, 6 april 2018   Beste onbekende,   Mijn wekker loopt af, zoals elke ochtend te vroeg. Zoals elke ochtend duw ik op de repeat-alarmknop – en nog eens, en nog een laatste keer. Het moment dat de wekker mij wakker maakt, bekruipt mij een vervelend gevoel, een half uur lang, tot dat de wekker een laatste keer aanslaat, wordt afgeduwd en ik mijn bed alleen achterlaat. Elke ochtend hetzelfde patroon. Wakker worden en eraan denken te moeten opstaan is elke dag opnieuw een strijd. Ik win die elke dag. Hardnekkig blijft het elke dag wel terugkomen, de strijd is nooit helemaal gestreden. Zodra ik de badkamer binnenwandel is het gevoel verdwenen en ben ik al in de dag gesprongen. Met mijn hoofd weliswaar. Het denken voedt zich met allerhande activiteiten, wensen, verplichtingen. Tanden poetsen, douchen en aankleden gebeuren op automatische piloot. Het licht is kunstmatig, de gordijnen zijn nog dicht. Ik bekijk mezelf in de spiegel en werk af waar nodig. Dan is het tijd om het daglicht toe te laten op mijn gezicht en in de kamer.  Ik open de gordijnen en het raam. “Neusje”, de zwarte kat van de buren, kijkt me verschrikt aan vanaf het platte dak. Ze blijft rustig zitten. Ze weet ook wel dat ik te vertrouwen ben, we kennen mekaar al langer dan vandaag. Niet heel goed, enkel van mekaar aankijken vanop een paar meter afstand. Dichter dan dat komt ze niet. Ik ook niet, maar dat is omdat ze mij er niet de kans toe geeft.  Ik kijk over de kat heen naar mijn tuintje. Een klein stadstuintje ommuurd door grijze betonplaten. Daar loopt ze soms op, als een koorddanser beweegt ze vol vertrouwen over de smalle boord. Ik zie de tuinen van de buren en achtergevels van de huizen en appartementen van de evenwijdige straat. Ook daar is beweging te zien. Ook daar  zijn mensen die moeten opstaan om naar het werk te gaan, of niet. Ze zitten aan de ontbijttafel of smeren al staand boterhammen om de kinderen hun brooddoos mee te vullen. Dat is enkel een vermoeden want de afstand is te groot om deze handelingen te kunnen waarnemen. Het is mijn hoofd die de gaten van het zien opvult. Mijn hoofd die sinds ik wakker ben al heel hard aan het werken is. Vanwaar haalt het die arbeidsethiek, en dan vraagt het nog een extra inspanning om het in de rustmodus te krijgen. Ik snap er niks van. In de keuken maak ik mij een stevige tas koffie en eet een boterham in stilte. Deze wordt doorbroken door luide stemmen. De stemmen wachten niet op elkaar om te praten, ze proberen boven mekaar uit te komen. Het huis naast mij kent ook zijn ochtendpatroon. Het gezin met vijf kinderen vertoont een andere manier van de dag te beginnen. Het gaat er hevig en hard aan toe. Wat wil je met vijf ochtendhumeuren, denk ik dan. Ik neem mijn spullen en ben klaar om mijn werkdag te starten. Op weg naar de auto, die een eindje verderop geparkeerd staat, is de eerste persoon die ik tegenkom de postbode. Hij houdt zijn fiets in evenwicht door zijn benen lichtjes gespreid te houden, zijn voeten staan beiden op het trottoir. Hij is zijn grote vierkante tas vol brieven en folders aan het verkennen. Ik loop langs hem heen en zie ook enkele pakjes liggen. Ik wens hem goeiemorgen. Hij kijkt even op met een zoekende blik. Is de postbode zijn bestaan nog van lange duur? Verdwijnt de job in de nabije toekomst uit het straatbeeld? En wat dan met het woord – postbode, verdwijnt dat uit onze woordenschat, uit onze Dikke Van Dale? Bestaat die eigenlijk nog? De postbode hoort bij de ochtend, zoals koffie en choco. Zolang ik brieven schrijf, ze in een enveloppe stop en er een postzegel op kleef, moet de postbode blijven bestaan. Het ene kan niet zonder het andere, ze zijn onafscheidelijk. Nog voor ik mijn auto heb bereikt, is een nieuwe missie ontstaan: actief bijdragen aan het behoud van postbodes. Het geeft me een goed gevoel, een extra reden om op te staan en de dag te beginnen. Ik stap in, blijf even voor me uitstaren en vraag me af of de postbode iets in mijn brievenbus dropt. Dat zal ik vanavond ontdekken. Nu eerst aan het werk. En vanavond schrijf ik een brief.  

