Lezen

Een blokje om

Om het avondeten te laten zakken proberen we na die laatste hap nog een blokje om te gaan. Al is het eigenlijk niet onmiddellijk na het eten, maar na de onvermijdelijke afwas. We rapen onze moed bij elkaar en we gaan de deur uit, om toch maar die 10.000 stappen per dag te halen. Dus in feite om die al even meedogenloze weegschaal ’s morgens te vriend te houden. Al wil dat wel eens tegenvallen. Net als die afwas. Maar kom, we waren bijna thuis, toen we uit een garage een fiets zagen komen. Een jongen van pakweg 10 jaar duwde die vooruit en niet lang daarna kwam zijn -wellicht- zusje ook naar buiten met haar bloemenfiets. U hebt ze ongetwijfeld al gezien, zo een fiets met een hele reeks bloemen aan het stuur. De jongen sprong als een volleerd ruiter op zijn kleine stalen ros en zijn zus, het bloemenmeisje, had moeite om hem te volgen. We hoorden hem roepen. “Kom, snel, wij fietsen langs hier, hun hebben denk ik de andere richting genomen. Dat is grappig.”    Nu moet u weten, even voordien was ons al een vrolijke bende fietsende kinderen voorbijgestoken. Waarbij die niet toevallig naar dat huis keken, waar broer en zus even later buiten kwamen. Hij wilde ze dus tegemoet rijden, maar koos toch dezelfde richting. Ze fietsten dus in de achtervolging. Met andere woorden, zijn grappig plannetje zou mislukken. Ik meende nog te roepen. “Nee, ze zijn ook die kant uit. Jullie fietsen ze nu achterna.” Maar ik besloot om het niet te doen. Laat hem maar fietsen, dacht ik. Dan had hij het maar moeten zeggen dat “zij” de andere richting hadden genomen. In plaats van die tenenkrullende ‘hun hebben’. Het zal hun leren.    Juist is juist. Dat zegt mijn weegschaal trouwens ook altijd.  

Rudi Lavreysen
0 0

huiszitten

1. ik ben aan het huiszitten. ik zorg voor de katten en de planten en als ik wakker word, strek ik mijn benen omhoog. daarna leg ik de lakens open zodat het bed kan verluchten. ik hou meer van mijn benen als ik ze omhoog strek, dus ik blijf tien minuten liggen om ernaar te kijken. er kloppen regendruppels op het raam; die klinken het mooist in de zomer.  mensen zouden veel gelukkiger zijn als ze wat vaker met hun benen in de lucht naar de regen luisterden.   2. Pax heeft een krulstaart.  ik heb haar gisteren een hij genoemd. ik heb me al vijf keer verontschuldigd en vanochtend leek ze me te hebben vergeven want ze kroop in de holte van mijn schoot  terwijl ik frambozen aan het eten was.  ik heb haar voor de zekerheid verteld dat ik ook overtuigd feministisch ben en ze miauwde en spinde instemmend. we hebben samen naar Orphan Black gekeken.   3. er liggen Marseille-zeepjes op de tafel. ik hou oneindig veel van blokken zeep  omdat je ze tegen je neus kan duwen en de geur dan tot in je hersenen kringelt.  douchegels zijn gemaakt voor doelmatigheid; ze vragen weinig inspanning en hoeven geen bakje. maar er is iets kalmerends aan een washandje inzepen omdat je moet wachten tot het stuk Marseille schuimt  en de hele badkamer naar passievrucht ruikt. dat wil ik nooit vergeten.   4. ik moet bananen en champignons gaan kopen.  het lijkt een beetje op vakantie want ik zoek de weg. in de langste straat rijdt een bebaarde man het gras af;  hij doet het in een ovalen patroon rond een vrouwbeeld.  de postbode draagt een polo en een H&M-bermuda. ik ben verward want ik dacht dat postbodes een uniform hadden maar ik kan me geen andere herinneren dus ik weet het nog steeds niet.  in de winkel wacht ik tot de buurt me ontmaskert als vreemdeling. het gebeurt niet.    5. het zoemen van vliegen klinkt anders  wanneer ze zich in een holle ruimte bevinden.  ik drink thee en maak twee staartjes terwijl de wasmachine draait. ik ben nog nooit zo geslaagd geweest in volwassen zijn. 

