Lezen

Tip

In de tuin

—“Aad! Joehoe, Aad!”—“Hier!” —“O, je zit in de schaduw.”—“Ja, het is lekker koel hier. Waar kom jij vandaan?”—“Ik ben een stukje gaan lopen. Gewoon een beetje de omgeving verkennen. Het is mooi hier, hè?”—“Ja, heel mooi. Ben je naar de rivier geweest?”—“De wat?”—“Het water.”—“Ja, ik heb eerst een heel eind langs de oever gelopen, en ik kwam bij een plek waar het water opeens een eind naar beneden viel”—“Een waterval.”—“Heet dat zo?”—“Nu wel.”—“O, oké. Anyway daar kon ik dus over het water lopen. Ja, over stenen die in het water lagen hoor, haha, nee, stel je voor!”—“Nog mensen gezien?”—“Laat me nou even vertellen.”—“Jij hebt altijd zoveel woorden nodig.”—“Nee, ik heb geen mensen gezien. Volgens mij zijn we echt alleen hier. Wel veel van die eh…, die zo zonder benen over de grond kronkelen?”—“Slangen?”—“Precies, slangen. “—“Zeiden ze nog iets?”—“Nee, deze keer niet. En wat heb jij eigenlijk allemaal gedaan?”—“Niet veel. Woordspelletjes. Een beetje in het gras gelegen.”—“Hoe hou je het uit? Ik zou sterven van verveling!”—“Ik geniet juist zo van die rust.”—“Aad, weet je wat ik zou willen?”—“Ja, dat weet ik, Eef, daar hebben we het al over gehad, maar je weet dat dat niet mag. Daar was hij echt heel duidelijk over.”—“Ja, maar ik zat te denken. Als ik er nou een lekkere taart van bak, denk je dat het dan wel mag?”