Trijn
0 0

Enkel glas

Dag,   Mocht de ananasplant op de vensterbank niet zo schaamteloos verdikt zijn, dan was het zicht op Maria prachtig. Zeker rond deze tijd van het jaar. Maria, mama van Jezus, woont al sinds 1988 in een glazen kastje tegen de kapelmuur recht tegenover ons huis. Dat jaartal heeft iemand met een sierlijk maar onstabiel handschrift op een bord onder het mariabeeld gehangen. Waar Maria voor 1988 woonde, dat weten we niet. Vlak voor de kapelmuur staat een Japanse kerselaar met daaronder een zitbankje. De kerselaar staat bijna in bloei. Ik beeld me in dat Maria dit ook de mooiste tijd van het jaar vindt, net als ik. Het bankje wordt dagelijks bezeten door mensen die een boodschap hebben aan of voor Maria. Meestal zijn ze alleen. Ze zetten zich neer, maken een kruisteken en buigen het hoofd. Onze straat is niet breed, het bankje staat op amper enkele meters van ons raam. Mochten de mensen luidop spreken, dan kon ik misschien horen hoe hun gebed klinkt. Maar ik hoor niks want onze ramen zijn driedubbel beglaasd. Over enkele dagen staat de kerselaar in volle bloei en dan doet zich elk jaar opnieuw hetzelfde tafereel voor. Een hoop fototoestellen met Japanse toeristen overspoelen de straat. En wij kijken samen met alle buren glimlachend toe vanachter onze geïsoleerde ramen. In de 11 jaar dat ik op deze plek woon, zag ik nog geen enkele buur een foto maken van de kerselaar.   In onze buurt woont een blinde man. Dikwijls zie ik hem bij de bakker, samen met zijn hond. De bakkersvrouw spreekt de blinde man aan bij zijn voornaam, zodat hij weet dat hij aan de beurt is. Mijn voornaam kent de bakkersvrouw niet. Dat vind ik niet erg, want ik vind haar zo onaardig dat ik liever op een zo laag mogelijk kennismakingsniveau blijf. Waarom ik haar niet aardig vind, daar moest ik zelf ook even over nadenken. Maar op een zondagochtend in de croissantrij wist ik het. Ze keurt mijn bestelling altijd af. Dat zegt ze niet letterlijk natuurlijk, maar ik zie het aan haar mimiek en ik hoor het aan haar stem. “2 pistolets en 2 chocoladebroodjes alstublieft”, zeg ik. En dan zie ik het meteen: dat vindt ze een slechte keuze. “Dat zou jij beter niet doen”, zie ik haar zeer duidelijk denken. Ze knikt niet, ze lacht niet, ze kijkt meteen weg en heel haar lichaam straalt een ongenoegen uit wanneer ze mijn broodzak vult. Ze gaat gewoonweg nooit akkoord met mijn keuze. Als ik het de zondag daarop probeer met 2 sandwiches en 2 crèmekoeken, reageert ze op exact dezelfde manier. Nee, dat komt niet meer goed.   En nochtans draag ik die warme bakker geen koud hart toe, integendeel. Onze straat bestaat uit huizen die aan elkaar kleven en de bakkerij vormt de eerste in de rij. Om 5u ’s ochtends gaan de deuren daar al open. Mensen die om 5u in de ochtend aan hun werkdag beginnen, die vind ik sowieso sympathiek. Die durven het aan om die lome ‘nine to five’ van antwoord te dienen. Gelijk hebben ze, want eigenlijk biedt die vroege dagstart alleen maar voordelen. Bijvoorbeeld: om 5u zijn er nog geen meningen. De radio speelt gewoon muziek, zonder onderbrekingen van commerciële of opiniërende aard. De vingers van de twitteraars zijn nog niet geactiveerd. Zeurende kinderen en bejaarden zitten nog in hun remslaap. Wat een heerlijk meningloos moment! Dat er zoveel mensen elke ochtend het zelfgekozen leed opzoeken door op hetzelfde piekmoment van meningen de dag te starten, dat vind ik enigszins merkwaardig. Zelf sta ik elke dag op om 5u25. Dat is al vrij laat voor iemand die liever niet overspoeld wordt door meningen. Maar eens de ochtendopiniefile alles blokkeert, zit ik al lang in een volgende dagdeel. Toch raad ik ook jou aan om vroeger op te staan. Probeer het gezeur en gemopper eens voor te zijn en je zal zien dat de dag compleet anders verloopt.   Het kastje van Maria is gemaakt van enkel glas. Dat stelde ik vast toen ik op een dag die bezienswaardigheid in onze straat eens van dichtbij wou bekijken. Op het moment dat ik met mijn neus tegen het glas geplakt stond, passeerde de blinde man met zijn hond. Uit angst dat ik de man zou doen schrikken, bleef ik stokstijf staan. Dat deed de hond natuurlijk ook. “Hallo?”, zei de blinde man licht aarzelend. “Dag Pieter”, zei ik, dankzij de bakkersvrouw. “Dag Maria”, zei Pieter, en hij stapte verder. Ik staarde het duo nog even na en keek dan naar ons huis aan de overkant van de straat. Mocht de ananasplant op de vensterbank niet zo gênant groot zijn, dan was het zicht op de vrouw in onze woonkamer prachtig.