Kristien Spooren
19 0

lofdicht aan een schoolgebouw

het was een zomer die warm was, zoals zomers behoren te zijn. op de dag van mijn afstuderen wandelde ik door het bos omdat ik een enige keer iets wilde doen wat niet mocht. ik werd er nerveus van, rebellie is ook maar besteed aan de echte opposanten.   veel liever was ik de leerling die endorfine maakte op de voorste bank. ik hield van nieuwe dingen leren en de oorzaak van het probleem bestond eruit dat alles in de wereld op een andere manier een zekere vorm van intrige vertoonde.      Plato zegt dat mensen ideeën zijn.   men geloofde wel eens dat de school in al haar voegen wist hoe oud ze was. ik voelde me dan geïntimideerd, alsof ik stapte op de rimpels van een geleerde burcht en het glorieuze kraken van gebouwen. de gangen fluisterden dat cultuur de mooiste vorm van verdwalen is.   ik herinner me de lokalen die op slaapvertrekken leken. hoe ik dan dacht dat tijd zoiets als dromen was, en wij de geschiedenis op witte papieren konden verzinnen. het erfgoed tekende de contouren van verbeelding.   ze zeiden dat we leerden vliegen.   we waren vogels, ik een huismus. we broedden onze kennis onder bruggen die leraren stoïcijns gebouwd hadden. ik vond dat een mooi woord, stoïcijns, het deed me denken aan gemoedsrust.   we bladerden door de klassieke oudheid zoals reizigers door een atlas. onze vingers trokken grenzen tussen versvoeten.   het landschap van het schoolgebouw bracht ooit een hert naar de speelplaats.   een leerling was geen lijdend voorwerp. we konden vragen stellen en zelfs de muren hadden antwoorden. later bleken vraagstukken en hoofdletters relatief, toen gesprekken ook in stilte getuigden van een grote dosis menselijkheid.   sommige dingen moeten alleen maar gevoeld worden. als ik groot ben, word ik humanitair werker. ik spreek de taal van tederheid. gelukkig zijn er leerkrachten die weerloos bijna voedzaam en mussen de grootste trekvogels vinden.

Kristien Spooren
0 0

vlinders

een kind zegt dat er vlinders in mijn buik zitten. hoe weet je dat, vraag ik. ik zie het, zegt de jongen. ik kijk naar beneden om na te gaan of er een voelspriet door mijn navel prikt. twaalf opgevouwen vleugels slapen als een middenrif tussen mijn borst- en buikholte. hun achterlijven trillen bij elke uitademing.   doet het pijn, vraagt hij. ik denk het niet, zeg ik. er hebben nog nooit vlinders in mijn buik gewoond. ik denk dat het kriebelt als ze wakker worden. we fluisteren. ik vraag me af of ze aan me vast zitten, en of we dan samen oud zullen worden, hun latente schubben verfrommeld als rimpels in een gedateerde huid. de antennes van insecten dragen gevoelige receptoren die dienen om een geschikte partner te signaleren.   toen ik vannacht in spiegelbeeld naast haar lag, kropen ze comfortabel tussen ons in. ik denk aan hoe het was, met z’n vijven, hoe haar lach, en mijn ogen, hoe haar handen mijn lichaam stroomlijnden zoals chloorwater in een zwembad bij vlinderslag, en hoe we dan in zandlopervorm in slaap vielen, mijn vingers gekruld in de golven van haar haren.   god, ik mis u.   ik zei dat ik mijn ribben voelde lachen. de jongen zegt dat dat niet kan, en dat sommige vlinders vensters in hun vleugels hebben. ze lijken dan hun leven lang op fladderende herfstbladeren. ik hoop dat ze nooit per vergissing in herbaria belanden, naast vergankelijk gedroogde bloemen, hun pootjes wriemelend op dubbelzijdige kleefband onder een kader met naam en toenaam.   wij houden niet van hokjes, vul ik aan. gewoon van elkaar.   het kind vraagt of ik stuifmeel heb. ik denk het niet, zeg ik. ik heb vanmorgen wel aardbeien gegeten. ik heb de pitten uit de frambozen geplukt en ze naar het licht gehouden. er straalden roze stukken zon door. dat vonden we een warme gedachte.