Bart Snel
20 1

Mile quotidienne #5

Het lopen gaat goed. Al ben ik eerder een zwemmer dan een loper, ik wil dit echt blijven doen. Mijn bilspier en pezen houden het goed vol, per slot van rekening hebben we eind augustus weer volleybaltraining en ik wil deze keer voorbereid zijn. Het lopen is ook goed voor mijn lachspieren: ik heb iets met beesten. Gisteren nog schrok ik van een wegspringende pad. De droge bladeren waarin hij terechtkwam maakten zo’n hard geluid dat ik een meter opzij sprong. Hij schrok even erg van mij als ik van hem.   Ik loop het liefst ’s avonds, als het rustig en koel is. Zorgeloos in open hemel onder de sterren. Ik trakteer mezelf op een extra stuk en loop verder de berg op, geprikkeld door een pijl richting ‘Mairie’. Dat had ik beter niet gedaan. Het pleintje bij het gemeentehuis is verlaten, de Mairie is niet verlicht en er begint een hond luid te blaffen, waarschijnlijk gealarmeerd door mijn ge-dam-dam. Ik hoop dat hij achter een hek zit.   Of het in mijn verbeelding is, weet ik niet. Maar plots klinkt het geblaf luider. Steeds dichterbij. Wat als die hond op me afstormt? Ik hoor de burgemeester 'le Maire' al zeggen: ’Garde le Mairie avec ta vie, mon chien!’ Ik keer om en plots ren ik (met het luider wordend geblaf in mijn rug) als Ethan Hunt in ‘Mission: Impossible’. Lijf gespannen, hoofd en romp op één lijn, armen en benen pompend. Weg is de dam-dam, enkel pok-pok-pok! Rennen voor je leven is toch nog iets anders dan joggen. (Bij deze heb ik het verschil gevoeld tussen deze twee varianten van lopen.) Opgelucht loop ik de laatste straat uit en ik krijg de slappe lach. Absurd. Het zou een scène uit een film van Stephen King kunnen zijn. Of een nieuw blogitem: gebeten door dolle hond.   Achter ons kampeert een Frans gezin. Ze hebben vier kinderen. De mama is van Aziatische afkomst en heeft de kinderen haar genen duidelijk doorgegeven. Ze hebben allemaal dezelfde mooie, schuinstaande ogen en zwart glanzend haar. ‘Chapeau’ denk ik, want met vier kinderen heb je je handen vol. De jongste is hooguit twee en de oudste zes, dus ik verwacht wel wat kabaal en gekijf. Maar het is rustig. Noch de ouders, noch de kinderen verheffen hun stem. Toch niet overdag.   Aangezien onze tenten op vier meter van elkaar staan, horen we de twee jongste meisjes zingen, babbelen en lachen tot middernacht. Ze houden elkaar wakker en de ouders grijpen niet in. De eerste nacht op een vreemde plek is voor de meeste kleine kinderen een reden om niet te willen slapen, meermaals uit bed te komen of te wenen om aandacht. Maar de zusjes hebben plezier en na de derde nacht slapen ze tijdig als Aziatische roosjes. Deze ouders hebben geen avond-ritueelstress.   Als ik terugdenk aan mijn kinderen in hun peuterperiode was ik naast alle leuke dingen ook veel met opvoeden bezig. Straffen, belonen, vasthouden aan regels (soms eens een uitzondering maken) en ga maar door. Dieren gaan op jacht met hun ouders, en door te kijken, leren ze. Dat is bij mensen anders. Foutje van de natuur? Waarom kunnen kinderen niet enkel door te kijken, leren? Dat zou het de ouders toch veel makkelijker maken? Het zou veel kibbelende ouders verlichten. Erger nog, de verantwoordelijkheid die bij ons ligt is enorm. Stel dat je je kinderen niet opvoedt. Geen regels, geen: ‘dit mag niet, daarom en daarom’ tot in den treure. Hoe eindigen ze dan? Als criminelen? Kweek je zo terroristen met compleet foute waarden en normen? Dat moet haast wel.   Na de berichten over de doden in Nice kijken mijn man en ik naar de sterren. Het is lang geleden, zegt hij, dat ik nog eens naar sterren keek. Misschien troost iemand nu in Nice zijn kind door te zeggen dat hun broertje of zusje nu een sterretje is. In diezelfde sterrenhemel, waar wij ook naar kijken, zijn er sinds veertien juli vierentachtig sterren bijgekomen. Mijn keel nijpt toe, vooral als ik denk aan de kinderen. Wat erg en zinloos.   De volgende dagen geniet ik des te meer van ons samenzijn. Geen volleybal, geen turnkring, geen toneelrepetities. Geen werk, school of vergadering. Geen gras afrijden, vuilnis buitenzetten op vastgelegde dagen, geen strakke tijdschema’s voor eten omdat iedereen om een bepaald (verschillend) uur ergens moet zijn en weer afgehaald, niets van dat.   Wij hebben elkaar, en ik zou met niemand willen ruilen.      