mapla
8 0

Brief 1 - Krantenpartners

Leuven, 1 april 2018   Dag X,    Ik schrijf je op de eerste zondag na de volle maan. Er liggen geen eitjes in de tuin, waar het desalniettemin lente zal worden. Gisteren spotte ik de eerste hommel, maar die heeft nu vast gedesillusioneerd het loodje gelegd. De zon houdt zich alweer mokkend achter de wolken schuil. Pasen laat hem Siberisch koud. Mijn vader heeft naar eigen zeggen nog steeds de handen vol met de houtkachel en dat is heus niet alleen omdat hij stilaan tot de derde leeftijd behoort – als ik me tussen neus en lippen laat ontvallen dat het bij opa en oma ook altijd zo warm was, dan mag hij dat vooralsnog met een korreltje zout nemen. Het is lastig balanceren op de eindeloze uitlopers van de polar vortex.  Ach, tegen dat jij deze brief leest, blaast de merel als vanouds hoog van de toren en nip ik van mijn wekelijkse latte macchiato met de deur wagenwijd open. Je moet weten dat mijn weekend pas begint als men tegen een uur of half negen mijn klantenkaartje heeft afgestempeld en ik beslag heb kunnen leggen op de krant. Die telt ’s zaterdags gelukkig zoveel bijlagen dat je hem makkelijk kunt delen met een klant of drie. Het is zo dat ik Hilde en Dirk heb leren kennen. ‘Hilde en Dirk, ook met een i!’, zoals zij verrukt opmerkte toen ze het koffiemeisje naar mijn naam hoorde vragen. Wat we behalve die bijzondere letter en een zwak voor de juiste latte op de juiste plaats verder nog gemeen hebben, laat ik graag over aan de fantasie. Op een manier volstaat het dat we luisteren naar dezelfde Latin jazz en elkaar van lectuur voorzien. Een beetje zoals ik jou en jij mij van een brief.    Liefs,   Ingemar