Kristien Spooren
18 1

het zou een boek kunnen worden II

aapje,   toen ik vanmorgen wakker werd lag jij nog te slapen. ik weet niet hoe je het deed, maar je zag eruit alsof je dacht aan geometrische figuren, want je lag met je ene been gestrekt en het andere in driehoek zodat je een vlaggetje vormde. je armen kartelden horizontaal langs je hoofd. ik sloop zorgvuldig de kamer uit om ontbijt te maken.   je werd altijd bijzonder gelukkig van fruit. ik vroeg je ooit wat je lievelingsfruit was en je zei dat je dat een oneerlijke vraag vond omdat het hebben van lievelingsdingen bij definitie bevooroordeeld is.   soms hield je van de veelzijdigheid van nectarines, hoe je gulzig de pit uit de vrucht kon bijten en wedstrijdjes kon houden wie om ter snelst de laatste gele draadjes van de steen knabbelde. soms sneed je een ananas in kubieke stukken of pelde je bananen alsof het dromen waren.   ik zette rozenthee voor je. de dampen kringelden richting slaapkamer want toen ik ermee naar boven kwam hadden ze jouw ogen geopend.   je zag er zo doorzichtig uit.   achter jou waaiden de gordijnen op het ritme van de regen. de wolken hingen netjes gestreken in de lucht.   op de vraag wat je voelde zei je vervolgens:   weet je wat ik het meeste mis aan kind zijn? dat ik nog slaappitjes in mijn ogen had. ze bewezen dat ik een tijd niet bewust had bestaan en iedere ochtend wreef ik ze naar mijn ooghoeken alsof ik daardoor weer in werking kon treden. toen ik de pitjes op mijn vingers zag, vond ik dat ze op fossielen leken.   we zwegen. we dachten aan versteende verledens en of iemand ooit onze botten zou vinden. het kan ook zijn dat we dat niet dachten want stilte is altijd zo veelzeggend.   er zijn momenten die zich ongevraagd ergens tussen wringen. toen wij de ochtend van die eerste dag op bed lagen, nadat jij kapot was gegaan en voor we verder moesten, nam ik je favoriete boeken van het nachtkastje. ik legde ze horizontaal aan beide kanten van het bed.   zo voelde het om gedachtestreepjes in een zin te zijn, een onderbreking die los van alles staat.