Katelijn Van Hove
0 0

Daily Mile # 6

Daily Mile # 6 Als zelfstandige logopediste werk ik vooral thuis. Dat is makkelijk, eigen baas zijn, maar soms ook verdomd eenzaam. Ik heb de neiging om te gaan piekeren. Mijn gedachten boren zich in iets vast en kunnen vervolgens uren een eigen leven leiden.   Gelukkig heb ik een druk sociaal leven. Familie en vriendinnen zijn de druivensuiker voor mijn geest. Ook het lopen geeft me tussendoor een mentale kick. De endorfine die vrijkomt, een gelukshormoon, zorgt daar blijkbaar voor. De kick komt na het lopen, en ook al doen mijn benen al wat meer routinematig hun werk, het blijft een bijter.   Nog een bijter, is de massa die zich ‘buik’ noemt. En die zit er al een tijdje. Al enkele jaren om precies te zijn, alsof het verdorie autonoom beslissingsrecht heeft. Het leidt een eigen leven, afhankelijk van variabelen die ik blijkbaar te weinig in de hand heb. En ik kan geen reden bedenken waarom mijn buikmassa zou verminderen, enkel en alleen door het lopen. Toegegeven: elk pontje komt door ’t mondje. En in onze familie heerst een Bourgondische eetcultuur. Als ik goed gezind ben, eet ik. Als iets me tegenzit, eet ik ook. Spijtig voor de kilo’s, maar niets liever dan een slechte dag weg eten met drie borden pasta bolognèse. Chips in huis: moet op. Frieten besteld op zondag? Eten tot de laatste kruimel. Ook de standaard drie stukken vlees, liefst met veel mayonaise en mammoetsaus. Soms, als ik begin aan de restjes van de kinderen moet mijn man me doen stoppen met eten. Vreselijk eigenlijk. Of eerder ‘vleselijk’.   In de vakantie lag hier een boek van Kris Verburgh: Veroudering vertragen-Het langer jong-plan. Het boek gaat over de rol van voeding in het versnellen (of vertragen) van veroudering. Er in lezen zet je aan het denken. Wit brood komt hier sindsdien niet meer binnen en de havermout maakte zijn intrede. Dat vet rond je organen is voor niets goed. Dus ondanks het feit dat ik graag eet, let ik regelmatig op elk pontje dat ik in mijn mondje steek. Maar toch is dat niet genoeg.   Als mijn dochter haar buik intrekt, kan je bijna een halve voetbal kwijt onder haar ribben. Oké, mijn dochter van elf is buikgewijs geen referentie. Maar als ik mijn buik intrek, zie je nauwelijks het verschil. Alleen als je heel goed oplet, en dan zie je ook dat die gewonnen centimeter gewoon even met haar ellebogen duwt en er aan de zijkant gewoon even bijkomt. Wat kan ik doen om die buik iets normaler te krijgen? Ik ga op zoek, met mijn vriend Google. Het levert een bemoedigende quote op: ‘iedereen heeft een six-pack, alleen zie je die niet altijd zitten’. Voor mijn gemoedsrust neem ik deze stelling voor waar: ik heb een six pack, ergens dan toch, alleen moet ik hem terug tevoorschijn toveren. Hoop doet leven.   Dus ga ik verder op zoek. Deze vond ik een leuke: buikspieren-oefeningen.nl. Krijg Die Ultieme Platte Buik staat er in hoofdletters. Gekoppeld: een schema met afwisselende oefeningen om verveling te voorkomen (ideaal), mét link naar YouTube waar Amerikaanse drill-instructors de oefeningen voordoen, moeiteloos, zoals jij en ik de was kunnen sorteren, huiswerk overhoren en de kookpot op het vuur in het oog houden tegelijk.   Ze lijken haalbaar. Dus doe ik dagelijks na het lopen de crunches, puls ups, knee raises, V-ups ‘tot je het voelt branden’. Auch. En ook al doen de namen van de oefeningen me denken aan snacks en frisdranken, ik ben benieuwd. Of ik er ook nog tijd voor zal vinden als het schooljaar loopt, zullen we zien. Tegen september aan zie je meer en meer lopers. Die lopers uit de eerste categorie, waar ik nog niet toe behoor. Je kent ze: de sporters die voor aanvang van het nieuwe voetbal- of sportseizoen willen voorbereid zijn. Ooit ging ik zelf een maand spinnen, in augustus, als voorbereiding. Zwetend in een zaal op een fiets naar het draaiende achterwerk van je voorganger kijken, een fictieve berg oprijdend met loeiharde muziek (vond ik leuk, by the way). Maar het had effect, want op de eerste volleybalwedstrijd had ik meer sprongkracht en kon er al een extra telefoonboek tussen de grond en mijn voeten. Dus er is nog hoop, zeg ik altijd.   Dat lopen een goedkoop alternatief is dan bijvoorbeeld spinnen in een fitnesscentrum, staat vast. Maar ik besef dat ik er aan ben voor de moeite. Een van mijn druivensuiker-vriendinnen Inge, die ook de illustraties doet op deze blog (en marathons loopt), stak vermanend haar vinger op toen ze hoorde over lopen met volleybalschoenen. ‘Niet doen, Katelijn. Zeker niet met jouw heup en rug.’   Nu moet je weten dat ik een jaar niet kon sporten omdat mijn heup besliste om even uit de kom te gaan tijdens een training. Gelukkig sprong hij er vanzelf weer terug in, de heup, maar de daarbij horende spierscheur en peesverrekkingen waren geen lachertje, dat kan ik je vertellen. De echo, een jaar na datum, gaf gelukkig groen licht om weer veilig te sporten. Alles bleek terug in orde (waarvoor dank aan mijn kinesiste) en ik sprong vorige maand een gat in de lucht.   Maar ik wil het lot niet tarten, dus plan ik volgende week de aankoop van loopschoenen in mijn agenda, hopend dat de schoenen me de beloofde veerkracht zullen schenken en het ge-dam-dam zo weer wat vermindert.   Eerst nog wat genieten van de hete septemberdagen.      