Ingemar Spelmans
0 0

Voorstelling in vogelvlucht

Vrijdag, vrije vogeldag, 6 april 2018   Koekoek onbekende vogel en wie weet witte raaf,   Ik vlieg erop uit in de wereld vanuit mijn ravennest in de Ravenstraat. Dit ligt recht tegenover de Mussenstraat – neen gelukkig niet “in,” want ik wil niet graag de stempel van huismus opgeplakt krijgen. Ik pik liever een graantje mee van de velden rondom (of eigenlijk zijn het meer steengroeven alias betonnen blokken), zodat mijn hersenkronkeltjes vleugels krijgen en in hun eigen creatieve heelal een ster kunnen worden.   Vanuit mijn nest zie ik vaak rare vogels voorbijvliegen die amper de donsveren zijn ontgroeid. Ze snellen in 7 haasten en worden gevolgd door een koffer op wieltjes die hun vaart wat afremt. Op latere uren kan ik er getuige van zijn hoe de nachtraven hun vleugels uitslaan; vaak het een of ander lied krassend. Ze storen mij niet. Ze zorgen voor een vrolijke noot en huppelen altijd snel verder naar hun vogelkot. De slagzin dat er hier altijd wel wat te be-le(u)ven valt is vast en zeker gemaakt door een van de wijze uilen die hier in een van de universiteitstorens hokken. Zelf ben ik liever een vroege vogel. Ik houd van de stilte in dit nest als mijn niet meer zo kleine kuikentjes Bona en Luna van nestwarmte genieten en niet kakelen als haantje (hennetje) de voorste. Ik koester die kleine momenten om mijn mentaal ei uit te broeden.   Van echte eieren bakken geraak ik zelf de kluts kwijt. Voor mij is de microgolfoven de uitvinding van de eeuw. In de Ravenstraat heb je op culinair vlak de hoofdvogel afgeschoten als je bij mijn buurvrouw Miranda kunt langs gaan, die kookworkshops geeft. Samen met haar heb ik een bijzonder initiatief gebrouwen; het Ravennetwerk. Dit is een niet commerciële adviesraad waarbij ondernemers elkaar helpen. We willen uiteraard hoogvliegers worden en “the sky is the limit” heeft voor ons een heel andere betekenis dan dat ordinaire televisieprogramma. Ik ben blij dat ik de gouden kooi van een leven als bediende met een vast inkomen ben uitgevlogen. Zelfstandigen zweven in de vrije lucht. Ze zijn nooit zeker van een vlucht, maar ze zijn in ieder geval zo vrij als een vogel. Daarmee komen we bij degene die ik ben: een speelvogel die kan spellen – vermakelijk en een wijze uil die zich kan bewijzen – zakelijk. Vlieg je mee als reisduif op dit onbekende pad, met de spiedende arendsogen van een criticus langs de route?   Maak ruimte. Geef mij de ruimte. 5-4-3-2-1- raket naar onbekende hoogtepunten. Droom. Doe. Durf. Oogjes dicht, snaveltjes toe. Wordt vervolgd. Vlieg mee(r)!   Leona

Leona
0 0

Aprilgril

                                                                                                          Ergens , 1 april ‘18       Dag onbekende, elders,     Jij doet me ongewone dingen doen. Niet enkel heb ik het over woorden wisselen met iemand die ik niet ken. Het is evenmin een gewoonte van me om te gaan zitten in het midden van de dag, zoals nu, aan deze kleine tafel bij het grote raam. Het is nochthans een heerlijke plek. De stilte valt hier even mateloos naar binnen als het licht. Lentelicht. Het kan zo fel zijn. Of is het de weerkaatsing van het ontluikende lentegroen dat gelig lijkt naast die donkerbruine winternatte takken? Een winter zonder sneeuw en zonder einde…. Ik schrijf jou nu, deze zondag 1 april, meteen nadat de opdracht kwam. Het zal toch geen grap zijn? Een aprilse gril? Heb jij daar ook bij stil gestaan? Het