Kristien Spooren
0 0

het zou een boek kunnen worden I

en zo ging ik dan kapot, zei je. de lavendelstruik achter ons ritselde. ik moest denken aan hoe de wind ooit stormde en jij met je jas open gilde dat je een zeearend was. geen gewone, had je geroepen, de grootste van Europa. je nam mijn hand en we dansten door het onweer alsof dat was wat we deden.   kapot.   je keek me aan met het soort bruine ogen die verwachtten dat ik een antwoord had. ik wilde je alleen maar opvouwen en als een pakketje in mijn armen nemen.   de enige waarheid is dat ik nog nooit iemand gekend heb die op zo'n mooie manier kapot is gegaan. het was bijna iets om jaloers op te worden. de zon straalde voorzichtig door jouw barsten. je verbleekte, jij en alle stukken waaruit je bestond. je was beschaamd en ik hield nog meer van je.   ik zag de kreuken in je voorhoofd en vroeg me af hoe lang je al bezorgd was. fronsen ontstaan niet van de ene op de andere dag. had ik de plooien glad kunnen strijken voor ze zich eeuwig in je huid tekenden?   en toch stond broosheid jou wonderschoon.   weet je nog hoe we 's nachts rillend een rivier in sprongen? ik voelde er eigenlijk niet veel voor, maar jij was zo aandoenlijk onbezonnen dat ik niet anders kon dan je achterna rennen, bloot, mijn badpak achterlatend als een vergeten accessoire. onze lichamen braken het maanlicht dat op het water een heldere streep achterliet.   wist je dat ze daar in het Zweeds een woord voor hebben? mångata. ik kwam het tegen toen ik op pinterest inspiratie zocht om gedichten te schrijven. ik wou dat ik het zelf had uitgevonden, zoals "ijsbergsla" of "ochtendnevel".   je huilde omdat de schoonheid van dat woord niet genoeg was. de zenuwen brulden door je lijf en je beet op je nagels. aapje, er was niemand die beter op haar nagels kon bijten dan jij. je deed het zorgvuldig, met kleine hapjes en in een boogje, zodat de mensen dachten dat je een schaartje had gebruikt. hoeveel keer wilde je eigenlijk die witte randen verscheuren?   je hebt me nooit in vertrouwen genomen wanneer de dijken achter jouw ogen braken en je zei dat het een kattenallergie was.   de dag dat we elkaar leerden kennen droeg je regenlaarzen, een jeans van je broer, donkergroene oorwarmers en een baksteenrode trui. ik wist niet eens dat dat een kleur was, baksteenrood, tot jij besloot dat we er zeker van moesten zijn en we het verhaal van een schilder vonden die alle bestaande kleuren op een doek naast elkaar had gestreept.   je rilde. ik vouwde mijn lichaam als een bolster rond het jouwe. voorlopig was dat het enige wat ik kon bedenken. je sliep en ik wou dat ik wist hoe het voelde om bang te zijn van de wereld terwijl je er radslagen op turnde.