Katelijn Van Hove
30 0

Mile quotidienne # 4

Of ik al wat heb opgebouwd? Of het al wat minder ‘dam-dam’ voelt als ik loop? Geen idee, want de komende dagen loop ik mijn mijl in het Frans, in de streek van de Dordogne. Hoge temperaturen, weggetjes met hellingen, Frans brood, kaas en vette worst zorgen samen met de pain au chocolat voor te veel variabelen om het ‘al iets vlotter’ te mogen noemen. Het voelt als opnieuw beginnen. Maar ik ben blij dat ik toch mijn looptenue heb ingepakt. De enige constante is de afstand; een (dikke) mijl.   Ik kampeer al zo lang ik me herinner. Als kind leerden strandvriendjes me de eerste woordjes Frans. La mer, le sable, le soleil (het klinkt als een liedje). Ik liep een maand op blote voeten, sliep zo goed als in de open lucht en kwam zo bruin terug dat mijn moeder me nauwelijks herkende, mijn haar als zongebleekt stro.   Wagenziekte. Zonder uitzondering zag ik geregeld mijn maag- en galinhoud passeren. En ook nu, als de bochtjes beginnen, staat mijn man zijn plaats aan het stuur af om achterin te gaan zitten terwijl mijn oudste dochter en ik vooraan onze misselijkheid proberen te verdrijven. Groen tot achter onze oren, maag in de keel. Gelukkig ben ik praktisch ingesteld en doen de diepvrieszakjes met ziplock (als één van de twee het plotseling niet meer kan houden) wat ze beloven. Waterdicht en geurloos bewaren ze hun inhoud  aan mijn voeten tot aan het volgende benzinestation.   Verder heb ik geen klagen. Want van mijn allergie heb ik hier geen last, ondanks het feit dat hier grassen en huismijt ook welig tieren. Het zal met het ontbreken van fijn stof te maken hebben. Je zal zien; de dag dat ik thuis ben begint mijn neus terug te lopen. Het enige wat nu nog niet loopt zijn mijn benen. Dus, actie.   Het is niet de eerste keer dat we in deze streek kamperen. Maar het zijn wel de enige twee weken met ons vieren samen. ’s Morgens doen we meestal rustig aan. Na de middag rijden we naar een stadje waar we meestal ook iets eten, zoals nu. Bij het terugkeren is het bijna donker maar de pasta en de sterke Franse koffie dwingen me nog een loopje te doen.   Wat een verschil met de natte junimaand. Na een warme dag geniet ik al lopend van de koelte die uit de bossen komt en voel ik de warmte die de steenweg afgeeft. Er is nog geen sprake van een hittegolf, maar die is voorspeld. Er hangt parfum in de lucht, warm en dik. De ene geur gaat over in de andere en niets wat ik ruik is van mensen afkomstig. Als ik bij de grote weg kom en moet keren, sta ik stil en hoor ik enkel krekels en het riviertje. Klassiek, maar de perfecte loopomstandigheden.   Het feit dat het te donker is om goed te zien, maakt het lopen makkelijker. Of de helling nu licht bergop gaat of bergaf weten mijn zintuigen niet, dus ik stamp maar verder. De afgereden graanvelden naast me lichten op in het maanlicht, maar onder de bomen is het aardedonker op de weg, alsof het middernacht is. Er is een stuk dat stijl naar boven klimt. Een bijter, en ik loop op mijn tenen maar weet niet of dat zo hoort. Moet ik mijn voet afrollen, naar voren of naar achter leunen? De buik- en neusademhaling die ik gewend ben, werkt niet tijdens het lopen. Dan toch maar die hoge ademhaling? En diep, of kort en snel? Misschien moet ik wat opzoekwerk doen over looptechniek.   Dat wordt een klusje voor thuis.   Eerst genieten.  Check.      

Katelijn Van Hove
2 0