tafeltje waar ik nu zit te schrijven heeft vele jaren vrede moeten nemen met het vochtige tuinhuis, onwetend wachtend op een bestemming. Nu staat het hier afgeborsteld tussen ander meubilair met familiegeschiedenis. Het kreeg als enige uitzicht op de diepe tuin. Mollen hebben voor reliëf gezorgd in het gazon, of beter : mostapijt. Men zegt van mos dat het zacht is, maar niets is minder waar. Mos is meedogenloos en achterbaks : het zet zich zomaar zonder ommezien ongegeneerd vast op bloempotten, terrastegels en muurtjes, op elk onbegane stukje wereld achter het huis. Als de lentezon promoveert tot haar zomerpositie zal het mos verschroeien. Daar wacht ik op. Op zondag, én als de wind goed zit, weerklinkt de beiaard uit de basiliektoren over de velden heen tot hier. De verstilde knotwilgen resideren roerloos in de grachten en zomen de weilanden zelfverzekerd af. Het lijkt wel of ze mee genieten van het klankspel. De beiaardier woont wat verderop in onze straat. Hij is een grote mooie man. Soms wandelt hij hier voorbij, de handen achter de rug gevouwen. Zijn buik is zo groot dat hij daar niet om heen kan. Hij heeft veel en wit golvend haar. Kan eigenlijk zo in de kleren van de kerstman stappen. Alleen de baard zou nep zijn. Ik probeer me voor te stellen hoe hij de torentrappen beklimt, plaats neemt op het bankje en met het samenspel van handen en voeten de klepels en hamers roert. Eigenlijk lijkt het geen beroep, veeleer een ambacht, een kunde, een kunst, een hobby of een vrijwilligerswerk. Maar zo is het niet. Ik vraag me af of het helemaal stil zal worden op zondag als hij met pensioen gaat. Andere dagen dan zondag is het hier minder stil. Meer gerij op straat, meer in-en uitgeloop in het huis, slaande deuren, kattengejank of grasmaaiende buren. Die zijn aan het zicht onttrokken door hoge hagen en wanden van klimop. Jammer genoeg geen geluidsmuren. Ooit stond de buurman onzichtbaar en onbeschaamd buiten te bellen. Eerst dacht ik : oei, ruzie in het huishouden. Het duurde even voor ik het door had. Ik hoorde maar 1 boze stem. Het ging over een bestelling die reeds afgeleverd was maar totaal niet correspondeerde met de verwachtingen van de teleurgestelde ontvanger. Zo leer je ongewild het temperament van je buren kennen. Ongevraagd ook. Ik doe liever aan stapsgewijze temperament-ontginning. Sinds dan hou ik de overgroeiende klimopranken zo goed en kwaad als kan binnen de perken. Ik draag graag bij aan Vredeseilanden in eigen straat. Aan de andere tuinzijde verbergt de hoge beukenhaag de moestuin van een lieve buurvrouw. Ze heeft een man en vijf kinderen opgevoed. Die zijn nu allen het huis uit, behalve dan de man. Ze zou er nooit meer een in huis halen, zei ze. In zomertijd, wanneer we beiden in onze tuinen schoffelen, komt het wel eens tot een gesprek door het dichte gebladerte heen. Ik zie haar dan maar vaag, enkel als ze beweegt, en we fezelen als waren we in een biechtstoel. Niet dat ik me daar ooit aan bezondigd heb. Ik ken biechtstoelen enkel van uit de film. Wat ze me toen over haar man vertelde gaf me nog meer biechtstoelgevoel. Ze zou dit nooit zeggen op een helder moment denk ik. Ja, vredig en stil is het hier wel op zondag in mijn kleine vertrouwde en bekende wereld, leunend op het wit geschilderde tafeltje, sabbelend op mijn pen, babbelend met een onbekende aprilgril. Gelukkig dat het nu echt lente wordt. Tenminste dat is zeker en bekend. Ik blijf nu hier, en jij daar. Zo ver zijn we.   Goede groeten!