Kristien Spooren
0 0
Tip

Jeuk

In de zomer van 1943 moest Gurkje op een namiddag eieren brengen naar een oom en tante die met hun kinderen uit Rotterdam waren gekomen, na de bombardementen. Ze waren in het huis naast de smidse getrokken, waar de oude Matse had gewoond. Ze liep traag, haar benen voelden zwaar. Oom en tante deden uit de hoogte, alleen maar omdat ze uit de stad kwamen. Altijd was ze bang iets doms te doen als ze bij hen was. En dan was neef Fer er nog, bij het vechten met de andere jongens dreigde hij met een mes. Huu. Hij was al vijftien en had een snorretje, een beetje een vies snorretje. Ach, misschien waren de nichtjes er wel. Hè, haar lange wollen kousen kriebelden zo achter haar knieën. Zou het vanavond weer helemaal rood zien, net als gisteren? Nou, ze smeerde er heus geen karnemelk op hoor. Niet nog eens. Moe kon dat wel zeggen, maar het was erg gaan stinken. Bah. Het kwam vast door de warmte dat die kousen zo kriebelden.   De keukendeur was open, Fer zat aan de keukentafel. Eigenlijk was er niks mis met zijn snorretje als je hem zo rustig zag zitten lezen. ‘Vader en moe zijn er niet,’ zei hij. Ze voelde haar hart bonzen, heel raar, niet alleen in haar keel maar ook ergens diep in haar buik. Daar zat haar hart toch helemaal niet? ‘Ik kom eieren brengen, de kippen hebben goed gelegd.’ Ze zette het mandje op tafel. Zou ze verder nog iets tegen haar neef moeten zeggen? Hij was best wel knap, zoals hij daar aandachtig naar haar zat te kijken. ‘Je bent toch een mooi meidje, voor in zo’n stom boerengat,’ zei hij. Ze wiebelde een beetje, van haar tenen naar haar hielen en terug, zijn stem klonk zo vreemd; stoer en beslist maar ook vriendelijk. Er kriebelde iets, maar het waren niet haar kousen en het kriebelde ook niet aan haar benen. Ze wist niet goed waar het wel kriebelde.  Zou dit nou vleien zijn, wat hij daar deed? De nonnen op school waarschuwden voor vleiende mannen. Maar hij was haar neef, of is dat ook een man. Fer stond op, nu kon ze niet meer naar buiten, haar neef en zijn stoel blokkeerden de weg tussen tafel en gootsteen. Wou ze dan weg? Nee, ze wou weten hoe het verder ging. Ze schuifelde naar achteren. Hè, ze moest plassen en het gemak was buiten, in de tuin. De kraan drupte, ze duwde haar bovenbenen steviger tegen elkaar. Fer had toch een mooie glimlach, zo volwassen, alsof hij alles wist. Gek dat ze dat niet eerder had gezien. Wanneer zou ze eigenlijk borsten krijgen? Oei, wat een rare gedachte, waar kwam die nou weer vandaan. Het was misschien wel een zondige gedachte. Zou het? Moe had ook borsten. Toen deed Fer zijn broek naar beneden, zonder iets te zeggen. Zijn piemel was dik en paars en stond omhoog. Ze voelde een zweetdruppeltje van tussen haar haren omlaag naar haar neus lopen en maagzuur dat naar boven kwam. Nu moest ze wel weg, straks ging ze nog zo over die piemel spugen. Ze loerde naar het keukenraam en de deur. Het lukte haar niet om te bewegen en er wou geen geluid uit haar mond komen. De jeuk achter haar knieën werd erger en ze moest nog steeds plassen. Plots werd de stilte van die zomermiddag verbroken door het gerammel van emmers bij de buren. Er ging een schok door Gurkje heen, ze keek van de tafel naar de deur, dook in elkaar en schoot onder de tafel door naar buiten. ‘Huh’, zei Fer. Hij stond nog bij de tafel toen ze door de tuin rende. Bij het hekje voelde ze dat ze in haar broek pieste. Een beetje maar.   Ze rende naar de nonnenschool, die was vlakbij. Achter de kapel kon niemand haar zien, de struiken daar stonden vol in blad. Ze schortte haar rok op, deed haar onderbroek naar beneden en hurkte. Ze voelde de pis naar buiten sproeien. In haar onderbroek zat een natte plek maar die zou met dit weer wel drogen. Weer aangekleed bleef ze daar nog wat staan. Het bonzen van haar hart nam af, haar maag werd rustig. Ze wreef over de jeukende plekken achter haar knieën. Vanuit de kapel hoorde je de nonnen zingen en bidden. Misschien moest ze iemand vertellen wat er gebeurd was, maar wie dan. En wat als ze Fer zijn dinges zou moeten beschrijven of als ze vroegen wat ze allemaal had gedacht. ‘Et in saecula saeculorúm, Amen,’ klonk het. De nonnen zouden zo naar buiten komen en daarna was het al bijna spertijd. Ze kon beter naar huis gaan. Gurkje kroop door de struiken naar de kant van de sloot. Hè, ze had het mandje vergeten, het stond nog op de keukentafel bij Fer. Nou kreeg ze natuurlijk een standje.