BERLIOZ
0 0

Lieve Correspondent - 1

Aalst, 5 april 2018   Lieve Correspondent,   Het ziet het er naar uit dat vandaag alles somber zal zijn. De zon verstopt zich achter een dikke laag grijzig dons. Maar schijn bedriegt. Ik woon sinds half februari in deze straat en ik weet al hoe levendig het hier kan zijn. Sacha, wiens tuin grenst aan de mijne, heeft wilde, blonde krullen die de concurrentie met een lentezon moeiteloos kan doorstaan. Het enige dat nog wilder is dan haar haardos, is haar hond Chapeau. Sacha tovert haar tuin om tot een versterkt fort waaruit, naar zij hoopt, haar hond niet meer kan ontsnappen. Ik vermoed dat er aan dit verhaal nog een staartje komt. Buurman Pierre is dan weer bezorgd over mijn katten. De vorige huurder van het huis liet een hele stamboom aan nakomelingen na bij vertrek. Hij tuurt me aan vanonder zijn borstelige wenkbrauwen terwijl ik hem verzeker van hun onvruchtbaarheid. Aan de overkant woont Jef, die zo uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen ontsnapt lijkt. Dit unieke exemplaar woont in mijn straat en vult zijn dagen met mopperen. Ik vind hem best grappig en beeld me hem stiekem in met een rood mutsje op zijn hoofd. Hij moest eens weten... De buren van rechts heb ik nog niet ontmoet, maar ik weet dat ze er zijn. Doorheen de dunne muren kan ik hun gelach, geloop en gefeest horen. Er zijn dagen dat het lijkt alsof heel Afrika zich daar verschansd heeft. Ja, ook zij brengen kleur in mijn straat, in diverse exemplaren van mini tot reuze en van diepdonkerzwart tot chocolademoussebruin. Mijn nieuwe straat maakt me gelukkig. Elke ochtend wandelen mama's op gezapig tempo naar de schoolpoort. Ze duwen buggy's of onwillige kinderen voor zich uit. Ze hopen snel hun kroost te kunnen droppen, om aan de rest van hun dag te beginnen. De school is vlak om de hoek. Ik hoef niet te gaan kijken om me het leven daar voor de geest te halen. Het gekrioel van kleine armpjes en beentjes die pas rustig worden wanneer de schoolbel gaat. Hun vruchteloze pogingen een ordelijke rij te vormen. Dan vertrekken deze gemutste en geboekentaste wezens in lange slierten achter hun juf aan. Na een afpelmomentje in de gang, waarbij de ene moeizamer dan de andere zich ontdoet van overtollig textiel, gaan ze in de klaskring zitten en wisselen woorden uit op aanwijzingen van de juf. Juffrouw zijn, daar krijg ik pas kippevel van. Als je pech hebt, zitten er een dertigtal koppige, eigenwijze, ondankbare en onvoorspelbare creaturen in je klas, die bepalen hoe jouw dag verloopt. Zelf moet je immens geduldig blijven en steeds weer je best doen hen iets bij te brengen. Om dan elke keer weer te beseffen dat wanneer er een kleintje iets nieuws kan, je er totaal voor niks tussen zit. Het kind deed het helemaal zelf. De enige manier waarop volgens mij zo'n juf kan overleven, is elk kind stuk voor stuk en uit de grond van haar hart, ongelofelijk graag te zien. Er mag er niet eentje tussenzitten die ze stom vind, of erger nog haat. Neen, ze moet op elk individuutje verliefd zijn. Enkel dan zal ze als Juf iets kunnen bewegen bij deze mini-mensjes. Zulke juffen zijn zeldzaam, die moet je als ouder koesteren. Geloof deze moeder van drie maar. Ik hoop dat het snel rokjesweer wordt en de mensen nog meer naar buiten komen. Verderop in de straat woont een kok van een Grieks Restaurant. Levering aan huis, staat er in blauwe letters op zijn witte auto. Ik vraag me af of ik dat lekker vind, Griekse keuken? Ik ken helemaal niks van Griekenland. In een ver verleden leerde ik nog een Griekse alfabet: Alpha, beta, gamma,.... veel blijft er niet van over, van al die humaniora-leerstof. Een onuitputtelijke nieuwsgierigheid en een onstilbare leergierigheid, daar heb je meer aan in het leven. Dan sta je open voor het onverwachtte en herken je dat het leven zich aandient onder de vorm van rozen, dieprood van kleur, met een zoete, bedwelmende geur en steevast met pijnlijke doornen. Liefs, Je schrijfster van dienst V.    

Zinderen
0 0

5 april 2018

Hallo, hoi, hey, beste, geachte, mevrouw, mijnheer, hoe het best beginnen, baart me zorgen. Verklap ik al te veel over mezelf? Ik rits mijn jas nog een halve centimeter hoger als ik onze koer op stap. Mijn sjaal zit in de weg. Mijn eeuwige sjaal. Kleur en dikte veranderen met de seizoenen of de gemoedstoestand. Vandaag is hij blauw-wit gestreept. Maakt ons Petatje allemaal niet uit. Zolang ze maar haar graanrantsoen krijgt. Ze kijkt en springt enthousiast op en neer als ik nader. Wanneer ik haar portie aardappelen en groenten -we koken te vaak een net te grote portie voor onszelf- in haar bakje kwak, keurt ze het amper een blik waardig. “Liever granen? Pech gehad!” denk ik hard. Als ik weer weg ga, zie ik over mijn schouder, dat ze toch gretig pikt. Verwende kip. Ze mist vast haar echte baasje. Die zit in op betere weiden momenteel. Schoolreisje naar Italië, van verwende kippen gesproken.   Met Kasper koers ik langs onze waterige stadsrand. (Al vind ik "stad" overroepen voor dit kleine landelijke gebied waar ik nu woon. Jarenlang snoof ik Antwerpse lucht en cultuur die ik hier wel eens mis.) Ganzen zetten vastberaden koers in tegenovergestelde richting. Vandaar dat we wind op kop hebben, vandaar dat het steeds kouder wordt in mijn gezicht. Het getater van de ganzen maar vooral van zoonlief verwarmt mijn hart en het echoot in mijn hoofd dat ik dit moet koesteren. Nog 1, hooguit 2 jaar en ook hij kiest de kant van de pubers. Hoogst waarschijnlijk. Ben ik mijn laatste kind kwijt. Onze dochters zijn al niet meer de kinderen die ik onbeperkt kusjes gaf, die onvoorwaardelijk geloofden wat ik zeg, die zich geen vragen stellen over de fouten die ik maak. Ze zoeken hun weg de wereld in. Hun eigen weg en dat is goed, maar de navelstreng vervaagt. Afscheid snijdt. Waar de Nete naar rechts zwengelt, zwieren wij ons naar links richting toren. Pallieter gunt ons geen blik waardig, hij tuurt voor eeuwig naar de hemel. Op zoek naar wolken, wolken die vreugde brengen en liefde, heel veel liefde. Of steekt hij zijn neus in de vlammen van ontluikende natuur, de mengeling van water en groen die deze stad zijn landelijk karakter waarborgt.   In de bibliotheek scheiden onze wegen. Zoon spurt naar de strips. Hij is het soort kind dat nu gel gebruikt, dat langer haar wil en dat graag wil kunnen zeggen dat hij veel leest, zoals zijn oudste zus. In zijn leeswereld staan strips op nummer 1. Ook boeken zoals “Het leven van een loser”, “Niek de Groot”, “Fantasia” vindt hij geweldig. Boeken uitgevonden voor kinderen die niet van lezen houden maar toch nog verleid kunnen worden om eens te proeven van boeken. Het soort boeken waarvan ik onpedagogisch durf te beweren dat er maar 5 zinnen in staan. Ik overdrijf graag. Hoedanook, ik ben al blij dat het kind leest. Ik kom dan ook uit het tijdperk dat de bib de weg naar avonturen was en niet de tablet of televisie.   In het boekenhuis dus, ik begeef me naar de “net binnen gebrachte boeken”. Daar wachten vaak exemplaren die er echt voor mij lijken neer gelegd te zijn. Ik laat me hier graag verrassen. Uit luiigheid ongetwijfeld, uit gemakzucht. Op dit terrein hou ik van verrassingen. Maar alleen dit terrein. Verder liever geen onverwachte wendingen in het leven voor mij, dankjewel. Huiver jij ook zo van een avondmenu dat plots wordt gewijzigd, van afspraakjes die amper 5 minuten voor aanvang geannuleerd worden, van collega’s die plots ziek zijn, onverwacht bezoek,… zelfs van onaangekondigde cadeautjes, waarvan je niet vooraf weet of je ze tof gaat vinden of waarbij je moet doen alsof je blij bent?   Onze bib is een warme welkom voor iedereen. Ook voor de dame met haar 5 bengels. In het bijzijn van de ouders noemt ze hen waarschijnlijk haar engeltjes. Ben jij op dat vlak ook argwanend? Dit is ongetwijfeld een onthaalouder. Onmogelijk om met dat beroep ongemerkt de maatschappij in te stappen. Kleine handjes en luide stemmen genieten van de kleurrijke boeken. De onthaalmoeder, want ja het is wel degelijk een vrouw, zit op een kleuterstoeltje met één snottebellenbaby op haar schoot. Geen boekenliefhebbertje misschien of misschien net een liefhebber van scheuren? De dame houdt in haar ene hand een groot prentenboek open voor nummer 2 en met haar andere hand redt ze één van haar andere duifjes van een val. Haar kwintet kuikens blijft aanvaardbaar dicht in haar buurt. Haar aandacht verslapt geen moment, haar mond glimlacht maar haar ogen schreeuwen “vermoeid!”. Hoopt ze dat ze straks allemaal samen een flinke dut doen of is zij de vrouw bij wie elk kind op zijn eigen moment mag slapen, naar eigen behoefte? Mooi voor het kind, moeilijker voor haar… Ik wens haar de rust die ze nodig heeft en vanavond dankbare ouders die besef hebben van wat zij voor hun kroost doet,terwijl zij rustig op hun werk zitten.   Ik ben dankbaar dat ik met enkel mijn zoon, die -godzijdank- de leeftijd heeft van de 5 kinderen samen, naar huis kan fietsen. Op het ritme van zijn gebabbel is het leven mooi in een ministadje. De wind in de rug, maar liever iets warmer, alsjeblieft. Tot gauw?