Marijke Roza-Scholten
37 3

Een penvriend

“Zo af en toe iets rustig neerpennen? Dat valt eigenlijk wel best mee hoor...” Zei ik tegen mezelf toen ik een persoonlijke dodentocht van 15km vroegtijdig moest afbreken omdat ik verdomd hard moest gaan kakken. Sommmige zaken vallen moeilijk te bepalen anno 2017... Er zijn niet veel zekerheden in het leven, en al zeker niet of er al een keuze bestaat wnr je wilt gaan kakken bijvoorbeeld. Ik heb zo ooit eens op een warme zomermiddag mijn driekwartsbroek volgescheten toen ik met vrienden was gaan zwemmen aan het fort hier in Oelegem. Tussen de lauwe Bacardi Breezers en de gezellige deuntjes van Franz Ferdinand op de Discman, sprongen we daar regelmatig het koude water in om wat afkoeling te zoeken. Maar jullie lezers... zullen zich niets meer van die tijd herinneren, ik betwijfel dat ten zeerste... Want ondanks mijn 28jarige leeftijd ben ik nostalgisch gezien 2000jaar oud. Ik ga onbewust één van de vele zeikerds worden die je op café tegenkomt die jongere mensen hun zakken volgiet met nostalgische verhalen van...    “Goh! In mijnen tijd é suske...”   Waren er nog echte warme zomers, en winters waar ze in Siberië nog eens niet aan toe zijn. Wij hadden teletekst! Mijn eerste GSM was een Nokia 3310 waarvan er maar 10smsjes in de inbox konden... Met die GSM’s konden verdomse een Leopard-tank in frut van één kloppen. In mijnen tijd waren er nog fuiven, knokpartijen met omringende gemeentes, heksen werden verbrand, heidenen verdreven en buiten gepest. Er was Michael Schumacher die even goed kon racen als skieën, Buffalo’s waren een statement, België werd nog niet geteisterd door de euro maar we hadden de Belgische frank verdomme. Als ge thuis op de computer blote tieten aan het bestuderen waart konden de mensen u niet contacteren op de thuistelefoon... Angelina Jolie had toen trouwens nog de eer om een stel tieters te mogen bezitten. Jacques Brel scoorde een geweldige hit met “Ne me quitte pas”, Jean-Luc Dehaene was dik en leefde nog, Felice leefde ook nog en presenteerde het swingpaleis. Er waren nog geen herhalingen van FC de kampioenen. Pasgeboren baby’s zoals Anna Frank werden warm gehouden onder de Leuvense stoof. De Falklandoorlog van 1982 staat nog steeds in mijn geheugen gegrifd. Jeanne d’Arc heb ik leren paardrijden. In Oostenrijk heb ik nog samen met Jörg Haider schnaps liggen zuipen in de discotheek “Wiener Freiheit”. Op reis in Turkije heb ik nog geweten dat de “Jonge Turken” een beetje gefrustreerd waren op hun Armeense vriendjes. De toren van Pisa stond nog recht.   Kortom, echte nostalgische verhalen waar jullie nog wel iets van kunnen opsteken. In ieder geval, toen ik hier thuis kwam en mijn toilet vol met sproeten aan het bekladden was dacht ik even terug aan die tijd toen ik als jonge knaap, met een broek vol kak, naar huis was aan het fietsen om een andere modieuze driekwartsbroek aan te doen. Ik probeerde het natuurlijk te verbergen voor mijn moeder dat haar oudste zoon een “accidentje” had gehad. Tevergeefs... Zelfs een blinde had “schaamte en ongemak” kunnen aflezen op mijn gezicht.   Het is niet zozeer de gebeurtenis zelf die ik met jullie wil delen, maar in tegenstelling dat ik het in mijn verleden moeilijk had om bepaalde momentopnames te verbergen... Wel daar ben ik nu heer en meester in.   Ik heb namelijk een penvriend.   Spannend toch? Echt iets dat op mijn olympisch lijf geschreven staat, al zeg ik het zelf. Mijn echte identiteit geef ik natuurlijk niet bloot aan de loser die mijn brieven te lezen krijgt... Nee... erger nog...   Als ik mijn penvriend stalk met alle rotzooi die ik hem opstuur ben ik Wilfried. Wilfried is 63jaar, heeft een athletenlichaam dat kurkdroog op de weegschaal 194,56kg!!!!!! tegen hem roept, is biseksueel, heeft 7katten die hem gezelschap houden in zijn veel te kleine studio in Meulebeke, en heeft zonet promotie gemaakt op zijn job bij “Transport Vandendorpe Zwevegem” door een gloednieuwe camion onder zijn crocs  geschoven te hebben gekregen... Namelijk een Iveco Stralis. Hobby’s heeft deze gatblazer evenveel als mensen in zijn leven... Niets of niemand dus... Ook nog heeft Wilfried te kampen met het probleem dat zijn Medion tablet van den Aldi gecrashed is wegens het teveel downloaden van dierenvriendelijke porno.   