Joena C Bigs
0 0

Eerste brief

                                                                        Dorp, 5 april ,2018   Beste schrijfgrage medemens,   Mijn ramen kijken uit op de vier windstreken en elk raam heeft zijn eigen seizoen. Vermits het lente is , gun ik je een blik op mijn tuin van uit het oostelijk venster. Het schuifraam staat open en na de stevige regenbui van daarstaks , liggen op het terrras verschillende plassen. Poes Smartie kijkt me vragend aan en ik open het vliegenraam om haar uit te laten. Ze lust geen melk , maar is verzot op verse regendrank. De scherpe klik , dat het slot maakt , jaagt de twee lawaaierige eksters even weg. Tot mijn ongenoegen bouwen ze ijverig aan een nest in de grote kerstboom. Ooit stond hij in de huiskamer , getooid met slingers en ballen. Nu wordt er om hem gevochten voor een nestplaats, want een koppel Turkse tortels maakt ook aanpraak op zijn stevige takken. Helaas delven ze het onderspit. De Japanse kerselaar staat op springen. Elk jaar is het weer ongeduldig wachten op het roze wonder. Wat ik zeker weet , is dat hij elk jaar op 29 april nog bloesems heeft. Dan verjaart zoonlief en we maken iedere verjaardag een foto van beiden tesamen. Net zoals in Japan is voor de buurt de bloeiende kerselaar het sein dat de winter echt voorbij is. Enkele takken schieten schuin de hoogte in , over de oprit van Annie. Ze vindt dat echter niet erg. Gisteren hielden we nog een praatje over de boom, terwijl haar twee honden ongeduldig stonden te blaffen. Gelukkig maken ze alleen lawaai op straat , verder horen we ze helemaal niet.  Ik vroeg haar wat ze allemaal aan het verbouwen waren aan haar huis. "We maken er een tweewoonst van", liet ze me weten.' Prima voor haar' , dacht ik, dan hoeft ze minder te kuisen en kan ze zich meer bezig houden met de 'panvissers'. Zelf heeft ze me nog nooit verteld over haar hobby , maar Lizette van de fanfare had de zaal eens aan haar verhuurd en zo weet ik het.   Veel weet ik niet over de buren , het contact is eerder lauw , vooral de laatste tien jaren. Daarvoor stonden er nog niet zo veel huizen en waren buren een luxe , nu zijn ze meer een last . Door de verkavelingen zijn de huisnummers aangepast. Daardoor maakt de postbode al eens een begrijpelijke fout. Dat vergeef ik hem/haar . In mijn kindertijd was de facteur altijd een man , die veel tijd had en graag een pintje lustte. Nu is de brievenbesteller een haastige mens , die niet onder het digitale tijdperk uitkomt en die hooguit een blik cola aanneemt om tussen het bestellen door op te drinken. Met wat geluk overleeft hij het dagelijkse verkeer en keert 's avonds doodmoe naar huis. Geen energie meer om een tweede  job bij te doen of een huis te bouwen voor zichzelf , zoals in de goeie ouwe tijd. Hij moet nog steeds elke werkdag  voor dag en dauw opstaan om zijn brood te verdienen in weer en wind.  De uitreikingskantoren hebben in de laatste tien jaar een heuse metamorfose ondergaan. Van stoffige oude lokalen is er verhuisd naar middelgrote fabriekshallen met vertikale werkposten , teamleaders , scanners , mobi's , meetings , feedback en electrische fietsen.  Als je meer wilt weten over het leven van een postbode , vraag er dan maar naar als we elkaar eens ontmoeten. Ik weet er bijna alles van , want ik ben er eentje. Vanavond toch nog energie om naar de uitreiking van de cultuurprijzen te gaan in onze hoofdgemeente . Lizette heeft ons beiden ingeschreven en ik ben dus min of meer verpicht. Sinds ik in het bestuur van de lokale fanfare zit , neemt ze me overal mee op sleeptouw . Ze heeft een beter geheugen dan ik en herkent moeiteloos bijna alle voorzitters en vele bestuursleden van andere muziek- of cultuurvereningen. Ik ben daar erg slecht in. Namen en gezichten sla ik hopeloos door elkaar.  Mensen vinden dat ik verlegen ben , maar eigenlijk ben ik bang om een of andere flater te slaan en houd me dan maar op de achtergrond. Straks ga ik dus naar een toespraak luisteren en  aplaudiseren en een glaasje drinken. Hopelijk is het geen staande receptie , want ik ben toch een beetje moe . Twintigduizend stappen heb ik vandaag op de teller staan en alles bij elkaar nog eeen uur gefietst . Niet slecht hé voor iemand die bijna op pensioen gaat.   Groetjes            

Myriam
0 0