Arme Wilfried.   Al een geluk is er nog zijn buurman, boer Teun... Deze magere nietsnut wiens ballen op 58jarige leeftijd nog steeds niet zijn ingezakt, houdt zich vooral bezig met pogingen te ondernemen om zijn boerenveld iets meer vruchtbaar te laten worden dan hijzelf. Boer Teun heeft dan weer wel het geluk om in het bezit te zijn van 12 zeer goede melkkoeien... Romy, Belinda, Dineke, Kaylee, Flora, Ljoeba, Frouke, Bahukshira, Ellemiek, Hope, Brigida en Moppie produceren elks een 50liter volle melk per dag. Wat mijlenver boven het gemiddelde ligt van een doorsnee melkkoe.   Als de tijd rijp is mag Wilfried, na het fantaseren over een orgie met jonge veulens, komen helpen met het melken van de koeien... Handmatig wel te verstaan... We zijn in de Vlaanders dus we moeten rekening houden met het feit dat er zich nog taferelen plaats vinden waarvan zelfs ik met mijn nostalgische leeftijd van 2000jaar geen antwoorden op kan bieden...   Vol passie en overgave gooit robuuste Wilfried zich in de strijd om ons allen te voorzien van volle melk. Het is al lang geen geheim meer dat deze vetzak een boontje heeft voor zijn buurman. Wie zou er anders zijn vrije tijd opofferen om koeien te gaan melken? Dit zijn toch duidelijke signalen? Niet? Wat heeft boer Teun te verliezen vragen we ons allemaal af?   Boer Teun is impotent en vreselijk onzeker... Wat raar is, want vroeger in zijn jeugd heeft hij nog brons behaald tijdens de 75meter zaklopen bij de juniors. Als ik me niet vergis was het tijdens de jaarlijkse kermis in Ardooie. Er waren ook maar 3deelnemers trouwens. Komt er nog eens bij dat deze überloser nog niet over de mislukte romace heen is geraakt met zijn nicht Chelsea, waar het vroeger bij de juniors een eitje was om een parcours af te leggen zonder 80keer vallen maar 79keer, heeft onze vriend het nu zeer moeilijk met het gegeven “vallen en opstaan” op liefdesgebied. Ik geef toe dat Chelsea zeker niet de liefste was... Laten we maar zwijgen over het woord knap... Het nichtje van boer Teun had de pech te beschikken over een stel slappe tieten, een kurkdroge doos, en welgeteld 12tanden... Als dat geen toeval is. En een klein detail, Chelsea was 44jaar... jonger... Wat maakt dat het misbaksel met een veel te lelijke naam amper 14jaar oud was toen ze de liefde probeerde te bedrijven met boer Teun.   Een andere spijtige zaak in een zaak die alleen maar spijtige zaken kan verder brengen is dat ik tegenwoordig, allé, eigenlijk nooit echt respons heb gekregen van de loser die mijn brieven te lezen krijgt. Paco vindt het blijkbaar niet nodig om eens terug te schrijven naar mij. We leerden elkaar kennen op netlog, ik had nog niet zo lang geleden daar een “shout” op geplaatst dat ik nogal zeer wanhopig op zoek was naar een echte penvriend with benefits. Het profiel van “DePutaMadre_69” sprak me enorm aan, en ik hoopte echt op meer toen hij mij beloofde om mijn beste en eenigste penvriend te worden voor altijd.   Uiteindelijk had ik er zoal mijn bedenkingen bij toen ik naar hem begon te schrijven. Paco is blijkbaar een Spaanse gelukzoeker die van zijn hobby zijn beroep heeft kunnen maken. Ballet. Hij heeft het “Ballet Flamenco dé Madrid” door de grote poort verlaten voor een nog groter avontuur bij het “Koninklijk ballet van Vlaanderen”... Balletdansers zijn zo een beetje van adel als het aankomt op arrogantie. Beweren bij hoog en laag dat de wereld onder hun tutu ligt. Hopend dat ik Paco eens goed tegen zijne zak mag stampen, ben ik er zeker van dat deze puber met pornosnor nooit succes zal kennen zoals ik met mijn teksten die ik online zet op Azertyfactor.     Het zal u leren om niet terug te schrijven naar mij capullo!

Bart Van de Peer
0 0